<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR1338_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren 1998</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Klepperman, 22-07-1998</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 1998</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-07-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-07-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>C-59 -1.811.3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Richtlijnen voor de afgifte van parkeervergunningen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van bekendmaking is bij benadering ingevuld. De datum van inwerkingtreding is bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren 1998</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1966: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 4
                                    mei 1966;</al></li><li nr="b."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990;</al></li><li nr="c."><al>Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;
                                </al></li><li nr="d."><al>Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden; </al></li><li nr="e."><al>Houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens
                                    als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
                                    motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                                    het register was ingeschreven;</al></li><li nr="f."><al>Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al>Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>Belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord 99a uit bijlage II van het RVV
                                            1966, dan wel met bord E9 uit bijlage I van het RVV
                                            1990, of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord 99aa uit
                                            bijlage II van het RVV 1966, dan wel met bord E9 uit
                                            bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>Vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j."><al>Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend.</al></li></lijst><al>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken bes1uit,
                                weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend
                                verzoek een vergunning verlenen voor het parkeren op
                                belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig wanneer deze</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, dan wel</al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroeps- en
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan beide in
                                het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft de
                                eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder
                                a genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
                                die niet voldoen aan een van de in het tweede lid genoemde
                                voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vergunningen kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde
                                in de volgende leden van dit artikel, regels geven voor het
                                aanvragen en verlenen van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen 2 maanden na ontvangst
                                van een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van
                                deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed.
                                De aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt tot wederopzegging verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al> de periode waarvoor de vergunning geldt; </al></li><li nr="b."><al> het gebied waarvoor de vergunning geldt; </al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                                wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is ver1eend, metterwoon verlaat of het daar
                                        uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de</al><al> omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning; </al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                                ~ redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen
                                ~ van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats, b. op een
                                        belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing 'verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artike1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a.
                                zonder vergunning,</al><lijst><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de vergunning,</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in artikel 7,8 en 9 van deze verordening
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete
                            van de eerste categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van bet Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door burgemeester en wethouders aangewezen
                            ambtenaren belast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Parkeerverordening 1992" van 20 februari 1992 vervalt met
                                    ingang van de inwerkingtreding van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt twee dagen na de bekendmaking in
                                    werking.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Parkeerverordening
                                    1998".</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oisterwijk op 16 juli 1998, </ondertekening><ondertekening>De secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mw. H.F. van Breugel drs. Y.C.Th.J. Kortmann</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>