<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR131267_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang 2012 Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maak kennis met Haarlemmerliede en Spaarnwoude, 28-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang 2012 Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, art. 1.25</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BOB 11/016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening Wet kinderopvang Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Heemstede 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang 2012 Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november
                        2011</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 1.25 van de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen</al><al>Besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>De Verordening Wet kinderopvang Bloemendaal, Haarlemmerliede en
                                Spaarnwoude en Heemstede 2009 in te trekken;</al></li><li nr="2."><al>De Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang 2012 gemeente
                                Haarlemmerliede en Spaarnwoude vast te stellen. </al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december
                        2011</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>De begrippen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>berekeningsjaar: het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming
                                    betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>BSN: Burgerservicenummer;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al></li><li nr="e."><al>sociaal medische geïndiceerde: de ouder die</al><lijst><li nr="-"><al>een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of
                                            psychische beperking heeft en voor wie is vastgesteld
                                            dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang
                                            noodzakelijk maken, of</al></li><li nr="-"><al>een kind heeft waarbij is vastgesteld dat de
                                            kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde
                                            ontwikkeling van het betreffende kind;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van de
                                    kinderopvang;</al></li><li nr="g."><al>de wet: de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                                    (Wko);</al></li><li nr="h."><al>wettelijke doelgroep: doelgroep zoals omschreven in artikel 1.22
                                    van de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Recht op de tegemoetkoming heeft die ouder die:</al><lijst><li nr="a."><al>onder de wettelijke doelgroep valt als bedoeld in artikel
                                    1.22.</al></li><li nr="b."><al>een sociaal medische indicatie heeft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hoogte tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>De hoogte van de tegemoetkoming voor de in artikel 2, onder a. genoemde
                            doelgroepen wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 1.24 van de wet.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verlening van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De aanvraag voor de tegemoetkoming in de kosten kinderopvang wordt
                            ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Haarlemmerliede en Spaarnwoude. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat
                            in ieder geval :</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en BSN van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: de naam en BSN van de partner en, als dit
                                    afwijkt van het adres van de ouder, het adres van de
                                    partner;</al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de
                                    aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of het
                                    gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen. De offerte
                                    bevat in ieder geval gegevens over: het aantal uren kinderopvang
                                    per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de
                                    opvang;</al></li><li nr="e."><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de
                                    ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 1.22
                                    van de wet;</al></li><li nr="f."><al>van personen als bedoeld in artikel 2, onder b een loonstrook-
                                    en/of uitkeringsspecificatie;</al></li><li nr="g."><al>een machtiging voor rechtstreekse betaling van de tegemoetkoming
                                    aan het kindercentrum of het gastouderbureau, dan wel een opgave
                                    van het bankrekeningnummer van de ouder, indien deze heeft
                                    aangegeven een dergelijke machtiging niet te willen;</al></li><li nr="h."><al>de handtekening van de ouder en, als de ouder een partner heeft,
                                    van de partner.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanspraak op een tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ouder heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem en/of
                                zijn partner te betalen kosten van kinderopvang als bedoeld in
                                artikel 2 onder a indien het college heeft vastgesteld dat deze tot
                                de bewuste doelgroep behoort.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ouder heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem en/of
                                zijn partner te betalen kosten van kinderopvang op grond van sociaal
                                medische indicatie indien het college op grond van het bepaalde in
                                artikel 18 heeft vastgesteld in welke mate deze ouder in aanmerking
