<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133624_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Rekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Horst aan de Maas</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-03-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Horst aan de Maas</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-03-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-06-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Bijlage van gemeenteblad 2010, no. 46;</al><al><vet>De raad van de gemeente Horst aan de Maas;</vet></al><al>gezien het voorstel van het presidium van 2 maart 2010, gemeenteblad 2010,
                        no.46;</al><al>gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de volgende</al><al><vet>Verordeningrekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas
                            2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1. BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="A."><al>Rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit van
                                de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van
                                beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te
                                leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de
                                doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan;</al></li><li nr="B."><al>doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo beperkt
                                mogelijk inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te
                                bereiken;</al></li><li nr="C."><al>doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie
                                erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de
                                gewenste maatschappelijke effecten te bereiken;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2. TAAK SAMENSTELLING EN LIDMAATSCHAP VAN DE
                        REKENKAMERCOMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Taak van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een gemeentelijke Rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke)
                            effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en
                            doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijke
                            beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van
                            het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en
                            doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in
                            belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Samenstelling Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie bestaat uit drie leden die door de raad van buiten
                        de kring van zijn leden</al><al> worden aangewezen op voordracht van het presidium voor een periode van 4
                        jaar; deze leden kunnen </al><al> door de raad op voordracht van de Rekenkamercommissie een keer worden
                        herbenoemd voor een gelijke </al><al> periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een
                        vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed
                        (verklaring en belofte) af:</al><al>“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd
                        te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
                        voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd.</al><al>Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te
                        laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen
                        of zal aannemen.</al><al>Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten
                        zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar
                        eer en geweten zal vervullen. </al><al>Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!</al><al>(Dat verklaar en beloof ik!)”</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium draagt één van de leden als voorzitter van de
                        rekenkamercommissie</al><al> aan de raad voor. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek
                        bijeenroepen van de </al><al> vergaderingen van de Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen,
                        het bewaken van de </al><al> uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een
                        zorgvuldige </al><al> besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en
                        met de secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Besluitvorming in de Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In vergaderingen van de Rekenkamercommissie wordt besloten bij
                            meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij twee leden van de
                            Rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Einde van het lidmaatschap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lidmaatschap van een lid eindigt:</al><lijst><li nr="A."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="B."><al>bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                        lidmaatschap van de Rekenkamercommissie; </al></li><li nr="C."><al>wanneer het bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk
                                        een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="D."><al>indien het bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De leden van de Rekenkamercommissie kunnen door de raad worden
                                ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet
                                in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Verboden betrekkingen en verboden handelingen.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de leden van de Rekenkamercommissie verboden de handelingen
                                te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad
                                kan, gehoord de Rekenkamercommissie, een lid van de
                                Rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod van
                                zijn functie ontslaan.</al></li><li nr="2."><al>De leden overleggen aan de Raad jaarlijks een lijst met daarin
                                opgenomen de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de
                        Rekenkamercommissie.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de Rekenkamercommissie ontvangen een vergoeding voor
                                hun werkzaamheden.</al></li><li nr="2."><al>Jaarlijks wordt de hoogte van de vergoeding door het presidium
                                vastgesteld. </al></li><li nr="3."><al>De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van
                                het budget van de Rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 5.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. DE WERKWIJZE VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De Rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen
                        en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na de vaststelling ter
                        kennisneming naar de gemeenteraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Onderwerpen voor en beslissing tot uitvoeren van onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Suggesties tot het verrichten van een onderzoek kunnen worden gedaan
                            door:</al><lijst><li nr="a."><al>de Rekenkamercommissie; </al></li><li nr="b."><al>de gemeenteraad;</al></li><li nr="c."><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="d."><al>commissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet waaraan
                                    bestuursbevoegdheden van bet college van burgemeester en
                                    wethouders zijn toegekend.</al></li><li nr="e."><al>Ingezetenen van de gemeente Horst aan de Maas.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek,
                            formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de
                            onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                            Rekenkamercommissie voor overleg en/of ter kennisneming voorgelegd aan
