<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133842_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële beheersverordening (art. 212 GW)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ede Stad 5-10-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële beheersverordening gemeente Ede</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>670804 en 676778</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Treasurystatuut</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële beheersverordening (art. 212 GW)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ede :</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 augustus 2011,
                        kenmerk 670804</al><al>inzake de Financiële Beheersverordening (art. 212 GW)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Organisatieonderdeel:</onderstreept></al><al>Iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college heeft.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Administratie:</onderstreept></al><al>Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Ede en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>Financiële administratie:</onderstreept></al><al>Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch
                                    maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële
                                    gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                                    Ede, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="-"><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="-"><al>het beheer van vermogenswaarden;</al></li><li nr="-"><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="-"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="-"><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al><onderstreept>Administratieve organisatie:</onderstreept></al><al>Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                    stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                    bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van
                                    de verantwoordelijke leiding.</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>Financieel beheer:</onderstreept></al><al>Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van
                                    middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Ede.</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>Rechtmatigheid:</onderstreept></al><al>Het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving,
                                    waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                                    collegebesluiten (voorzover deze een noodzakelijke uitwerking
                                    vormen van wet- en regelgeving). Hierbij wordt de rechtmatigheid
                                    beperkt tot voorwaarden in wet- en regelgeving die onmisbaar
                                    zijn voor materiele financiële beheershandelingen.</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>Doelmatigheid:</onderstreept></al><al>Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>Doeltreffendheid:</onderstreept></al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                    maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk
                                    worden behaald.</al></li><li nr=" i."><al><onderstreept>Periodiek:</onderstreept></al><al>Indien de noodzaak dan wel de behoefte bestaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                    raadsperiode een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde beleidsdoelen, inclusief de maatschappelijke
                                            effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren prestaties;</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Meerjarig kader Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt in de loop van het begrotingsjaar een nota aan
                                    over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie
                                    opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken
                                    uit zowel de begrotingsuitvoering van het lopende jaar als de
                                    uitkomsten van de Programmarekening van het voorgaande
                                    jaar.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoering Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    Programmabegroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend
                                    verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de begrotingsuitvoering de
                                    zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overschrijdingen van de begrote
                                            lasten, respectievelijk het voorkomen van
                                            onderschrijdingen van de begrote baten van de
                                            programma's zoals geautoriseerd bij de (gewijzigde)
                                            Programmabegroting;</al></li><li nr="b."><al>autorisatie door de raad van wijzigingen op de
                                            oorspronkelijk geraamde lasten en baten, indien deze
                                            wijzigingen leiden tot een verandering van de omvang van
                                            het programmabudget.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne controle van
                                    bedrijfsprocessen. Bij deze controles wordt o.a. getoetst op de
                                    aspecten juistheid, volledigheid, tijdigheid, (financiële)
                                    rechtmatigheid en misbruik en oneigenlijk gebruik.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt op basis van de resultaten als bedoeld in lid
                                    1, indien nodig, voor een plan van verbetering. De uitvoering
                                    van de verbetermaatregelen, inclusief de resultaten daarvan,
                                    wordt bewaakt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de Programmabegroting van de
                                    gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de Programmabegroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    lasten en baten, de geleverde prestaties en indien daar
                                    aanleiding voor is de beleidsdoelen en maatschappelijke
