<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR134082_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een baatbelasting riolering in het in de gemeente Mill en St.Hubert gelegen gebied De Maurik.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koerier</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en de invordering van een baatbelasting riolering in het in de gemeente Mill en St.Hubert gelegen gebied De Maurik.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-05-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een baatbelasting riolering in het
            in de gemeente Mill en St.Hubert gelegen gebied De Maurik.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al>a. een onroerende zaak: </al><al>1. een gebouwd eigendom; </al><al>2. een ongebouwd eigendom; </al><al>3. een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn
                        indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; </al><al>4. een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen
                        of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld
                        bij elkaar horen. </al><al>b. het bestemmingsplan: bestemmingsplan buitengebied. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>1. Onder de naam baatbelasting riolering in het in de gemeente Mill en
                        St.Hubert gelegen gebied de Maurik wordt in de vorm van een heffing ineens
                        een directe belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de
                        gemeente binnen de rode omlijning op de bij deze verordening behorende en
                        als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 21 april 1997 zijn gebaat door de in
                        het tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht
                        door of met medewerking van het gemeentebestuur. </al><al>2. De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten: aanleg riolering.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1. De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
                        bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                        of beperkt recht. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als
                        genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene
                        die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting
                        wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van
                        het belastingjaar als zodanig bij het - kadaster bekend staat, tenzij blijkt
                        dat hij op dit tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of
                        beperkt recht is. </al><al>2. Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                        artikel 2 tweede lid, terzake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst
                        zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die onroerende zaak
                        niet geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Maatstaf van heffing </label></kop><al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per onroerende zaak f 2.173,48. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting </label></kop><al>1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                        belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
                        belasting gedurende 20 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient
                        binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij het
                        college van burgemeester en wethouders te worden ingediend. </al><al>2<cursief>.</cursief>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al><al>3. De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                        verschuldigde, berekend op basis van een periode van 20 jaren en een
                        rentevoet van 6,21 <vet><cursief>%. </cursief></vet></al><al>4. De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
                        worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op
                        1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te
                        verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 6,21
                                <vet><cursief>%. </cursief></vet></al><al>5. Het in het lid 3 en 4 van dit artikel genoemde rentepercentage van 6,21
                        is afgeleid van het rentepercentage wat per 21 april 1997 geldt voor een bij
                        de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (B.N.G.) af te sluiten vaste geldleningen
                        voor een periode van 20 jaar op annuteitsbasis, rente gedurende de gehele
                        looptijd vast. 6a.ln geval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                        jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                        als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het
                        overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
                        genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het
                        eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende
                        belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde
                        lid van dit artikel. b.ln afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt
                        op verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse
                        heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe
                        dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel
                        a, schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders te worden
                        ingediend. </al><al>7.lngeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
                        en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt
                        recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt,
                        voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing
                        als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw
                        vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Machtiging tot overdracht van bevoegdheden</titel></kop><al>1. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het verlenen
                        van schriftelijke toestemming met betrekking tot het verdagen van de
                        uitspraak op het bezwaarschrift voor ten hoogste één jaar. </al><al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan een of meer
                        gemeente-ambtenaren aanwijzen die in zijn plaats treden met betrekking tot
                        de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing en de
                        invordering van de baatbelasting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verzending van aanslagen</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat voor de
                        toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste
                        lid, van de Invorderingswet 1990 (Stb. 221) voor de betrokken in artikel
                        212, tweede lid, van de Gemeentewet (Stb. 1994, 762) bedoelde
                        gemeente-ambtenaar een andere gemeente-ambtenaar in de plaats treedt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Nakoming van verplichtingen </label></kop><al>De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene Wet
                        inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301) en in de artikelen 58 en 60 van de
                        lnvorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de
                        algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet,
                        gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders
                        aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke belastingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Rente</titel></kop><al>1. Het bepaalde in Hoofdstuk V van de lnvorderingswet 1990 inzake
                        invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van de baatbelasting. </al><al>2. De ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet
                        1990 vindt daarbij overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>'Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van
                        bekendmaking. </al><al>2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 1998. </al><al>3. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening baatbelasting
                        riolering in het in de gemeente Mill en St.Hubert gelegen gebied “de
                        Maurik”. </al><al/></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>GEMEENTE MILL EN ST. HUBERT </vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Mill en St.Hubert;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 april
                    1997; gelet op de exploitatieverordening gemeente Mili en St.Hubert 1996; gelet
                    op het raadsbesluit van 14 maart 1996 met betrekking tot het verhaal van kosten
                    via een exploitatie-overeenkomst inzake gemaakte kosten voor de aanleg van
                    riolering in het in de gemeente Mill en St. Hubert gelegen gebied de Maurik”;
                    besluit: </al><al>vast te stellen de hierna opgenomen begroting van kosten en aanleggen van een
                    riolering in het gebied de Maurik. </al><al/><al>Uitgaven: </al><al>Kosten aannemer aanleg riolering 430.792,13</al><al>Kosten van gemeentewege aanleg riolering 2.333,23 </al><al>Voorbereidingskosten en toezicht 12.032,00</al><al>Kosten accountanstcontrole <onderstreept>1.492,25</onderstreept></al><al> sub-totaal 446.649,61</al><al>Inkomsten: </al><al>Bijdrage derde/subsidies: 142.312,60</al><al>Netto uitgaven <onderstreept>304.337,01 </onderstreept></al><al/><al>Volgens de per 21 april 1997 gehouden inventarisatie zijn binnen het betreffende
                    gebied 25 onroerende zaken gebaat door de voorziening. </al><al>Per gebate onroerende zaak bedragen de kosten 12.173,48</al><al>Volgens raadsbesluit van 14 maart 1996 neemt de gemeente per gebate onroerende
                    zaak voor haar rekening Te verhalen via een baatbelasting c.q. een exploitatie-
                    overeenkomst per gebate onroerende zaak <onderstreept>10.000,00
                    </onderstreept></al><al>Te verhalen via een baatbelasting c.q. een exploiatieovereenkomst per gebate
                    onroeredende zaak : 2.173.48 </al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Mill c.a.
                    op 1 mei 1997.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>