<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR131428_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening gemeente Dongen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad van Dongen, 29-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening gemeente Dongen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Ja</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening gemeente Dongen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dongen<cursief>;</cursief></al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17
                        november 2011, inzake de Subsidieverordening gemeente Dongen
                            2012<cursief>;</cursief></al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: Subsidieverordening gemeente Dongen
                        2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>Raad: raad van de gemeente Dongen;</al><al/><al>Cluster: een specifiek deel van het gemeentelijk welzijnsterrein, zoals
                            vermeld in het subsidieprogramma;</al><al/><al>College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Dongen;</al><al/><al>Instelling: een rechtspersoon naar burgerlijk recht, dan wel naar
                            publiek recht, dan wel een erkend onderdeel daarvan, die zich ten doel
                            stelt activiteiten op het brede beleidsterrein te verrichten ten behoeve
                            van de inwoners van de gemeente;</al><al/><al>Subsidie: Er is sprake van een subsidie als het gaat om
                            geldverstrekkingen, die aan de volgende kenmerken voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>het betreft een aanspraak op financiële middelen;</al></li><li nr="b."><al>die door een bestuursorgaan worden verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                                    goederen of diensten;</al></li></lijst><al/><al>Incidentele subsidie: een subsidie die buiten de aanvraagperiode om
                            aangevraagd wordt. Toekenning van een incidentele subsidie is alleen
                            mogelijk indien de aanvraag past binnen de geldende beleidsregels van
                            het (sub)cluster en indien het subsidieplafonds van het betreffende
                            (sub)cluster nog niet bereikt is;</al><al/><al>Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een begrotingsjaar ten hoogste
                            beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies ter uitvoering van
                            deze verordening, volgens de daarvoor geldende beleidsregels;</al><al/><al>Subsidieprogramma: het door de raad telkens voor vier jaar vastgestelde
                            programma. Hierin wordt het welzijnsbeleid beschreven, evenals de
                            activiteiten die gedurende de programmaperiode in aanmerking komen voor
                            subsidie, de subsidiegrondslag en de verplichtingen voor
                            subsidieverlening;</al><al/><al>Subsidieoverzicht: uitwerking van het subsidieprogramma. Het </al><al>subsidieoverzicht is een overzicht van alle subsidies en
                            subsidieplafonds die jaarlijks verstrekt worden. Het subsidieoverzicht
                            wordt ieder jaar aangepast aan de nieuwe situatie;</al><al/><al>Cluster: een specifiek deel van het gemeentelijk beleidsterrein, zoals
                            vermeld in het subsidieprogramma;</al><al/><al>Activiteiten: werkzaamheden door een instelling verricht waarvoor
                            subsidie wordt verleend;</al><al/><al>BCF: Beleidsgestuurde Contract Financiering (BCF). Contractvorm die
                            wordt toegepast bij instellingen die een subsidie van meer dan € 50.000
                            per jaar ontvangen. BCF vormt de basis voor de van welzijnsinstellingen
                            met beroepskrachten af te nemen diensten in relatie tot de daarvoor
                            beschikbaar te stellen subsidie;</al><al/><al>Activiteitencontract: Overeenkomst waarin wederzijdse verplichtingen </al><al>tussen gemeente en instelling m.b.t. uit te voeren activiteiten en te
                            ontvangen subsidiebedrag zijn opgenomen;</al><al/><al> Beroepskracht: degene die op grond van een arbeidsovereenkomst naar het
                            burgerlijk recht of een overeenkomst tot het verrichten van diensten een
                            functie uitoefent bij een instelling;</al><al/><al> Vrijwilliger: degene die zelfstandig of in samenwerking met één of meer
                            beroepskrachten activiteiten uitvoert zonder dat hij of zij een
                            arbeidsovereenkomst met die instelling is aangegaan. Tegenover zijn of
                            haar werkzaamheden staat, behoudens een geringe onkostenvergoeding, geen
                            geldelijke vergoeding;</al><al/><al> Deelnemer: degene die deelneemt aan de activiteiten van de
                            instelling;</al><al/><al> Subsidieperiode: 1 tot maximaal 4 kalenderjaren;</al><al/><al> Subsidiejaar: een kalenderjaar;</al><al/><al> Accountantsverklaring: een schriftelijke verklaring omtrent de
                            getrouwheid, onderscheidenlijk een mededeling van de accountant, als
                            bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek II van het Burgerlijk
                            Wetboek inhoudende dat van onjuistheden niets is gebleken in de
                            aangereikte stukken; </al><al/><al> Vermogen: het eigen vermogen zoals omschreven in artikel 373 van Boek
