<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR131661_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Marktgelden 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zandvoortsecourant.nl">Zandvoortste Courant dd 29 november 20121</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Marktgelden 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">artikel 216 en 229, eerste lid aanhef en onderdeel b van de gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z2012-003701 doc nr 2012/09/000524</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Toerisme en Economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt "Verordening Marktgelden 2011"</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Marktgelden 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>1 DE VERORDENING</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Zandvoort:</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 15
                        november 2011, nummer Z2011-005473 doc nr 2011/11/00590;</al><al/><al>gelet op de overwegingen van de gemeenteraad 14 december 2011,</al><al/><al>gelet op artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>besluit de volgende verordening, inclusief toelichting, vast te
                        stellen:</al><al>Verordening Marktgelden 2012. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1.1 BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>dag: </vet>de periode van 9.30 uur tot 16.00 uur, waarbij
                                    een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al><vet>kwartaal: </vet>de periode van drie aaneengesloten volle
                                    kalendermaanden;</al></li><li nr="c."><al><vet>kalenderjaar: </vet>de periode van 1 januari tot en met 31
                                    december;</al></li><li nr="d."><al><vet>kilowattuur:</vet> de arbeid die wordt verricht of de
                                    energie die wordt verbruikt als een vermogensbron een kilowatt
                                    (1000 watt) gedurende 1 uur moet leveren.</al></li><li nr="e."><al><vet>het college: </vet>het college van Burgemeester en
                                    Wethouders van de gemeente Zandvoort;</al></li><li nr="f."><al><vet>markt: </vet>de door het college ingestelde
                                    warenmarkt;</al></li><li nr="g."><al><vet>marktterrein: </vet>het terrein waar de markt wordt
                                    gehouden;</al></li><li nr="h."><al><vet>standplaats: </vet>de ruimte die voor de duur van de markt
                                    is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;</al></li><li nr="i."><al><vet>vaste standplaats: </vet>de standplaats die tot
                                    wederopzegging ter beschikking is gesteld aan een
                                    vergunninghouder;</al></li><li nr="j."><al><vet>dagplaats: </vet>de standplaats de per marktdag ter
                                    beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze
                                    niet als vaste standplaats is aangewezen dan wel ingenomen;</al></li><li nr="k."><al><vet>ambtenaar belast met de heffing: </vet>de gemeenteambtenaar
                                    die door het college is aangewezen als ambtenaar belast met de
                                    heffing van de gemeentelijke belastingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>1.2 NORMSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Belastbaar feit</label></kop><al>Onder de naam "Marktgelden" wordt een recht geheven ter zake het gebruik
                            van de als marktterrein aangewezen gemeentegrond overeenkomstig de
                            navolgende bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Belastingplicht</label></kop><al>3.1Dit recht wordt geheven van degene aan wie een standplaats op
                            het</al><al>marktterrein is toegewezen. </al><al>3.2Naast het onder het eerste lid genoemde recht kan een vergoeding
                            per</al><al>standplaats in rekening worden gebracht voor de afname van
                            elektriciteit</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Heffingsmaatstaf</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht wordt geheven naar het aantal m² dat de
                                    belastingplichtige op het marktterrein is toegewezen.</al></li><li nr="2."><al>Voor de berekening van het recht wordt een gedeelte van de in
                                    het eerste lid bedoelde eenheid als een volle eenheid
                                    aangemerkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Belastingtarief</label></kop><al>Het recht bedraagt per toegewezen m²:</al><al>a. voor een vaste standplaats:</al><al> per kalenderjaar € 47,30</al><al> per kwartaal € 13,10</al><al/><al>b. voor een dagplaats, per dag € 1,10</al><al/><al>c. voor de op te leggen elektrakosten per toegewezen vaste en
                            dagstandplaats per kilowattuur € 0,20 </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Wijze van heffing</label></kop><al>Het recht wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke
                            kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere
                            schriftuur, waarop het gevorderde bedrag is vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Termijnen van betaling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moet het recht, ingeval de kennisgeving als bedoeld in
