<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR133203_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel WMBVEO Westland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Westland, 26-01-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel WMBVEO Westland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukXI/Artikel172a/geldigheidsdatum_27-01-2012">Gemeentewet, art. 172a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukXI/Artikel172b/geldigheidsdatum_27-01-2012">Gemeentewet, art. 172b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk4/Titel43/Artikel481/geldigheidsdatum_27-01-2012">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gbw 2012, 03</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel WMBVEO Westland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De burgemeester van Westland,</al><al>Overwegende dat:</al><al>- het tegengaan van (jeugd-)overlast één van de speerpunten in het Westlands Veiligheidsbeleid is;</al><al>- met  de komst van de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en  Ernstige Overlast artikel 172a en 172b van de Gemeentewet zijn  aangepast;</al><al>- deze  aanpassing de burgemeester extra bevoegdheden geeft voor de aanpak van  ernstige overlast en het handhaven van de openbare orde;</al><al>- voor de toepassing van artikel 172a en artikel 172b Gemeentewet een beleidsregel noodzakelijk.</al><al>Gelet op de artikelen 172a en 172b Gemeentewet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;</al><al>Besluit vast te stellen:</al><al>Bij het opleggen van een groepsverbod, gebiedsverbod of meldingsplicht deze als volgt toe te passen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>1. Groepsverbod</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een overlastgever krijgt het bevel zich niet op te houden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente met drie of meer personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een bepaald gebied noodzakelijk wordt geacht, wordt ook dit gebied aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De maatregel wordt uitgebreid ten nadele van betrokkene of verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. In beginsel wordt een groepsverbod verlengd indien de maatregel voor de eerste keer wordt overtreden. De maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten en omstandigheden er voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens drie maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>2. Gebiedsverbod</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een overlastgever krijgt het bevel zich niet te bevinden in of in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente. Indien dit noodzakelijk is, wordt een looproute aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een bepaald gebied noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De maatregel kan worden uitgebreid ten nadele van betrokkene of verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. De maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten en omstandigheden er voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens drie maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>3. Meldingsplicht door de burgemeester van Westland</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de persoon die voor de tweede maal een gebiedsverbod overtreedt, een persoon bij de eerste overtreding van het gebiedsverbod een leidende rol heeft gehad of bij een evenement kan een meldingsplicht worden opgelegd. De tijdstippen en plaats worden nader, per individueel geval, bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De meldingsplicht wordt opgelegd voor drie maanden, dan wel de duur van het evenement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in de gemeente waar betrokkene woonachtig is, tenzij de aard van de omstandigheden zich hiertegen verzet. Hiervan is onder meer sprake als de burgemeester van de plaats waar de persoon woont geen toestemming heeft gegeven voor de melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester legt pas een meldingsplicht op als vooraf afstemming heeft plaatsgevonden met de korpschef van de politie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>4. Intergemeentelijke meldingsplicht (verzoek van andere gemeenten)</label></kop><al>De burgemeester van een andere gemeente kan een meldingsplicht opleggen aan een inwoner van Westland. Pas als de politie Haaglanden, bureau Westland akkoord is met uitvoering van de meldingsplicht, geeft de burgmeester van Westland toestemming. De politie kan ook mondeling akkoord gaan met de uitvoering van de meldingsplicht.