Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hof van Twente

Beleidsregel evenementenvergunningen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHof van Twente
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel evenementenvergunningen
CiteertitelBeleidsregel evenementenvergunningen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene Plaatselijke Verordening
  2. Drank- en horecawet
  3. Wegenverkeerswet
  4. Bouwverordening
  5. Brandbeveiligingsverordening
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-200931-12-2010Nieuwe regeling

02-09-2008

Hofnieuws, 10-09-2008

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel evenementenvergunningen

 

 

Hoofdstuk 1 Visie

  • 1.1

    Inleiding

    Binnen de grenzen van de gemeente Hof van Twente vinden jaarlijks veel verschillende evenementen plaats: culturele festivals, lente-fairs, trekkertreks, buurtfeesten en de verschillende dorps-, zomer- school en schuttersfeesten. Omdat alle kernen van oudsher een rijke geschiedenis op het gebied van evenementen hadden, zijn er in de Hof inmiddels vele traditionele evenementen. Daarnaast worden er met regelmaat nieuwe evenementen georganiseerd.

  • 1.2

    Visie op evenementen

    Evenementen kunnen een positieve uitstraling hebben op de gemeente en het toerisme in onze gemeente stimuleren, daarnaast bieden evenementen een groot plezier voor onze burgers. Het is daarom aan de ene kant wenselijk dat bepaalde evenementen gestimuleerd worden. Aan de andere kant zijn er ook evenementen waarmee een bepaalde mate van overlast gepaard gaat. In principe is het uitgangspunt dat een bepaalde mate van overlast hoort binnen de hedendaagse maatschappij en inherent is aan het houden van evenementen, mits deze overlast niet onaanvaardbaar is. Als de hoeveelheid evenementen op een bepaalde plek toeneemt, zou de druk op de omgeving onaanvaardbaar kunnen worden. In dit kader streeft de gemeente naar een breed gedragen en gebalanceerd evenementenbeleid. Hof van Twente streeft naar een beleid waarbij enerzijds rekening wordt gehouden met de belangen van openbare orde, veiligheid en milieubelangen en anderzijds met de belangen van de vrijwilligers die tijd en energie stoppen in de organisatie. Ook streeft Hof van Twente naar een beleid waarbij de huidige bestaande evenementen allen gewaardeerd zijn en blijven en waarbij de gemeente zich tevens wil richten tot het aantrekken van evenementen met een meerwaarde voor de gemeente en haar burgers.

  • 1.3

    Doelstellingen van het beleid

    Beleid omtrent evenementenvergunningverlening is bij uitstek een instrument om het aantal en het soort evenementen binnen de gemeente te reguleren. Uitgangspunt hierbij is dat het beleid het juiste en volledige kader vormt waar binnen weloverwogen keuzes gemaakt kunnen worden over aanvragen voor verschillende evenementen.

     

    Een integrale benadering van evenementen is essentieel om samenhang en afstemming te bewerkstelligen tussen de verschillende afdelingen die zich bezig houden met de vergunningverlening en handhaving van evenementen, te meer nu de vergunningverlening verspreid is over drie afdelingen (Publiekszaken, Vergunningen en Handhaving en Algemene Zaken) en er adviezen benodigd van de afdeling Openbare Werken en de Brandweer.

     

    De volgende doelstellingen worden, naast de hoofddoelstelling van het bieden van een kader, nagestreefd in het beleid:

    • a.

      Het bevorderen van de veiligheid van en bij evenementen;

    • b.

      Het voorkomen of beperken van overlast;

    • c.

      Het bevorderen van de kwaliteit van evenementen;

    • d.

      Het versterken van het imago van de gemeente door bepaalde evenementen te stimuleren;

    • e.

      Integrale en eenduidige afhandeling van aanvragen.

  • 1.4

    Relevante wetgeving

     

    1.4.1 Apv

    In artikel 2.2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (verder: APV) is bepaald dat onder het begrip “evenement” wordt verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Hierop wordt in ditzelfde artikel een aantal uitzonderingen gemaakt; bioscoopvoorstellingen, kansspelen, dansen in een horecagelegenheid, betogingen, samenkomsten en vergaderingen en speelgelegenheden zijn geen evenement. Daarnaast wordt in dit artikel een aantal evenementen expliciet genoemd: een herdenkingsplechtigheid; een braderie; een optocht op de weg en een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg worden wel als evenementen gezien.

     

    In artikel 2.2.2 APV is bepaald dat het verboden is zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

     

    Een vergunning kan geweigerd worden in het belang van:

    • 1.

      de openbare orde;

    • 2.

      de openbare veiligheid;

    • 3.

      de volksgezondheid;

    • 4.

      de bescherming van het milieu.

     

    In artikel 5.4.1 APV is bepaald dat het verboden is om een crosswedstrijd te houden op terreinen die geen weg zijn, tenzij het terrein is aangewezen door het college. In dit artikel is opgenomen dat het college regels kan stellen voor het gebruik van het terrein, in het belang van het voorkomen of beperken van overlast, bescherming van het uiterlijk aanzien of ter bescherming van andere milieuwaarden of in het kader van de veiligheid. Wanneer er een milieuvergunning vereist is, geldt deze aanwijzingsverplichting niet.

     

    1.4.2 Drank- en horecawet

    Organisaties die niet in het bezit zijn van een Drank- en horecavergunning, dienen om alcoholische drank te mogen verstrekken in het bezit te zijn van een tijdelijke ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Deze ontheffing geldt alleen voor het schenken van zwak-alcoholische drank en kan worden verleend in het kader van een bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard voor maximaal 12 dagen aaneengesloten. Voorwaarde om voor een ontheffing in aanmerking te komen is dat de verstrekking van de drank geschiedt onder leiding van een persoon die het diploma sociale hygiëne heeft, niet onder curatele staat, ouder dan 21 jaar is en niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

     

    1.4.3 Wegenverkeerswet

    Gelet op de bepalingen in de Wegenverkeerswet, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/ of pleinen, die in het beheer en eigendom van de gemeente staan tijdelijk af te sluiten ten behoeve van een evenement.

