<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR132578_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Olst-Wijhe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-Huis, 30-11-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Olst-Wijhe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels voor het innemen van standplaatsen <extref doc="1.1:CVDR116479_1"/></al><al>Beleidsregels voor het verbranden van afvalstoffen</al><al>Nuloptiebeleid coffeeshops<extref doc="1.1:CVDR116460_1"/></al><al>Geluidbeleid bij horeca en evenementen gemeente Olst-Wijhe <extref doc="1.1:CVDR275157_1"/></al><al>Standplaatsvergunningenbeleid<extref doc="1.1:CVDR270064_1"/></al><al>Beleidsregels voor de aankondiging van evenementen en andere activiteiten <extref doc="1.1:CVDR83400_1"/></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Plaatselijke Verordening Olst-Wijhe
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen
                  de weg als bedoeld onder b;</al></li>
              <li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet
                  1994;</al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze
                  toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen
                  hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;</al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk
                  of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente
                  Olst-Wijhe;</al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                  Woningwet;</al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                  kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al></li>
              <li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet
                  algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                    ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.</al></li>
              <li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen
                    omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een
                    vergunning als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, artikel 2:11 of artikel
                    4:11.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan
                drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig
                heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen
                kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht
                weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van
                het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan
                verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze
              verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                      verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                      opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of
                      wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming
                      waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                      beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een
                      daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn,
                      binnen een redelijke termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of
              ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
              verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
              bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>c.de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:9</nr>
              <titel>Paragraaf 4.1.3.3 Awb wel van toepassing</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking
              bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze
              verordening:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>Artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:10</nr>
              <titel>Paragraaf 4.1.3.3 Awb niet van toepassing</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking
              bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze
              verordening:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>Artikel: 2:25 Vergunning evenementen;</al></li>
              <li nr="-"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al></li>
              <li nr="-"><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li>
              <li nr="-"><al>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting;</al></li>
              <li nr="-"><al>Artikel 4:18: Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing,
                  onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                  ongeregeldheden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor
                  ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van
                  publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                  dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing,
                  is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich
                  in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of
                  vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter
                  voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde
                  verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en
                  godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare
                  manifestaties.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Betoging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, geeft
                  daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 96 uur voordat de betoging
                  wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en
                      van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de plaats van </al><al>beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig
                      verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het
                      tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na
                  12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de
                  kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                  voorafgaande werkdag.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde
                  termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <al>Gereserveerd</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                  afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder
                  publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college
                  aangewezen openbare plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en
                  uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis
                  bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
                  verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:7</nr>
                <titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:8</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:9</nr>
                <titel>Straatartiest e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke
                  functie ervan</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                  de publieke functie daarvan, als:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de
                          bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel
                          een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet
                          voldoet aan redelijke eisen van welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en
                  leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en
                  uitstallingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                  gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste
                  lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel
                  2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                  omgevingsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voorzover in het daarin
                  geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                  artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                  weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen,
                  de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of
                  breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in
                  de wijze van aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn
                  verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                  voorbereidingsbesluit;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>door het college in de overige gevallen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun
                  publieke taak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                  voorzien door het Wetboek van Strafrecht , de Wet beheer rijkswaterstaatswerken ,
                  het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                  daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                  bestaande uitweg naar de weg:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering
                  te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding
                  heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de
                  gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>indien het openhaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg
                  wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een
                  openbare parkeerplaats of het openbaar groen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na
                  ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                  onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de
                  Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:13</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput,
                brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te
                openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:17</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen
                  van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers
                  opleveren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                  onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                  van Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                      duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende 1 maart
                      tot 1 november.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden
                      of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voorzover het de open lucht
                      betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                      te laten liggen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
                      daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3,
                      van het Wetboek van Strafrecht.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover het roken
                      plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:20a Gevaarlijke voorwerpen</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat
                      bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de
                      openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                      verwijderd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                      voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                      Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor
                      stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen
                      voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                      als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                      verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn
                      dat toelaat.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die deel
                      uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                          verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze
                          te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op
                          de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                          beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of
                          te belemmeren.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                      voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                      vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 7. Evenementen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:24 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                      toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                          Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></li>
                    <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                    <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid
                          geven tot dansen;</al></li>
                    <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare
                          manifestaties;</al></li>
                    <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                          verordening.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van
                          deze verordening, op de weg;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;</al></li>
                    <li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of buurtbarbecue op een
                      dag.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:25 Evenement</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te
                      organiseren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het evenement plaatsvindt op maandag t/m zaterdag tussen 08.00 uur en
                          24.00 uur of op zondag tussen 13.00 uur en 24.00 uur;</al></li>
                    <li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht op maandag t/m zaterdag voor 08.00
                          uur of na 23.00 uur of op zondag voor 13.00 uur of na 23.00 uur;</al></li>
                    <li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                          parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de
                          hulpdiensten;</al></li>
                    <li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder
                          dan 10 m² per object;</al></li>
                    <li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de
                      weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10
                      juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:26 Ordeverstoring</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <al>a. horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                  bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt
                  of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                  worden verstrekt of bereid. </al>
              <al>Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant,
                  pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. </al>
              <al>Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend
                  terras en andere aanhorigheden;</al>
              <al>b. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                  horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                  vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie
                  kunnen worden bereid of verstrekt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:28 Exploitatie horecabedrijf</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van
                          de burgemeester.</al></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie
                          van het horecabedrijf in strijd is met het geldend bestemmingsplan.</al></li>
                <li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                          vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                          worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het
                          horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                          beïnvloed.</al></li>
                <li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt
                          de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin
                          het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
                          horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                          blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld
                      in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is
                      van de winkelactiviteit;</al></li>
                <li nr="6."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar of een
                      voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of
                      op enig andere wijze overdraagt.</al></li>
                <li nr="7."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor horecabedrijven anders dan
                      coffeeshops.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:29 Sluitingstijd</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Horecabedrijven zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 02.00 uur
                      en 07.00 uur (sluitingstijd).</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, of
                      bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.</al></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester verleent de ontheffing slechts indien naar zijn oordeel moet
                      worden aangenomen dat de ontheffing de openbare orde of het woon- en
                      leefklimaat in de naaste omgeving van het horecabedrijf niet op ontoelaatbare
                      wijze nadelig beïnvloedt.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin
                      bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                      zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een
                      of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29
                      geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b
                      van de Opiumwet voorziet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li>
                <li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting
                      gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30;</al></li>
                <li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen
                      gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras;</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in
                      artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                      eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li>
                <li nr="2."><al>De exploitant van het horecabedrijf staat niet toe dat een handelaar of een
                      voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of
                      op enig andere wijze overdraagt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</label>
              </kop>
              <al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of
                  bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het
                  college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
                  bestuursorgaan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                nachtverblijf</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:35 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten
                  ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                  mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</label>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of
                  feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                  daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:37 Nachtregister</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</label>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht
                  de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar
                  waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag
                  van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                      toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                      bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij
                      geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                      verloren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid
                      te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing
                      op:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid,
                          onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al></li>
                    <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van
                          Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                          kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te
                          beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                          Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a,
                          van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                          leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
                          ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de
                          speelgelegenheid;</al></li>
                    <li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een
                          geldend bestemmingsplan.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:40 Kansspelautomaten </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                          Wet;</al></li>
                    <li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder
                          d, van de Wet;</al></li>
                    <li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder
                          e, van de Wet.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                      toegestaan.</al></li>
                <li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten
                      woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat
                      lokaal behorend erf te betreden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning,
                      een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                      lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat
                      lokaal behorend erf te betreden.</al></li>
                <li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of
                      het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod gesteld in het eerste
                      en het tweede lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:42 Plakken en kladden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak
                      dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een
                      openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats
                      zichtbaar is:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te
                          plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                          aanbrengen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter,
                          cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                      gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                      meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken
                      voor bet aanbrengen van handelsreclame.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                      meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de
                      inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
                <li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is
                      verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond
                      ter inzage af te geven.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:43</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben
                  enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                  verfgereedschap.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                  gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als
                  verboden in artikel 2:42.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of
                      bij zich te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen,
                      voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het
                      eerste lid bedoelde handelingen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:45</nr>
                <titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:46</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:47</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                        monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                        hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                        straatmeubilair;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan weggebruikers of
                        bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt
                        veroorzaakt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of
                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:47a Verplichte route</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:48</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het
                  college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken
                  flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de
                  Drank- en Horecawet;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een
