<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133650_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Horst aan de Maas (APV).</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Horst aan de Maas</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Horst aan de Maas</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektr.Gem.blad 28-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Horst aan de Maas (APV).</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Invoeging afd. 8A in hfdst. 2 i.v.m. de per 1-1-2013 in werking getreden nieuwe Drank- en horecawet.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening Horst aan de Maas (APV)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Horst aan de Maas;</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 juni 2011, </al><al>gemeenteblad 2011, no. ;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><lijst><li nr="1."><al>in te trekken de “Algemene plaatselijke verordening Horst aan de
                                Maas”; </al></li><li nr="2."><al>in te trekken de “Algemene plaatselijke verordening Sevenum”;</al></li><li nr="3."><al>in te trekken de “Algemene plaatselijke verordening Meerlo-Wanssum
                                2006”, met uitzondering van hoofdstuk 4, afdeling 2 Afvalstoffen
                                voor het grondgebied van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum
                                voorzover dit behoort tot de gemeente Horst aan de Maas;</al></li><li nr="4."><al>vast te stellen de “Algemene plaatselijke verordening Horst aan de
                                Maas” zoals deze is gevoegd bij dit besluit;</al></li><li nr="5."><al>te bepalen dat deze verordening in werking treedt op de achtste dag
                                na de dag waarop deze is bekendgemaakt.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid,
                                artikel 2:11 of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de
                            vergunning zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 2:12: Maken, veranderen van een uitweg;</al></li><li nr="b."><al>Artikel 5:18: Standplaatsvergunning en weigeringsgronden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 2:25: Vergunning evenementen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Artikel 2:28: Exploitatievergunning openbare inrichting;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Artikel 2:39: Speelgelegenheden;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Artikel 2:40b: Vergunning speelautomatenhal;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>Artikel 3:4: Seksinrichtingen;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>Artikel 4:12: Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>Artikel 4:19: Nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of hij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[Vervallen; opgenomen in 2:24]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg op te treden als dienstverlener of
                                zijn diensten als zodanig aan te bieden indien:</al><lijst><li nr="a."><al>daardoor overlast wordt veroorzaakt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>dit gevaar of hinder voor het verkeer oplevert;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>indien hierdoor parkeerplaatsen, die onderdeel uitmaken van
                                        de aangegeven parkeerplaatsen binnen de centrumring in Horst
                                        (Gasthuisstraat, Loevestraat, Groenewoudstraat, Jacob
                                        Merlostraat, Herstraat), worden onttrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: </al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>het beoogde gebruik bestaat uit het op de weg, al dan
                                            niet in een motorvoertuig slapen, dan wel het op of aan
                                            de weg plaatsen van een voertuig, woonwagen, tent,
                                            caravan, of een soortgelijk ander onderkomen met het
                                            kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of
                                            daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te
                                            bieden;</al></li><li nr="d."><al>sprake is van beplanting of een voorwerp dat op zodanige
                                            wijze is aangebracht dan wel geplaatst dat voor het
                                            wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of op een
                                            andere wijze gevaar oplevert. </al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg: </al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet 6 weken van tevoren melding
                                            heeft gedaan aan het college; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van een
                                            uitweg heeft verboden.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg bij
                                    een woning binnen de bebouwde kom:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de uitweg breder is dan 5 meter; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats; </al></li><li nr="c."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten;</al></li><li nr="d."><al>indien daardoor de afwatering van weg en berm tot
                                            problemen leidt, dan wel bermschade of asfaltschade
                                            ontstaat, die niet door het treffen van voorzieningen
                                            kunnen worden voorkomen. De kosten van deze
                                            voorzieningen zijn voor rekening van degene die de
                                            uitweg aanlegt of verandert of laat aanleggen of
                                            veranderen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken van de uitweg bij een woning
                                    buiten de bebouwde kom:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de uitweg breder is dan 10 meter;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten; </al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>indien daardoor de afwatering van weg en berm tot
                                            problemen leidt, dan wel bermschade of asfaltschade
                                            ontstaat, die niet door het treffen van voorzieningen
                                            kunnen worden voorkomen. De kosten van deze
                                            voorzieningen zijn voor rekening van degene die de
                                            uitweg aanlegt of verandert of laat aanleggen of
                                            veranderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken van de uitweg bij een