     

    1.4.4 Bouwverordening en brandbeveiligingsverordening

    Ten aanzien van gebouwen zijn de bepalingen rondom brandveiligheid, die zijn opgenomen in artikel 6.1.1 e.v. van de Bouwverordening, relevant. Voor inrichtingen die niet onder de Bouwverordening vallen zijn de bepalingen in artikel 2.2.1 e.v. van de Brandbeveiligingsverordening relevant. In beide verordeningen is bepaald dat wanneer er 50 personen of meer tegelijk aanwezig zullen zijn, er een (tijdelijke) gebruiksvergunning vereist is. Deze vergunningen worden door de brandweer verstrekt.

Hoofdstuk 2 Indeling evenementen

  • 2.1

    Inleiding

    Evenementen zijn een plezierige aangelegenheid en de gemeente draagt organisaties van evenementen dan ook een warm hart toe. Door vrijwilligers wordt vaak een fantastisch evenement neergezet waar de hele gemeente van kan profiteren. Echter, naast de belangen van de organisatie en de deelnemers, spelen voor de gemeente ook andere belangen mee waarmee rekening gehouden moet worden. Dit zijn de belangen van openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu.

     

    De evenementen worden, in het kader van openbare orde en veiligheid, geclassificeerd in een aantal categorieën, conform de classificatie van de Regio Twente en de regionale Hulpverleningsdienst. Categorie A evenementen zijn kleine, reguliere evenementen.

     

    Categorie B evenementen zijn evenementen met een verhoogde aandacht en categorie C evenementen zijn risico-evenementen. De categorie C evenementen worden in onderstaande niet behandeld omdat echte risico (C) evenementen in Hof van Twente niet of nauwelijks voorkomen. U kunt bij dat type evenement denken aan hele massale dancefestivals etcetera.

     

    A evenementen zijn evenementen van geringe omvang en vragen daarom niet om een bijzonder kader. Er wordt weinig tot geen overlast veroorzaakt en er komen nauwelijks klachten over binnen. De politie hoeft hiervoor geen extra capaciteit in te zetten.

     

    B evenementen zijn evenementen van grotere omvang en kunnen voor overlast voor de omgeving zorgen doordat er geluid geproduceerd wordt, door het grotere aantal bezoekers en door bijvoorbeeld de eindtijd die wordt gehanteerd. Voor B evenementen zet de politie in de regel extra capaciteit in of besteed er extra aandacht aan gedurende het evenement. Evenementen die gestimuleerd dienen te worden kunnen zowel categorie A als categorie B evenementen zijn. Omdat deze evenementen gericht zijn op de bevordering van de eigenheid van de gemeente nemen zij een bijzondere plaats in.

     

    Hieronder is een nadere omschrijving opgenomen over de verschillende categorieën.

     

  • 2.2

    Categorie A evenementen

    Onder A evenementen wordt verstaan reguliere evenementen van een geringe omvang, die weinig overlast veroorzaken. Doorgaans gaat het o.a. om buurtfeesten, straatbarbecues of kleinere evenementen zonder versterkte muziek of een omroepinstallatie.

     

    Onder een geringe omvang wordt verstaan dat er niet meer dan 500 bezoekers en/of deelnemers op hetzelfde moment aanwezig zijn. Deze evenementen veroorzaken bovendien een geringe geluidsproductie, doordat geen gebruik gemaakt wordt van versterkte muziek of een omroepinstallatie of sprake is van een crosswedstrijd, waardoor er weinig overlast wordt veroorzaakt. Wanneer er een band optreedt of er is sprake van een crosswedstrijd kan er derhalve reeds geen sprake meer zijn van een A evenement.

     

    Daarnaast is het gevaar voor de openbare orde en veiligheid gering en is geen extra inzet van de politie vereist. Wanneer hierover twijfel bestaat is het advies van de politie in deze leidend. De eindtijd van dergelijke evenementen is maximaal 00.30 uur, waarbij na 00.00 uur geen muziek ten gehore gebracht mag worden. Het is wenselijk dat deze evenementen gehouden worden; kleine evenementen in buurt of wijk zijn goed voor de sociale cohesie en veel mensen genieten hiervan. Daarom bestaat er geen enkel bezwaar tegen dat bestaande en eventuele nieuwe niet-belastende A evenementen georganiseerd worden.

     

  • 2.3

    Categorie B evenementen

    Categorie B evenementen zijn evenementen die voor overlast kunnen zorgen bijvoorbeeld door het bezoekersaantal, de geluidsproductie en/of het eindtijdstip.

     

    Er is in ieder geval sprake van een B evenement wanneer er meer dan 500 bezoekers en/of deelnemers op hetzelfde moment aanwezig zijn.

     

    Ook wanneer er gebruik gemaakt wordt van versterkte muziek of een omroepinstallatie of er wordt op een andere manier veel geluid geproduceerd is er sprake van een B evenement. Er kan bij B evenementen gedacht worden aan tentfeesten, kermissen en crossevenementen. De vergunningaanvraag voor een evenement dient minimaal de in de APV genoemde periode voorafgaande aan het evenement te worden ingediend. De APV geeft tevens een verlengingsmogelijkheid; de bevoegdheid daartoe ligt bij de burgemeester. Vanuit het oogpunt van een zorgvuldige behandeling van de aanvraag en een zorgvuldige vergunningverlening, zal de burgemeester bij B evenementen deze termijn verlengen. Indien een aanvraag hiervoor korter dan die termijn van te voren wordt ontvangen, zal het beleid van de burgemeester zijn om te beslissen dat de aanvraag niet wordt behandeld. Bestaat er twijfel over of er sprake is van een A, B of misschien C evenement, dan bepaalt de burgemeester welke categorie van toepassing is; op advies van de politie.

