<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133847_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Onderwijsvoorzieningen van de gemeente Ede</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ede Stad 25-1-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Onderwijsvoorzieningen van de gemeente Ede</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, artikel 102</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra, artikel 100</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 76m</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>681095 en 682033</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Door het vaststellen van deze verordening vervalt de Verordening Onderwijshuisvesting die de raad heeft vastgesteld op 7 februari 2008.</al><al>De raad heeft de verordening en bijlagen vastgesteld, nadat er overleg is geweest tussen het college en de vertegenwoordigers van het bevoegd gezag van de scholen in het BO3. Dit overleg vond plaats op 7 september 2011.</al><al>Wij moeten het toekennen van voorzieningen regelen in deze verordening. Dit doen wij op basis van het beleid over onderwijs en bewegingsonderwijs.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-385</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-386</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-387</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-388</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening 'Onderwijsvoorzieningen van de gemeente Ede'</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Wat besluit de gemeenteraad van de gemeente Ede?</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Intrekken van Verordening Onderwijshuisvesting vastgesteld d.d. 7
                                februari 2008.</al></li><li nr="-"><al>Vaststellen van de verordening ‘Onderwijsvoorzieningen van de
                                gemeente Ede’.</al></li></lijst><al><vet>Hoe doet de gemeenteraad van de gemeente Ede dat?</vet></al><al>Wij stellen de verordening vast op basis van: </al><lijst><li nr="-"><al>artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>artikel 100 van de Wet op de expertisecentra;</al></li><li nr="-"><al>artikel 76m van de Wet op het voortgezet onderwijs.</al></li></lijst><al>Wij stellen de verordening en bijlagen vast, na het overleg tussen het
                        college en de vertegenwoordigers van het bevoegd gezag van de scholen in het
                        BO3. Zo noemen we het ’Op Overeenstemming Gericht Overleg’. Dit overleg vond
                        plaats op 7 september 2011.</al><al>Wij moeten het toekennen van voorzieningen regelen in deze verordening. Dit
                        doen wij op basis van het beleid over onderwijs en bewegingsonderwijs.</al><al><vet>Wanneer gaat deze verordening in?</vet></al><al>Deze verordening gaat in op 1 januari 2012.</al><al><vet>Ondertekening</vet></al><al>Deze verordening hebben wij vastgesteld tijdens de openbare vergadering van
                        de gemeenteraad van 17 november 2011.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Wat betekenen de gebruikte begrippen?</titel></kop><al><vet>Minister:</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="36*"/><colspec colname="col2" colwidth="64*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Aanvraag</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het verzoek om bekostiging van een voorziening van
                                                deze verordening.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Aanvrager</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het bevoegd gezag dat een aanvraag heeft ingediend
                                                voor bekostiging van een voorziening van deze
                                                verordening.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Aanvullende voorziening</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een nieuwe voorziening die het college heeft
                                                vastgesteld.</al><al>Hiermee vullen we de verordening (tijdelijk)
                                                aan.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Advies Onderwijsraad</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een advies van de Onderwijsraad over de vaststelling
                                                van het programma. Dit advies geeft zij in relatie
                                                tot de vrijheid van richting en inrichting.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Beslissing Gedeputeerde Staten</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De beslissing van Gedeputeerde Staten in een
                                                geschil.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Bevoegd gezag</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>- Bevoegd gezag van een openbare of bijzondere</al><al> school die in de gemeente Ede ligt.</al><al>- Bevoegd gezag van een nevenvestiging, waarvan de
                                                hoofdvestiging in een andere gemeente ligt. Dit is
                                                in deze verordening bepaald.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Bekostigingsplafond</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is binnen een
                                                bepaald tijdvak, per voorziening. </al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>BO3</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) tussen
                                                de besturen van de scholen en de gemeente.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>College</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Ede.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Datum van indiening</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het uiterste moment waarop u een aanvraag indient
                                                voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende
                                                tijdvak.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Eigendomsoverdracht</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De eigendomsoverdracht van gemeente aan het bevoegd
                                                gezag of andersom bij beëdiging van het gebruik. </al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Feitelijke beschikbaarstelling</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De handeling van het college, waarbij zij een
                                                voorziening of aanvullende voorziening in natura
                                                beschikbaar stelt.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Gezamenlijke akte</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De akte waarin het college en het bevoegd gezag
                                                verklaren dat het gebruik van een gebouw beëindigd
                                                wordt.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Gewogen aantal leerlingen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantal leerlingen, waarbij rekening wordt
                                                gehouden met wegingsfactoren.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Integraal huisvestingsplan</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het meerjarig investeringsplan voor de voorzieningen
                                                onderwijshuisvesting.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Medegebruik</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De huisvesting in een of meerdere lokalen van een
                                                schoolgebouw van een andere school of instelling
                                                voor culturele, maatschappelijke of recreatieve
                                                doeleinden.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Minister</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De minister van Onderwijs, Cultuur en
                                                Wetenschap.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Nevenvestiging</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een vestiging op een andere locatie dan de
                                                hoofdvestiging. De minister brengt deze zelfstandige
                                                voorziening voor vergoeding in aanmerking.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijsraad</al></entry><entry colname="col2"><al>De Onderwijsraad is het adviesorgaan voor de
                                                regering op het terrein van het onderwijs. De raad
                                                adviseert over de hoofdlijnen van het beleid en de
                                                wetgeving op het gebied van het onderwijs. Ook
                                                gemeenten kunnen in speciale bij de wet geregelde
                                                gevallen een beroep doen op de Onderwijsraad.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Ongewogen aantal leerlingen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantal leerlingen dat daadwerkelijk op de school
                                                staat ingeschreven.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Overzicht</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De aanvragen die niet zijn ingewilligd voor de
                                                vaststelling van het programma.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Permanent gebouw</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Schoolgebouw dat minstens veertig jaar als
                                                volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                                functioneren. Dit komt door de keuze van het ontwerp
                                                en de aard van de constructie en materialen. </al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Tijdelijk gebouw</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Verplaatsbare ruimte die maximaal vijftien jaar als
                                                volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                                functioneren. </al><al>Dit komt door de keuze van het ontwerp en de aard
                                                van de constructie en materialen.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>School</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een school voor primair onderwijs, (voortgezet)
                                                speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>School voor primair onderwijs</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een basisschool of een speciale school voor basis
                                                onderwijs.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>School voor (voortgezet) </cursief></al><al><cursief>speciaal onderwijs</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een school voor speciaal onderwijs, voortgezet