                  ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:49</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een
                  gebouw te zitten of te liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                  appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor
                  publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een
                  voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:50</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op
                te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel,
                wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een
                andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende
                ruimte is bestemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:51</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of
                te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan
                wel in de ingang van een portiek indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat
                    gebouw of dat portiek;</al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:52</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en
                plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de
                burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de
                bezoekers van het terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:53</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een gebouw,
                  woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon dan
                  wel een zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                  bespieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument
                  een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te
                  bespieden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:54</nr>
                <titel>Bewakingsapparatuur</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:55</nr>
                <titel>Nodeloos alarmeren</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:56</nr>
                <titel>Alarminstallaties</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:57</nr>
                <titel>Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven
                  of te laten lopen:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                  kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college
                  aangewezen plaats;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                  identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in het eerste lid
                  onder a, niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de
                  eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                  laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                  gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen een algemeen aanlijngebod instellen ter
                  beperking of voorkoming van het gevaar van verspreiding van besmettelijke
                  ziekten.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond
                  zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>op een gedeelte van de weg binnen de bebouwde kom dat bestemd is of mede bestemd
                  voor het verkeer van voetgangers;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                  kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid,
                  onder a niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod
                  wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat
                  de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De eigenaar van een hond is verplicht, indien de hond zich op een weg binnen de
                  bebouwde kom of een voor het publiek toegankelijke plaats bevindt, een doelmatig
                  opruimmiddel bij zich te dragen dat is bestemd voor het verwijderen van
                  uitwerpselen. De eigenaar is verplicht dit opruimmiddel op de eerste vordering te
                  tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven
                  of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                  bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                  in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan de
                  eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                  hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die
                  hond noodzakelijk vindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor het
                  bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een
                  optisch leesbaar, niet- verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de
                  buikwand.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Regeling
                  agressieve dieren;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van
                  hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                  door de Regeling agressieve dieren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:60</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer plaatsen
                  aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de
                  openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>aanwezig te hebben, of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels,
                  of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is
                  aangegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats daarbij
                  aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                  inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben
                  in een groter aantal dan door het college is aangegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een
                  krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen
                  van het in het tweede lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:61</nr>
                <titel>Wilde dieren</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:62</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of
                terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die
                weg niet kan bereiken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:63</nr>
                <titel>Duiven</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:64</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:65</nr>
                <titel>Bedelarij</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:66</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in
                artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:67</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of
                  ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een
                  doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                  vermeldt hij onverwijld:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover dat mogelijk is -
                  soort, merk en nummer van het goed;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                  verplichtingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:68</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                  Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar af een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn
                        woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li>
                    <li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li>
                    <li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf
                        afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage
                    te geven;</al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam
                    en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;</al></li>
                <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te
                    houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:69</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:70</nr>
                <titel>Handel in horecabedrijven</titel>
              </kop>
              <al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven) onder
                artikel 2:32).</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Vuurwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:71</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk
                waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot
                consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:72</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                  verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73</nr>
                <titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het college in het
                    belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat
                    gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li>
                <li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voorzover in het
                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1,
                    van het Wetboek van Strafrecht.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:73a Carbid Schieten </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of,
                        voor zover het openbare vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de
                        Gemeentewet betreft, de burgemeester;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bus: een (originele)(melk) bus van staal/ijzer, container, opslagvat of
                        ander daarmee gelijk te stellen voorwerp;</al></li>
                    <li nr="c."><al>carbid schieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van
                        acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en
                        water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Carbid schieten in de open lucht is verboden, tenzij wordt voldaan aan de
                    volgende voorwaarden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het carbid schieten vindt plaats op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00
                        uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur. Daarbij wordt gebruik
                        gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter en mits daarbij
                        geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbid
                        schieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor
                        gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de
                        omgeving;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het carbid schieten vindt plaats op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00
                        uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur buiten de bebouwde kom
                        waarbij gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met
                        een maximale omvang van 50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas
                        afkomstig van een reactie tussen calciumcarbide (carbid) en water of
                        gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen, mits daarbij geen handelingen
                        worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbid schieten verricht
                        weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of
                        hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:</al></li>
                    <li nr="-"><al>op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing en</al></li>
                    <li nr="-"><al>op een afstand van ten minste 300 meter van inrichtingen voor de
                        intramurale zorg en</al></li>
                    <li nr="-"><al>op een afstand van ten minste 300 meter van in gebruik zijnde
                        voorzieningen voor het houden van dieren en</al></li>
                    <li nr="-"><al>op een afstand van ten minste 500 meter van een
                        vogelbeschermingsgebied;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="8."><al>er wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting
                    waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen;</al></li>
                <li nr="9."><al>het vrijschootsveld is minimaal 75 meter is en hierin geen verharde openbare
                    wegen of paden liggen;</al></li>
                <li nr="10."><al>binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbid
                    schieten plaatsvindt, worden in totaal niet meer dan tien bussen gebruikt dan
                    wel worden gebruiksklaar aanwezig gehouden voor carbid schieten;</al></li>
                <li nr="11."><al>de (melk)bussen/containers/opslagvaten stevig zijn verankerd in de bodem of in
                    een frame, of op andere wijze zodat terugslag kan worden voorkomen;</al></li>
                <li nr="12."><al>er wordt geschoten door een persoon van 16 jaar of ouder niet onder invloed
                    van alcohol/drugs en onder toezicht van een of meerdere personen van 18 jaar of
