<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133686_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand gemeente Olst-Wijhe 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-02-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-Huis, 01-02-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand gemeente Olst-Wijhe 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8 en 30</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Hoofdstuk 4A</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsstuk 2012-06</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand gemeente Olst-Wijhe 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Olst-Wijhe,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van </al><al/><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel c en 30 van de Wet Werk en
                        Bijstand;</al><al/><al>overwegende dat moet worden vastgesteld voor welke categorieën de
                        bijstandsnorm wordt verhoogd of verlaagd en op grond van welke criteria de
                        hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald,</al><al/><al><vet>besluit</vet>:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand gemeente Olst-Wijhe 2005</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijving</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a</al></entry><entry colname="col2"><al>de wet: de Wet Werk en Bijstand (Stb. 2003, 375,
                                                  9 oktober 2003);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b</al></entry><entry colname="col2"><al>de landelijke norm: de norm als geregeld in
                                                  artikelen 20 tot en met 23 van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c</al></entry><entry colname="col2"><al>de bijstandsnorm: de landelijke norm plus de
                                                  gemeentelijke toeslag of verlaging op grond van
                                                  deze verordening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d</al></entry><entry colname="col2"><al>alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of
                                                  ouder, doch jonger dan 65 jaar die geen tot zijn
                                                  last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke
                                                  huishouding voert met een ander tenzij het betreft
                                                  een bloedverwant in de eerste graad of een
                                                  bloedverwant in de tweede graad indien er bij één
                                                  van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is
                                                  van zorgbehoefte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e</al></entry><entry colname="col2"><al>alleenstaande ouder: de ongehuwde van 21 jaar of
                                                  ouder doch jonger dan 65 jaar die de volledige
                                                  zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende
                                                  kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert
                                                  met een ander tenzij het betreft een bloedverwant
                                                  in de eerste graad of een bloedverwant in de
                                                  tweede graad indien er bij één van de
                                                  bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
                                                  zorgbehoefte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f</al></entry><entry colname="col2"><al>(echt)paar: de gehuwden van 21 jaar of ouder
                                                  doch jonger dan 65 jaar, alsmede ongehuwden van 21
                                                  jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die met
                                                  elkaar een gezamenlijke huishouding voeren, tenzij
                                                  de belanghebbenden in bloedverwantschap in de
                                                  eerste graad tot elkaar staan of, bij
                                                  bloedverwantschap in de tweede graad, er bij één
                                                  van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is
                                                  van zorgbehoefte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g</al></entry><entry colname="col2"><al>kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of
                                                  stiefkind;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h</al></entry><entry colname="col2"><al>ten laste komend kind: het kind, jonger dan 18
                                                  jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de
                                                  gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i</al></entry><entry colname="col2"><al>belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks
                                                  bij een besluit is betrokken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j</al></entry><entry colname="col2"><al>woning: een woning, een woonwagen en een
                                                  woonschip;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k</al></entry><entry colname="col2"><al>woonlasten:</al><al>a. indien een woonruimte wordt gehuurd: de kale
                                                  huurprijs per maand en de kosten van water, gas,
                                                  elektriciteit, heffingen per maand minus de
                                                  huursubsidie op grond van de Wet individuele
                                                  huursubsidie (Stb. 1986, 265) of een bijzondere
                                                  bijstandstoeslag voor woonkosten per maand;</al><al>b. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot
                                                  een bedrag per maand omgerekende som van de ten
                                                  behoeve van de financiering van de woning
                                                  verschuldigde hypotheekrente en de in verband met
                                                  het in eigendom hebben van de woning te betalen
                                                  zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten
                                                  worden verstaan: de rioolrechten, het
                                                  eigenaarsaandeel van de onroerende-zaakbelasting,
                                                  de brandverzekering, de opstalverzekering en het
                                                  eigenaarsaandeel van de waterschapslasten en de
                                                  kosten per maand van water, gas, elektriciteit,
                                                  heffingen minus een bijstandstoeslag voor
                                                  woonkosten per maand.</al><al>c.Indien een woonwagen in huur dan wel in
                                                  eigendom wordt bewoond, de tot een bedrag per
                                                  maand herleide op 1 juli geldende woonkosten, als
                                                  omschreven in artikel 5, tweede lid van de
                                                  Beschikking geldende steun ten behoeve van het
                                                  bekostigen van de bewoning van een woonwagen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l</al></entry><entry colname="col2"><al>commerciële huurprijs: een kale huurprijs van
                                                  tenminste € 150,- per maand die is vastgelegd in
                                                  een schriftelijke, individuele huurovereenkomst.
