<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR13412_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Aa en Hunze 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 20-06-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Aa en Hunze 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20ruimtelijke%20ordening/article=42">Wet op de ruimtelijke ordening, art. 42 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-06-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2001/11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Van rechtswege vervallen, maar werkt door voor lopende exploitatieovereenkomsten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Aa en Hunze 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Algemene begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al>afstand van de gronden aan de gemeente:
                                            eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente.</al></li><li nr="-"><al>exploitant<cursief>:</cursief> de eigenaar, erfpachter
                                            of rechthebbende wiens in het exploitatiegebied gelegen
                                            onroerende zaak in exploitatie wordt gebracht;</al></li><li nr="-"><al>exploitatiegebied: het als zodanig door de gemeenteraad
                                            aangewezen gebied, dat gebaat wordt door de te treffen
                                            voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="-"><al>exploitatie-opzet: een gedetailleerde, in eerste
                                            instantie voorcalculatorische, en lopende het
                                            exploitatieproces telkens bij te houden berekening van
                                            de baten en lasten in de grondexploitatie, op basis
                                            waarvan de begroting wordt vastgesteld die behoort bij
                                            het bekostigingsbesluit en op basis waarvan een
                                            exploitatiebijdrage wordt berekend;</al></li><li nr="-"><al>exploitatie-overeenkomst: de overeenkomst, onder welke
                                            naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met de
                                            exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder zij
                                            onroerende zaken in het exploitatiegebied in exploitatie
                                            brengt of daaraan medewerking verleent;</al></li><li nr="-"><al>grondexploitatie: De door de gemeente vastgelegde en
                                            dynamisch bij te houden financieel-economische
                                            onderbouwing en verantwoording van de ontwikkeling en
                                            realisatie van het exploitatiegebied, waarin alle baten
                                            en lasten, investeringen en opbrengsten ten opzichte van
                                            elkaar worden verrekend en waaruit eerst
                                            voorcalculatorisch en uiteindelijk definitief een
                                            exploitatieresultaat kan worden berekend.</al></li><li nr=""><al>- (medewerking verlenen aan) in exploitatie brengen: het
                                            (medewerking verlenen aan het) treffen van voorzieningen
                                            van openbaar nut waardoor onroerende zaken die in het
                                            exploitatiegebied liggen gebaat worden, dat wil zeggen
                                            geschikt of beter geschikt voor bebouwing worden, dan
                                            wel anderszins in een voordeliger positie komen te
                                            verkeren;</al></li><li nr="-"><al>(treffen van) voorzieningen van openbaar nut: (het
                                            verrichten van) onder andere de in lid 2 vermelde werken
                                            en werkzaamheden binnen een exploitatiegebied, alsmede
                                            het verrichten daarvan buiten het exploitatiegebied voor
                                            zover deze werken direct dan wel indirect profijt
                                            opleveren voor de binnen het exploitatiegebied liggende
                                            onroerende zaken.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De volgende werken en werkzaamheden worden tenminste beschouwd
                                    als voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze
                                    verordening: </al><lijst><li nr="-"><al>het dempen van sloten en verrichten van grondwerk met
                                            inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven van
                                            percelen;</al></li><li nr="-"><al>de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering, met
                                            inbegrip van het realiseren van de daarbij behorende
                                            werken, alsmede waterhuishoudkundige werken zoals
                                            drainage;</al></li><li nr="-"><al>het realiseren van alle weg- en waterbouwkundige werken,
                                            waaronder wegen, parkeervoorzieningen, pleinen,
                                            trottoirs, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair,
                                            alsmede waterpartijen, watergangen, drainages, bruggen,
                                            tunnels, viaducten en alle andere rechtstreeks met de
                                            aanleg daarvan verband houdende werken;</al></li><li nr="-"><al>de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzienigen,
                                            waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="-"><al>de plaatsing van openbare verlichting, verkeers- en
                                            andere borden, verkeersregelinstallaties en brandkranen
                                            met de nodige aansluitingen;</al></li><li nr="-"><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering van de
                                            ondergrond van openbare voorzieningen, voor zover die
                                            niet op andere wijze verhaald of gesubsidieerd kunnen
                                            worden;</al></li><li nr="-"><al>het treffen van milieutechnisch en ecologisch
                                            noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan, waaronder
                                            geluidsvoorzieningen en noodzakelijke verplaatsing van
                                            milieuhinderlijke bedrijven buiten het
                                            exploitatiegebied;</al></li><li nr="-"><al>de verwerving van de ondergrond van openbare
                                            voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond
