<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR132726_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Apeldoorns Stadsblad, d.d. 4 januari 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op artikel 147, eerste lid Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en 10 en 10a van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35, 36 van de Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, hoofdstuk 4, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene subsidieverordening van de gemeente Apeldoorn, EG-verordening 2204/2002 betreffende toepassing artikelen 8 en 88 EG-verdrag op werkgelegenheidssteun (Pb 2002, nr. 1337)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>131-2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>RE-INTEGRATIEVERORDENING 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn;</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. nr. ; </al><al>gelet op artikel 147, eerste lid Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en 10 en 10a
                        van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35, 36 van de Wet
                        inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                        werknemers, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening voor
                        oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, hoofdstuk
                        4, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene
                        subsidieverordening van de gemeente Apeldoorn, EG-verordening 2204/2002
                        betreffende toepassing artikelen 8 en 88 EG-verdrag op werkgelegenheidssteun
                        (Pb 2002, nr. 1337)</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de navolgende Re-integratieverordening gemeente
                        Apeldoorn.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet werk en bijstand; </al></li><li nr="b."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening voor oudere en
                                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                                                werknemers;</al></li><li nr="c."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                Apeldoorn;</al></li><li nr="e."><al>raad: de gemeenteraad van de gemeente Apeldoorn;</al></li><li nr="f."><al>doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7 van de wet,
                                artikel 34 IOAW en artikel 34 IOAZ door de gemeente ondersteuning kan worden geboden;</al></li><li nr="g."><al>uitkeringsgerechtigde: persoon die een periodieke uitkering voor
                                levensonderhoud ontvangt op grond van de wet, de IOAW of de
                                IOAZ;</al></li><li nr="h."><al>belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op
                                ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden;</al></li><li nr="i."><al>werknemer: het lid van de doelgroep dat een dienstverband heeft
                                met een werkgever die daarvoor subsidie ontvangt op grond van deze
                                verordening;</al></li><li nr="j."><al>ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de wet,
                                artikel 34 IOAW en artikel 34 IOAZ;</al></li><li nr="k."><al>traject: een proces waarbij één of meer re-integratievoorzieningen
                                worden ingezet;</al></li><li nr="l."><al>re-integratie-voorzieningen: voorzieningen die het college ter
                                beschikking stelt voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in
                                artikel 7 van de wet;</al></li><li nr="m."><al>arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                recht. Met een arbeids-overeenkomst wordt gelijk gesteld een
                                aanstelling op grond van het ambtenarenrecht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening vindt uitdrukkelijk mede haar grondslag in de
                            bepalingen van de EG-verordening betreffende werkgelegenheidssteun en de
                            beleidsaanbeveling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
                            Werkgelegenheid zoals opgenomen in de Verzamelbrief van april 2004 met
                            kenmerk Intercom/2004/24233, vooral waar het betreft de
                            vormgevingvan de voorziening gesubsidieerde arbeid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ondersteuning bij de arbeidsinschakeling voor
                                zover het college dat noodzakelijk acht aan leden van de doelgroep
                                en een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. </al><al/><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van
                                re-integratie-voorzieningen. Het college houdt daarbij rekening met
                                de aard en omvang van door haar te bepalen doelgroepen en de
                                voorzieningen die het meest geschikt zijn voor de leden van die
                                doelgroepen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan
                                re-integratie-voorzieningen prioriteiten stellen in verband met de
                                financiële mogelijkheden en maatschappelijke, economische en
                                conjuncturele ontwikkelingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de
                                opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor leden van de doelgroep,
                                voor zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject, of
                                voor arbeidsinschakeling of voor het bereiken van het doel van een
                                traject of een re-integratie-voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidskader WWB en uitvoeringsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft ter nadere toelichting op deze verordening een
                                beleidskader WWB vastgesteld, waarin prioriteiten worden aangegeven.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit kader omvat in elk geval: </al><lijst><li nr="·"><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de
                                        verschillende doelgroepen, waarbij een evenwichtige aanpak
                                        als uitgangspunt wordt genomen; </al></li><li nr="·"><al>de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de
                                        arbeidsverplichting waarbij in het bijzonder aandacht wordt
                                        besteed aan de combinatie van werk en zorg. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt op basis van het beleidskader WWB jaarlijks een
                                uitvoeringsplan re-integratie vast en zendt dit plan ter kennisname
                                aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Sluitende aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke uitkeringsgerechtigde ontvangt, indien het college dit