                                komt voor een tegemoetkoming in deze kosten vanwege een gebleken
                                noodzaak op grond van sociaal medische indicatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste en tweede lid bestaat slechts aanspraak
                                op een tegemoetkoming indien het gaat om kinderopvang in een
                                geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang die plaatsvindt door
                                tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college draagt bij tot de hoogte van de door het Rijk gestelde
                                maximum uurtarieven. Als het uurtarief hoger is dan de door het Rijk
                                gestelde maximum uurtarieven, dan moet de ouder zelf het verschil
                                bijbetalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                                stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling tot welke van de doelgroep de ouder
                                    behoort;</al></li><li nr="b."><al>de naam en de geboortedatum van het kind of de kinderen waarop
                                    de tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de naam en het adres van het kindercentrum of gastouderbureau
                                    waar de kinderopvang plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor
                                    de tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald
                                    en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li><li nr="g."><al>de verplichtingen van de ouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort
                                tot de personen als bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de tegemoetkoming in het geval van een persoon
                                behorende tot een doelgroep als bedoeld in artikel 2 onder b, indien
                                sprake is van een voorliggende voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college weigert de tegemoetkoming eveneens wanneer de
                                weigeringsgronden genoemd in artikel 4:35 van de Awb van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De ingangsdatum tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop het
                                kind/de kinderen voor de eerste keer in een berekeningsjaar gebruik
                                maken van de kinderopvang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een tegemoetkoming kan tot uiterlijk 3 maanden na de start van de
                                opvang worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de tegemoetkoming
                                bij sociaal medische indicatie niet eerder verleend dan met ingang
                                van de datum van ontvangst van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van maximaal
                                    één berekeningsjaar.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de
                                    tegemoetkoming voor een andere periode verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De omvang van de kinderopvang</titel></kop><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang
                            dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse
                                termijnen op declaratiebasis uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de declaratie overlegt de ouder aan het college de factuur van
                                het kindercentrum of het gastouderbureau.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de ouder hiervoor een machtiging aan het college heeft
                                afgegeven, worden de maandbedragen na ontvangst van de factuur
                                rechtstreeks overgemaakt aan het kindercentrum of het
                                gastouderbureau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het ontbreken van een machtiging voor rechtstreekse betaling aan
                                het kindercentrum of het gastouderbureau, worden de maandbedragen binnen twee weken na
                                ontvangst van de declaratie overgemaakt op het bankrekeningnummer
                                van de ouder. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                                bevoorschotting.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Definitieve vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder verstrekt, eventueel door tussenkomst van het
                                    kindercentrum en gastouderbureau, binnen acht weken na afloop
                                    van de periode waarover de tegemoetkoming bij wijze van
                                    voorschot is verleend, aan het college een overzicht van de
                                    feitelijke kosten van de kinderopvang over de hele periode.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de definitieve tegemoetkoming binnen acht
                                    weken na ontvangst van het overzicht van de kosten vast.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verrekening van de voorschotten</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen één maand
                            betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Invordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid inzake het
                                    invorderen van verschuldigde bedragen aan de gemeente als
                                    bedoeld in artikel 1.38 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>De beleidsregels terug- en invordering en verhaal WWB zijn van
                                    overeenkomstige toepassing</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op een ouder, die woonachtig is in de
                            gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude,hetgeen blijkt uit een
                            inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens,
                            en: </al><lijst><li nr="a."><al>die tot de categorie personen behoort met een lichamelijke,
