<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR1336_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten behoeve van openbare telecommunicatienetwerken en omroepnetwerken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Klepperman, 02-02-2000</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Oisterwijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/">Telecommunicatiewet, art. 5.2, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-02-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>C-1198 -1.754</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bouwen en wonen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van bekendmaking is bij benadering ingevuld. De datum van inwerkingtreding is bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten behoeve van openbare telecommunicatienetwerken en omroepnetwerken</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet : Telecommunicatiewet; </al></li><li nr="b."><al>openbaar telecommunicatienetwerk : telecommunicatienetwerk als
                                genoemd in artikel 1.1, sub g, van de wet; </al></li><li nr="c."><al>omroepnetwerk : omroepnetwerk als genoemd in artikel 1.1, sub o, van
                                de wet; </al></li><li nr="d."><al>kabels : kabels, genoemd in artikel 1.1, sub r, van de wet; </al></li><li nr="e."><al>openbare gronden : openbare wegen en wateren, als genoemd in artikel
                                1.1, sub s, van de wet; </al></li><li nr="f."><al>aanbieder : aanbieder van een openbaar telecommunicatie- of
                                omroepnetwerk; </al></li><li nr="g."><al>werkzaamheden : werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                                telecommunicatie- of omroepnetwerk in en op openbare gronden; </al></li><li nr="h."><al>gedoogplichtige : degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                                artikel 5.1, lid 1, van de wet; </al></li><li nr="i."><al>college : college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Oisterwijk; </al></li><li nr="j."><al>melding : melding als bedoeld in artikel 5.2, lid 3, aanhef en sub
                                a, van de wet; </al></li><li nr="k."><al>instemmingsbesluit : besluit van het college als bedoeld in artikel
                                5.2, lid 3, aanhef en sub b, van de wet. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Tijdstip van melding van voorgenomen
                            werkzaamheden</titel></kop><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, dient in ieder geval acht
                        weken voor de aanvang van de werkzaamheden het voornemen daartoe
                        schriftelijk te melden bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Melding werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daartoe door het
                            college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                            gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit
                                    (OPTA) afgegeven registratie; </al></li><li nr="b."><al>een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van
                                    Koophandel; </al></li><li nr="c."><al>naam, adres en telefoonnummer van degene die de kabel in
                                    eigendom heeft, degene die de kabel beheert en degene die de
                                    kabel exploiteert; </al></li><li nr="d."><al>een opgave van de soort kabel en het beoogde gebruik; </al></li><li nr="e."><al>welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
                                    gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en de
                                    aard van de werkzaamheden; </al></li><li nr="f."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al></li><li nr="g."><al>een opgave van het gewenste tracé;</al></li><li nr="h."><al>een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden
                                    worden geplaatst, alsmede van de situering daarvan;</al></li><li nr="i."><al>een omschrijving van eventuele opbrekingen;</al></li><li nr="j."><al>de doorsnede van de kabel of kabelgoot;</al></li><li nr="k."><al>de lengte en breedte van de kabelsleuf;</al></li><li nr="l."><al>een opgave van bestaande kabels en leidingen van derden binnen
                                    het bestaande dwarsprofiel;</al></li><li nr="m."><al>de maatregelen voor de bereikbaarheid van in de openbare gronden
                                    aanwezige kabels en leidingen; </al></li><li nr="n."><al>een opgave van straatmeubilair, verkeersborden, openbare
                                    verlichtingsmasten e.d. ter plaatse van de werkzaamheden alsmede
                                    van de situering daarvan;</al></li><li nr="o."><al>het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de
                                    werkzaamheden;</al></li><li nr="p."><al>naam, adres en telefoonnummer van de aannemer(s) of
                                    onderaannemers(s) die belast is (zijn) met de werkzaamheden en
                                    van een contactpersoon ten tijde van de uitvoering van de
                                    werkzaamheden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden (mede) betrekking hebben op gronden van een
                            andere gedoogplichtige dan de gemeente, dient de aanbieder met hem te
                            overleggen en de gemeente uiterlijk vier weken na de melding, als
                            genoemd in het lid 1, schriftelijk van de uitkomsten van het overleg in