                                                  Eventuele vaste lasten worden op de huurprijs in
                                                  mindering gebracht alvorens toetsing aan de
                                                  commerciële huurprijs plaatsvindt. Tussen ouder(s)
                                                  en meerderjarige kinderen kan geen commerciële
                                                  overeenkomst worden verondersteld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m</al></entry><entry colname="col2"><al>Commerciële kostgangersovereenkomst: kostgeld
                                                  ten bedrage van minimaal € 350,- per maand,
                                                  vastgelegd in een schriftelijke, individuele
                                                  kostgangersovereenkomst, waarbij tenminste
                                                  inbegrepen huur, gebruik van energie, maaltijden
                                                  en bewassing. Tussen ouder(s) en meerderjarige
                                                  kinderen kan geen commerciële overeenkomst worden
                                                  verondersteld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n</al></entry><entry colname="col2"><al>netto minimumloon: het minimumloon per maand,
                                                  genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van
                                                  de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag,
                                                  verhoogd met aanspraak op vakantiebijslag waarop
                                                  een werknemer op grond van artikel 15 van die wet
                                                  over dat minimumloon ten minste aanspraak kan
                                                  maken, na aftrek van de daarvan in te houden
                                                  loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies
                                                  werknemersverzekeringen en het werknemersaandeel
                                                  ziekenfondspremie; de loonbelasting en premies
                                                  volksverzekeringen worden berekend overeenkomstig
                                                  de bepalingen in artikel 37, tweede lid, van de
                                                  wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o</al></entry><entry colname="col2"><al>verzorgingsbehoeftige: degene die voor
                                                  beroepsmatige verzorging in een bejaardentehuis of
                                                  een andere inrichting ter verpleging of verzorging
                                                  is geïndiceerd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p</al></entry><entry colname="col2"><al>Daklozen: degenen die geen woning bewonen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q</al></entry><entry colname="col2"><al>Thuislozen: degenen die niet beschikken over, of
                                                  niet langdurig gebruik maken van zelfstandige
                                                  reguliere huisvesting, maar die wel kosten maken
                                                  voor gebruik van residentiële huisvesting
                                                  (waaronder ook sociale pensions etc. worden
                                                  gerekend).</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Huishouding: </al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a</al></entry><entry colname="col2"><al>De als partners geregistreerden worden
                                                  gelijkgesteld met gehuwden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b</al></entry><entry colname="col2"><al>Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede
                                                  aangemerkt de ongehuwde van 21 jaar of ouder die
                                                  met een persoon van 21 jaar of ouder een
                                                  gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft
                                                  een bloedverwant in de eerste graad of een
                                                  bloedverwant in de tweede graad indien er bij één
                                                  van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is
                                                  van een geïndiceerde zorgbehoefte.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c</al></entry><entry colname="col2"><al>Van een gezamenlijke huishouding zoals genoemd
                                                  in art. 3 lid 3 WWB is er sprake indien twee
                                                  personen van 21 jaar of ouder hun hoofdverblijf in
                                                  dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te
                                                  dragen voor elkaar door middel van het leveren van
                                                  een bijdrage in de kosten van de huishouding dan
                                                  wel anderszins.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d</al></entry><entry colname="col2"><al>Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder
                                                  geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden
                                                  hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning
                                                  en:</al><al>zij met elkaar gehuwd zijn geweest of, in de
                                                  periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag
                                                  van bijstand, eerder voor de verlening van
                                                  bijstand als gehuwden zijn aangemerkt, of</al><al>uit hun relatie een kind is geboren of erkenning
                                                  heeft plaatsgevonden van een kind van de een door
                                                  de ander, of</al><al>zij zich wederzijds verplicht hebben tot een