                                            van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="-"><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente
                                    aangelegd, tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander
                                    overheidslichaam, of de gemeenteraad uitdrukkelijk heeft
                                    ingestemd met gehele of gedeeltelijke aanleg door de
                                    exploitant.</al></li><li nr="De"><al>gemeenteraad neemt geen besluit om aanleg door de exploitant toe
                                    te staan dan nadat gebleken is, dat een kwalitatief goede
                                    uitvoering zowel feitelijk als financieel is gewaarborgd,
                                    daartoe voldoende garantie is gesteld, de door de gemeente
                                    noodzakelijk geachte regierol voldoende kan worden gevoerd en
                                    ook overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen
                                    voor een zodanige werkwijze bestaan. De gemeente kan besluiten
                                    om de openbare voorzieningen in samenwerking met een marktpartij
                                    te ontwikkelen en realiseren, in welk geval de gemeente kan
                                    besluiten de regierol in samenwerking met die marktpartij te
                                    voeren, of door die marktpartij te laten voeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening van kosten en de vaststelling van
                            exploitatiebijdragen, wordt onder kosten van in exploitatie brengen
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gronden, bestaande uit: </al><lijst><li nr="1."><al>de waarde van de grond;</al></li><li nr="2."><al>de waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking
                                            van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;</al></li><li nr="3."><al>de kosten van het vrijmaken van de gronden van
                                            opstallen;</al></li><li nr="4."><al>de kosten van verwijdering van zich in de grond
                                            bevindende funderingen, leidingen, kabels e.d., alsmede
                                            de kosten van boscompensatie;</al></li><li nr="5."><al>de kosten van planschade en overige schadevergoedingen
                                            en schadeloosstellingen en de kosten van het teniet doen
                                            gaan van persoonlijke en zakelijke rechten en
                                            lasten.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De kosten van aanleg of uitvoering door de gemeente van de onder
                                        artikel
                                        1, lid b omschreven voorzieningen van openbaar nut
                                    binnen het exploitatiegebied.</al></li><li nr="c."><al>De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten
                                    het exploitatiegebied inclusief de verwervingskosten voor de
                                    ondergrond, voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                                    onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect
                                    gebaat zijn, waaronder voorzieningen zoals bedoeld in artikel 1, lid
                                        b en artikel 2, sub
                                        a.</al></li><li nr="d."><al>Alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het
                                    verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                    gronden, in ieder geval: </al><lijst><li nr="1."><al>de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding,
                                            planbeheer en plantoezicht; onder deze kosten wordt ten
                                            minste verstaan: de in en externe kosten verband
                                            houdende met het opstellen of vervaardigen van
                                            structuurplannen, bestemmingsplannen, planmatige
                                            uitwerkingen of -wijzigingen, besluiten tot het verlenen
                                            van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van
                                            overige planologische maatregelen voor zover deze nodig
                                            zijn voor het in exploitatie brengen;</al></li><li nr="2."><al>de in- en externe kosten verband houdende met
                                            onderzoeken, voorbereidingen en toezicht ten behoeve van
                                            de voorzieningen van openbaar nut voor zover deze
                                            verband houden met in exploitatie brengen van gronden
                                            binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="3."><al>de in- en externe kosten terzake van het sluiten van
                                            exploitatie-overeenkomsten, alsmede de overige kosten
                                            van het gemeentelijk apparaat, voor zover die
                                            rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden
                                            kunnen worden toegerekend;</al></li><li nr="4."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten,
                                            verminderd met rente-opbrengsten;</al></li><li nr="5."><al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van
                                            openbare voorzieningen, zijnde de beheerkosten die ten
                                            gevolge van een noodzakelijk actief verwervingsbeleid
                                            worden gemaakt en niet dan wel niet geheel door middel
                                            van huur- of pachtopbrengsten worden gedekt;</al></li><li nr="6."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                            grondexploitatie behoren te worden gebracht, waaronder
                                            de bij de gemeente bestendig gebruikelijke omslagfondsen
                                            voor zover deze aan het plangebied kunnen worden
                                            toegerekend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2: IN EXPLOITATIE BRENGEN OP INITIATIEF VAN DE
                            GEMEENTE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3. Vaststelling bekostigingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Voordat met het treffen van voorzieningen van openbaar nut in
                                    een exploitatiegebied wordt begonnen, stelt de gemeenteraad een
                                    bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vast.</al></li><li nr="b."><al>Het bekostigingsbesluit bevat de volgende wettelijke onderdelen: </al><lijst><li nr="1."><al>een tekening van het gebied waarvoor het