                            kennis te stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de gegevens die bij de
                            melding dienen te worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij
                            instemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan het instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen
                            verbinden in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde en veiligheid; </al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van schade of overlast; </al></li><li nr="c."><al>de bruikbaarheid van de openbare gronden; </al></li><li nr="d."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de openbare gronden; </al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid; </al></li><li nr="f."><al>het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare gronden; </al></li><li nr="g."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; </al></li><li nr="h."><al>de bescherming van groenvoorzieningen. </al></li><li nr="i."><al>De bescherming van cultuurhistorische en archeologische
                                    waarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd in het lid 1, kan het
                            college in ieder geval aan het instemmingsbesluit voorschriften en
                            beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen, zoals
                            kabelgoten en geleidingen, en een zekerheidsstelling eisen voor de
                            nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en
                            beperkingen aan het instemmingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming
                            van kabels en medegebruik van voorzieningen dient te geschieden conform
                            de "Algemene voorwaarden voor het leggen van kabels en leidingen" zoals
                            vastgesteld en laatstelijk gewijzigd door het college van burgemeester
                            en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zakelijk karakter instemmingsbesluit</titel></kop><al>Indien de kabel wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder gaan de rechten
                        en plichten die betrekking hebben op de kabel van de oude aanbieder over op
                        de nieuwe aanbieder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melding wijziging</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat de
                        eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of het feit
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar
                        telecommunicatie- of omroepnetwerk in of op openbare gronden. In deze
                        kennisgeving dient in elk geval de ligging en de lengte van de kabel te
                        worden vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden,
                        voorzover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op
                        de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar
                        na de inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het college
                        via het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, lid 1.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking van de
                        verordening overeenkomstig art. 139 e.v. van de gemeentewet..</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Telecommunicatieverordening gemeente
                        Oisterwijk".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2000,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>mw. H.F. van Breugel, drs. Y.C.Th.J. Kortmann.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting bij de Telecommunicatieverordening gemeente
                    Oisterwijk.</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>a.wet</al><al>De verordening is gebaseerd op de Telecommunicatiewet (TW). Deze wet is de
                    opvolger van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, die op zijn beurt de
                    Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 heeft vervangen. </al><al>b.openbaar telecommunicatienetwerk</al><al>Art. 1.1. sub g van de T.W. omschrijft dit als a: een telecommunicatienetwerk
                    (telecommunicatie wordt hierna afgekort als "telecom") dat onder meer voor de
                    verrichting van onder meer openbare telecommunicatiediensten wordt gebruikt of
                    b: een telecommunicatienetwerk waarmee aan het publiek de mogelijkheid tot
                    overdracht van signalen tussen netwerkaansluitpunten ter beschikking wordt
                    gesteld. </al><al>Bij deel a van de omschrijvingen gaat het er om dat de dienst openbaar wordt
                    aangeboden en dus beschikbaar is voor het publiek; dat wil zeggen een ieder die
                    van dat aanbod gebruik wil maken. Telecommunicatiediensten die uitsluitend
                    beschikbaar zijn voor leden van een besloten gebruikersgroep, zijn niet openbaar
                    (Bijvoorbeeld een besloten netwerk op een bedrijventerrein).</al><al>Bij deel b van de omschrijving gaat het onder meer om huurlijnen. Artikel 1.1
                    sub i van de T.W. geeft hiervan een nogal technische omschrijving. Een voorbeeld
                    maakt duidelijker wat hiermee wordt bedoeld. Stel dat een bedrijf twee filialen
                    met elkaar wil verbinden door middel van een kabel voor exclusief gebruik door
                    het bedrijf voor telecom en dataverkeer. Er doen zich twee mogelijkheden voor.
