<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR132323_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;</vet></al><al>gezien het voorstel van het presidium van de raad d.d. 8 februari
                        2010</al><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147
                        van de Gemeentewet;</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden
                        2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="f."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="g."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toelage fractievoorzitters</titel></kop><al>Naast de vergoeding voor de werkzaamheden ontvangen fractievoorzitters
                            voor de duur van hun voorzitterschap per jaar een toelage gelijk aan
                            1,2% van de vergoeding op jaarbasis en een toelage gelijk aan 0,4% van
                            de vergoeding op jaarbasis voor elk lid dat de fractie buiten de
                            fractievoorzitter telt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4,
                                vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding
                                gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld in tabel III
                                van het Rechtspositiebesluit raads en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 4,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 4,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd, komen voor rekening van
                                de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Internetaansluiting t.b.v. gebruik computer</titel></kop><al>Als tegemoetkoming in de kosten van een internetaansluiting voor het
                            gebruik van een computer t.b.v. de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            ontvangt het raadslid een nettovergoeding van € 25,00 per maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan
                                deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de
                                Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid
                                wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd
                                met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                Uitvoeringsregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De artikelen 2, 4, 5 en 9 tot en met 13 blijven van toepassing op
                                het raadslid aan wie ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk
                                ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met
                                dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond
                                van artikel 4, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van
                                het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 2 tot en met 9, 12 en 13 van deze verordening zijn van
                                toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging
                                van een raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk
                                ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of
                                ziekte.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld
                            in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Binnenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen
                                buiten het grondgebied van de gemeente worden aan de wethouder
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        noodzakelijk gemaakte reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten,
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van binnenlandse reizen worden aan de wethouder vergoed. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik
                                maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder dienstauto
                                wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de
                                gemeente ingehuurde auto.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder ook
                                worden gebruikt voor reizen ten behoeve van nevenfuncties die de
                                wethouder vervult uit hoofde van zijn ambt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het tweede lid
                                bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke dienstauto
                                en daarvoor een vergoeding van reiskosten ontvangt, wordt die
                                vergoeding in de gemeentelijke kas gestort.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt, worden de in</al><al> redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd, komen voor rekening van
                                de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Internetaansluiting t.b.v. gebruik computer</titel></kop><al>Als tegemoetkoming in de kosten van een internetaansluiting voor het
                            gebruik van een computer t.b.v. de uitoefening van ambt ontvangt de
                            wethouder een nettovergoeding van € 25,00 per maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                                zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorzover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor
                                privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van
                                de gesprekskosten plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                                personeel geldende</al><al> spaarloonregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in
                                artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de</al><al> wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze
                                van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt, heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie</al><al> wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie en haar subcommissies, bedoeld in artikel 14 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                                door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                                gemeenteklasse 3 vastgestelde maximum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                                de gemeente georganiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door
                                of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het commissielidmaatschap.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 6, 7, 17,
                                19, 25 en 27, wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier,
                                waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze
                                kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en
                                binnen twee maanden ingediend - indien het een wethouder betreft bij
                                de burgemeester; - indien het een raads- of commissielid betreft bij
                                het presidium, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 8, 17, 19, 20, 25
                                en 28, kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raads- of commissielid,
                                onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan
                                de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden per ommegaande
                                ingediend - indien het een wethouder betreft bij de burgemeester; -
                                indien het een raads- of commissielid betreft bij het
                                presidium.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vl</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening 'Voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden
                            2002', vastgesteld bij besluit van de raad d.d. 25 november 2002, wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 11 maart 2010 en werkt voor wat
                            betreft artikel 3 terug tot 1 januari 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening voorzieningen
                            wethouders, raads- en commissieleden 2010'.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 22 februari 2010.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans drs. R.H. Roep</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>