                                                  bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend
                                                  samenlevingscontract, of</al><al>zij op grond van een registratie worden
                                                  aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die
                                                  naar aard en strekking overeenkomt met de
                                                  gezamenlijke huishouding bedoeld in het vierde
                                                  lid.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder die
                                duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2 Categorieën</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Categorieën</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor belanghebbenden aan wie bijstand kan worden verleend, geldt
                                    een categorie aanduiding.</al></li><li nr="2."><al>De categorieën worden als volgt aangeduid:</al></li></lijst><al>alleenstaande;</al><al>alleenstaande ouder;</al><al>gehuwden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3 Toeslagen bij alleenstaande en alleenstaande ouder</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3 Woningdeling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de
                                alleenstaande, of de alleenstaande ouder hogere algemeen
                                noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de landelijke
                                norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen
                                van deze kosten met een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande
                                en de alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder, in wiens woning geen
                                ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25 tweede
                                lid van de wet genoemde maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
                                alleenstaande en de alleenstaande ouder 10% van het netto
                                minimumloon indien een woning wordt bewoond waarin één of meer
                                anderen hun hoofdverblijf hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het in het derde lid gestelde wordt de toeslag als
                                bedoeld in het eerste lid voor de alleenstaande en de alleenstaande
                                ouder bepaald op het in artikel 25 tweede lid van de wet genoemde
                                maximumbedrag indien:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>in de woning uitsluitend een ander die de
                                                belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt of
                                                die als verzorgingsbehoeftige door de belanghebbende
                                                wordt verzorgd, zijn hoofdverblijf heeft;</al></li><li nr="b."><al>in zijn woning uitsluitend kinderen jonger dan 21
                                                jaar, hun hoofdverblijf hebben;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende als kostganger of onderhuurder op
                                                grond van een commerciële overeenkomst zijn
                                                hoofdverblijf in een woning heeft.</al></li><li nr="d."><al>een inwonend studerend kind van 21 jaar of ouder
                                                over een inkomen beschikt dat niet hoger is dan het
                                                bedrag aan levensonderhoud zoals gesteld in artikel
                                                33 WWB lid 2, vermeerderd met 10% van de
                                                gehuwdennorm zoals beschreven staat in artikel 21
                                                WWB.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Woonlasten </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het in artikel 3, lid 1, gestelde wordt de
                                bijstandsnorm niet verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande
                                of alleenstaande ouder lagere algemene noodzakelijke kosten van het
                                bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm of toeslag voorzien,
                                doordat de betrokkene niet kan aantonen woonlasten verschuldigd te
                                zijn voor de woning die men bewoont.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor de
                                alleenstaande en de alleenstaande ouder die als thuisloos kan worden
                                aangemerkt 20% van het netto minimumloon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Alleenstaanden van 21 en 22 jaar</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voor de
                                alleenstaande van 21 in wiens woning al dan niet een ander zijn
                                hoofdverblijf heeft, vastgesteld op 0 % van het netto
                                minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt voor de
                                alleenstaande van 22 in wiens woning al dan niet een ander zijn
                                hoofdverblijf heeft, vastgesteld op 10 % van het netto minimumloon.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Schoolverlaters</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in de voorgaande artikelen wordt de
                                toeslag vastgesteld op 0% van het netto minimumloon indien de
                                alleenstaande of alleenstaande ouder recent de deelname heeft
                                beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding:</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding
                                                  aanspraak bestond op studiefinanciering op grond
                                                  van de Wet op de studiefinanciering 2000, op een
                                                  tegemoetkoming in de studiekosten op grond van Wet
                                                  tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten,