                    Het bedrijf kan een aanbieder van openbare telecomnetwerken opdragen de kabel te
                    leggen en te exploiteren, terwijl het bedrijf de lijn huurt. Deze huurlijn is te
                    beschouwen als openbaar telecomnetwerk en moet dus worden gedoogd. Als het
                    bedrijf in eigen beheer en voor eigen kosten de kabel legt en zelf exploiteert,
                    gaat het om een niet-openbaar netwerk en is de gemeente niet
                    gedoogplichtig.</al><al>c.omroepnetwerk</al><al>Dit begrip wordt omschreven in artikel 1.1, sub o, van de T.W. In de meeste
                    gevallen zal het gaan om het kabeltelevisienetwerk, met behulp waarvan radio- en
                    televisieprogramma's worden doorgegeven. De aanbieder van een omroepnetwerk kan
                    via hetzelfde netwerk ook openbare telecomdiensten aanbieden, of het netwerk als
                    openbaar telecomnetwerk gebruiken. Voor beide activiteiten is een afzonderlijke
                    registratie verplicht.</al><al>d.kabels</al><al>Een omschrijving is te vinden in artikel 1.1. sub r van de T.W. Wat onder de
                    omschrijving valt is een technisch vraagstuk. Daarbij kan aansluiting worden
                    gezocht bij hetgeen werd gedoogd onder de Wet op de
                    Telecommunicatievoorzieningen omdat nu materieel hetzelfde moet worden gedoogd
                    als onder deze wet.</al><al>e.openbare gronden</al><al>In artikel 1.1, sub s, van de T.W. wordt het begrip openbare gronden beschreven.
                    Hiertoe worden gerekend openbare wegen, met inbegrip van de daartoe behorende
                    stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers,
                    beschoeiingen en andere werken, alsmede wateren met de daartoe behorende
                    bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk
                    zijn. Onder het begrip openbare gronden wordt ook het begrip weg, zoals gebruikt
                    wordt in de model-APV van de VNG, begrepen. Het begrip openbare gronden is
                    echter ruimer dan het begrip weg uit de model-APV, aangezien hieronder ook de
                    wateren met de daarbij behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere
                    plaatsen die voor eenieder toegankelijk zijn worden gerekend. </al><al>f.aanbieder</al><al>Het begrip aanbieder wordt gedefinieerd als een aanbieder van een openbaar
                    telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk. Voor deze aanbieders geldt de
                    verplichting, zoals genoemd in artikel 5.2, lid 3, van de T.W. om voorafgaand
                    aan de aanvang van werkzaamheden ten behoeve van een openbaar telecommunicatie
                    of omroepnetwerk deze werkzaamheden te melden en vervolgens een
                    instemmingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders af te wachten. </al><al>g.werkzaamheden</al><al>Werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
                    ten dienste van een openbaar telecom- of omroepnetwerk in en op openbare
                    gronden. Hieronder vallen ook werkzaamheden in verband met het medegebruik van
                    voorzieningen bijvoorbeeld het medegebruik van kabelgoten.</al><al>h.gedoogplichtige</al><al>Op grond van artikel 5.1 lid 1 van de T.W. is iedereen verplicht om aanleg en
                    instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar telecom- of omroepnetwerk
                    in en op openbare gronden, alsmede de opruiming daarvan, te gedogen. De
                    beheerders van openbare gronden zijn vooral gemeenten, provincies,
                    waterschappen, het Rijk en particulieren en het bezit van openbare grond.</al><al>i.college</al><al>Ten behoeve van de leesbaarheid van de verordening wordt het college van
                    burgemeester en wethouders aangeduid met het college. Waar in hoofdstuk 5 van de
                    T.W. wordt gesproken over ‘het college’, wordt OPTA bedoeld.</al><al>J en k melding en instemmingsbesluit</al><al>In artikel 5.2, lid 3, van de T.W. staat dat een aanbieder van een openbaar
                    telecom- of omroepnetwerk slechts overgaat tot het verrichten van werkzaamheden
                    indien deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het voornemen daartoe heeft gemeld bij burgemeester en wethouders van de