                                    zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en voor wie
                                    op advies van de GGD is vastgesteld dat een of meer van deze
                                    beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, of</al></li><li nr="b."><al>ten aanzien van wie door de GGD is vastgesteld dat kinderopvang
                                    in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind
                                    noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vaststelling tegemoetkoming voor kinderopvang op grond van
                                sociaal medische indicatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt op aanvraag van de ouder vast of hij of zijn
                                partner een persoon is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische
                                beperking en in welke mate om die reden, kinderopvang noodzakelijk
                                is, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die een kind heeft waarvoor en in welke mate kinderopvang in het
                                belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind
                                noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens te besluiten, wint het college ten behoeve van de
                                vaststelling van de noodzakelijkheid van kinderopvang als bedoeld in
                                het eerste lid een sociaal medisch advies in bij de GGD.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien er sprake is van een voorliggende voorziening, en dit
                                ingevolge artikel 9, tweede lid zou leiden tot weigering van de
                                tegemoetkoming ziet het college af van de vaststelling van de
                                noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal medische
                                indicatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan periodiek herindicatie verrichten van personen als
                                bedoeld in het eerste lid. De herindicatie vindt plaats
                                overeenkomstig het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Sociaal medisch advies</titel></kop><al>Het sociaal medisch advies bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de redenen voor de noodzaak van kinderopvang; </al></li><li nr="b."><al>de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht;
                                </al></li><li nr="c."><al>de geldigheidsduur van de indicatie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hoogte van de tegemoetkoming</titel></kop><al>De hoogte van de tegemoetkoming voor de in artikel 2, onder b genoemde
                            doelgroep, wordt vastgesteld overeenkomstig de methodiek van de
                            kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, rekening houdend met het
                            inkomen van de ouder en zijn (eventuele) partner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Besluit sociaal medische indicatie</titel></kop><al>In het besluit op de aanvraag tot vaststelling van een sociaal medische
                            indicatie, komen, aanvullend op het bepaalde in artikel 8 in ieder geval
                            de volgende aspecten naar voren:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanwezigheid van een sociaal medische indicatie, vastgesteld
                                    door een onafhankelijke deskundige of op basis van een sociaal
                                    medisch advies.</al></li><li nr="b."><al>De geldigheidsduur van de indicatie;</al></li><li nr="c."><al>De omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt
                                    geacht;</al></li><li nr="d."><al>De hoogte van de tegemoetkoming.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de ouder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder of partner verstrekt op verzoek, binnen een door het
                                    college gestelde redelijke termijn, aan het college alle
                                    gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de
                                    aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van belang
                                    kunnen zijn.</al></li><li nr="2."><al>De ouder doet het college onmiddellijk, na het bekend worden
                                    daarvan, uit eigen beweging schriftelijk mededeling van
                                    inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot een verlaging van
                                    de tegemoetkoming.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan indien toepassing van de verordening tot
                                onbillijkheden van overwegende aard leidt ten gunste van de
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening wordt bekendgemaakt in Maak kennis met
                                        Haarlemmerliede en Spaarnwoude d.d. 28 december 2011.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking per 1 januari 2012.</al></li><li nr="3."><al>De verordening Wet Kinderopvang Bloemendaal, Heemstede en
                                        Haarlemmerliede en Spaarnwoude wordt ingetrokken met ingang
                                        van 1 januari 2012.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegemoetkoming
                                kosten kinderopvang Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2012.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december
                            2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Op 1 januari 2005 trad de Wet kinderopvang in werking. Deze wet is
                                met ingang van 1 augustus 2010</al><al>gewijzigd in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                                peuterspeelzalen. De wet beoogt het ouders of </al><al>verzorgers gemakkelijker te maken werk en zorg te combineren. Niet