                                    effecten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit,
                                    nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn opvattingen ter
                                    kennis van het college te brengen en zonodig een budget
                                    beschikbaar te stellen, voor zover het betreft niet bij
                                    begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Programmarekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>welke beoogde beleidsdoelen, inclusief maatschappelijke
                                            effecten, zijn bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke prestaties hiervoor zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de baten en lasten zijn geweest;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                            gestelde doelen.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële
                                    positie en de meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij
                                    de uiteenzetting van de financiële positie expliciet
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie wordt een
                                    overzicht van de investeringen gegeven. De raad autoriseert met
                                    het vaststellen van de financiële positie van de begroting de
                                    afzonderlijk vermelde investeringskredieten. Uitgezonderd
                                    investeringen in bedrijfsmiddelen, waarvoor jaarlijks een budget
                                    beschikbaar wordt gesteld bij de Programmabegroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><al>Vaste activa worden gewaardeerd en afgeschreven conform de
                                uitgangspunten zoals die zijn vastgelegd in de nota
                                Afschrijvingsbeleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering debiteuren en overige vorderingen</titel></kop><al>Vorderingen worden ieder kwartaal beoordeeld op inbaarheid. Hierbij
                                wordt een onderscheid gemaakt tussen dubieuze en oninbare
                                vorderingen. Dubieuze vorderingen worden aan het einde van het jaar
                                verwerkt in een voorziening. De verwerking van oninbare vorderingen
                                vindt gedurende het jaar plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de Programmabegroting
                                het overzicht aan van de reserves en voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kostprijsberekening en vaststelling tarieven en
                                    heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeente Ede wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten ook de indirecte kosten betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken een redelijk deel van
                                    de overheadkosten, de bijdragen aan reserves voor de
                                    noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                    kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en eventueel ook
                                    de compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt gebruik
                                    gemaakt van een genormeerd renteomslagpercentage.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Verplichte Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte
                                    van de gemeentelijke tarieven voor belastingen en
                                    heffingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt periodiek een nota Lokale heffingen op.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de Programmabegroting en Programmarekening doet het college
                                    in de paragraaf lokale heffingen verslag van: wijzigingen in het
                                    beleid, de opbrengsten per lokale heffing; het volume en bedrag
                                    aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de rioolrechten
                                    en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de) lokale
                                    lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen,
                                    meerpersoonshuishoudingen en bedrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt periodiek een nota Risicomanagement en
                                    weerstandsvermogen op, waarin het beleid op dit terrein uiteen
                                    wordt gezet. De raad stelt de kaderstellende onderdelen van deze
                                    nota vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft in de paragraaf Weerstandsvermogen van de
                                    Programmabegroting en Programmarekening een toelichting op de
                                    (benodigde en beschikbare) weerstandscapaciteit, het
                                    weerstandsvermogen en de ontwikkeling hiervan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt in een treasurystatuut de regels op die zij
                                    hanteert voor het aantrekken en uitzetten van gelden. Hierbij
                                    gaat het om zaken als: koersrisico en valutarisico,
                                    kredietrisico en relatiebeheer, intern liquiditeitsrisico en
                                    geldstromenbeheer, administratieve organisatie en interne
                                    controle van de financieringsfunctie. Het college biedt het
                                    Treasurystatuut en het wijzigen ervan ter behandeling en
                                    vaststelling aan de raad aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de Programmabegroting en de Programmarekening doet het
                                    college in de paragraaf financiering verslag van: de
                                    kasgeldlimiet, de renterisico norm, de omvang en samenstelling
                                    van het vreemd vermogen, de omvang en samenstelling van de
                                    uitzettingen, de liquiditeitspositie, de liquiditeitsplanning en
                                    de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar, een
                                    rentevisie en de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan
