<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133535_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Barneveld Vandaag, 26 januari 2012 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-06-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr 94-11</al><al>De raad van de gemeente Barneveld;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr 94-11;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;•</al><al>besluit :</al><al>vast te stellen de volgende Algemene subsidieverordening gemeente
                        Barneveld:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. wet: Algemene wet bestuursrecht;</al><al>b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Barneveld;</al><al>c. raad: raad van de gemeente Barneveld;</al><al>d. éénmalige subsidie: subsidie voor bijzondere incidentele
                                projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere
                                bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een
                                van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil
                                verstrekken;</al><al>e. (meer)jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor
                                een bepaald aantal boekjaren voor een periode van maximaal vier jaar
                                wordt verstrekt;</al><al>f. instelling: een organisatie of groepering van personen, die zich
                                de behartiging van belangen van ideële of materiële aard ten doel
                                stelt of mede ten doel stelt en die de subsidiabele activiteiten
                                zonder winstoogmerk uitvoert.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Reikwijdte verordening</titel></kop><al>1. Er kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor beleidsdoelen
                                zoals die zijn opgenomen in de door de raad vastgestelde
                                programmabegroting.</al><al>2. Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per
                                beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden
                                omschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting
                                nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde
                                dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al><al>2. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>1. Het college kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting
                                besluiten tot het instellen van een subsidieplafond.</al><al>2. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al><al>3. Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2,
                                door de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere regels
                                stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.</al><al>4. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al><al>5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al><al>6. Een subsidie of subsidiecomponent kan jaarlijks door het college
                                worden bijgesteld op basis van een vast te stellen
                                compensatiepercentage.</al><al>7. Het college kan nadere richtlijnen vaststellen over de te
                                hanteren compensatiemethodiek voor de vaststelling van het in het
                                zesde lid bedoelde percentage.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5. Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><al>1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij
                                het college met behulp van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al><al>2. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><al>a. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt
                                aangevraagd;</al><al>b. de doelstellingen en resultaten die worden nagestreefd en hoe de
                                activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate
                                de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en
                                op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al><al>c. een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten,
                                waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een
                                opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of
                                personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van
                                dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken
                                daarvan;</al><al>d. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van
                                de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al><al>3. Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie
                                aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.</al><al>4. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de
                                in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien
                                die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Aanvraagtermijn</titel></kop><al>1. Aanvragen voor een éénmalige subsidie dienen uiterlijk 13 weken
                                vóór de start van de te subsidiëren activiteit(en) te worden
                                ingediend.</al><al>2. Aanvragen voor (meer)jaarlijkse subsidie van instellingen waarmee
                                de gemeente (nog) geen subsidierelatie onderhoudt, dan wel aanvragen
                                voor een nieuwe activiteiten of uitbreiding van bestaande
                                activiteiten door een reeds gesubsidieerde instelling, dienen tot
                                een bedrag van maximaal 5.000 euro uiterlijk 13 weken voor de start
                                van te subsidiëren activiteit te worden ingediend. Aanvragen voor
                                een dergelijke subsidie boven de 5.000 euro dienen uiterlijk 1
                                februari in het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft te worden ingediend.</al><al>3. Overige aanvragen voor (meer)jaarlijkse subsidie dienen uiterlijk
                                1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft te worden ingediend.</al><al>4. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van
                                een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Beslistermijn</titel></kop><al>• 1. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie
                                binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel,
                                indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend
                                vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de
                                subsidie.</al><al>• 2. Het college beslist op een aanvraag voor een (meer)jaarlijkse
                                subsidie tot een bedrag van maximaal 5.000 euro binnen 13 weken na
                                ontvangst van de volledige aanvraag. Op overige aanvragen voor een
                                (meer)jaarlijkse subsidie beslist het college vóór 1 januari van het
                                jaar of de meerjaarlijkse periode waarop de subsidieaanvraag
                                betrekking heeft.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8. Weigeringsgronden</titel></kop><al>Naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de wet genoemde gevallen
                                kan het college een aanvraag voor subsidie weigeren indien een
                                gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><al>a. de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van de
                                gemeente Barneveld;</al><al>b. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                het doel waarvoor de subsidie wordt verleend;</al><al>c. de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden,
                                hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan
                                beschikken om de kosten van de activiteit(en) te dekken;</al><al>d. de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de
                                gemeente.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9. Verlening subsidie</titel></kop><al>1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college
                                aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie
                                plaats vindt.</al><al>2. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Betaling en bevoorschotting</titel></kop><al>1. Indien een subsidie direct is vastgesteld, wordt de gehele
                                subsidie in één bedrag uitbetaald.</al><al>2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in