                                    bedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de uitweg breder is dan 12 meter;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="c."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="d."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="e."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door twee andere uitwegen wordt ontsloten.</al></li><li nr="f."><al>indien daardoor de afwatering van weg en berm tot
                                            problemen leidt, dan wel bermschade of asfaltschade
                                            ontstaat. De kosten van deze voorzieningen zijn voor
                                            rekening van degene die de uitweg aanlegt of verandert
                                            of laat aanleggen of veranderen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in de periode april t/m september verboden te roken in
                                    bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of
                                    binnen een afstand van dertig meter daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23a</nr><titel>Beregeningsinstallaties</titel></kop><al>Het is verboden bij kunstmatig beregenen van gronden water op de weg
                                uit te (laten) werpen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:8
                                            (dienstverlening) en 2:39 (speelgelegenheden) van deze
                                            verordening.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een braderie en een snuffelmarkt;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan categorieën van evenementen aanwijzen
                                    waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        open jongeren centrum (OJC), buurthuis of clubhuis.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Open jongeren centrum (OJC): jongerencentrum gericht op
                                        jongeren in de leeftijd van 16 jaar tot en met 23 jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                                            winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    openbare inrichtingen die een horecabedrijf zijn als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de
                                            inrichting, dan wel</al></li><li nr="b."><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                            zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
                                            artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het 5<sup>e</sup> lid onder
                                    a.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting gelden geen verplichte
                                    sluitingstijden, uitgezonderd voor een openbare inrichting als
                                    bedoeld in artikel 2:28, vierde lid. Voor dergelijke openbare
                                    inrichtingen en bijbehorende terrassen gelden dezelfde
                                    sluitingstijden als voor de hoofdactiviteit waarvan zij deel
                                    uitmaken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is het de houder van een
                                    jeugdhuis of verenigingsaccommodatie, niet zijnde een open
                                    jongeren centrum (OJC), verboden dit horecabedrijf van 01.00 tot
                                    07.00 uur voor publiek geopend te hebben of bezoekers in het
                                    horecabedrijf toe te laten of te laten verblijven. In de nacht
                                    van 31 december op 1 januari gelden geen verplichte
                                    sluitingstijden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is het de houder van een open
                                    jongeren centrum (OJC) verboden dit horecabedrijf in de nacht
                                    van zondag tot en met donderdag van 1.00 tot 7.00 uur en in de
                                    nacht van vrijdag en zaterdag van 3.00 tot 7.00 uur voor het
                                    publiek geopend te hebben. In de nacht van 31 december op 1
                                    januari gelden geen verplichte sluitingstijden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een terras in de nacht van zondag tot en met
                                    donderdag van 01.00 uur tot 08.00 uur en in de nacht van
                                    vrijdag, zaterdag en de dag voor een feestdag van 02.00 uur tot
                                    08.00 uur geopend te hebben of bezoekers op het terras te laten
                                    verblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid
                                    kan de burgemeester door middel van een vergunningvoorschrift
                                    sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare
                                    inrichting of een daartoe behorend terras. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing in die
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende
                                    de tijd dat de inrichting of het terras krachtens het eerste,
                                    tweede en derde lid of een ingevolge artikel 2:30 genomen
                                    besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te
                                    bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare
                                        inrichtingen en bijbehorende terrassen tijdelijk andere
                                        sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                        bevelen.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties
                                        waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting of op een bijbehorend
                                terras:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30 eerste lid;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li><li nr="-"><al>horecalocaliteit,</al></li><li nr="-"><al>inrichting,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li><li nr="-"><al>sterke drank,</al></li><li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li><li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk
                                    twee uur na afloop van een activiteit die past binnen de
                                    statutaire doelomschrijving van de betreffende
                                    rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde tijden moeten vallen binnen de
                                    bloktijden die voor de betreffende paracommerciële rechtspersoon
                                    gelden als genoemd in de leden drie tot en met zes.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het
                                    organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van sociale
                                    interactie een voorname rol speelt, zoals een dorpshuis,