                                                speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet
                                                speciaal onderwijs.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>School voor voortgezet onderwijs</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een school of scholengemeenschap voor:</al><al/><al>- voorbereidend wetenschappelijk onderwijs</al><al>- hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                                onderwijs</al><al>- voorbereidend beroepsonderwijs</al><al>- praktijkonderwijs.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Schouwen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De opname van de (bouwkundige) toestand van (een
                                                deel) van gebouw, een voorziening of aanvullende
                                                voorziening en/of een terrein.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Teldatum</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De jaarlijkse datum van 1 oktober waarop scholen
                                                rapporteren aan de minister over de ingeschreven
                                                leerlingen. </al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Tijdvak</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Periode waarvoor we een voorziening toekennen. </al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Toekenningscriteria</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De omstandigheden waaronder een schoolbestuur in
                                                aanmerking komt voor een voorziening of een
                                                aanvullende voorziening.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>U</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het bevoegd gezag van een school.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Verhuur</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruik van een onderwijsgebouw door derden. Zij
                                                gebruiken het gebouw niet voor onderwijs. </al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Voorziening</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een zaak waarvoor u volgens deze verordening een
                                                vergoeding kunt krijgen.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Voorziening voor blijvend gebruik</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een voorziening in de huisvesting die minstens
                                                vijftien jaar of langer noodzakelijk is.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Voorziening voor tijdelijk
                                                  gebruik</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>Een voorziening in de huisvesting die minder dan
                                                vijftien jaar noodzakelijk is.</al><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Wij</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De raad van de gemeente Ede.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Welke voorzieningen onderscheiden wij?</titel></kop><al>In deze verordening onderscheiden wij de volgende voorzieningen.</al><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen die bestemd zijn voor blijvend of tijdelijk
                                    gebruik. Waaruit bestaan deze voorzieningen?</al><lijst><li nr="a."><al>Nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                            rijksvergoeding in aanmerking komt. Of nieuwbouw voor
                                            een school om een gebouw, waarin een school is
                                            gehuisvest, geheel of gedeeltelijk te vervangen. Al dan
                                            niet op dezelfde locatie.</al></li><li nr="b."><al>Uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest.</al></li><li nr="c."><al>Een bestaand gebouw dat geheel of gedeeltelijk benut is
                                            voor de huisvesting van een school.</al></li><li nr="d."><al>Het terrein voor zover dat nodig is om een voorziening
                                            te realiseren</al></li><li nr="e."><al>Inrichting met een onderwijsleerpakket of met leer- en
                                            hulpmiddelen. Deze inrichting is nog niet eerder door
                                            het rijk of de gemeente betaald.</al></li><li nr="f."><al>Een inrichting met meubilair. Deze inrichting is nog
                                            niet eerder door het rijk of de gemeente betaald.</al></li><li nr="g."><al>Medegebruik van:</al><lijst><li nr="-"><al>een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat
                                                  al bij een andere school in gebruik is;</al></li><li nr="-"><al>een ruimte voor bewegingsonderwijs;</al></li><li nr="-"><al>een bad voor watergewenning of
                                                  bewegingstherapie.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Aanpassingen aan gebouwen van een school voor primair onderwijs
                                    en een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die bestaan
                                    uit één of meer activiteiten. Deze onderscheiden we in bijlage I
                                    onder 9 van de betreffende onderwijssoort.</al></li><li nr="3."><al>Onderhoud aan gebouwen van een school voor primair onderwijs en
                                    een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Dit onderhoud
                                    bestaat uit één of meer activiteiten zoals we onderscheiden in
                                    bijlage I onder 10. van de betreffende onderwijssoort.</al></li><li nr="4."><al>Herstel van een constructiefout waardoor een gebouw schade
                                    heeft. Deze schade is veroorzaakt door een eigen gebrek of eigen
                                    bederf. Hieronder vallen ook kosten om materiële schade te
                                    voorkomen. Het gaat daarbij om schade die zich nog niet heeft
                                    geuit. Deze schade vloeit onmiddellijk voort uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie.</al></li><li nr="5."><al>Huur van een sportterrein. Dit terrein is niet uw eigendom. Het
                                    bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs gebruikt
                                    dit terrein voor het bewegingsonderwijs.</al></li></lijst><al>Voor de hieronder genoemde voorzieningen zijn hoofdstuk 2 tot en met 5
                            niet van toepassing. </al><lijst><li nr="6."><al>Klokuren bewegingsonderwijs (Hoofdstuk 6 ).</al></li><li nr="7."><al>Herstel van schade in bijzondere omstandigheden (Hoofdstuk
                                    7).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Hoe stelt het college de vergoeding vast?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding stelt het college vast op:</al><lijst><li nr="a."><al>de genormeerde kosten voor de voorzieningen die betrekking
                                        hebben op bouw en eerste inrichting. Het gaat hierbij om de
                                        voorzieningen onder 1.2.1 a, b, e, en f.</al></li><li nr="b."><al>de feitelijke kosten voor de overige voorzieningen.</al></li><li nr="c."><al>het bedrag dat wij beschikbaar stellen voor vervangende
                                        nieuwbouw. Dit bedrag kan het college verminderen met een
                                        bepaald deel. Dat deel zijn de onderhoudskosten, die het
                                        bevoegd gezag volgens de wet moet betalen en door de
                                        vervangende nieuwbouw bespaart.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten dat het bevoegd gezag het genormeerde
                                bedrag voor de vergoeding van tijdelijke huisvesting mag gebruiken
                                als investering in permanente huisvesting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Wat geldt voor het bekostigingsplafond en de
                                verdelingsregels?</titel></kop><al>Het college stelt het bekostigingsplafond en de verdelingsregels vast
                            voor de voorziening(en). Ook maakt zij bekend aan de schoolbesturen hoe
                            hoog het bekostigingsplafond is en hoe het college het beschikbare
                            bedrag verdeelt. Dit doet zij uiterlijk zes weken voor de
                            indieningsdatum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Wat geldt voor aanvullende voorzieningen?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de verordening tijdelijk aanvullen met een
                                voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de toekenningscriteria vast. Op basis van deze
                                criteria heeft u wel of geen aanspraak op de aanvullende
                                voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Wat geldt in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet?</titel></kop><al>Hebben we te maken met situaties waarin deze verordening niet voorziet?
                            En heeft de situatie wel te maken met de uitvoering van deze
                            verordening? Dan beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Wat geldt voor de indexering?</titel></kop><al>Het college stelt ieder jaar de normbedragen bij voor de vergoeding van
                            voorzieningen. Het gaat om de normbedragen die we hanteren voor deze
                            verordening. Dit doet het college op basis van de prijsindexen waarover
                            de Vereniging Nederlandse Gemeenten jaarlijks adviseert. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OVER HET PROGRAMMA EN OVERZICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Hoe stellen we het investeringsbedrag vast?</titel></kop><al>Wij stellen tenminste elke vier jaar het Integraal Huisvestingsplan
                            vast. Vervolgens stelt het college het jaarlijkse programma vast.</al><al>Het Integraal Huisvestingsplan is onderdeel van het investeringsplan van
                            de gemeentebegroting. Het gaat om het totaalbedrag dat beschikbaar is om
                            de voorzieningen onderwijshuisvesting te bekostigen. Dit doen wij onder
                            de voorwaarde dat bepaalde omstandigheden niet wijzigen. Het gaat om
                            omstandigheden die van toepassing waren bij het vaststellen van het
                            Integraal Huisvestingsplan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Waaruit bestaat het programma?</titel></kop><al>Het programma gaat over voorzieningen waarmee u kunt beginnen in het
                            jaar dat volgt op de vaststelling. Wat neemt het college op in het
                            programma?</al><lijst><li nr="-"><al>De aangevraagde voorzieningen die het college voor het