     

    Voor B evenementen geldt dat de bestaande1 evenementen behouden dienen te worden, maar dat in beginsel geen verdere uitbreiding wordt nagestreefd. Binnen onze gemeente vinden al veel B evenementen plaats, die door hun aard en omvang een behoorlijke druk op de omgeving opleveren. Bovendien dient de politie hiervoor steeds capaciteit in te zetten, ondervindt de reguliere horeca nadelige gevolgen van het toenemend aantal B evenementen en bestaat de indruk dat er met regelmaat (buitensporig) veel alcohol wordt gebruikt tijdens deze evenementen.

     

    Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden, dit ter beoordeling van de burgemeester, kan de burgemeester besluiten af te wijken van het uitgangspunt dat er geen nieuwe B evenementen worden toegestaan. In dat kader kan gedacht worden aan incidentele evenementen. In het kader van en zorgvuldige besluitvorming kan de burgemeester ervoor kiezen om op aanvragen voor nieuwe B evenementen de inspraakprocedure toe te passen en de aanvraag gedurende zes weken ter inzage te leggen en op die manier zienswijzen over het evenement in te zamelen alvorens een beslissing te nemen.

  • 2.4

    Evenementen met een meerwaarde voor de gemeente

    Een bijzondere categorie evenementen wordt gevormd door de evenementen die een meerwaarde voor de gemeente hebben. Deze evenementen hebben bijvoorbeeld een positieve uitstraling op de naam van de gemeente, een aantrekkende werking voor toeristen of bevorderen de eigenheid van één van de kernen of de gemeente als geheel. Uit oogpunt van recreatie en toerisme zijn deze evenementen wenselijk en een gevaar voor de openbare orde en veiligheid is er niet of nauwelijks. Wel is het mogelijk dat de politie extra capaciteit moet inzetten gezien het aantal bezoekers en/of deelnemers.

     

    Het kan gaan om culturele evenementen, maar ook om sportieve of recreatieve evenementen en dienen gericht te zijn op de inwoners van onze gemeente of de regio of de toeristen die de gemeente bezoeken. Vaak betreft het evenementen die overdag of aan het begin van de avond plaatsvinden. Voorbeeld hiervan is “Proef en beleef Twente”.

     

    Dergelijke evenementen zijn een aanwinst voor de gemeente, zowel voor onze bewoners als voor mensen van buiten.

     

    Het is wenselijk dat deze evenementen georganiseerd en zo mogelijk gestimuleerd worden. Dit kan bijvoorbeeld door zelf actief een bepaald evenement naar onze gemeente te halen of door dergelijke evenementen financieel te stimuleren. De beperking voor de uitbreiding van B evenementen geldt hier niet. Over het sponsoren of subsidiëren van onder andere evenementen wordt een nota opgesteld.

     

    Bestaat er twijfel over of er sprake is van een evenement dat een meerwaarde heeft voor de gemeente, dan bepaalt de burgemeester of hiervan sprake is.

     

     

Hoofdstuk 3 Openbare orde en veiligheid

  • 3.1

    Inleiding

    Evenementen en een bepaalde mate van overlast zijn niet van elkaar los te koppelen. Als vormen van overlast zijn onder andere te noemen: grote aantallen publiek, geluid, wegafsluitingen, vuil, etcetera. Met name gaat het hier om overlast voor omwonenden rond het evenement.

     

    In dit hoofdstuk worden, zonder de mogelijkheden van evenementen (zwaar) te beperken, regels vastgelegd, om de overlast zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat voor de regels en beperkingen een zo groot mogelijk draagvlak bestaat. Partners hierbij zijn de organisatoren van de evenementen, de burgers, de politie, de gemeente en de hulpverleningsdiensten. Hoe groter het draagvlak, hoe groter de bereidheid om zich te houden aan de regels, wat weer van invloed is op het aantal klachten en de mate van handhaafbaarheid.

  • 3.2

    Vergunningplicht en aanvraag

     

    3.2.1 Vergunningplicht

    In artikel 2.2.2. APV is bepaald dat voor het houden van een evenement een vergunning van de burgemeester vereist is. In artikel 2.2.1 APV is opgenomen wat onder een evenement wordt verstaan. Het is voor de vergunningplicht niet relevant of een evenement op gemeentegrond of op eigen grond plaatsvindt. Er wordt naar gestreefd toekomstgericht de categorie A evenementen vergunningvrij dan wel meldingsplichtig te maken gelet op de dereguleringsgedachte. Zodra de APV dat mogelijk maakt, zal de praktijk daar automatisch op worden aangepast, inclusief het laten vaststellen van het college van een meldingsformulier.

     

    3.2.2 Aanvraagformulier

    De aanvraag voor een evenementenvergunning kan worden ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. In het aanvraagformulier worden alle relevante vragen gesteld, zodat na het zorgvuldig invullen van dit formulier alle relevante informatie bij de gemeente aanwezig is om de afweging over de vergunningaanvraag te kunnen maken. Het aanvraagformulier voor de evenementenvergunning dient ondertekend te worden door een natuurlijk persoon (bij een aanvraag op persoonlijke titel) of door de voorzitter en de secretaris (bij een aanvraag door een stichting of vereniging) of door de directeur (bij een aanvraag door een rechtspersoon).

     

    3.2.3 Termijnen

    In artikel 1.3 APV staat dat indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing minder dan drie weken voor de gebeurtenis wordt ingediend, het bestuursorgaan deze aanvraag buiten behandeling kan laten. Voor bepaalde vergunningen kan deze termijn verlengd worden tot acht weken.

     

    Beleid ten aanzien van vergunningen voor B evenementen, zoals ook verwoord in paragraaf 2.3) zal zijn dat de termijn van drie weken verlengd wordt naar acht weken. Dit houdt in dat wanneer een aanvraag minder dan acht weken voor het plaatsvinden van het evenement wordt ingediend, de burgemeester de bevoegdheid heeft om de aanvraag om een evenementenvergunning buiten behandeling te laten.

     

    Daar waar bovengenoemde termijnen in een herziening van APV worden aangepast, zal het beleid daarop automatisch worden aangepast. Dus als de gemeenteraad beslist dat de indieningstermijn 13 weken zou moeten worden, dan zal het college ook die termijn strikt hanteren.

