<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR13394_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening speelautomatenhallen gemeente Aa en Hunze 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 21-04-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening speelautomatenhallen gemeente Aa en Hunze 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen titel V a </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000">Speelautomatenbesluit 2000 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004/28-10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening speelautomatenhallen gemeente Aa en Hunze 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente AA en Hunze;</al><al>gelezen het voorstel van het college van de gemeente AA en Hunze, d.d. 30
                        maart 2004, nummer 2004/28-10;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">titel V a van de Wet op de kansspelen</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000">Speelautomatenbesluit</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=154">artikel 154 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>in te trekken de: “Verordening op de kans- en
                                behendigheidsspelen.”</al></li><li nr="b."><al>vast te stellen de volgende verordening:</al></li><li nr="“Verordening"><al>speelautomatenhallen gemeente Aa en Hunze 2004.”</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet : de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref>;</al></li><li nr="b."><al>speelautomatenbesluit : <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000">Speelautomatenbesluit 2000</extref>;</al></li><li nr="c."><al>speelautomaat : een toestel, ingericht voor de beoefening van
                                    een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
                                    mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het
                                    resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke
                                    uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht
                                    om gratis verder te spelen;</al></li><li nr="d."><al>behendigheidsautomaat : een speelautomaat waarvan het
                                    spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur
                                    of het recht op gratis spellen, en het proces, ook nadat het in
                                    werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het
                                    geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij
                                    het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in
                                    welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen
                                    verkregen wordt;</al></li><li nr="e."><al>kansspeelautomaat : een speelautomaat die geen
                                    behendigheidsautomaat is;</al></li><li nr="f."><al>aanwezigheidsvergunning : de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30b">artikel 30b eerste lid van de wet</extref> bedoelde
                                    vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten;</al></li><li nr="g."><al>exploitatievergunning : de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30h%20">artikel 30h eerste lid van de wet</extref> bedoelde
                                    vergunning voor het exploiteren van een of meer
                                    speelautomaten;</al></li><li nr="h."><al>inrichting : inrichtingen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30c eerste lid van de wet</extref>;</al></li><li nr="i."><al>ondernemer : de natuurlijke of rechtspersoon die de inrichting
                                    exploiteert;</al></li><li nr="j."><al>bedrijfsleider : degene die algemene leiding geeft aan een
                                    onderneming/inrichting;</al></li><li nr="k."><al>beheerder : degene die met het dagelijks toezicht en de
                                    onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;</al></li><li nr="l."><al>speelautomatenhal : een inrichting, bestemd om het publiek
                                    gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te
                                    beoefenen, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30c, eerste lid onder c van de wet</extref>;</al></li><li nr="m."><al>openbare weg : alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
                                    openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen
                                    bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen
                                    en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of
                                    paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;</al></li><li nr="n."><al>gebouw: : elk bouwwerk dat een voor personen of dieren
                                    toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
                                    omsloten ruimte vormt;</al></li><li nr="o."><al>hoogdrempelige inrichting : een inrichting waar een bedrijf of
                                    werkzaamheid wordt uitgeoefend als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=3%20">artikel 3 eerste lid onder a of c van de Drank- en
                                        Horecawet</extref>, waarvoor ingevolge die wet vergunning is
                                    verleend en deze nog van kracht is en waar het café- of
                                    restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere
                                    activiteiten plaatsvinden waaraan een zelfstandige betekenis kan
                                    worden toegekend, en waarvan de activiteiten in belangrijke mate
                                    gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder;</al></li><li nr="p."><al>laagdrempelige inrichting : een inrichting die geen
                                    hoogdrempelige inrichting is, en waarvoor ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet%20">artikel 3 eerste lid onder a of c van de Drank- en
                                        Horecawet</extref> vergunning is verleend en deze nog van
                                    kracht is, of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en
                                    ingeschreven is bij het Bedrijfsschap Horeca.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 SPEELAUTOMATENHALLEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan voor maximaal 1 speelautomatenhal een
                                    vergunning verlenen, waarin maximaal 15 speelautomaten mogen
                                    worden opgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is
                                    opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin
                                    is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk
                                    aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden
                                    opgesteld;</al></li><li nr="b."><al>een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en
                                    Fabrieken;</al></li><li nr="c."><al>een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de
                                    ruimte te beschikken;</al></li><li nr="d."><al>een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel,
                                    indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degenen die de
                                    onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigen en van de
                                    beheerder(s).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de
                            aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen. De beslissing kan
                            eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de
                                    ondernemer en is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="2."><al>In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.</al></li><li nr="3."><al>Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen verbonden
                                    worden. Deze hebben in elk geval betrekking op: </al><lijst><li nr="a."><al>de sluitingstijden van de speelautomatenhal;</al></li><li nr="b."><al>het toezicht in de speelautomatenhal;</al></li><li nr="c."><al>het aantal en type speelautomaten dat mag worden
                                            opgesteld;</al></li><li nr="d."><al>de exploitatie van de hal.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning wordt geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>reeds een vergunning voor een speelautomatenhal is
                                            verleend;</al></li><li nr="b."><al>de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf
                                            de openbare weg voor het publiek toegankelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft
                                            (hebben) bereikt;</al></li><li nr="d."><al>de ondernemer of de beheerder(s) onder curatele staat
                                            (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen
                                            toebehorende goederen, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20Boek%201">boek 1, titel 19, van het Burgerlijk
                                                Wetboek</extref>;</al></li><li nr="e."><al>de ondernemer en/of bedrijfsleider en/of beheerder in
                                            enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn;</al></li><li nr="f."><al>door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het
                                            oordeel van de burgemeester vrees bestaat voor het
                                            ontstaan van ernstige stoornis van de openbare
                                            orde;</al></li><li nr="g."><al>door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het
                                            oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in
                                            de naaste omgeving of het karakter van de
                                            winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig
                                            wordt beïnvloed;</al></li><li nr="h."><al>de exploitatie of de vestiging van de speelautomatenhal
                                            strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, dan
                                            wel een stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening
                                            in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing
                                            .</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het
                                    leeftijdsvereiste gesteld in het eerste lid onder c.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een overeenkomstig artikel 5
                                        tweede lid in de vergunning vermelde beheerder de
                                    hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de ondernemer
                                    onder overlegging van de in artikel 3,
                                        onder d, genoemde bescheiden een nieuwe vergunning
                                    aan te vragen binnen twee weken nadat de in artikel 3 bedoelde verklaring
                                    omtrent het gedrag aan hem is verzonden.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor
                                    een nieuwe vergunning voor het vestigen of exploiteren van een
                                    speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden
                                    dan wel indien geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na
                                    het verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste
                                    lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>De burgemeester kan de vergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
                                    vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie
                                    is ontstaan als bedoeld in artikel 6
                                        eerste lid onder g;</al></li><li nr="c."><al>indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden
                                    voorschriften en beperkingen;</al></li><li nr="d."><al>indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode
                                    van langer dan zes maanden wordt onderbroken;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een ondernemer komt te overlijden dient, indien
                                    voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf
                                    weken een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.</al></li><li nr="2."><al>In alle andere gevallen van wisseling van ondernemer dient
                                    binnen vier weken overname van de speelautomatenhal een nieuwe
                                    vergunning te worden aangevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist is
                                    voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van
                                    de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege
                                    vervallen vergunning.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 SPEELAUTOMATEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor hoogdrempelige inrichtingen kan de burgemeester een
                                    aanwezigheidsvergunning verlenen voor maximaal twee
                                    speelautomaten.</al></li><li nr="2."><al>Voor laagdrempelige inrichtingen kan de burgemeester een
                                    aanwezigheidsvergunning verlenen voor maximaal twee
                                    behendigheidsautomaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwezigheidsvergunning kan uitsluitend gesteld worden ten
                                    name van de ondernemer en is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="2."><al>In de aanwezigheidsvergunning wordt de naam van de ondernemer
                                    van de inrichting alsmede het adres van de inrichting waar de
                                    speelautomaat is geplaatst, vermeld.</al></li><li nr="3."><al>De aanwezigheidsvergunning kan verleend worden voor de periode
                                    van maximaal 1 jaar, welke samenvalt met het kalenderjaar.</al></li><li nr="4."><al>Indien een aanwezigheidsvergunning in de loop van een
                                    kalenderjaar wordt aangevraagd en verleend, geldt deze voor de
                                    resterende maanden van dat jaar.</al></li><li nr="5."><al>In de aanwezigheidsvergunning wordt opgenomen dat op of aan de
                                    speelautomaat een waarschuwing wordt opgenomen tegen
                                    gokverslaving en overige risico’s van overmatig gokken. De
                                    plaats en de vorm van deze waarschuwing dient te voldoen aan
                                    door de burgemeester te stellen eisen.</al></li><li nr="6."><al>Er mogen alleen speelautomaten worden opgesteld die in eigendom
                                    toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de
                                    exploitatievergunning zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Kansspelen/article=30h%20">artikel 30h eerste lid van de Wet op de
                                    Kansspelen</extref>.</al></li><li nr="7."><al>De speelautomaten moeten worden opgesteld op een in de
                                    inrichting voor een ieder zichtbare en toegankelijke plaats; de
                                    ondernemer c.q. bedrijfsleider c.q. de beheerder dient van
                                    achter de toonbank direct zicht te hebben op de
                                    speelautomaten.</al></li><li nr="8."><al>Middellijke of onmiddellijke uitbetaling door
                                    behendigheidsautomaten mag niet plaats vinden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 STRAF- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>Overtreding van artikel 2 van deze
                                verordening en van de krachtens dat artikel gegeven
                            voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden
                            of geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 12
                            strafbaar gestelde feiten is, behalve aan de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering%20/article=141%20">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</extref> genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                            wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn
                            belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn
                            vermeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde dit vereist, wordt de bevoegdheid te allen tijde de
                            speelautomatenhal, desnoods tegen de wil van de rechthebbende of
                            gebruiker, te betreden verleend aan de ambtenaren:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover zij door het bevoegde bestuursorgaan belast zijn met
                                    de uitvoering van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde
                                    bij of krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>voor zover zij door het bevoegde bestuursorgaan belast zijn met
                                    het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                    deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>voor zover zij belast zijn met de opsporing van overtredingen
                                    van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening “Verordening op de kans- en behendigheidsspelen”
                                    wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking d.d. 20 april 2004, zijnde de
                                    dag na bekendmaking, met inachtneming van het bepaalde in
                                    artikel 25 lid 1 Tijdelijke referendumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening speelautomatenhallen
                            gemeente Aa en Hunze 2004.”</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Aa en
                        Hunze, gehouden op 14 april 2004.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>T. Santes Drs. R.W. Munniksma.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>TOELICHTING VERORDENING SPEELAUTOMATENHALLEN</vet></al><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al><vet>1 Hoofdlijnen van de gewijzigde wet op de kansspelen</vet></al><al><vet>1.1 Inleiding</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Kansspelen%20">Wet op de Kansspelen</extref> (Stb 1964, 483) heeft bij een aantal wetten
                    wijzigingen ondergaan. Bij wet van 13 november 1985, Stb 600, is er een
                    belangrijke wijziging doorgevoerd. De considerans van deze wet luidt dat het
                    wenselijk is speelautomaten met beperkte mogelijkheden tot uitkering van prijzen
                    of premies toe te staan. Op dit punt bevat de wet in titel Va een gecompliceerde
                    en omvangrijke regeling.</al><al>Het oude artikel 30, dat blijkens de toelichting op het wetsvoorstel bij de
                    huidige ontwikkelingen rond speelautomaten een onvoldoende regeling bood, is
                    vervangen door titel Va (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikelen 30 tot en met 30 aa</extref>) van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Kansspelen">Wet op de Kansspelen</extref>.</al><al>De Commissie vermindering en vereenvoudiging van regelgeving, de zgn.
                    commissie-Geelhoed, zag aanleiding het aan de herziening ten grondslag liggende
                    wetsvoorstel op de dereguleringslijst te plaatsen.</al><al>Dat de regeling de dereguleringstoets heeft kunnen doorstaan en in de gekozen
                    opzet is gehandhaafd, is deels toe te schrijven aan de grondige voorbereiding
                    die aan de totstandkoming van de nieuwe speelautomatenregeling is
                    voorafgegaan.</al><al>Nadat de media in de jaren zeventig excessen bij de exploitatie van
                    speelautomaten signaleerden, werd vanuit de Tweede Kamer aandrang uitgeoefend op
                    een herziening van artikel 30.</al><al>De eerste aanzet is eind 1974 gegeven door de instelling van een
                    interdepartementale werkgroep, die tot taak kreeg deze materie nader te
                    onderzoeken en waar mogelijk richtlijnen te doen opstellen voor de keuring en de
                    controle op speelautomaten.</al><al>De werkgroep bracht in 1977 verslag uit, waarop de ministerraad in maart 1978
                    besloot dat een wetsontwerp overeenkomstig de lijnen van het rapport zou worden
                    voorbereid.</al><al>Met die voorbereiding werd eveneens een interdepartementale commissie belast.
