<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133692_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening Monumenten Gemeente Amstelveen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, Officiële bekendmakingen, 2012, week 05, blz. 2</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening Monumenten Gemeente Amstelveen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 11-79</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Subsidieverordening Monumenten Gemeente Amstelveen, vastgesteld op 15 september 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Monumenten Gemeente Amstelveen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>monument: hetgeen in de Erfgoedverordening Gemeente Amstelveen
                                    wordt verstaan onder gemeentelijk monument;</al></li><li nr="b."><al>subsidieverlening, subsidievaststelling, subsidieplafond:
                                    hetgeen daaronder wordt verstaan in de Algemene
                                    Subsidieverordening Amstelveen 2006.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder eigenaar wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die het recht van erfpacht heeft;</al></li><li nr="b."><al>de houder van een recht van opstal;</al></li><li nr="c."><al>de houder van een appartementsrecht;</al></li><li nr="d."><al>de toekomstige eigenaar, erfpachter, houder van een recht van
                                    opstal of houder van een appartementsrecht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene Subsidieverordening Amstelveen 2006</titel></kop><al>Tenzij daarvan in deze verordening nadrukkelijk wordt afgeweken is de
                        Algemene Subsidieverordening Amstelveen 2006 van overeenkomstige
                        toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Budgetvaststelling en de indiening van aanvragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 februari het subsidieplafond vast;
                            het subsidieplafond wordt niet lager vastgesteld dan het op de
                            gemeentebegroting voor het desbetreffende jaar daarvoor vastgestelde
                            bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt het subsidieplafond voor 1 maart bekend en vermeldt
                            daarbij de wijze van verdeling, met inachtneming van het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de wijze van verdeling hanteert het college een of
                            meer van de volgende criteria.</al><lijst><li nr="a."><al>de volgorde van binnenkomst van aanvragen;</al></li><li nr="b."><al>de monumentale waarde van het monument, blijkend uit het
                                    aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 3, lid 1, van de
                                    Erfgoedverordening Gemeente Amstelveen;</al></li><li nr="c."><al>de bouwtechnische toestand van het monument;</al></li><li nr="d."><al>de geografische ligging en/of de stedenbouwkundige waarde van
                                    het monument;</al></li><li nr="e."><al>de categorie monumenten waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond vermeldt het college tevens
                            dat tot 1 juni aanvragen voor subsidieverlening kunnen worden ingediend.
                            Later ingediende aanvragen worden geacht op het volgende subsidiejaar
                            betrekking te hebben, tenzij de aanvraag kan worden gehonoreerd ten
                            laste van het subsidieplafond.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van de in artikel 9, lid 1, van de Algemene
                            Subsidieverordening Amstelveen 2006 genoemde gegevens bevat de
                            aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>een volledig ingevuld aanvraagformulier, dat door het college
                                    beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>tekeningen, aangevende zowel de bestaande als de te maken
                                    toestand van het monument (op schaal 1: 100), de plattegronden,
                                    dwars- en langsdoorsneden, de gevels met de belendingen en de
                                    plaatselijke situatie;</al></li><li nr="c."><al>detailtekeningen schaal 1 : 20</al></li><li nr="d."><al>een bestek;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een gespecificeerde begroting van de kosten van de voorgenomen
                            voorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>foto’s van de huidige situatie;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>bij restauraties vragen wij om het op het monument betrekking hebbende
                            inspectierapport van de Monumentenwacht Nederland, of een
                            inspectierapport van een ander onafhankelijk adviesbureau.</al><al> bij onderhoudswerkzaamheden (schilderwerk, voegwerk, kleinschalig
                            houtrotherstel et cetera) dient u contact op te nemen met de adviseur
                            monumenten van de gemeente Amstelveen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de eigenaar van een monument kan door het college een subsidie
                            worden verleend ter tegemoetkoming in de kosten die naar zijn oordeel
                            noodzakelijk zijn voor de instandhouding (is onderhoud en restauratie)
                            van het monument (in aanmerking komen casco, constructie en dak. Voor
                            gemeentelijke monumenten waarvan alleen de gevel beschermd is, geldt de
                            subsidie alleen voor onderhoud en restauratie van de gevel), en om de
                            specifieke beschermingswaardige onderdelen van het monument, te
                            herstellen of te conserveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie voor woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie
                            bedraagt 25% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 10.000.