                    ouder. Deze dienen de eigen veiligheid en die van het publiek te
                    waarborgen;</al></li>
                <li nr="13."><al>Indien het carbid schieten plaatsvindt na zonsondergang, dient het
                    schietterrein goed te worden verlicht;</al></li>
                <li nr="14."><al>Het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen dient zodanig te zijn dat
                    deze geen schade aan mens, dier of goed kunnen veroorzaken.</al></li>
                <li nr="15."><al>Het gebruik van busdeksels om carbid af te schieten is niet toegestaan;</al></li>
                <li nr="16."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast
                    of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen
                    waar het gestelde in het derde lid niet van toepassing is;</al></li>
                <li nr="17."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                    gestelde verbod;</al></li>
                <li nr="18."><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet
                    wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                    stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73b</nr>
                <titel>Het bij zich hebben van Carbid</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de weg carbid bij zich te hebben op andere dagen dan
                  op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en
                  02.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degenen aan wie carbid
                  is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die
                  aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of
                  bedrijf.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is voorts niet van toepassing op de houder van
                  een melding als bedoeld in het tweede lid, gedurende de tijd waarvoor de
                  ontheffing is verleend alsmede gedurende een uur daarvoor en een uur daarna.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet
                  wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                  stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te
                vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een
                voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke
                doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet , of daarop
                gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare
                plaatsen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:75</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot
                het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door
                hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11,
                2:16, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening
                gemeente Olst-Wijhe groepsgewijs niet naleven.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:76</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring
                van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees
                voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het
                publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:77</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot
                plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op
                een openbare plaats.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                    handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele
                    handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                    worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                    Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop,
                    seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                    tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                    elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die
                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                    die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                    hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen
                    te worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                    rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                    exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                    bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke
                    leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                    escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering
                    van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze
                        verordening;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende
                        redenen noodzakelijk is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of,
                voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de
                uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels
                vaststellen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:4</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te
                  wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval
                  vermeld:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:5</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de
                  voogdij;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder
                  niet:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een
                  psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het
                  Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                  vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de
                  Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                  waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                  artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken
                  onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
                  meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a
                  van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de
                  Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a
                  (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het
                  Wetboek van Strafrecht;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto
                  artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                  kansspelen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder
                  a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene
                  wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing
                  op de aanvraag van de vergunning;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de
                  intrekking van deze vergunning.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of
                  beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
                  maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning
                  bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem
                  terzake geen verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:6</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin
                  bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen
                  02:00 en 07:00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in
                  artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                  vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden
                  gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid,
                  dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voorzover in de
                  daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                  gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:7</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van
                  strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                  bestuursorgaan:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende
                  sluitingsuren vaststellen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of
                  algehele sluiting bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht,
                  maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit bekend
                  overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:8</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat
                  de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de
                  seksinrichting aanwezig is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                  seksinrichting:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd
                  in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de
                  persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                  Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                  munitie; en</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of
                  krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:9</nr>
                <titel>Straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze,
                passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:10</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te
                exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en
                leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:11</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen,
                  afbeeldingen en dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop
                  goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
                  afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te
                  bieden of aan te brengen:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat
                  de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of
                  de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van
                  de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                  tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen,
                  gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren
                  van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                  Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning
                      bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                      aanvraag ontvangen is.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken
                      verdagen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd
                      indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                          gestelde eisen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                          escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                          stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li>
                    <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                          personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het
                          Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                          vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al><al/><al>2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel
                          3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel
                          3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: </al><lijst>
                        <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                        <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                        <li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                              leefklimaat;</al></li>
                        <li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                        <li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li>
                        <li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li>
                        <li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li>
                      </lijst></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                      vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf
                      feitelijk heeft beëindigd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de
                      exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:15 Wijziging beheer</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het beheer in de
                      seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de
                      exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                      schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het
                      bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de
                      verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen.