                            desbetreffende gemeente, en</al></li><li nr="b."><al>van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen over tijdstip,
                            plaats en werkwijze van uitvoering van de werkzaamheden.</al></li></lijst><al>Deze bepaling brengt met zich mee dat een aanbieder niet met de werkzaamheden
                    mag beginnen voordat hij instemming daarvoor heeft verkregen van het college van
                    burgemeester en wethouders.</al><tussenkop>Artikel 2 Tijdstip van melding</tussenkop><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5.2 lid 4 van de T.W. Er is in
                    Oisterwijk gekozen voor een termijn van acht weken omdat deze termijn aansluit
                    bij de termijn in artikel 4:13 lid 2 van de Algemene Wet Bestuursrecht
                    (AWB).</al><tussenkop>Artikel 3 Melding</tussenkop><al>Ook deze bepaling is een uitwerking van artikel 5.2 lid 4 van de T.W. Ook de
                    gegevens op basis van artikel 4:2 AWB moeten worden verstrekt.</al><al>Voor wat betreft de opsomming in lid 2:</al><lijst><li nr="-"><al>Indien getwijfeld wordt of de werkzaamheden gedoogd moeten worden kan de
                            inschrijving bij de Kamer van Koophandel een aanwijzing zijn voor het
                            vermoeden dat de aanbieder in ieder geval openbare telecomdiensten
                            aanbiedt en daarmee dat zijn werkzaamheden gedoogd moeten worden.</al></li><li nr="-"><al>Opgave van de soort kabel is van belang voor de vraag of er sprake is
                            van een huurlijn. Een huurlijn moet worden gedoogd, een lijn in eigen
                            beheer of voor eigen exploitatie niet. Voor deze lijnendient een
                            vergunning op grond van de A.P.V. te worden aangevraagd.</al></li><li nr="-"><al>Bij het in kennis stellen van belanghebbenden e.d. moet gedacht worden
                            aan burgers of bedrijven die last zullen ondervinden van de
                            werkzaamheden. Soms kan het nog nodig zijn de politie, brandweer e.d. te
                            informeren als bijvoorbeeld wegen worden afgesloten.</al></li><li nr="-"><al>Uit het uitvoeringsplan moet blijken op welke wijze de werkzaamheden
                            worden uitgevoerd.</al></li></lijst><al>Lid 3 betreft de situatie dat de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden
                    van andere gedoogplichtigen. De gemeente moet ook hun belangen bij het
                    instemmingsbesluit betrekken. Aanbieders moeten daarom vooraf met die andere
                    gedoogplichtigen overleggen en de uitkomst van dat overleg melden bij de
                    gemeente. Indien de belangen van de andere gedoogplichtigen niet overeenkomen
                    met de belangen van de gemeente, ligt het vervolgens op de weg van de het
                    college van burgemeester en wethouders om de belangen zo goed mogelijk tegen
                    elkaar af te wegen. Daartoe zou bijvoorbeeld van de zijde van de gemeente een
                    overleg kunnen worden geëntameerd met alle betrokkenen, waaronder in ieder geval
                    de aanbieders en de andere gedoogplichtigen. Indien de partijen er niet in
                    onderling overleg uitkomen, moet het college van burgemeester en wethouders na
                    afweging van alle belangen een beslissing nemen.</al><al>Lid 4 geeft aan dat het voorstelbaar is dat de gemeente bij werkzaamheden in het
                    centrum meer gegevens nodig heeft dan bij een werk in het buitengebied. Het
                    college kan hiervoor nadere regels stellen. Het college kan bij een individuele
                    melding op grond van artikel 4:5 van de AWB nadere gegevens opvragen.</al><tussenkop>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen bij
                    instemming</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Uit artikel 5.2, lid 2 van de T.W. volgt dat de gemeente bij de
                            coördinatie andere werkzaamheden en andere belangen waarin de T.W. niet
                            voorziet moet betrekken. Dit betekent dat de gemeente aan het
                            instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen kan verbinden
                            betreffende de in lid 1 van artikel 4 genoemde belangen. Belangrijk is
                            dat deze voorschriften en beperkingen niet zodanig belemmerend of