                                            bekostigingsbesluit geldt, waarop is aangeduid welke
                                            onroerende zaken gebaat zijn door de aanleg van
                                            voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="2."><al>een aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van gronden, op de eigenaren,
                                            erfpachters of gerechtigden van of op van de in het
                                            vorige lid bedoelde onroerende zaken kunnen worden
                                            verhaald;</al></li></lijst></li><li nr="en"><al>wordt daarnaast aangevuld met: </al><lijst><li nr="3."><al>een omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                            voorzieningen van openbaar nut en daarmee verband
                                            houdende werkzaamheden;</al></li><li nr="4."><al>een aankondiging dat de betrokken eigenaren binnen een
                                            genoemde termijn een aanbod voor een
                                            exploitatie-overeenkomst zullen kunnen ontvangen;</al></li><li nr="5."><al>de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot
                                            overeenstemming kan worden gekomen over een
                                            exploitatie-overeenkomst, kostenverhaal zal kunnen
                                            plaatsvinden</al></li><li nr="door"><al>middel van heffing van baatbelasting of enige daarvoor
                                            in de plaats komende </al><al>belasting.</al></li><li nr="6."><al>een op basis van de exploitatie-opzet vervaardigde
                                            globale begroting van de ten laste en ten gunste van de
                                            onroerende zaken in het exploitatiegebied komende kosten
                                            en baten in de grondexploitatie. De baten bestaan
                                            uit:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>subsidies;</al></li><li nr="b."><al>de verwachte verkoopopbrengsten van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van
                                            openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                            baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al></li><li nr="Van"><al>deze begroting maakt eveneens deel uit een een bepaling
                                            waarin is opgenomen wanneer en op welke wijze de
                                            toerekening zal worden vastgesteld van de totale kosten
                                            en opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                                            exploitatiegebied. De toerekening zal zoveel mogelijk
                                            plaatsvinden naar de mate van het profijt dat de
                                            onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel van
                                            voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Voor de berekening van de in lid b. sub 6. bedoelde kosten wordt
                                    uitgegaan van de veronderstelling dat het exploitatiegebied in
                                    zijn geheel door de gemeente in exploitatie kan worden
                                    gebracht.</al></li><li nr="d."><al>In het bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting
                                    later door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan
                                    periodiek worden bijgesteld indien loon- of prijswijzigingen of
                                    andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                    exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                    daartoe aanleiding geven.</al></li><li nr="e."><al>Het bekostigingsbesluit wordt voor de start van de aanleg van de
                                    te bekostigen voorzieningen bekend gemaakt op de wijze zoals
                                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 en verder van de Gemeentewet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Voor de toerekening van het profijt wordt uitgegaan van de
                                    gemiddelde kosten per m2 van het kadastrale oppervlak van het
                                    exploitatiegebied, te vermenigvuldigen met een factor voor
                                    ligging, een factor voor toekomstige bestemming en een factor
                                    voor de objectieve gebruiksmogelijkheid van de onroerende zaken
                                    waaraan het profijt wordt toegerekend.</al></li><li nr="b."><al>Indien op deze wijze de verschillen in profijt van de van
                                    gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut niet
                                    voldoende tot uitdrukking komen in de wijze van toerekening,
                                    geschiedt de toerekening op basis van een nader door
                                    Burgemeester en Wethouders te bepalen grondslag die beter
                                    uitdrukking geeft aan de aanwezige verschillen in profijt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De bijdrage in de kosten van exploitatie die de exploitant
                                    betaalt bestaat uit: het bedrag dat op basis van de
                                    exploitatie-opzet, overeenkomstig de artikelen 1 tot
                                        en met 4 aan zijn onroerende zaak kan worden
                                    toegerekend, </al><lijst><li nr=""><al>- rekening houdend met de noodzakelijke periodieke
                                            bijstellingen,</al></li><li nr="-"><al>vermeerderd met de kosten van de afstand van de gronden
                                            bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van
                                            voorzieningen van openbaar nut en de kosten van
                                            kadastrale uitmeting,</al></li><li nr="-"><al>en verminderd met de inbrengwaarde van de bij de
                                            exploitant in eigendom zijnde en voor</al></li><li nr="exploitatie"><al>bedoelde gronden, alsmede verminderd met de
                                            inbrengwaarde van de gronden die zijn bestemd voor het
                                            treffen van voorzieningen van openbaar nut en door
                                            exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De waarde van de in lid a bedoelde, door de exploitant
                                    ingebrachte grond, wordt door de gemeente en de exploitant
                                    gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover
                                    geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde
                                    vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie één