                            de gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Criteria voor onderzoeken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende criteria dienen door de rekenkamercommissie te worden
                            gehanteerd bij de selectie van de te onderzoeken onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>Het betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid of
                                    rechtmatigheid van het gevoerde beleid;</al></li><li nr="b."><al>Er moet sprake zijn van een substantieel belang;</al></li><li nr="c."><al>Het moet door de gemeente te beïnvloeden en al uitgevoerd beleid
                                    betreffen;</al></li><li nr="d."><al>Er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de
                                    gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende
                                    onderzoeken;</al></li><li nr="e."><al>De resultaten moeten communiceerbaar zijn naar de
                                    bevolking.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie beargumenteert de te onderzoeken onderwerpen op
                            basis van deze criteria.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de raad besluit tot een verzoek om een onderzoek aan de
                            rekenkamercommissie dan beargumenteert de raad het verzoek op basis van
                            deze criteria.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Uitvoering van het onderzoek en rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                                onderzoeksopzet.</al></li><li nr="2."><al>De Rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad
                                tussentijds te informeren.</al></li><li nr="3."><al>De Rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het
                                gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de
                                uitvoering van het onderzoek. De Rekenkamercommissie kan de
                                bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de
                                secretaris en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van
                                haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de
                                ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen
                                binnen de door de Rekenkamercommissie gestelde termijn te
                                verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>De Rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten
                                zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de
                                Wet openbaarheid van Bestuur kan de Rekenkamercommissie rapporten
                                die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim
                                aanmerken. De leden van de Rekenkamercommissie en degenen die ten
                                behoeve van de Rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot
                                geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid,
                                respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.</al></li><li nr="5."><al>De Rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen
                                beleggen.</al></li><li nr="6."><al>De Rekenkamercommissie stelt betrokkenen ambtenaren in de
                                gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die tenminste
                                twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de
                                Rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier
                                taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De
                                Rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden
                                aangemerkt.</al></li><li nr="7."><al>Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten (zie
                                lid 6) formuleert de Rekenkamercommissie haar conclusies en
                                aanbevelingen in een nota. </al></li><li nr="8."><al>De Rekenkamercommissie stelt het bestuur in de gelegenheid om binnen
                                een door haar te stellen termijn die tenminste twee weken bedraagt,
                                hun zienswijze op het onderzoek en de nota aan de
                                Rekenkamercommissie kenbaar te maken. </al></li><li nr="9."><al>Na vaststelling door de Rekenkamercommissie worden het
                                onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen zo
                                spoedig mogelijk, aan de voorzitter van de raad aangeboden. Hierbij
                                worden de ambtelijke en bestuurlijke reacties gevoegd. </al></li><li nr="10."><al>Het presidium doet, na overleg met de rekenkamercommissie, een
                                voorstel tot behandeling van het onderzoeksrapport door de
                                raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4. DE ONDERSTEUNING VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Secretaris en/of onderzoekmedewerkers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie voorziet in overleg met het presidium in haar
                            ondersteuning binnen het haar ter beschikking gesteld budget in artikel
                            5 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde ondersteuning kan bestaan uit het
                            aanwijzen van een secretaris van de rekenkamercommissie en/of het
                            aanwijzen van onderzoeksmedewerkers. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris en de onderzoeksmedewerkers leggen met betrekking tot hun
                            taakuitvoering rechtstreeks verantwoording af aan de Rekenkamercommissie
                            .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Onderzoeksmedewerk(st)ers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris en de onderzoeksmedewerk(st)ers kunnen, indien de
                                Rekenkamercommissie hen daartoe de bevoegdheid als bedoeld in
                                artikel 3.3, derde lid toekent, alle informatie verzamelen die de
                                Rekenkamercommissie in het belang van het onderzoek nodig acht; zij
                                hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en
                                zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de
                                Rekenkamercommissie.</al></li><li nr="2."><al>De Rekenkamercommissie is tevens bevoegd ten laste van het budget
                                als bedoeld in artikel 5 externe deskundigen in te schakelen. Het
                                hiervoor in lid 1 gestelde is op de externe deskundigen
                                dienovereenkomstig van toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5. DE KOSTEN VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve
                                van de uitvoering van haar taken.</al></li><li nr="2."><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="A."><al>de vergoedingen die krachtens artikel 2.6 zijn toegekend aan
                                        de leden van de Rekenkamercommissie;</al></li><li nr="B."><al>de secretaris;</al></li><li nr="C."><al>onderzoeksmedewerk(st)ers;</al></li><li nr="D."><al>de kosten van externe deskundigen die mogelijk door de
                                        Rekenkamercommissie zijn ingeschakeld en</al></li><li nr="E."><al>de mogelijke overige uitgaven die de Rekenkamercommissie
                                        nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6. SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                                Rekenkamercommissie gemeente Horst aan de Maas 2010.</al></li><li nr="2."><al>Binnen twee jaar na vaststelling vindt een evaluatie van de
                                verordening plaats.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking op 17 maart 2010.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 16 maart 2010.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De wnd. voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening>ir. C.H.C. van Rooij mr. R.J.M. Poels</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>