                            vertragend mogen werken dat niet meer gesproken zou kunnen worden van
                            een gedoogplicht van de gemeente.</al></li><li nr="-"><al>In de T.W. is bewust geen datumopgenomen waarbinnen met de
                            werkzaamheden moet zijn begonnen. Van gemeente tot gemeente, maar ook
                            zelfs binnen één gemeente kunnen de omstandigheden namelijk zeer
                            verschillen, bijvoorbeeld buitenwijk of centrum, soort grond, datum van
                            meest recente opbreking en dergelijke. Het college zal daarom voor elke
                            concrete situatie moeten afwegen of op de door de aanbieder gewenste
                            datum ook daadwerkelijk met de werkzaamheden kan worden begonnen.</al></li><li nr="-"><al>De coördinatieplicht brengt met zich mee dat vanuit de gemeenten zo veel
                            mogelijk onderzocht moet worden of verschillendeverzoeken tot
                            werkzaamheden in de openbare grond gecombineerd kunnen worden
                            uitgevoerd, hetgeen met name de overlast voor burgers kan beperken.
                            Daarnaast kan het ook in het belang van de aanbieders zijn om
                            gezamenlijk de kosten van het openbreken van de grond te dragen.</al></li><li nr="-"><al>Het college kan voorschriften en beperkingen opleggen omtrent de wijze
                            van uitvoering. Een bepaald kabeltracé kan bijvoorbeeld voor de gemeente
                            op grote bezwaren stuiten. De gemeente kan dan, zonodig na overleg met
                            de aanbieder, instemmen met een ander tracé.</al></li><li nr="-"><al>Werkzaamheden ten behoeve van huisaansluitingen komen vaak voor en zijn
                            ook meldingsplichtig. Om te voorkomen dat de gemeente voor elke
                            huisaansluiting een apart instemmingsbesluit moet nemen, kan in het
                            instemmingsbesluit voor het "moedertracé" worden opgenomen dat de
                            instemming ook geldt voor toekomstige werkzaamheden aan
                            huisaansluitingen. Daarbij dient wel de verplichting te worden opgenomen
                            deze werkzaamheden van te voren te melden, zodat de gemeente op de
                            hoogte blijft van de opbrekingen.</al></li><li nr="-"><al>Storingen aan het telecom- of omroepnetwerk.moeten vaak direct verholpen
                            worden (óók in het weekend) zodat niet gewacht kan worden op melding en
                            instemming. Daartoe kan een voorschrift worden opgenomen dat bepaalt dat
                            indien bij storingen de werkzaamheden niet vooraf gemeld kunnen worden
                            en vooraf niet om instemming kan worden gevraagd, het college binnen 48
                            uur na de werkzaamheden alsnog in kennis gesteld wordt.</al></li><li nr="-"><al>De gemeente kan een aanbieder verplichten om bijvoorbeeld kabelgoten te
                            gebruiken die voor andere telecomaanbieders toegankelijk zijn. Een
                            aanbieder kan dus worden verplicht om van bestaande kabelgoten gebruik
                            te maken, maar ook om nog niet aanwezige kabelgoten te realiseren. Het
                            opleggen van zo'n voorschrift moet goed worden gemotiveerd omdat dit
                            grote kosten met zich mee kam brengen. Overigens zijn aanbieders op
                            grond van artikel 5.10 van de T.W. elkaar medegebruik van voorzieningen
                            te verlenen, mits daar een redelijke vergoeding tegenover staat. De
                            gemeente staat hier echter buiten.</al></li><li nr="-"><al>Bij de zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingen kan
                            gedacht worden aan het opleggen van een waarborgsom voor de verplichting
                            het openbare gebied weer in de oude staat terug te brengen.</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5.2, lid 4 sub c van de T.W. bepaalt dat de gemeenteraad bij
                            verordening in ieder geval regels vaststelt over de wijze van uitvoering
                            bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming en van medegebruik van
                            voorzieningen. Lid 3 van artikel 4 van de verordening bepaalt daarom dat