                                alleen werkenden kunnen een</al><al>beroep doen op de Wet kinderopvang. Een aantal in de wet benoemde
                                doelgroepen kan een beroep</al><al>doen op de gemeente voor het betalen van een deel van de kosten die
                                zij maken voor kinderopvang.</al><al>De vergoeding door de gemeente van een deel van de kosten voor
                                kinderopvang wordt aangeduid </al><al>met de term 'tegemoetkoming kosten kinderopvang (gemeente)'.</al><al>Artikel 1.25 van de wet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                                regels vaststelt omtrent de</al><al>tegemoetkoming van de gemeente. Deze regels hebben betrekking op de
                                verlening, de</al><al>voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming. Deze
                                verordening geeft uitvoering aan</al><al>deze wettelijke opdracht.</al><al>Regelingen die van toepassing zijn</al><al>De tegemoetkoming is een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de
                                Algemene wet bestuursrecht</al><al>(Awb), te weten: een aanspraak op financiële middelen door een
                                bestuursorgaan verstrekt met het</al><al>oog op een bepaalde activiteit van de aanvrager. Titel 4.2 van de
                                Awb die regels stelt over subsidies</al><al>is van toepassing op de tegemoetkomingen. Dit betekent dat op de
                                verstrekking van</al><al>tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang door gemeenten drie
                                regelingen van toepassing</al><al>zijn: 1. de gemeentelijke verordening Wet kinderopvang; 2. de Wet
                                kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; 3. de
                                subsidieregels in titel 4.2 van de Awb. </al><al/><al><vet>De relatie met de subsidieverordening</vet></al><al>De meeste gemeenten beschikken over een algemene
                                subsidieverordening. De vraag is aan de orde </al><al>wat de verhouding is tussen de verordening kinderopvang en de
                                algemene subsidieverordening, en</al><al>meer in het bijzonder of de algemene subsidieverordening ook van
                                toepassing is op</al><al>tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang. Deze verordening is
                                zo opgezet dat deze</al><al>geheel los staat van de algemene subsidieverordening. In dat geval
                                is de algemene</al><al>subsidieverordening niet van toepassing op de verstrekking van
                                tegemoetkomingen. Het principe geldt</al><al>dan dat de meest specifieke regeling voorrang krijgt boven de
                                algemene regeling.</al><al/><al><vet>Hoofdlijnen van het proces van verstrekkingen van de
                                    tegemoetkomingen</vet></al><al>In deze verordening worden de hoofdlijnen van het proces van
                                verstrekking van de tegemoetkomingen door de gemeente vastgelegd.
                                Daarbij zijn twee uitgangspunten gehanteerd. Het eerste uitgangspunt
                                is dat de uitvoeringslasten voor zowel de gemeente als de aanvragers
                                van de tegemoetkoming zo beperkt mogelijk moeten zijn. Het tweede
                                uitgangspunt is dat de gemeentelijke uitgaven die gemoeid zijn met
                                de verstrekking van de tegemoetkomingen zo goed mogelijk beheersbaar
                                zijn.</al><al/><al><onderstreept>Bepalingen om de beheersbaarheid van de gemeentelijke
                                    uitgaven te bevorderen</onderstreept></al><al>De gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang is een
                                zogeheten ‘open-einde regeling’. Dit betekent dat iedereen die op
                                grond van de wet behoort tot de gemeentelijke doelgroep aanspraak
                                heeft op een tegemoetkoming van de gemeente.</al><al/><al> Om gemeente in staat te stellen de kosten die gepaard gaan met de
                                verstrekking van de tegemoetkomingen beheersbaar te houden, zijn in
                                de verordening de volgende bepalingen opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>De omvang van de aanspraak op een tegemoetkoming van ouders
                                        die geen eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang hoeven
                                        te betalen, wordt aan beperkingen gebonden. In de
                                        verordening wordt bepaald dat bij deze groep ouders de
                                        tegemoetkoming wordt verstrekt voor het aantal uren
                                        kinderopvang per week dat naar het oordeel van het college
                                        voor de ouder redelijkerwijs noodzakelijk is om de
                                        combinatie van arbeid en zorg mogelijk te maken.</al></li><li nr="-"><al>De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als er
                                        daadwerkelijk kinderopvang plaatsvindt.</al></li><li nr="-"><al>De tegemoetkoming wordt uitbetaald in maandelijkse
                                        voorschotten. Hierdoor blijft de omvang van eventuele
                                        onverschuldigde betalingen die de gemeente van de ouders
                                        moet terugvorderen, beperkt.</al><al/></li></lijst><al><onderstreept>Tegemoetkomingen voor de duur van een
                                    kalenderjaar</onderstreept></al><al>Een tegemoetkoming wordt in principe verstrekt voor de duur één
                                kalenderjaar. Daarmee wordt aangesloten bij de wijze waarop de
                                betalingen door de Belastingsdienst worden verstrekt. Dit betekent
                                dat een tegemoetkoming elk jaar opnieuw moet worden aangevraagd.