                                    betreffende jaar heeft opgenomen in het Integraal
                                    Huisvestingsplan.</al></li><li nr="-"><al>De aanvragen die het college niet heeft opgenomen in het
                                    vastgestelde Integraal Huisvestingsplan maar wel goedkeurt. Deze
                                    aanvragen moeten voldoen aan de criteria in deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Waaruit bestaat het overzicht?</titel></kop><al>Het overzicht bestaat uit de aangevraagde voorzieningen die het college
                            weigert in het programma op te nemen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Hoe dient u een aanvraag in?</titel></kop><al><cursief>Is de voorziening opgenomen in het Integraal
                                Huisvestingsplan?</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Gaat het om een voorziening die al is opgenomen in het Integraal
                                    Huisvestingsplan? Dan stuurt het college u een ingevuld
                                    aanvraagformulier. U controleert het aanvraagformulier op
                                    juistheid en volledigheid.</al><al>U levert het aanvraagformulier voor 1 mei in, eventueel
                                    gecorrigeerd en ondertekend. 1 mei valt in het jaar waarin het
                                    programma wordt vastgesteld.</al><al><cursief>Is de</cursief><cursief> voorziening niet opgenomen in het </cursief><cursief>Integraal Huisvestingsplan?</cursief></al></li><li nr="2."><al>Gaat het om een voorziening die niet is opgenomen in het
                                    Integraal Huisvestingsplan? Dan vraagt u het college voor 1 mei
                                    om een voorziening op te nemen in het programma. 1 mei valt in
                                    het jaar waarin het programma wordt vastgesteld. U vermeldt
                                    daarbij de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school waarvoor de voorziening is
                                            bestemd;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>het gebouw of de gewenste plaats waar u de voorziening
                                            wilt realiseren;</al></li><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum waarop u de voorziening
                                            uitvoert;</al></li><li nr="g."><al>de reden waarom u vindt dat de aanvraag moet worden
                                            opgenomen in het Programma ;</al></li><li nr="h."><al>een verwachting van het aantal leerlingen van de school
                                            die is gebaseerd op de gemeentelijke prognose, of;</al></li><li nr="i."><al>een bouwkundig rapport. Vraagt u een voorziening aan
                                            voor het geheel of gedeeltelijk vervangen van een
                                            gebouw? Of voor onderhoud aan een gebouw van een school
                                            voor primair onderwijs of (voortgezet) speciaal
                                            onderwijs? Dan blijkt uit het bouwkundig rapport de
                                            noodzaak hiervoor. Dit geldt ook als het gaat om het
                                            herstel van een constructiefout.</al><al/><al>De punten 3 t/m 5 gelden voor alle aanvragen:</al><al/></li></lijst></li><li nr="3."><al>Is de aanvraag niet volledig? Dan vraagt het college u om de
                                    ontbrekende gegevens te verstrekken. Om te voorkomen dat het
                                    college uw aanvraag niet behandelt doet u dit voor</al><al> 1 juni. Beslist het college uw aanvraag niet te behandelen? Dan
                                    informeert het college u voor 1 juli.</al></li><li nr="4."><al>U kunt de aanvraag toelichten. Dit kan op zowel uw verzoek als
                                    op verzoek van het college.</al></li><li nr="5."><al>U stuurt het college ieder jaar een afschrift van de opgave aan
                                    de minister. Op deze opgave leest het college het aantal
                                    leerlingen dat op de wettelijke teldatum op de school staat
                                    ingeschreven. Dit doet u voor 15 oktober.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Welke aanvragen zijn ingediend?</titel></kop><al>Voor het BO3-overleg, geeft het college een opgave door van de aanvragen
                            die zij in behandeling heeft genomen. Hierin staat het voornemen welke
                            aanvragen zij honoreert en welke zij weigert. U ontvangt voor 1
                            september een uitnodiging voor het BO3-overleg. Het college geeft het
                            volgende aan over de voorzieningen die zij in het programma heeft
                            opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>het genormeerde bedrag dat het college voor de voorzieningen
                                    beschikbaar stelt;</al></li><li nr="b."><al>of het geraamde bedrag dat gemoeid is met de uitvoering van de
                                    voorziening;</al></li><li nr="c."><al>en de motivatie met eventueel bijkomende voorwaarden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Hoe overlegt het college over het programma?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt u in de gelegenheid uw zienswijze over het
                                voorgenomen besluit naar voren te brengen. Het college overlegt
                                hierover tijdens het BO3-overleg. Dit overleg vindt plaats voordat
                                het college het programma en overzicht vaststelt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het BO3-overleg vindt jaarlijks plaats voor 1 november.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Neemt u niet deel aan het BO3-overleg? Dan kunt u uiterlijk 2 weken
                                vóór de datum van het overleg uw zienswijze indienen bij het
                                college. Dit doet u per brief. Het college stelt de deelnemers aan
                                het overleg hiervan in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college verzorgt een verslag van het BO3-overleg. Zij stuurt het
                                verslag naar alle bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Constateren u of het college in het BO3-overleg dat het voorgenomen
                                besluit in strijd is met de vrijheid van richting en inrichting? Dan
                                kunnen u of het college een advies vragen aan de Onderwijsraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Hoe gaat het college om met het advies van de
                                onderwijsraad?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college vraagt de Onderwijsraad om advies. Zij geeft de
                                Onderwijsraad alle stukken die nodig zijn om het verzoek te
                                beoordelen. Hieronder valt ook het schriftelijke verslag van het
                                BO3-overleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ontvangt het college het advies van de Onderwijsraad? Dan stuurt zij
                                een kopie van het advies naar de bevoegde gezagsorganen. Dit doet
                                het college binnen vijf dagen nadat zij het advies heeft ontvangen.
                                Heeft het advies van de Onderwijsraad tot gevolg dat het college het
                                voorgenomen besluit inhoudelijk bijstelt? Dan nodigt het college de
                                bevoegde gezagsorganen uit voor een nader overleg. Het college
                                organiseert dit overleg binnen twee weken, nadat het college het
                                advies van de Onderwijsraad naar de bevoegde gezagsorganen heeft
                                gestuurd. Het college maakt van dit overleg een aanvulling op het
                                verslag van het BO3-overleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Hoe maakt het college de besluiten bekend?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt het programma en het overzicht uiterlijk vast op
                                31 december.</al><al> Dit is 31 december van het jaar vóór het jaar van de
                                uitvoering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Heeft het college het programma en het overzicht vastgesteld? Dan
                                ontvangen de aanvragers de beslissing van het college. Bij deze
                                beslissing deelt het college ook mee:</al><lijst><li nr="a."><al>de uiterste datum waarop u het definitieve bouwplan en de
                                        definitieve begroting moet indienen;</al></li><li nr="b."><al>de criteria die het college toepast bij het beoordelen van
                                        het bouwplan en de kostenraming;</al></li><li nr="c."><al>de manier van de aanbesteding. Daarbij gaan we uit van het
                                        gemeentelijke aanbestedingsbeleid.</al></li><li nr="d."><al>de manier waarop het college de begroting beoordeelt;</al></li><li nr="e."><al>dat de uitvoering van het besluit plaatsvindt onder
                                        verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Wat geldt voor de uitvoering van het programma?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast na ontvangst van het definitieve bouwplan en
                                de definitieve begroting of:</al><lijst><li nr="a."><al>er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn, waardoor het
                                        rechtvaardig is om het genomen besluit over de aanvraag te
                                        herzien, en</al></li><li nr="b."><al>het bouwplan en de begroting aan de criteria voldoen, die
                                        van toepassing waren om de voorziening op te nemen in het
                                        programma.</al></li></lijst><al>Dit stelt het college vast binnen acht weken nadat zij het bouwplan
                                en de begroting heeft ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stemt in met het bouwplan en de begroting als lid 1 van
                                dit artikel van toepassing is. U krijgt dan hierover binnen twee
                                weken bericht. Het college vermeldt daarbij de manier waarop zij de
                                gelden voor de voorzieningen beschikbaar stelt. Dit doet zij:</al><lijst><li nr="-"><al>in termijnen, of</al></li><li nr="-"><al>na ontvangst van de nota.</al></li></lijst><al>Het college betaalt op uw verzoek de gelden uit als een kopie van de
                                bouwopdracht is ontvangen. Daarnaast vermeldt het college bij haar
                                beslissing het feit dat u de besteding van de gelden verantwoordt.