                    Namens de Vereniging nam mr. E.Ch. Lisser, adjunct-hoofd van de afdeling
                    algemene zaken ter secretarie van Amsterdam, aan de werkzaamheden van beide
                    commissies deel. Het is hier niet de plaats het verdere verloop van het
                    wetsvoorstel in extenso te memoreren. Volstaan mag worden met een verwijzing
                    naar de samenvattende beschouwing van mr. E.Ch. Lisser in de Gemeentestem nr.
                    6778 onder de titel 'Een kansrijke regeling?', waarin tevens de essentie van de
                    nieuwe regeling wordt geschetst.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Kansspelen%20">Titel Va van de Wet op de Kansspelen</extref> regelt tot in de finesses het
                    systeem van toelatings-, exploitatie- en aanwezigheidsvergunningen waardoor het
                    legaal exploiteren van kansspelautomaten mogelijk wordt gemaakt. Grote lokale
                    verschillen in beleid laat de nieuwe regeling niet toe. In een opzicht echter
                    wordt de gemeentelijke overheid een aanmerkelijke beleidsruimte gelaten. De
                    gemeenteraad heeft ingevolge de regeling de bevoegdheid bij verordening de
                    exploitatie van speelautomatenhallen te regelen.</al><al>In het vorenstaande is vermeld dat het wetsvoorstel dat aan de wet van 13
                    november 1985 ten grondslag lag door de commissie-Geelhoed, met instemming van
                    de regering, op de dereguleringslijst is geplaatst. De commissie-Geelhoed
                    onderschreef wel de algemene opzet, maar bracht op onderdelen van het
                    wetsvoorstel kritiek naar voren. Het commentaar van deze commissie op het
                    voorstel van de herzieningswet is voor de regering aanleiding geweest bij
                    koninklijke boodschap van 21 oktober 1985 een voorstel van wet tot aanpassing
                    van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20">Wet op de kansspelen</extref> (speelautomaten) in te dienen (wetsvoorstel
                    19266).</al><al>De aanbevelingen van de commissie-Geelhoed die hun neerslag hebben gevonden in
                    de aanpassingswet, betreffen: een beperking van de bepalingen die afwijkende
                    regels mogelijk maken, een beperking van de rol van de centrale overheid met
                    betrekking tot de aanwezigheid van speelautomaten en een duidelijker
                    omschrijving van de aan de Kroon gedelegeerde bevoegdheden. De belangrijkste
                    punten uit het aanpassingsvoorstel worden in het artikel De aanpassing van de
                    (herziene) <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref> in de Gemeentestem nr. 6815, door mr. E.Ch.
                    Lisser, aangegeven.</al><al>In de wet zijn de wijzigingen uit de aanpassingswet opgenomen. Voordat meer in
                    het bijzonder op de modelverordening ter regulering van speelautomatenhallen
                    wordt ingegaan, volgt in hoofdlijnen een toelichting op de wet.</al><al>Het Speelautomatenbesluit is de citeertitel van de algemene maatregel van
                    bestuur ter uitvoering van de regeling van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">titel V a van de wet</extref>.</al><al><vet>1.2 Doel van de Wet op de kansspelen</vet></al><al>De wet strekt er toe de gebleken behoefte van het publiek tot het beoefenen van
                    een kansspel door middel van speelautomaten die uitzicht op winst geven te
                    reguleren. Daarbij mag enerzijds het automatenspel niet tot zodanige verliezen
                    leiden dat financieel zwakkere groepen in onze samenleving worden benadeeld,
                    terwijl anderzijds een redelijke exploitatie mogelijk moet zijn ten einde een
                    vlucht in de illegaliteit te voorkomen.</al><al><vet>1.3 Vergunningenstelsel</vet></al><al>De regulering van speelautomaten berust in de wet op een drieledig onderling
                    verbonden vergunningenstelsel. Alleen toegelaten speelautomaten mogen in de
                    handel worden gebracht, geexploiteerd en in de daartoe aangewezen inrichtingen
                    worden opgesteld.</al><lijst><li nr="a."><al>Model-toelating: Ten einde het verliesrisico te beperken, maar
                            anderzijds een redelijke exploitatie mogelijk te maken moeten
                            speelautomaten aan bepaalde technische eisen voldoen. Met het oog daarop
                            is in artikel 30 m het verbod opgenomen speelautomaten te vervaardigen
                            of in te voeren, tenzij het model is goedgekeurd door de minister van
                            economische zaken.</al></li><li nr="b."><al>Exploitatievergunning: Voor de exploitatie, dat wil zeggen het
                            bedrijfsmatig en als eigenaar gebruiken of aan een ander in gebruik
                            geven van een of meer speelautomaten, is een door genoemde minister af
                            te geven exploitatievergunning vereist ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30h">artikel 30 h, eerste lid</extref>. De exploitant vervult in het
                            systeem een sleutelpositie. Alle opgestelde speelautomaten dienen
                                (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30d">zie artikel 30 d, eerste lid</extref>) in eigendom aan een
                            exploitant toe te behoren. Te allen tijde moet uit zijn administratie af
                            te leiden zijn waar de aan hem toebehorende speelautomaten zijn
                            opgesteld. Daarnaast mag een exploitant, ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30t">artikel 30 t, eerste lid, onder b</extref>, slechts speelautomaten
                            exploiteren die overeenstemmen met het toegelaten model. Daarmee rust op
                            de exploitant de verplichting er voor te waken dat de speelautomaten
                            blijvend in overeenstemming zijn met het toegelaten model.</al></li><li nr="c."><al>Aanwezigheidsvergunning: Voor de opstelling van speelautomaten in bij de
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">wet, in artikel 30 c, eerste lid</extref>, aangewezen inrichtingen
                            is een aanwezigheidsvergunning vereist, af te geven door de
                                burgemeester.</al></li></lijst><al><vet>1.4 Het begrip speelautomaat</vet></al><al>De omschrijving van het begrip speelautomaat wordt gegeven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30 van de wet</extref>. Uit de tekst 'ingericht voor de beoefening
                    van een spel' blijkt dat wissel-automaten, verkoopautomaten en jukeboxen niet
                    onder de regeling vallen en uit de tekst 'bestaat uit een door de speler in
                    werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces' evenmin biljarts,
                    tafelvoetbalspelen en dergelijke apparatuur.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">Artikel 30</extref> maakt een onderscheid tussen de verschillende typen
                    automaten. Dit onderscheid wordt uitgewerkt in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit">Speelautomatenbesluit</extref>. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=1%20">artikel 1 van het Speelautomatenbesluit</extref> omschreven wat onder een
                    behendigheidsautomaat wordt verstaan. Een speelautomaat die geen
                    behendigheidsautomaat is, wordt als kansspelautomaat aangemerkt.</al><al>Kenmerkend voor een behendigheidsautomaat is, dat de automaat zo moet zijn
                    ingericht dat het spelproces ook nadat het in werking is gesteld, zodanig door
                    de speler kan worden beinvloed dat het van zijn inzicht en behendigheid bij het
                    gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur
                    verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt.</al><al>In beginsel vallen alle behendigheids- en kansspelautomaten onder de wet, tenzij
                    ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30a">artikel 30 a</extref>, een afwijkende regeling geldt.</al><al>Buiten het toepassingsgebied van de wettelijke bepalingen zijn de navolgende
                    soorten speelautomaten gebracht:</al><lijst><li nr="a."><al>behendigheidsautomaten die zonder enige inworp door de speler in werking
                            kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot
                            de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies. Gedacht moet hierbij
                            worden aan allerlei vormen van computerspelletjes waarvoor vele
                            programma's in de handel zijn en die door een druk op de knop en niet
                            door het inwerpen van geld in werking worden gesteld. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=2%20">artikel 2 lid 1 van het Speelautomatenbesluit</extref> is voor deze
                            spelletjes bepaald, dat geen aanwezigheidsvergunning (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30b">artikel 30 b</extref>), exploitatievergunning (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20h">artikel 30 h, eerste lid</extref>), toelatingsvergunning (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=artikel%2030%20m">artikel 30 m</extref>) nodig is. Tevens behoeven deze apparaten
                            geen merkteken te hebben en zijn zij vrijgesteld van het bepaalde
                            omtrent het in de handel brengen en exploiteren van speelautomaten
                                (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20t">artikel 30 t eerste en tweede lid</extref>);</al></li><li nr="b."><al>speelautomaten die als typische kermisapparatuur op een lijst als
                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=3">artikel 3 van het Speelautomatenbesluit</extref> zijn vermeld (zie
                            1.6. B, sub b).</al></li></lijst><al><vet>1.5 Toelating van speelautomaten</vet></al><al>Alle behendigheidsautomaten en alle kansspelautomaten waarvoor geen afwijkend
                    regime geldt zijn onderworpen aan een model-goedkeuring voor zij in Nederland
                    tot de markt worden toegelaten. De keuring van het aangeboden model wordt
                    verricht door het Nederlands Meet Instituut.</al><al>Als bewijs van toelating zal op iedere goedgekeurde speelautomaat een merkteken
                    worden aangebracht, dat bij het Meet Instituut verkrijgbaar is.</al><al>Behendigheidsautomaten zijn in het algemeen toegelaten via een eenvoudige
                    schriftelijke procedure. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=17%20">artikel 17 van het Speelautomatenbesluit</extref> wordt geeist dat op de
                    automaat geen kredietmeter of uitbetaalmechanisme is aangebracht en dat het
                    spelresultaat niet door het toeval tot stand komt. Behendigheidsautomaten mogen
                    wel een spellentegoedmeter hebben.</al><al>Kansspelautomaten moeten om toegelaten te worden, ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=15">artikel 15 van het Speelautomatenbesluit</extref>, voldoen aan de volgende
                    eisen:</al><lijst><li nr="-"><al>het spelresultaat moet door het toeval tot stand komen;</al></li><li nr="-"><al>het spelresultaat moet voor de speler zichtbaar geregistreerd
                            worden;</al></li><li nr="-"><al>de uitkering mag alleen door de automaat gebeuren, door een
                            uitbetaalmechanisme;</al></li><li nr="-"><al>de inzet per spel zal ten hoogste 0,11 euro mogen bedragen;</al></li><li nr="-"><al>de inworp moet worden gedaan in de vorm van een geldige pasmunt;</al></li><li nr="-"><al>de spelduur zal tenminste 3 seconden moeten bedragen;</al></li><li nr="-"><al>de gemiddelde uitkering zal ten minste 60% van de som van de inzetten
                            moeten zijn;</al></li><li nr="-"><al>de maximumprijs (inclusief eventuele bonusspellen en dergelijke) mag
                            niet meer dan 200 maal de inzet bedragen;</al></li><li nr="-"><al>het gemiddelde verlies zal hooguit 22,69 euro per uur mogen zijn voor de
                            spelers;</al></li><li nr="-"><al>aan de voorzijde van de automaat moet duidelijk zichtbaar aangegeven
                            worden wat de winstmogelijkheden voor de speler zijn.</al></li></lijst><al><vet>Uitgezonderd van het toelatingsregime</vet></al><al>Behalve de onder 1.4 reeds genoemde computerspelletjes zijn op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=2">artikel 2 van het Speelautomatenbesluit</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=30%20m">artikel 30 m</extref> (nieuw) van het toelatingsregime uitgezonderd
                    speelautomaten die:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke eigenschappen
                            bijzondere waarde hebben;</al></li><li nr="b."><al>bestemd zijn voor doorvoer of uitvoer;</al></li><li nr="c."><al>bestemd zijn om als model voor toelating te worden aangeboden;</al></li><li nr="d."><al>bestemd zijn om op kermissen te worden opgesteld, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=3">artikel 3 van het Speelautomatenbesluit</extref>; en</al></li><li nr="e."><al>kansspelautomaten die zonder enige inworp door de speler in werking
                            kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot
                            onmiddellijke uitkering van prijzen of premies. Dit zijn de zgn.