                                    aan te wijzen door de gemeente, één door de exploitant en een
                                    derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of, indien zij
                                    het daarover niet eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde
                                    kantonrechter.</al></li><li nr="c."><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 6,
                                        lid c sub 5 voorzieningen van openbaar nut aanlegt,
                                    bestaat de exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op
                                    grond van lid a van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de
                                    kosten van de door exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor
                                    zover deze kosten corresponderen met de exploitatie-opzet. In
                                    dit geval stelt de gemeente de exploitatie-opzet bij het aangaan
                                    van de exploitatie-overeenkomst aan de exploitant ter
                                    beschikking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het verhaal van kosten van het in exploitatie brengen van
                                    gronden vindt plaats op basis van een exploitatie-overeenkomst,
                                    vervaardigd met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                    exploitatie-overeenkomst wordt een akte opgemaakt die in ieder
                                    geval notarieel verleden wordt indien de
                                    exploitatie-overeenkomst mede een grondtransactie
                                    initiëert.</al></li><li nr="b."><al>De gemeenteraad beslist pas tot het aangaan van een
                                    exploitatie-overeenkomst nadat een bekostigingsbesluit is
                                    vastgesteld. De gemeenteraad kan delegatie aan het college van
                                    Burgemeester en Wethouders verlenen tot het aangaan van
                                    exploitatie-overeenkomsten.</al></li><li nr="c."><al>De exploitatie-overeenkomst bevat bepalingen over: </al><lijst><li nr="1."><al>de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of
                                            exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar nut,
                                            alsmede de mate waarin van duurzaam bouwen sprake zal
                                            zijn;</al></li><li nr="2."><al>het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="3."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage alsmede
                                            een sluitende waarborg voor tijdige betaling
                                            daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                            gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de
                                            aanleg of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut,
                                            en in deze gevallen het verrichten van onderzoek naar
                                            bodemverontreiniging op kosten van de exploitant;</al></li><li nr="5."><al>in gevallen waarbij de gemeenteraad besluit de gehele of
                                            gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te
                                            leggen voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant
                                            op te dragen: de opdracht of aanlegverplichting en
                                            sluitende waarborgen voor tijdige, kwalitatief goede en
                                            duurzame uitvoering en voor de nakoming van de
                                            financiële verplichtingen van de exploitant, zulks in
                                            overeenstemming met de exploitatie-opzet;</al></li><li nr="6."><al>de wijze waarop de eventuele planschade drukkende op het
                                            exploitatiegebied wordt doorberekend;</al></li><li nr="7."><al>de wijze waarop door de gemeente desgewenst regie wordt
                                            gevoerd en de mate waarin door de exploitant grond
                                            beschikbaar wordt gesteld voor particulier
                                            opdrachtgeverschap</al></li><li nr="8."><al>een betalingsregeling;</al></li><li nr="9."><al>in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al></li><li nr="10."><al>in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde
                                            omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                            faillissement;</al></li><li nr="11."><al>in voorkomende gevallen een verklaring als bedoeld in
                                                artikel 10.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3: IN EXPLOITATIE BRENGEN OP AANVRAAG VAN
                            EXPLOITANT</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7. Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Een belanghebbende kan bij burgemeester en wethouders een
                                    aanvraag indienen voor medewerking aan het in exploitatie
                                    brengen van gronden.</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het
                                    op aanvraag van exploitant in bouwexploitatie brengen van
                                    gronden krachtens een exploitatie-overeenkomst.</al></li><li nr="c."><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: </al><lijst><li nr="1."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                            brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="2."><al>gegevens, waaruit afdoende blijkt dat de belanghebbende
                                            de eigendom van of het erfpachtsrecht op de in
                                            exploitatie te brengen onroerende zaken onherroepelijk
                                            heeft verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="3."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden;</al></li><li nr="4."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende financiëel
                                            in staat is tot exploitatie over te gaan en de benodigde
                                            zekerheden te stellen.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                    bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                                    vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening
                                    van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege
                                    voorzieningen van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt
                                    hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de
                                    beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager.