                                noodzakelijk acht, een aanbod voor een voorziening gericht op
                                inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid, met in acht neming
                                van het bepaalde in artikel 6. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien het college heeft
                                bepaald dat voor deze persoon een tijdelijke (volledige) ontheffing
                                van de arbeidsverplichting geldt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het bepaalde in
                                het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een alleenstaande ouder één of meer zorgbehoeftige,
                                thuiswonende gehandicapte kinderen, jonger dan 18 jaar bij de
                                voorgeschreven individuele toetsing van de persoonlijke
                                omstandigheden, te kennen geeft de zorgplicht zelf te willen
                                vervullen, dient het college deze wens in te passen binnen het te
                                voeren maatwerk. Het leveren van zorg binnen het eigen gezin kan in
                                deze situatie worden gezien als (onbetaalde) arbeid, voor zover dit
                                is toegestaan binnen de wettelijke mogelijkheden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college dient bij het criterium alleenstaande ouder met kinderen
                                jonger dan 12 jaar, bij het aanbieden van een re-integratietraject,
                                zich eerst genoegzaam te overtuigen van de beschikbaarheid van
                                passende kinderopvang, voldoende scholing en rekening te houden met
                                de belastbaarheid van de alleenstaande ouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Budgetplafonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan één of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld
                                budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een
                                specifieke voorziening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Doel van de ondersteuning</titel></kop><al>Het college kan aan een lid van de doelgroep ondersteuning bieden bij
                            het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid, of als dat doel niet
                            bereikbaar is, bij zelfstandige maatschappelijke participatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vorm van de ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden een traject, of
                                door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar
                                andere instanties</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de inzet van re-integratie-voorzieningen wordt gekozen voor de
                                voorziening die beschikbaar is en dat adequaat en toereikend is voor
                                het doel dat beoogd wordt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Re-integratie-voorzieningen die gericht zijn op de
                                arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet het
                                vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting
                                van de wet niet nakomt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep
                                van de wet; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij
                                geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>Het college kan, voordat besloten wordt tot de inzet van een
                            re-integratie-voorziening, een onderzoek (laten) doen naar de
                            mogelijkheden tot arbeidsinschakeling van belanghebbende. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd andere verplichtingen die gelden op grond van de wet of
                                van andere wetten, gelden voor de belanghebbende de volgende
                                verplichtingen: </al><lijst><li nr="a."><al>het verstrekken van de inlichtingen aan het college die
                                        nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject; </al></li><li nr="b."><al>het meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden van
                                        arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="c."><al>het naar vermogen uitvoering geven aan de verschillende
                                        onderdelen van het traject; </al></li><li nr="d."><al>na te laten hetgeen de realisatie van het traject belemmert. </al><al/><al/></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al/><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de wet, IOAW of IOAZ en deze verordening, aan een voorziening
                                andere verplichtingen verbinden. Het college neemt deze
                                verplichtingen op in de beschikking gericht aan belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al/><al>Het niet-nakomen van één of meer verplichtingen als genoemd in
                                voorgaande leden van dit artikel wordt gesanctioneerd overeenkomstig
                                het bepaalde in de betreffende maatregelenverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al/><al>Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die
                                gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan de
                                verplichtingen van de wet, deze verordening of andere bij besluit
                                van het college opgelegde verplichting, kan het college de kosten
                                van een voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college neemt de besluiten bedoeld in het voorgaande lid van dit
                                artikel niet:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer de daar bedoelde gedragingen van de persoon die deelneemt
                                aan de voorziening niet of slechts in geringe mate verwijtbaar zijn; of</al></li><li nr="b."><al>wanneer er sprake is van dringende redenen</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Re-integratievoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Re-integratievoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan één of meer van de volgende voorzieningen inzetten:
                            </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Matching;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Proefplaatsing; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Jobcoaching;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Scholing; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Individuele Re-integratie Overeenkomst;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Leerwerkstage;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Direct Werk; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Participatieplaats;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Sociale activering;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Werkgeverssubsidie;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>No risk-polis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het traject kan ook schuldhulpverlening als instrument bevatten