                            computerspelletjes met een kansspelkarakter.</al></li></lijst><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%20/article=2">artikel 2, tweede lid, van het Speelautomatenbesluit</extref> worden deze
                    spelletjes uitgezonderd van het toelatingsregime, doordat de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20m">artikelen 30 m</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20t">30 t, eerste lid, onder a, van de wet</extref> niet van toepassing zijn
                    verklaard. Aangezien <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20t">artikel 30 t, eerste lid, onder b, van de wet</extref> wel van toepassing
                    blijft, mogen computerspelletjes met een kansspelkarakter niet worden
                    geexploiteerd in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20h">artikel 30 h, eerste lid, van de wet</extref>.</al><al>Het Nederlands Meet Instituut kan eventueel behulpzaam zijn, wanneer zich
                    problemen voordoen bij de beoordeling van een speelautomaat op uitzonderlijke
                        kenmerken.</al><al><vet>1.6 De aanwezigheidsvergunning</vet></al><al>De wet geeft een beperkt aantal plaatsen aan waar, op basis van een
                    aanwezigheidsvergunning, speelautomaten mogen worden opgesteld.</al><al>De plaatsen waar speelautomaten met een aanwezigheidsvergunning van de
                    burgemeester mogen worden opgesteld zijn limitatief in de wet aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijven, waar alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse
                            wordt verstrekt (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20c">artikel 30 c eerste lid onder a Wet op de kansspelen</extref>
                            juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=3">artikel 3 eerste lid onder a en c Drank- en Horecawet</extref>).
                            Onder die noemer zijn te brengen: cafe-, restaurant-, hotel- en
                            pensionbedrijven, sportkantines en buurthuizen en dergelijke.
                            Sportkantines die voor het publiek toegankelijk zijn, dienen, blijkens
                            de jurisprudentie op de Drank- en horecawet, als er bedrijfsmatig
                            alcohol wordt verstrekt te beschikken over een vergunning ingevolge
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20horecawet/article=3">artikel 3, eerste lid, onder a, van de Drank- en
                            horecawet</extref>. Voorts behoren tot het begrip 'horecabedrijven' niet
                            voor het publiek toegankelijke inrichtingen waar geschonken wordt tegen
                            betaling. Hieronder vallen veelal de bedrijfskantines, societeiten en
                            besloten clubs;</al></li><li nr="b."><al>inrichtingen waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en ingeschreven is
                            bij het Bedrijfschap Horeca (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20c">artikel 30c, eerste lid onder b Wet op de kansspelen</extref>).
                            Ondernemingen zijn inschrijfplichtig indien daarin de verstrekking van
                            logies of het verstrekken van maaltijden, spijzen of dranken voor
                            verbruik ter plaatse als bedrijf plaats heeft en met dienstverlening
                            gepaard gaat. Indien in inrichtingen naast horeca-activiteiten ook
                            andere bedrijfsvoering plaats vindt, is er pas sprake van een
                            inschrijfplicht wanneer de horeca-activiteiten (mede) bepalend zijn voor
                            het karakter van de bedrijfsuitoefening. Daarvan is sprake indien de
                            bedrijfsvoering zich met name richt op die activiteiten en daarmee
                            derhalve zelfstandig aan het economisch verkeer wordt deelgenomen. Deze
                            omschrijving van het begrip 'inschrijfplicht' is vooral van belang voor
                            de beoordeling van 'horecabedrijven' die slechts een inschrijving bij
                            het Bedrijfschap Horeca trachten te realiseren om daarmee het plaatsen
                            van speelautomaten in de inrichting mogelijk te maken. Hierbij kan
                            bijvoorbeeld gedacht worden aan videotheken, fitnesscentra en sauna's
                            die na plaatsing van een 'koffiehoek' een inschrijving bij het
                            Bedrijfschap Horeca aanvragen. Slechts wanneer deze horeca-activiteiten
                            een zelfstandig onderdeel binnen de hele bedrijfsvoering vormen zijn ze
                            inschrijfplichtig (zie ook de VNG-circulaire 93/45, gemeentelijk
                            speelautomatenbeleid van 23 februari 1993). De niet-commerciele
                            horecabedrijven, zoals sportkantines, club- en buurthuizen zijn niet
                            inschrijfplichtig, voor zover zij niet feitelijk een bedrijf uitoefenen,
                            omdat het instellingen zijn waarvan de statutaire doelstelling niet is
                            gelegen in de commerciele exploitatie van een horecabedrijf.</al></li><li nr="c."><al>een speelautomatenhal. Ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kanspelen%20/article=30%20c">artikel 30 c, eerste lid, onder c, Wet op de kanspelen</extref>
                            wordt hierondere verstaan: een inrichting, niet zijnde een inrichting
                            als bedoeld onder a of b, bestemd om het publiek gelegenheid te geven
                            een spel door middel van speelautomaten te beoefenen voor zover het
                            houden van een zodanige inrichting krachtens een vergunning van de
                            burgemeester bij gemeentelijke verordening is toegestaan. In een
                            speelautomatenhal mogen derhalve geen alcoholhoudende dranken worden
                            verkocht.</al></li></lijst><al>Uitzonderingen op het vereiste van een aanwezigheidsvergunning voor
                    speelautomaten met de navolgende bestemming:</al><lijst><li nr="a."><al>Speelcasino's Voor het aanwezig hebben van speelautomaten in een
                            speelcasino, dat volgens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20">Wet op de kansspelen</extref> wordt geexploiteerd, wordt een
                            vergunning verleend door de minister van economische zaken, ingevolge
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20a">artikel 30 a</extref>. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=8">artikel 8 van het Speelautomatenbesluit</extref> wordt een
                            afwijkende regeling gegeven van de bepalingen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">titel V a</extref>. In speelcasino's kunnen kansspelautomaten
                            worden opgesteld waarvoor bij de modelkeuring andere eisen worden
                            gesteld wat betreft de maximale inzet per spel en de maximale
                            uitkering;</al></li><li nr="b."><al>Kermissen Voor de speelautomaten op kermissen geldt een regeling die
                            zoveel mogelijk aansluit op de bestaande situatie. De typische
                            kermisapparatuur behoeft geen modelkeuring te ondergaan en een
                            exploitatie en aanwezigheidsvergunning zijn evenmin vereist, onder
                            voorwaarde dat zij vermeld zijn op de lijst, vermeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=3">artikel 3 van het Speelautomatenbesluit</extref>.
                            Behendigheidsautomaten die niet op de lijst zijn vermeld mogen zonder
                            aanwezigheidsvergunning op een kermis worden opgesteld, wanneer het een
                            toegelaten model betreft (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=6">artikel 6. onder a, Speelautomatenbesluit</extref>). In dat geval
                            is wel een exploitatievergunning vereist.</al></li><li nr="c."><al>Speelautomaten bestemd voor de verkoop Ingevolge artikel 6, onder b, van
                            het Speelautomatenbesluit is geen aanwezigheidsvergunning vereist voor
                            speelautomaten uitsluitend ten behoeve van het verkopen of van het
                            krachtens een exploitatievergunning aan anderen in gebruik geven ten
                            behoeve van hun bedrijf. Bedoeld zijn hiermede de
                                showroomexemplaren.</al></li></lijst><al><vet>1.7 Bescherming van jeugdigen</vet></al><al>De bescherming van jongeren beneden de leeftijd van zestien jaar is in de wet
                    geregeld voor die aangewezen plaatsen waar:</al><lijst><li nr="a."><al>in belangrijke mate een concentratie van jongeren mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaten zijn geconcentreerd.</al></li></lijst><al>Ad a</al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20c">artikel 30 c, tweede lid van de wet</extref> kunnen in inrichtingen die in
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=5">artikel 5 van het Speelautomatenbesluit</extref> zijn aangewezen geen
                    aanwezigheidsvergunningen worden verleend voor kansspelautomaten. Dat zijn die
                    horeca-inrichtingen die deel uitmaken van sportcomplexen, dorps- en buurthuizen,
                    wier activiteiten in belangrijke mate zijn gericht op jongeren onder de zestien
                    jaar.</al><al>Het oordeel over de vraag of daarvan in belangrijke mate sprake is behoort in
                    beginsel aan de burgemeester. (Zie voor uitleg van dit artikel CBB 24 juni 1992,
                    de Gemeentestem 6961, 5, Pijnacker.) Uit de toelichting op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=5">artikel 5 van het Speelautomatenbesluit</extref> blijkt dat de beperking
                    tot behendigheidsautomaten geldt, indien de inrichting voldoet aan de
                    omschrijving, gegeven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit/article=5">artikel 5 van het besluit</extref>, ook al is dat niet in de vergunning met
                    zoveel woorden aangegeven.</al><al>Ad b</al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20u">artikel 30 u</extref> is het jongeren onder de zestien jaar verboden in een
                    speelautomatenhal aanwezig te zijn. De exploitant is het bovendien verboden
                    jongeren van die leeftijd toegang te verlenen. Ingevolge het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20u">derde lid van artikel 30 u</extref> is het echter mogelijk zowel van het
                    toegangs- als van het toelatingsverbod vrijstelling te verlenen. In artikel 21
                    van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%20">Speelautomatenbesluit</extref> is een vrijstelling in het leven geroepen
                    voor:</al><lijst><li nr="1."><al>speelautomatenhallen waarin uitsluitend behendigheidsautomaten zijn
                            opgesteld;</al></li><li nr="2."><al>de afzonderlijke, van de rest van de hal afgescheiden ruimte, met een
                            aparte in- en uitgang, waar uitsluitend behendigheidsautomaten zijn
                            opgesteld, voor zover het een hal betreft waar ook kansspelautomaten
                            staan opgesteld.</al></li></lijst><al><vet>1.8 Voorschriften met betrekking tot de aanwezigheidsvergunning</vet></al><al>De wet noemt in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20d">artikel 30d, eerste lid</extref>, met zoveel woorden de bevoegdheid
                    voorschriften en beperkingen te verbinden aan de aanwezigheidsvergunning.</al><al>De burgemeester is belast met het verlenen van deze vergunning en hij verbindt
                    daaraan de voorschriften. De burgemeester kan hiervoor een beleid opstellen
                    waarvan hij de betrokkenen op de hoogte stelt. Het is ook mogelijk dat de raad
                    bij gemeentelijke verordening nadere regels stelt met betrekking tot de aan de
                    vergunning te verbinden voorschriften en beperkingen. De strekking hiervan is,
                    dat de gemeenteraad daar waar de burgemeester de bevoegdheid heeft een
                    aanwezigheidsvergunning af te geven, bevoegd is voorschriften te geven voor het
                    beleid dat de burgemeester mag voeren.</al><al>Bij het tot stand komen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen">afdeling Va van de wet</extref> (november 1985) werd bij het verbinden van
                    voorschriften aan een aanwezigheidsvergunning met name gedacht aan het
                    vaststellen van het maximum aantal speelautomaten dat in een inrichting mag
                    worden opgesteld. Voor het bepalen van het aantal zijn in algemene zin geen
                    criteria te formuleren. De vloeroppervlakte in een inrichting kan een rol
                    spelen, maar in bepaalde situaties kunnen ook andere factoren van betekenis
                    zijn, bijvoorbeeld de seizoensrecreatie. Een beleid dat er op gericht is, het
                    aantal speelautomaten in een inrichting, niet zijnde een speelautomatenhal, te