                            De subsidie voor boerderijen met agrarische functie, kastelen,
                            buitenplaatsen, kerken, molens, gemalen en overige monumenten bedraagt
                            25% van de subsidiabele kosten, met een maximum van €20.000,-.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd van de in het tweede lid genoemde maximale
                            subsidie binnen een marge van 10% af te wijken, indien dat in een
                            bijzonder geval in het belang van de monumentenzorg is en er geen
                            dringende redenen zijn voor het aanhouden van de bedoelde bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college houdt bij de beslissing op grond van het eerste lid rekening
                            met bijdragen die op grond van enige andere regeling zijn of kunnen
                            worden toegekend ten behoeve van de voorgenomen activiteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Onder de in artikel 4, eerste lid bedoelde kosten worden begrepen de
                        geraamde en door het college goedgekeurde bedragen van:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanneemsom:</al></li><li nr="b."><al>de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de architect en van de constructeur, voor zover
                                inschakeling hiervan noodzakelijk is;</al></li><li nr="d."><al>de verschuldigde BTW voor zover deze niet kan worden
                                teruggevorderd;</al></li><li nr="e."><al>de leges voor de bouwvergunning en enige andere vergunning die nodig
                                is voor het treffen van de voorzieningen;</al></li><li nr="f."><al>de kosten van de CAR verzekering;</al></li><li nr="g."><al>de kosten van het inspectierapport van de stichting Federatie
                                Monumentenwacht Nederland of van een ander inspectierapport van een
                                onafhankelijk adviesbureau.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college weigert subsidie te verlenen indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg
                            niet of in onvoldoende mate wordt gediend; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden in een
                            redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat op de aanvraag
                            om subsidie is beslist;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de kosten voor de voorzieningen minder bedragen dan € 1.000,--;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>minder dan vijftien jaar geleden van overheidswege geldelijke steun is
                            verstrekt voor het treffen van ingrijpende bouwkundige voorzieningen aan
                            dezelfde onderdelen van het monument als waarop de aanvraag betrekking
                            heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het bepaalde in het
                            eerste lid onder c.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</titel></kop><al>Het college kan bij het verlenen van subsidie aan de subsidie-ontvanger
                        verplichtingen opleggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanbesteding van het werk;</al></li><li nr="b."><al>de termijn waarbinnen met het treffen van de voorzieningen een
                                aanvang moet zijn gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>de termijn waarbinnen de voorzieningen moeten worden
                                gereedgemeld;</al></li><li nr="d."><al>de financiële en/of bouwtechnische administratie van het treffen van
                                de voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van het treffen
                                van de voorzieningen voor derden;</al></li><li nr="f."><al>de kwaliteit van de uitvoering van de activiteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onmiddellijk na het verstrijken van de in artikel 3, lid 4, genoemde
                            datum legt het college de ingediende ontvankelijke aanvragen om advies
                            voor aan de commissie ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in artikel 1,
                            lid d, van de Erfgoedverordening Gemeente Amstelveen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie ruimtelijke kwaliteit brengt binnen vier weken advies uit
                            aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 12 van de Algemene Subsidieverordening
                            Amstelveen 2006 besluit het college binnen acht weken na het verstrijken
                            van de in artikel 3, lid 4, genoemde datum.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn eenmalig met zes
                            weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de aanvraag wordt ingediend na het aflopen van de inzendtermijn
                            als bedoeld in artikel 3, lid 4 besluit het college:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>indien het subsidieplafond daardoor zou worden overschreden: binnen vier
                            weken na de indiening; bij de bekendmaking van het besluit vermeldt het
                            college dat de aanvraag opnieuw wordt beoordeeld in het volgende
                            subsidiejaar;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>indien het subsidieplafond daardoor niet zou worden overschreden:
                            overeenkomstig het eerste tot en met derde lid, met dien verstande dat
                            de indieningsdatum in de plaats treedt van de in artikel 3, lid 4,
                            genoemde datum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gereedmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen de in artikel 7 sub c bedoelde termijn dient de aanvrager een