                                indien schulden de re-integratie in de weg (kunnen) staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Trajecten kunnen zowel worden verzorgd door het college als door
                                externe partijen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Matching</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Matching heeft als doel een belanghebbende direct te bemiddelen naar
                                een dienstbetrekking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bemiddeling kan worden gecombineerd met het volgen van een
                                kortdurende cursus of training.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Proefplaatsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Proefplaatsing heeft tot doel een belanghebbende werkervaring op te
                                laten doen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met behoud van uitkering kan belanghebbende voor de duur van
                                maximaal 3 maanden deze werkervaring op doen bij een werkgever.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Jobcoaching</titel></kop><al>Het college kan ondersteuning bieden in de vorm van jobcoaching tijdens
                            een arbeidsovereenkomst of bij proefplaatsing teneinde voortijdige
                            uitval te voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Scholing heeft tot doel de afstand tot het verkrijgen van algemeen
                                geaccepteerde arbeid te verkleinen of te overbruggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan alleen scholingaanbieden als het verwerven en
                                behouden van algemeen geaccepteerde arbeid zonder inzet van dit
                                instrument voor belanghebbende naar het oordeel van het college niet
                                haalbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Individuele Re-integratie Overeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan het college een voorstel doen voor een
                                individueel re-integratietraject.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan na goedkeuring, middelen beschikbaar stellen voor
                                het traject zoals in het eerste lid 1 van dit artikel bedoeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit traject wordt slechts goedgekeurd indien redelijkerwijs kan
                                worden aangenomen dat door middel van het traject binnen een korte
                                periode tegen aanvaardbare kosten arbeids-inschakeling kan worden
                                bereikt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het individueel re-integratietraject kan bestaan uit inschakeling
                                van een re-integratiebedrijf en/of uit scholing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien gebruik wordt gemaakt van een re-integratiebedrijf dan worden
                                de rechten en plichten in een overeenkomst vastgelegd tussen het
                                college, de belanghebbende en het re-integratiebedrijf, voordat het
                                individueel re-integratietraject kan worden gevolgd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Leerwerkstage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leerwerkstage heeft als doel de belanghebbende, met behoud van
                                een bijstandsuitkering, door middel van een stage, werkervaring en
                                vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied en daarmee
                                betaalde arbeid te kunnen realiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maximale duur van een leerwerkstage is 12 maanden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een leerwerkstage kan gecombineerd worden met scholing of
                                training.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Direct Werk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Direct Werk heeft als doel het opdoen of behouden van
                                arbeidsritme.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze voorziening kan tevens worden ingezet om een uitgebreide
                                diagnose te stellen voor wat betreft de capaciteiten of competenties
                                van een belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedurende maximaal 36 uur per week worden werkzaamheden verricht met
                                behoud van uitkering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tijdens deze voorziening wordt er begeleiding geboden onder
                                verantwoordelijkheid van het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De begeleiding kan worden gecombineerd met een opleiding of
                                training.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De duur van dit instrument is maximaal 26 weken aaneengesloten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien deze voorziening wordt onderbroken dan kan het worden
                                verlengd totdat 26 weken werkzaamheden zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Verlenging is mogelijk indien, naar het oordeel van het college, dit
                                de kansen op reguliere arbeid vergroot of, door deze voorziening
                                niet opnieuw inzetten, de afstand tot de arbeidsmarkt groter
                                wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Participatieplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze voorziening wordt ingezet indien een uitkeringsgerechtigde op
                                grond van de WWB voor wie de kans op inschakeling in het
                                arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar
                                is op de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het traject bestaat uit het verrichten van additionele arbeid met
                                behoud van uitkering waarbij de begeleiding plaatsvindt door één of
                                meer inlenende partijen onder gemeentelijke
                                verantwoordelijkheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde die door middel van een participatieplaats,
                                naar het oordeel van het college, voldoende heeft meegewerkt aan het
                                vergroten van zijn arbeidsinschakeling heeft, telkens nadat hij zes
                                maanden additionele werkzaamheden heeft verricht, recht op een
