<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR131571_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Da's Mooi, 27-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0020031/article=4">Wet maatschappelijke ondersteuning, artikel 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0020031/article=5">Wet maatschappelijke ondersteuning, artikel 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11/15342</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westerveld, 20 december 2011 gelezen het
                        voorstel van het college van 15 november 2011,</al><al>gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                        (Wmo) overwegende dat het noodzakelijk kan zijn om voorzieningen te
                        treffen om de beperkingen die iemand heeft om te kunnen participeren in
                        de samenleving te compenseren,</al><al>gezien de beleidswijzigingen om de Wet maatschappelijke ondersteuning
                        prestatievelden 5 en 6 (artikel 1 leden 1.g.5 en 6) adequaat
                        compenserend uit te kunnen voeren en enige andere wijzigingen, </al><al/><al><vet>b e s l u i t</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende</al><al/><al><vet>Verordening maatschappelijke ondersteuning </vet><vet>gemeente
                        Westerveld</vet><vet> 2012:</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Lid 1. <vet>Wet</vet></al><al>Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al>Lid 2. <vet>College</vet></al><al>College van burgemeester en wethouders.</al><al>Lid 3. <vet>Compensatieplicht</vet></al><al>Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een
                            beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem
                            voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het
                            gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen
                            in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en
                            om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen
                            te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij
                            legt artikel 4 van de wet het College de plicht op om een resultaat te
                            bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval
                            maatwerk is, tenzij belanghebbende zelf in staat is zijn probleem op te
                            lossen.</al><al>Lid 4. <vet>Aanmelding</vet></al><al>Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij
                            beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te
                            maken voor een gesprek.</al><al>Lid 5. <vet>Gesprek</vet></al><al>Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die
                            maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt
                            geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan,
                            de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen
                            mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene,
                            algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en
                            individuele voorzieningen. </al><al>Lid 6. <vet>Aanvraag</vet></al><al>Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen
                            voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het
                            kader van deze verordening. </al><al>Lid 7. <vet>Belanghebbende</vet></al><al>Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch
                            probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan
                            compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor
                            zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een
                            aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.</al><al>Lid 8. <vet>Psychosociaal probleem</vet></al><al>Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en,
                            met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand
                            ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. </al><al>Lid 9. <vet>Algemene voorziening</vet></al><al>Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet
                            bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in
                            artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor
                            de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te
                            gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.</al><al>Lid 10. <vet>Algemeen gebruikelijke voorziening</vet></al><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal
                            bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt
                            wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan
                            vergelijkbare producten.</al><al>Lid 11. <vet>Collectieve voorziening</vet></al><al>Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt
                            maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, bijvoorbeeld
                            het collectief vraagafhankelijk vervoer.</al><al>Lid 12. <vet>Voorliggende voorziening</vet></al><al>Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij
                            aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte
                            aan heeft.</al><al>Lid 13. <vet>Wettelijk voorliggende voorziening</vet></al><al>Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een
                            wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat
                            geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.</al><al>Lid 14. <vet>Individuele voorziening</vet></al><al>Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten
                            behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt.</al><al>Lid 15. <vet>Gebruikelijke zorg</vet></al><al>Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het
                            huishouden voor alle leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar
                            wordt beschouwd. </al><al>Lid 16. <vet>Voorziening in natura</vet></al><al>Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te
                            bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als
                            persoonlijke dienstverlening.</al><al>Lid 17. <vet>Persoonsgebonden budget</vet><vet> (PGB)</vet></al><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te
                            bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.</al><al>Lid 18. <vet>Financiële tegemoetkoming</vet></al><al>Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of
                            gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te
                            bereiken resultaat.</al><al>Lid 19. <vet>Mantelzorger</vet></al><al>Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1
                            onder b van de wet biedt.</al><al>Lid 20. <vet>Hoofdverblijf</vet></al><al>Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente
                            bewoning, waar een persoon met beperkingen zijn vaste woon- en
                            verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat
                            ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk
                            woonadres indien een persoon met beperkingen met een briefadres is
                            ingeschreven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Scheiding aanmelding en aanvraag</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1
                            aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een gesprek
                            vooraf indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet
                                    eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan;</al></li><li nr="b."><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder
                                    een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van gewijzigde
                                    omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten;</al></li><li nr="c."><al>Belanghebbende of het college daarom verzoekt.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen
                            vervalt het gestelde in het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanmelding voor een gesprek</titel></kop><al>Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch,
                            mondeling of telefonisch worden gedaan door of namens een persoon met