     

    3.2.4 Behandelroute en adviezen

    De aanvragen voor evenementenvergunningen komen binnen bij de burgemeester en gaan, al naar gelang de soort en de omvang van het evenement, naar de afdelingen Publiekszaken, Vergunningverlening en handhaving of Algemene Zaken.

     

    Doorgaans wordt advies ingewonnen bij de afdeling Openbare Werken (over het gebruik van gemeentegrond) en de politie (over openbare orde en veiligheid).

     

    Bovendien wordt de aanvraag doorgestuurd naar de brandweer ten behoeve van de tijdelijke gebruiksvergunning. Soms wordt advies ingewonnen bij milieu over bijvoorbeeld geluid over luchtkwaliteit over het bestemmingsplan. Deze verzoeken om advies worden zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag verzonden en worden binnen twee weken weer teruggestuurd naar de behandelend ambtenaar. Een vergunningaanvraag wordt uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst afgehandeld, of zoveel eerder als mogelijk.

     

    Wanneer er sprake is van een nieuw evenement waarbij de indruk bestaat dat er overlast veroorzaakt wordt, wordt eerst de wenselijkheid van een dergelijk evenement getoetst en zal de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden gevolgd. Het verantwoordelijk bestuursorgaan neemt het besluit om deze procedure te volgen en besluit vervolgens ook of de vergunning wordt verleend.

     

  • 3.3

    Braderieën

    Braderieën zijn evenementen die ofwel vallen onder de categorie A evenementen ofwel, omdat zij veel bezoekers zullen trekken en in samenhang met andere festiviteiten worden georganiseerd, onder de categorie B evenementen. De aanvraag zal aan de bepalingen in de APV en dit beleid worden getoetst. Daarnaast wordt gestreefd naar een intensieve betrokkenheid van de lokale ondernemers bij de besluitvorming over de braderieën in de kernen. Indien de aanvrager een persoon of bedrijf van buiten de gemeente Hof van Twente betreft, zal de behandelend ambtenaar contact opnemen met de aanvrager en de lokale betrokken winkeliers(vereniging). Het resultaat van dit overleg, waarbij aandacht zal worden besteed aan de mate van betrokkenheid van de lokale ondernemers en de situering van de braderie ten opzichte van bestaande detailhandel, zal mee worden gewogen in de verdere besluitvorming. Verder zal bij de vergunningverlening aandacht worden geschonken aan de belangen van een goede uitstraling van de braderie en de veiligheid op de braderie. De opstelling van de kramen dient ordelijk te zijn en te voldoen aan de eisen van de brandweer.

  • 3.4

    Grote tentfeesten

    Een bijzondere categorie B evenementen zijn de grote tentfeesten, dit zijn de feesten zoals benoemd in bijlage 1 behorende bij dit beleid. Deze zijn aan de ene kant bijzonder omdat zij behoren tot de jarenlange traditie van dorpsfeesten in de verschillende kernen van onze gemeente. Daarnaast zijn ze bijzonder omdat er veel bezoekers op af komen en de feesten tot in de kleine uurtjes doorgaan.

     

    Omdat de feesten tot de traditie van de gemeente behoren, dienen deze feesten gekoesterd te worden. Desalniettemin dienen juist deze feesten goed en professioneel georganiseerd te worden.

     

    Het gaat immers om grote groepen mensen die bij elkaar zijn en waarbij veel alcohol wordt gedronken, één of meerdere tenten waarin muziek gespeeld wordt vaak aangevuld met verschillende kermisattracties. Daardoor bestaat er een behoorlijk risico voor de openbare orde. Bovendien wordt door deze feesten een bepaalde mate van overlast veroorzaakt.

     

    Om de risico’s zo klein mogelijk te houden en overlast zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken, worden er aan de organisaties van deze evenementen verdergaande eisen gesteld dan aan andere evenementen, zoals bijvoorbeeld het inzetten van beveiligingsorganisaties en het hanteren van calamiteitenplannen.

  • 3.5

    Crosswedstrijden

    Onder crosswedstrijden vallen bijvoorbeeld autocross en motorcross, maar ook trekkertrekwedstrijden. Naast een evenementenvergunning dient voor dergelijke evenementen een aanwijzingsbesluit op grond van artikel 5.4.1 APV te worden genomen of een milieuvergunning worden verstrekt. Omdat er bij dergelijke evenementen sprake is van een verhoogd risico voor de veiligheid, dient aan een aantal bepalingen voldaan te worden. Deze worden verbonden aan de vergunning.

     

    Zo dient er een wedstrijdleider aanwezig te zijn, die het terrein overziet en als eerste aanspreekpunt voor de gemeente, politie en andere hulpverleningsdiensten fungeert. Daarnaast dient voldoende personeel ingezet te worden om zorg te dragen voor het publiek. Zowel de wedstrijdleiding als het personeel dienen een duidelijk zichtbare armband of een duidelijk zichtbare jas te dragen.

     

    Daarnaast dient het parcours en het omliggende terrein aan een aantal voorwaarden te voldoen; het parcours moet deugdelijk worden afgesloten voor publiek, het publiek mag slechts aan één kant en op veilige afstand van het parcours staan en het circuit dient aan beide zijden voorzien te zijn van veiligheidsstroken van minimaal 2,5 meter langs het rechte stuk en 5 meter in een bocht en dienen te worden voorzien van een dubbele vangrail of een deugdelijke aarden wal. Daarnaast dient er rondom de gehele wedstrijdbaan een neutrale zone van 15 meter breed te worden aangebracht voorzien van een deugdelijke afrastering. Uitsluitend daarachter mag het publiek zich bevinden. Indien het parcours is gekeurd door een nationale (Koninklijke Nederlandse Motorrijdervereniging) of internationale motorcrossbond (Federation International Motorsport), zal het parcours reeds aan bovenstaande eisen voldoen.

     

    In bijzondere gevallen kan door de burgemeester gemotiveerd afgeweken worden van de hierboven genoemde veiligheidseisen, mits de veiligheid van de deelnemers en het publiek te allen tijde gewaarborgd blijft.