                                    Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor
                                    rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende met
                                    het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens
                                    zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot
                                    het indienen van een aanvraag voor medewerking.</al></li><li nr="e."><al>Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag om
                                    medewerking, hetzij met een weigering op grond van artikel 8, hetzij met een aanhouding op grond van
                                        artikel
                                        9, hetzij met de aanbieding van een
                                    concept-overeenkomst, binnen 24 weken na de dag waarop de
                                    aanvraag is ontvangen. De bepalingen in hoofdstuk 2 van deze verordening zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Weigeringsgronden voor een
                                exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft onder
                            meer niet te worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond is gelegen in een gebied
                                    waarvoor geen bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
                                    daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan, de Woningwet of strijd met
                                    andere wet- of regelgeving;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende en duurzame uitbreiding van bebouwing of
                                    herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden
                                    tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen
                                    van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het
                                    doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
                                    riolering en andere voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="e."><al>de exploitant niet bereid of in staat is om sluitende waarborgen
                                    te stellen voor tijdige, kwalitatief goede en duurzame
                                    uitvoering cq. nakoming van zijn feitelijke en de financiële
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="f."><al>exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="g."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
                                    wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan
                                    wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is;</al></li><li nr="h."><al>de exploitant niet bereid is de voorzieningen van openbaar nut
                                    door de gemeente te laten aanleggen;</al></li><li nr="i."><al>de door de gemeente noodzakelijk geachte regie niet kan worden
                                    gevoerd of de exploitant niet bereid is grond beschikbaar te
                                    stellen voor particulier opdrachtgeverschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Aanhouding aanvraag</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de procedure tot goedkeuring of herziening van het
                                    bestemmingsplan dat van toepassing is nog niet is afgerond, tot
                                    vier weken na het onherroepelijk worden van dat bestemmingsplan
                                    of de herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 8 genoemde belemmeringen op korte termijn
                                    zullen kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze
                                    belemmeringen zijn weggenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4: RELATIE GRONDUITGIFTE EN ANDERE
                            KOSTENVERHAALS-INSTRUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10. Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een bekostigingsbesluit is genomen, zal, indien
                            de exploitant een exploitatie-overeenkomst aangaat, in de overeenkomst
                            worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                            overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullend
                            kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de betreffende
                            onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Voorzieningen van ondergeschikt belang</titel></kop><al>De artikelen
                                3, 5 en
                             6 lid a en
                                b van deze verordening zijn niet van toepassing voor
                            voorzieningen van openbaar nut van ondergeschikt belang, zoals een
                            uitweg op de openbare weg of een aansluiting op het openbare riool, al
                            dan niet in het buitengebied.</al><al>In dergelijke gevallen besluit de gemeenteraad onder welke voorwaarden
                            deze voorzieningen van openbaar nut door of met medewerking van de
                            gemeente zullen worden aangelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12. Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat op het moment van
                            inwerkingtreding van deze verordening een bekostingsbesluit is genomen,
                            een exploitatie-overeenkomst is afgesloten of de voorzieningen van
                            openbaar nut reeds in uitvoering zijn, vinden de bepalingen van deze
                            verordening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig, op een aan die
                            situatie aangepaste wijze toepassing. In dat geval stelt de
                            gemeenteraad, indien zulks nog niet zou hebben plaatsgevonden, bij wijze
                            van nadere toelichting op het bestaande bekostigingsbesluit, een
                            begroting van kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 3, lid b
                                sub 6, vast en wordt deze begroting aan de exploitant ter
                            beschikking gesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag, volgende op de dag waarop
                            de bekendmaking van de verordening heeft plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Aa en Hunze 2001".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gieten, 31 mei 2001</ondertekening><ondertekening>De Raad van de gemeente Aa en Hunze</ondertekening><ondertekening>Secretaris Burgemeester</ondertekening><ondertekening>Mr. F. Snoep Drs. R.W. Munniksma </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de 'Exploitatieverordening gemeente Aa en Hunze'</vet></al><al><vet>Algemeen:</vet></al><al>In het kader van de gemeentelijke grondpolitiek zullen regels moeten worden
                    gesteld inzake het verhaal van kosten van de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut.</al><al>Het kostenverhaal van de aanleg van deze voorzieningen kan op drie verschillende
                    wijzen plaatsvinden.</al><al>Allereerst, en dat verdient de voorkeur, kan dat via de gronduitgifte. In dat
                    geval worden de kosten doorberekend in de uitgifteprijs. Er is dan sprake van
                    actieve grondpolitiek: de gemeente koopt grond, maakt deze bouwrijp en geeft
                    weer uit.</al><al>Het kan echter zijn dat de gemeente geen eigenaar is van de te exploiteren grond
                    en deze ook niet kan verwerven, bij voorbeeld omdat de eigenaar zelf bereid en
                    in staat is de toekomstige bestemming te realiseren.</al><al>In dat geval is de tweede mogelijkheid aan de orde, kostenverhaal via een
                    exploitatiebijdrage die wordt vastgelegd in een exploitatie-overeenkomst.
