<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133391_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Emmen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Emmen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Emmen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zuid-Oosthoeker, dinsdag 1 april 2003.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 121</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Drank- en Horecawet, art. 23</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de kansspelen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Wet op het binnentreden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wetboek van Strafrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-03-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-06-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Emmen</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 maart 2003, nr.
                        41;</al><al/><al>gelet op de Gemeentewet (art. 121), de Drank- en Horecawet (art. 23), de Wet
                        op de kansspelen, de Algemene Wet op het binnentreden en het Wetboek van
                        Strafrecht;</al><al/><al>gezien het advies van de inspecteur, als bedoeld in artikel 1, eerste lid
                        van de Drank- en Horecawet;</al><al>gezien het advies van de Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Emmen;</al><al/><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al/><al>1. vast te stellen de navolgende Verordening Exploitatie Openbare
                        Inrichtingen met bijbehorende bijlagen A en B, inhoudende beleidsregels
                        inzake de bestuurlijke handhaving en de uitvoering van de Wet op de
                        kansspelen;</al><al>2. de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een
                        exploitatievergunning op basis van deze verordening vast te stellen op een
                        bedrag van € 65,--, nadien jaarlijks te indexeren;</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>I.</nr><titel>Definities.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel/></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>inrichting</onderstreept>:</al><lijst><li nr="1."><al>de inrichting bestaande uit één of meer lokaliteiten en
                                            horecalokaliteiten als bedoeld in artikel 1., lid 1, van
                                            de Drank- en Horecawet, met uitzondering van
                                            inrichtingen waar het slijtersbedrijf wordt
                                            uitgeoefend;</al></li><li nr="2."><al>een publiek toegankelijke besloten ruimte, bestaande uit
                                            één of meer lokaliteiten waar bedrijfsmatig of anders
                                            dan om niet, al dan niet –mede- door middel van een
                                            automaat, alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse
                                            en/of warme, direct voor consumptie geschikte eetwaren
                                            en/of rookwaren, al dan niet voor gebruik ter plaatse
                                            worden verstrekt met uitzondering van ruimten, waar de
                                            verstrekking geschiedt krachtens een vergunning of
                                            ontheffing ingevolge de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><onderstreept>ondernemer</onderstreept>: de natuurlijke persoon
                                    of rechtspersoon die een inrichting exploiteert;</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>leidinggevende</onderstreept>: de natuurlijke
                                    persoon (personen), of de natuurlijke persoon (personen) die
                                    bevoegd is (zijn) een rechtspersoon te vertegenwoordigen, van
                                    een inrichting als bedoeld in lid 1. sub 2.;</al></li><li nr="4."><al><onderstreept>onmiddellijk leidinggevende</onderstreept>: de
                                    natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de
                                    uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting als bedoeld in
                                    lid 1. sub 2.;</al></li><li nr="5."><al><onderstreept>sterke drank: </onderstreept>de drank, die bij een
                                    temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer
                                    volumeprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van
                                    wijn;</al></li><li nr="6."><al><onderstreept>zwak-alcoholhoudende drank:
                                    </onderstreept>alcoholhoudende drank, met uitzondering van
                                    sterke drank;</al></li><li nr="7."><al><onderstreept>alcoholvrije drank:</onderstreept> de drank die
                                    bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor minder dan
                                    een half volumeprocenten uit alcohol bestaat;</al></li><li nr="8."><al><onderstreept>speelautomaat:</onderstreept> als bedoeld in
                                    artikel 30. onder a. van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="9."><al><onderstreept>behendigheidsautomaat</onderstreept>:
                                    als bedoeld in artikel 30. onder b. van de Wet op de
                                    kansspelen;</al></li><li nr="10."><al><onderstreept>kansspelautomaat: </onderstreept>een
                                    speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is;</al></li><li nr="11."><al><onderstreept>hoogdrempelige inrichting:</onderstreept> een
                                    inrichting die zowel aan de in artikel 30. onder d. van de Wet
                                    op de kansspelen als de hierna onder lid 13. en 14. gestelde
                                    eisen voldoet;</al></li><li nr="12."><al><onderstreept>laagdrempelige inrichting: </onderstreept>als
                                    bedoeld in artikel 30. onder e. van de Wet op de
                                    kansspelen;</al></li><li nr="13."><al><onderstreept>cafébedrijf: </onderstreept>een inrichting als
                                    bedoeld in artikel 30. lid d. onder 20 van de Wet op de
                                    kansspelen en waar, naast het gestelde in artikel 2. van het
                                    Speelautomatenbesluit 1999, geen andere activiteiten
                                    plaatsvinden die op zichzelf staan of in samenhang met andere
                                    activiteiten een zelfstandige betekenis kan worden
                                    toegekend;</al></li><li nr="14."><al><onderstreept>restaurantbedrijf: </onderstreept>een inrichting
                                    als bedoeld in artikel 30. onder d. onder 20 van de Wet op de
                                    kansspelen en waar geen andere activiteiten plaatsvinden dan het
                                    verstrekken van maaltijden en de daarbij behorende
                                    alcoholhoudende dranken en alcoholvrije dranken, waarbij de
                                    maaltijden onder andere moeten bestaan uit de volgende drie,