     

    In de vergunning worden voorts een heel aantal voorschriften opgenomen over de veiligheid van de deelnemers en voertuigen en over de brandveiligheid.

     

  • 3.6

    Kermissen

    Vaak worden kermissen georganiseerd in combinatie met een dorpsfeest, ook worden wel eens afzonderlijke kermissen georganiseerd.

     

    Kermissen produceren een ander soort overlast dan muziek bij een tentfeest, omdat er sprake is van verschillende geluidsbronnen. Bovendien zijn er aan kermisattracties meerveiligheidsrisico’s verbonden.

     

    Aan een evenementenvergunning voor een kermis worden verschillende voorwaarden verbonden. Voordat de kermis en de woonwagens geplaatst worden, dient er contact opgenomen te worden met de betreffende rayonmanager, zoals opgenomen in de evenementenvergunning, en met de politie.

     

    Bovendien wordt zowel een begintijd als een eindtijd in de vergunning opgenomen, om de overlast van kermissen zoveel mogelijk te voorkomen of beperken, dienen kermissen uiterlijk om 24.00 uur te sluiten. Daarbij wordt wel een onderscheid gemaakt tussen de geluidsproducerende attracties en de eetkramen. De geluidsveroorzakende attracties dienen om 00.00 uur te sluiten, de eetkramen sluiten een half uur na sluitingstijd van de bij het terrein horende feesttent.

     

    Daarnaast worden bepalingen opgenomen over de veiligheid van en rondom attracties, de elektriciteits- en watervoorziening, het schoon en in goede staat opleveren van het terrein, de bereikbaarheid voor de hulpdiensten op het terrein. De vergunninghouder is verplicht om aan alle betrokken kermisexploitanten een afschrift van de evenementenvergunning te verstrekken en dient erop toe te zien dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. De vergunninghouder is aanspreekpunt voor gemeente, politie en brandweer. De Voedsel- en Warenautoriteit houdt toezicht op (de veiligheid van) kermissen.

     

     

  • 3.7

    Besloten feesten

    Op grond van artikel 2.2.1 APV is een evenement elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Op deze hoofdregel is een aantal uitzonderingen geformuleerd; bijvoorbeeld het gelegenheid geven tot dansen in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de Kansspelen en bioscoopvoorstellingen.

     

    In het artikel is opgenomen dat het gaat om een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak; hiermee wordt bedoeld een voor ieder publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Dit houdt in dat wanneer er sprake is van een besloten feest, niet aan dit criterium wordt voldaan. Deze zijn dan ook niet evenementenvergunningplichtig, wel kan het zo zijn dat er een tijdelijke gebruiksvergunning, een ontheffing drank en horecavergunning bij verkoop van drank of een ontheffing van de geluidhinderbepaling nodig is. Onder een besloten feest wordt verstaan een feest waarbij alle aanwezigen op expliciete uitnodiging van de organisatie aanwezig zijn. Hierbij kan gedacht worden aan een verjaardagsfeest, bruiloft of personeelsfeest.

     

  • 3.8

    Eindtijden

    De eindtijden bij de bestaande Hoffeesten2 zullen ongewijzigd blijven. Dit vanuit de gedachte dat bij elk evenement gedurende de afgelopen jaren een eigen traditie is ontstaan, o.a. in eindtijd. Uiteraard blijft de mogelijkheid bestaan de eindtijden anders vast te stellen indien sprake zou zijn problemen welke uit klachten bij gemeente of politie bekend worden.

     

    Bij de overige en nieuwe evenementen zal uniformering van de eindtijden plaatsvinden zoals hieronder bepaald. Dit vanuit het oogpunt van eenduidigheid en transparantie.

    · Kermissen (zowel afzonderlijk als in combinatie met een ander evenement):maximaal 24.00 uur.

    · Tentfeesten (categorie B evenement) :

     

    muziek uit feesttent geopend

    donderdag op vrijdag maximaal 24.00 uur maximaal 00.30 uur

    vrijdag op zaterdag maximaal 02.00 uur maximaal 02.30 uur

    zaterdag op zondag maximaal 02.00 uur maximaal 02.30 uur

    zondag op maandag maximaal 24.00 uur maximaal 00.30 uur

    Overige evenementen: maximaal 24.00 uur.

     

    3.8.1 Categorie A evenementen

    De niet of nauwelijks belastende evenementen zoals bedoeld in paragraaf 2.2 dienen ook niet of nauwelijks belastend te blijven. Daarom dient bij deze evenementen de muziek om 24.00 uur te worden beëindigd. De eventueel bijbehorende feesttent dient om 00.30 uur gesloten te zijn.

     

    3.8.2 Categorie B evenementen

    Dit zijn de grote evenementen, zoals bedoeld in paragraaf 2.4, die een behoorlijke belasting voor de omgeving opleveren. Vaak is een deel van deze belasting gelegen in het feit dat deze feesten laat beëindigd worden.

     

    Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden, kan de burgemeester een afwijkend sluitingstijdstip vaststellen. Bijvoorbeeld in het geval een feest wordt gehouden op een feestdag.

  • 3.9

    Geluidsnormen

    Tot dusver worden er geen geluidsnormen gesteld voor evenementen, maar wordt er gewerkt met eindtijden en voorschriften over het plaatsen van geluidsbronnen om de(geluids)overlast van evenementen te reguleren. Bovendien wordt in de evenementenvergunning standaard opgenomen dat er geen (onaanvaardbare) hinder veroorzaakt mag worden. De politie is bevoegd op te treden door de muziek in het uiterste geval uit te zetten. Nadeel van deze maatregelen is dat er geen objectieve normen bestaan aan de hand waarvan geluidsoverlast getoetst kan worden.