                                    de financieringsfunctie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt periodiek een nota Onderhoud kapitaalgoederen
                                    op. In deze nota wordt ingegaan op de wijze waarop de gemeente
                                    omgaat met aanschaf, onderhoud en vervanging van haar
                                    kapitaalgoederen. De raad stelt de kaderstellende onderdelen van
                                    deze nota vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de Programmabegroting en de Programmarekening doet het
                                    college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over
                                    de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele
                                    achterstallige onderhoud van de verschillende
                                    kapitaalgoederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de bedrijfsvoeringparagraaf van de Programmabegroting en
                                Programmarekening wordt ingegaan op de belangrijkste
                                beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van de
                                bedrijfsvoering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt periodiek een nota Verbonden partijen op. In
                                    deze nota wordt ingegaan op de visie, beleidsvoornemens en
                                    spelregels inzake verbonden partijen. De raad stelt de
                                    kaderstellende onderdelen van deze nota vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de Programmabegroting en de Programmarekening wordt in de
                                    paragraaf verbonden partijen gerapporteerd over de stand van
                                    zaken ten aanzien van verbonden partijen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt periodiek een nota Grondbeleid op. De raad
                                    stelt de kaderstellende onderdelen van deze nota vast. In deze
                                    nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de
                                            realisatie van de doelstellingen van de programma's die
                                            zijn opgenomen in de begroting;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het
                                            grondbeleid uitvoert;</al></li><li nr="c."><al>de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves en
                                            voorzieningen voor grondzaken in relatie tot de risico's
                                            van de grondzaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijks wordt in de Programmabegroting en de Programmarekening
                                    ingegaan op de uitvoering van de nota Grondbeleid, middels de
                                    (beknopte) paragraaf Grondbeleid en/of Grondnota.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Niet verplichte paragrafen</titel></kop><al>De raad kan altijd nieuwe paragrafen in de Programmabegroting en de
                                Programmarekening laten opnemen, of niet verplichte paragrafen
                                schrappen. Inhoudelijke eisen worden door de raad geformuleerd.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt in een besluit het volgende
                            vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en
                                    toewijzing van gemeentelijke taken aan de
                                    organisatieonderdelen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                                    verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="c."><al>de regels voor verlening van décharge over het gevoerde beheer
                                    van de organisatieonderdelen;</al></li><li nr="d."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="e."><al>de regels voor (verrekening van) leveringen tussen de
                                    organisatieonderdelen;</al></li><li nr="f."><al>de te maken afspraken met organisatieonderdelen over te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en rapportage over
                                    voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inrichting (financiële) administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en werking van de financiële administratie voldoet
                                    aan het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en
                                    gemeenten’ en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie wordt verstrekt aan het Rijk, de
                                    Provincie en de Europese Unie alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten;</al></li><li nr="c."><al>de administratie zodanig van opzet en werking is, dat zij in
                                    ieder geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="i."><al>het sturen en beheersen van activiteiten en
                                            processen;</al></li><li nr="ii."><al>het verstrekken van informatie;</al></li><li nr="iii."><al>het bevorderen van en afleggen van verantwoording over
                                            de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                            gestelde doelen en geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="iv."><al>de controle van de registratie van gegevens en daaraan
                                            ontleende informatie.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt in een besluit de interne regels
                            vast voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels
                            waarborgen, dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels ter
                            zake van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor het waarborgen, dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels ter zake van de Europese Unie en de
                            subsidieverordening van de gemeente Ede.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking 1 dag na publicatie en vervangt de
                            gelijknamige verordening die op 13 oktober 2005 is vastgesteld door de
                            Raad van de gemeente Ede.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            beheersverordening gemeente Ede”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad op 29 september 2011, nr.