                            II van het Burgerlijk Wetboek;</al><al/><al> Voorziening: een voorziening zoals omschreven in artikel 374 van Boek
                            II van het Burgerlijk Wetboek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>De Raad stelt vast dat voor de volgende clusters subsidie kan worden
                            verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>kunst en cultuur</al></li><li nr="b."><al>sport</al></li><li nr="c."><al>sociaal cultureel werk</al></li><li nr="d."><al>maatschappelijke zorg</al></li><li nr="e."><al>preventieve gezondheidszorg</al></li><li nr="f."><al>educatie</al></li><li nr="g."><al>leefbaarheid dorps- en wijkraden</al></li><li nr="h."><al>projectsubsidies</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting
                                nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde
                                dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd om binnen de door de raad vastgestelde
                                subsidieplafonds beleidsregels te stellen, waarin de te subsidiëren
                                activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per
                                cluster zoals bedoeld in artikel 2 worden omschreven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Subsidieplafond en Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieprogramma</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidieprogramma wordt één maal in de vier jaar door de raad
                                vastgesteld, voor een periode van vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In principe worden de subsidiebedragen jaarlijks geïndexeerd. Indien
                                de gemeentelijke financiën daartoe aanleiding geven, kan worden
                                afgezien van indexering in enig jaar. Achteraf volgt over dat jaar
                                ook géén over- of ondercompensatie. Bij de vaststelling van het
                                indexeringspercentage wordt vastgehouden aan de indexcijfers, zoals
                                jaarlijks gecommuniceerd door de VNG. Gedurende het begrotingsjaar
                                vindt geen bijstelling van de indexpercentages plaats. Wel kan bij
                                eventuele onder- of overcompensatie in het volgende jaar een
                                correctie plaatsvinden. Als norm daarvoor gelden de afzonderlijke
                                stijgingspercentages van de looncomponent binnen de Cao’s welzijn,
                                bibliotheekwerk en kunsteducatie, zoals door de VNG jaarlijks
                                gecommuniceerd wordt. Voor vrijwilligersorganisaties gaat het alleen
                                om indexering aan de hand van het prijspercentage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van regionaal werkende instellingen en gemeenschappelijke
                                regelingen kan een afwijkende indexering mogelijk en/of noodzakelijk
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij het vaststellen van de gemeentebegroting jaarlijks
                                het subsidieplafond per cluster vast, zijnde het maximumbedrag
                                waarmee in het daaropvolgende kalenderjaar de subsidiëring conform
                                deze verordening kan plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende het jaar kan de raad door middel van een
                                begrotingswijziging het subsidieplafond per cluster wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan - met inachtneming van artikel 2 - beleidsregels
                                opstellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag. Deze
                                verdeling wordt bekend gemaakt bij het vaststellen van de
                                subsidieplafonds.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de gemeentelijke financiële situatie daar aanleiding toe
                                geeft of indien er sprake is van gewijzigde maatschappelijke
                                omstandigheden, kunnen de in het subsidieprogramma opgenomen
                                subsidiebedragen worden verlaagd. Het college bericht de instelling
                                hieromtrent met inachtneming van een redelijke termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Subsidieoverzicht</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks, ter uitwerking van de plafonds, bij besluit
                            een subsidieoverzicht vast waarin de al dan niet geïndexeerde en/of de
                            inhoudelijk aangepaste subsidiebedragen voor de afzonderlijke
                            instellingen worden opgenomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Subsidiesoorten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Subsidiesoorten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidieprogramma kent de volgende subsidiesoorten:</al><lijst><li nr="a."><al>Basissubsidie </al><al>Een basissubsidie wordt verleend voor de uitvoering van een
                                        activiteit die behoort tot de wettelijke taak van de
                                        gemeente of een activiteit waarvan het college van oordeel
                                        is dat deze structureel (minimaal vier jaar) nodig is om de
                                        gemeentelijke doelstellingen op langere termijn te bereiken.