                                                  dan wel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de belanghebbende op de eerste dag van
                                                  het kalenderkwartaal waarin de beëindiging
                                                  plaatsvond jonger was dan 25 jaar en de voor
                                                  werkzaamheden beschikbare tijd voor tenminste 19
                                                  uur per week in beslag werd genomen door het
                                                  onderwijs of de beroepsopleiding, tenzij het
                                                  betreft een scholing of opleiding als bedoeld in
                                                  artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de
                                                  wet.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een recente beëindiging van de deelname aan onderwijs of
                                beroepsopleiding als bedoeld in het eerste lid, is sprake zolang nog
                                geen periode van een half jaar is verstreken, gerekend vanaf het
                                tijdstip van die beëindiging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 1, wordt de toeslag niet op nul gesteld wanneer
                                het een alleenstaande ouder betreft die indachtig de
                                beoordelingsruimte van het college op grond van artikel 9 lid 2 of
                                artikel 9 lid 4 in verband met de zorgplicht is ontheven van de
                                arbeidsverplichting van artikel 9 lid 1.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4 Verlagingen bij echtparen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 Woningdeling </label></kop><lijst><li nr="1."><al>De algemene bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de
                                    gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                                    hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het
                                    geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een
                                    ander.</al></li><li nr="2."><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het
                                    netto minimumloon.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het in het tweede lid gestelde wordt de
                                    bijstandsnorm voor een echtpaar niet lager vastgesteld
                                    indien</al></li></lijst><table><tgroup cols="2" char="" charoff="50" align="left"><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>a</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>in de woning uitsluitend een ander die als
                                                verzorgingsbehoeftige door het echtpaar wordt
                                                verzorgd zijn hoofdverblijf heeft.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>b</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>in de woning uitsluitend (een) kind(eren) jonger dan
                                                21 jaar, zijn/hun hoofdverblijf heeft/hebben.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>c</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>een inwonend studerend kind van 21 jaar of ouder
                                                over een inkomen beschikt dat niet hoger is dan het
                                                bedrag aan levensonderhoud zoals gesteld in artikel
                                                33 WWB lid 2, vermeerderd met 10% van de
                                                gehuwdennorm zoals beschreven staat in artikel 21
                                                WWB.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8. Woonlasten</label></kop><al>De bijstandsnorm voor gehuwden wordt verlaagd met 18% van het netto
                            minimumloon indien het paar lagere algemene noodzakelijke kosten van het
                            bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, doordat de
                            betrokkenen niet kunnen aantonen woonlasten verschuldigd te zijn voor de
                            woning die men bewoont.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9. Schoolverlaters</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de voorgaande artikelen wordt de
                                bijstandsnorm voor het (echt)paar dat recent de deelname heeft
                                beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, lager
                                vastgesteld:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>Indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding
                                                aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van
                                                hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering, op
                                                een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van
                                                hoofdstuk III van de Wet tegemoetkoming
                                                studiekosten, dan wel;</al></li><li nr="b."><al>Indien de belanghebbende op de eerste dag van het
                                                kalenderkwartaal waarin de beëindiging plaatsvond
                                                jonger was dan 25 jaar en de voor werk beschikbare
                                                tijd voor tenminste 19 uur per week in beslag werd
                                                genomen door het onderwijs of de beroepsopleiding,
                                                tenzij het betreft een scholing of opleiding als
                                                bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de
                                                wet.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Van een recente beëindiging van de deelname aan onderwijs of
                                beroepsopleiding als bedoeld in het eerste lid, is sprake zolang nog
                                geen periode van een half jaar is verstreken, gerekend vanaf het
                                tijdstip van die beëindiging. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het