                      Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van
                      overeenkomstige toepassing.</al></li>
                <li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer
                      worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag
                      als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                      besloten.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Overgangsbepaling</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:16 Overgangsbepaling</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien
              van de gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Geluidhinder en verlichting</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit ;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder
                    of anderszins een inrichting drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein
                    aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of
                    een klein aantal inrichtingen;</al></li>
                <li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van
                    de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met
                    uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet
                    geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering
                    van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17 , 2.19 en 2.20 van het Besluit
                  en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per
                  kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                  wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening
                  in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit gelden
                  niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                  festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college
                  bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de kernen en/of
                  buurtschappen van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een
                  nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te
                  voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in
                  het eerste lid aanwijzen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan voorwaarden stellen aan de festiviteiten en activiteiten ter
                  voorkoming of beperking van geluidhinder.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele festiviteiten per
                  kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17 ,
                  2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                  toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                  aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 incidentele festiviteiten
                  per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van
                  sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van
                  toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                  aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en
                  naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier
                  vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op
                  verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die
                  redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan voorwaarden stellen aan de festiviteiten en activiteiten ter
                  voorkoming of beperking van geluidhinder.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van
                  de inrichting en niet voor de buitenruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten,
                  behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:4</nr>
                <titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5</nr>
                <titel>Onversterkte muziek</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel
                    2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de
                    onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige
                        gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                        toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                        geluidsmetingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige
                        terreinen op de grens van het terrein;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het
                        woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                        verblijfsruimten;</al></li>
                    <li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen
                        bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li>
                    <li nr="e."><al>tabel e</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <table>
                <tgroup cols="4">
                  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/>
                  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/>
                  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/>
                  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al/>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>
                          <vet>7.00-19.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>
                          <vet>19.00-23.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>
                          <vet>23.00-7.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>40 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>35 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>30 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>25 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>70 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>65 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>60 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>55 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>Voor de duur van 2 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen
                    door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in
                    een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde
                    geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                    wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van
                    toepassing.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van deze
                    verordening van toepassing is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het
                  Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                  verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving
                  geluidhinder wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                  door de Wet geluidhinder, de Zondagswet , de Wet openbare manifestaties, het
                  Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6a</nr>
                <titel>(Geluid)hinder in de openlucht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer in de
                    openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in
                    werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor
                    de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod, vervat in het
                    eerste lid, niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de
                    aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of
                    (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen
                    voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder.</al></li>
                <li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:</al></li>
              </lijst>
              <al> het maximale geluidsniveau;</al>
              <al>de situering van geluidsbronnen;</al>
              <al>de frequentie en tijden van gebruik.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6b</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door dieren</titel>
              </kop>
              <al> Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft
                voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de
                omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</label>
              </kop>
              <al> Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zich met
                een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een
                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s</label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een
                      vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels
                      en verkeerstekens op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor
                      een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt
                      veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6A Mosquito</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een
                        slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met
                        als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast
                        veroorzaken.</al></li>
                <li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het
                        belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito
                        aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die
                        plaats.</al></li>
                <li nr="3."><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de
                        plaats waar deze is aangebracht.</al></li>
                <li nr="4."><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast
                        redelijkerwijs valt te verwachten.</al></li>
                <li nr="5."><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 3 maanden.