                                Uitzondering wordt gemaakt voor de gevallen waarin bij de aanvraag
                                reeds duidelijk is dat de aanspraak op de tegemoetkoming beperkt is
                                tot een bepaalde periode (bijvoorbeeld de duur van een
                                re-integratietraject die in het trajectplan is vastgelegd of de
                                datum waarop het kind naar de basisschool gaat of de basisschool
                                verlaat).</al><al/><al><onderstreept>Verstrekking van de tegemoetkoming in twee
                                    stappen</onderstreept></al><al>De verstrekking van de tegemoetkoming vindt plaats in twee stappen.
                                Hiermee wordt aangesloten bij de Awb. </al><al>De <onderstreept>eerste stap</onderstreept> is de beschikking tot
                                het verlenen van de tegemoetkoming. Deze beschikking geeft de
                                ontvanger van de tegemoetkoming een voorwaardelijke aanspraak op de
                                tegemoetkoming tot een bepaald bedrag. De aanspraak is
                                voorwaardelijk omdat op het moment dat de beschikking wordt gegeven
                                nog niet zeker is dat de aanvrager daadwerkelijk gebruik zal maken
                                van kinderopvang en zich aan de opgelegde verplichtingen houdt.
                                Ondanks het voorwaardelijke karakter schept de subsidieverlening wel
                                een rechtens afdwingbare aanspraak. </al><al>De <onderstreept>tweede stap</onderstreept> is de beschikking tot
                                het vaststellen van de tegemoetkoming. In deze beschikking wordt
                                vastgesteld in hoeverre de ontvanger aan de gestelde voorwaarden
                                heeft voldaan en hoeveel het uiteindelijke bedrag van de
                                tegemoetkoming is. Met het vaststellen van de tegemoetkoming wordt
                                de tegemoetkoming definitief. Voordat de tegemoetkoming wordt
                                vastgesteld kan de gemeente onderzoek doen naar de rechtmatigheid
                                van de tegemoetkoming door gegevens van de ouders te controleren en
                                eventueel inlichtingen bij de houders van een kindcentrum of
                                gastouderbureau op te vragen.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De begripsbepalingen in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en
                            kwaliteitseisen peuterspeelzalen zijn ook van toepassing op deze
                            verordening. Alleen de in dit artikel niet gedefinieerde begrippen zijn
                            aangevuld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht op de tegemoetkoming</titel></kop><al>Het eerste lid behoeft geen toelichting.</al><al>Op grond van het tweede lid kan een ouder of partner die een sociaal
                            medische indicatie heeft aanspraak maken op een tegemoetkoming. In de
                            Wko heeft een aantal artikelen betrekking op de doelgroep met een
                            sociaal medische indicatie (artikel 1.23 Wko, artikel 1.6 lid 1
                            onderdeel k Wko en artikel 1.6 lid 1 onderdeel l Wko). </al><al>Artikel 1.23 Wko is vooralsnog nog niet in werking getreden vanwege het
                            ontbreken van een landelijk indicatieorgaan. Er is momenteel nog geen
                            zicht op de komst van zo’n indicatieorgaan in de toekomst. Vanaf 2005 is
                            er via het gemeentefonds geld beschikbaar om deze buitenwettelijke
                            doelgroep te financieren. Deze financiering is vanaf 2010 structureel
                            voortgezet. De gemeente moet eigen beleid maken over financiering van
                            deze doelgroep. Bij dit beleid wordt aangesloten bij de draagkracht
                            systematiek die voor aanvragen in het kader van de bijzondere bijstand
                            (Wet werk en bijstand) worden ingediend. Zie voor verdere toelichting
                            artikel 20 van deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de tegemoetkoming</titel></kop><al>Dit artikel behandelt de hoogte van de tegemoetkoming voor de wettelijke
                            doelgroepen. Deze is geregeld in artikel 1.24 van de Wko. Dit betekent
                            dat de hoogte van de tegemoetkoming afhankelijk is van de kosten van de
                            kinderopvang per kind. Naast de kinderopvangtoeslag van het Rijk en de
                            tegemoetkoming van de gemeente, bestaat er een eigen bijdrage voor de
                            ouder. Voor bepaalde doelgroepen heeft de gemeente de wettelijke plicht
                            om deze eigen bijdrage te vergoeden. De hoogte van de vergoeding is door
                            het Rijk vastgelegd in artikel 3 van de Regeling Wet kinderopvang.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt door de ouder aangevraagd bij het college