                                    niet met elkaar gemengde, bestanddelen: vlees, vis, gevogelte of
                                    wild (eventueel te vervangen door andere bestanddelen, in geval
                                    van een vegetarisch restaurant), groente, rijst, aardappelen of
                                    meelspijzen, waarbij de openingsuren van de inrichting
                                    aansluiten op de openingsuren van de keuken;</al></li><li nr="15."><al><onderstreept>Awb: </onderstreept>Algemene Wet
                                    Bestuursrecht;</al></li><li nr="16."><al><onderstreept>Wet Bibob: </onderstreept>Wet bevordering van
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>II.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Bepalingen inzake de vergunningverlening ex artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 4. van deze verordening bedoelde vergunningen
                                    dienen door de leidinggevende schriftelijk te worden aangevraagd
                                    door middel van de door de burgemeester vastgestelde
                                    formulieren.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag om vergunning moeten de in deze verordening
                                    genoemde bescheiden, alsmede die bescheiden die in de onder lid
                                    1. genoemde formulieren worden gevraagd, worden overgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Indien de leidinggevende de in het eerste en tweede lid bedoelde
                                    formulieren niet volledig heeft ingevuld dan wel niet alle
                                    daarin gevraagde gegevens heeft verstrekt dan wordt de
                                    belanghebbende of diens gemachtigde door of namens de
                                    burgemeester in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de
                                    aanvraag aan te vullen of alsnog de gevraagde gegevens te
                                    verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>Artikel 4:5., lid 2 van de Awb is overeenkomstig van toepassing
                                    met dien verstande dat de aanvrager 4 weken de tijd krijgt om de
                                    aanvraag aan te vullen met een vertaling.</al></li><li nr="5."><al>Bij het indienen van een aanvraag moet een bij de
                                    legesverordening vastgesteld bedrag worden voldaan.</al></li><li nr="6."><al>Indien de leidinggevende de in het eerste en tweede lid bedoelde
                                    formulieren niet volledig heeft ingevuld dan wel niet alle
                                    daarin gevraagde gegevens heeft verstrekt of het in lid 5.
                                    bedoelde bedrag niet heeft voldaan besluit de burgemeester dat
                                    de aanvraag niet in behandeling wordt genomen. Artikel 4:5 van
                                    de Awb is hierbij overeenkomstig van toepassing.</al></li><li nr="7."><al>Ten aanzien van het voornemen om het verzoek om vergunning of
                                    ontheffing geheel of gedeeltelijk af te wijzen, stelt de
                                    burgemeester de leidinggevende in de gelegenheid binnen 2 weken
                                    na schriftelijke mededeling daarvan, om zijn zienswijze naar
                                    voren te brengen. Artikel 4:7 van het Awb is hierbij
                                    overeenkomstig van toepassing.</al></li><li nr="8."><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>III</nr><titel>Beperking verstrekken alcoholhoudende drank</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Beperking verstrekken alcoholhoudende drank</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor een
                                                inrichting:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>die of in gebruik is bij, een rechtspersoon niet
                                                zijnde een naamloze vennootschap of besloten
                                                vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een
                                                organisatie of instelling die zich richt op
                                                activiteiten van recreatieve, sportieve,
                                                sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke
                                                of godsdienstige aard;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>of waarvan de omzet van de exploitatie van de
                                                inrichting voor meer dan 50 procent bestaat uit
                                                snacks zoals belegde- en/of shoarmabroodjes, patates
                                                frites en kroketten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3.</al></entry><entry colname="col3"><al>of die in gebruik is bij een jeugdorganisatie of
                                                –instelling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>4.</al></entry><entry colname="col3"><al>of die in gebruik is als wachtruimte van passagiers
                                                van een openbaar vervoersbedrijf </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>alleen vergunning verlenen, als bedoeld in artikel
                                                3. van de Drank- en Horecawet, tot het verstrekken
                                                van zwak alcoholische drank.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing
                                                verlenen tot het verstrekken en aanwezig hebben van
                                                sterke drank ten aanzien van horecabedrijven als
                                                bedoeld in lid 1. indien er sprake is van een
                                                bijzondere omstandigheid en gewichtige belangen
                                                daartoe aanleiding geven en door het verlenen van de
                                                ontheffing de doelstelling van dit artikel blijft
                                                gehandhaafd en naar het oordeel van het bevoegd
                                                gezag de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid
                                                of de leef- en/of woonsituatie in de naaste omgeving
                                                niet op ontoelaatbare wijze nadelig zal worden
                                                beïnvloed.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>IV.</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    inrichting als bedoeld in artikel 1., lid 1., sub 1. te
                                    exploiteren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    inrichting als bedoeld in artikel 1., lid 1., sub 2. te
                                    exploiteren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan alleen een vergunning verlenen voor het
                                    aanwezig hebben van speelautomaten in een inrichting als bedoeld
                                    in artikel 1., lid 11. en 12.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvragen van een vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1.