                        V.R. 2011/66.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><tussenkop>Artikel 2 Programmabegroting </tussenkop><al>Om de kaderstellende functie van de gemeenteraad tot uiting te brengen bevat dit
                    artikel bepalingen over de inrichting van de Programmabegroting. </al><al>Er ligt een politiek-bestuurlijke keuze ten grondslag aan de opsplitsing in
                    programma’s. De gemeenteraad bepaalt de beleidsterreinen waarvoor een programma
                    geldt en stelt het aantal programma’s vast. Die indeling staat voor enkele jaren
                    vast, bij voorkeur voor een gehele raadsperiode. Dit om gedurende de
                    raadsperiode de ontwikkelingen per programma te kunnen volgen.</al><al>De inhoud van ieder programma is gebaseerd op de drie W-vragen: Wat willen we
                    bereiken (de beleidsdoelen, inclusief de maatschappelijke effecten), Wat gaan we
                    daar voor doen (de prestaties) en Wat mag dat kosten? Voor het meten van de
                    output van de eerste twee W-vragen zijn indicatoren nodig. Aan de hand van de
                    indicatoren kan de raad nagaan of gestelde doelen en gewenste maatschappelijke
                    effecten gerealiseerd zijn door prestaties en activiteiten die het college
                    onderneemt. </al><al>Voor de raad ontstaat per progamma op hoofdlijnen een beeld of we op koers
                    liggen. Confrontatie van uitkomsten en resultaten van programma’s met vooraf
                    gestelde kaders sluit voorts aan bij de controlerende taak van de raad. </al><tussenkop>Artikel 3 Meerjarig kader Programmabegroting </tussenkop><al>Artikel 2 betreft vooral de inrichting van de Programmabegroting. Artikel 3 gaat
                    over het meerjarige budgettaire kader en geeft inzicht in het financieel
                    perspectief voor de komende vier jaar. In feite is dit kader de input voor de
                    opstelling van de eigenlijke Programmabegroting. Gegeven het grote belang van
                    het budgetrecht van de raad, is het logisch dat de raad expliciet het meerjarig
                    budgettair kader vaststelt. De Perspectiefnota is het instrument waarin de raad
                    de financiële ruimte voor heden en toekomst vastlegt<cursief>.</cursief> In deze
                    nota worden ook kaders aangegeven voor nieuw beleid en herschikkingen voor het
                    volgende begrotingsjaar en zo mogelijk de drie opvolgende jaren.</al><tussenkop>Artikel 4 Uitvoering Programmabegroting </tussenkop><al>In dit artikel schrijft de raad het college een aantal eisen voor die
                    noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de Programmabegroting. In het
                    eerste lid wordt bepaald dat het college de rechtmatigheid, de doelmatigheid en
                    de doeltreffendheid van de uitvoering dient te waarborgen.</al><al/><al>Lid 2 stelt eisen aan onderwerpen die van belang zijn voor de opstelling van de
                    Programmabegroting. De effecten van het budgetrecht van de raad voor het
                    opereren van het college worden verder uitgewerkt. </al><al>Bij sub a. zijn de financiële grenzen benoemd, waarbinnen het college gemachtigd
                    is de begroting zelfstandig uit te voeren. </al><al>Afhankelijk van de mutaties die op het Programmabudget plaatsvinden, stelt sub
                    b. dat aan het wijzigen van de Programmabegroting een aantal stappen vooraf
                    gaat. De normale gedragslijn is dat iedere wijziging van de geraamde lasten of
                    inkomsten in een programma door de raad moet worden geautoriseerd, tenzij deze
                    wijziging door een wijziging op een ander onderdeel binnen het hetzelfde
                    programma wordt gecompenseerd. Zo zal een wijziging van de inzet van personeel
                    binnen hetzelfde programma niet leiden tot een wijziging van de
                    Programmabegroting. Wordt een deel van het personeel overgeheveld naar een ander
                    programma dan waarvoor de oorspronkelijke inzet was geraamd, dan leidt dit wel
                    tot een wijziging waarmee de raad moet instemmen. Met andere woorden budgettaire
                    verschuivingen binnen programma’s zijn toegestaan; budgettaire verschuivingen
                    tussen programma’s dienen vooraf door de raad gefiatteerd te worden.</al><al/><al>Wijzigingen op de Programmabegroting kunnen opgedeeld worden in wijzigingen met
                    een beleidsinhoudelijk karakter en wijzigingen met een beleidsarm karakter:</al><lijst><li nr="1."><al>Beleidsinhoudelijke aanpassing van de Programmabegroting, nadat het
                            college of de raad een beleidswijziging of aanvullend beleid heeft
                            vastgesteld</al></li><li nr="2."><al>Beleidsarme aanpassingen: administratief-technische aanpassingen en
                            geringe beleidsaanpas-singen in de praktijk vallend onder de
                            verantwoordelijkheid van de betreffende sector.</al></li></lijst><al>Begrotingswijzigingen met een beleidsarm karakter bekrachtigt de gemeenteraad
                    (formeel)achteraf bij het eerstvolgende P&amp;C-instrument (repressief
                    toezicht).</al><tussenkop>Artikel 5 Interne controle</tussenkop><al>De raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne controle.