                                artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100%
                                bevoorschot.</al><al>3. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt
                                in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van
                                de voorschotten bepaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11. Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>1. Het college kan bij subsidies hoger dan 50.000 euro de
                                verplichting opleggen tot tussentijdse rapportages omtrent de
                                verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                                inkomsten.</al><al>2. De verplichting tot het indienen van tussentijdse rapportages
                                wordt opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening met
                                vermelding van de indientermijn(en) van deze rapportages en de
                                daarbij aan te leveren gegevens.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                                aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                                verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of
                                geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening
                                verbonden verplichtingen zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Overige verplichtingen van de
                                subsidieontvanger</titel></kop><al>1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de
                                subsidie is verleend.</al><al>2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al><al>a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de
                                activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van
                                de rechtspersoon;</al><al>b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                verhouding met derden;</al><al>c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking
                                tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk
                                niet kunnen worden nagekomen;</al><al>d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                                rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de
                                rechtspersoon.</al><al>3. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet.</al><al>4. Het college beslist binnen acht weken omtrent de toestemming als
                                bedoeld in het derde lid.</al><al>5. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden
                                verdaagd.</al><al>Artike14</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Egalisatiereserve</titel></kop><al>1. De subsidieontvanger van een (meer)jaarlijkse subsidie kan een
                            egalisatiereserve vormen.</al><al>2. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten
                            van de activiteiten waarvoor de subsidie werd verleend, komt ten gunste,
                            onderscheidenlijk ten laste, van de egalisatiereserve.</al><al>3. De subsidieontvanger is ter zake van de egalisatiereserve tegenover
                            de gemeente vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de
                            subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen indien:</al><al>a. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden
                            beëindigd;</al><al>b. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of
                            de subsidie wordt beëindigd, of</al><al>c. de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.</al><al>4. De vergoeding als bedoeld in het derde lid wordt vastgesteld binnen
                            een jaar nadat het college op de hoogte is gekomen of kon zijn van de
                            gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder
                            geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking
                            tot subsidievaststelling.</al><al>5. Indien voorafgaand aan de subsidieverlening voorzieningen zijn
                            gevormd, kunnen deze als egalisatiereserve worden opgenomen in de
                            begroting, de jaarrekening en de balans van de subsidieontvanger.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15. Verantwoording subsidies tot 5.000 euro</titel></kop><al>1. Subsidies tot 5.000 euro worden door het college:</al><al>a. direct vastgesteld of;</al><al>b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten
                                uiterlijk moeten zijn verricht.</al><al>2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000
                                euro</titel></kop><al>1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar
                                minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot
                                vaststelling in bij het college:</al><al>a. bij een eenmalige subsidie uiterlijk 13 weken na het verricht
                                zijn van de activiteiten;</al><al>b. bij een (meer)jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 1 april in het
                                jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 13 weken na het
                                subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend.</al><al>2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag,
                                waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                                verleend, zijn verricht.</al><al>3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder, dan de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn worden overgelegd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><al>1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient
                                de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college:</al><al>a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht
                                zijn van de activiteiten;</al><al>b. bij een (meer)jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1
                                april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 13
                                weken na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.</al><al>2. De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><al>a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al><al>b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);</al><al>c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                daarop;</al><al>d. een accountantsverklaring.</al><al>3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Vaststelling subsidie</titel></kop><al>1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag
                                tot subsidievaststelling de subsidie vast.</al><al>2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al><al>3. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen.</al><al>4. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet vóór het in
                                artikel 16, eerste lid, of artikel 17 eerste lid, genoemde tijdstip
                                is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalig rappel over
                                tot ambtshalve vaststelling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19. Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen
                                van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken,
                                met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing
                                gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                                onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van
                                dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt
                                periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Intrekking</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld, zoals
                            vastgesteld op 27 juni 2006, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Overgangsbepalingen</titel></kop><al>1. Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2012
                                worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene
                                subsidieverordening gemeente Barneveld, vastgesteld op 27 juni
                                2006.</al><al>2. De huidige beleidsregels blijven van kracht totdat deze zijn
                                vervangen door nadere regels.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2012.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening
                                gemeente Barneveld.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2011.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>