                                    en 2.. dienen in ieder geval te worden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een bewijs van inschrijving bij de Kamer van
                                            Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven uiterlijk
                                            drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag
                                            wordt ingediend;</al></li><li nr="c."><al>een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de
                                            leidinggevende gerechtigd is over de inrichting te
                                            beschikken;</al></li><li nr="d."><al>de volledig ingevulde formulieren als bedoeld in artikel
                                            2., lid 1. en 2. en onder bijvoeging van de daarin
                                            gevraagde bescheiden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien naast de leidinggevende nog een andere persoon of
                                    personen onmiddellijk leidinggevende is/zijn dan dient via het
                                    aanvraagformulier te worden aangetoond dat de onmiddellijk
                                    leidinggevende(n) ook daadwerkelijk in dienst is/zijn, waarbij
                                    tevens een loonovereenkomst moet worden overgelegd waaruit
                                    blijkt dat de leidinggevende(n) ook daadwerkelijk als zodanig in
                                    de inrichting werkzaam zal (zullen) zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel
                                    4., lid 2. dient de inrichting te voldoen aan het gestelde in
                                    het “Besluit eisen inrichtingen Drank-en Horecawet”;</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan van het bepaalde in lid 1 ontheffing
                                    verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Eisen zedelijk gedrag</titel></kop><al>Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2.
                            moeten de leidinggevende en onmiddellijk leidinggevende voldoen aan het
                            in de volgende leden bepaalde:</al><lijst><li nr="1."><al>zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag
                                    zijn;</al></li><li nr="2."><al>onverminderd het gestelde onder 1. mag er geen sprake zijn van
                                    een situatie als bedoeld in het “Besluit eisen zedelijk gedrag
                                    Drank en Horecawet 1999”;</al></li><li nr="3."><al>zij mogen niet onder curatele staan dan wel uit de ouderlijke
                                    macht of voogdij ontzet zijn;</al></li><li nr="4."><al>de leidinggevende en de onmiddellijk leidinggevende van
                                    inrichtingen moeten de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeren vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt geweigerd
                                    indien de inrichting niet voldoet aan het gestelde in het
                                    “Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet”;</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2. of een
                                    ontheffing als bedoeld in artikel 6., lid 2. wordt geweigerd
                                    indien de vestiging of de exploitatie van de inrichting in
                                    strijd is met een geldend bestemmingsplan;</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2. of een
                                    ontheffing als bedoeld in artikel 6., lid 2. wordt geweigerd
                                    indien naar het oordeel van de burgemeester de leef- en/of
                                    woonsituatie in de naaste omgeving en/of de openbare orde,
                                    veiligheid of zedelijkheid op ontoelaatbare wijze nadelig zal
                                    worden beïnvloed, met dien verstande dat het hier gestelde niet
                                    van toepassing is indien en voor zover artikel 13b Opiumwet van
                                    toepassing is.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2. kan ten
                                    hoogste 5 jaar worden geweigerd indien de vergunning ten aanzien
                                    van de daarbij bedoelde inrichting is ingetrokken op grond van
                                    artikel 12., lid 6.</al></li><li nr="5."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4. wordt geweigerd indien
                                    niet wordt voldaan aan de in artikel 7. gestelde eisen.</al></li><li nr="6."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2. en de
                                    ontheffing als bedoeld in artikel 6., lid 2. kan worden
                                    geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in
                                    artikel 7. van de Wet Bibob.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Overige weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt bovendien
                            geweigerd indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
                            onmiddellijk leidinggevende tevens een functie buiten de inrichting
                            vervult met gelijke werkzame uren elders en/of waarbij door het aantal
                            werkzame uren en reistijd in totaliteit het redelijkerwijs fysiek niet
                            mogelijk is om als zodanig op te treden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Eisen inhoud vergunning</titel></kop><al>In een vergunning als bedoeld in artikel 4. wordt vermeld:</al><lijst><li nr="1."><al>de plaats waar de inrichting zich bevindt;</al></li><li nr="2."><al>de lokaliteiten van de inrichting waarvoor de vergunning geldt
                                    alsmede de oppervlakte van deze lokaliteiten;</al></li><li nr="3."><al>de leidingevende(n), de onmiddellijk leidinggevende(n).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Wijziging inrichting</titel></kop><al>Indien een in een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2.