                                    artikel 6 wordt uitgereikt, worden betaald op het moment van
                                    uitreiken van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval de kennisgeving wordt toegezonden, moet het recht worden
                                    betaald binnen 14 dagen na dagtekening van de schriftelijke
                                    kennisgeving.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
                                    onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een
                                    belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
                                    bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Nadere regels door het college</label></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van Marktgelden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Kwijtschelding</label></kop><al>Bij de invordering van Marktgelden wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Teruggaaf</label></kop><al>Indien de belastingplicht voor een toegewezen vaste jaarplaats in de
                            loop van het kalenderjaar wordt beëindigd, doordat de toewijzing wordt
                            ingetrokken, wordt teruggaaf verleend over zoveel twaalfde gedeelten van
                            het ingevolge artikel 5 onder a berekende bedrag, als er na het tijdstip
                            van beëindiging nog volle kalendermaanden in het kalenderjaar
                            overblijven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>1.3 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 11 Bevoegdheden</label></kop><al>De ‘ambtenaar belast met de heffing’ is belast met de uitvoering van
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening Marktgelden 2011” vastgesteld bij raadsbesluit
                                    van 9 november 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het
                                    derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                    verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                                    die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Marktgelden
                                    2012”.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>2 TOELICHTING OP DE VERORDENING</label></kop><divisie><kop><titel>2.1 ALGEMEEN</titel></kop><al>De verordening marktgeld is gebaseerd op artikel 229 eerste lid onder aanhef
                        en sub a van de Gemeentewet. Hier wordt geregeld dat de gemeente rechten kan
                        heffen over het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor openbare
                        dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde
                        werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn.</al></divisie><divisie><kop><titel>2.2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al><cursief>Ad d</cursief></al><al>Aan de begripsbepaling is “kilowattuur” toegevoegd. Met deze toevoeging is
                        het mogelijk om de elektra op de weekmarkt te berekenen en in rekening te
                        brengen bij degene die op de markt een vaste standplaats cq., dagplaats is
                            toegewezen<cursief>.</cursief></al><al><cursief>Ad e</cursief></al><al>Op basis van artikel 160 lid 1 onder h, is het college bevoegd tot het
                        instellen van marktdagen. Een marktdag wordt in de verordening aangemerkt
                        als markt. Het college heeft voor Zandvoort een warenmarkt ingesteld.</al><al><cursief>Ad g, h en i</cursief></al><al>Markthandelaren krijgen op de markt een ruimte aangewezen voor het
                        uitoefenen van de markthandel. Zandvoort kent twee type standplaatsen, een
                        vaste standplaats en een dagplaats. De vaste standplaats is voor handelaren
                        die wekelijks op de markt aanwezig zijn. Handelaren die Zandvoort niet vast
                        bezoeken komen in aanmerking voor een dagplaats.</al><al><cursief>Ad j</cursief></al><al>Artikel 231 lid 2 sub b van de Gemeentewet regelt dat de bevoegdheden en
                        verplichtingen die op rijksniveau gelden voor de inspecteur overeenkomstig
                        gelden voor de ambtenaar die belast is met de heffing van de gemeentelijke
                        belastingen. Deze ambtenaar wordt op grond van artikel 232 lid 2 sub a van
                        de Gemeentewet aangewezen door het college.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Het belastbaar feit dat tot heffing van marktgeld kan leiden, is het hebben
                        van een standplaats op de markt. Het recht wordt geheven voor het gebruik
                        van een gedeelte de gemeentegrond dat als marktterrein is aangewezen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Degene die een standplaats is toegewezen, is gehouden de rechten te betalen.
                        Dit geldt ongeacht het feit of degene die de standplaats is toegewezen ook
                        daadwerkelijk zijn standplaats inneemt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Heffingsmaatstaf</titel></kop><al>Het recht wordt geheven naar het aantal meters dat de belastingplichtige op
                        het marktterrein is toegewezen. Bij de berekening wordt uitgegaan van
                        volledige meters. Een gedeelte van de eenheid, zijnde een meter wordt
                        conform het tweede lid als een volle eenheid zijnde, een meter aangeduid.