                    In het eerste lid van dit artikel krijgt het college de opdracht voor de
                    inrichting van de financiële organisatie verschillende maatregelen te treffen op
                    het gebied van interne controle. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een adequate
                    functiescheiding.</al><al>Het tweede lid regelt dat het college op grond van de uitkomsten van toetsingen
                    maatregelen tot herstel treft en de uitvoering/effectiviteit van deze
                    maatregelen bewaakt.</al><tussenkop>Artikel 6 Tussentijdse rapportage en informatie </tussenkop><al/><al>Artikel 6, eerste tot en met derde lid, formaliseert een belangrijk onderdeel
                    van de control van de raad en benoemt de informatie die het college tijdens het
                    begrotingsjaar dient te verstrekken. Op basis van deze tussentijdse informatie
                    kan de raad de uitvoering van de begroting volgen en besluiten of bijsturing
                    nodig is.</al><al>* De tussentijdse rapportages maken onderdeel uit van respectievelijk de
                    Perspectiefnota en de Programmabegroting.</al><al/><al>Het vierde lid gaat in op de informatieplicht van het college voor nieuwe, niet
                    expliciet in de Programmabegroting opgenomen, activiteiten. Indien nodig zijn
                    deze voorzien van de dekkingsvoorstel aan de raad.</al><tussenkop>Artikel 7 Programmarekening</tussenkop><al>Artikel 7 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, dat wil zeggen: de
                    verantwoording over de begrotingsuitvoering door het college, c.q. de controle
                    daarop van de raad. Dit artikel is het spiegelbeeld van artikel 2, lid 2,
                    waarbij realisatie wordt geconfronteerd met beoogd/begroot.</al><tussenkop>Artikel 8 Financiële positie </tussenkop><al/><al>De raad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het
                    college voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen
                    moet volgen. </al><al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe de raad bij het vaststellen van de
                    financiële positie, de investeringskredieten autoriseert.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><tussenkop> Waardering &amp; afschrijving vaste activa </tussenkop><al>In de door de raad vastgestelde nota Afschrijvingsbeleid zijn
                    afschrijvingstermijnen aangegeven. Afwijken van de genoemde
                    afschrijvingstermijnen kan alleen bij raadsbesluit. De nota wordt periodiek
                    geactualiseerd.</al><tussenkop>Artikel 10 Waardering debiteuren en overige vorderingen </tussenkop><al/><al>Ieder kwartaal wordt op basis van een risico-classificatie een overzicht van
                    dubieuze vorderingen opgesteld. Na accordering worden de dubieuze vorderingen
                    verwerkt in een voorziening.</al><al>Een overzicht van oninbare vorderingen wordt ieder kwartaal opgesteld.
                    Voorstellen tot het afboeken van oninbare vorderingen boven € 500 worden,
                    voorzien van een toelichting, afgehandeld door het college van B&amp;W.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Reserves en voorzieningen</tussenkop><al> Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de algemene
                    reserves en bestemmingsreserves, terwijl ook de vorming van voorzieningen van
                    invloed is op de omvang van het eigen vermogen. Hoe groot het eigen vermogen
                    moet zijn om risico’s op te vangen, of we een investering gaan financieren door
                    belastingverhoging of door het interen op het eigen vermogen, zijn financieel
                    beleidsmatige vragen die aan de raad zijn voorbehouden. De vorming van reserves
                    is eveneens voorbehouden aan de raad. Gelet op het belang van de
                    weerstandscapaciteit is vastgelegd dat het college jaarlijks bij de
                    Programmabegroting aan de raad een overzicht reserves en voorzieningen
                    verstrekt, inclusief onttrekkingen en stortingen.</al><tussenkop>Artikel 12 Kostprijsberekening en vaststelling tarieven en heffingen </tussenkop><al>In dit artikel is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, sub b Gemeentewet wordt geëist.