</al></artikel><artikel><kop><label>5. Uitreiken voornemen tot opleggen bevel</label></kop><al>Aan de betrokkene wordt een schriftelijk voornemen tot het opleggen van een bevel uitgereikt of via aangetekende post verzonden. De keuze hiervoor wordt per situatie bepaald. Uitreiken van het voornemen wordt gedaan door een boa of politieambtenaar. Hierover worden per situatie afspraken gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>6. Zienswijze</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om, binnen een week na uitreiking van het voornemen, (schriftelijk) een zienswijze in te dienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht wordt van de mogelijkheid tot het horen van belanghebbenden afgeweken indien de vereiste spoed zich hiertegen verzet en het beoogde doel niet wordt bereikt indien de belanghebbende van tevoren in kennis is gesteld. Dit kan het geval zijn bij evenement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>7. Bekendmaking / opleggen bevel (eventueel ook verlenging)</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het besluit wordt aan de betrokkene per aangetekende post gezonden. In sommige situaties kan het noodzakelijk zijn om het besluit persoonlijk uit te reiken. Dit wordt gedaan door een boa of politieambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod treedt in werking nadat het besluit is uitgereikt of verzonden. De gedragingen en aanwijzingen waarop het bevel is gebaseerd, worden in het besluit opgenomen. Bij een meldingsplicht worden ook de tijden en de plaats waar de betrokkene zich moet melden, vermeld. Ook wordt een kopie van het besluit afgegeven op de locatie waar de betrokkene zich moet melden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>8. Informatie-uitwisseling (onder meer samenloopregeling)</label></kop><al>De burgemeester informeert het Openbaar Ministerie als een maatregel wordt voorbereid en opgelegd. In de driehoek wordt één keer per jaar gerapporteerd over het aantal opgelegde maatregelen en eventuele bezwaarschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>9.Citeertitel</label></kop><al>De beleidsregel wordt aangehaald als:</al><al>"Beleidsregel WMBVEO Westland"</al></artikel><artikel><kop><label>10. Bekendmaking en inwerkingtreding</label></kop><al>Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld op 16 januari 2012 </ondertekening><ondertekening>De burgemeester van Westland</ondertekening><ondertekening>J.van der Tak</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de beleidsregels WMBVEO Westland</label></kop><al><vet>1.Inleiding</vet></al><al/><al>Sinds  1 september 2010 is de wet 'maatregelen bestrijding voetbalvandalisme  en ernstige overlast' (WMBVEO) één van de instrumenten om overlast in  een gemeente te bestrijden. De WMBVEO is geen zelfstandige wet, maar een  wijziging van artikel 172a en 172b van de Gemeentewet, artikel 141a en  184a van het Wetboek van Strafrecht en artikel 509hh van het Wetboek van  Strafvordering.</al><al/><al>De  wet geeft de burgemeester extra bevoegdheden voor het handhaven van de  openbare orde in relatie tot ernstige structurele overlast van groepen  en individuen. Met de komst van deze wet heeft de burgemeester meer  mogelijkheden om preventief in te grijpen bij ordeverstorend gedrag.</al><al/><al><vet>2.Juridisch kader</vet></al><al/><al>De  burgemeester heeft, met de komst van de WMBVEO, nieuwe middelen tot  zijn beschikking om overlast tegen te gaan. Deze middelen zijn een  aanvulling op de reeds bestaande mogelijkheden in de APV en de  Gemeentewet. Voor het aanwenden van de nieuwe bevoegdheden gelden  voorwaarden. Ook is een goede begripsbepaling en definiëring van belang.</al><al/><al><vet>2.1 Nieuwe bevoegdheden burgemeester</vet></al><al/><al>Zoals  aangegeven zijn de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet aangepast.  De aanpassingen geven de burgemeester de mogelijkheid om aan een  persoon, die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde  heeft verstoord of daarbij een leidende rol heeft gehad. Bij ernstige  vrees voor verdere verstoring van de openbare orde. Een maatregel op te  leggen in de vorm van een gebiedsverbod, groepsverbod of meldingsplicht.</al><al/><al>Op  grond van artikel 172b Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om aan  een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die  herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord en de  leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt, bij ernstige vrees voor  verdere verstoring van de openbare orde een bevel te geven, zorg te  dragen dat de minderjarige:</al><al>- zich niet ophoudt in bepaalde delen van de gemeente, zonder begeleiding van die persoon die gezag over hem of haar uitoefent;</al><al>- zich  tussen 20.00 uur 's avonds en 06.00 uur 's ochtends niet bevindt op  voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt  begeleid door de persoon die het gezag over hem of haar uitoefent.