                        Als bijvoorbeeld de toegewezen standplaats 9,75 meter bedraagt, wordt het
                        recht geheven over tien meter.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>In deze verordening is gekozen om Marktgelden te heffen in de vorm van een
                        gebruiksretributie. Een gebruiksretributie wordt geheven over de gehele
                        standplaats, ongeacht de ingenomen oppervlakte.</al><al>De vergunninghouder dient van 09.00 tot 16.00 uur zijn/haar standplaats in
                        te nemen. Dit betekent dat maximaal 7 uren per marktdag voor de elektra in
                        rekening worden gebracht. Delen van uren worden naar hele uren afgerond. De
                        artikelen 6 en 7 betreffende de wijze van heffing en de termijnen van
                        betaling zijn van overeenkomstige toepassing op de betaling van de elektra
                        en gelden voor de vaste standplaatsen. Indien de inning voor de vaste
                        standplaats per jaar plaatsvindt zal een vast bedrag in rekening worden
                        gebracht, gebaseerd op het gemiddeld verbruik. Verrekening met het
                        daadwerkelijk verbruik vindt plaats in het eerste kwartaal van het
                        kalenderjaar volgend op het jaar van de heffing. Voor de dagplaats wordt 7
                        uur x de kilowattuurprijs in rekening gebracht. De jaarlijkse verhoging van
                        het tarief vindt plaats op basis van de door de energieleverancier voor de
                        gemeente Zandvoort gehanteerde bedragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>In deze verordening is ervoor gekozen om het recht te heffen via een
                        gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Bij de kennisgeving wordt een nota
                        of een andere geschreven stuk bedoeld, waarop het bedrag wordt vermeld dat
                        door de handelaar betaald moet worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al><cursief>Eerste en Tweede lid</cursief></al><al>Er bestaat een wettelijke regeling omtrent de betaaltermijnen. Deze is
                        opgenomen in artikel 9 van de Invorderingswet 1990. Op grond van artikel 250
                        van de Gemeentewet kan hiervan in de belastingverordening worden afgeweken.
                        In het eerste en tweede lid van artikel 7 is afgeweken van de wettelijke
                        betalingstermijn om doelmatigheidsredenen ten aanzien van de
                        invordering.</al><al>Bij uitreiking van de schriftelijke kennisgeving moet direct worden betaald.
                        Indien de kennisgeving wordt toegezonden, dient het recht binnen 14 dagen na
                        dagtekening te worden betaald.</al><al/><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Met betrekking tot de bij het vaststellen van een belastingaanslag op te
                        leggen boete zijn de betaaltermijnen gelijk aan die voor de
                        belastingaanslag, ook indien in de belastingverordening van artikel 9 van de
                        Invorderingswet 1990 afwijkende betaaltermijnen zijn opgenomen. Dit volgt
                        uit artikel 9, derde lid, van de Invorderingswet 1990. Het is dus niet nodig
                        om in de belastingverordening betaaltermijnen voor bestuurlijke boeten op te
                        nemen.</al><al/><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>De Algemene termijnenwet (ATW) is van toepassing op in een wet gestelde
                        termijnen (artikel 1). Hiermee wordt een wet in formele zin bedoeld. Artikel
                        9, tiende lid, van de Invorderingswet 1990 bepaalt echter dat de ATW niet
                        van toepassing is op de in de leden 1 tot en met 9 gestelde termijnen.
                        Indien gemeenten afwijkende termijnen in de belastingverordening hebben
                        opgenomen en dus artikel 9, tiende lid, van de Invorderingswet 1990 niet
                        geldt, is voor de betaling van de definitieve aanslag de ATW wel van
                        toepassing. Dit volgt ook uit artikel 145 van de Gemeentewet, waarin is
                        bepaald dat de ATW van toepassing is op in een verordening gestelde
                        termijnen, tenzij in de verordening anders is bepaald.</al><al>Indien voor de betaling van aanslagen een regeling is getroffen in de
                        belastingverordening en voor voorlopige aanslagen, navorderingsaanslagen of
                        naheffingsaanslagen niet, betekent dit dat voor de laatste drie genoemde
                        aanslagen artikel 9 van de Invorderingswet 1990 geldt. In dat geval is de
                        ATW wel van toepassing op de betaaltermijnen voor aanslagen en niet van
                        toepassing op de betaaltermijnen voor voorlopige aanslagen,
                        navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen. Teneinde te voorkomen dat voor
                        de verschillende belastingaanslagen een verschillend juridisch regime geldt,
                        is in artikel 7 vierde lid, overeenkomstig artikel 9, tiende lid, van de
                        Invorderingswet – de ATW buiten toepassing verklaard.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Op grond van artikel 231 van de Gemeentewet zijn bij de heffing en de
                        invordering van gemeentelijke belastingen onder meer de Algemene wet inzake
                        rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 van toepassing. De
                        heffingsbevoegdheden komen toe aan de daartoe aangewezen heffingsambtenaar