                            gereedmelding in; deze wordt beschouwd als een aanvraag tot vaststelling
                            van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 13 van de Algemene Subsidieverordening
                            Amstelveen 2006 omvat de gereedmelding een opgave van de werkelijk
                            gemaakte kosten, onder bijvoeging van afschriften van de daarop
                            betrekking hebbende nota’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening Amstelveen
                        2006 stelt het college de subsidie vast op de werkelijke kosten indien deze
                        lager zijn dan de geraamde kosten waarop de subsidieverlening is gebaseerd.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Subsidieverordening Monumenten Gemeente Amstelveen” van 15 september
                            2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid genoemde
                            datum van inwerkingtreding. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op subsidieaanvragen die voor het in werking treden van deze verordening
                            zijn ingediend blijft de tot dan geldende subsidieregeling van
                            toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening Monumenten
                        Gemeente Amstelveen.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2011.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Subsidieverordening Monumenten Gemeente
                        Amstelveen</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Vanwege de geringe beschikbaarheid van subsidiemiddelen (op de
                        gemeentebegroting voor 2004 staat een bedrag van € 113.000 vermeld) is het
                        noodzakelijk om ten opzichte van de vorige subsidieverordening diverse
                        versoberingen aan te brengen. Een van de versoberingen betreft de beperking
                        van subsidiegerechtigden tot eigenaars van gemeentelijke monumenten. Tot
                        voor kort werd door de gemeente in het kader van het Besluit
                        rijkssubsidiëring restauratie monumenten ook meebetaald aan de restauratie
                        van in Amstelveen gelegen rijksmonumenten.</al><al>De termen subsidieverlening, subsidievaststelling en subsidieplafond zijn
                        ontleend aan de Algemene wet bestuursrecht, dat een afzonderlijke titel
                        bevat (titel 4.2, bestaande uit de artikelen 4:21 tot en met 4:80) over
                        subsidies. Kortweg gezegd is het subsidieplafond het bedrag dat ten hoogste
                        voor subsidieverstrekking beschikbaar is. Het is noodzakelijk dit bedrag
                        expliciet vast te stellen, omdat alleen daardoor een open-einde regeling kan
                        worden voorkomen. Het enkele feit dat een begrotingspost zou worden
                        overschreden door subsidieverstrekking is volgens de jurisprudentie
                        onvoldoende reden om een subsidie te weigeren. De Awb bepaalt echter dat een
                        subsidie moet worden geweigerd voor zover daardoor het subsidieplafond zou
                        worden overschreden (artikel 4:25, lid 2, Awb).</al><al>Het wettelijk systeem houdt verder in dat de subsidieverlening plaatsvindt
                        voordat de subsidiabele activiteit plaatsvindt. Daardoor ontstaat een
                        aanspraak op uitbetaling na voltooiing van de activiteit. De
                        subsidievaststelling geschiedt op aanvraag van de aanvrager nadat hij de
                        activiteit heeft gereedgemeld. Als aan de gestelde voorschriften is voldaan
                        volgt de vaststelling van de subsidie, leidend tot uitbetaling van het bij
                        de subsidieverlening in het vooruitzicht gestelde bedrag. Er kan geen hoger
                        bedrag worden betaald dan is bepaald bij de subsidieverlening, maar vallen
                        de werkelijk gemaakte kosten lager uit dan verwacht, dan wordt het
                        definitieve subsidiebedrag dienovereenkomstig verlaagd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De Algemene Subsidieverordening Amstelveen 2006 regelt een aantal praktische
                        onderwerpen, zodat deze niet meer in afzonderlijke subsidieverordeningen
                        behoeven te worden opgenomen. Het gaat hierbij onder meer om de bevoegdheid
                        een subsidieplafond vast te stellen, de indieningseisen, weigeringsgronden
                        en de betalingstermijn. Op een aantal punten is echter afwijking van de
                        Algemene Subsidieverordening geboden, onder andere voor wat betreft de
                        beslistermijn en de over te leggen bescheiden ten behoeve van de
                        subsidieverlening en de subsidievaststelling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Met als uitgangspunt de desbetreffende begrotingspost stelt het college
                        jaarlijks het subsidieplafond vast. Door middel van een publicatie wordt dit
                        bekend gemaakt en worden eigenaars op de hoogte gesteld van de mogelijkheid
                        subsidie aan te vragen. De wet schrijft voor dat daarbij tevens de
                        verdeelcriteria worden vermeld voor het geval het beschikbare budget
                        ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren. Deze criteria moeten bij de
                        beoordeling van de aanvragen zodanig transparant worden toegepast dat
                        eventuele afwijzing een toetsing door de bestuursrechter kunnen