                        De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 3
                        maanden verlengen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:7 Straatvegen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de
                gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of
                enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide
                tijdsperiode.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats ziin natuurlijke
                behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                  putten buiten gebouwen</label>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen
                zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel
                voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor
                anderen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
                            uitlopen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip
                        van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of
                        ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen
                        hebben.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden
                        te vellen of te doen vellen. </al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor:</al></li>
              </lijst>
              <al>- wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden,
                    beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen; </al>
              <al>- vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; </al>
              <al>- fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en
                    geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; </al>
              <al>- kweekgoed; </al>
              <al>-houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; </al>
              <al>- houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                    geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom,
                    tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere
                    oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer
                    dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; </al>
              <al>- houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of
                    krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het
                    bepaalde in artikel 4.3.6</al>
              <al>struiken;</al>
              <al>- bomen binnen de bebouwde kom met een stamomtrek van minder dan 65
                    centimeter, gemeten op 1 meter hoogte, of een diameter van minder dan 20
                    centimeter, gemeten op 1 meter hoogte;</al>
              <al>- (wintergroene) coniferen</al>
              <al>- berken en fijnsparren binnen de bebouwde kom.</al>
              <al/>
              <al>3. De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:</al>
              <al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al>
              <al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al>
              <al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al>
              <al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al>
              <al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al>
              <lijst>
                <li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al><al/></li>
                <li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen
                        voorschriften.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.11a</nr>
                <titel>Aanvraag vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.11b</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12</nr>
                <titel>Vergunning van rechtswege</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12a</nr>
                <titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12b</nr>
                <titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
                  toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze
                  tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich
                  de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                  van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                  overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                  termijn. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij
                  worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet
                  geslaagde beplanting moet worden vervangen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
                  toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de
                  zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan
                  degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                  verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen
                  een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging
                  wordt weggenomen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid
                  is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.12c Schadevergoeding </label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.12d Bestrijding iepziekte</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel
                      van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor
                      vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
                      door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving
                      vast te stellen termijn:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig
                          te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel
                      ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm,
                      voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan
                      ontheffing verlenen van dit verbod.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een
                      inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg
                      gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                      voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                      openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                      plaatsen of aanwezig te hebben: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of
                      vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien
                      het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                      anderszins voor een commercieel doel; </al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
                      ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                      afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp
                  of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere
                  regels stellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                  onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale
                  Verordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
                  voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het
                  verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
                  Indien de handelsreclame, geen bouwwerk zijnde, hetzij op zichzelf, hetzij in
                  verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:17 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig
                  waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist,
                  dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                  recreatief nachtverblijf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te
                      plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in
                      het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen
                      gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste
                      lid.</al></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd
                      in het belang van: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4:18,
                      eerste lid niet geldt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden,
                      genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label> Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</label>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 1. Parkeerexcessen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement
                  verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens
                  zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement
                  verkeersregels en verkeerstekens ( RVV 1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                betaling.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt
                voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen,
                verboden: </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te
                parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                deze voertuigen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te
                    parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                    verhandelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te
                verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van
                    onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg
                    te parkeren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6</nr>
                <titel>Kampeermiddelen e.a.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan
                verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door
                het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                aanzien van de gemeente;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel
                schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a,
                gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                landschapsverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                    handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee
                    handelsreclame te maken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft
                    van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een
                    door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                    voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft
                    van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar
                    dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                    beschikbare parkeerruimte.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot
                    en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                    ontheffing verlenen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft
                    van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren
                    bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige
                    wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt
                    aangedaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt
                    voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig
                    ter plaatse noodzakelijk is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten
                    staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                    groenstrook.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de
                    overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor
                    dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</label>
              </kop>
              <al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van
                het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of
                ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten
                staan.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 2. Collecteren</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van
                    geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het
                    aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte
                    stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                    indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de
                    opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                    wordt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> Afdeling 3. Venten</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:14 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de
                    ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                    diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet
                        ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                        Winkeltijdenwet</al></li>