                            (artikel 1.26 Wko). Het moet dan gaan om het college van de gemeente
                            waar de ouder woont (artikel 1.22, derde lid, Wko). </al><al>Een aanvraag wordt door de gemeente in ontvangst genomen indien deze
                            voldoet aan de vormvereisten van artikel 4:1 en 4:2 Awb. Dit betekent
                            dat een aanvraag:</al><lijst><li nr="-"><al>schriftelijk moet worden ingediend;</al></li><li nr="-"><al>moet zijn ondertekend;</al></li><li nr="-"><al>de naam en het adres van aanvrager dient te bevatten;</al></li><li nr="-"><al>een aanduiding moet geven van de beschikking die wordt
                                    gevraagd.</al><al/></li></lijst><al>Omdat een tegemoetkoming voor de duur van een berekeningsjaar wordt
                            verstrekt moet deze elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Om de lasten
                            voor de aanvragers zo beperkt mogelijk te houden, verdient het
                            aanbeveling dat de gemeente het aanvraagformulier voor een
                            vervolgaanvraag aan de ouders toestuurt, waarbij het formulier reeds is
                            ingevuld met de gegevens die bij de gemeente bekend zijn. De ouders
                            hoeven dan alleen de mutaties op het aanvraagformulier aan te
                            geven.</al><al/><al>Een verhoging van de tegemoetkoming in verband met een verhoging van het
                            aantal uren of dagdelen kinderopvang, zal ook moeten worden aangevraagd.
                            Een verlaging van de tegemoetkoming in verband met een vermindering van
                            de omvang van de kinderopvang hoeft niet te worden aangevraagd. De ouder
                            moet hiervan wel onmiddellijk mededeling doen aan het college (artikel
                            1.28, derde lid, van de wet en artikel 19, eerste lid verordening).</al></divisie><divisie><kop><label/></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><al><onderstreept>Onder d</onderstreept> wordt bepaald dat bij de aanvraag
                            een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de
                            kinderopvang gaat verzorgen moet worden gevoegd. Dit betekent dat de
                            aanvraag voor een tegemoetkoming pas bij de gemeente kan worden
                            ingediend als de ouder over een offerte of contract beschikt. Op basis
                            van de offerte of het contract kan de gemeente de hoogte van de
                            tegemoetkoming vaststellen.</al><al/><al>Het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen,
                            moet ingeschreven staan in een gemeentelijk register (artikel 1.5, eerst
                            lid, van de wet). </al><al/><al><onderstreept>Onder e</onderstreept> wordt bepaald dat bij de aanvraag
                            gegevens of een verwijzing naar gegevens worden gevoegd waaruit blijkt
                            dat de ouder behoort tot een gemeentelijke doelgroep. In een aantal
                            gevallen kan de ouder volstaan met een verwijzing naar die gegevens
                            omdat de gemeente over de gegevens beschikt:</al><al>- de ouder of partner ontvangt een uitkering in het kader van de WWB,
                            IOAW/IOAZ of Anw én maakt</al><al> gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;</al><al>- de ouder is een niet-uitkeringsgerechtigde (NUG-er), is als
                            werkzoekende geregistreerd bij het</al><al> UWV-werkbedrijf én maakt gebruik van een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling;</al><al>- de ouder een inburgeringsvoorziening heeft op grond van artikel 19 van
                            de Wet inburgering;</al><al>- het college heeft sociaal medische indicatie vastgesteld.</al><al>In andere gevallen zal de ouder de volgende gegevens aan de gemeente
                            moeten verstrekken:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>De ouder heeft de leeftijd van 18 jaar nog niet
                                                bereikt, volgt scholing of een opleiding en ontvangt
                                                algemene bijstand op grond van de WWB of kan zo’n
                                                uitkering ontvangen</al><al/><al>De ouder of diens partner is ingeschreven bij een
                                                school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of
                                                2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen of
                                                in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet
                                                Studiefinanciering 2000</al></entry><entry colname="col2"><al>Bewijs van inschrijving school of
                                                opleidingsinstituut</al><al/><al/><al>Bewijs van inschrijving school of