                                Dit doet u door een accountantsverklaring af te geven. Dit doet u
                                binnen een termijn die het college vaststelt. Voor een bouwplan tot
                                maximaal </al><al>€ 250.000,= kan het college een andere manier van verantwoording van
                                de besteding van de gelden bepalen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wat geldt voor uw aanspraak op het bekostigen van de
                                voorziening?</al><lijst><li nr="a."><al>Is een bouwvergunning vereist? Dan geeft u een bouwopdracht,
                                        binnen vier maanden nadat de bouwvergunning is verleend.
                                        Daarmee voorkomt u dat uw aanspraak op het bekostigen van de
                                        voorziening vervalt.</al></li><li nr="b."><al>Is een bouwvergunning niet vereist? U sluit binnen 2 maanden
                                        na het besluit van het college een koop-, huur- of
                                        erfpachtovereenkomst af.</al></li><li nr="c."><al>Is er sprake van onderhoud? U heeft voor 1 oktober een
                                        opdracht verleend. U kunt uiterlijk voor 1 september uitstel
                                        aanvragen.</al></li><li nr="d."><al>Overschrijdt u één van de termijnen? En is dit het gevolg
                                        van bijzondere omstandigheden die niet aan u zijn toe te
                                        rekenen? Dan stuurt u het college een brief met daarin een
                                        gemotiveerd verzoek om de termijn te verlengen. Dit doet u
                                        binnen drie maanden nadat u de beslissing van het college
                                        heeft ontvangen. Het college beoordeelt uw verzoek en
                                        beslist hierover binnen één maand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan besluiten zelf het besluit uit te voeren. Dit doet
                                zij op uw verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Toezien op de uitvoering</titel></kop><al>Is de voorziening uitgevoerd volgens de ingediende aanvraag ? Dan kan
                            het college gebruikmaken van de mogelijkheid om de gerealiseerde
                            voorziening te schouwen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>OVER AANVRAGEN MET SPOED</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Hoe dient u een aanvraag in?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Heeft u een voorziening in de huisvesting nodig omdat anders het
                                onderwijs niet kan doorgaan? Of is er sprake van niet acceptabele
                                gevolgschade? Dan vraagt u hiervoor een vergoeding aan bij het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag neemt u op:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school waarvoor de voorziening is
                                        bestemd;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die u aanvraagt;</al></li><li nr="e."><al>het gebouw of de gewenste plaats waar u de voorziening wilt
                                        realiseren;</al></li><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum waarop u de voorziening
                                        uitvoert.</al></li><li nr="g."><al>een onderbouwing waarom de voorziening in de huisvesting
                                        noodzakelijk is.</al></li><li nr="h."><al>een gespecificeerde, marktconforme, begroting van de kosten
                                        voor de voorziening.</al></li><li nr="i."><al>waarom u deze voorziening niet kon aanvragen als onderdeel
                                        van het vastgestelde of nog vast te stellen programma.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Is de aanvraag niet volledig? Dan ontvangt u van het college een
                                brief binnen twee weken na de datum waarop u de aanvraag heeft
                                ingediend. U heeft vervolgens de gelegenheid de ontbrekende gegevens
                                alsnog in te dienen bij het college. Dit doet u binnen twee weken na
                                ontvangst van de brief van het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken nadat zij uw aanvraag heeft
                                ontvangen. Of binnen twaalf weken nadat u aanvullende gegevens heeft
                                verstrekt of had moeten verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Heeft het college een beslissing genomen? Dan krijgt u hiervan
                                schriftelijk bericht. Dit ontvangt u binnen twee weken na de datum
                                waarop het college een beslissing heeft genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Hoe beslist het college over de inhoud?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stelt het college vast dat de voorziening niet uitgesteld kan worden
                                met het oog op de voortgang van het onderwijs? Dan wijst zij de
                                aangevraagde voorziening toe. Zij hanteert daarbij de
                                beoordelingscriteria volgens bijlage I. A. en de gemeentelijke
                                prognose.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beslissing van het college kan ook over een gedeelte van de
                                gewenste voorziening gaan. Of over een andere voorziening dan de
                                voorziening die u aanvraagt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wijst het college de aanvraag toe? Dan vermeldt het college het
                                bedrag dat zij beschikbaar stelt voor de toegewezen
                                voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Hoe beslist het college over de uitvoering?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Heeft het college het besluit naar de aanvrager gestuurd? Dan
                                overlegt het college zo snel mogelijk met het bevoegd gezag over de
                                manier van uitvoering. Het college gaat hierbij uit van het gestelde
                                in artikel 2.9 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wat geldt voor uw aanspraak op het bekostigen van de
                                voorziening?</al><lijst><li nr="a."><al>U verleent zo spoedig mogelijk een bouwopdracht of u sluit
                                        zo spoedig mogelijk een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst
                                        af. U stuurt hiervan een afschrift naar het college. Daarmee
                                        voorkomt u dat uw aanspraak op het bekostigen van de
                                        voorziening vervalt.</al></li><li nr="b."><al>Is er sprake van bijzondere omstandigheden die niet aan u
                                        zijn toe te rekenen? Dan vervalt uw aanspraak op het
                                        bekostigen van de voorziening niet. U stuurt het college dan
                                        een brief met daarin een gemotiveerd verzoek om overleg over
                                        een passende oplossing. Het college beslist binnen drie
                                        weken nadat het verzoek is ontvangen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OVER MEDEGEBRUIK EN VERHUUR</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Wat geldt voor medegebruik voor onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Welke omstandigheden gelden?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Is er sprake van genormeerde leegstand in een deel van een
                                    gebouw of terrein bestemd voor het primair onderwijs,
                                    (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs? Dan kan
                                    het college de leegstand toewijzen of vorderen voor medegebruik.
                                    Dit kan aan de orde zijn als er een aanvraag is ingediend voor
                                    het bekostigen van een voorziening (vervangende) nieuwbouw en
                                    uitbreiding. Door medegebruik kan het college aan de aanvraag
                                    voldoen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer is er sprake van leegstand in een schoolgebouw?</al><al>Er is een overschot aan vierkante meters bruto vloeroppervlakte.
                                    Dit blijkt uit de vergelijking van de ruimtebehoefte en de
                                    capaciteit van het gebouw. Hierbinnen zijn leegstaande
                                    onderwijsruimten beschikbaar. Dit is niet het geval als het
                                    bevoegd gezag aantoont dat er binnen het overschot aan vierkante
                                    meters bruto vloeroppervlakte geen leegstaande onderwijsruimten
                                    beschikbaar zijn. Dit toont zij aan op basis van het lesrooster
                                    of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar.