                    <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
                        aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                        eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in
                        artikel 5:22;</al></li>
                    <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
                        aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:15 Ventverbod</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare
                    veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 18:00 en
                    08:00 uur.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met
                    gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid
                    beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li>
                    <li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede
                    lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 4. Standplaatsen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:17 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats
                    op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of
                    afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen,
                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160,
                        eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet ;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen
                    of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                    geweigerd:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving
                        niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></li>
                    <li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een
                        deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen
                        van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                        redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                        komt.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</label>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder
                vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></li>
                <li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder a, geldt niet voor
                    bouwwerken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Snuffelmarkten</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:22 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het
                    publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante
                    goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                    standplaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en
                        onder h, van de Gemeentewet;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te
                    organiseren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en
                    voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                    bestemmingsplan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 6. Openbaar water</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een
                    voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                    aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                    constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van
                    het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een
                    belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar
                    water.</al></li>
                <li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met
                    een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan
                    uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.</al></li>
                <li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder,
                    en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin geregelde
                    onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan
                    wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college
                    aangewezen gedeelten van openbaar water.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een
                    ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid
                    aangewezen gedeelten van openbaar water:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                        veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;</al></li>
                    <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al><al>3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                        Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                        landschapsverordening.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25 bepaalde kan het
                    college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking
                    tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                    openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                    de gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college
                    gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van
                    een ligplaats op te volgen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in de daarin
                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de
                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de
                    Provinciale landschapsverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in
                strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in
                    de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens,
                    dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen,
                    zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                    bakens of sluizen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld onderwerp wordt
                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het
                water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk
                gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water
                    ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan
                    hinder of gevaar kan ondervinden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in
                    openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te
                    bevinden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend
                    in of aan een openbaar water, los te maken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
              natuurgebieden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:32 Crossterreinen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als
                    bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1,
                    onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                    wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                    motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                    hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing
                    is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                    <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
                        en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li>
                    <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                        bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan wat artikel
                    1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                    sportmotoren.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken,
                    plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich
                    te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                    Verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in artikel 1,
                    onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                    paard.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde
                    verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van
                    het gebruik van deze terreinen:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li>
                    <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li>
                    <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en
                    bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van
                        andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en
                        verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                        hulpverleningsdiensten;</al></li>
                    <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de
                        terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li>
                    <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                        voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                    <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die
                        gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li>
                    <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder
                        d bedoelde personen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                    <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden'
                        aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of
                        krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
                    verbod.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                anderszins vuur te stoken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                    in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of
                    te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></li>
                    <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen
                        worden verbrand;</al></li>
                    <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of
                        hinder voor de omgeving oplevert.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd
                    ter bescherming van de flora en fauna.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door
                    artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                    Provinciale milieuverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 9. Verstrooiing van as</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:35 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien
                van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of
                nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen voor zover niet anders is bepaald in de
                        Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt
                    verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                    plaatsvindt.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op
                    grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het
                    eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                    crematoriumterreinen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:37 Hinder of overlast</label>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt
                veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 6:1 Strafbepaling</label>
              </kop>
              <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van
                artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met
                hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan
                bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 6:2 Toezichthouders</label>
              </kop>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
                zijn belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</label>
              </kop>
              <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke
                strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het
                leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning
                zonder toestemming van de bewoner.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Olst-Wijhe, vastgesteld
                    in de vergadering van 5 oktober 2009 wordt ingetrokken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is
                    bekendgemaakt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</label>
              </kop>
              <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid,
                die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor
                deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen
                krachtens deze verordening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 6:6 Citeertitel</label>
              </kop>