                                                opleidingsinstituut </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><onderstreept>Onder i</onderstreept> staat dat indien de aanvrager een
                            partner heeft, deze partner de aanvraag mede-ondertekent. Deze bepaling
                            is volledigheidshalve in de verordening opgenomen. De verplichting is
                            reeds neergelegd in artikel 1.26, derde lid, van de wet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanspraak op een tegemoetkoming</titel></kop><al>In dit artikel wordt aangegeven in welke gevallen een ouder aanspraak
                            heeft op een tegemoetkoming. Voor wat betreft de aanspraken op grond van
                            een de sociaal medische indicatie wordt verwezen naar artikel 18. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>De termijn waarin het college moet beslissen op een aanvraag bedraagt 8
                            weken.</al><al>In uitzonderingsgevallen waarin een beslissing binnen 8 weken niet
                            mogelijk is, maakt het college gebruik van de in artikel 4:14 lid 3 van
                            de Awb neergelegde mogelijkheid om de afhandelingstermijn te verlengen
                            met ten hoogste vier weken. Indien het college gebruik maakt van de
                            verlenging van de afhandelingstermijn wordt de ouder hiervan
                            schriftelijk op de hoogte gebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit is een beschikking in de zin van artikel 1:3 Awb. Dit
                            betekent dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan
                            worden ingesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De tegemoetkoming op grond van een sociaal medische indicatie is een
                            vangnetvoorziening. Dit betekent dat alleen de ouder en/of partner die
                            niet op grond van een wettelijke bepaling (Wko) of een andere
                            voorliggende voorziening aanspraak kan maken in de kosten van
                            kinderopvang, aanspraak kunnen maken op kinderopvang wegens sociaal
                            medische noodzaak. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval
                            gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>de kinderopvangtoeslag overeenkomstig 1.5 van de Wko;</al></li><li nr="2."><al>de Algemene wet bijzondere ziektekosten;</al></li><li nr="3."><al>jeugdzorg;</al></li><li nr="4."><al>persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="5."><al>medisch kinderdagverblijf;</al></li><li nr="6."><al>een bijdrage van de werkgever.</al><al/></li></lijst><al>Naast de weigeringsgronden in dit artikel kent de Awb ook een aantal
                            gronden om de subsidieverlening te weigeren. Ook deze weigeringsgronden
                            zijn van toepassing. Artikel 4:35 Awb bepaalt dat de subsidieverlening
                            kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen
                            dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en
                                    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al><al/></li></lijst><al>Het tweede lid van artikel 4:35 Awb bepaalt dat de subsidieverlening
                            voorts in ieder geval kan worden geweigerd indien de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens
                                    heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een
                                    onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of</al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is
                                    verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling
                                    natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een
                                    verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><al>Een tegemoetkoming over een berekeningsjaar gaat in op het moment dat de
                            kinderopvang daadwerkelijk plaatsvindt. In het tweede lid is bepaald dat
                            deze ingangsdatum niet eerder kan zijn dan 3 maanden voor de
                            aanvraagdatum. Binnen drie maanden na de start van de kinderopvang moet
                            de aanvraag uiterlijk zijn ingediend.</al><al/><al>De ingangsdatum voor de verstrekking van de tegemoetkoming voor de
                            sociaal medische indicatie kan niet eerder zijn dan de datum van de
                            aanvraag.</al><al/><al>De ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming is ook van
                            toepassing op aanvragen voor uitbreiding van het aantal uren
                            kinderopvang. De verhoogde tegemoetkoming wordt verstrekt vanaf het
                            moment dat de aanvraag daarvoor door het college in ontvangst is
                            genomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt in principe voor een berekeningsjaar verleend.
