<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133855_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oegstgeester Courant, 28-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=228&amp;g=2013-01-02">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>V002</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De 'Verordening rioolheffing 2011’ van 4 november 2010, wordt ingetrokken per 1 januari 2012. Artikel 12 bevat een overgangsrecht.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oegstgeest;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2011;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012</vet></al><al><vet>(VERORDENING RIOOLHEFFING 2012)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak , zoals aangemerkt in
                                artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li><li nr="e."><al>woning: een onroerende of roerende zaak die in hoofdzaak tot woning
                                dient;</al></li><li nr="f."><al>niet-woning: een onroerende of roerende zaak die niet in hoofdzaak
                                tot woning dient.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>ter zake van het gebruik van de gemeentelijke riolering voor een
                                    hoeveelheid afvalwater van 1 tot en met 250 kubieke meters die
                                    vanuit het perceel wordt afgevoerd via de gemeentelijk riolering
                                    (hierna: rioolheffing 1);</al></li><li nr="b."><al>ter zake ter zake van het gebruik van de gemeentelijke riolering
                                    voor een hoeveelheid afvalwater uitgaande boven 250 kubieke
                                    meters die vanuit het perceel wordt afgevoerd via de
                                    gemeentelijke riolering (hierna: rioolheffing 2).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt de hoeveelheid afvalwater
                            bepaald op de wijze als bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als gebruiker wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld van het perceel al
                                    dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikmaken;</al></li><li nr="b."><al>gebruik maken van een perseel door de leden van een huishouden
                                    wordt aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel
                                    231, tweelid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
                                    aangewezen lid van dat huishouden;</al></li><li nr="c."><al>gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in
                                    gebruik is gegeven, wordt aangemerkt als gebruikmaken door
                                    degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="d."><al>het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig
                                    gebruik wordt aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat
                                    perceel ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 1 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rioolheffing 1 wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rioolheffing 2 wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                            afvalwater uitgaande boven 250 kubieke meters afvalwater dat vanuit het
                            perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor toepassing van het tweede lid wordt het aantal kubieke meters
                            afgevoerd afvalwater gesteld op het aantal kubieke meters water dat in
                            het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar naar het perceel is
                            toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
                            een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                            herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij het ontstaan van de belastingplicht met betrekking tot een
                            perceel bij gebrek aan gegevens op grond van het derde lid niet de
                            hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld, wordt voor de toepassing
                            van het tweede lid het aantal kubieke meters afgevoerd afvalwater
                            gesteld op het aantal kubieke meters water dat in een meest actueel
                            ander kalenderjaar waar wel gegevens beschikbaar zijn, naar het perceel
                            is toegevoerd of is opgepompt. De tweede en derde volzin van het derde
                            lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval er sprake is van een gemeenschappelijke watermeter of
                            pompinstallatie voor meer dan één perceel, wordt de hoeveelheid
                            toegevoerd of opgepompt water voor ieder van die percelen gesteld op een
                            aandeel dat rechtevenredig is aan het aantal percelen dat op de
                            watermeter of pompinstallatie is aangesloten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een perceel niet tot hoofdzaak wordt gebruikt als woning, wordt
                            indien de belastingplichtige aantoont dat de hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water niet gelijk is aan de hoeveelheid afgevoerd afvalwater,
                            op diens verzoek de op de voet van het derde, vierde, vijfde of zesde
                            lid berekende hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.
                            Voor de toepassing van de vorige volzin dient een perceel in hoofdzaak
                            tot woning indien de waarde die opgrond van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken is vastgesteld voor dat perceel, in
                            hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van het perceel die dienen
                            tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Indien
                            een perceel een roerende zaak is, is de vorige volzin van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rioolheffing 1 bedraagt voor een woning:</al><lijst><li nr="a."><al>per belastingjaar indien de woning op 1 januari van het
                                    belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop
                                    van het belastingjaar bij aanvang van de belastingplicht, wordt
                                    gebruikt door één persoon € 76,01;</al></li><li nr="b."><al>per belastingjaar indien woning op 1 januari van het
                                    belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop
                                    van het belastingjaar bij aanvang van de belastingplicht, wordt
                                    gebruikt door twee of meerpersonen € 112,37;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rioolheffing 1 bedraagt voor een niet-woning per belastingjaar indien
                            de niet-woning op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                            belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij aanvang
                            van de belastingplicht € 112,37;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rioolheffing 2 bedraagt per kubieke meter afvalwater € 1,62;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien ter zake van de heffing als bedoeld in het eerste lid in de loop
                            van het belastingjaar een verandering plaatsvindt van sub b naar sub a,
                            wordt het tarief als bedoeld in het eerste lid, sub a, toegepast met
                            ingang van de eerstvolgende kalendermaand.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingaanslagen van € 5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslag
                            verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt
                            als één belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                            het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan €
                            75,--., doch minder dan € 5.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke
                            termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                            later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening rioolheffing 2011’ van 4 november 2010, wordt ingetrokken
                        met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van
                        de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening rioolheffing 2012'</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2011.</al></slotformulering><ondertekening>De voorzitter</ondertekening><ondertekening>De griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>