                    beperken tot een speelautomaat per 50 m2 vloeroppervlak van dat deel van de
                    totale inrichting dat op dezelfde etage en voor het publiek toegankelijk is, met
                    een minimum van een en maximum van vier automaten per inrichting, werd door de
                    rechter niet onredelijk of anderszins onrechtmatig gevonden. Met het beleid werd
                    beoogd het horeca-karakter van de inrichtingen te bewaren en verkapte
                    speelautomatenhallen onmogelijk te maken. Ook moest het beleid een concentratie
                    van relatief veel belangstellenden van speelautomaten in een ruimte voorkomen
                    ter bescherming van de openbare orde, beteugeling van speelzucht bij met name
                    jongeren en bestrijding van gokverslaving (CBB, juli 1988, no. 87/2965/68/203;
                    Zoetermeer).</al><al>Vervolgens is op grond van jurisprudentie een aantal belangrijke mogelijkheden
                    en onmogelijkheden ontstaan voor het voeren van een speelautomatenbeleid. Deze
                    houden verband met de doelstellingen van de wet. Enerzijds heeft de wet de
                    doelstelling een redelijke exploitatie van speelautomaten mogelijk te maken ten
                    einde een vlucht in de illegaliteit te voorkomen en anderzijds mag het
                    automatenspel niet tot zodanige verliezen leiden dat financieel zwakkere groepen
                    in onze samenleving worden benadeeld. In dit wettelijk kader is de uitspraak
                    Wierden geplaatst (CBB, 8 juni 1990, JG 90.0359). In het beleid van de gemeente
                    Wierden werd een onderscheid gemaakt tussen hoogdrempelige en laagdrempelige
                    inrichtingen. Onder laagdrempelige inrichtingen worden verstaan die inrichtingen
                    in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Kansspelen/article=30%20c">art. 30c, lid 1, onder a en b, van de Wet op de Kansspelen</extref>, die
                    het publiek niet in de eerste plaats pleegt te bezoeken voor het nuttigen van
                    alcoholhoudende drank, maar voor andere doeleinden als bijvoorbeeld het kopen en
                    nuttigen van etenswaren, recreatie en sport. In de laagdrempelige inrichtingen
                    werd geen vergunning voor kansspelautomaten verleend. Het doel dat de gemeente
                    Wierden met dit beleid wenste te bereiken was gokverslaving met de daaruit
                    voortvloeiende gevolgen voor de betrokkenen en diens naasten tegen te gaan en
                    voorts speelzucht onder met name jongeren te beteugelen.</al><al>Volgens de rechter verdraagt het onderscheid tussen laagdrempelige en
                    hoogdrempelige inrichtingen zich met de wet. Die beleidsvrijheid komt de
                    gemeente toe op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20d">artikel 30d, lid 1, van de wet</extref>. Naar de mening van de rechter
                    wordt die vrijheid niet overschreden door het voeren van een beleid, waarbij
                    voor een bepaalde soort van de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20c">artikel 30c, lid 1 van de wet</extref> bedoelde categorieen inrichtingen
                    (de laagdrempelige inrichtingen) in beginsel slechts vergunning wordt verleend
                    voor behendigheidsautomaten, omdat bedoeld onderscheid in soorten inrichtingen
                    op zich zelf niet onredelijk is. Het maken van dit onderscheid past volgens de
                    rechter in de doelstellingen van de wet, nl. enerzijds het mogelijk maken van
                    een redelijke exploitatie van speelautomaten en anderzijds de bescherming van
                    sociaal zwakkeren.</al><al>Ook in een uitspraak inzake de gemeente Hoorn (CBB, 20 juni 1991, no
                    91/2019/068/203) oordeelde de rechter dat het systeem van de wet er niet aan in
                    de weg staat dat de burgemeester bij het verlenen van aanwezigheidsvergunningen,
                    het beleid voert dat vergunningen voor kansspelautomaten niet worden verleend
                    ten aanzien van laagdrempelige inrichtingen. Daarbij overwoog de rechter wel dat
                    voor het voeren van een dergelijk beleid goede gronden aanwezig moeten zijn. In
                    de gemeente Hoorn stonden hierbij de gokproblemen in het algemeen en met name
                    bij jongeren centraal.</al><al>In een gemeentelijk speelautomatenbeleid kan derhalve een onderscheid gemaakt
                    worden tussen hoogdrempelige en laagdrempelige inrichtingen, waarbij in
                    laagdrempelige inrichtingen een kleiner aantal kansspelautomaten wordt
                    toegestaan. Ook een beperking tot behendigheidsautomaten in deze inrichtingen is
                    in principe toegestaan, mits daarvoor goede redenen zijn aan te geven.</al><al>Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid om in het gemeentelijk
                    speelautomatenbeleid onderscheid te maken tussen natte horeca (inrichtingen
                    waarvan de ondernemer beschikt over een Drank- en Horecavergunning, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20c">art. 30 c eerste lid onder a Wet op de kansspelen</extref>) en droge horeca
                    (inrichtingen waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is en ingeschreven staat
                    bij het Bedrijfschap Horeca, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20c">art. 30 c eerste lid onder b Wet op de Kansspelen</extref>).</al><al>Het uitgangspunt van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20">Wet op de kansspelen</extref> is dat er zowel in de natte als in de droge
                    horeca behendigheids- en kansspelautomaten geplaatst mogen worden, indien
                    daarvoor de benodigde vergunning is verleend door de burgemeester.</al><al>Het is dan ook in strijd met de wet om een beleid te voeren waarbij in de ene
                    categorie wel en in de andere geen kansspelautomaten, maar slechts
                    behendigheidsautomaten worden toegestaan. Het maken van onderscheid tussen natte
                    en droge horeca kan dus niet gehanteerd worden om kansspelautomaten uit de droge
                    horeca te weren. Het onderscheid kan wel gehanteerd worden om een verschillend
                    aantal kansspel-automaten in de verschillende categorieen horeca-inrichtingen
                    toe te staan, mits het aantal kansspelautomaten dat toegestaan wordt groter is
                    dan nul.</al><al>Naast de verordening of beleidsnotitie kan een convenant een instrument zijn om
                    vorm te geven aan het integrale beleid.</al><al>Een convenant wordt door de gemeente gesloten met de horeca- en
                    automaten-branche. Het bevat afspraken tussen gemeentebestuur en de betrokken
                    ondernemers op basis van vrijwilligheid. In het convenant legt de burgemeester
                    vast, hoeveel speelautomaten van welke soort in de diverse inrichtingen middels
                    vergunningverlening zijn toegestaan. De ondernemers verplichten zich tot van hun
                    kant naleving van een aantal (sociale) regels ten aanzien van overmatige
                    spelers, bijvoorbeeld erop toezien dat niet langer dan 1 uur gespeeld wordt, en
                    tot een financiele bijdrage voor verslavingshulp.</al><al>Een convenant kan vooral in de volgende situaties een goed instrument zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>de situatie waarin een gemeente geconfronteerd wordt met het probleem
                            van de gokverslaving;</al></li><li nr="-"><al>de situatie waarin een gemeente die tot nu toe een vrij liberaal beleid
                            heeft gevoerd, dit wil verlaten en een veel strakker beleid wil gaan
                            voeren. Deze situaties vragen om een meer integraal gemeentelijk beleid,
                            waarbij het gemeentebestuur een centrale rol speelt om in overleg en in
                            samenwerking met alle betrokkenen een oplossing te realiseren voor de
                            eigen lokale situatie.</al></li></lijst><al>De waarde van een convenant moet niet zozeer gezocht worden in de juridische
                    status, maar in het gegeven van gedeelde verantwoordelijkheid. Zolang alle
                    partijen zichzelf gebonden achten en samen conform de gemaakte afspraken aan de
                    problemen blijven werken, heeft het convenant een belangrijke waarde. Samen met
                    een verordening of beleidsnotitie kan het een belangrijke rol spelen in een
                    integraal gemeentelijk speelautomatenbeleid (zie ook VNG-circulaire 90/197,
                    speelautomaten, van 19 december 1990 en circulaire 91/134, gemeentelijk
                    speelautomatenbeleid van 22 augustus 1991).</al><al><vet>1.9 Weigerings- en intrekkingsgronden van de
                    aanwezigheidsvergunning</vet></al><al>De vergunning kan slechts worden geweigerd en ingetrokken op de in de wet
                    aangegeven gronden.</al><lijst><li nr="a."><al>Weigeringsgronden, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20e">artikel 30 e</extref> De vergunning moet worden geweigerd, indien
                            de aanvrager niet in het bezit is van een geldige horecavergunning of,
                            indien de inrichting inschrijfplichtig is, deze niet is ingeschreven, of
                            indien de aanvrager niet in het bezit is van een exploitatievergunning
                            voor een speelautomatenhal. De vergunning kan worden geweigerd, wanneer
                            een eerder verleende vergunning wegens overtreding van de wettelijke
                            bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften is
                            ingetrokken en nog geen twee jaar zijn verstreken sedert het
                            intrekkingsbesluit onherroepelijk is geworden. Wanneer de eerder
                            verleende vergunning om andere redenen dan overtreding van de bepalingen
                            van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">titel V a</extref> is ingetrokken, kan de vergunning niet worden
                            geweigerd. De bepaling in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20e">artikel 30 e, tweede lid, onder a</extref>, maakt geen onderscheid
                            naar de gemeente waar de vorige vergunning is verleend of ingetrokken.
                            Het weigeren van de vergunning is facultatief gesteld, zodat de
                            burgemeester de ernst van de overtreding kan mee laten wegen bij zijn
                            beslissing. De vergunning kan voorts worden geweigerd, wanneer de vrees
                            gewettigd is dat het verlenen van de vergunning ernstig gevaar zou
                            opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. De
                            betekenis van het begrip openbare orde beperkt zich tot de
                            daadwerkelijke ordehandhaving, wanneer zich bij voorbeeld in de
                            inrichting wanordelijkheden, vechtpartijen en dergelijke hebben
                            voorgedaan. Het is in geen geval de bedoeling, dat gemeenten op basis
                            van hun zienswijze op de aanvaardbaarheid van het kansspel op deze wijze
                            een afwijkend beleid gaan voeren.</al></li><li nr="b."><al>Intrekkingsgronden, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20f">artikel 30 f</extref> De vergunning moet worden ingetrokken,
                            indien: de verstrekking van gegevens voor het verkrijgen van de
                            aanwezigheidsvergunning zodanig onjuist of onvolledig blijkt, dat op de
                            aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als de ware toedracht
                            bekend was geweest; voor een inrichting, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20c">artikel 30 c, eerste lid</extref>, niet de vergunning van kracht
                            is, die ingevolge de voor de inrichting geldende bepalingen is vereist.
                            In de parlementaire stukken wordt geen opheldering verschaft over de
                            betekenis van deze intrekkingsgrond. Voor horecabedrijven en
                            speelautomatenhallen kunnen tal van vergunningen of ontheffingen vereist
                            zijn. Om enkele voorbeelden te noemen: een vergunning of ontheffing op
                            grond van de overlastverordening, een vergunning ingevolge de
                            brandbeveiligingsverordening, een muziekvergunningen en een
                            milieuvergunning. Een rigide koppeling van de aanwezigheidsvergunning
                            met alle voor het horeca-bedrijf of de speelautomatenhal geldende
                            vergunningen zou er toe kunnen leiden dat veelvuldig een
                            intrekkingsprocedure van de aanwezigheidsvergunning moet worden gestart.