                                    gemeenschapshuis en multifunctioneel centrum, kan
                                    alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken:</al><al>a. maandag tot en met vrijdag vanaf 12.00 uur tot 01.00
                                    uur;</al><al>b. zaterdag en zondag vanaf 10.00 uur tot 01.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon zijnde een open
                                    jongerencentrum als bedoeld in artikel 2:27 aanhef, en onder c,
                                    kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:</al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met donderdag vanaf 16.00 uur tot 01.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>vrijdag vanaf 16.00 uur tot 03.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>zaterdag vanaf 10.00 uur tot 03.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>zondag vanaf 10.00 uur tot 01.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon zijnde een museum kan
                                    alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:</al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met vrijdag vanaf 12.00 uur tot 23.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>zaterdag en zondag vanaf 10.00 uur tot 23.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen, waaronder
                                    paracommerciële rechtspersonen die zich richten op het
                                    organiseren van activiteiten van sportieve aard, kunnen,
                                    onverminderd het bepaalde in de artikelen 2:29 en 2:30,
                                    alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:</al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met donderdag vanaf 16.00 uur tot 00.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>vrijdag vanaf 16.00 uur tot 01.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>zaterdag vanaf 10.00 uur tot 01.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>zondag vanaf 10.00 uur tot 00.00 uur.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn wanneer
                                dit leidt tot oneerlijke mededinging.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Verbod verstrekken van sterke drank door paracommerciële
                                    rechtspersonen</titel></kop><al>Het is verboden in een paracommerciële inrichting sterke drank te
                                verstrekken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>Voorschriften en beperkingen voor horecabedrijven en
                                    slijtersbedrijven</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare
                                orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een
                                vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet
                                voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het
                                verstrekken van zwakalcoholhoudende drank.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>Koppeling toegang aan leeftijden</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34g</nr><titel>Beperkingen voor andere detailhandel dan
                                    slijtersbedrijven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34h</nr><titel>Verbod prijsacties horeca</titel></kop><al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                                periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar
                                gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van
                                aankomst en de dag van vertrek te verstrekken, alsmede een geldig
                                reisdocument of identiteitsbewijs te overleggen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel l,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal 2 kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10a</nr><titel>Speelautomatenhallen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet op de kansspelen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a,
                                        van de Wet;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                        onder b, van de Wet;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>kansspelautomaat: een speelautomaat die geen
                                        behendigheidsautomaat is;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek
                                        gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten
                                        te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder
                                        b, van de wet;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de
                                        speelautomatenhal exploiteert;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de
                                        onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is
                                        belast;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>hoogdrempelige inrichtingen: inrichting als bedoeld in
                                        artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>laagdrempelige inrichtingen: inrichting als bedoeld in
                                        artikel 30, onder e, van de Wet;</al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994, alsmede kampeerplaatsen en de aan
                                        de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide
                                        parkeerterreinen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40b</nr><titel>Vergunning speelautomatenhal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan uitsluitend voor maximaal 6
                                    speelautomatenhallen een vergunning verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40c</nr><titel>Indieningsvereisten</titel></kop><al>De exploitant dient de vergunning aan te vragen onder overlegging
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is
                                        opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond
                                        waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal
                                        en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten
                                        worden opgesteld;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de
                                        ruimte te beschikken;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant dan wel,
                                        indien de exploitant een rechtspersoon is, van degene(n) die
                                        de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt(en) en
                                        van de beheerder.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40d</nr><titel>Inhoud vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden en is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden.