                                        Met het benoemen van activiteiten die in aanmerking komen
                                        voor een basissubsidie wordt continuïteit gewaarborgd. Een
                                        basissubsidie is tevens een subsidie waarvan de beoogde
                                        resultaten aantoonbaar moeten worden gemaakt in
                                        kwantitatieve en/of kwalitatieve zin, te besteden tijd en/of
                                        in te zetten middelen.</al><al/></li><li nr="b."><al>Projectsubsidie </al><al>Het college kan op projectbasis een activiteitencontract
                                        aangaan voor activiteiten die passen binnen het gemeentelijk
                                        beleid. Hiervoor kunnen subsidies op basis van aanvullende
                                        criteria en passend binnen de vastgestelde subsidieplafonds
                                        jaarlijks uitgegeven en aangepast worden. Dit verschaft de
                                        nodige flexibiliteit m.b.t. jaarlijks beschikbare middelen
                                        en gestelde doelen. Projectsubsidies kunnen een incidenteel
                                        karakter hebben. Projectsubsidies kennen een maximale
                                        looptijd tot het einde van de subsidieperiode. Het college
                                        kan een projectsubsidie verlenen voor een periode van één
                                        tot vier jaar. </al><al/></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met alle instellingen die een subsidie ontvangen van € 50.000 of
                                meer wordt een BCF-contract afgesloten. Met alle andere instellingen
                                die subsidie ontvangen wordt een activiteitencontract afgesloten.
                                Hierin worden alle wederzijdse verplichtingen opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kent geen subsidies lager dan € 500,- toe.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Aanvraag van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens en aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling die een basissubsidie wil ontvangen en daarvoor wil
                                worden opgenomen in het subsidieprogramma, dient vóór 1 april
                                voorafgaande aan het eerste jaar van het subsidieprogramma een
                                aanvraag in te dienen bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling die een projectsubsidie wil ontvangen, dient vóór 1
                                april voorafgaand aan het subsidiejaar een aanvraag in te dienen bij
                                het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de aanvragen
                                moeten worden ingediend en over de gegevens die bij de aanvraag
                                moeten worden overgelegd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Instellingen die niet zijn opgenomen in het subsidieprogramma kunnen
                                gedurende de subsidieperiode alleen worden gehonoreerd als
                                    <onderstreept>projectsubsidie</onderstreept>. Bij het opstellen
                                van het nieuwe subsidieprogramma kan worden nagegaan of de aanvraag
                                past binnen het beleid en voor een basis- danwel projectsubsidie in
                                aanmerking komt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanvraag voor subsidieverstrekking moet bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht
                                        zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de
                                        gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan, indien van
                                        toepassing. Tevens worden overige begrote inkomsten,
                                        bijvoorbeeld die verkregen uit entreegelden, hierin
                                        opgenomen.</al></li><li nr="d."><al>de stand van de egalisatiereserve op het moment van de
                                        aanvraag, indien een instelling een subsidie ontvangt van
                                        meer dan € 50.000.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Weigering van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien de
                                activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate
                                gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of
                                nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Instellingen komen niet in aanmerking voor subsidie als ze niet
                                statutair gevestigd zijn in de gemeente Dongen, tenzij meer dan 70%
                                van de leden uit Dongense inwoners bestaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Regionale of landelijke instellingen, waarvan de activiteiten geen
                                directe of indirecte binding hebben met de gemeente of haar inwoners
                                komen niet voor subsidie in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de te verrichten activiteiten in strijd zijn met de
                                        wet;</al></li><li nr="b."><al>activiteiten een partijpolitiek, godsdienstig of
                                        levensbeschouwelijk karakter hebben;</al></li><li nr="c."><al>de activiteit ten tijde van de indiening van de aanvraag
                                        reeds geheel of gedeeltelijk heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="d."><al>de activiteit binnen een periode van 13 weken na aanvraag
                                        plaatsvindt;</al></li><li nr="e."><al>de activiteit een commercieel doel heeft;</al></li><li nr="f."><al>de activiteit in strijd is met een ander gemeentelijk
                                        doel;</al></li><li nr="g."><al>er al eerder een subsidieaanvraag is gehonoreerd voor deze
                                        activiteit of een onderdeel daarvan;</al></li><li nr="h."><al>er sprake is van een onevenredige verhouding tussen kosten
                                        en baten;</al></li><li nr="i."><al>er sprake is van (volledige) dekking van de
                                        activiteitskosten door andere (overheids)subsidies of
                                        sponsoring.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verzendt een beschikking tot subsidieverlening voor
                                basis- en projectsubsidies binnen zes weken na de datum waarop de
                                subsidieplafonds door de raad zijn vastgesteld en uiterlijk vóór 31
                                december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie is
                                aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beschikt op een subsidieaanvraag voor incidentele
                                subsidie binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ontvangen.