                                netto minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het derde lid wordt niet toegepast
                                wanneer er binnen het gezin kind(eren) zijn jonger dan 5 jaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De verlaging als bedoeld in het derde lid wordt slechts eenmalig
                                toegepast, d.w.z. dat er geen verlaging plaatsvindt als na de eerste
                                partner ook de tweede partner de deelname aan onderwijs of een
                                beroepsopleiding (als genoemd in lid 1) beëindigt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4A</nr><titel>Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van
                            de WIJ per 1 januari 2012</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9A.</nr><titel>Wijziging betekenis begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’,
                                ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf
                                1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of
                                ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                                betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk
                                ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9B.</nr><titel>Wijziging verwijzingen</titel></kop><al>Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel c,
                            van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden
                            gelezen: artikel 21, eerste lid, van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 10. Anticumulatiebepaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de uitkering bedraagt ingeval van het hebben van
                                woonlasten minimaal: </al><al>50% van het netto minimumloon voor de alleenstaande;</al><al>70% van het netto minimumloon voor de alleenstaande ouder;</al><al>80% van het netto minimumloon voor een echtpaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde laat onverlet de mogelijkheid voor
                                het college om op andere gronden dan genoemde in de verordening de
                                uitkering lager vast te stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Gezamenlijke huishouding van meer dan twee personen </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een gezamenlijke huishouding aanwezig is tussen meer dan twee
                                personen, als bedoeld in art 3 lid 3 van de wet, wordt deze aanwezig
                                geacht tussen de twee personen die het langst met elkaar een
                                woonruimte hebben gedeeld; de 3e en volgende personen worden
                                aangemerkt als personen die de algemeen noodzakelijke kosten van het
                                bestaan kunnen delen; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking van lid 1 kan indien de feitelijke situatie daartoe
                                aanleiding geeft, gelet op de wijze waarop sprake is van financiële
                                verstrengeling en wederzijdse verzorging, anders worden geoordeeld,
                                met dien verstande dat niet meer dan 2 personen kunnen worden
                                aangemerkt als samenwonend als bedoeld in art. 3, lid 3 van de
                                wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12. Meer dan één kostganger of onderhuurder</label></kop><al>Bij meer dan één kostganger dan wel meer dan één onderhuurder dan wel
                            een combinatie van één kostganger met een onderhuurder wordt volgens een
                            door het college vastgestelde richtlijn bepaald welk gedeelte van het
                            kostgeld respectievelijk de bruto onderhuur wordt aangemerkt als
                            netto-inkomsten die op de bijstandsnorm in mindering wordt gebracht.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13. Uitvoering</label></kop><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14. Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening Wet
                            Werk en Bijstand gemeente Olst-Wijhe 2005</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15. Overige bepalingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien er van overheidswege andere toeslagen worden vastgesteld,
                                komen de gemeentelijke toeslagen te vervallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien er sprake is van een situatie zoals genoemd onder lid 1 dient
                                de teveel verstrekte uitkering te worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in artikel 1 lid 1 onder l en m genoemde bedragen voor
                                commerciële huurprijs en commerciële kostgangersovereenkomst worden
                                jaarlijks, voor het eerst met ingang van </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16. Hardheidsclausule</label></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17. Inwerkingtreding</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2005.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1 Begripsomschrijving </al><al>Hoofdstuk 2 Categorieën </al><al>Artikel 2 Categorieën </al><al>Hoofdstuk 3 Toeslagen bij alleenstaande en alleenstaande ouder
                        </al><al>Artikel 3 Woningdeling </al><al>Artikel 4 Woonlasten </al><al>Artikel 5 Alleenstaanden van 21 en 22 jaar </al><al>Artikel 6 Schoolverlaters </al><al>Hoofdstuk 4 Verlagingen bij echtparen </al><al>Artikel 7 Woningdeling </al><al>Artikel 8. Woonlasten </al><al>Artikel 9. Schoolverlaters </al><al>Hoofdstuk 4A Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en
                            intrekking van de WIJ per 1 januari 2012 </al><al>Artikel 9A. Wijziging betekenis begrippen </al><al>Artikel 9B. Wijziging verwijzingen </al><al>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen </al><al>Artikel 10. Anticumulatiebepaling </al><al>Artikel 11. Gezamenlijke huishouding van meer dan twee personen
                            </al><al>Artikel 12. Meer dan één kostganger of onderhuurder </al><al>Artikel 13. Uitvoering </al><al>Artikel 14. Citeertitel </al><al>Artikel 15. Overige bepalingen </al><al>Artikel 16. Hardheidsclausule </al><al>Artikel 17. Inwerkingtreding </al></bijlage></regeling></body></cvdr>