                                    Deze hebben in elk geval betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>de sluitingstijden van de speelautomatenhal;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het toezicht in de speelautomatenhal;</al></li><li nr="c."><al>het aantal en type speelautomaten dat mag worden
                                            opgesteld;</al></li><li nr="d."><al>de exploitatie van de hal.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40e</nr><titel>Aantal speelautomaten</titel></kop><al>In een speelautomatenhal waarvoor een exploitatievergunning is
                                afgegeven mogen ten hoogste 60 speelautomaten worden geplaatst,
                                waarvan maximaal 30 kansspelautomaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40f</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. wordt de vergunning
                                    geweigerd, indien:</al><al>het maximaal aantal af te geven vergunningen voor
                                    speelautomatenhallen is verleend;</al><lijst><li nr="b."><al>de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf
                                            de openbare weg voor het publiek toegankelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft
                                            (hebben) bereikt;</al></li><li nr="d."><al>de exploitant of de beheerder(s) onder curatele staat
                                            (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen
                                            toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19,
                                            van het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="e."><al>door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het
                                            oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in
                                            de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat
                                            /winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                            beïnvloed;</al></li><li nr="f."><al>de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal
                                            strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, dan
                                            wel een stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening
                                            in de zin van de Wet op de stads- en
                                            dorpsvernieuwing.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het
                                    leeftijdsvereiste, gesteld in het eerste lid, onder c.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40g</nr><titel>Wijzigingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een overeenkomstig artikel 2:40d, tweede lid, in de
                                    vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder
                                    heeft verloren, dient de exploitant onder overlegging van de in
                                    artikel 2:40c, onder c, genoemde bescheiden een nieuwe
                                    vergunning aan te vragen binnen twee weken nadat de in artikel
                                    2:40c bedoelde verklaring omtrent het gedrag aan hem is
                                    verzonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor
                                    een nieuwe vergunning voor het vestigen of exploiteren van een
                                    speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden
                                    dan wel indien geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na
                                    het verlies van hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40h</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de
                                vergunning intrekken indien de exploitatie van een speelautomatenhal
                                voor een periode van langer dan zes maanden aaneengesloten wordt
                                onderbroken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40i</nr><titel>Wijziging in exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een exploitant komt te overlijden dient, indien
                                    voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf
                                    weken een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle andere gevallen van wisseling van exploitant dient
                                    binnen vier weken na overname van de speelautomatenhal een
                                    nieuwe vergunning te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zolang op een tijdig ingediende aanvrage niet is beslist is
                                    voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van
                                    de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege
                                    vervallen vergunning.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels een
                                    voorwerp te vervoeren of bij zich te hebben dat er kennelijk toe
                                    is uitgerust om het plegen van (winkel) diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>Binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg binnen de bebouwde kom;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander: </al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                    voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel l, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>111.Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8, Toezicht op openbare
                                inrichtingen, onder artikel 2:32). </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college van de gemeente waar het bedrijf
                                    is of zal worden gevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk op of in de
                                    directe nabijheid van schoolpleinen is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk gebruik en voorbereidingshandeling</titel></kop><al>Het is verboden om op of aan de weg, op een andere openbare plaats
                                of in een voor het publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld
                                in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen,
                                dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve van dat
                                gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2;26, 2:41, 2:47, 2:48,
                                2:49 of 2:50 van de Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs
                                niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene de openbare orde ernstig verstoort of die na recidive één
                                    of meer van de wettelijke bepalingen overtreedt die genoemd
                                    worden in het laatste lid van dit artikel, een verbod opleggen
                                    zich voor een bepaalde duur te bevinden in een door burgemeester
                                    en wethouders aangewezen gebied en de daarin voor publiek
                                    toegankelijke gebouwen en inrichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod, zoals genoemd in het eerste lid, geldt bij een
                                    eerste gebiedsontzegging voor de overtreder voor een tijdvak van
                                    maximaal 4 weken en gaat in meteen nadat het besluit tot
                                    gebiedsontzegging aan de overtreder bekend is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het belang van de openbare orde kan de burgemeester aan
                                    degene aan wie al eerder een gebiedsontzegging is opgelegd, maar
                                    van wie na deze ontzegging weer geconstateerd wordt dat hij de