                                premie van € 50,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorzover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie
                                wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele
                                werkzaamheden door het college beoordeeld in hoeverre scholing kan
                                bijdrage aan vergroting van de kans op arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorziening wordt ingezet indien een belanghebbende een grote
                                afstand heeft tot de arbeidsmarkt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van deze voorziening is een eerste stap op weg naar
                                reguliere arbeid te zetten dan wel, indien arbeidsinschakeling nog
                                niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belanghebbende behoudt gedurende deze voorziening zijn uitkering
                                op grond van de wet, de IOAW of IOAZ.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Werkgeverssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op aanvraag aan werkgevers, met inachtneming van het
                                gestelde in deze verordening, ten behoeve van de arbeidsinschakeling
                                van leden van de doelgroep een werkgeverssubsidie verlenen,
                                waaronder begrepen een subsidie voor voormalige ID-banen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In nadere regels bepaalt het college welk soort werkgeverssubsidies
                                kan worden aangeboden, onder welke voorwaarden en voor welk
                                bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>No risk-polis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan besluiten om een no risk-polis voor de werkgever in
                                te zetten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze polis dekt de loonschade welke ontstaat bij ziekte van de
                                werknemer die in dienst is bij die werkgever.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De polis kan alleen worden ingezet bij een arbeidsovereenkomst,
                                waarbij de duur minimaal een half jaar is en waarbij de betreffende
                                werknemer geen aanspraak meer heeft op een uitkering op grond van de
                                wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende
                                afwijken van de bepalingen in deze verordening indien de toepassing
                                tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voorzieningen die zijn ingezet op basis van de
                                Re-integratieverordening gemeente Apeldoorn 2008 blijven de
                                bepalingen van die verordening van kracht, behoudens hetgeen is
                                bepaald over het verlengen van de werkervaringsbaan in artikel 18,
                                vierde lid van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Personen die vóór inwerkingtreding van deze verordening recht hebben
                                op een premie op grond van de Re-integratieverordening gemeente
                                Apeldoorn 2008, behouden het recht op deze premie, ook al loopt de
                                periode waarop de premie betrekking heeft door na inwerkingtreding
                                van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeerwijze, inwerkingtreding en intrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                    ‘Re-integratieverordening gemeente Apeldoorn’. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking de dag nadat deze verordening
                                    bekend is gemaakt. </al></li><li nr="3."><al>De Re-integratieverordening gemeente Apeldoorn, vastgesteld op
                                    18 november 2004 en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10
                                    juli 2008, komt met de inwerkingtreding van deze verordening te
                                    vervallen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 22 december 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>Deze verordening regelt de ondersteuning die de gemeente biedt bij de
                            arbeidsinschakeling van werklozen die horen tot de doelgroep. De
                            opdracht om die ondersteuning te bieden is geregeld in artikel 7 van de
                            Wet werk en bijstand (WWB). Het voorschrift om een verordening vast te
                            stellen waarin deze ondersteuning nader vorm wordt gegeven volgt uit
                            artikel 8 WWB.</al><al>Vergelijkbare bepalingen zijn opgenomen in artikelen 34 en 35 van de Wet
                            inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijk arbeidongeschikte werkloze
                            werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).</al><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Dit artikel bevat een aantal begripsbepalingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>In de aanhef en dit artikel wordt verwezen naar de EG-verordeningen
                            omdat deze EG-verordeningen voorschrijven dat wanneer sprake is van een
                            gemeentelijke regeling van werkgeverssteun aan bedrijven een verwijzing
                            naar deze verordeningen noodzakelijk is. Aan deze verplichting is
                            hiermee voldaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><al>Het college heeft de verantwoordelijkheid voor het bieden van
                            ondersteuning. Hoewel belanghebbenden aanspraak kunnen maken op
                            ondersteuning, is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de
                            manier zoals de belanghebbende dat het liefst zou zien. Het is aan het
                            college om te zorgen voor een voldoende aanbod van
                            re-integratie-voorzieningen, maar het college heeft daarbij te maken met
                            beperkte middelen, terwijl de vraag naar ondersteuning afhankelijk is
                            van een veelheid aan sociaal-economische factoren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidskader WWB en uitvoeringsplan</titel></kop><al>Zoals ook in de algemene toelichting is gesteld, verplicht de WWB de
                            raad om het re-integratiebeleid in een verordening vast te leggen. Hier
                            is gekozen voor de systematiek om niet alles in de verordening te
                            regelen, maar ook gebruik te maken van een beleidskader. </al><al>Het eerste lid geeft aan dat de raad ter nadere toelichting op de
                            verordening een beleidskader vaststelt. In het tweede lid is aangegeven
                            welke specifieke beleidsonderwerpen in dit kader in ieder geval aan de