                            Wil men de eventuele onhanteerbaarheid van dit voorschrift voorkomen dan
                            zou de bepaling zodanig kunnen worden uitgelegd, dat uitsluitend die
                            vergunningen relevant worden geacht zonder welke de inrichting niet
                            rechtens kan bestaan. Nevenactiviteiten, zoals dansen, nachtexploitatie,
                            muziek en dergelijke, waar een vergunning voor vereist is doen dan niet
                            ter zake. Van belang zijn slechts vergunningen of ontheffingen die voor
                            de aanwezigheid sec van de inrichting nodig zijn, zoals een vergunning
                            op grond van de overlastverordening. Eventuele problemen door bij
                            voorbeeld het vervallen van zo'n vergunning kunnen worden ondervangen
                            door gebruik te maken van de mogelijkheid in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20f">artikel 30 f, derde lid</extref>. Op grond hiervan kan een termijn
                            worden gesteld waarbinnen alsnog aan de eisen van de wet moet worden
                            voldaan.</al></li></lijst><al>De vergunning kan worden ingetrokken op dezelfde gronden als eerder bij de
                    weigeringsgronden genoemd, namelijk in geval van overtreding van de bepalingen
                    van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen">titel V a</extref> en van de aan de vergunning verbonden voorschriften,
                    alsmede op grond van gevaar voor de openbare orde en dergelijke.</al><al>Deze intrekkingsgronden zijn opgenomen in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20f">artikel 30 f, tweede lid, onder a en onder b</extref>.</al><al><vet>1.10 Rechtsbescherming</vet></al><al>Tegen besluiten die op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">titel Va</extref> zijn genomen, waardoor men rechtstreeks in zijn belang
                    wordt getroffen, is ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20v">artikel 30v</extref> beroep opengesteld bij het college van beroep voor het
                    bedrijfsleven (CBB). Ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=7%3A1">art. 7:1 Algemene wet bestuursrecht</extref> dient degene die van de
                    mogelijkheid gebruik wil maken om tegen het besluit beroep in te stellen bij de
                    administratieve rechter, i.c. het CBB, alvorens beroep op een administratieve
                    rechter in te stellen, eerst tegen dat besluit bezwaar te maken.</al><al>Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het
                    bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=6%3A4">art. 6:4, eerste lid, Awb</extref>). Tegen een besluit dat op grond van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">titel Va</extref> is genomen, dient derhalve eerst een bezwaarschrift bij
                    de burgemeester te worden ingediend, alvorens tegen dat besluit beroep kan
                    worden ingesteld bij het CBB.</al><al>Op de bezwaarschriftprocedure zijn <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">hoofdstuk 6 Awb</extref> (algemene bepalingen over bezwaar en beroep) en
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">hoofdstuk 7, afdelingen 1 en 2</extref> (bijzondere bepalingen over
                    bezwaar) van toepassing.</al><al><vet>1.11 Sancties, toezicht, handhaving</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Afgezien van de bestuurlijke sancties voorziet de wet ook in een
                            strafrechtelijk sanctiesysteem. De economische ordening die mede aan de
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20">Wet op de kansspelen</extref> ten grondslag ligt is aanleiding
                            geweest bij de herziening van de wet de overtreding van alle artikelen
                            van de wet, uitgezonderd <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=1">artikel 1, onder c</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">artikel 30 u, eerste lid</extref>, als economische delicten te
                            bestempelen. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=32">artikel 32, tweede lid, van de wet</extref> is op overtreding van
                            het toegangsverbod door personen onder de zestien jaar, ingevolge
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20u">artikel 30 u, eerste lid</extref>, als sanctie een geldboete van de
                            eerste categorie opgenomen.</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20w">artikel 30 w, tweede lid, van de wet</extref> ambtenaren aanwijzen
                            die zijn belast met het toezicht op de naleving van het verbod, bedoeld
                            in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20b">artikel 30 b</extref>, alsmede van de daaraan verbonden
                            voorschriften. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20x">artikel 30 x van de wet</extref> worden aan deze ambtenaren
                            bepaalde toezichthoudende bevoegdheden toegekend, zoals het verlangen
                            van inlichtingen en de inzage van stukken, voor zover redelijkerwijs
                            voor de vervulling van hun taak nodig. Met het toezicht op de naleving
                            van het bij of krachtens het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">titel Va</extref> zijn daarnaast de door de minister van justitie
                            en van economische zaken aangewezen ambtenaren belast (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20w">artikel 30w</extref>).</al></li><li nr="c."><al>De algemene opsporingsambtenaren die bij of krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering%20/article=141">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</extref> zijn
                            aangewezen zijn op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20economische%20delicten%20/article=17">artikel 17, eerste lid, onder 1e, Wet economische delicten</extref>
                            (WED), ook belast met opsporing van economische delicten. De bijzondere
                            ambtenaren die krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20w">artikel 30w, eerste of tweede lid</extref> met het toezicht op de
                            naleving zijn belast, beschikken niet automatisch over die
                            opsporingsbevoegdheid. Ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20economische%20delicten/article=17">artikel 17, eerste lid, onder 2e WED</extref>, moeten zij daarvoor
                            aangewezen worden door de minister van justitie bij een in de
                            Nederlandse Staatscourant bekend gemaakte beschikking. Artikel 17 WED
                            wijkt derhalve af van artikel 142 Sv.</al></li></lijst><al>De bijzondere regeling in paragraaf 7 over het toezicht op de naleving van de
                    wet strekt zich niet uit tot het toezicht op de naleving van de
                    exploitatievergunning voor een speelautomatenhal. In de modelverordening is een
                    regeling opgenomen in artikel 12.</al><al><vet>1.12 Samenvatting</vet></al><lijst><li nr="-"><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Titel Va</extref> is geheel gewijd aan speelautomaten.</al></li><li nr="-"><al>De definitie van het begrip speelautomaat is opgenomen in de wet.</al></li><li nr="-"><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20/article=1">Artikel 1 van de Wet op de kansspelen</extref> is op de regeling
                            van speelautomaten niet van toepassing.</al></li><li nr="-"><al>Zonder vergunning van de burgemeester is het verboden speelautomaten
                            aanwezig te hebben op of aan de openbare weg, op voor het publiek
                            toegankelijke plaatsen of in niet voor het publiek toegankelijke
                            inrichtingen waar bedrijfsmatig alcoholhoudende drank wordt verstrekt of
                            waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap horeca
                                (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30b">artikel 30 b</extref>).</al></li><li nr="-"><al>De burgemeester mag slechts een vergunning verlenen voor speelautomaten
                            op plaatsen die in de wet zijn genoemd (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30 c</extref>). Dit zijn de horecabedrijven en, voor zover
                            bij gemeentelijke verordening toegelaten, de speelautomatenhallen.</al></li><li nr="-"><al>De bescherming van jongeren onder de 16 jaar is in de wet geregeld
                                (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30 c, derde lid</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30u">artikel 30 u</extref>).</al></li><li nr="-"><al>De gemeentelijke leges mogen het in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000">Speelautomatenbesluit</extref> vastgestelde bedrag niet te boven
                            gaan (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30d">artikel 30 d, derde lid</extref>).</al></li><li nr="-"><al>Voor kermissen geldt een aparte regeling waarin de bestaande situatie
                            zoveel mogelijk gehandhaafd wordt.</al></li><li nr="-"><al>De weigerings- en intrekkingsgronden voor een aanwezigheidsvergunning
                            zijn in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30e">artikelen 30 e</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30f">30 f</extref> limitatief opgesomd.</al></li><li nr="-"><al>De exploitatie en de toelating van speelautomaten zijn gebonden aan een
                            vergunning van de minister van economische zaken (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30h">artikel 30 h t/m artikel 30 s</extref>).</al></li><li nr="-"><al>Ter voorkoming van excessen worden bij de model-toelating voorwaarden
                            gesteld voor de inzet, spelduur, uitkering en verlies.</al></li><li nr="-"><al>Alleen toegelaten speelautomaten mogen in de handel worden gebracht,
                            geexploiteerd en in de daartoe aangewezen inrichtingen worden
                            opgesteld.</al></li><li nr="-"><al>Handelingen in strijd met de wet of met de vergunningvoorschriften zijn
                            als economische delicten aangemerkt.</al></li><li nr="-"><al>Ook de andere overtredingen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20">Wet op de kansspelen</extref> zijn, met uitzondering van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=1">artikel 1, onder c</extref>, onder de werking van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20economische%20delicten%20">Wet op de economische delicten</extref> gebracht.</al></li><li nr="-"><al>Tegen besluiten, genomen op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">titel Va</extref>, waardoor men rechtstreeks in zijn belang wordt
                            getroffen is beroep opengesteld bij het college van beroep voor het
                                bedrijfsleven.</al></li></lijst><al><vet>2 Speelautomatenhalverordening</vet></al><al><vet>2.1 Reden voor afzonderlijke verordening</vet></al><al>Bij het opstellen van een regeling voor de exploitatie van speelautomatenhallen
                    is de vraag gerezen of de onderhavige bepalingen in de bestaande algemene
                    politieverordening of in een afzonderlijke verordening moeten worden
                    opgenomen.</al><al>Hoewel zowel voor het een als voor het ander redenen zijn aan te voeren is,
                    zoals hierna zal blijken, voor een afzonderlijke verordening gekozen.</al><al>In de eerste plaats richt de verordening zich maar tot een zeer beperkte groep
                    van personen, namelijk de exploitanten van een speelautomatenhal en in mindere
                    mate tot de beheerders die in een hal met het feitelijk toezicht zijn
                    belast.</al><al>Tegen het opnemen in de APV bestaat het bezwaar dat in laatstbedoelde
                    verordening veelal het begrip 'openbare weg' anders en begrippen als
                    'ondernemer, beheerder', 'speelautomatenhal' en dergelijke in het geheel niet
                    worden omschreven. Voorts bevatten de procedurevoorschriften andere
                    termijnen.</al><al>Indien niettemin het opnemen van de speelautomatenhallenregeling in de APV wordt
                    geprefereerd mag in het bijzonder de aandacht op de definities, de
                    beslissingstermijnen en de overgangsregeling worden gevestigd.</al><al><vet>2.2 Algemeen</vet></al><al>De gemeentelijke wetgever bezit op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30 c, eerste lid, onder c van de wet</extref> de vrijheid om bij
                    verordening te bepalen of, en zo ja hoeveel, speelautomatenhallen krachtens een
                    vergunning van de burgemeester zijn toegelaten.</al><al>Zou de gemeenteraad geen gebruik wensen te maken van de verordenende bevoegdheid
                    dan heeft dit tot gevolg dat de burgemeester voor de vestiging en exploitatie
                    van een speelautomatenhal geen vergunning kan verlenen. Deze beslissing komt in
                    feite neer op een algeheel verbod tot het exploiteren van
                    speelautomatenhallen.</al><al>De hogere wetgever laat de gemeenteraad hierin geheel vrij.</al><al>Deze facultatieve taakstelling in de wet zou erop kunnen duiden, dat de
                    onderhavige verordening een autonoom karakter heeft</al><al>Er is echter een argument dat pleit voor een andere opvatting.</al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30 c, eerste lid, onder c, van de wet</extref> wordt, het oordeel
                    of de werkingssfeer van de wet als deze dient te worden uitgebreid tot
                    speelautomatenhallen, aan de gemeenteraad overgelaten. Die bevoegdheid zou de
                    raad niet louter en alleen kunnen ontlenen aan <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=150%20">artikel 150 van de Gemeentewet</extref>. De wet voegt derhalve in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30 c, eerste lid, onder c</extref>, iets toe aan de gemeentelijke
                    verordeningsbevoegdheid.</al><al>De bevoegdheid van de raad tot het al of niet in het leven roepen van een
                    verordening ligt in beide gevallen, zo kan men stellen, in de uitvoeringssfeer
                    van de wet. De Vereniging heeft in haar brief van 25 november 1985 aan de Tweede
                    Kamer in verband met het ontwerp van een aanpassing van de herziening van de Wet
                    op de kansspelen gekozen voor de opvatting dat van een medebewindsverordening
                    sprake is.</al><al>Het uitgangspunt dat het karakter van de verordening kan worden omschreven als
                    een facultatieve medebewindsverordening heeft gevolgen voor de uitvoering en de
                    handhaving van de verordening.</al><al><vet>2.3 De Algemene wet bestuursrecht</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">Algemene wet bestuursrecht</extref> (Awb, Wet van 4 juni 1992, Stb 315) is