                                Het college kan de termijn, waarbinnen de gemeente op een aanvraag
                                voor incidentele subsidie dient te beschikken, schriftelijk met 13
                                weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op
                            welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                            vindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening- en vaststelling van
                                een bedrag tot € 5.000,- wordt gegeven, vindt de betaling van de
                                gehele subsidie in één termijn plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening voor een bedrag vanaf €
                                5.000,- wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot. De hoogte en
                                termijnen van de voorschotten worden bij de subsidieverlening
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan het verlenen van voorschotten opschorten
                                indien:</al><lijst><li nr="-"><al>een instelling naar hun oordeel niet in voldoende mate de
                                        aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen
                                        nakomt</al></li><li nr="-"><al>de beschikking tot subsidieverlening onjuist is</al></li><li nr="-"><al>veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in
                                        overwegende mate verzetten tegen een voortzetting van de
                                        subsidie</al></li><li nr="-"><al>de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet
                                        plaatsvinden of de resultaten niet worden gehaald of zullen
                                        worden gehaald</al></li><li nr="-"><al>de instelling onvoldoende of onjuiste gegevens
                                        verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>de instelling niet meewerkt aan het maken van
                                        contractafspraken (BCF-contract of activiteitencontract) of
                                        weigert inzicht te geven in de daarvoor benodigde documenten
                                        (productenoverzicht, de kosten per product,
                                        formatieoverzicht en functie-inschaling).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Intrekken of wijzigen van de subsidieverlening (artikel 4:48
                                Awb)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college besluiten de
                                subsidieverlening in te trekken of ten nadele van de instellingen te
                                wijzigen indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                        geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de instelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                        verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                        verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                        gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot
                                        subsidieverlening zou hebben geleid;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de instelling
                                        dit wist of behoorde te weten, of</al></li><li nr="e."><al>met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, een beroep wordt gedaan op de voorwaarde
                                        dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                waarop de subsidie is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging
                                anders is bepaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekken of wijzigen van de subsidieverlening (artikel
                                4:50)</titel></kop><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college de
                                subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn
                                intrekken of ten nadele van de instelling wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de subsidieverlening onjuist is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten
                                        zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
                                        voortzetting van de subsidie verzetten, of</al></li><li nr="c."><al>in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Algemene verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, hoger dan € 50.000,- , welke verleend worden voor
                            activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de
                            verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en
                            verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Overige verplichtingen van de instelling met betrekking tot
                                subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling doet onverwijld schriftelijk melding aan het college
                                zodra:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                                        verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat
                                        niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot
                                        subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden
                                        voldaan.</al></li><li nr="b."><al>er aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan
                                        tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote
                                        uitgaven en inkomsten, onder vermelding van de oorzaak van
                                        de verschillen.</al></li><li nr="c."><al>er relevante wijzigingen in de financiële en
                                        organisatorische verhouding met derden plaatsvinden.</al></li><li nr="d."><al>er een wijziging van de statuten voornemens is, voor zover
                                        het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de
                                        bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon of indien men
                                        over wil gaan tot ontbinding van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verlenen van subsidie vindt slechts plaats voor zover dit past
                                binnen de door de gemeente geformuleerde beleidsdoelstellingen zoals
                                aangegeven in het programma en/of de daaraan gerelateerde
                                beleidsnota’s.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een instelling dient er zorg voor te dragen dat de uit te voeren
                                werkzaamheden en activiteiten voldoen aan de kwaliteitswetgeving en
                                beroepsnormen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een instelling dient waar mogelijk de activiteiten af te stemmen op
                                die van soortgelijke instellingen en met andere instellingen samen
                                te werken indien het college daarvoor aanwijzingen geeft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De instelling verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De instelling behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.