                            orde dienen te komen. Het derde lid draagt het college op om jaarlijks
                            een uitvoeringsplan re-integratie vast te stellen en dit ter kennisname
                            aan de raad te zenden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Sluitende aanpak</titel></kop><al>De WWB kent geen bepaling over sluitende aanpak. De wetgever gaat ervan
                            uit dat door de systematiek van de wet er in de praktijk de facto een
                            sluitende aanpak ontstaat. Desondanks kan de gemeente van oordeel zijn
                            dat een sluitende aanpak geregeld dient te worden. In de gemeente
                            Apeldoorn is hiervoor gekozen. Er geldt een sluitende aanpak voor alle
                            nieuwe instroom. Alle belanghebbenden die instromen dienen actief bezig
                            te zijn met hun re-integratie naar werk. Er dient voor gewaakt te worden
                            dat te snel dure of onnodig lange trajecten worden ingezet. Een
                            sluitende aanpak mag niet louter een vangnet zijn maar moet vooral als
                            een trampoline fungeren.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de sluitende aanpak niet van toepassing is
                            op diegenen die een ontheffing van de arbeidsverplichting hebben
                            gekregen. Het derde lid geeft het college de mogelijkheid om van de
                            algemene sluitende aanpak in specifieke, individuele gevallen af te
                            wijken. Het vierde en vijfde lidzijn bij amendement ingevoegd en
                            strekken ertoe de zorg van ouders voor gehandicapte kinderen onder de 18
                            jaar en jonge kinderen onder de 12 jaar bij de toepassing van de
                            re-integratieverordening, te waarborgen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Budgetplafonds</titel></kop><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling
                            maken van de middelen over de verschillende voorzieningen. Dit kan in
                            het beleidskader gebeuren (zie het artikel over beleidskader). Het
                            uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn om
                            aanvragen voor voorzieningen te weigeren. Om dat wel mogelijk te maken
                            kan de gemeente bij verordening budgetplafonds instellen.</al><al>De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen, geen
                            reden kan zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan
                            na te gaan welke andere, goedkopere alternatieven beschikbaar zijn. Dit
                            houdt dus in dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wél
                            kan is dat per voorziening een plafond wordt ingebouwd; dit laat de
                            mogelijkheid open dat er naar een ander instrument wordt
                            uitgeweken.</al><al>In dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om
                            plafonds in te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van
                            de plafonds wordt verwezen naar de bedragen die in het beleidskader of
                            in de begroting voor de verschillende voorzieningen worden
                            gereserveerd.</al><al>Een budgetplafond geldt voor de overige uitgaven die het college doet in
                            het kader van voorzieningen. Daarnaast kan het college op grond van de
                            Algemene subsidieverordening één of meer subsidieplafonds vaststellen
                            voor de voorzieningen die subsidies inhouden. En op grond van de
                            Algemene wet bestuursrecht kan het college bij overschrijding van het
                            subsidieplafond een verzoek om subsidie afwijzen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vorm van de ondersteuning</titel></kop><al>Ondersteuning hoeft niet altijd te bestaan uit een door derden
                            uitgevoerde diagnose, gevolgd door een vastgesteld traject met één of
                            meerdere re-integratie-voorzieningen. Re-integratie-voorzieningen worden
                            alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen
                            geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. Re-integratie moet de kortste weg
                            naar arbeid zijn. Bovendien worden de voorzieningen alleen ingezet als
                            aan de hand van onderzoek (diagnose) is gebleken dat door de inzet van
                            die voorzieningen het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid binnen
                            afzienbare tijd mogelijk wordt. Bij de toepassing van ondersteuning en
                            inzet van een voorziening moet voorop staan dat een belanghebbende zo
                            snel mogelijk kan uitstromen. Dit ligt besloten in de term “adequaat” in
                            dit artikel. Daarmee wordt niet alleen de tijd tussen de inzet van de
                            voorziening en de werkaanvaarding bedoeld, maar ook de inspanningen die
                            het kost om dat doel te bereiken.</al><al>Alleen als arbeidsinschakeling binnen afzienbare termijn niet tot de
                            mogelijkheden behoort, kan zelfstandige maatschappelijke participatie
                            een doel van de inzet van re-integratie-voorzieningen zijn. Dit staat
                            geregeld in het derde lid. Ook in dat geval geldt dat de
                            voorzieningbeschikbaar moet zijn en dat het adequaat en toereikend
                            moet zijn voor het beoogde doel. </al><al>De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de inhoud van het traject
                            ligt bij het college, dat immers ook verantwoordelijk is voor de
                            efficiënte en doelgerichte inzet van schaarse middelen. Binnen de
                            grenzen van die verantwoordelijkheid wordt rekening gehouden met de
                            wensen van de belanghebbende. Voor het slagen van het traject is
                            uiteraard de motivatie van de belanghebbende belangrijk. Bovendien
                            wordt, voordat tot het traject wordt besloten, de inhoud van het traject
                            besproken met de belanghebbende, waarna het trajectplan door beide
                            partijen wordt ondertekend.</al><al>Het vijfde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen
                            en in welke </al><al>gevallen zij dat kan doen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>In de meeste gevallen zal voordat tot de inzet van
                            re-integratie-voorzieningen wordt besloten een diagnose worden gesteld.