                            aangewezen lokaliteit van een inrichting zodanige veranderingen heeft
                            ondergaan, dat zij, terwijl nog wordt voldaan aan de ingevolge artikel
                            8., lid 1. gestelde eisen, niet langer beantwoordt aan de in de
                            vergunning gegeven omschrijving moet de vergunninghouder voor het in
                            exploitatie nemen van deze gewijzigde lokaliteit een vergunning
                            aanvragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Intrekken van een vergunning/ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2. of
                                    ontheffing als bedoeld in artikel 6., lid 2. wordt ingetrokken
                                    indien voor het verkrijgen daarvan verstrekte gegevens zodanig
                                    onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere
                                    beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de
                                    juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
                                    ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan het gestelde in
                                    het “Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet” en aan de
                                    in artikel 7. gestelde eisen;</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
                                    ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een
                                    in de vergunning genoemde leidinggevende of onmiddellijk
                                    leidinggevende niet meer als zodanig werkzaam is;</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
                                    ingetrokken indien een in de vergunning genoemde onmiddellijk
                                    leidinggevende een functie buiten de inrichting vervult;</al></li><li nr="5."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
                                    ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een
                                    niet in de vergunning vermeld persoon leidinggevende of
                                    onmiddellijk leidinggevende is geworden;</al></li><li nr="6."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. wordt
                                    ingetrokken indien zich ten aanzien van de inrichting feiten
                                    hebben voorgedaan, die naar oordeel van de burgemeester de vrees
                                    wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou
                                    kunnen opleveren voor de leef- en/of woonsituatie;</al></li><li nr="7."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
                                    ingetrokken indien zich naar het oordeel van de burgemeester ten
                                    aanzien daarvan feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen
                                    dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou kunnen
                                    opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid
                                    en/of de leef- en/of woonsituatie;</al></li><li nr="8."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
                                    ingetrokken met inachtneming van het gestelde in artikel 4:8 van
                                    de Awb, indien de leidinggevende, in de in artikel 11. bedoelde
                                    situatie, niet voor het in exploitatie nemen van de gewijzigde
                                    of het gewijzigde onderdeel van de inrichting een verzoek als
                                    bedoeld in dat artikel heeft gedaan;</al></li><li nr="9."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4. of een ontheffing als
                                    bedoeld in artikel 6., lid 2. wordt ingetrokken indien niet
                                    langer wordt voldaan aan de in deze verordening gestelde
                                    verboden, beperkingen of voorschriften of de in de vergunning of
                                    ontheffing gestelde beperkingen of voorschriften;</al></li><li nr="10."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4. of een ontheffing als
                                    bedoeld in artikel 6., lid 2. kan worden ingetrokken in het
                                    geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 7. van de
                                    Wet Bibob.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2. vervalt
                            wanneer:</al><al>- sedert haar verlening een periode van vier jaar is verstreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Opschortende werking bij overlijden</titel></kop><al>Het overlijden van de vergunninghouder heeft ten aanzien van het
                            gestelde in artikel 12. lid 3. en 5. een opschortende werking van 6
                            maanden na dat overlijden, of indien binnen die termijn een aanvraag om
                            een nieuwe vergunning voor het uitoefenen van hetzelfde bedrijf in
                            dezelfde inrichting is ingediend, totdat de beslissing op die aanvraag
                            onherroepelijk is geworden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>V</nr><titel>Bepalingen inzake speelautomaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aanwezigheidsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan een aanwezigheidsvergunning verlenen voor het
                            plaatsen van speelautomaten:</al><lijst><li nr="a."><al>in hoogdrempelige inrichtingen voor maximaal twee
                                    speelautomaten;</al></li><li nr="b."><al>in laagdrempelige inrichtingen voor maximaal twee
                                    behendigheidsautomaten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet
                                    van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwezigheidsvergunning kan uitsluitend worden gesteld ten
                                    name van de ondernemer en is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="2."><al>In de aanwezigheidsvergunning wordt de naam van de exploitant