                                    De capaciteit van het gebouw stellen we vast op basis van
                                    bijlage III, deel A. De ruimtebehoefte berekenen we op basis van
                                    bijlage III, deel B.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer is er sprake van leegstand in een ruimte voor
                                    bewegingsonderwijs? </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>In een gebouw voor het primair onderwijs en
                                                (voortgezet) speciaal onderwijs</cursief>:</al><al> Het bevoegd gezag gebruikt de ruimte minder dan
                                            zesentwintig klokuren in totaal per week.</al></li><li nr="b."><al><cursief>In een gebouw voor een school voor voortgezet
                                                onderwijs:</cursief></al><al> Het bevoegd gezag gebruikt het gebouw minder dan
                                            veertig klokuren. Behalve als u aantoont dat dit niet
                                            het geval is. Dit doet u op basis van de lesroosters
                                            voor het lopende of het eerstvolgende schooljaar.</al></li><li nr="c."><al>Het gebruik blijkt uit de berekening op basis van
                                            bijlage III, deel B.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Wat geldt voor het vorderen van ruimte?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Is er leegstand in uw gebouw of gebouwen? En heeft u dit in
                                    gebruik gegeven aan een andere school of scholen die daar recht
                                    op hebben? En gebruiken zij deze ruimte voor onderwijs? Dan kan
                                    het college besluiten het gebouw niet te vorderen voor
                                    medegebruik. Dit geldt niet als de betreffende school ook een
                                    ruimte kan gebruiken binnen de huisvestingscapaciteit die voor
                                    haar beschikbaar is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Komt het bevoegd gezag in aanmerking voor aanvullende
                                    huisvesting? En vordert het college een groepsruimte voor
                                    medegebruik? Dan vordert zij de leegstand in het gebouw dat het
                                    dichtst ligt bij het gebouw van de school waarvoor zij de ruimte
                                    vordert. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan na overleg met de betrokken bevoegde
                                    gezagsorganen anders besluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Hoe stelt het college u op de hoogte?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college een besluit neemt om leegstand in een
                                    lesgebouw te vorderen, overlegt zij hierover.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vordert het college ruimte? Dan stelt zij het bevoegd gezag,
                                    waarvan zij de ruimte vordert, hiervan op de hoogte. Dit doet
                                    zij per brief. Dit doet het college binnen twee weken nadat zij
                                    het besluit tot vorderen heeft genomen. In deze brief
                                    staat:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor het
                                            college de ruimte vordert;</al></li><li nr="b."><al>het aantal groepen of aantal leerlingen waarvoor het
                                            college de ruimte vordert. Of het aantal klokuren dat
                                            het college vordert als het gaat om
                                            bewegingsonderwijs;</al></li><li nr="c."><al>het gebouw waarop de vordering betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>het aantal en type ruimten dat het college vordert;</al></li><li nr="e."><al>de ingangsdatum van het medegebruik;</al></li><li nr="f."><al>de periode waarvoor het college vordert.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Wat geldt voor de vergoeding voor medegebruik?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg een
                                    exploitatievergoeding voor het medegebruik vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Leidt dit overleg niet tot overeenstemming? Dan is de vergoeding
                                    gelijk aan het bedrag van de vergoeding dat het ministerie van
                                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vaststelt voor het bekostigen
                                    van de groepsafhankelijke kosten. Dit bedrag stelt het
                                    ministerie ieder jaar vast. Dit is opgenomen binnen de
                                    programma’s van eisen primair onderwijs. In bijzondere
                                    omstandigheden waardoor het bedrag vastgesteld door het
                                    ministerie niet toereikend is, kan het college een redelijke
                                    vergoeding voor medegebruik bepalen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Wat geldt voor medegebruik voor culturele, maatschappelijke of
                                recreatieve doeleinden?</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Welke omstandigheden gelden?</titel></kop><al>Het college kan een ruimte vorderen als sprake is van leegstand van
                                een voor onderwijs of bewegingsonderwijs bestemd gebouw.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Hoe stelt het college u op de hoogte?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college ruimte vordert, overlegt zij met het bevoegd
                                    gezag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten zij ruimte
                                            vordert;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met de
                                            identiteit en het onderwijs van de school die in het
                                            gebouw gevestigd is;</al></li><li nr="c."><al>of en zo ja welke maatregelen noodzakelijk zijn om te
                                            voorkomen dat het onderwijs van de school in het gebouw
                                            hinder ondervindt van het medegebruik;</al></li><li nr="d."><al>wat naar de mening van het college en het bevoegd gezag
                                            een redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs kan
                                            ingaan.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Wat geldt voor verhuur?</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Wanneer geeft het college toestemming voor verhuur?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat u een huurovereenkomst sluit, vraagt u toestemming aan
                                    het college voor de verhuur. Dit doet u per brief. Hierbij
                                    vermeldt u de naam en adresgegevens van de huurder en de
                                    bestemming van de ruimte die u verhuurt. Het college beslist
                                    binnen vier weken nadat zij een verzoek heeft ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij verleent geen toestemming als:</al><lijst><li nr="a"><al>de bestemming van de ruimte in strijd is met bepalingen
                                            uit de Wet op het primair onderwijs, Wet op de
                                            expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs of
                                            regelgeving;</al></li><li nr="b"><al>de ruimte onmiddellijk nodig is voor een school.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de toestemming een huurtermijn opnemen.
                                    Hiermee voorkomt zij dat de verhuurde ruimte zo nodig niet voor
                                    onderwijs beschikbaar is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college geeft aan welke vergoeding het bevoegd gezag aan de
                                    gemeente betaalt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De huurovereenkomst kan pas ingaan als het college heeft
                                    ingestemd met het verzoek.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>OVER HET EINDE VAN HET GEBRUIK VAN GEBOUWEN EN TERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Wanneer en hoe beëindigt u het gebruik?</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Is een gebouw of terrein niet meer nodig voor het huisvesten van een
                                school? Dan beëindigt u het gebruik van het gebouw of terrein. Dit
                                doet u zo snel mogelijk. Het gaat om de volgende situaties:</al><lijst><li nr="-"><al>(een groot deel van) het gebouw en/of terrein zijn niet meer
                                        nodig;</al></li><li nr="-"><al>een deel van het gebouw krijgt een andere bestemming.</al></li><li nr="-"><al>(een deel van) het gebouw/terrein heeft niet langer de
                                        onderwijsbestemming</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>U beëindigt het gebruik van het gebouw of terrein uiterlijk op de
                                datum die de akte van beëindiging aangeeft. Het college en het
                                bevoegd gezag hebben deze akte beiden ondertekend. Of u beëindigt
                                het gebruik op de datum die Gedeputeerde Staten heeft vastgesteld.
                                Gedeputeerde Staten stelt de datum vast bij een geschil over de
                                totstandkoming van een gezamenlijke akte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het einde van het gebruik geeft het college opdracht om een
                                staat van onderhoud op te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Wat geldt voor de staat van onderhoud?</titel></kop><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over de staat van onderhoud overlegt het college met het bevoegd
                                gezag. Vindt het college dat sprake is van achterstallig onderhoud?