                            Eventueel kan na een zelf verricht onderzoek besloten worden alsnog
                            advies van derden in te winnen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>Het succesvol voltooien van een traject is niet mogelijk zonder de inzet
                            van de uitkeringsgerechtigde. De motivatie ontstaat door het uitzicht op
                            zelfredzaamheid, door het betrekken van de wensen van de klant in het
                            traject, maar ook door (de dreiging) met sancties.</al><al>Deelname aan re-integratie is niet vrijblijvend. Uitkeringsgerechtigden
                            zijn reeds door het ontvangen van een uitkering aan bepaalde
                            verplichtingen gehouden. </al><al>Voor diegenen zonder uitkering moeten voorwaarden aan het
                            re-integratietraject gekoppeld worden. Het niet nakomen van de
                            verplichtingen geeft de mogelijkheid om een traject af te breken of
                            gevraagde ondersteuning te weigeren, bijvoorbeeld als iemand niet mee
                            wil werken aan een onderzoek. Ook is denkbaar dat gemaakte kosten op de
                            belanghebbende worden verhaald, als door verwijtbaar handelen een
                            traject niet tot het gewenste resultaat leidt. Om die mogelijkheid open
                            te houden is het wenselijk dat de belangrijkste voorwaarden voor het
                            behalen van succes als verplichting zijn opgenomen.</al><al>Natuurlijk heeft de belanghebbende ook rechten om tegen onwelgevallige
                            beslissingen van de gemeente op te komen. Deze rechten zijn meestal
                            elders in wet- of regelgeving ondergebracht. Tegen beslissingen op grond
                            van deze verordening staat bezwaar en beroep open op grond van de
                            Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het recht op inzage in gegevens en
                            zonodig correctie daarvan is geregeld in de Wet bescherming
                            persoonsgegevens (Wbp). </al><al>In dit artikel worden expliciet de verplichtingen benoemd die verbonden
                            zijn aan de belanghebbende die een beroep kunnen doen op de bepalingen
                            zoals die in deze verordening zijn genoemd. Een aantal verplichtingen is
                            specifiek verbonden aan de arbeidsinschakeling. In dit artikel wordt een
                            aanvulling gegeven op de verplichtingen die in de verschillende wetten
                            zijn geregeld.</al><al>In sub b wordt aangegeven dat een belanghebbende verplicht wordt om mee
                            te werken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot
                            arbeidsinschakeling. Het niet nakomen van de verplichtingen in sub a en
                            b van dit artikel kan worden gesanctioneerd op grond van betreffende
                            maatregelenverordening.</al><al>De verplichting zoals is genoemd in sub c van dit artikel kan worden
                            gesanctioneerd op grond van de maatregelenverordening. Het is uiteraard
                            de bedoeling dat een belanghebbende als een traject wordt ingezet zich
                            volledig inzet ter uitvoering van dit traject. </al><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening
                            nadere verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van
                            diverse aard zijn met het oog op de re-integratie van belanghebbende. </al><al>De bepalingen uit deze verordening zijn in eerste instantie bedoeld om
                            de arbeidsinschakeling te bewerkstelligen. Een belanghebbende zal het
                            doel van een traject of een re-integratie-voorziening niet in de weg
                            mogen staan. Iedere gedraging die het doel in de weg kan staan, kan
                            worden gesanctioneerd. De betreffende maatregelenverordening voorziet
                            hierin. Bij niet-uitkeringsgerechtigden kan het college in een
                            dergelijke situatie tot terugvordering van de gemaakte kosten besluiten.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Re-integratievoorzieningen</titel></kop><al>Dit artikel geeft een opsomming van mogelijke voorzieningen die door het
                            college kunnen worden ingezet.</al><al>Het bestaan van schulden kan een succesvolle re-integratie in de weg
                            staan. Het is dan van belang om ook de schuldenpositie te verbeteren of
                            te stabiliseren. Vandaar dat nadrukkelijk in dit artikel is aangegeven
                            dat het instrument van schuldhulpverlening bij de Stadsbank kan worden
                            ingezet binnen een traject. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Matching</titel></kop><al>Directe bemiddeling kan voor een aantal belanghebbenden, die een
                            relatief korte afstand hebben tot de arbeidsmarkt, als voorziening
                            worden ingezet. Een cursus of scholing kan hiermee samengaan. Het doel
                            van matching is om na een korte actie uitstroom te bereiken. Bij deze
                            voorziening moet een gerede kans aanwezig zijn dat een baan kan worden
                            gevonden voor een belanghebbende. De belanghebbende zal normaliter een
                            niet al te grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Proefplaatsing</titel></kop><al>Er is hierbij geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De werkgever
                            heeft de intentie om de belanghebbende bij goed functioneren na de
                            proefplaatsing een arbeidsovereenkomst te bieden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Jobcoaching</titel></kop><al>Het college kan de werkgever en uitkeringsgerechtigde met een
                            WWB-uitkering ondersteuning bieden in de vorm van een jobcoaching
                            gedurende dearbeidsovereenkomst of tijdens de proefplaatsing om
                            voortijdige uitval te voorkomen. Het college bepaalt de inzet van de
                            jobcoach. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Scholing</titel></kop><al>Scholing betreft educatie op diverse niveaus, of een beroepsgerichte
                            scholing of training die gericht is op het verwerven van functionele
                            vaardigheden voor een specifiek beroep. Dit instrument kan naast andere
                            voorzieningen, maar ook als een zelfstandige voorziening, worden
                            ingezet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Individuele Re-integratie Overeenkomst</titel></kop><al>Een uitgangspunt van het re-integratiebeleid van de gemeente is (het
                            herwinnen van) de eigen zelfredzaamheid van de klant. Het
                            re-integratietraject moet de kortste weg naar arbeidsinschakeling zijn.