                            een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal
                            probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het
                            bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het
                            zelfstandig functioneren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of
                            Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader
                            worden gehanteerd.</al><al>Lid 2.</al><al>Als een mantelzorger belemmeringen ervaart door de uitvoering van
                            mantelzorg en daardoor zelf niet kan functioneren zal dit gemotiveerd
                            worden in het verslag en betrokken worden bij de oplossingrichting(en)
                            voor de verzorgde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het verslag</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Opmerkingen van
                            belanghebbende over dit verslag kunnen als bijlage aan het verslag
                            worden toegevoegd. Uitsluitend een door belanghebbende ondertekend
                            verslag kan als aanvraagformulier als bedoeld in artikel 7 lid 3 van
                            deze verordening.</al><al>Lid 2.</al><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend van
                            het ondertekende verslag van het gesprek, dat in die situatie als
                            aanvraagformulier dient, een aanvraag indienen voor een individuele
                            voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De aanvraag van een individuele
                            voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>Lid 1. </al><al>De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of
                            elektronisch plaatsvinden.</al><al>Lid 2.</al><al>Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere manier)
                            plaatsvindt wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze
                            bevestiging wordt een aanvraagformulier meegezonden. </al><al>Lid 3.</al><al>Bij de aanvraag wordt, als er een ondertekend verslag van het gesprek
                            aanwezig is, dit </al><al>ondertekende verslag als aanvraagformulier beschouwd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Het maken van een afweging</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het
                            college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt.
                            Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de
                            belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en
                            mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken
                            resultaat.</al><al>Lid 2.</al><al>Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke, collectieve en wettelijke
                            voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet
                            tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek
                            heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit
                            geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire
                            ruimten. </al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                            voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                            huishoudelijke werk.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar
                            en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het
                            kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. </al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                            bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wonen in een geschikt huis</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning
                            waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer,
                            slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. </al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                            voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid,
                            toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of
                            een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden
                            tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld
                            worden. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de aanpassing van de
                            woning het bedrag van de verhuiskostenvergoeding te boven gaat, of
                            indien i.v.m. de aandoening en de daaruit voortvloeiende beperkingen, of
                            omstandigheden te verwachten is dat in de nabije toekomst meer
                            voorzieningen nodig zijn.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                            bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan dan wel
                            verstrekt worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beschikken over goederen voor primaire
                                levensbehoeften</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde
                            hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets
                            genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de
                            noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire
                            levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                            aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen,
                            schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het bereiden en
                            aanreiken van maaltijden.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar
                            en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor zover de
                            belanghebbende gebruik kan maken van </al><al> bijvoorbeeld een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of
                            maaltijdvoorziening die in de individuele situatie van de belanghebbende
                            kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst
                            beoordeeld en als voorliggende of algemeen gebruikelijke voorziening
                            beschouwd.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                            bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Beschikken over schone, draagbare en
                                doelmatige kleding</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en zo
                            nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                            kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                            het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar
                            en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het
                            kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                            bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot
                                het gezin behoren</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het
                            huishouden aanwezige kinderen.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                            behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien
                            van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode
                            noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen
                            van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                            bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere
                            opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de belanghebbende
                            kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden
                            eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                            bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om
                            de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek
                            en/of de slaapvertrekken, de sanitaire ruimte, de berging, de tuin of
                            het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal
                            functioneren mogelijk is.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele
                            voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks
                            zittend gebruik.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                            bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                            belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze
                            mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                            bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zich lokaal verplaatsen per
                                vervoermiddel</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen
                            per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse
                            boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van
                            gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en
                            leefomgeving.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een
                            individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen
                            over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere
                            afstand binnen de directe woon en leefomgeving.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                            bruikbare scootermobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer
                            van deur tot deur die in de individuele situatie van de belanghebbende
                            kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst
                            beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                            bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>De mogelijkheid om contacten te hebben met
                                medemensen en deel te nemen aan</titel></kop><al> recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten</al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten
                            te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                            maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk
                            kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste
                            activiteiten.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                            deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                            activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                            aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen.</al><al>Lid 3. </al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer aanwezige
                            en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie
                            van belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze
                            mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                            bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verstrekking in natura, als persoonsgebonden
                            budget en als financiële tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen
                            aandeel</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Verstrekking van voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Mogelijke verstrekkingwijzen</titel></kop><al>De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als
                            persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden
                            verstrekt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Verstrekking in natura</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking
                            vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te treffen voorziening is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening in natura verstrekt wordt en</al></li><li nr="d."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                    geregeld.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                            beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Verstrekking als persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Overwegende bezwaren</titel></kop><al>Het college legt in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Westerveld 2012 vast in welke situaties sprake is van
                            overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt
                            wordt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden
                            budget wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="1."><al>Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget
                                    gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma van
                                    eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden.</al></li><li nr="2."><al>Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze
                                    omvang tot stand is gekomen.</al></li><li nr="3."><al>Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden
                                    budget bedoeld is en </al></li><li nr="4."><al>Welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het
                                    persoonsgebonden budget.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage op grond van het
                            besluit maatschappelijke ondersteuning Westerveld wordt dit in de
                            beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Verstrekking als financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                            tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming
                                    bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                    geregeld en</al></li><li nr="d."><al>wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de
                            beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een
                            eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen
                                    rolstoel betreft;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders legt alle bedragen voor te
                            verstrekken individuele voorzieningen jaarlijks vast in het Besluit
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld.
                            Hierbij kan rekening worden gehouden met gebruikelijke kosten van
                            vergelijkbare voorzieningen voor mensen zonder beperkingen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en
                            besluitvorming, intrekking en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Een voorziening voor het wonen in een schoon en leefbaar huis:
                                    maximaal 8 weken.</al></li><li nr="b."><al>Een voorziening voor het beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften: maximaal 8 weken.</al></li><li nr="c."><al>Een voorziening voor het beschikken over schone, draagbare en
                                    doelmatige kleding: maximaal 8 weken.</al></li><li nr="d."><al>Een voorziening voor het thuis kunnen zorgen voor kinderen die
                                    tot het gezin behoren: maximaal 8 weken.</al></li><li nr="e."><al>Een voorziening voor het wonen in een geschikt huis:</al><lijst><li nr="1."><al>als het gaat om een voorziening waarvoor geen
                                            bouwkundige offertes opgevraagd moeten worden: maximaal
                                            8 weken;</al></li><li nr="2."><al>als het gaat om voorzieningen waar wel bouwkundige
                                            offertes opgevraagd moeten worden: maximaal 20
                                            weken.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Een voorziening voor het zich verplaatsen in en om de woning:
                                    maximaal 8 weken.</al></li><li nr="g."><al>Een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per
                                    vervoermiddel: maximaal 8 weken.</al></li><li nr="h"><al>Een voorziening voor het ontmoeten van medemensen het op basis daarvan
                            sociale verbanden aangaan: maximaal 8 weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij
                                    kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken
                                    resultaat.</al></li><li nr="b."><al>De te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende
                                    voorziening aan te merken is.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is.</al></li><li nr="b."><al>Indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente
                                    Westerveld.</al></li><li nr="c."><al>Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                    belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het
                                    moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan
                                    of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                    goedkoopst-compenserend aan te merken valt.</al></li><li nr="d."><al>Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of
                                    regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de
                                    voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of
                                    verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                    omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen,
                                    of tenzij belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in
                                    de veroorzaakte kosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                            beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door
                            wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante
                            huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college
                                    te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen.</al></li><li nr="b."><al>Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een
                                    of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of
                                    onderzoeken.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om
                            advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Het een aanvraag van een persoon betreft aan wie niet eerder een
                                    voorziening als bedoeld in deze verordening is verstrekt, dan
                                    wel met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 is
                                    gevoerd.</al></li><li nr="b."><al>Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een
                                    voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel
                                    3 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig
                                    zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van
                                    een voorziening of de soort van voorziening kunnen
                                    beïnvloeden.</al></li><li nr="c."><al>Het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college
                            mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs
                            duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                            geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij
                                    of krachtens deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>Beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die
                                    gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens
                                    bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                            persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                            tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                            aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening
                            heeft plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan
                            een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden
                            budget worden teruggevorderd.</al><al>Lid 2.</al><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                            ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                            voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.</al><al>Lid 3.</al><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                            ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de
                            voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.</al><al>Lid 4 Ingeval het recht op zorg in natura is verleend kan deze, in
                            waarde, worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis
                            van valselijk verstrekte gegevens.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente (gemeentenaam) geldende bedragen
                            verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor de
                            gezinsconsumptie, zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee jaar
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt het
                            beleid vervolgens aangepast. Het college zendt hiertoe telkens binnen
                            zes maanden na een evaluatie aan de gemeenteraad een verslag over de
                            doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Westerveld 2012”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Westerveld 2010, van 22 december 2009, wordt ingetrokken bij
                            inwerkingtreding van deze nieuwe verordening. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Westerveld op 20 december 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Werd getekend</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>H. Jager , voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A. Middelkamp , griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen 3</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen 3</al><al>Lid 1. Wet 3</al><al>Lid 2. College 3</al><al>Lid 3. Compensatieplicht 3</al><al>Lid 4. Aanmelding 3</al><al>Lid 5. Gesprek 3</al><al>Lid 6. Aanvraag 3</al><al>Lid 7. Belanghebbende 3</al><al>Lid 8. Psychosociaal probleem 3</al><al>Lid 9. Algemene voorziening 3</al><al>Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening 3</al><al>Lid 11. Collectieve voorziening 4</al><al>Lid 12. Voorliggende voorziening 4</al><al>Lid 13. Wettelijk voorliggende voorziening 4</al><al>Lid 14. Individuele voorziening 4</al><al>Lid 15. Gebruikelijke zorg 4</al><al>Lid 16. Voorziening in natura 4</al><al>Lid 17. Persoonsgebonden budget 4</al><al>Lid 18. Financiële tegemoetkoming 4</al><al>Lid 19. Mantelzorger 4</al><al>Lid 20. Hoofdverblijf 4</al><al>Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie 4</al><al>Artikel 2. De te bereiken resultaten 4</al><al>Hoofdstuk 3. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten 5</al><al>Artikel 3. Scheiding aanmelding en aanvraag 5</al><al>Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek 5</al><al>Artikel 5. Het gesprek 5</al><al>Artikel 6. Het verslag 5</al><al>Hoofdstuk 4. De aanvraag van een individuele voorziening 5</al><al>Artikel 7. De aanvraag 5</al><al>Hoofdstuk 5. Beoordeling van de te bereiken resultaten 6</al><al>Paragraaf 1. Algemene regels 6</al><al>Artikel 8. Het maken van een afweging 6</al><al>Paragraaf 2. De te bereiken resultaten 6</al><al>Artikel 9. Een schoon en leefbaar huis 6</al><al>Artikel 10. Wonen in een geschikt huis 6</al><al>Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
                    7</al><al>Artikel 12. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding
                    7</al><al>Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                    behoren 7</al><al>Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning 8</al><al>Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel 8</al><al>Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                    deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                    activiteiten 9</al><al>Hoofdstuk 6. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als
                    financiële tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen aandeel 9</al><al>Paragraaf 1. Verstrekking van voorzieningen 9</al><al>Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen 9</al><al>Paragraaf 2. Verstrekking in natura 9</al><al>Artikel 18. Inhoud beschikking 9</al><al>Paragraaf 3. Verstrekking als persoonsgebonden budget 9</al><al>Artikel 19. Overwegende bezwaren 9</al><al>Artikel 20. Inhoud beschikking 10</al><al>Paragraaf 4. Verstrekking als financiële tegemoetkoming 10</al><al>Artikel 21. Inhoud beschikking 10</al><al>Paragraaf 5. Eigen bijdrage en eigen aandeel 10</al><al>Artikel 22. Eigen bijdragen en eigen aandeel 10</al><al>Hoofdstuk 7. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en
                    besluitvorming, intrekking en terugvordering 10</al><al>Artikel 23. Beslistermijn 11</al><al>Artikel 24. Beperkingen 11</al><al>Artikel 25. Advisering 11</al><al>Artikel 26. Wijziging situatie 12</al><al>Artikel 27. Intrekking 12</al><al>Artikel 28. Terugvordering 12</al><al>Hoofdstuk 8. Slotbepalingen 12</al><al>Artikel 29. Hardheidsclausule 12</al><al>Artikel 30. Indexering 12</al><al>Artikel 31. Evaluatie 12</al><al>Artikel 32. Inwerkingtreding 13</al><al>Artikel 33. Citeertitel 13</al></bijlage></regeling></body></cvdr>