                                    openbare orde ernstig verstoort of één of meer van de in het
                                    laatste lid genoemde artikelen overtreedt, een nieuwe
                                    gebiedsontzegging opleggen zoals genoemd in het eerste lid, voor
                                    een tijdvak van maximaal 12 weken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester houdt bij zijn besluit rekening met eventuele
                                    zwaarwegende belangen die de overtreder kan hebben voor
                                    aanwezigheid in het aangewezen gebied, zoals het daar wonen,
                                    werken of bezoeken van hulpverleners.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden om zich in strijd met het in het eerste lid
                                    bedoelde verbod in het betreffende door burgemeester en
                                    wethouders aangewezen gebied te bevinden of in de daarin gelegen
                                    voor publiek toegankelijke gebouwen of inrichtingen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde wettelijke bepalingen zijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>uit hoofdstuk 2, 3 en 4 van de Algemene Plaatselijke
                                    Verordening:</al><al/><al/><lijst><li nr=" i."><al>artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden);</al></li><li nr="ii."><al>artikel 2:26 (ordeverstoring bij evenementen);</al></li><li nr="iii."><al>artikel 2:41 (betreden gesloten woning of lokaal);</al></li><li nr="iv."><al>artikel 2.42 (plakken en kladden)</al></li><li nr="v."><al>artikel 2.47 (hinderlijk gedrag op openbare
                                            plaatsen);</al></li><li nr="vi."><al>artikel 2.48 (verboden drankgebruik);</al></li><li nr="vii."><al>artikel 2.49 (verboden gedrag bij of in gebouwen);</al></li><li nr="viii."><al>artikel 2.50 (verboden gedrag in openbare ruimten);</al></li><li nr="ix."><al>artikel 2.74 (drugshandel op straat);</al></li><li nr="x."><al>artikel 3:9 (straat prostitutie);</al></li><li nr="xi."><al>artikel 4:8 (natuurlijke behoefte doen).</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>uit het Wetboek van Strafrecht:</al><lijst><li nr="i."><al>artikel 138 (huisvredebreuk);</al></li><li nr="ii."><al>artikel 139 (lokaalvredebreuk);</al></li><li nr="iii."><al>artikel 141 (openlijke geweldpleging);</al></li><li nr="iv."><al>artikel 170 (vernieling van gebouwen);</al></li><li nr="v."><al>artikel 285 (bedreiging);</al></li><li nr="vi."><al>artikel 300 (mishandeling);</al></li><li nr="vii."><al>artikel 306 (deelnemen aan aanval);</al></li><li nr="viii."><al>artikel 310 (diefstal);</al></li><li nr="ix."><al>artikel 321 (verduistering);</al></li><li nr="x."><al>artikel 350 (zaakbeschadiging);</al></li><li nr="xi."><al>artikel 424 (straatschenderij) ;</al></li><li nr="xii."><al>artikel 426 (ordeverstoring in dronkenschap);</al></li><li nr="xiii."><al>artikel 453 (openbare dronkenschap).</al></li></lijst><al/><al/></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>16</nr><titel>Toezicht op kamerverhuurinrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:79</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: alle besloten ruimten waarin, in de uitoefening
                                        van beroep of bedrijf, of in een omvang alsof deze
                                        bedrijfsmatig is, aan arbeidsmigranten verblijf wordt
                                        verschaft. Onder een inrichting wordt in ieder geval
                                        verstaan een reguliere woning in woonkernen en het
                                        buitengebied, bestaande complexen zoals kloosters,
                                        zorgcomplexen, schoolgebouwen, asielzoekerscentra,
                                        kantoorpanden of daarmee gelijk te stellen bebouwing,
                                        alsmede vrijkomende agrarische bebouwing;</al></li><li nr="b."><al>arbeidsmigranten: personen die hun vaste woon-, of
                                        verblijfplaats in een ander Europees land dan Nederland
                                        hebben en op grond van een EU-paspoort of
                                        tewerkstellingsvergunning legaal in Nederland werkzaam zijn;
                                    </al></li><li nr="c."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen, dan wel
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een inrichting
                                        exploiteert; </al></li><li nr="d."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        inrichting;</al></li><li nr="e."><al>beheer: alle activiteiten van de exploitant/beheerder die
                                        gericht zijn op, dan wel verband houden met de bescherming
                                        van de belangen als bedoeld in artikel 2.83, tweede lid.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:80</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een inrichting
                                    te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant
                                            en beheerder;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het adres van de inrichting;</al></li><li nr="c."><al>het aantal personen dat in de inrichting verblijf wordt
                                            verschaft;</al></li><li nr="d."><al>de periode waarin in de inrichting aan de personen
                                            verblijf wordt verschaft;</al></li><li nr="e."><al>de totale woonoppervlakte die in de inrichting voor
                                            verblijf beschikbaar is; </al></li><li nr="f."><al>het aantal beschikbare parkeerplaatsen. </al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:81</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag, zulks ter
                                        beoordeling van het college;</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:82</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 2:83, tweede lid genoemde belangen, kan
                                het college over de uitoefening van de bevoegdheden in deze afdeling
                                nadere regels stellen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:83</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning als bedoeld in artikel 2:80 wordt geweigerd
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 2:80, tweede lid en artikel 2:81 gestelde
                                            eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in
                                    artikel 2.80 worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:84</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>Artikel 2:38 is van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:85</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><al>Deze afdeling is niet van toepassing voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Huisvestingswet, het
                                Bouwbesluit of de Bouwverordening.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van: </al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="i."><al>de exploitant</al></li><li nr="ii."><al>de beheerder;</al></li><li nr="iii."><al>de prostituee;</al></li><li nr="iv."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="v."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="vi."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al><al/></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de
                                            exploitant en de beheerder niet: </al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="i."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="ii."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="iii."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="iv."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="v."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="vi."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 04.00 en 14.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                    Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door opsporingsambtenaren het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door opsporingsambtenaren aan personen die zich bevinden op