                            deze wijze van uitvoering dient te geschieden conform de door de
                            gemeente vastgestelde "Algemene voorwaarden voor het leggen van kabels
                            en leidingen" Deze verordening vormen de leidraad voor graafgerechtigden
                            bij het uitvoeren van werkzaamheden ten behoeve van telecomkabels. Het
                            uitgangspunt daarbij is dat de graafgerechtigde na de aanleg, reparatie,
                            verwijdering e.d. van kabels dient te zorgen voor de oplevering van
                            voldoende aangevulde en verdichte sleuven en dat de gemeente voor
                            rekening van de graafgerechtigde zorgdraagt voor de definitieve
                            herbestrating van opgebroken wegverhardingen. Op grond van artikel %.4
                            van de T.W. mag de gemeente de "kosten van de voorzieningen en van de
                            meerdere kosten van onderhoud" in rekening brengen (zie ook hierna). In
                            de verordening is dit voor wat betreft de kosten van het herstel van
                            wegverhardingen nader uitgewerkt en worden de uitvoerings-, onderhouds-,
                            degeneratie-, en beheerskosten genoemd als kosten die de gemeente in
                            rekening brengt. Omdat de graafgerechtigden graven in gemeentegrond is
                            er in de verordening een paragraaf opgenomen over 'bodemkwaliteit en
                            bodemsanering'. De graafgerechtigden hebben zich zich ook te houden aan
                            het per 1 juli 1999 in werking getreden 'Bouwstoffenbesluit'.</al></li><li nr="-"><al>De T.W. laat de publiekrechtelijke bevoegdheden van de gemeente en
                            andere overheden die zijn gebaseerd op specifieke wettelijke regelingen
                            onverlet. Als bijvoorbeeld een kabel in een dijklichaam moet worden
                            aangelegd, dient daarvoor bij het waterschap een vergunning te worden
                            aangevraagd. Het ontbreken van de vergunning kan echter geen reden zijn
                            om het instemmingsbesluit te weigeren.</al></li></lijst><al>Bekendmaking, bezwaar en beroep, schadevergoeding en handhaving.</al><lijst><li nr="-"><al>De gemeente moet als gevolg van artikel 3:41 AWB het instemmingsbesluit
                            toezenden aan de aanvrager, meestal de aanbieder. Openbare bekendmaking
                            van het besluit is niet verplicht, echter wel toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Belanghebbenden kunnen bij het college bezwaar maken tegen het
                            instemmingsbesluit. Vervolgens staat beroep open bij de
                            arrondissementsrechtbank te Rotterdam en hoger beroep bij het College
                            van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB).</al></li><li nr="-"><al>Het recht van de gemeente vergoeding te vorderen van schade die een
                            gevolg zijn van de gedoogplicht beperkt zich op grond van artikel 5.4
                            van de T.W. tot "de kosten van de voorzieningen en de meerdere kosten
                            van onderhoud". Volgens de kamerstukken bij de T.W. is de kern van deze
                            bepaling in elk geval dat de gedoogplichtige geen nadeel behoort te
                            ondervinden van de aanleg van kabels. Een vordering tot schadevergoeding
                            kan, zonodig, aanhangig gemaakt worden bij de kantonrechter, waarna
                            hoger beroep mogelijk is.</al></li><li nr="-"><al>Indien de gemeente als gedoogplichtige wil dat kabels worden verplaatst
                            in verband met de oprichting van een gebouw of de uitvoering van werken,
                            dan.dient de aanbieder dit op eigen kosten te doen. In andere gevallen
                            dient de gemeente de kosten te vergoeden. Bij een geschil over de kosten
                            kan de OPTA om een beschikking worden gevraagd, waartegen beroep
                            openstaat bij de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, en hoger beroep
                            bij het CBB. </al></li><li nr="-"><al>Artikel 5.8 van de T.W. geeft een regeling voor bomen en beplanting die
                            hinderlijk zijn voor de telecommunicatie- of omroepnetwerken.