                                Dan stelt zij in dat overleg vast welk deel van het onderhoud u
                                alsnog uitvoert. Of welk bedrag u in plaats daarvan aan het college
                                betaalt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Bereikt het college met u in dit overleg geen overeenstemming? Dan
                                schakelt het college een onafhankelijke derde in voor een bindend
                                advies. Dit doet het college op een nader te bepalen manier.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>voorziening KLOKUREN BEWEGINGSONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Om welke voorziening gaat het?</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het college stelt kosteloos een lokaal beschikbaar voor het geven
                                van bewegingsonderwijs. Of zij geeft een vergoeding voor het gebruik
                                van een lokaal voor bewegingsonderwijs.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college gaat bij de vaststelling van het rooster voor
                                bewegingsonderwijs uit van een maximale loopafstand van 1000 meter
                                hemelsbreed van de school tot aan het lokaal voor
                                bewegingsonderwijs.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Stichting Sportservice Ede (SSE) stelt het rooster voor
                                bewegingsonderwijs op. Het college stelt het rooster vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Wanneer dient u een aanvraag in?</titel></kop><al>Wanneer dient u een aanvraag in voor het beschikbaar stellen van een
                            lokaal voor bewegingsonderwijs?</al><lijst><li nr="a."><al>Voor de scholen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs:
                                    u hoeft geen aanvraag in te dienen.</al></li><li nr="b."><al>Voor de school voor voortgezet onderwijs: u dient de aanvraag in
                                    uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het schooljaar. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Hoe lang kent het college de voorziening toe?</titel></kop><al>Het college kent de voorziening voor één schooljaar toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Welke criteria gelden voor het vaststellen van een
                                voorziening?</titel></kop><al>Het college berekent het aantal klokuren op basis van het aantal groepen
                            basisformatie op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. Het college
                            hanteert daarbij de volgende uitgangspunten:</al><al>Voor het basisonderwijs geldt: </al><lijst><li nr="-"><al>voor groep 1 en 2: 2,25 klokuur per groep. Dit geldt alleen als
                                    er voor deze groepen geen speellokaal is binnen het eigen
                                    schoolgebouw. En als er ruimte beschikbaar is. De school betaalt
                                    dan wel een klokurenvergoeding.</al></li><li nr="-"><al>voor groep 3 tot en met 8: 1,5 klokuur per groep. Zie bijlage II
                                    B (tabel 9 splitsingstabel).</al></li></lijst><al>Voor het speciaal (basis)onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs
                            geldt: </al><lijst><li nr="-"><al>2,25 klokuur per groep met leerlingen van 6 jaar en ouder.</al></li><li nr="-"><al>Is er geen speellokaal aanwezig voor de groepen 1 en 2? Dan
                                    geldt ten hoogste 3,75 klokuur per groep met leerlingen jonger
                                    dan 6 jaar. De school betaalt dan wel een
                                    klokurenvergoeding.</al></li></lijst><al>Voor een school voor voortgezet onderwijs:</al><lijst><li nr="-"><al>berekent het college het aantal lesuren op basis van het aantal
                                    leerlingen dat is ingeschreven aan het begin van het
                                    schooljaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Hoe kent het college de voorziening toe?</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college kent de voorziening toe op basis van het aantal
                                    leerlingen. Op basis hiervan stelt het college de voorziening
                                    ook vast. Het gaat om het aantal leerlingen op 1 oktober van het
                                    jaar dat voorafgaat aan het schooljaar.</al></li><li nr="b."><al>Gebruikt een school voor primair of (voortgezet) speciaal
                                    onderwijs een lokaal voor bewegingsonderwijs? En is het
                                    schoolbestuur hiervan juridisch eigenaar? Dan geeft het college
                                    een vergoeding.</al></li><li nr="c."><al>De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een variabel
                                    bedrag. Het college stelt een variabel bedrag vast per uur en
                                    een vast bedrag per jaar. Deze bedragen zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het onderhoud volgens de bepaling van de
                                            onderwijswetten; </al></li><li nr="-"><al>de materiële instandhouding; </al></li><li nr="-"><al>vervanging en aanpassing van het onderwijsleerpakket en
                                            meubilair.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van:</al><lijst><li nr="-"><al>het stichtingsjaar van de accommodatie voor
                                            bewegingsonderwijs;</al></li><li nr="-"><al>de oppervlakte van de oefenzaal;</al></li><li nr="-"><al>het aantal uren dat de zaal door het onderwijs gebruikt
                                            wordt.</al></li></lijst></li></lijst><al>Voor de hoogte van de vergoeding hanteert het college de onderstaande
                            tabel. Jaarlijks indexeert het college de hoogte van de vergoeding met
                            het indexcijfer dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
                            adviseert.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="302.25pt"/><colspec colname="col2" colwidth="1.01*"/><colspec colname="col3" colwidth="1.00*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Stichtingsjaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Vaste kosten (excl. verzekering en ozb)</al></entry><entry colname="col3"><al>Variabele kosten (per klokuur/ per jaar)</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Tot 1987</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&lt; 90 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al>2.723,80</al></entry><entry colname="col3"><al>330,95 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>90-130 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al>3.495,08</al></entry><entry colname="col3"><al>418,79 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>130-170 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al>3.821,60</al></entry><entry colname="col3"><al>451,94 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>170-190 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al>3.647,02</al></entry><entry colname="col3"><al>494,48 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>190-230 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al>3.492,88</al></entry><entry colname="col3"><al>544,76 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt; 230 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al>3.953,11</al></entry><entry colname="col3"><al>609,40 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Vanaf 1987</vet></al><al>&gt; 252 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al/><al>3138,73</al></entry><entry colname="col3"><al/><al>554,16</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>HERSTEL VAN SCHADE IN BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk leest u over de voorziening ‘herstel van schade in
                            bijzondere omstandigheden’ voor:</al><lijst><li nr="-"><al>scholen voor primair onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>(voortgezet) speciaal onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>voortgezet onderwijs</al></li></lijst><al>Er is een onderscheid in schade onder de €5.000 en boven de € 5.000. </al><al/><al>Schades onder de € 5.000 per schadegeval wordt door het bevoegd gezag
                            zelf afgehandeld. Het college geeft het bevoegd gezag hiervoor een vast
                            bedrag per jaar. Bij overschrijding in enig jaar van twee keer het
                            beschikbaar gestelde bedrag kunt u een extra vergoeding aanvragen. Voor
                            schoolbesturen die een vast bedrag per jaar ontvangen dat hoger is dan €
                            10.000 geldt een lager plafond te weten het hoogste uitgekeerde totale
                            schadebedrag in enig jaar in de periode 2004-2009. Het college beslist
                            over de hoogte van deze vergoeding. </al><al/><al>Schadevoorvallen met een verwacht schadebedrag boven de € 5.000 moeten
                            wel bij het college gemeld worden in verband met de door de gemeente
                            afgesloten verzekering. Nadat beoordeeld is of de schadeoorzaak onder de