                    van toepassing op de uitvoering van de speelautomatenhalverordening. Naast de
                    hoofdstukken 1, inleidende bepalingen, 2, algemene bepalingen betreffende het
                    verkeer tussen burgers en bestuursorganen en 3, algemene bepalingen over
                    besluiten, zijn met name de volgende bepalingen in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> van belang voor de toepassing van de
                    speelautomatenhalverordening:</al><lijst><li nr="1."><al>op de aanvraag van een vergunning voor het vestigen of exploiteren van
                            een speelautomatenhal zijn de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A1">artikelen 4:1 tot en met 4:6</extref> van toepassing. Daarnaast is
                            artikel 3 van de speelautomatenhalverordening daarop een
                            aanvulling.</al></li><li nr="2."><al>Op de behandeling van de aanvraag voor een speelautomatenhalgunning zijn
                            de volgende artikelen uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> van toepassing: </al><lijst><li nr="-"><al>de artikelen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A7">4:7 tot en met 4:12</extref>. Deze artikelen zijn van
                                    toepassing op de situatie waarin het bestuursorgaan een
                                    beschikking wil gaan nemen waartegen een belanghebbende naar
                                    verwachting bedenkingen zal hebben (bijv. weigeren van een
                                    aanvraag voor een vergunning of intrekken van verleende
                                    vergunning);</al></li><li nr="-"><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A15">artikel 4:15</extref> betreffende het opschorten van de
                                    beslistermijn wanneer de aanvrager de gelegenheid krijgt om de
                                    aanvraag met de ontbrekende gegevens aan te vullen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 4:16 tot en met 4:20 betreffende de motivering van
                                    de beschikking;</al></li><li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A40">artikelen 3:40 tot en met 3:45</extref> betreffende de
                                    bekendmaking van besluiten.</al></li></lijst></li></lijst><al>Ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30v">artikel 30v van de Wet op de kansspelen</extref> kan een belanghebbende
                    tegen een besluit op grond van de speelautomatenhalverordening beroep instellen
                    bij het CBB.</al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=7%3A1">artikel 7:1 Awb</extref> is bepaald dat degene aan wie het recht is
                    toegekend om tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te
                    stellen, eerst bezwaar dient te maken tegen dat besluit voordat beroep kan
                    worden ingesteld. Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een
                    bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.</al><al>Een belanghebbende die bedenkingen heeft tegen een beslissing van de
                    burgemeester ter uitvoering van de speelautomatenhalverordening zal derhalve
                    eerst een bezwaarschrift bij de burgemeester moeten indienen alvorens beroep kan
                    worden ingesteld bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.</al><al>\Op de bezwaarschriftprocedure zijn de hoofdstukken 6, algemene bepalingen over
                    bezwaar en beroep, en hoofdstuk 7, afdeling 1 en 2, bijzondere bepalingen over
                    bezwaar, van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> van toepassing.</al><al><vet>2.4 Bestuursdwang</vet></al><al>In het algemeen komt aan het orgaan dat met de uitvoering van de verordening en
                    met het toezicht daarop is belast ook de bevoegdheid toe tot het toepassen van
                    bestuursdwang.</al><al>Dit is voor wat de uitvoering en de handhaving van de krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30c van de Wet op de kansspelen</extref> vast te stellen bepalingen
                    betreft niet anders. De Afdeling Rechtspraak heeft de vraag welk orgaan bevoegd
                    is tot het doen uitgaan van een bestuursdwangaanschrijving tot sluiting van een
                    speelautomatenhal en tot het verwijderen van speelautomaten als volgt
                    beantwoord: 'Blijkens het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=221">artikel 221 van de gemeentewet</extref> is de burgemeester belast met de
                    zorg voor het toezicht op onder meer alle voor het publiek openstaande gebouwen
                    en samenkomsten alsmede op openbare vermakelijkheden. Bedoeld toezicht strekt
                    zich naar het oordeel van de Afdeling mede uit tot het verrichten van
                    uitvoeringshandelingen die daarmee samenhangen. Tot die uitvoeringshandelingen
                    kan een aanzegging van bestuursdwang als de onderhavige worden gerekend. Dat
                    klemt in dit geval te meer waar ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20">Wet op de kansspelen</extref> ook de bevoegdheid om vergunningen voor het
                    aanwezig hebben van speelautomaten te velenen bij de burgemeester is gelegd.'
                    (AR 26 juli 1992, Gst. 6041, nr. 8.) Voor dit oordeel vindt de Afdeling tevens
                    steun in de geschiedenis van de totstandkoming van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref>. Uit de Memorie van Toelichting (Tweede
                    Kamer, zitting 1980-1981, 16 481, nr. 3) komt naar voren dat ook de wetgever
                    ervan uitgaat dat het tot de taak van de burgemeester behoort op grond van
                    artikel 221 van de gemeentewet toezicht uit te oefenen op plaatsen en
                    gelegenheden waar speelautomaten staan opgesteld.</al><al>Reeds in twee eerdere uitspraken heeft de Voorzitter van de Afdeling rechtspraak
                    Raad van State deze vraag op gelijke wijze beantwoord (Voorzitter AR, 6 december
                    1988, KG 1989, 119 en Voorzitter AR, 19 december 1988, Gst. 6877 nr.10).</al><al>Uit deze uitspraken blijkt derhalve dat de burgemeester bevoegd is ter
                    handhaving van de krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20/article=30c">artikel 30 c van de Wet op de kansspelen</extref> vast te stellen
                    bepalingen bestuursdwang toe te passen.</al><al>Door deze uitspraken is de uitspraak Zandvoort (Voorzitter AR, 27 april 1984, AB
                    1985, 95) achterhaald. In deze uitspraak ging de voorzitter uit van een
                    zelfstandige bestuursdwangbevoegdheid, los van de uitvoeringsbevoegdheid. De
                    burgemeester was het bevoegde uitvoerende orgaan, het college van burgemeester
                    en wethouders het bevoegde orgaan om bestuursdwang toe te passen. Door de
                    bovengenoemde uitspraken zijn beide bevoegdheden aan elkaar gekoppeld en bij de
                    burgemeester neergelegd. In de brief van 25 november 1985 heeft de VNG bij de
                    Tweede Kamer hierop ook aangedrongen.</al><al>Het bevoegde orgaan dat officieel vaststelt dat er een met de wet of de
                    verordening strijdige situatie is gecreeerd (waarschuwing) en dat politiedwang
                    toepast is, gezien de bovenvermelde uitspraken, de burgemeester en niet het
                    college van burgemeester en wethouders.</al><al>Feiten die op grond van strafbaarstelling in de wet of de verordening van belang
                    zijn in verband met de exploitatie van speelautomatenhallen zijn de
                    navolgende:</al><lijst><li nr="-"><al>het exploiteren van een speelautomatenhal is zonder vergunning verboden
                            (artikel 2 van de (model-)verordening). Dit heeft ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30f">artikel 30 f, eerste lid, onder b van de wet</extref> ook tot
                            gevolg dat de aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten, gesteld dat
                            die er is, wordt ingetrokken;</al></li><li nr="-"><al>het is de exploitant van een speelautomatenhal verboden jeugdigen onder
                            de 16 jaar toe te laten in het gedeelte van de hal waar
                            kansspelautomaten zijn opgesteld (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30u">artikel 30 u, tweede lid, van de wet</extref>).</al></li></lijst><al>Bij niet naleving van vorenstaande bepalingen en voorschriften is het in
                    beginsel mogelijk bestuursdwang toe te passen en ook tot sluiting van de
                    speelautomatenhal over te gaan, zo nodig naast de strafrechtelijke procedure.
                    Overtreding van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20/article=30b">artikel 30 b van de Wet op de kansspelen</extref> is op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20economische%20delicten%20/article=1">artikel , onder 3, van de Wet op de economische delicten</extref> een
                    economisch delict.</al><al>Ingevolge artikel 5 WED mogen er ter zake van economische delicten, buiten de
                    WED, geen andere voorzieningen worden getroffen met de strekking van straf- of
                    tuchtmaatregel.</al><al>Men kan van mening verschillen over de vraag of deze bepaling de toepassing van
                    bestuursdwang uitsluit. Wij onderschrijven de opvatting dat bestuursdwang niet
                    gelijk gesteld kan worden met een straf- of tuchtmaatregel. Bestuursdwang is een
                    administratieve sanctie die gericht is op een ongedaan maken van een illegale
                    toestand en is niet persoonsgericht, zoals een straf- of tuchtmaatregel als
                    bedoeld in artikel 5 WED.</al><al>Dat impliceert dat het ook bij overtreding van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30b">artikel 30 b van de Wet op de kansspelen</extref> mogelijk moet worden
                    geacht bestuursdwang toe te passen.</al><al><vet>2.5 Sancties</vet></al><al>Op de overtreding van een verbodsbepaling in de speelautomatenhalverordening is
                    in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen%20">Wet op de kansspelen</extref> geen directe strafsanctie gesteld. In het
                    vorenstaande is er reeds op gewezen dat imperatief in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30f">artikel 30f, eerste lid, onder b, van de wet</extref> wordt bepaald dat de
                    aanwezigheidsvergunning moet worden ingetrokken, indien een speelautomatenhal
                    zonder vergunning wordt geexploiteerd. Er is dus slechts indirect van een
                    strafsanctie sprake.</al><al>Aangezien de wet geen strafbaarstelling kent voor overtreding van de
                    speelautomatenhalverordening kan de gemeenteraad op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=154">artikel 154 van de Gemeentewet</extref> op overtreding van zijn verordening
                    een strafsanctie stellen. Deze strafbaarstelling kan in principe ook worden
                    opgenomen in een medebewindsverordening.</al><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>De in artikel 1 gegeven omschrijving van 'weg' is ruimer dan die van de
                    wegenverkeerswetgeving en omvat met name ook de kampeerplaatsen. De
                    kampeerplaatsen worden in het bijzonder vermeld, omdat in kantines op campings
                    speelautomaten mogen worden opgesteld, wanneer het inrichtingen betreft in de
                    zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30 c van de wet</extref>. Het verdient de aandacht, dat de
                    omschrijving van het begrip speelautomaat wordt gegeven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30 van de wet</extref> en alleen duidelijkheidshalve in deze
                    verordening is opgenomen. Deze wettekst is gelijkluidend aan de tekst in artikel
                    1, onder c, van deze verordening.</al><al>De begrippen behendigheidsautomaat en kansspelautomaat zijn in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000">artikel 1 van het Speelautomatenbesluit</extref> opgenomen. De omschrijving
                    is gelijkluidend aan artikel 1, onder d en e van de verordening.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De bevoegdheid die de raad heeft geen speelautomatenhallen in de gemeente toe te
                    laten door het vaststellen van de onderhavige verordening achterwege te laten,
                    impliceert ook de bevoegdheid het aantal te beperken tot een bepaald
                        maximum.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De ondernemer kan tevens eigenaar en beheerder zijn, maar het is ook mogelijk
                    dat deze hoedanigheden niet samenvallen. De bescheiden die moeten worden
                    overgelegd zijn afhankelijk van de concrete situatie die zich voordoet. De onder
                    c bedoelde verklaring kan bij voorbeeld een huurcontract zijn, waaruit de
                    beschikkingsbevoegdheid blijkt.</al><al>Het aangeven van het aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten in de
                    plattegrond, als bedoeld onder a, staat in verband met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=21">artikel 21 van het Speelautomatenbesluit</extref>. Het staat los van het in
                        artikel 5, derde lid, onder c, bepaalde op
                    grond waarvan in de exploitatievergunning beperkingen kunnen worden gesteld aan
                    het aantal speelautomaten.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>In algemene plaatselijke verordeningen is over het algemeen een openings- en
                    sluitingstijdregime opgenomen voor vermakelijkheidsinrichtingen. Indien dit het
                    geval is, dienen de speelautomatenhallen in verband met vorenstaande bepaling
                    hiervan te worden uitgezonderd.</al><al>Het is niet geoorloofd een voorwaarde op te nemen, inhoudende dat voorafgaande
                    aan de aanvraag voor een speelautomatenhalvergunning, beschikt wordt over een
                    aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten. Een voorwaarde van die strekking
                    verdraagt zich namelijk niet met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">artikel 30 c, eerste lid, onder c</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30f">artikel 30 f, eerste lid, onder b, van de wet.</extref> Het is wel mogelijk
                    beide vergunningaanvragen gelijktijdig in behandeling te nemen. Voorschriften en
                    beperkingen met betrekking tot het aantal en het type speelautomaten zijn niet
                    alleen te verbinden aan de aanwezigheidsvergunning. In beginsel kunnen deze
                    voorschriften en beperkingen ook worden gekoppeld aan de exploitatievergunning.