                                Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van een verzoek van
                                de instelling over te geven toestemming. De beslissing kan eenmaal
                                met ten hoogste vier weken worden verdaagd. Als over de toestemming
                                niet tijdig is beslist wordt de toestemming geacht te zijn
                                geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan een instelling verplichtingen opleggen met
                                betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>De wijze waarop de administratie en jaarstukken zijn
                                        ingericht;</al></li><li nr="b."><al>De kwaliteit en de effectiviteit van de activiteiten,
                                        waarvoor de subsidie is verleend;</al></li><li nr="c."><al>De kwaliteit van het personeel en van de ruimtelijke
                                        voorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>De omvang en de aard van de eigen inkomsten en van die van
                                        aan de instelling gelieerde instelling of instellingen;
                                    </al></li><li nr="e."><al>De rapportage ten behoeve van de vaststelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De instelling dient zich deugdelijk verzekerd te hebben tegen
                                risico’s.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De instelling verleent, op verzoek, aan het college of aan door of
                                namens hem aangewezen personen te allen tijde inzage in de
                                administratie en verstrekt de inlichtingen die voor de beoordeling
                                van de besteding van de subsidie van belang kunnen zijn.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Indien door of namens de rijksoverheid na overleg met het college of
                                door of namens het college onderzoekingen in relatie tot de
                                verstrekte subsidie op het terrein van het welzijn worden ingesteld,
                                verleent een instelling op verzoek van het college daaraan de nodige
                                medewerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vermogensontwikkeling en reservevorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vermogensvorming vanuit gemeentelijk subsidie is alleen toegestaan
                                als de overeengekomen resultaten zijn behaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maximale vermogensvorming per jaar bedraagt maximaal 10% van de
                                omvang van het subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vermogensvorming in totaal bedraagt op enig moment maximaal 25%
                                van de omvang van het jaarsubsidiebedrag, behoudens die gevallen
                                waarin het college, op specifieke gronden, anders besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor instellingen die subsidie ontvangen van tenminste € 100.000 per
                                jaar, dient in beginsel een algemene of egalisatiereserve aanwezig
                                te zijn, waarvan de hoogte door het college wordt bepaald. De
                                gemeente hanteert dit uitgangspunt ten behoeve van de continuïteit
                                van de rechtspersoon en daarmee het mogelijk maken van duurzame
                                samenwerking met rechtspersonen die subsidie ontvangen, behoudens
                                die gevallen waarin het college, op specifieke gronden, anders
                                besluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de structureel gesubsidieerde rechtspersoon eigenaar is van
                                onroerend goed moet betreffende het onderhoud daarvan een
                                voorziening groot planmatig onderhoud (buiten en binnen) worden
                                opgesteld op basis van een door het college geaccordeerd meerjaren
                                onderhoudsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Ontbinden van een rechtspersoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een instelling brengt het voornemen tot ontbinding, het staken van
                                de activiteiten en/of het niet meer functioneren overeenkomstig de
                                doelstellingen, onverwijld schriftelijk ter kennis van het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij liquidatie zijn de voorschriften omtrent rekening en
                                verantwoording, alsmede de betreffende vaststelling van de subsidie
                                en de verrekening van voorschotten van overeenkomstige toepassing.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het batig saldo van de liquidatierekening krijgt, voor zover daarin
                                subsidie van de gemeente is begrepen, onder goedkeuring van het
                                college een bestemming die zoveel mogelijk overeenkomt met het doel
                                van de subsidieverlening en het doel en de werkzaamheden van de
                                instelling. Bij onthouding van de goedkeuring vervalt het saldo aan
                                de gemeente. De instelling neemt een bepaling van die strekking op
                                in de statuten alsmede de voorziening van toewijzing van die
                                bepaling tot 10 jaar na het beëindigen van de subsidiëring
                                goedkeuring van het college behoeven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hetzelfde geldt voor de vervreemding of de bestemmingswijziging van
                                eigendommen en vermogen en voorzieningen, maar dan met de bepaling
                                van veertig jaar na beëindiging van de subsidie. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>De vaststelling</titel></kop><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het definitieve bedrag van
                            de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde
                            bedrag onder verrekening van betaalde voorschotten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot € 5.000,-</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot € 5.000,- worden door het college direct verleend en