              <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                Olst-Wijhe. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 21 november 2011.</al></slotformulering></regeling-sluiting>
      
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Inhoudsopgave</label>
        </kop>
        <al>HOOFDSTUK 1. algemene bepalingen </al>
        <al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 1:2 Beslistermijn </al>
        <al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </al>
        <al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen </al>
        <al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing </al>
        <al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing </al>
        <al>Artikel 1:7 Termijnen </al>
        <al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 1:9 Paragraaf 4.1.3.3 Awb wel van toepassing </al>
        <al>Artikel 1:10 Paragraaf 4.1.3.3 Awb niet van toepassing </al>
        <al>HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE </al>
        <al>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden </al>
        <al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden </al>
        <al>Afdeling 2. Betoging </al>
        <al>Artikel 2:2 Optochten </al>
        <al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:4 Afwijking termijn </al>
        <al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens </al>
        <al>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken </al>
        <al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                  afbeeldingen </al>
        <al>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg </al>
        <al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. </al>
        <al>Artikel 2:8 Dienstverlening </al>
        <al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. </al>
        <al>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg </al>
        <al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                  publieke functie ervan </al>
        <al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                  veranderen van een weg </al>
        <al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg </al>
        <al>Afdeling 6. Veiligheid op de weg </al>
        <al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid </al>
        <al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes </al>
        <al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp </al>
        <al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. </al>
        <al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen </al>
        <al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al>
        <al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </al>
        <al>Artikel 2:20a Gevaarlijke voorwerpen </al>
        <al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al>
        <al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn </al>
        <al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs </al>
        <al>Afdeling 7. Evenementen </al>
        <al>Artikel 2:24 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:25 Evenement </al>
        <al>Artikel 2:26 Ordeverstoring </al>
        <al>Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven </al>
        <al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 2:28 Exploitatie horecabedrijf </al>
        <al>Artikel 2:29 Sluitingstijd </al>
        <al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting </al>
        <al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen </al>
        <al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven </al>
        <al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al> Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
              </al>
        <al>Artikel 2:35 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie </al>
        <al>Artikel 2:37 Nachtregister </al>
        <al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister </al>
        <al>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden </al>
        <al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden </al>
        <al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten </al>
        <al>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </al>
        <al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </al>
        <al>Artikel 2:42 Plakken en kladden </al>
        <al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al>
        <al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen </al>
        <al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:47a Verplichte route </al>
        <al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik </al>
        <al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen </al>
        <al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
                </al>
        <al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
                </al>
        <al>Artikel 2:53 Bespieden van personen </al>
        <al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur </al>
        <al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren </al>
        <al>Artikel 2:56 Alarminstallaties </al>
        <al>Artikel 2:57 Loslopende honden </al>
        <al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden </al>
        <al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden </al>
        <al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren </al>
        <al>Artikel 2:61 Wilde dieren </al>
        <al>Artikel 2:62 Loslopend vee </al>
        <al>Artikel 2:63 Duiven </al>
        <al>Artikel 2:64 Bijen </al>
        <al>Artikel 2:65 Bedelarij </al>
        <al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen </al>
        <al>Artikel 2:66 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al>
        <al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                  Strafrecht </al>
        <al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </al>
        <al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven </al>
        <al>Afdeling 13. Vuurwerk </al>
        <al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                  verkoopdagen </al>
        <al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                </al>
        <al>Artikel 2:73a Carbid Schieten </al>
        <al>Artikel 2:73b Het bij zich hebben van Carbid </al>
        <al>Afdeling 14. Drugsoverlast </al>
        <al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat </al>
        <al>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                cameratoezicht op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding </al>
        <al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden </al>
        <al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al>
        <al>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. </al>
        <al>Afdeling 1. Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al>Artikel 3:3 Nadere regels </al>
        <al>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
              </al>
        <al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen </al>
        <al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder </al>
        <al>Artikel 3:6 Sluitingstijden </al>
        <al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
                </al>
        <al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
                </al>
        <al>Artikel 3:9 Straatprostitutie </al>
        <al>Artikel 3:10 Sekswinkels </al>
        <al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                  erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke </al>
        <al> Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn </al>
        <al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden </al>
        <al>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer </al>
        <al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie </al>
        <al>Artikel 3:15 Wijziging beheer </al>
        <al>Afdeling 5. Overgangsbepaling </al>
        <al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling </al>
        <al>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
              uiterlijk aanzien van de gemeente </al>
        <al>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting </al>
        <al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek </al>
        <al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder </al>
        <al>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht </al>
        <al>Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren </al>
        <al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. </al>
        <al>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s </al>
        <al>Artikel 4:6A Mosquito </al>
        <al>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging </al>
        <al>Artikel 4:7 Straatvegen </al>
        <al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </al>
        <al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                  putten buiten gebouwen </al>
        <al>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden </al>
        <al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden </al>
        <al>Artikel 4.11a Aanvraag vergunning </al>
        <al>Artikel 4.11b Weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege </al>
        <al>Artikel 4.12a Bijzondere vergunningsvoorschriften </al>
        <al>Artikel 4.12b Herplant-/instandhoudingsplicht </al>
        <al>Artikel 4.12c Schadevergoeding </al>
        <al>Artikel 4.12d Bestrijding iepziekte </al>
        <al>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </al>
        <al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. </al>
        <al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen </al>
        <al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame </al>
        <al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame </al>
        <al>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen </al>
        <al>Artikel 4:17 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen </al>
        <al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen </al>
        <al> Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente </al>
        <al>Afdeling 1. Parkeerexcessen </al>
        <al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al>
        <al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken </al>
        <al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. </al>
        <al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen </al>
        <al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al>
        <al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets </al>
        <al>Afdeling 2. Collecteren </al>
        <al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen </al>
        <al> Afdeling 3. Venten </al>
        <al>Artikel 5:14 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:15 Ventverbod </al>
        <al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </al>
        <al>Afdeling 4. Standplaatsen </al>
        <al>Artikel 5:17 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende </al>
        <al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen </al>
        <al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht </al>
        <al>Afdeling 5. Snuffelmarkten </al>
        <al>Artikel 5:22 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt </al>
        <al>Afdeling 6. Openbaar water </al>
        <al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water </al>
        <al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen </al>
        <al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats </al>
        <al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats </al>
        <al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken </al>
        <al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen </al>
        <al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water </al>
        <al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen </al>
        <al>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
            </al>
        <al>Artikel 5:32 Crossterreinen </al>
        <al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden </al>
        <al>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken </al>
        <al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                anderszins vuur te stoken </al>
        <al>Afdeling 9. Verstrooiing van as </al>
        <al>Artikel 5:35 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen </al>
        <al>Artikel 5:37 Hinder of overlast </al>
        <al> Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen </al>
        <al>Artikel 6:1 Strafbepaling </al>
        <al>Artikel 6:2 Toezichthouders </al>
        <al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen </al>
        <al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening </al>
        <al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling </al>
        <al>Artikel 6:6 Citeertitel </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>