                            De belanghebbende kan hiervoor ondersteuning en een voorziening krijgen
                            van de gemeente. Soms heeft een belanghebbende deze ondersteuning nodig,
                            soms heeft hij/zij zelf duidelijke ideeën hoe het snelste kan worden
                            gereïntegreerd. Voor die belanghebbende bestaat sinds 1 februari 2006,
                            de mogelijkheid van het afsluiten van een Individuele Re-integratie
                            Overeenkomst (IRO). Een belanghebbende kan zelf een voorstel van een
                            traject indienen. Het college (gemandateerden) beoordeelt dit verzoek en
                            toetst of het traject bijdraagt aan een succesvolle re-integratie. De
                            tijd die ermee is gemoeid en de investering die het vergt worden hierbij
                            afgewogen. Indien een ander traject naar het oordeel van het college
                            betere mogelijkheden biedt op uitstroom, dan kan afwijzend worden
                            beslist op het verzoek van belanghebbende. In alle gevallen is de
                            kortste weg naar arbeid bepalend. </al><al>Het traject kan bestaan uit het inschakelen van een re-integratiebedrijf
                            maar ook het volgen van scholing behoort tot de mogelijkheden. In het
                            geval een belanghebbende wordt begeleid door een geregistreerd
                            re-integratiebedrijf dan wordt in een overeenkomst de afspraken (rechten
                            en plichten) vastgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Leerwerkstage</titel></kop><al>Indien uit de diagnose blijkt dat een belanghebbende bepaalde
                            vaardigheden ontbeert of andere kwalificaties moet behalen dan kan de
                            leerwerkstage uitkomst bieden. De leerwerkstage heeft als belangrijkste
                            doel het opdoen van vaardigheden in een vakgebied, waardoor uitstroom
                            naar betaald werk mogelijk wordt gemaakt (training on the job). Naast
                            het opdoen van vaardigheden is een doel van de leerwerkstage ook het
                            leren werken in een arbeidsrelatie. Een belanghebbende kan wennen aan
                            aspecten als gezag, werkritme en het samenwerken.</al><al>De duur van een leerwerkstage is beperkt tot maximaal een jaar. Voor de
                            term werkstage is gekozen om te benadrukken dat het gaat om een soort
                            scholingsinstrument: niet de arbeid zelf, maar het leren werken staat
                            centraal. Er is ook geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De
                            werknemer zal derhalve rechtens geen loonbetaling kunnen afdwingen.</al><al>Het re-integratiebedrijf dient te zorgen voor een werkplek en zal
                            belanghebbende moeten begeleiden. Belanghebbende behoudt tijdens de duur
                            van de stage een bijstandsuitkering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Direct Werk</titel></kop><al>Direct Werk kan direct na de melding of aanvraag van een uitkering als
                            instrument worden ingezet. Van een belanghebbende wordt verwacht dat
                            gedurende maximaal 36 uur per week lichte productiewerkzaamheden worden
                            verricht met behoud van uitkering. Tijdens de duur van deze voorziening
                            wordt begeleiding aangeboden. De voorziening kan worden ingezet als een
                            belanghebbende werkritme moet opdoen of behouden. Tevens kan het worden
                            ingezet als diagnose-instrument om de capaciteiten, competenties en
                            werkhouding beter in beeld te brengen. Deelname is verplicht en verzuim
                            heeft tot gevolg dat de uitkering op grond van de betreffende
                            maatregelenverordening van de gemeente Apeldoorn wordt verlaagd. </al><al>De voorziening kan gedurende een periode van 26 weken worden ingezet.
                            Deze periode dient zoveel mogelijk aaneengesloten te zijn. Indien een
                            belanghebbende deze periode onderbreekt dan wordt het traject verlengd
                            met de periode die onderbroken is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Participatieplaats</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Participatieplaats</titel></kop><al>Met ingang van 1 januari 2009 is de Participatieplaats opgenomen in de
                            Wet werk en bijstand (artikel 10a). Deze voorziening kende de gemeente
                            Apeldoorn al geruime tijd voor 1 januari 2009 In de wet is nu bepaald
                            dat de gemeente scholing moet aanbieden en ieder half jaar een premie
                            moet gaan verstrekken. In de Re-integratieverordening moet de gemeente
                            regels stellen over de scholing die moet worden aangeboden en de premie
                            die per half jaar moet worden verstrekt. </al><al>Een participatieplaats wordt ingezet voor mensen aan de onderkant van de
                            arbeidsmarkt. Deze voorziening heeft als doelstelling dat een
                            belanghebbende een volgende trede van de participatieladder
                            (bijvoorbeeld de gemeentelijke subsidiebanen) bereikt. De
                            participatieplaats is een vorm van werken met behoud van uitkering
                            waarbij begeleiding wordt geboden onder verantwoordelijkheid van het
                            college. </al><al>De gemeente zal ook periodiek moeten toetsen of de participatieplaats
                            nog steeds de juiste en kortste weg is naar reguliere arbeid. Het eerste
                            peilmoment is in ieder geval na 9 maanden na aanvang van het traject.