</al><al> </al><al><vet>2.2 Samenhang met overige bevoegdheden uit de APV</vet></al><al/><al>De  nieuwe bevoegdheden op grond van de WMBVEO worden ingezet op het moment  dat de maatregelen op grond van de APV niet genoeg effect hebben en er  geen sprake is van een acute situatie. In het laatste geval kan de  burgemeester gebruik maken van zijn noodbevoegdheden op grond van de  Gemeentewet. De nieuwe bevoegdheden zijn dus een aanvulling op de  bestaande bevoegdheden van de burgemeester. Deze zijn geregeld in:</al><al>- artikel 2:1 APV: Samenscholing en ongeregeldheden;</al><al>- afdeling 11 APV: Maatregelen tegen overlast en baldadigheid;</al><al>- afdeling 15 APV: Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen;</al><al>- artikel 172, lid 3 Gemeentewet: noodbevel.</al><al/><al><vet>2.3 Voorwaarden voor het aanwenden van de bevoegdheden 172a/b Gemeentewet</vet></al><al/><al>Als  de burgemeester gebruik wil maken van de bevoegdheden op grond van  artikel 172a en 172b Gemeentewet moet aan een aantal voorwaarden voldaan  zijn.</al><al>- Er moet sprake zijn van herhaaldelijke verstoring van de openbare orde;</al><al>- er moet ernstige vrees zijn voor verdere verstoring van de openbare orde;</al><al>- de  overlast moet worden gepleegd door leden van een groep of een  individuele ordeverstoorder, dan wel een persoon die bij groepsgewijze  overlast een leidende rol had.</al><al/><al>En bij 12-minners alleen wanneer er sprake is van groepsgewijze orde verstorende gedragingen.</al><al/><al><vet>2.4 Begripsbepalingen en definities</vet></al><al>Voor  de toepassing van de WMBVEO is een het definiëren van begrippen van  belang. Daarom volgt hierna een definiëring van de belangrijkste  begrippen uit de WMBVEO.</al><al/><al><vet>2.4.1 Ordeverstorende gedragingen</vet></al><al/><al>Er  is geen wettelijke definitie van het begrip 'ordeverstorende  gedragingen'. Wel is duidelijk dat het gaat om gedragingen die de  normale gang van zaken op openbare plaatsen verstoren. </al><al/><al>Strafbare  gedragingen en overtredingen van de APV zijn in ieder geval  ordeverstorende gedragingen. Daarnaast wordt bij de toepassing van de  WMBVEO onder ordeverstorende gedragingen onder andere verstaan:</al><al>- het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen;</al><al>- joelen;</al><al>- naroepen;</al><al>- bespugen;</al><al>- intimiderend overkomen;</al><al>- wildplassen;</al><al>- plakken en kladden;</al><al>- hinderlijk drankgebruik;</al><al>- ingooien van ruiten;</al><al>- het aanbrengen graffiti;</al><al>- openbare dronkenschap;</al><al>- schelden;</al><al>- vernielingen;</al><al>- wet Mulder feiten.</al><al/><al>Of  sprake is van ordeverstoring verschilt per situatie en is afhankelijk  van de intensiteit van de gedragingen. Hierbij wordt in ieder geval  gekeken naar de leeftijd van de ordeverstoorder. De reden daarvoor is,  dat iemand bij overtreding van een opgelegde maatregel een strafblad  krijgt. Van oudere personen mag verwacht worden, dat deze de  consequenties hiervan kunnen overzien. De wet wordt bij deze personen  direct toegepast.</al><al/><al>Gekozen is voor een indeling in drie categorieën, te weten:</al><al>- 12-minners;</al><al>- 12 tot 24 jaar;</al><al>- 24 jaar en ouder.</al><al/><al><vet>2.4.1.1 Categorie 12-minners</vet></al><al/><al>In  geval van jeugdoverlast of overlast door 12-minners moet een zwaardere  afweging worden gemaakt of sprake is van kindgedrag of daadwerkelijk  ordeverstorend gedrag. Joelen, stoeien en "belletje trekken" worden in  dat geval in beginsel niet aangemerkt als ordeverstorende gedragingen.</al><al/><al><vet>2.4.1.2 Categorie 12 tot 24 jaar</vet></al><al/><al>Jongeren  (tot 24 jaar) moeten zich ten minste twee keer schuldig hebben gemaakt  aan overlast gerelateerde (strafbare) feiten. Daarbij worden de wet  Mulder feiten alleen meegenomen als deze overtredingen een onevenredige  druk leggen op de openbare orde in een bepaald gebied. Denk hierbij aan  het rijden met een scooter over de stoep.