                                vastgesteld, indien uit de aanvraag blijkt dat is voldaan aan de
                                beleidsregel(s) en indien het subsidieplafond niet is bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de aanvrager verplichten om op de door haar
                                aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf € 5.000,- tot € 50.000,-</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000,- , maar
                                minder dan € 50.000,-, dan dient een instelling vóór 1 april van het
                                jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft bij het
                                college rekening en verantwoording af te leggen over de
                                gesubsidieerde activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een instelling, waaraan voor meerdere jaren subsidie is verleend
                                moet jaarlijks voldoen aan de verplichting die in het eerste lid van
                                dit artikel zijn bedoeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven stelt het
                                college vóór 30 november van het jaar volgend op het jaar of de
                                jaren waarvoor de subsidie is verleend, na ontvangst van de door de
                                instelling overlegde bescheiden, het subsidiebedrag definitief vast,
                                tenzij de vaststelling van de subsidie in de beschikking anders is
                                geregeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verantwoording bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat
                                de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                verricht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf € 50.000,-</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening € 50.000,- of meer bedraagt, dan dient
                                een instelling vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop
                                de subsidie betrekking heeft bij het college rekening en
                                verantwoording af te leggen over de gesubsidieerde
                                activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een instelling, waaraan voor meerdere jaren subsidie is verleend
                                moet jaarlijks voldoen aan de verplichting die in het eerste lid van
                                dit artikel zijn bedoeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven stelt het
                                college vóór 30 november van het jaar volgend op het jaar of de
                                jaren waarvoor de subsidie is verleend, na ontvangst van de door de
                                instelling overlegde bescheiden, het subsidiebedrag definitief vast,
                                tenzij de vaststelling van de subsidie in de beschikking anders is
                                geregeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verantwoording bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening)
                                        met daarin een balans van het afgelopen subsidietijdvak met
                                        een toelichting daarop;</al></li><li nr="c."><al>een accountantsverklaring over de financiële
                                        verantwoording.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de uiterste datum van 30
                                november, dan bericht het college de instelling daarvan zo spoedig
                                mogelijk na ontvangst van de verantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de verantwoording niet voor het in het eerste lid van artikel
                                21 en 22 genoemde tijdstip is ontvangen, kan het college overgaan
                                tot ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Lager vaststellen van de subsidie</titel></kop><al>De subsidie kan door het college lager worden vastgesteld dan bij de
                                subsidieverlening is bepaald of volledig worden ingetrokken,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of
                                        slechts gedeeltelijk hebben plaatsgevonden of de resultaten
                                        niet of slechts gedeeltelijk zijn bereikt;</al></li><li nr="b."><al>een instelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                        verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>een instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                        verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                        gegevens zou hebben geleid tot een andere beschikking op de
                                        aanvraag tot subsidieverlening;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderzijds onjuist was en de instelling
                                        dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Subsidieterugvordering</titel></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden
                            teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld
                            nog geen vijf jaren zijn verstreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Subsidiebetaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                                binnen 13 weken na bekendmaking door het college betaald, onder
                                verrekening van de betaalde voorschotten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de subsidieverlening of bij de
                                subsidievaststelling een andere termijn bepalen waarbinnen het
                                subsidiebedrag wordt betaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Intrekken of wijzigen van de subsidievaststelling (artikel 4:49
                                Awb)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van
                                de instelling wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het college
                                        bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte
                                        kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan
                                        overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn
                                        vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de instelling
                                        dit wist of behoorde te weten, of</al></li><li nr="c."><al>indien de instelling na de subsidievaststelling niet heeft
                                        voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                        verplichtingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of
                                wijziging anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten
                                nadele van de instelling worden gewijzigd indien vijf jaren zijn
                                verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het
                                geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel <cursief>c</cursief>,
                                sedert de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is
                                verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn
                                voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Weigering subsidie voor aansluitend tijdvak (artikel 4:51
                                Awb)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aan een instelling een subsidie is verleend voor drie of meer
                                achtereenvolgende jaren voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde
                                voortdurende activiteiten, geschiedt een gehele en/of gedeeltelijke
                                weigering van de subsidie voor een daarop aansluitende periode op
                                grond van veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten slechts
                                met inachtneming van een redelijke termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie is
                                verleend sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering voor
                                een daarop aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn is
                                verstreken, wordt de subsidie voor het resterende deel van die
                                termijn verleend, zo nodig in afwijking van Awb, artikel 4:25,
                                tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Suppletieregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Verstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De suppletieregeling vormt een vangnet voor de verenigingen die
                                conform het Subsidieprogramma gemeente Dongen 2009-2012 subsidie
                                ontvangen en die op basis van de systematiek en de uitgangspunten
                                zoals beschreven in voorliggende verordening en het
                                Subsidieprogramma gemeente Dongen 2013-2016 niet meer of slechts
                                gedeeltelijk in aanmerking komen voor subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verenigingen genoemd onder 1 kunnen voor een maximale periode van
                                2 jaar, te weten 2013 en 2014 financiële ondersteuning ontvangen
                                middels de suppletieregeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitvoerders van wettelijke taken, Wmo-verplichtingen of
                                subsidieontvangers die meer dan € 50.000,- ontvangen, zoals
                                omschreven in het Subsidieprogramma gemeente Dongen 2013-2016, komen
                                niet in aanmerking voor suppletie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het recht op suppletie is alleen van toepassing indien de onder lid
                                1 genoemde verenigingen ook voor de nieuwe subsidieperiode 2013-2016
                                een subsidieaanvraag indienen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verenigingen, zoals genoemd in artikel 34, lid 1, komen in 2013
                                voor een zodanige suppletie in aanmerking, dat de subsidie niet
                                lager uitvalt dan 90% van het subsidieniveau peildatum 1 januari
                                2012;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verenigingen, zoals genoemd in artikel 34, lid 1, komen in 2014
                                voor een zodanige suppletie in aanmerking, dat de subsidie niet
                                lager uitvalt dan 60% van het subsidieniveau peildatum 1 januari
                                2012.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verenigingen, zoals genoemd in artikel 34, lid 1 die een subsidie
                                tot € 500,- ontvangen (peildatum 1 januari 2012) worden geacht zelf
                                de effecten op te kunnen vangen. Conform de Subsidieverordening
                                gemeente Dongen 2012 worden er geen subsidies lager dan € 500,-
                                verstrekt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het
                                bepaalde in deze verordening. Het college treft in alle gevallen
                                waarin deze verordening niet voorziet of onduidelijk is de nodige
                                voorzieningen of neemt de nodige beslissingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan naast de bepalingen in deze verordening bijzondere
                                verplichtingen aan de subsidie verbinden. Deze verplichtingen mogen
                                slechts de belangen dienen die met de verordening worden beoogd en
                                moeten worden vermeld in de beschikking tot verlening en/of
                                vaststelling van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Subsidieverordening gemeente Dongen 2007 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2012 worden
                            behandeld volgens de bepalingen van de Subsidieverordening gemeente
                            Dongen 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening gemeente
                            Dongen 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dongen, Datum Raadsvergadering 15 december 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter / griffier</ondertekening><ondertekening>S.P.H.M. Dirven- van Aalst / drs. W.N. Vulto</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>