                                    de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid hij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst><al/></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                    escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid, niet
                                    van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 6 weken na het in werking treden daarvan;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft
                                            ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                            bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                    genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van
                                    in die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h"><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting tijdens een collectieve festiviteit (m.u.v. de
                                    collectieve kermis festiviteit), bedraagt niet meer dan 70 dB(A)
                                    of bij muziek met karakteristieke bastonen 84 dB(C), gemeten op
                                    de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5
                                    meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting tijdens een collectieve kermis festiviteit, bedraagt
                                    niet meer dan 80 dB(A) of bij muziek met karakteristieke
                                    bastonen 94 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op
                                    een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is
                                    inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) straftoeslag
                                    vanwege muziekgeluid. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                    buiten beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening- uiterlijk om 01.00 uur te worden
                                    beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A) of bij muziek met
                                    karakteristieke bastonen 84 dB(C), gemeten op de gevel van
                                    geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien zich in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen bevinden
                                    bij de inrichting geldt in aanvulling op lid 6, dat in het
                                    betreffende gebouw het equivalente geluidsniveau (LAeq)
                                    veroorzaakt door de inrichting tijdens een incidentele
                                    festiviteit, niet meer bedraagt dan 55 dB(A) of bij muziek met
                                    karakteristieke bastonen 69 dB(C);</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is
                                    inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) straftoeslag
                                    vanwege muziekgeluid. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                    buiten beschouwen gelaten.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde en zevende lid geldt
                                    voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                    bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                    het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel
                                    van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                            aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                            gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
                                            geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen
                                            uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden
                                            bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                            terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                            zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                            ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in
                                            de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                            toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel:</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colwidth="23*"/><colspec colname="col3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Festiviteit</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>07.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00-07.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek,
                                    vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                    harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende
                                    de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde
                                    geluidsniveaus in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                    elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte
                                    muziek en is het Besluit van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van
                                    deze verordening van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>(Geluid)hinder in de openlucht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een
                                        (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben
                                        op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens
                                        voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het
                                        verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op
                                        het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing
                                        aangewezen categorieën van geluidsapparaten,
                                        (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt
                                        voldaan aan de door het college vast te stellen
                                        voorschriften ter voorkoming of beperking van
                                        (geluid)hinder.</al></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                        betreffen: </al><lijst><li nr="a."><al>het maximale geluidsniveau;</al></li><li nr="b."><al>de situering van geluidsbronnen;</al></li><li nr="c."><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat
                                        dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                        (geluid)hinder veroorzaakt.</al></li></lijst><lijst><li nr="6."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets
                                        zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of
                                        overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9a</nr><titel>Beschadiging van de berm</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de in de berm aanwezige vegetatie te
                                    vernietigen, te beschadigen of gewasbeschermingsmiddelen toe te
                                    passen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden de berm te gebruiken bij het bewerken van
                                    landbouwgronden anders dan voor het stallen van voertuigen en of
                                    opslaan van producten ten behoeve van het bewerken van het
                                    land.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meerdere