     

    Deze objectieve normen kunnen wel vastgesteld worden, door geluidsnormen te stellen. Aan het stellen van geluidsnormen zijn echter ook nadelen verbonden. Zo bestaan er geen wettelijke voorschriften om normen te stellen, dus zouden wij de normen zelf moeten bepalen. Het geluid van mensen die met elkaar praten, zingen etc. mogen niet worden meegenomen bij het meten van geluid. Dit blijkt in de praktijk lastig te zijn. Daarnaast is het lastig om te bepalen waar er gemeten moet worden; op 2 meter van de gevel van een geluidsgevoelig object; op 25 meter van de grens van het feestterrein of vanaf de bron.

     

    Bovendien moet er ook handhavingscapaciteit beschikbaar zijn om ’s avonds tijdens evenementen controles uit te voeren. Het stellen van geluidsnormen is zinloos als er niet (steekproefsgewijs) gecontroleerd wordt. Uit het bovenstaande blijkt dat gestelde geluidsnormen in de praktijk lastig handhaafbaar zijn, zeker wanneer het tentfeesten met veel mensen en muziek betreft. Bovendien worden er in de praktijk niet veel klachten ingediend over geluidsoverlast. Daarom is er voor gekozen om geluidsoverlast niet in te perken door het stellen van geluidsnormen, maar om vast te houden aan het stellen van voorschriften in de vergunning.

     

  • 3.10

    (Tijdelijke)gebruiksvergunningen

    Op grond van artikel 6.1.1 van de Bouwverordening of artikel 2.1.1 van de Brandbeveiligingsverordening dient een inrichting (een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats) of een bouwwerk te beschikken over een gebruiksvergunning wanneer er meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn.

     

    Een gebruiksvergunning kan zowel tijdelijk als permanent worden verleend. Voor bouwwerken zal in de regel een permanente gebruiksvergunning aanwezig zijn, terwijl voortijdelijke inrichtingen, zoals bijvoorbeeld feesttenten, doorgaans een tijdelijke gebruiksvergunning moet worden verleend. Bij evenementen zal over het algemeen tevens een tijdelijke gebruiksvergunning vereist zijn. De bepalingen uit het Gebruiksbesluit zullen leidend zijn.

     

    Indien een evenementenvergunning wordt aangevraagd waarbij tevens een tent met minimaal 50 personen wordt aangevraagd, zal de aanvrager eveneens een tijdelijke gebruiksvergunning tijdig dienen aan te vragen of een, indien de tent niet groter is dan 400m2, een melding van de tent dienen te maken, hetgeen geschiedt door het invullen van de aanvraag evenementenvergunning.

  • 3.11

    Beveiliging

    Om de veiligheid van de bezoekers van de tentfeesten, genoemd in bijlage 1, te garanderen, wordt het voor deze tentfeesten verplicht gesteld een gecertificeerd beveiligingsbedrijf in te schakelen. Het aantal beveiligers dat per feest moet worden ingezet is afhankelijk van de grootte van het feest, het type bezoeker, de locatie, het tijdstip etcetera. Dit betreft maatwerk dat de gemeente in overleg met organisatie en politie zal doen en welke zal leiden tot een bepaald beveiligingsvoorschrift bij de vergunning.

     

    Voor de overige B evenementen en soms A evenementen zal per aanvraag de noodzaak tot (gecertificeerde) beveiliging worden beoordeeld en gemotiveerd. Bij deze evenementen geldt dat wanneer zij beveiligingstaken laten verrichten, zij dit moeten laten begeleiden door een gecertificeerd beveiligingsbedrijf.

  • 3.12

    Calamiteitenplannen

    Bij de evenementenvergunningen die verleend worden, wordt onvoldoende aandacht besteed aan calamiteiten die kunnen optreden. De organisatoren van grote evenementen dienen, daar waar zij dat niet al doen, hierin hun verantwoordelijkheid te nemen; de gemeente en de politie kunnen de organisatoren hierin bijstaan.

     

    Als voorschrift bij de evenementenvergunning wordt opgenomen dat de organisatoren van de feesten als bedoeld in bijlage 1 in het bezit dienen te zijn van een jaarlijks geactualiseerd calamiteitenplan. Daarnaast kan de burgemeester beslissen, afhankelijk van het type evenement en het aantal bezoekers, of het overleggen van een calamiteitenplan verplicht zal worden gesteld.

  • 3.13

    Aanspreekpunt

    Bij ieder evenement dient er een aanspreekpunt te zijn voor de gemeente, de politie en de brandweer, die bevoegd en ter zake kundig is. Dit aanspreekpunt dient gedurende het gehele evenement bereikbaar en aanspreekbaar (dus niet onder invloed van alcohol te zijn); er kan uiteraard gewerkt worden met wisselende aanspreekpunten. Het is wel noodzakelijk dat het aanspreekpunt steeds via hetzelfde telefoonnummer bereikbaar is. De organisatie bepaalt wie het aanspreekpunt is.

     

    In de vergunningaanvraag dient te worden aangegeven hoe dit aanspreekpunt te bereiken is; bovendien wordt in ieder geval het telefoonnummer en zo mogelijk ook de naam van het aanspreekpunt in de vergunning opgenomen.

  • 3.14

    Verkeersregelaars

    De medewerkers die met verkeersregeling op de openbare weg zijn belast dienen een theoretische instructie door een politieambtenaar gekregen te hebben. De minimale leeftijd van de verkeersregelaars is 18 jaar, echter op wegen waar een maximumsnelheid onder50 km geldt en bij voldoende verlichting mag een verkeersregelaar 16 jaar zijn. Deze moeten dan echter wel onder direct toezicht van de politie staan. De aanstelling gebeurt per evenement namens de burgemeester en een lijst van de betreffende personen dient aan zowel de burgemeester als de politie te worden verstrekt. Daarnaast dient de organiserende instantie een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering en een verzekering tegen persoons en zaakschade te hebben.

  • 3.15

    Verkeer

    Organisatoren van evenementen dienen bij de organisatie van het feest rekening te houden met de parkeerbehoefte van de bezoekers en de bereikbaarheid voor de hulpverleningsdiensten. De benodigde parkeergelegenheid dient door de organisator zelf te worden geregeld, bovendien dient de aan- en afvoerroute minimaal 4,5 meter breed te zijn. In de evenementenvergunning kunnen vervolgens voorschriften opgenomen worden over de afzetting van wegen, tijdelijke verkeersbesluiten, toezicht op parkeergelegenheid, bereikbaarheid van hulpverleningsdiensten etc.