                    Krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening/article=42">artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening</extref> moet elke
                    exploitatie-overeenkomst in overeenstemming zijn met hetgeen daartoe is
                    vastgelegd in de gemeentelijke exploitatieverordening.</al><al>De derde mogelijkheid om kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut te
                    plegen is via baatbelasting op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222 van de Gemeentewet</extref>.</al><al>Met name met het oog op de tweede wijze van kostenverhaal, maar ook ziende op de
                    derde wijze, worden in de 'Exploitatieverordening Aalsmeer 2001' regels gesteld.
                    Deze verordening voldoet aan de eisen die door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222 GemW</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening/article=42">artikel 42 WRO</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">AWB</extref> worden gesteld en ziet vooruit op het instrumentarium dat door
                    het Rijk op 31 januari 2001 in de grondbeleidsnota ‘Op Grond van Beleid’ wordt
                    geïnitieerd.</al><al>Uit de jurisprudentie blijkt, dat een exploitatieverordening moet worden gezien
                    als een stelsel van algemene voorwaarden behorende bij een
                    exploitatie-overeenkomst. In de verordening zijn echter ook aanwijzingen
                    opgenomen die noodzakelijk zijn om de mogelijkheid van heffing van baatbelasting
                    te waarborgen, met name gaat het daarbij om de vorm van het
                    bekostigingsbesluit.</al><al>In de exploitatieverordening zijn de volgende uitgangspunten verwerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>Duidelijkheid omtrent de voorzieningen van openbaar nut waarvan de
                            kosten worden verhaald, waarbij met name met het milieuaspect rekening
                            is gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien binnen een bestemmingsplan niet alle gronden door de gemeente
                            kunnen worden verworven, moet het verhaal van de kosten van aanleg van
                            voorzieningen van openbaar nut op andere wijze worden zeker gesteld.
                            Alle betrokkenen hebben er recht op vooraf te weten op welke wijze de
                            gemeente dat zal doen.</al></li><li nr="Daartoe"><al>wordt overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222 van de Gemeentewet</extref>, zoals dat sinds 1 januari
                            geldt, een bekostigingsbesluit genomen, voordat wordt gestart met de
                            aanleg van de te bekostigen voorzieningen. Indien niet tijdig een
                            bekostigingsbesluit is genomen, kan geen baatbelasting worden opgelegd.