                    Met het oog daarop is onderdeel c in het derde lid opgenomen. Bij de
                    vaststelling van het aantal toe te laten automaten is gewicht toe te kennen aan
                    de plaats en de wijze van exploitatie. Zo zal bij voorbeeld op een camping
                    mogelijk een hal met uitsluitend behendigheidsautomaten rendabel kunnen zijn.
                    Bij de vaststelling van de verhouding tussen behendigheids- en kansspelautomaten
                    zou ook hieraan betekenis kunnen worden toegekend aan de mogelijkheid van een
                    rendabele exploitatie.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Het bepaalde onder a levert een extra weigeringsgrond op, indien in artikel 2
                    een maximumstelsel is opgenomen. Het vereiste onder b dient om een
                    speelautomatenhal duidelijk van de openbare weg af voor een ieder herkenbaar te
                    maken. Tevens om te voorkomen dat in een achteraf lokaal van een gebouw, waarin
                    bij voorbeeld een horecabedrijf wordt uitgeoefend, een speelautomatenhal wordt
                    geexploiteerd en deze automatenhal mede of uitsluitend via het andere bedrijf
                    bereikbaar zou zijn.</al><al>Verwezen zij voorts naar de toegangseisen die in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000/article=21">artikel 21 van het Speelautomatenbesluit</extref> zijn gesteld, wanneer in
                    een hal zowel kansspel- als behendigheidsautomaten aanwezig zijn.</al><al>Het criterium openbare orde wordt niet opgenomen in de verordening voor de
                    exploitatie van speelautomatenhallen. De wet noemt dit criterium reeds in
                    verband met de weigeringsgronden voor een aanwezigheidsvergunning van
                    speelautomaten.</al><al>De strekking van de verordening is het afwenden van een ontoelaatbare nadelige
                    beinvloeding van de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving van de hal.</al><al>De jurisprudentie op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30 van de Wet op de kansspelen</extref> geeft blijk dat bij de
                    beoordeling van een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal acht mag
                    worden geslagen op de mogelijke gevolgen voor het leefklimaat.</al><al>In het bepaalde onder g komt tot uiting dat de vergunning dient te worden
                    geweigerd, wanneer gevreesd moet worden dat de woon- en leefsituatie door de
                    vestiging van (nog) een hal op ontoelaatbare wijze zal worden aangetast. Daarbij
                    wordt rekening gehouden met het karakter van de straat, het winkelniveau aldaar
                    en van de wijk waarin de speelautomatenhal is gelegen of zal komen te liggen. In
                    de beoordeling van de aanvrage wordt de spanning waaraan het woonmilieu ter
                    plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan betrokken.</al><al>Het is ook mogelijk om een vergunning te weigeren, wanneer er sprake is van een
                    op ontoelaatbare wijze aantasten van het karakter van een (deel van)
                    winkelstraat/-buurt/-centrum. Dit kan bij voorbeeld het geval zijn in een
                    winkelstraat met winkels van een 'exclusief' karakter. Door de vestiging van een
                    automatenhal zal er sprake (kunnen) zijn van een ontoelaatbaar spanningsveld,
                    waardoor een te grote inbreuk mag worden gevreesd op de bestaande functie van de
                    winkelstraat.</al><al>Onder h is als weigeringsgrond opgenomen dat er geen sprake mag zijn van strijd
                    met een geldend bestemmingsplan. In dit verband dient gewezen te worden op de
                    mogelijkheden van vrijstelling of ontheffing die het bestemmingsplan nogal eens
                    biedt, alsook de mogelijkheid van een anticipatieprocedure als bedoeld in
                    artikel 19 van de Wet op de ruimtelijke ordening en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=50">artikel 50, achtste lid, van de Woningwet</extref>.</al><al>Deze mogelijkheden beperken de burgemeester niet in de weigeringsmogelijkheid,
                    maar het lijkt een zaak van behoorlijk bestuur om, voordat tot weigering van de
                    vergunning wordt overgegaan, de mogelijkheid van ontheffing, vrijstelling of
                    anticipatie in overweging te nemen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt
                    handelen op grond van een vrijstelling van het geldende bestemmingsplan
                    beschouwd als handelen in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Doel
                    van dit lid is de koppeling van de vereiste vergunning met het planologisch
                    regime.</al><al>Vereist is dus niet dat de locatie waar vergunning voor wordt gevraagd is
                    aangewezen als speelautomatenhal in het bestemmingsplan, maar dat een
                    bestemmingsplan de vestiging niet mag uitsluiten. Op deze wijze wordt voorkomen
                    dat op basis van deze verordening een vergunning moet worden verleend, terwijl
                    later op grond van strijd met het bestemmingsplan tegen de vestiging moet worden
                    opgetreden. Deze constructie is blijkens het KB van 2 januari 1980, AB 1980,
                    151, mogelijk. Zie ook ARRS 28 oktober 1983, AB 1984, 42.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Indien een ondernemer de beheerder verliest, hetzij door overlijden, hetzij door
                    vertrek, behoeft de ondernemer de bedrijfsuitoefening niet te staken, indien
                    binnen de aangegeven termijn een nieuwe vergunning wordt aangevraagd. Het
                    vervallen van de bestaande vergunning van rechtswege betekent dat
                    belanghebbenden hiertegen geen bezwaar of beroep kunnen aantekenen, aangezien
                    van een beschikking geen sprake is.</al><al>Het verdient aanbeveling schriftelijk mededeling te doen van de constatering,
                    dat niet meer wordt voldaan aan de eisen die aan een beheerder worden
                    gesteld.</al><al>Daarbij kan er op gewezen worden dat een situatie dreigt waardoor de vergunning
                    kan vervallen.</al><al>De vaststelling van de termijnen is arbitrair. Voor de in het tweede lid
                    gestelde termijn zou aansluiting kunnen worden gezocht bij <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20horecawet/article=34">artikel 34, tweede lid, van de Drank- en horecawet</extref>, waarvoor een
                    soortgelijke situatie een termijn van zes maanden wordt gesteld na het verlies
                    van bedoelde hoedanigheid.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Onderbreking van de exploitatie voor een periode langer dan in de bepaling
                    genoemd, behoeft niet in alle gevallen aanleiding te geven om de vergunning in
                    te trekken. Gedacht kan bij voorbeeld worden aan verbouwingen die langere tijd
                    blijken te vergen of aan campings die buiten het seizoen gesloten zijn. Met
                    betrekking tot de in lid b, genoemde intrekkingsgrond (intrekking in verband met
                    gewijzigde omstandigheden of inzichten) zij opgemerkt, dat bij gebruikmaking
                    daarvan de motivering aan zware eisen dient te voldoen. Het betreft immers
                    omstandigheden waarop de betrokken ondernemer doorgaans geen invloed kan
                    uitoefenen. Voorts mag hij er op vertrouwen dat een aan hem verleende vergunning
                    normaal gesproken in stand blijft temeer gelet op de financiële
                        consequenties.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Het eerste lid van het onderhavige artikel beoogt aan de erfgenamen bij
                    overlijden van een ondernemer enig respijt te geven om zich te beraden over de
                    al dan niet voortzetting van het bedrijf.</al><al>Ingevolge het bepaalde in artikel 6, eerste
                        lid, is de vergunning niet overdraagbaar en dient een nieuwe
                    vergunning te worden aangevraagd door degene die de exploitatie voortzet. In
                    afwachting hiervan behoeft de bedrijfsuitoefening niet te worden gestaakt, mits
                    de aard van de inrichting en overige omstandigheden ongewijzigd blijven.</al><al>Bij wisseling van ondernemerschap geldt eveneens dat de bedrijfsuitoefening niet
                    behoeft te worden gestaakt gedurende de beslissingsperiode op een nieuwe
                    aanvraag. Ook hier geldt als voorwaarde, evenals in het eerste lid, voor het
                    voortzetten van de exploitatie dat de aard van de inrichting en de wijze van
                    exploitatie ongewijzigd blijven.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>In deze verordening wordt onderscheid gemaakt tussen zogenaamde hoogdrempelige
                    en laagdrempelige inrichtingen. Het onderscheid hiertussen is evenwel niet
                    altijd even duidelijk. In verband hiermee verdient het aanbeveling hierin
                    duidelijkheid te scheppen en hiervoor een aantal beleidsregels op te stellen.