  • 3.16

    Vuurwerk

    Voor het afsteken van professioneel vuurwerk is op grond van het Vuurwerkbesluit toestemming nodig van Gedeputeerde Staten van de provincie; GS kan hieraan vervolgens voorschriften verbinden. Voordat GS deze toestemming kan verlenen dient een verklaring van geen bezwaar te worden gevraagd bij de burgemeester. Als er vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid geen bezwaar bestaat tegen het afsteken van het vuurwerk, kan een dergelijke verklaring worden afgegeven.

  • 3.17

    Milieuzorg

    De organisatie van het evenement is verantwoordelijk voor het schoon en in oorspronkelijke staat opleveren van het terrein waar het evenementen op gehouden is en de directe omgeving daarvan. Wordt hieraan niet voldaan, worden de kosten van het schoonmaken en in oorspronkelijke staat opleveren van het terrein bij de organisatie in rekening gebracht. De vaststelling of voldaan is aan deze verplichting gebeurt door de verantwoordelijke rayonmanager.

     

    Het is niet toegestaan dat er afvalwater geloosd wordt in de bodem of in het oppervlaktewater. Daarnaast moeten alle voorwerpen die op wegen of in de wegbermen zijn geplaatst direct na afloop van het evenement verwijderd worden.

  • 3.18

    Volksgezondheid

    Bij met name grotere evenementen kunnen niet alleen bedreigingen ontstaan voor openbare orde en veiligheid maar ook voor de volksgezondheid. Daarom wordt bij bepaalde evenementen (zoals de grote tentfeesten en bijvoorbeeld trekkertrekwedstrijden) verplichtgesteld dat er voldoende gediplomeerde EHBO-ers aanwezig zijn. Daarnaast kan het in de vergunning verplicht gesteld worden om medische en hulpverlenende diensten aanwezig te laten zijn. Bij elk type evenement kan het aantal EHBO’ers of type hulpdienst verschillen al naar gelang de grootte, type activiteit, aantal deelnemers etcetera. Advies over het aantal in te zetten EHBO’ers kan, naar het inzicht van de evenementencoördinator, worden ingewonnen bij de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR).

     

    De organisatie van het evenement dient zorg te dragen voor voldoende toiletvoorzieningen op het terrein. Deze toiletvoorzieningen dienen met duidelijke verwijzingsborden te worden aangegeven.

     

    Toezicht op de kwaliteit van het eten en drinken tijdens een evenement wordt (conform de Warenwet) gehouden door de Voedsel- en Warenautoriteit. Zij houden ook toezicht op kermissen.

  • 3.19

    Gebruik van glas

    Het is niet toegestaan om bij evenementen gebruik te maken van glas om uit te drinken. Het gebruik van veiligheidsglas is toegestaan, mits incidenten beperkt blijven. Dit veiligheidsglas is gehard glas en bij een val geraakt dit type glas uiteen in kleine splinters. De voorkeur gaat wel uit naar het gebruik van plastic, aangezien plastic de risico’s tot incidenten het meest beperkt.

     

    Meer concreet houdt dit in dat bij alle evenementen gebruik gemaakt dient te worden van plastic bekers, veiligheidsglas en eventueel van plastic borden en plastic bestek. Dit zal als voorwaarde aan de vergunning verbonden worden en de politie en de gemeente zullen toezien op de naleving hiervan.

  • 3.20

    Evenementenkalender

    Met de totstandkoming van dit beleid wordt de evenementenkalender ingevoerd. Met deze kalender streven wij er naar alle evenementen te vermelden die dat jaar zullen plaatsvinden.

     

    Voor 1 december voorafgaande aan het komende evenementen jaar jaar dienen de organisaties van de evenementen aan te geven wanneer hun evenement plaatsvindt zodat jaarlijks in januari een grotendeels complete evenementenkalender kan worden gepresenteerd. Op deze manier wordt voor omwonenden en bezoekers van onze gemeente duidelijk welke evenementen er wanneer plaatsvinden. Daarnaast kan de politie haar capaciteit op deze kalender afstemmen.

     

    Wanneer een evenement op de kalender wordt geplaatst houdt dit niet in dat de benodigde vergunningen per definitie verleend worden; een vergunningaanvraag wordt getoetst aan de relevante regelgeving. Evenementen die niet zijn aangemeld, kunnen wel vergund worden. Wel stemt de politie de inzet af op de gemelde evenementen.

  • 3.21

    Evenementencoördinator

    De ambtenaar die is belast met de voorbereiding en het opstellen van de vergunningen van met name de belastende evenementen wordt beschouwd als de evenementencoördinator. De evenementencoördinator zit op de afdeling Algemene Zaken en coördineert de verdeling van de evenementenvergunningverlening over de afdelingen Publiekszaken, Vergunningenen handhaving en Algemene Zaken. De coördinator is het aanspreekpunt voor de organisatoren van de evenementen en de politie, wat betreft evenementen. De coördinator draagt zorg voor het bijhouden van de evenementenkalender.

     

    Daarnaast registreert en beoordeelt de evenementencoördinator alle ingekomen klachten over een bepaald evenement en zorgt voor een juiste afhandeling.

Hoofdstuk 4 Toezicht en handhaving

  • 4.1

    Inleiding

    Het handhaven van de opgelegde voorschriften, de controle op het naleven van de gemaakte afspraken en het checken of de gedane toezeggingen ook worden nagekomen zijn belangrijke factoren bij evenementen. Bij handhaving van de verleende vergunning wordt hoofdzakelijk de politie, maar ook medewerkers van de brandweer en de afdelingen Vergunningen en handhaving en Openbare Werken ingezet. De ervaringen die in een bepaald jaar zijn opgedaan met een organisator zullen worden gebruikt bij een volgende aanvraag en kunnen ook aanleiding zijn tot weigering van de vergunning. Hiervan is een registratie van klachten en het houden van evaluatiegesprekken erg belangrijk.