</al><al/><al><vet>2.4.2 Herhaaldelijk</vet></al><al/><al>Herhaaldelijk  wil zeggen "meer dan eens", zo stelt de Van Dale. Een persoon moet dus  meer dan één keer de openbare orde verstoord hebben. Om te kunnen  spreken van herhaaldelijk moeten de gedragingen binnen een afzienbare  tijd plaatsvinden. Of er sprake is van een afzienbare tijd is  afhankelijk van de context waarin de gedragingen plaats vonden.</al><al/><al>Bij  evenementen, ook de jaarwisseling wordt in dit geval beschouwd als een  evenement, is een termijn van 13 maanden redelijk, omdat de activiteiten  meestal jaarlijks plaatsvinden. Bij evenementen die meerdere keren per  jaar plaatsvinden, kan sprake zijn van een kortere termijn. Voor  overlast in een bepaalde wijk wordt een termijn van 6 maanden als  redelijk gezien. Per geval wordt bepaald wat een redelijke termijn is.</al><al/><al>Er  is in ieder geval geen sprake van herhaaldelijke ordeverstoringen als  deze langer dan 13 maanden geleden plaatsvonden. In die gevallen blijft  handhaving op grond van de APV mogelijk.</al><al/><al>In  bijzondere situaties kan de burgemeester eerder overgaan tot het  toepassen van de bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 172a Gemeentewet.  Dit besluit moet in dat geval goed gemotiveerd en met feiten onderbouwd  zijn. </al><al/><al><vet>2.4.3 Ernstige vrees</vet></al><al>Om  te kunnen spreken van "ernstige vrees" moeten er duidelijke  aanwijzingen zijn, dat de ordeverstoorder zijn ordeverstorende gedrag  voort zal zetten als niet wordt ingegrepen. Deze aanwijzingen kunnen  worden afgeleid uit het gedrag van de ordeverstoorder in de afgelopen 13  maanden. Daarnaast kunnen verklaringen van betrokkenen, signalen of  verwachtingen en overige voorzienbare omstandigheden aanwijzingen zijn. </al><al/><al>Er  moeten duidelijke aanwijzingen zijn dat de ordeverstoorder zijn  ordeverstorende gedrag zal voortzetten als niet wordt ingegrepen. De  aanwijzingen kunnen worden afgeleid uit het gedrag van de  ordeverstoorder in de afgelopen periode, maximaal 13 maanden. Als een  persoon zich bij voortduring heeft schuldig gemaakt aan het verstoren  van de openbare orde en uit zijn of haar dossier blijkt dat die persoon  al meerdere keren is aangesproken op zijn of haar gedrag, dan zou  daaruit ernstige vrees kunnen worden afgeleid. De ernstige vrees bestaat  dan, dat deze persoon zijn of haar ordeverstorende gedrag niet op eigen  initiatief of met 'zachte' drang zal stoppen.</al><al/><al><vet>2.4.4 Groepsgerelateerde gedragingen en leidende rol</vet></al><al/><al>De  burgemeester kan een maatregel opleggen aan een persoon als deze zelf  de orde verstoord, individueel of in groepsverband of wanneer deze  daarbij een leidende rol vervult. </al><al/><al>Er  is sprake van een groep bij drie of meer personen waar de overlastgever  onderdeel van uitmaakt. Iemand vervult een leidende rol binnen een  groep als deze persoon anderen aanzet tot ongewenst gedrag dat de  openbare orde verstoort. Of iemand een leidende rol vervult, kan worden  opgemaakt uit het gedrag. Het benaderen van anderen, het leggen van  contact tussen leden van de groep, initiatief nemen, een  vertrouwensrelatie en/of gezag hebben, zijn aanwijzingen dat sprake is  van een leidinggevende rol. Ook kan de leidinggevende rol worden  afgeleid uit verklaringen van getuigen of leden van de groep. Of sprake  is van een leidinggevende rol kan per situatie verschillen. </al><al/><al>Een  persoon met een leidinggevende rol hoeft niet deel te nemen aan de  ordeverstorende gedragingen, maar neemt wel het initiatief en zet  anderen aan tot het verstoren van de openbare orde.</al><al/><al><vet>2.4.5 Groepsverbod</vet></al><al/><al>Als  iemand herhaaldelijk de orde heeft verstoord en dit in groepsverband  plaatsvond, zal aan die persoon een groepsverbod worden opgelegd. Een  groepsverbod houdt in dat iemand zich niet in een bepaald gebied mag  bevinden met drie of meer personen.</al><al/><al>In bijzondere situaties kan het noodzakelijk zijn om direct een gebiedsverbod op te leggen.</al><al/><al><vet>2.4.6 Gebiedsverbod</vet></al><al/><al>Bij  herhaaldelijke, individuele ordeverstoringen wordt aan die persoon een  gebiedsverbod opgelegd. Na het opleggen van deze maatregel mag de  persoon zich niet in een bepaald gebied bevinden.</al><al/><al>In bijzondere situaties kan het noodzakelijk zijn om direct een meldingsplicht op te leggen.</al><al/><al><vet>2.4.7 Meldingsplicht</vet></al><al/><al>Een  meldingsplicht komt in beeld wanneer iemand moet worden weggehouden van  een bepaalde locatie op bepaalde tijdstippen. Een meldingsplicht is een  ernstige inbreuk op de privacy. Het is een zwaarder middel van een  groepsverbod of gebiedsverbod. Aan het opleggen van een meldingsplicht  worden daarom zwaardere eisen gesteld.