                            dekking van de polis valt en de hoogte ervan definitief is vastgesteld
                            zal het college het door verzekeraar te vergoeden schadebedrag
                            doorboeken naar het bevoegd gezag. Het eigen risico op de polis neemt de
                            gemeente voor z’n rekening.</al></structuurtekst><artikel><kop><nr>7.1</nr><titel>Wat is schade in het kader van deze verordening?</titel></kop><al>De financiële gevolgen van het herstel van schade door de volgende
                            bijzondere omstandigheden: </al><lijst><li nr="-"><al>vandalisme;</al></li><li nr="-"><al>inbraak;</al></li><li nr="-"><al>diefstal;</al></li><li nr="-"><al>brand;</al></li><li nr="-"><al>storm;</al></li><li nr="-"><al>water;</al></li><li nr="-"><al>bliksem;</al></li><li nr="-"><al>inductie</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>7.2</nr><titel>Wat zijn de voorwaarden?</titel></kop><al>Om in aanmerking te komen voor deze voorziening hanteert het college een
                            aantal voorwaarden. Deze voorwaarden hebben betrekking op :</al><lijst><li nr="-"><al>de verantwoordelijkheden van het bevoegd gezag;</al></li><li nr="-"><al>de verantwoordelijkheden van het college;</al></li><li nr="-"><al>waaraan het bevoegd gezag bij schade moet voldoen. </al></li></lijst><al>De vergoeding kan volledig of gedeeltelijk zijn.</al></artikel><artikel><kop><nr>7.3</nr><titel>Wat zijn de verantwoordelijkheden van het bevoegd gezag?</titel></kop><al>Als bevoegd gezag heeft u de volgende verantwoordelijkheden:</al><al>U treft maatregelen om inbraak, insluiping, diefstal en vernieling te
                            voorkomen. </al><al>U beschikt over:</al><lijst><li nr="-"><al>een alarminstallatie met een geldig</al></li><li nr="-"><al>beveiligingscertificaat;</al></li><li nr="-"><al>een onderhoudscontract;</al></li><li nr="-"><al>een aansluiting op de meldkamer; </al></li><li nr="-"><al>U houdt de daarvoor benodigde logboeken bij. </al></li></lijst><al>U treft alle nodige maatregelen of noodvoorzieningen om vervolgschade te
                            voorkomen. </al><al>Daarnaast handelt u volgens de procedure bij schadeafhandeling van
                            schade boven de € 5.000,-.</al></artikel><artikel><kop><nr>7.4</nr><titel>Wat zijn de verantwoordelijkheden van het college?</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college informeert u over de regels van de
                                    verzekeringsmaatschappij.</al></li><li nr="b."><al>Het college stelt een vast bedrag per jaar beschikbaar aan het
                                    bevoegd gezag. Dit bedrag is gebaseerd op het gemiddelde van de
                                    uitgekeerde bedragen aan het betreffende schoolbestuur in de
                                    periode 2004-2009. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. </al></li><li nr="c."><al>Met dit bedrag onder b. handelt het bevoegd gezag schades onder
                                    de € 5.000 per schadegeval volledig zelfstandig af. </al></li><li nr="d."><al>Er vindt geen afrekening achteraf plaats. Overschrijdingen zijn
                                    voor rekening van het bevoegd gezag met inachtneming van artikel
                                    7.7. Onder-schrijdingen komen ten gunste van het bevoegd
                                    gezag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>7.5</nr><titel>Wat is de procedure bij schadeafhandeling bij schades boven de €
                                5.000,-?</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Heeft u een schadegeval boven €.5.000? Dan meldt u dit altijd
                                    binnen twee schooldagen waarop er onderwijs plaatsvindt. Dit
                                    doet u telefonisch. U ontvangt vervolgens een schadeformulier,
                                    dat u volledig ingevuld retourneert . </al><lijst><li nr="-"><al>U doet altijd aangifte bij de politie als er sprake is
                                            van: </al><al>- vandalisme </al><al>- inbraak </al><al>- diefstal </al><al>- brand </al><al>U geeft daarbij aan dat u graag geïnformeerd wilt worden
                                            over de voortgang van het onderzoek. U verstrekt een
                                            afschrift van het proces-verbaal aan het college. Dit
                                            doet u onmiddellijk na uw aangifte. U doet er alles aan
                                            om de schade en kosten op de eventuele dader te
                                            verhalen. Dit doet u door bijvoorbeeld gebruik te maken
                                            van de voeging in het strafproces als benadeelde
                                            partij.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Een vertegenwoordiger van de gemeente of van de verzekering kan
                                    de locatie bezoeken. Dit doet hij om de aard en omvang van de
                                    schade vast te stellen. Ook controleert hij of er is gehandeld
                                    in overeenstemming met de afspraken die u op het schadeformulier
                                    leest. Het college kan zich ook laten vertegenwoordigen door een
                                    extern adviseur.</al></li><li nr="c."><al>U betaalt de nota's van het herstel van schade. Vervolgens dient
                                    u een declaratie in. Dit doet u bij het college. Dit doet u
                                    binnen zes maanden nadat u de schade telefonisch heeft gemeld.
                                </al></li><li nr="d."><al>Zijn de daders bekend? Dan informeert u direct het college per
                                    brief. U stelt de dader(s) aansprakelijk voor het herstel van de
                                    schade. U stelt de dader(s) ook aansprakelijk voor de financiële
                                    gevolgen van vermissing. Daarnaast eist u een schadevergoeding.
                                    Is de schade (deels) verhaalbaar op de dader? Dan stelt het
                                    college een gedeeltelijke schadevergoeding vast. Het college
                                    houdt rekening met de afschrijvingstermijnen volgens de
                                    itemlijst hieronder. Heeft u binnen twee weken nog geen
                                    schadevergoeding van de dader ontvangen? Dan sommeert u de
                                    dader.</al></li><li nr="e."><al>Kunt u de schade niet geheel of gedeeltelijk verhalen? En toont
                                    u dit aan? Dan kunt u alsnog aanspraak maken op een vergoeding
                                    .</al></li><li nr="f."><al>Heeft het college een vergoeding betaald en ontvangt u door een
                                    rechterlijke uitspraak een schadevergoeding? Dan betaalt u (een
                                    deel van) de vergoeding aan het college terug. </al></li><li nr="g."><al>Krijgt u de ontvreemde goederen alsnog terug en heeft u al een
                                    vergoeding van het college ontvangen? Dan betaalt u de
                                    vergoeding aan het college terug. Heeft u inmiddels vervangende
                                    goederen aangeschaft? Dan geeft u de aangeschafte goederen aan
                                    het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>7.6</nr><titel>Welke voorwaarden gelden voor vergoeding op grond van dit
                                hoofdstuk?</titel></kop><al>Er is recht op vergoeding op grond van dit hoofdstuk als:</al><lijst><li nr="-"><al>er schade is aan goederen of zaken die voorkomen op de actuele
                                    gemeentelijke itemlijst (zie het overzicht hieronder),</al></li><li nr="-"><al>en u de voorziening(en) met overheidsmiddelen heeft
                                    gerealiseerd</al></li><li nr="-"><al>en waarvan u als bevoegd gezag juridisch eigenaar bent.</al></li></lijst><al>Er is géén recht op vergoeding op grond van dit hoofdstuk:</al><lijst><li nr="-"><al>voor schade die is veroorzaakt tijdens reguliere schooluren in
                                    de school;</al></li><li nr="-"><al>als er sprake is van normaal of uitgesteld onderhoud;</al></li><li nr="-"><al>als er sprake is van schuld of nalatigheid.</al></li><li nr="-"><al>als declaratie plaatsvindt na de zes maanden als genoemd in
                                    artikel 7.5 lid d.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>7.7.</nr><titel>Wat is de procedure, als schade in enig jaar twee keer zo groot
                                is als het door het college beschikbaar gestelde bedrag?</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Is het totaalbedrag aan schades in enig jaar hoger dan twee keer
                                    het door het college beschikbaar gestelde bedrag als omschreven
                                    in artikel 7.4.b.? Dan meldt u dit uiterlijk binnen 3 maanden na
                                    afloop van het betreffende jaar aan de gemeente. Het college