                                            bomen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>hakhout: één of meerdere bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk of stam uitlopen;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>bomenlijst: door het college vastgestelde register van
                                            bijzondere en monumentale bomen, houtopstanden of
                                            landschapselementen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr=""><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan:
                                            rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het
                                            verrichten van handelingen die de dood of ernstige
                                            beschadigingen of ontsiering van houtopstanden ten
                                            gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die zich bevinden op
                                    het grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas:</al><lijst><li nr="a."><al> die vermeld staan op de lijst van bijzondere en
                                            monumentale bomen van Horst aan de Maas;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor houtopstanden die hun oorsprong vinden in
                                            privaatrechtelijke overeenkomsten of in een
                                            bestemmingsplan zijn aangewezen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De vergunning kan geweigerd worden op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in art. 1:9 en 1:10) </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief of
                                andersoortig nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van (recreatief) nachtverblijf
                                    kampeermiddelen of voertuigen te plaatsen of geplaatst te houden
                                    buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein dat een
                                    woonbestemming heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens ( RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer van 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Visuele overlast geparkeerde voertuigen met lading</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig geladen met stoffen, materialen of
                                voorwerpen, te parkeren of te doen of te laten staan op een door het
                                college aangewezen weg, of gedeelte van een weg, waar dit naar zijn
                                oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt of voor inzamelingen door instellingen die
                                    beschikken over het Keurmerk Goede Doelen CBF en/of het Keurmerk
                                    Goede Doelen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 20.00 en 08.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>[gereserveerd]</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><al>[Vervallen; opgenomen in 2:24]</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld onderwerp
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2..</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    Verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst><al/><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelij</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                            oplevert.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet indien tevoren hiervan een telefonische
                                    melding is gedaan bij het college, mits voldaan wordt aan de
                                    door het college vastgestelde voorschriften en de flora en fauna
                                    niet wordt aangetast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>[gereserveerd]</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Wegsleepregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens
                                        1990; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder
                                        a1 RVV1990; </al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid, onder c van de wet; </al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                                    worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het
                                    belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder
                                c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente
                                aangewezen voorzover ze behoren tot één van de in artikel 2 van het
                                besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Plaats van bewaring voertuigen en openingstijden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: Garage
                                    en bergingsbedrijf Hendriks, Horsterdijk 108a te Lottum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats
                                    worden door het college vastgesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen.</titel></kop><al>De kosten van het overbrengen en bewaren van een voertuig en loze
                                ritten worden vermeld in de gemeentelijke tarieventabel behorende
                                bij de Legesverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het
                                    geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid
                                    dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare
                                    kentekenplaat.</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in de
                                artikelen 130, vierde lid en 164, zevende lid, van de
                                Wegenverkeerswet, zijn de artikelen 5:35, 5:37 en 5:38 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten
                            hoogste de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college dan wel de burgemeester
                            aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Algemene plaatselijke verordening Horst aan de Maas” en de
                                “Algemene plaatselijke verordening Sevenum” worden ingetrokken. De
                                “Algemene plaatselijke verordening Meerlo-Wanssum 2006” wordt
                                ingetrokken met uitzondering van hoofdstuk 4, afdeling 2
                                Afvalstoffen, voor het grondgebied van de voormalige gemeente
                                Meerlo-Wanssum behorende tot de gemeente Horst aan de Maas.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag
                                waarop zij is bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening(en) bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            Horst aan de Maas.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </vet></al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn </al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al>Artikel 1:9</al><al>Artikel 1:10</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Openbare orde</vet></al><al>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al/><al>Afdeling 2 Betoging</al><al>Artikel 2:2 Optochten</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</al><al/><al>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken</al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                            of afbeeldingen</al><al/><al>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. </al><al/><al>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg</al><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met