                        doorstaan.</al><al>Gedurende drie maanden (van 1 maart tot 1 juni) kunnen aanvragen worden
                        ingediend. Na sluiting van de indieningstermijn is het dus mogelijk om de
                        aanvragen in onderling verband te beoordelen en het beschikbare budget zo
                        doelmatig mogelijk in te zetten.</al><al>Het over te leggen inspectierapport van de Monumentenwacht, of van een ander
                        inspectierapport van een onafhankelijk adviesbureau, is een waardevolle bron
                        voor de beoordeling of, en zo ja, in welke mate aan de verdeelcriteria uit
                        het derde lid wordt voldaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>In deze verordening is het mogelijk om een subsidie te verkrijgen voor de
                        instandhouding (is onderhoud en restauratie) van het casco en dak (voor
                        gemeentelijke monumenten waarvan alleen de gevel beschermd is geldt de
                        subsidie alleen voor instandhouding en restauratie van de gevel) en het
                        behoud van de in de redengevende omschrijving specifiek benoemde
                        beschermingswaardige onderdelen van gemeentelijke monumenten. Ter
                        gelegenheid van de actualisering van de gemeentelijke monumentenlijst is de
                        redengevende omschrijving aangescherpt door het concreet benoemen van die
                        onderdelen van het monument die de specifieke kwaliteiten bevatten waardoor
                        het monument bescherming verdient.</al><al>Ook is de hoogte van de toe te kennen bijdrage versoberd ten opzichte van de
                        oude regeling door het percentage te verlagen en een absoluut maximum op te
                        nemen. Als er ook andere ‘potjes’ kunnen worden aangesproken, dan wordt van
                        de aanvrager verlangd dat hij die ook aanspreekt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Uit de limitatieve opsomming blijkt dat de kosten van zelfwerkzaamheid niet
                        worden gesubsidieerd. Redenen hiervoor zijn de te bereiken kwaliteit van de
                        restauratie en de garantieverklaring op materialen en verwerking, welke
                        slechts geldt bij het aanbrengen door erkende bedrijven. Omdat de aanvrager
                        bij restauratiewerkzaamheden verplicht is een inspectierapport te overleggen
                        van de Monumentenwacht of van een ander onafhankelijk inspectiebureau, zijn
                        ook de kosten daarvan subsidiabel. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Met het stellen van deze weigeringsgronden wordt een sobere en doelmatige
                        aanwending van subsidiemiddelen bevorderd. Ook is het zaak versnippering van
                        het budget te voorkomen door te verlangen dat de werkzaamheden een zekere
                        omvang hebben, terwijl herhaalde aanvragen onwenselijk zijn teneinde zoveel
                        mogelijk eigenaren aan bod te laten komen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>In dit artikel is de informatieplicht van de subsidieontvanger geregeld.
                        Deze is verplicht alle informatie te verschaffen, zoals genoemd in artikel 3
                        lid 5, en medewerking te verlenen aan, door of namens het college te houden
                        onderzoeken. In dit verband kan tevens gedacht worden aan de bevoegdheden
                        van toezichthouders als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Awb. Uiteraard moet
                        bij de hantering van de bevoegdheden genoemd in dit artikel rekening
                        gehouden worden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De commissie ruimtelijke kwaliteit adviseert over de aanvragen, welke
                        gebundeld worden voorgelegd en daardoor goed onderling kunnen worden
                        vergeleken. Dit maakt het mogelijk concreet inhoud te geven aan de
                        verdeelcriteria, met name als ervoor is gekozen de toekenningsvolgorde
                        (mede) te baseren op de monumentale waarde van het object of op de
                        bouwtechnische toestand ervan. Bij de advisering dient de commissie
                        ruimtelijke kwaliteit zich rekenschap te geven van de motiveringseisen in
                        het bestuursrecht, omdat tegen een afwijzing bezwaar en beroep kan worden
                        ingesteld.</al><al>Te laat ingediende aanvragen kunnen alsnog worden gehonoreerd als het
                        subsidieplafond dit nog toelaat. Anders wordt deze afgewezen, maar wordt de
                        toezegging gedaan dat de aanvraag opnieuw wordt beoordeeld in het nieuwe
                        jaar. Mocht als verdeelcriterium gelden “de volgorde van binnenkomst”, dan
                        is een dergelijke aanvraag in het volgende jaar zeer kansrijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Na tijdige voltooiing van de werkzaamheden meldt de subsidie-ontvanger dit,
                        waardoor hij het college vraagt de subsidie definitief vast te stellen. Aan
                        de hand van de over te leggen nota’s wordt gecontroleerd wat de werkelijk
                        gemaakte kosten zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De inwerkingtreding van deze verordening en het vervallen van de oude
                        verordening is gekoppeld aan de datum van bekendmaking. Bekendmaking van
                        deze verordening moet op grond van artikel 142 van de Gemeentewet
                        plaatsvinden tenminste acht dagen voor inwerkingtreding.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>