                    De hoogte van heffingen en tarieven is gebaseerd op politieke besluitvorming
                    door de raad over geraamde hoeveelheden en kostprijzen. Kostprijzen laten zich
                    op vele manieren berekenen. In dit artikel staan de algemene uitgangspunten voor
                    de bepaling van kostprijzen.</al><tussenkop>Artikel 13 Lokale heffingen </tussenkop><al>Jaarlijks bij de Programmabegroting en Programmarekening legt het college de
                    hoogte van de tarieven voor belastingen en heffingen aan de raad ter
                    vaststelling voor. De overwegingen waarop het belasting- en heffingenbeleid is
                    gebaseerd, zijn opgenomen in de periodiek uit te brengen nota Lokale
                    heffingen.</al><al>Het derde lid regelt over welke feiten van de lokale lasten de raad in elk geval
                    in de verplichte paragraaf lokale heffingen bij de Programmabegroting en
                    Programmarekening wil worden geïnformeerd. Hier geeft de raad invulling aan de
                    eigen informatiebehoefte over lokale lasten en heffingen.</al><tussenkop>Artikel 14 Weerstandsvermogen en risicomanagement </tussenkop><al>Een gemeente loopt risico’s. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard. Tegen
                    een deel van deze risico’s kan een gemeente zich verzekeren, maar voor een groot
                    deel zijn de risico’s onverzekerbaar. Daarnaast kiezen gemeenten er soms voor om
                    voor bepaalde verzekerbare risico’s zelf risicodrager te worden door zich bewust
                    niet voor deze risico’s te verzekeren. De niet verzekerde risico’s hebben, als
                    ze zich voordoen, (grote) financiële consequenties. Het is dus zaak voor een
                    gemeente, dat ze zich bewust is van de risico’s die ze loopt, en ze beheerst.
                    Het uitsluiten van risico’s is echter niet mogelijk. Waar gewerkt wordt vallen
                    spaanders. Niet verzekerde risico’s die zich voordoen, moet de gemeente opvangen
                    met het eigen vermogen, door belastingverhoging, of door beleidsmatige
                    ombuigingen op de begroting.</al><al>Het eerste lid van dit artikel regelt dat het college periodiek een nota aan de
                    raad aanbiedt, waarin zij uiteenzet hoe omgegaan wordt met de inventarisatie en
                    beheersing van risico’s. </al><al>Het tweede lid geeft aan over welke risico’s en financiële consequenties de raad
                    in de verplichte paragraaf Weerstandsvermogen van de Programmabegroting en
                    Programmarekening moet worden geïnformeerd. Het ‘Besluit Begroting en
                    Verantwoording provincies en gemeenten’ verplicht een aantal zaken in de
                    paragraaf op te nemen, namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de risico’s;</al></li><li nr="b."><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 15 Financieringsfunctie </tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het terrein van
                    de financieringsfunctie zijn vastgelegd in het Treasurystatuut.</al><tussenkop>Artikel 16 Onderhoud kapitaalgoederen </tussenkop><al>Het eerste lid regelt dat het college periodiek een nota Onderhoud
                    kapitaalgoederen aan de raad aanbiedt, waarin wordt uiteenzet hoe wordt omgegaan
                    met het onderhoud aan verschillende categorieën kapitaalgoederen. </al><al>Het tweede lid bepaalt waarover de raad in de verplichte paragraaf onderhoud
                    kapitaalgoederen van de Programmabegroting en Programmarekening moet worden
                    geïnformeerd. Het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’
                    verplicht een aantal zaken in de paragraaf op te nemen, namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële
                            consequenties;</al></li><li nr="b."><al>de vertaling daarvan in de raming van het onderhoud wegen, het onderhoud
                            riolering, het onderhoud water, het onderhoud groen en het onderhoud
                            gebouwen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 17 Bedrijfsvoering </tussenkop><al/><al>Het domein van de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van het