                            Het kostenverhaalsbesluit bevat naast de wettelijke eisen ook enkele
                            beleidsmatige elementen. Met name wordt daarin aangegeven hoe de relatie
                            ligt tussen kostenverhaal op basis van de exploitatieverordening en op
                            basis van baatbelasting. In de verordening is daartoe de systematiek van
                            baattoerekening aangepast op en gerelateerd aan de fiscale
                            verhaalsmethode.</al></li><li nr="3."><al>Een exploitatie-overeenkomst kan, in tegenstelling tot hetgeen in de
                            oude verordening het geval was, nu ook op initiatief van de gemeente
                            worden gesloten. Vanwege het onder 2. genoemde beleidsmatige
                            uitgangspunt zal het ook veelal de gemeente zijn die het initiatief
                            neemt. Uiteraard kan een exploitatieovereenkomst ook worden gesloten op
                            aanvraag van de exploitant.</al></li></lijst><al><vet>De exploitatieverordening is opgebouwd uit 14 artikelen:</vet></al><al>In artikel 1 worden
                    allereerst de begripsbepalingen gegeven en wordt verder aangegeven welke werken
                    tenminste worden beschouwd als voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze
                    verordening.</al><al>De verordening is alleen van toepassing, als medewerking wordt verleend aan het
                    in exploitatie brengen van gronden die niet in eigendom zijn van de gemeente. De
                    daartoe opgenomen definitie strookt met de terminologie die ook de wetgever
                    hanteert in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222 GemW</extref>. Onder deze definitie vallen ook gebouwde
                    onroerende zaken.</al><al>In tegenstelling tot de oude verordening wordt de aanleg van
                    rioolwaterzuiveringsinstallatie niet meer beschouwd als een voorziening van
                    openbaar nut. Dat is uitdrukkelijk wel het geval met de milieutechnische en
                    ecologische maatregelen die ten behoeve van het plan moeten worden genomen.</al><al>In artikel 2 wordt
                    aangegeven wat wordt begrepen onder de kosten van in exploitatie brengen. Dat
                    betreft zowel de kosten van voorzieningen binnen als van voorzieningen buiten
                    het plan. De laatste worden wel aangeduid als kosten van bovenwijkse
                    voorzieningen. Indien dat wenselijk wordt geacht, kunnen de kosten voor
                    bovenwijkse voorzieningen worden doorberekend via een fondsopslag, maar dat
                    vereist wel een beleidsmatige onderbouwing daarvan, alsmede een consequente
                    toepassing van dat beleid. Dat houdt in dat de opslag ook wordt toegepast binnen
                    exploitaties van gebieden waarin alle grond in handen van de gemeente is. De
                    beleidsmatige onderbouwing kan plaatsvinden bij de vaststelling van het
                    structuurplan of op basis van een afzonderlijke beleidsnota, liefst vastgesteld
                    overeenkomstig de regels in de toekomstige derde tranche van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">AWB</extref>, dat wil zeggen algemeen kenbaar en goed onderbouwd.</al><al>In principe legt de gemeente de openbare voorzieningen zelf aan. In deze
                    bepaling is ook een garantie opgenomen voor de kwaliteit en de financiële
                    borging ingeval de exploitant zelf de openbare voorzieningen aanlegt. Overigens
                    ontbreekt dit laatste element in de modelverordening van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening">VNG</extref>, maar wordt dat wel in andere modellen gehanteerd. In de
                    praktijk is gebleken, dan deze bepaling een goed bruikbaar extra instrument
                    biedt.</al><al>In artikel 3
                    is bepaald dat de gemeente een bekostigingsbesluit zal vaststellen voor het
                    betreffende gebied.</al><al>Dat is noodzakelijk, omdat pas in de loop van het ontwikkelingsproces van een
                    bestemmingsplan duidelijk wordt in hoeverre de grond door de gemeente kan worden
                    verworven en in hoeverre met particuliere eigenaren tot overeenstemming rond een
                    exploitatie-overeenkomst kan worden gekomen. Zonder bekostigingsbesluit, genomen
                    voordat de eerste feitelijke handelingen voor de aanleg plaatsvinden, kan geen
                    baatbelasting worden geheven volgens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222 Gemeentewet</extref>.</al><al>Het is van het uiterste belang dat binnen de grenzen van de bijbehorende
                    tekening alle in de toekomst gebate percelen zijn betrokken. Is het gebied te
                    groot, dan kan dat bij het maken van een baatbelastingverordening worden
                    gecorrigeerd. Het gebaat zijn wordt vastgesteld op de in een eventueel te maken
                    baatbelastingverordening vast te stellen peildatum.</al><al>Ter vergroting van de rechtszekerheid wordt het bekostigingsbesluit voorzien van
                    enkele elementen die niet door de wet worden geëist, zoals enkele