</al><al/><al>Als  iemand een gebiedsverbod overtreedt, wordt aan die persoon een  meldingsplicht opgelegd. In bijzondere situaties kan het noodzakelijk  zijn om direct een meldingsplicht op te leggen.</al><al/><al>De  burgemeester van een andere gemeente kan aan een inwoner van Westland  een meldingsplicht opleggen. De burgemeester van de andere gemeente  verzoekt dan de burgemeester van Westland om deze meldingsplicht uit te  voeren. In de praktijk betekent dit dat de persoon aan wie de  meldingsplicht is opgelegd zich op een bepaald tijdstip moet melden op  een locatie in Westland.</al><al/><al>De  locatie van de melding wordt afhankelijk van de casus bepaald. Denkbare  locaties zijn het politiebureau, een gemeentekantoor, de reclassering,  Bureau Jeugdzorg, zorginstellingen enz. In veel gevallen is het  politiebureau de meest logische keuze vanwege de ruime openingstijden en  locatie.</al><al/><al>Bij melding op het politiebureau of een andere locatie, is het volgende van belang:</al><al/><al>De dagelijkse bedrijfsvoering moet zo min mogelijk worden gehinderd;</al><al/><al>er mag bij de registratie geen sprake zijn van een onevenredige administratieve belasting;</al><al/><al>er moet zo veel mogelijk aansluiting zijn bij de bestaande bedrijfsprocessen;</al><al/><al>bij de feitelijke melding moet (zeker in het geval van grotere groepen) vermenging met overige bezoekers worden vermeden.</al><al/><al>De meldingen worden geregistreerd. Daarbij worden tijdstip, locatie en registrant genoteerd.</al><al/><al><vet>2.5 Context van de gedragingen (beschrijving toepassingsgebieden)</vet></al><al/><al>Bij  een juiste toepassing van de bevoegdheden is de context waarin de  gedragingen plaatsvonden erg belangrijk. De context is tevens bepalend  voor de subsidiariteit en proportionaliteit van de maatregel.</al><al/><al><vet>2.5.1 Overlast in wijken</vet></al><al/><al>De  maatregelen zijn goed toepasbaar bij de bestrijding van overlast door  onder andere (jeugd-)groepen en veel-plegers. Deze activiteiten hebben  vaak een aanzuigende werking op allerlei vormen van criminaliteit. Het  (herhaaldelijk) verstoren van de openbare orde in wijken heeft gevolgen  voor de veiligheid en leefbaarheid van die wijken.</al><al/><al>De  overlast wordt vaak veroorzaakt door een beperkt aantal, duidelijk  aanwijsbare, personen. Als bestaande instrumenten niet het gewenste  effect hebben, kan een maatregel op grond van de WMBVEO opgelegd worden.</al><al/><al><vet>2.5.2 Ernstige overlast bij evenementen of in het uitgaanscentrum</vet></al><al/><al>De  laatste jaren komt het steeds vaker voor dat groepen personen  evenementen bezoeken met het doel de openbare orde te verstoren. Bij  ernstige overlast bij evenementen of in het uitgaanscentrum kan de  WMBVEO ook toegepast worden. Hierbij wordt voor de definitie van  'evenement' verwezen naar de APV.</al><al/><al><vet>2.5.3 Ernstige overlast door jongeren(-groepen)</vet></al><al/><al>Van  jongeren is in elk geval sprake als de persoon nog geen 24 jaar oud is.  Voor de aanpak van (ernstige) overlast door jongeren maken we gebruik  van een geïntegreerde, persoonsgebonden aanpak. Maatregelen op grond van  de WMBVEO worden pas ingezet als de minder vergaande middelen geen  effect hebben. Bij ernstige overlast door jongeren is het dus een  uiterste maatregel, die heel voorzichtig moet worden ingezet.</al><al/><al><vet>2.5.4 Voetbalgerelateerde overlast</vet></al><al/><al>Westland  heeft geen Betaald Voetbal Organisatie (BVO). Er is niet of nauwelijks  sprake van voetbalgerelateerde overlast. Eventuele overlast bij een EK  of WK valt buiten de reikwijdte van de WMBVEO.</al><al/><al>Deze beleidsregel gaat daarom niet in op voetbalgerelateerde overlast.</al><al/><al><vet>2.5.5 12-minners</vet></al><al/><al>Ernstige  overlast door 12-minners komt (vrijwel) niet voor in Westland. Op dit  moment is het niet noodzakelijk om de aanpak van deze groep op te nemen  in de beleidsregel. Daarnaast wordt het opleggen van een maatregel als  een uiterste oplossing gezien. Als andere maatregelen geen effect  hebben, wordt overgegaan tot toepassing ervan. Voor eventuele overlast  van 12-minners in Westland lijkt het vooralsnog een te zware maatregel.  Overtreding van een opgelegde maatregel leidt tot een strafblad. Er zijn  op dit moment voldoende alternatieven om overlast tegen te gaan mocht  deze zich voordoen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>