                    Deze kwestie is enige keren onderwerp van bespreking geweest binnen het Drenthe
                    Overleg Bijzondere Wetten (ambtelijk overleg). Dit heeft geleid tot het
                    opstellen van uniforme beleidsregels.</al><al><vet>Wettelijke definities</vet></al><al><vet>A Hoogdrempelige inrichting</vet></al><al>Een inrichting, waar een bedrijf of werkzaamheid wordt uitgeoefend als bedoeld
                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=3">artikel 3, eerste lid, onder a of c van de Drank- en
                    Horecawet</extref>:</al><al><vet>B Laagdrempelige inrichting</vet></al><al>Een inrichting die geen hoogdrempelige inrichting is en waarvoor ingevolge
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet%20/article=3">artikel 3, eerste lid, onder a van de Drank- en Horecawet</extref>
                    vergunning is verleend en deze nog van kracht is of waarvan de ondernemer
                    inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap Horeca.</al><al><vet>C Wat is een inrichting</vet></al><al>Bij de uitleg van het begrip inrichting als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Kansspelen%20/article=30%20">artikel 30 van de Wet op de Kansspelen</extref> moet aansluiting worden
                    gezocht bij de uitleg die aan het begrip inrichting als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=1%20">artikel 1 eerste lid van de Drank- en Horecawet</extref> is gegeven. Deze
                    uitleg komt erop neer dat alle ruimten die binnenshuis in verbinding staan met
                    de ruimte waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met die ruimte één
                    besloten ruimte en derhalve één inrichting vormen.</al><al><vet>Definities n.a.v. de Memorie van Toelichting.</vet></al><al><vet>D Een samengestelde (gecombineerde) inrichting.</vet></al><al>Een samengestelde inrichting is een inrichting welke bestaat uit meerdere
                    lokaliteiten, waar in de ene lokaliteit laagdrempelige activiteiten en in de
                    andere lokaliteit hoogdrempelige activiteiten plaatsvinden.</al><al><vet>E Cafébedrijf.</vet></al><al>Een horecabedrijf als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet%20/article=3">artikel 3, eerste lid, onder a van de Drank- en Horecawet</extref> en
                    waarvoor ingevolge die wet een vergunning is verleend en waar geen andere
                    activiteiten plaatsvinden anders dan het naast het verstrekken van
                    alcoholhoudende en alcoholvrije dranken, het uitsluitend verstrekken van een
                    kleine snack zoals bijvoorbeeld een tosti, een gehaktbal of een
                    bittergarnituur.</al><al><vet>F Restaurantbedrijf.</vet></al><al>Een horecabedrijf als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet%20/article=3">artikel 3, eerste lid onder a van de Drank- en Horecawet</extref>en
                    waarvoor ingevolge die wet vergunning is verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>waarvan de keuken niet langer geopend is dan 24 uur;</al></li><li nr="b."><al>waar geen andere activiteiten mogen plaatsvinden dan het verstrekken van
                            alcoholhoudende en alcoholvrije dranken en het merendeels verstrekken
                            van maaltijden die tenminste dienen te bestaan uit de volgende drie,
                            niet met elkaar gemengde bestanddelen vlees, vis, gevogelte of wild
                            (eventueel te vervangen door andere bestanddelen in het geval van een
                            vegetarische maaltijd), groente w.o. tenminste een warme groente,
                            aardappelen w.o. tenminste gekookte of gebakken aardappelen enlof
                            rijst/meelspijzen;</al></li><li nr="c."><al>waar een wijnkaart aanwezig is met daarop, voor de bij de bovenbedoelde
                            maaltijden, onderscheidenlijke wijnsoorten;</al></li><li nr="d."><al>waar de tafels volledig zijn gedekt en waar bediening aan tafel
                            plaatsvindt of waar kan worden deelgenomen aan een zgn. lopend buffet
                            waarbij de gast zichzelf kan bedienen van koude en warme maaltijden
                            zoals onder b omschreven;</al></li><li nr="e."><al>waar geen afhaalactiviteiten van warme maaltijden en/of etenswaren
                            plaatsvinden.</al></li></lijst><al><vet>Ad A.D. E. F.</vet></al><al><vet>Hoogdrempelige inrichtingen</vet></al><al>Bij de definitie van een hoogdrempelige inrichting wordt onder A. b gesteld
                    "waar het café- of restaurantbezoek op zichzelf staat' en waar geen andere
                    activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige betekenis kan worden
                    toegekend.</al><al>Door middels definities aan te geven wat onder een cafébedrijf en wat onder een
                    restaurantbedrijf wordt verstaan, wordt het duidelijk wat de wetgever heeft
                    bedoeld met "waar het café- of restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen
                    andere activiteiten plaatsvinden waaraan een zelfstandige betekenis kan worden
                    toegekend". Onder E. en F. zijn deze definities weergegeven.</al><al>Wat zijn activiteiten met 2-elfstandige betekenis? Jurisprudentie heeft al
                    uitgewezen dat alleen het nuttigen van alcoholhoudende drank dan wel het
                    nuttigen van maaltijden als hoogdrempelige activiteiten moeten worden beschouwd.
                    Alle andere activiteiten zijn laagdrempelig.</al><al>Ingeval van inrichtingen, waarin naast elkaar hoog- en laagdrempelige
                    activiteiten met een zelfstandige betekenis plaatsvinden, brengt de definitie
                    van laagdrempelige inrichting met zich mee dat de "drempeligheid" van de
                    inrichting wordt bepaald door de drempel behorende bij de laagdrempelige
                    activiteit.</al><al>Bij de bepaling van de drempeligheid van een inrichting is slechts beslissend of
                    in die inrichting laagdrempelige activiteiten plaatsvinden in een zodanige
                    omvang dat zij een zelfstandige betekenis hebben zodat ze niet kunnen worden
                    beschouwd als uitsluitend een ondersteuning van hoogdrempelige activiteiten. In
                    dat geval immers zullen de laagdrempelige activiteiten ook een zelfstandige
                    stroom van bezoekers trekken. Bij de beoordeling als boven vermeld komt geen
                    betekenis toe aan de verhouding tussen de met beide activiteiten gerealiseerde
                    omzette. Een voorbeeld hiervan is een café met bowlingbanen.</al><al><vet>Ad B1</vet></al><al><vet>Laagdrempelige inrichtingen.</vet></al><al>Voorbeelden van laagdrempelige horeca-inrichtingen o.a. op basis van
                    jurisprudentie van de "oude " Wet op de Kansspelen:</al><al>café met biljart- en snookeractiviteiten (max. 3 tafels)</al><al>café/cafetaria</al><al>café/discotheek</al><al>café/sportevenementenhal</al><al>café/gemeenschapshuis</al><al>café/restaurant met afhaalgedeelte</al><al>café/snookercentrum</al><al>café/kegel/bowlingcentrum</al><al>café/restaurant/bowlingzaal/biljartruimte</al><al>café/camping</al><al>café/petit restaurant</al><al>café/tennishal</al><al>café/zwembad</al><al>restaurant/bowling</al><al>discotheek</al><al>kantine/snackbar op camping</al><al>cafetaria</al><al>snackbar</al><al>kegelcentrum</al><al>coffeeshop</al><al>broodjeshuis</al><al>lunchroom</al><al>grillroom</al><al>shoarmazaak</al><al>snookercentrum</al><al>sportcomplex</al><al>gemeenschapsruimte/zalenverhuur</al><al>restaurant/vergaderzaal/zwembad</al><al>cafetaria/zwembad</al><al>kantine in sporthal</al><al>kantine in dansschool</al><al>sportcentrum met bar/restaurant/winkel</al><al>sportcentrum met bar/restaurant/dansschool</al><al>hotel/restaurant/winkel</al><al>sporthallen/café/restaurant</al><al><vet>Ad D Samengestelde inrichtingen.</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30c">Artikel 30c onder 4</extref> gaat over samengestelde (gecombineerde)
                    inrichtingen. Indien zich binnen een laagdrempelige inrichting een voldoende
                    afgescheiden ruimte bevindt, waar een bedrijf of werkzaamheid wordt uitgeoefend
                    als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet%20/article=3">artikel 3, eerste lid, onder a of c van de Drank- en Horecawet</extref> dan
                    wordt deze ruimte als hoogdrempelig aangemerkt op voorwaarde dat:</al><lijst><li nr="1."><al>voor de uitoefening van dat bedrijf of die werkzaamheid een vergunning
                            krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet%20">Drank- en Horecawet</extref> is verleend en deze nog van kracht is
                            en</al></li><li nr="2."><al>voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 30 onder D, 2o en
                            3o en</al></li><li nr="3."><al>de overige ruimten in die inrichting door het publiek uitsluitend te
                            bereiken zijn zonder eerst deze ruimte te betreden.</al></li></lijst><al>Voldoende afgescheiden ruimte.</al><al>Bij de samengestelde inrichting zijn de diverse lokaliteiten veelal direct
                    onderling met elkaar verbonden met een deur. Een dergelijke inrichting heeft
                    tussen de hoogdrempelige- en laagdrempelige lokaliteiten geen voldoende
                    afgescheiden ruimte en is dus altijd laagdrempelig. Evenals de betrokken
                    ministeries, de VNG alsmede GGZ Nederland wordt m.b.t. dit onderwerp de voorkeur
                    gegeven aan een enge interpretatie van de wettekst. </al><al>Wanneer zijn deze lokaliteiten wel voldoende afgescheiden?</al><al>Er moet dan sprake zijn van een situatie waarin het publiek via de
                    hoogdrempelige ruimte niet de laagdrempelige ruimte kan bereiken en/of omgekeerd
                    (de laagdrempelige ruimte niet via de hoogdrempelige ruimte bereikbaar is).
                    Bovenstaande houdt in dat er of sprake moet zijn van twee aparte ingangen, t.w.
                    een ingang naar de hoogdrempelige lokaliteit en een ingang naar de
                    laagdrempelige lokaliteit. Deze aparte ingangen kunnen bestaat uit twee
                    situaties: 1. twee aparte ingangen buiten: één buiten de ingang, waarna een hal
                    wordt betreden; in deze hal bevinden zich twee dichte deuren (deuren die zijn
                    voorzien van een veer of dranger), waarbij de ene deur toegang geeft tot de
                    hoogdrempelige lokaliteit en de andere deur tot de laagdrempelige
                    lokaliteit.</al><al>In alle andere gevallen is er sprake van een inrichting die als laagdrempelig
                    moet worden beschouwd.</al><al><vet>De vergunningvoorschriften</vet></al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30d">artikel 30d</extref> kunnen aan de vergunning voorschriften en beperkingen
                    worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen zijn in de verordening
                    vastgelegd. Twee van deze voorschriften zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>In de aanwezigheidsvergunning wordt opgenomen dat op of aan de
                            speelautomaat een waarschuwing wordt opgenomen tegen gokverslaving en
                            overige risico's van overmatig gokken. De plaats en de vorm van deze
                            waarschuwing dient te voldoen aan de door de burgemeester te stellen
                            eisen. Deze waarschuwing dient te geschieden in de vorm van een
                            waarschuwingsbordje of sticker met de tekst "HET BESPELEN VAN DEZE
                            AUTOMAAT KAN LEIDEN TOT GOKVERSLAVING" geplaatst op of aan de
                            speelautomaat.</al></li><li nr="2."><al>De speelautomaten moeten zodanig in de inrichting worden opgesteld dat
                            de ondernemer/bedrijfsleider/beheerder van de inrichting van achter de
                            bar, tap of toonbank direct zicht heeft op de speelautomaten. Tevens
                            moet deze opstelplaats voor een ieder zichtbaar en toegankelijk
                            zijn.</al></li></lijst><al>Dit houdt in dat speelautomaten niet in hallen of in toiletpartijen mogen worden
                    geplaatst, maar in de lokaliteit(en) van de inrichting. De
                    ondernemer/bedrijfsleider/beheerder heeft vanuit de lokaliteit te allen tijde
                    zicht op de speelautomaten.</al><al><vet>Overgangsregeling</vet></al><al>De wetgever heeft een overgangstermijn vastgesteld van een jaar. Deze
                    overgangstermijn is geregeld in artikel IV. Een vergunning tot het aanwezig
                    hebben van speelautomaten, verleend voor de inwerkingtreding van deze wet op
                    grond van artikel 30c van de Wet op de Kansspelen en van kracht op de dag
                    onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop deze wet in werking treedt, blijft
                    geldig tot een jaar na de inwerkingtreding van deze wet, behoudens eerder
                    verstrijken van de geldigheidsduur of eerdere intrekking van de vergunning. De
                    bestaande vergunningen zijn verleend tot 1 januari 2001. Bovendien zijn alle
                    vergunninghouders binnen de gemeente Aa en Hunze vorig jaar reeds uitvoerig
                    geïnformeerd over de wetswijziging en de gevolgen hiervan. Voor locaties die
                    vanuit een beginsituatie vergunningaanvragen doen geldt enkel de nieuwe
                    situatie. Van de VNG is inmiddels bericht ontvangen dat zowel de gewijzigde Wet
                    op de Kansspelen als het daarbij behorende <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Speelautomatenbesluit%202000%20">Speelautomatenbesluit 2000</extref> op 1 juni 2000 in werking zijn
                        getreden.</al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30w">artikel 30 w, tweede lid van de wet</extref> wordt aan het college de
                    bevoegdheid toegekend ambtenaren aan te wijzen die met het toezicht op de
                    naleving van de speelautomatenvergunningen worden belast. De in artikel 141 Sv.
                    genoemde ambtenaren hebben een algemene opsporingsbevoegdheid. Ingevolge artikel
                    142 Sv. kunnen met de opsporing van strafbare feiten ook zijn belast zij aan wie
                    bij verordening de handhaving of de zorg voor de naleving daarvan is
                    toevertrouwd. Het ligt in de lijn dat aan hen ook het toezicht op de naleving
                    van de speelautomatenhalvergunning wordt opgedragen.</al><lijst><li nr="a."><al>waarvoor ingevolge die wet een vergunning is verleend en deze niog van
                            kracht is en:</al></li><li nr="b."><al>waar het café- of restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere
                            activiteiten</al></li><li nr="plaatsvinden,"><al>waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend en:</al></li><li nr="c."><al>waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van
                            18 jaar en ouder.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>