<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR131879_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolrechten 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, Officiële bekendmakingen, 2012, week 49, blz. 4</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolrechten 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>1e wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 12-72</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening rioolrechten 2011van 10 november 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolrechten 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al><al>1.gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>verbruiksperiode:</al><lijst><li nr="1."><al>bij aansluiting met het waterleidingsbedrijf: de periode
                                        waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking
                                        heeft;</al></li><li nr="2."><al>zonder aansluiting met het waterleidingsbedrijf: de periode
                                        gedurende het belastingjaar waarin het afvalwater wordt
                                        afgevoerd.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbare feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                    indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
                                    te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat
                            hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval het perceel een roerende zaak is,wordt naar de omstandigheden
                            beoordeel wie als ge-nothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                            recht moet worden beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belastingen geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van de heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                            dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
                            het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
                            een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                            herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastinggrondslag en tarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht voor het eigenarendeel, als bedoeld in artikel 3, lid 1 letter
                            a, bedraagt per perceel € 183,00 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht voor het gebruikersdeel, als bedoeld in artikel 3, lid 1
                            letter b, bedraagt € 4,65 per elke tien m³ of gedeelte daarvan, dat
                            boven de hoeveelheid van 500 m³ afvalwater per jaar op de gemeentelijke
                            riolering is afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolrechten of andere
                            heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                            het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten
                        de aanslagen</al><al>worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt
                        op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                        het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al><lijst><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 100,- maar minder is € 3.500,- en zolang de verschuldigde bedragen
                                door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                                belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval moeten de
                                aanslagen worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met
                                uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de marge
                                (meer dan € 100,- maar minder dan € 3.500,-) van lid 2 vallen en die
                                door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                                belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dezelfde termijnen
                                afgeschreven zoals in lid één; </al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolrechten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>In werkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening rioolrechten 2011” van 10 november 2010, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolrechten
                                2012.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2011.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>