                    college. Beleid op dit gebied wordt in de eerste plaats vormgegeven door het
                    college. </al><al>Dit artikel legt vast over welke onderwerpen van de bedrijfsvoering de raad in
                    deze verplichte paragraaf geïnformeerd wordt. </al><al/><tussenkop>Artikel 18 Verbonden partijen </tussenkop><al>Het eerste lid regelt dat het college periodiek een nota Verbonden partijen aan
                    de raad aanbiedt, waarin de richtlijnen worden uiteenzet voor het deelnemen aan
                    een verbonden partij. </al><al/><al>Het tweede lid geeft aan waarover de raad in de verplichte paragraaf verbonden
                    partijen van de Programmabegroting en Programmarekening moet worden
                    geïnformeerd. Het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’
                    verplicht een aantal zaken in de paragraaf op te nemen, namelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de
                            doelstellingen die zijn opgenomen in de Programmabegroting en
                            -rekening;</al></li><li nr="b."><al>de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen.</al></li></lijst><al>Daar de Programmabegroting en -rekening openbare stukken zijn, kan vermelding
                    van bepaalde in de verordening vereiste informatie de belangen van de gemeente
                    schaden. Bijvoorbeeld het plan om een financieel belang af te stoten. Dit kan in
                    bepaalde situaties de onderhandelingspositie van de gemeente verzwakken en
                    aantasten. Deze gevoelige gegevens behoeven vanzelfsprekend niet herkenbaar in
                    de stukken voor te komen.</al><al/><al>Het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ bepaalt dat
                    een lijst van verbonden partijen moet worden bijgehouden.</al><tussenkop>Artikel 19 Grondbeleid </tussenkop><al>Een belangrijke taak van een gemeente is het ingrijpen in de ruimtelijke
                    ordening van een gemeente, door zelf vastgoedlocaties te (laten) ontwikkelen. De
                    uitgangspunten van het financieel beleid ten aanzien van het grondbeleid horen
                    bij de raad thuis. Artikel 19, eerste lid, regelt dat het college periodiek een
                        <cursief>nota Grondbeleid</cursief> aan de raad aanbiedt. In deze nota legt
                    de raad de kaders vast voor het toekomstig grondbeleid.</al><al>Het tweede lid van artikel 19 doelt op de achtergronden van het grondbeleid,
                    waarover de raad in elk geval bij de Programmabegroting en –rekening wil worden
                    geïnformeerd. Hier geeft de raad invulling aan de eigen informatiebehoefte over
                    het grondbeleid. Dit gebeurt zowel via de (beknopte) paragraaf Grondbeleid als
                    de Grondnota. De paragraaf Grondbeleid is een toelichting op hoofdlijnen. De
                    Grondnota bevat informatie over prognoses met betrekking tot de financiële
                    positie van het grondbedrijf én vormt het kader voor het autoriseren van
                    voorgenomen planexploitaties.</al><al>Daar de Programmabegroting en -rekening openbare stukken zijn, kan vermelding
                    van bepaalde in de verordening vereiste informatie de belangen van de gemeente
                    schaden. Bijvoorbeeld het opnemen van de financiële onderhandelingsruimte in de
                    raming voor de aankoop van een stuk grond. Dergelijke gevoelige informatie tast
                    de onderhandelingspositie van het grondbedrijf aan. Deze gegevens behoeven
                    vanzelfsprekend niet herkenbaar in de stukken voor te komen.</al><tussenkop>Artikel 20 Niet verplichte paragrafen </tussenkop><al>Naast de verplichte paragrafen die in deze verordening worden voorgeschreven,
                    kan de raad besluiten dat in de Programmabegroting en -rekening ook niet
                    verplichte paragrafen worden opgenomen. Om hier flexibel mee om te kunnen zijn
                    de niet verplichte paragrafen niet expliciet in de verordening benoemd. </al><al>Een voorbeeld van een niet verplichte paragraaf is de paragraaf grote projecten.