                                    vraagt u de bijzondere schades van het betreffende jaar te
                                    bewijzen. Dit kan door bijvoorbeeld foto’s en/of nota’s. De
                                    voorwaarden uit artikel 7.3 en 7.6 blijven op deze schades
                                    onverminderd van toepassing.</al></li><li nr="b."><al>Het college vergoedt de schade, boven het tweemaal beschikbaar
                                    gestelde bedrag.</al></li><li nr="c."><al>Voor schoolbesturen, waarvan het door het college beschikbaar
                                    gestelde bedrag als omschreven in artikel 7.4.b. meer bedraagt
                                    dan € 10.000 geldt een afwijkende regeling. In plaats van het
                                    dubbele van het bedrag als bedoeld in artikel 7.4.b. wordt voor
                                    deze schoolbesturen het hoogst uitgekeerde totale schadebedrag
                                    in enig jaar in de periode 2004-2009 als norm gehanteerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>7.8.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>De werkwijze in dit hoofdstuk is ingegaan op 1 januari 2011. Na twee
                            jaar wordt de werkwijze geëvalueerd. In het tweede kwartaal 2013 worden
                            schoolbesturen en gemeenteraad geïnformeerd over deze evaluatie. Als de
                            evaluatie daar aanleiding toe geeft, dan worden wijzigingsvoorstellen
                            aangeboden.</al><table><title>Itemlijst : wat komt voor vergoeding in aanmerking en de
                                afschrijvingstermijnen?</title><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="289.50pt"/><colspec colname="col2" colwidth="1.21*"/><colspec colname="col3" colwidth="1.00*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Categorie</al></entry><entry colname="col2"><al>Omschrijving</al></entry><entry colname="col3"><al>Afschrijvingstermijn (jaren )</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Meubilair</al></entry><entry colname="col2"><al>- Kasten </al><al>- Leerlingenset 4/5-jarigen </al><al>- Leerlingenset 6/12-jarigen </al><al>- Bureau + (arbo)stoel docent </al><al>- Meegroeisets </al><al>- Bordstelling </al><al>- Werkwand </al><al>- Zand-/watertafel </al><al>- Boekenhoek/leestafel/boekenpresentator</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al/><al/><al/><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OLP, leer- en hulpmiddelen </al></entry><entry colname="col2"><al>- Leermethodes en andere eerste
                                                inrichtingsartikelen</al></entry><entry colname="col3"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeenschapsruimten </al><al>Mediatheek </al><al>Handvaardigheid </al><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col2"><al>- Groepstafel </al><al>- Boekenberging </al><al>- Stoelen </al><al>- Vakwerktafels </al><al>- Kasten </al><al>- Tabourets </al><al>- Tafels </al><al>- Stoelen </al><al>- Bordstelling</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al/><al/><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>- Klim/Klautertoestel </al><al>- Glijgoot/glijplank/wipplank </al><al>- Kleuterbanken 300 cm </al><al>- Kleuterbanken 220 cm </al><al>- Springkast </al><al>- Zwiepplank met bok </al><al>- Matten en opbergmogelijkheden</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al/><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nevenruimten </al><al>Directeur </al><al/><al/><al>Team </al><al/><al/><al>Arts/RT/IB</al></entry><entry colname="col2"><al>- Bureau + stoel </al><al>- Archiefkast </al><al>- Zitje </al><al>- Vergadertafel </al><al>- Stoelen </al><al>- Kast </al><al>- Tafel </al><al>- Stoel </al><al>- Kast</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al/><al/><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col2"><al>- Leidsterpoppenkast </al><al>- Mediakar </al><al>- Tafel (voor diaprojector)</al></entry><entry colname="col3"><al/><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ICT-apparatuur</al></entry><entry colname="col2"><al>- Computer + beeldscherm + toebehoren </al><al>- Laptop </al><al>- Scanner </al><al>- Digitale camera </al><al>- Overige randapparaten </al><al>- Kopieerapparaat</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al/><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Audio-apparatuur</al></entry><entry colname="col2"><al>- Televisie </al><al>- Videorecorder </al><al>- DVD + toebehoren </al><al>- Cd-speler met toebehoren </al><al>- Hoofdtelefoon</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Buiteninrichting</al></entry><entry colname="col2"><al>- Speeltoestellen</al><al>- Zitbanken</al><al>- Prullenbakken</al><al>- Brievenbus</al></entry><entry colname="col3"><al/><al>15</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Voortgezet onderwijs</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ede/i75642.pdf">Criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen</extref></al></bijlage><bijlage><kop><titel>(Voortgezet) Speciaal onderwijs</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ede/i75644.pdf">Criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen</extref></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Primair onderwijs</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ede/i75645.pdf">Criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen</extref></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bewegingsonderwijs</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ede/i75647.pdf">Criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen </al><al>Artikel 1.1 Wat betekenen de gebruikte begrippen? </al><al>HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1.2 Welke voorzieningen onderscheiden wij? </al><al>Artikel 1.3 Hoe stelt het college de vergoeding vast? </al><al>Artikel 1.4 Wat geldt voor het bekostigingsplafond en de
                                verdelingsregels? </al><al>Artikel 1.5 Wat geldt voor aanvullende voorzieningen? </al><al>Artikel 1.6 Wat geldt in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet? </al><al>Artikel 1.7 Wat geldt voor de indexering? </al><al>HOOFDSTUK 2 OVER HET PROGRAMMA EN OVERZICHT </al><al>Artikel 2.1 Hoe stellen we het investeringsbedrag vast? </al><al>Artikel 2.2 Waaruit bestaat het programma? </al><al>Artikel 2.3 Waaruit bestaat het overzicht? </al><al>Artikel 2.4 Hoe dient u een aanvraag in? </al><al>Artikel 2.5 Welke aanvragen zijn ingediend? </al><al>Artikel 2.6 Hoe overlegt het college over het programma? </al><al>Artikel 2.7 Hoe gaat het college om met het advies van de
                                onderwijsraad? </al><al>Artikel 2.8 Hoe maakt het college de besluiten bekend? </al><al>Artikel 2.9 Wat geldt voor de uitvoering van het programma?
                            </al><al>Artikel 2.10 Toezien op de uitvoering </al><al>HOOFDSTUK 3 OVER AANVRAGEN MET SPOED </al><al>Artikel 3.1 Hoe dient u een aanvraag in? </al><al>Artikel 3.2 Hoe beslist het college over de inhoud? </al><al>Artikel 3.3 Hoe beslist het college over de uitvoering? </al><al>HOOFDSTUK 4 OVER MEDEGEBRUIK EN VERHUUR </al><al>Wat geldt voor medegebruik voor onderwijs </al><al>Artikel 4.1 Welke omstandigheden gelden? </al><al>Artikel 4.2 Wat geldt voor het vorderen van ruimte? </al><al>Artikel 4.3 Hoe stelt het college u op de hoogte? </al><al>Artikel 4.4 Wat geldt voor de vergoeding voor medegebruik?
                                </al><al>Wat geldt voor medegebruik voor culturele, maatschappelijke of
                                recreatieve doeleinden? </al><al>Artikel 4.5 Welke omstandigheden gelden? </al><al>Artikel 4.6 Hoe stelt het college u op de hoogte? </al><al>Wat geldt voor verhuur? </al><al>Artikel 4.7 Wanneer geeft het college toestemming voor
                                    verhuur? </al><al>HOOFDSTUK 5 OVER HET EINDE VAN HET GEBRUIK VAN GEBOUWEN EN TERREINEN
                        </al><al>Artikel 5.1 Wanneer en hoe beëindigt u het gebruik? </al><al>Artikel 5.2 Wat geldt voor de staat van onderhoud? </al><al>HOOFDSTUK 6 voorziening KLOKUREN BEWEGINGSONDERWIJS </al><al>Artikel 6.1 Om welke voorziening gaat het? </al><al>Artikel 6.2 Wanneer dient u een aanvraag in? </al><al>Artikel 6.3 Hoe lang kent het college de voorziening toe?
                            </al><al>Artikel 6.4 Welke criteria gelden voor het vaststellen van een
                                voorziening? </al><al>Artikel 6.5 Hoe kent het college de voorziening toe? </al><al>HOOFDSTUK 7 HERSTEL VAN SCHADE IN BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN </al><al/><al>7.1 Wat is schade in het kader van deze verordening? </al><al>7.2 Wat zijn de voorwaarden? </al><al>7.3 Wat zijn de verantwoordelijkheden van het bevoegd gezag?
                            </al><al>7.4 Wat zijn de verantwoordelijkheden van het college? </al><al>7.5 Wat is de procedure bij schadeafhandeling bij schades boven
                                de € 5.000,-? </al><al>7.6 Welke voorwaarden gelden voor vergoeding op grond van dit
                                hoofdstuk? </al><al>7.7. Wat is de procedure, als schade in enig jaar twee keer zo
                                groot is als het door het college beschikbaar gestelde bedrag?
                            </al><al>7.8. Evaluatie </al></bijlage></regeling></body></cvdr>