  • 4.2

    Toezicht en handhaving

    Om overlast tegen te gaan is vooral het handhaven van eindtijden, voorschriften ter beperking van geluidsoverlast en de voorschriften in het belang van de openbare orde en veiligheid relevant. Ook de controle op de brandveiligheid is onmisbaar.

     

    De politie ziet toe op de handhaving van de eindtijden en de handhaving van de (voorschriften in het belang van de) openbare orde. De brandweer controleert voorafgaande aan het evenement of aan de brandbeveiligingseisen voldaan wordt.

     

    Het constateren van overtreding van vergunningsvoorschriften kan verschillende gevolgen hebben. Afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding zal de overtreding onmiddellijk beëindigd worden en/ of zal proces-verbaal worden opgemaakt door de politie en/of zal de overtreding gevolgen hebben voor de toekomst. Deze gevolgen kunnen zijn:

    • -

      Het opleggen van een (preventieve) last onder dwangsom;

    • -

      Een strenger regime voorschrijven bij een volgend evenement;

    • -

      Een tot dan toe als “niet”-belastend A aangemerkt evenement voortaan als belastend B evenement aanmerken;

    • -

      Het evenement niet meer toestaan.

  • 4.3

    Integraal handhavingsbeleid

    Handhaving bij evenementen wordt meegenomen in het integraal handhavingsbeleid. In dit beleid zal een prioritering worden gegeven aan de activiteiten waarop wordt gehandhaafd.

     

    Of er prioriteit wordt gegeven aan de handhaving bij evenementen is op dit moment niet bekend. Daarnaast is het denkbaar dat er in een bepaald jaar extra aandacht wordt besteed aan handhaving bij evenementen, als onderdeel van programmatisch handhaven.

     

    Bovendien maakt een onderzoek naar de wenselijkheid van het werken met bijzondere opsporingsambtenaren en/of de bestuurlijke boete deel uit van het project integrale handhaving. Deze middelen zouden vervolgens weer ingezet kunnen worden bij het houden van toezicht en handhaven bij evenementen.

     

  • 4.4

    Klachtenregistratie

    Om de ervaringen die in een bepaald jaar zijn opgedaan met een organisator te kunnen gebruiken bij een volgende aanvraag, is het van belang om deze klachten goed te registreren.

     

    Het is hiervoor noodzakelijk dat de klachten die op de afdelingen Publiekszaken, Vergunningen en handhaving en Algemene Zaken en ook de klachten die bij de politie worden ingediend, centraal te verzamelen bij de evenementencoördinator.

     

    De evenementencoördinator houdt vervolgens in de gaten of het aantal of de aard van de klachten aanleiding geven tot het nemen van verdere maatregelen.

     

    De organisator van een feest wordt altijd op de hoogte gesteld van de klachten die bij de gemeente en de politie zijn ingediend.

  • 4.5

    Evaluatie

    Alleen de vergunningen die worden verleend aan de grote tentfeesten worden met regelmaat geëvalueerd door de politie en de gemeente.

     

    Bij de andere evenementen wordt alleen een evaluatiegesprek gevoerd als daar aanleiding toe bestaat. De aanleiding kan bestaan uit opmerkingen die de politie heeft, klachten die zijn ingediend, andere aanwijzingen bij de gemeente dat een evaluatie zinvol zou zijn en/of een behoefte die bij de organisatie zelf bestaat.

Hoofdstuk 5 Planologie

Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State van 13 april 2005 betreffende het Diepenheimse Schuttersfeest is gebleken dat voor zulke grote evenementen een planologische regeling getroffen dient te worden. Een dergelijke regeling kan bestaan uit het bestemmen van gebieden, locaties of bouwwerken als evenementenlocatie met of zonder beperkende voorschriften ofwel door ontheffing van het bestemmingsplan te verlenen. Tot de eerste mogelijkheid kan worden besloten bij een herziening van een bestemmingsplan. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dat per 1 juli 2008 in werking is getreden, biedt de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders in artikel 4.1.1 onder h, ontheffing te verlenen van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van evenementenlocaties en evenementenbouwwerken inclusief opbouw en afbouw, daar waar die jaarlijks terugkerende evenementen strijd met het bestemmingsplan opleveren.

 

Uit planologisch oogpunt kunnen evenementen worden onderverdeeld in drie typen. De jaarlijks terugkerende evenementen in de centrumgebieden, de jaarlijks terugkerende evenementen buiten de centrumgebieden of in het buitengebied en de incidentele evenementen.

 

Voor wat betreft de jaarlijks terugkerende evenementen in de centrumgebieden, zal een herziening van het bestemmingsplan niet noodzakelijk zijn. Ook zal geen gebruik hoeven te worden gemaakt van de ontheffingsmogelijkheid van het Bro, nu de huidige bestemmingsplannen reeds voorzien voor wat betreft de centrumdoeleinden in de mogelijkheid tot het houden van evenementen. De huidige bestemmingsplannen voorzien derhalve voor wat betreft de centrumdoeleinden reeds in de mogelijkheid tot het houden van evenementen.

 

De jaarlijks terugkerende evenementen buiten de centrumgebieden of in het buitengebied zullen worden opgenomen in het nog in voorbereiding zijnde integrale bestemmingsplan Buitengebied en eventuele andere bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen zullen deze locaties als evenementenlocatie worden bestemd. Aan de evenementenbestemming zullen voorschriften worden gesteld welke in overeenstemming zijn met de mogelijkheden die artikel 4.1.1. onder h Bro biedt. Deze voorschriften bevatten de beperking dat per locatie of bouwwerk maximaal drie evenementen per jaar voor maximaal 15 dagen per evenement worden toegestaan. Bij de vergunningverlening op grond van de APV zullen dan ook aan deze planologische voorschriften en beperkingen worden getoetst.

 

In het geval van incidentele evenementen zal het college van burgemeester en wethouders per geval beslissen om al dan niet een ontheffing op grond van artikel 4.1.1. onder h Bro te verlenen.