                    In deze paragraaf wordt ingegaan op de stand van zaken van de nieuwe en de
                    lopende meerjarige projecten met een financiële omvang van meer dan € 5
                    miljoen.</al><tussenkop>Artikel 21 Financiële organisatie</tussenkop><al/><al>In dit artikel zijn de uitgangspunten voor inrichting van de financiële
                    organisatie geformuleerd, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven.</al><al>De uitgangspunten vormen kaders voor het college, waaraan het zich moet
                    houden.</al><al>In de onderdelen a. en b. worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen en toewijzing van functies aan functionarissen.</al><al>In de onderdelen c. t/m f. worden eisen gesteld aan de budgettoedeling en
                    verantwoording hierover.</al><al/><tussenkop>Artikel 22 Inrichting (financiële) administratie</tussenkop><al>Dit artikel geeft de kaders aan voor de inrichting van de (financiële)
                    administratie van de gemeente. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten voldoen. Inherent aan
                    het dualisme regelt deze verordening niet de regels en activiteiten die daarvoor
                    in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college. Het college zal
                    deze zaken wel in een besluit moeten vastleggen voor de aansturing van de
                    ambtelijke organisatie.</al><al>Bij Algemene Maatregel Van Bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van gemeenten. In het ‘Besluit Begroting en
                    Verantwoording provincies en gemeenten’ zijn o.a. waarderingsgrondslagen,
                    indelingen van te onderscheiden kostensoorten en verplicht op te leveren
                    financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële administratie moeten
                    gegevens worden aangeleverd voor de financiële verantwoordingsinformatie aan de
                    raad, maar ook aan andere overheden en instanties zoals Provincie, Rijk,
                    Europese Unie, Inspecties en Belastingdienst.</al><tussenkop>Artikel 23 Aanbesteding en inkoop </tussenkop><al>De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn
                    belangrijke en kwetsbare activiteiten welke een groot budgettair effect kunnen
                    hebben. Dit artikel legt daarom aan het college de zorg op om regels op te
                    stellen voor de adequate aanbesteding van werken en verantwoorde inkoop van
                    goederen en diensten. Ook regelgeving van de Europese Unie dient hierbij
                    nageleefd te worden. Doordat de regels zijn vastgelegd kan de accountant bij de
                    controle van de Programmarekening nagaan of de interne regels (en die van de
                    E.U.) zijn nageleefd, als onderdeel van de rechtmatigheidtoets. De accountant
                    beoordeelt eveneens of de werking van het systeem van interne regelgeving goed
                    functioneert.</al><tussenkop>Artikel 24 Subsidieverstrekking en steunverlening </tussenkop><al>Een andere kwetsbare activiteit van gemeenten is de subsidieverlening en
                    steunverlening aan ondernemingen. De uitvoering van de subsidieverordening
                    behoeft geen verdere borging in onze organisatie door bijvoorbeeld protocollen
                    omdat de huidige uitvoeringsregels voldoende zijn voor een afdoende achtervang.
                    Naast risicobeheersing is op delen van deze activiteit de Europese regelgeving
                    voor staatssteun van toepassing. Gerichte maatregelen binnen de huidige
                    processen moeten bijdragen aan een juiste uitvoering van die regelgeving.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><titel>* Overzicht van in de financiële beheersverordening genoemde
                        nota’s:</titel></kop><al>Nota Lokale heffingen – vastgesteld in de raad van 15 oktober 2005</al><al>Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen – vastgesteld in de raad van 5
                    februari 2008</al><al>Treasurystatuut – vastgesteld in de raad van 17 december 2009</al><al>Nota Onderhoud kapitaalgoederen – vastgesteld in de raad van 8 oktober 2009</al><al>Nota Verbonden partijen – vastgesteld in de raad van 17 september 2009</al><al>Nota Grondbeleid – vastgesteld in de raad van 30 juni 2011</al><al>Nota Afschrijvingsbeleid – vastgesteld in de raad van 15 november 2001 </al></bijlage></regeling></body></cvdr>