                            de publieke functie ervan</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                            veranderen van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al><al/><al>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid </al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. </al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs </al><al>Artikel 2:23a Beregeningsinstallaties</al><al/><al>Afdeling 7 Evenementen </al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring </al><al/><al>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:33 </al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al><al/><al>Afdeling 8A Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                            Drank- en Horecawet</al><al>Artikel 2:34a Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</al><al>Artikel 2:34c Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</al><al>Artikel 2:34d Verbod verstrekken van sterke drank door paracommerciële
                            rechtspersonen</al><al>Artikel 2:34e Voorschriften en beperkingen voor horecabedrijven en
                            slijtersbedrijven</al><al>Artikel 2:34f Koppeling toegang aan leeftijden</al><al>Artikel 2:34g Beperkingen voor andere detailhandel dan
                            slijtersbedrijven</al><al>Artikel 2:34h Verbod prijsacties horeca</al><al/><al>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                            nachtverblijf </al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie </al><al>Artikel 2:37 Nachtregister </al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al/><al>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten</al><al/><al>Afdeling 10a Speelautomatenhallen</al><al>Artikel 2:40a Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:40b Vergunning speelautomatenhal</al><al>Artikel 2:40c Indieningsvereisten</al><al>Artikel 2:40d Inhoud vergunning</al><al>Artikel 2:40e Aantal speelautomaten</al><al>Artikel 2:40f Weigeringsgronden</al><al>Artikel 2:40g Wijzigingsgronden </al><al>Artikel 2:40h Intrekkingsgronden </al><al>Artikel 2:40i Wijziging in exploitatie </al><al/><al>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden </al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen </al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. </al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik </al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten </al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. </al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                            e.d. </al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen </al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur </al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren </al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden </al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden </al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren </al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren </al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee </al><al>Artikel 2:63 Duiven </al><al>Artikel 2:64 Bijen</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al><al/><al>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                            van </al><al>Strafrecht </al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</al><al/><al>Afdeling 13 Vuurwerk </al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            verkoopdagen</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling </al><al/><al>Afdeling 14 Drugsoverlast</al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat </al><al>Artikel 2:74a Openlijk gebruik en voorbereidingshandeling</al><al/><al>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                            cameratoezicht op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden </al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2:78 Gebiedsontzegging </al><al/><al>Afdeling 16 Toezicht op kamerverhuurinrichtingen</al><al>Artikel 2:79 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:80 Vergunning </al><al>Artikel 2:81 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 2:82 Nadere regels </al><al>Artikel 2:83 Weigeringsgronden </al><al>Artikel 2:84 Nachtregister</al><al>Artikel 2:85 Afbakeningsbepalingen </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
                            </vet></al><al>Afdeling 1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 3:l Begripsbepalingen </al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 3:3 Nadere regels </al><al/><al>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                            dergelijke </al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen </al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden </al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                            sluiting</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                            beheerder</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie </al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                            erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al/><al>Afdeling 3 Beslissingstermijn: weigeringsgronden</al><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><al/><al>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al><al/><al>Afdeling 5 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg
                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</vet></al><al>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting</al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek </al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht </al><al/><al>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</al><al>Artikel 4:7 Straatvegen </al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                            riolen en putten buiten gebouwen </al><al>Artikel 4:9a Beschadiging van de berm</al><al/><al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</al><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden </al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege </al><al/><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame </al><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame</al><al/><al>Afdeling 5 Nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:18 Nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                                gemeente </vet></al><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen</al><al>Artikel 5:l Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen </al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen </al><al>Artikel 5:9 Visuele overlast geparkeerde voertuigen met lading</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al/><al>Afdeling 2 Collecteren</al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><al/><al>Afdeling 3 Venten</al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod </al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </al><al/><al>Afdeling 4 Standplaatsen</al><al/><al>Afdeling 5 Snuffelmarkten</al><al/><al>Afdeling 6 Openbaar water</al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al><al/><al>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                            natuurgebieden</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen </al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden </al><al/><al>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken </al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                            anderszins vuur te stoken</al><al/><al>Afdeling 9 Verstrooiing van as </al><al/><al>Afdeling 10 Wegsleepregeling </al><al>Artikel 5:35 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 5:36 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                            worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van
                            het vrijhouden van wegen en weggedeelten </al><al>Artikel 5:37 Plaats van bewaring voertuigen en openingstijden. </al><al>Artikel 5:38 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen. </al><al>Artikel 5:39 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in
                            het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan
                            wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen </vet></al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders </al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen </al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening </al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>