                        en de invorderingsbevoegdheden aan de daartoe aangewezen
                        invorderingsambtenaar. De AWR en de Invorderingswet 1990 kennen ook
                        bepalingen op grond waarvan de minister van Financiën de bevoegdheid wordt
                        toegekend nadere regels te geven over bepaalde heffings- en
                        invorderingsaangelegenheden. Voor de gemeentelijke belastingen komt die
                        bevoegdheid op grond van artikel 231 toe aan het college. Verder is het
                        college als bestuursverantwoordelijke voor de heffings- en
                        invorderingsambtenaar bevoegd om beleidsregels vast te stellen (artikel 4:81
                        Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb). Op grond van artikel 160, eerste
                        lid, onderdeel b, van de Gemeentewet is het college eveneens bevoegd
                        beslissingen van de raad (lees: belastingverordeningen) uit te voeren. Met
                        het oog hierop kan het college over uitvoeringsaangelegenheden regels
                        stellen. Te denken valt hierbij aan het vaststellen van de modellen voor het
                        formulier van de onderscheiden aangiftebiljetten.</al><al>Met de inwerkingtreding van de derde tranche Awb op 1 januari 1998 is een
                        aantal bevoegdheden van de raad op belastinggebied overgegaan op het
                        college. In verband hiermee is in elke belastingverordening een bepaling
                        opgenomen dat het college nadere regels kan geven met betrekking tot de
                        heffing en invordering van de betreffende belasting. Op deze wijze is het
                        voor de belastingplichtigen duidelijk dat er nog nadere regels kunnen
                        gelden. In de (uitvoerings)regeling gemeentelijke belastingen is een en
                        ander uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Op grond van artikel 255 van de Gemeentewet volgen gemeenten het
                        kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid zoals dat is geregeld in de
                        Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Indien gemeenten niets regelen
                        geldt deze ministeriële regeling automatisch voor alle gemeentelijke
                        belastingen.</al><al>Artikel 255 van de Gemeentewet biedt echter de mogelijkheid om van de
                        ministeriële regeling af te wijken. Omdat geen kwijtschelding bij de
                        invordering van marktgeld wordt verleend is dit expliciet opgenomen in
                        artikel 9.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Teruggaaf</titel></kop><al>In de verordening is een regeling opgenomen voor de gevallen waarin de
                        verplichting om Marktgelden te betalen in de loop van een kalenderjaar wordt
                        beëindigd. In de verordening is ervoor gekozen voor een tijdsevenredige
                        herleiding per maand, waarbij gedeelten van een maand niet worden
                        meegerekend. Dit betekent dat indien er bij de beëindiging nog volledige
                        maanden overblijven, de betalingsplichtige zoveel twaalfde gedeelten
                        terugkrijgt als het aantal overgebleven maanden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>In het eerste lid wordt de oude verordening ingetrokken, in het tweede lid
                        wordt de inwerkingtreding geregeld, in het derde lid de datum van ingang van
                        de heffing en in het vierde lid de citeertitel.</al><al>Het eerste lid regelt dat de oude verordening wordt ingetrokken met ingang
                        van de datum van ingang van de heffing. De oude verordening blijft van
                        toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan. Voor die belastbare feiten blijft heffing dus mogelijk op basis
                        van de oude verordening, ook al is die verordening ingetrokken.</al><al>Ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet moeten gemeenten de besluiten tot
                        het vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen bekend
                        maken. Het niet voldoen aan de bekendmakingsplicht kan leiden tot
                        onverbindendheid van de belastingverordening (HR 31 maart 1993, nr. 28.034,
                        BNB 1993/182, Belastingblad 1993, blz. 274; Hoge Raad 10 augustus 1998, nr.
                        33.632). Deze verordening is bekend gemaakt in de Zandvoortse Courant.</al><al> De belastingverordening treedt in werking op 1 januari van het betreffende
                        belastingjaar waarop de verordening betrekking heeft. Als voorbeeld:</al><al>Op 1 november 2007 stelt de gemeenteraad de verordening vast met als datum
                        van inwerkingtreding 1 januari 2008 (tweede lid) en als tijdstip van ingang
                        van de heffing eveneens 1 januari 2008 (derde lid). </al><al>In het vierde lid is in de citeertitel een jaartal opgenomen. Dit jaartal
                        wordt opgenomen, omdat de gemeente ieder jaar een nieuwe verordening
                        vaststelt. Door het jaartal op te nemen is duidelijk voor welk jaar de
                        verordening bedoeld is.</al><al/><al><vet>Ondertekening</vet></al><al>Alle stukken die van de Raad uitgaan moeten sinds 19 februari 2003 c.q. 7
                        maart 2003 worden ondertekend door de burgemeester (artikel 75, eerste lid,
                        Gemeentewet) en griffier (artikel 107c Gemeentewet).</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>