                            Indien de gemeente tot de conclusie komt dat het traject niet bijdraagt
                            tot de arbeidsinschakeling, dan eindigt het traject na 12 maanden. </al><al>De werkzaamheden binnen een participatieplaats zijn additioneel van
                            aard. Additionaliteit houdt in dat het een speciaal gecreëerde functie
                            betreft of een reeds bestaande functie die een uitkeringsgerechtigde
                            alleen met speciale begeleiding kan verrichten. </al><al>Indien een belanghebbende niet over een startkwalificatie beschikt,
                            wordt door de gemeente een opleiding of een scholing aangeboden. Dit
                            moet een gepast instrument zijn. Het kan zijn dat een belanghebbende
                            niet de capaciteiten heeft om scholing te volgen, of dat de scholing
                            redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling. Ook als
                            een belanghebbende een andere problematiek ondervindt die het volgen van
                            scholing belemmert, kan worden afgezien van het aanbieden van scholing.
                            In de toelichting op de wet wordt bijvoorbeeld gesproken over
                            verslavingsproblematiek. De wet lijkt het aanbieden van scholing
                            dwingend voor te schrijven. Echter, het college zal in alle gevallen
                            moeten beoordelen of scholing wel een gepast en adequaat middel is om de
                            afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Het is dus denkbaar dat het
                            college een andere voorziening dan scholing aanbiedt om de afstand te
                            verkleinen.</al><al>De duur van een participatieplaats is in beginsel twee jaar. Als
                            gebleken is dat belanghebbende toch niet de volgende stap kan zetten op
                            de participatieladder, kan worden overwogen om de participatieplaats te
                            verlengen met maximaal tweemaal een jaar. Dit mag echter geen
                            automatisme zijn omdat de duur immers zo kort mogelijk dient te zijn.
                            Het streven is om belanghebbende binnen de reguliere duur van de
                            participatieplaats eerder de volgende stap te laten maken. </al><al>Indien de participatieplaats wordt verlengd dan dient het te gaan om
                            andere werkzaamheden bij een andere werkgever. Zo wordt voorkomen dat de
                            participatieplaats een doel op zich gaat vormen in plaats van een middel
                            met als doel mensen te laten terugkeren naar de arbeidsmarkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><al>Onder de belanghebbenden bevinden zich ook mensen die een (zeer) grote
                            afstand hebben tot de arbeidsmarkt waarbij niet direct een traject
                            gericht op arbeid kan worden ingezet. Sociale activering is voor deze
                            mensen de eerste stap richting een op werk gericht traject. Als deze
                            niet haalbaar is, moet worden voorkomen dat deze mensen buitengesloten
                            raken, en wel blijven participeren in het maatschappelijk verkeer. Voor
                            een deel van de belanghebbenden kan sociale activering de eerste stap
                            zijn naar een reguliere baan. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Werkgeverssubsidie</titel></kop><al>Onder de WWB zijn deze subsidies geheel vormvrij geworden. Het beleid
                            van de gemeente rond subsidies komt in bijbehorende regeling tot
                            uitdrukking.</al><al>Tevens wordt daarin de voorzetting geregeld van de subsidiëring van
                            bestaande dienstbetrekkingen aan werkgevers als bedoeld in het besluit
                            ID, zoals deze regeling laatstelijk luidden op 31 december 2003 en
                            sindsdien is vervallen. Sedertdien is geen nieuwe instroom in de ID-baan
                            meer mogelijk. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>No risk-polis</titel></kop><al>Het college kan besluiten tot het inzetten van een No risk-polis. De No
                            risk-polis is een verzekeringspolis welke is afgesloten door de gemeente
                            Apeldoorn. De polis kan ingezet worden als instrument voor de werkgever.
                            Hij dekt de loonschade welke ontstaat bij ziekte van de werknemer die in
                            dienst is bij betreffende werkgever. Voorwaarden voor inzet zijn een
                            arbeidsovereenkomst van minimaal een half jaar waar in de klant geen
                            aanspraak meer maakt op een bijstandsuitkering. De polis wordt ingezet
                            onder voorwaarden van de verzekeraar</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Op grond van dit artikel is het mogelijk voor het college beslissingen
                            te nemen in situaties waarin deze verordening niet voorziet dan wel in
                            situaties waarin een strikte toepassing tot onbillijkheden zou leiden.
                            Vanzelfsprekend moet er sprake zijn van zeer bijzondere
                            omstandigheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Vanaf inwerkingtreding van deze verordening kunnen er geen opstapbanen
                            en werkervaringsbanen meer worden ingezet, noch kan er een premie worden
                            verleend.</al><al>Verlenging van deze banen isniet meer mogelijk.</al><al>Personen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening recht hadden
                            op een premie op grond van de Re-integratieverordening gemeente
                            Apeldoorn 2008 behouden het recht op deze premie. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeerwijze, inwerkingtreding en intrekking</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>