                    beleidsaanwijzingen, een aanduiding van de voorzieningen die zullen worden
                    getroffen en een kostenbegroting, die periodiek kan worden bijgesteld. De
                    toerekening van kosten aan gebate percelen vindt plaats overeenkomstig de
                    begroting van kosten en opbrengsten en naar mate van de baat die een perceel
                    geniet van de aan te leggen voorzieningen.</al><al>Verder wordt het beleid van de gemeente bij het nemen van het
                    bekostigingsbesluit vastgelegd: allereerst trachten zelf te verwerven, in
                    gevallen waarin dat niet lukt trachten exploitatie-overeenkomsten tot stand te
                    brengen en tenslotte, als er percelen overblijven die wel gebaat zijn door de
                    voorzieningen, maar anders geen bijdrage zouden leveren in de kosten, het
                    opleggen van baatbelasting.</al><al>In de loop van het ontwikkelingsproces van het plan zal duidelijk worden of er
                    na gereedkoming van de aanleg van de voorzieningen van openbaar nut een
                    baatbelastingverordening moet worden vastgesteld. Daarvoor is twee jaar de tijd
                    vanaf de datum van gereedkomen van de voorzieningen.</al><al>In artikel
                        4 is aangegeven met welke eenheid wordt gerekend om te komen tot
                    een verantwoorde omslag van de baat over de gebate percelen. Die rekeneenheid is
                    een omslag naar m², gecorrigeerd naar ligging, toekomstige bestemming en
                    objectieve gebruiksmogelijkheid. In geval er op deze wijze geen billijke omslag
                    kan worden vastgesteld biedt de bepaling de mogelijkheid om dat op andere wijze
                    te doen.</al><al>In artikel 5
                    is de berekeningswijze aangegeven van de exploitatiebijdrage die de exploitant
                    krachtens de exploitatie-overeenkomst zal moeten betalen. In geval strijd
                    ontstaat over de toepassing van deze aanwijzing kan een commissie van
                    deskundigen uitkomst bieden. Een bijzondere regeling is van toepassing voor het
                    geval de exploitant zelf de voorzieningen aanlegt.</al><al>De in artikel
                        6 ten tonele gevoerde exploitatie-overeenkomst berust uiteraard op
                    wilsovereenstemming. Noch de exploitant, noch de gemeente kan worden gedwongen
                    om een dergelijke overeenkomst te sluiten. Komt een overeenkomst tot stand, dan
                    dient die in overeenstemming te zijn met de exploitatieverordening en de daartoe
                    met name gegeven elementen te bevatten. In het door de HR in 1996 gewezen
                    Uden-arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat afwijkingen van de verordening leiden
                    tot onverbindendheid van de exploitatie-overeenkomst.</al><al>Artikel 7
                    bevat de voorwaarden waaraan een exploitant moet voldoen die zelf een aanvraag
                    indient tot het sluiten van een exploitatie-overeenkomst.</al><al>De VNG verordening bevat de uitdrukkelijke uitspraak dat er dan geen
                    bekostigingsbesluit noodzakelijk is. Toch hanteert de VNG-verordening dan wel de
                    daarbij behorende (maar niet vastgestelde) begroting. Met dit principe is in de
                    voorgelegde verordening gebroken. Er is niets tegen om ook in het geval een
                    exploitant uitdrukkelijk om een exploitatie-overeenkomst verzoekt een
                    bekostigingsbesluit te nemen. In geval van calamiteit (bijvoorbeeld bij
                    faillissement van de exploitant) kan dat zijn nut nog bewijzen.</al><al>De weigeringsgronden staan in artikel 8, maar zijn niet uitputtend aangegeven.
                    De rechtszekerheid vereist echter bij weigering een goede motivatie. De
                    weigeringsgronden moeten worden gezien als een ondersteuning bij die
                    motiveringseis, de gemeente mag ze hanteren maar hoeft dat niet. Als medewerking
                    aan het sluiten van een exploitatie-overeenkomst wordt geweigerd, kan ook geen
                    medewerking worden verleend aan het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                    binnen het eigendomsgebied van de exploitant. De elementen regie en particulier
                    opdrachtgeverschap uit de nota ‘Op Grond van Beleid’ zijn aan de
                    weigeringsgronden toegevoegd.</al><al>Artikel 9 geeft nog twee
                    mogelijkheden om de beslissing aan te houden.</al><al>In artikel 10 wordt
                    voldaan aan de eis van de wet, dat geen baatbelasting mag worden geheven, als er
                    sprake is van kostenverhaal op andere wijze, via de gronduitgifte of een
                    exploitatie-overeenkomst. Een betrokkene kan dus nooit twee keer een bijdrage
                    betalen.</al><al>In artikel
                        11 staat een afwijkingsmogelijkheid voor gevallen waarin sprake is
                    van de aanleg van voorzieningen van ondergeschikt belang.</al><al>De overgangs- en slotbepalingen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>