                            Rechthebbenden van bomen of beplantingen zijn verplicht te voldoen aan
                            een verzoek van de aanbieder van een openbaar telecom- of omroepnetwerk
                            om deze te snoeien of in te korten indien deze hinderlijk zijn of worden
                            voor de aanleg, instandhouding en exploitatie van deze netwerken. De
                            OPTA is bevoegd om bestuursdwang toe te passen indien de rechthebbende
                            niet voldoent aan een dergelijk verzoek van de aanbieder. De aanbieders
                            kunnen, ingevolge het derde lid van artikel 5.8 van de T.W., ook zelf
                            tot het opsnoeien of inkorten van wortels of takken overgaan. Er moet
                            dan wel sprake zijn van ernstige belemmering of storing van de
                            telecommunicatie. Artikel 5.9 van de T.W. bepaalt verder dat de
                            rechthebbenden ten aanzien van de bomen of beplantingen het recht op
                            schadevergoeding aanhangig kunnen maken bij de kantonrechter. Hoger
                            beroep hiervan is toegelaten.</al></li><li nr="-"><al>Indien een aanbieder zonder melding of instemming van het college van
                            burgemeester en wethouders werkzaamheden verricht, pleegt hij een
                            economisch delict in de zin van de Wet op de Economische delicten (WED).
                            Ook het handelen in strijd met het instemmingsbesluit opgenomen
                            aanvangstijdstip, de wijze van uitvoering e.d. valt onder deze wet.
                            Handhaving vindt plaats door de in deze wet aangewezen ambtenaren.
                            Daarnaast kan het college via een bestuursdwangprocedure of een
                            dwangsomprocedure naleving van de verordening afdwingen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5 Zakelijk karakter
                    instemmingsbesluit</tussenkop><al>Indien een nieuwe aanbieder een kabel overneemt is het gewenst dat ook voor hem
                    de voorschriften en beperkingen van het instemmingsbesluit gelden.</al><tussenkop>Artikel 6 Melding wijziging </tussenkop><al>Om een actueel overzicht te houden van de ondergrondse infrastructuur dient de
                    gemeente te weten waar welke kabels liggen, maar ook wie eigenaar, beheerder of
                    exploitant is.Dit hoeft niet dezelfde te zijn.Verder is het voor de gemeente van
                    belang om te weten of kabels nog steeds ten dienste staan van een openbaar
                    telecom- of omroepnetwerk. Is dit niet meer het geval dan is de gemeente niet
                    meer gedoogplichtig en kan zij precario heffen. Het heffen van precariobelasting
                    is namelijk niet mogelijk voor kabels die moeten worden gedoogd.</al><tussenkop>Artikel 7 Overgangsbepaling</tussenkop><al>Het is wenselijk dat de gemeente binnen afzienbare tijd een volledig overzicht
                    heeft van de kabels die in het verleden in de grond zijn gelegd.</al><tussenkop>Artikel 8 Inwerkingtreding</tussenkop><al>In artikel 5.2 lid 4, van de T.W. is de verplichting vastgelegd dat de gemeente
                    een verordening vast moet stellen. Dit artikel is op 1 juni 1999 in werking
                    getreden. </al><al>De "Telecommunicatieverordening gemeente Oisterwijk" treedt in werking na
                    vaststelling door de gemeenteraad en bekendmaking zoals opgenomen in artikel 139
                    e.v. van de Gemeentewet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>