                                    van de inrichting alsmede het adres van de inrichting, waar de
                                    speelautomaat staat opgesteld, vermeld.</al></li><li nr="3."><al>De aanwezigheidsvergunning kan worden verleend voor een periode
                                    van maximaal twee jaar, welke samenvalt met het
                                    kalenderjaar.</al></li><li nr="4."><al>Indien een aanwezigheidsvergunning in de loop van een
                                    kalanderjaar wordt aangevraagd en verleend, geldt deze voor de
                                    rest van dat jaar en het volgende kalenderjaar;</al></li><li nr="5."><al>Er mogen alleen speelautomaten worden opgesteld, welke in
                                    eigendom toebehoren aan personen, die in het bezit zijn van de
                                    exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 30h, eerste lid,
                                    van de Wet op de kansspelen.</al></li><li nr="6."><al>De speelautomaten moeten zodanig in de inrichting worden
                                    opgesteld dat de ondernemer/leidinggevende/onmiddellijk
                                    leidinggevende van de inrichting van achter</al></li><li nr="7."><al>de bar, tap of toonbank, direct zicht heeft op de
                                    speelautomaten. De opstelplaats moet voor een ieder zichtbaar en
                                    toegankelijk zijn.</al></li><li nr="8."><al>Middellijke of onmiddellijke uitbetaling door middel van
                                    behendigheidsautomaten mag niet plaatsvinden.</al></li><li nr="9."><al>Op of aan de speelautomaat dient een waarschuwing te worden
                                    opgenomen tegen gokverslaving en overige risoco’s van overmatig
                                    gokken. De plaats en de vorm van deze waarschuwing dient te
                                    voldoen aan door de burgemeester te stellen eisen.</al></li><li nr="10."><al>De aanwezigheidsvergunning dient in de inrichting aanwezig te
                                    zijn.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>VI.</nr><titel>Handhavingsbevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Algemene handhaving</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan gelet op de handhaving van de in deze verordening
                            gestelde regels, bepalingen en voorschriften, krachtens artikel 125 van
                            de Gemeentewet juncto 5:21 en 5:32 van de Awb, respectievelijk
                            bestuursdwang toepassen dan wel een dwangsom opleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht, als bedoeld in artikel 5:11 van de Awb, op de naleving
                            van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door
                            het bevoegd gezag aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Opsporingsambtenaren</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 25. strafbaar gestelde feiten is, naast
                            de in artikel 141. van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het bevoegd gezag met
                            de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor
                            zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld en voor
                            zover zij krachtens artikel 142. lid 1. van het Wetboek van
                            Strafvordering opsporingsbevoegdheid hebben gekregen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verplichting tot het aanwezig hebben van bescheiden</titel></kop><al>De leidinggevende, de onmiddellijk leidinggevende of ondernemer van een
                            krachtens deze verordening verleende vergunning, ontheffing of
                            toestemming is verplicht deze in de inrichting aanwezig te hebben en op
                            eerste vordering van degenen, die belast zijn met het toezicht of de
                            opsporing van overtredingen van deze verordening terstond aan deze ter
                            inzage af te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Verstrekken gegevens</titel></kop><al>Het is verboden ter zake van een aanvraag om vergunning of ontheffing of
                            aanwijzing onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Strafbaarstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                                    wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of
                                    geldboete van de tweede categorie. Overtreding van het bij of
                                    krachtens deze verordening bepaalde kan bovendien worden
                                    gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet ten aanzien van
                                    overtredingen die in de Wet op de Economische Delicten en het
                                    Wetboek van Strafrecht strafbaar zijn gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het
                                    verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van haar
                                    publicatie.</al></li><li nr="2."><al>Zij kan worden aangehaald als: Verordening Exploitatie Openbare
                                    Inrichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Bijzonderheden inzake inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het inwerking treden van deze verordening vervalt de Drank-
                                    en Horecaverordening, vastgesteld door de raad op 27 januari
                                    2000.</al></li><li nr="2."><al>Bij het inwerking treden van deze verordening vervalt de
                                    Verordening op de kans- en behendigheidsspelen, vastgesteld door
                                    de raad op 22 juni 2000.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen, ontheffingen en verloven, verleend krachtens de
                                    bepalingen genoemd in de in de vorige leden aangehaalde
                                    verordeningen blijven gelden tot zij ingetrokken of vervallen
                                    zijn.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 27 maart
                        2003,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>