                            Voor aanvragen die in de loop van een jaar worden toegekend, geldt dat
                            de tegemoetkoming wordt verstrekt tot 31 december van het betreffende
                            jaar. Dit betekent dat een ouder elk jaar vóór 1 januari opnieuw een
                            aanvraag voor een tegemoetkoming bij de gemeente zal moeten
                            indienen.</al><al>Het college kan de tegemoetkoming voor een andere periode vaststellen.
                            Dit is bijvoorbeeld het geval als de aanvrager voor een bepaalde periode
                            recht heeft op de tegemoetkoming, bijvoorbeeld als deze een
                            reïntegratietraject voor een bepaalde periode volgt. Door de periode van
                            verstrekking van de tegemoetkoming te koppelen aan de duur van het
                            reïntegratietraject (of een andere vorm van arbeid), hoeft de ouder geen
                            actie te ondernemen om de verstrekking van de tegemoetkoming stop te
                            zetten of hoeft de gemeente geen eventueel ten onrechte uitgekeerde
                            bedragen terug te vorderen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren dat naar
                            zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van
                            arbeid en zorg (artikel 2 lid 1a) of nodig zijn vanwege de sociaal
                            medische indicatie van de ouder of het kind (artikel 2 lid b).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><al>De subsidieverstrekking vindt plaats in de vorm van maandelijkse
                            voorschotten. Dit betekent dat het totale bedrag van de tegemoetkoming
                            waarop de aanvrager recht heeft, wordt gedeeld in twaalf gelijke delen
                            (indien de aanvraag het gehele berekeningsjaar betreft).</al><al/><al>De gemeente betaalt de tegemoetkoming op declaratiebasis uit aan de
                            ouder. De ouder kan, al dan niet op verzoek van het kindercentrum of het
                            gastouderbureau, de gemeente machtigen om de betalingen rechtstreeks aan
                            dat kindercentrum of gastouderbureau te doen. Deze machtiging verandert
                            juridisch gezien niets aan de verhouding tussen de gemeente en de ouder.
                            Ook al wordt het bedrag gestort op de rekening van het kindercentrum of
                            gastouderbureau, blijft er sprake van een betaling van de tegemoetkoming
                            van gemeente aan de ouder.</al><al/><al>Het vijfde lid geeft het college de bevoegdheid om nadere voorschriften
                            te stellen over de wijze van bevoorschotting van de tegemoetkoming.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><al>Uiterlijk 8 weken volgend op het berekeningsjaar dient de ouder
                            (eventueel door tussenkomst van het kindercentrum of gastouderbureau)
                            een overzicht van de feitelijke kosten in te leveren. Dit overeenkomstig
                            lid 1. Vervolgens zal het college binnen acht weken na ontvangst van het
                            overzicht de tegemoetkoming definitief vaststellen. Het college kan ook
                            besluiten de tegemoetkoming ambsthalve definitief vast te stellen. Dit
                            is geregeld in artikel 4:47, onderdeel a van de Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verrekening van de voorschotten</titel></kop><al>Dit artikel regelt de uitbetaling van het nog te betalen deel van de
                            tegemoetkoming. Als de gemeente een houder een hoger bedrag heeft
                            uitgekeerd dan waarop deze recht heeft, kan de gemeente het teveel
                            betaalde bedrag terugvorderen (zie artikel 16).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Invordering</titel></kop><al>In artikel 1.38 Wko is de bevoegdheid neergelegd om onverschuldigde
                            bedragen in het kader van de wet in te vorderen. Ook staat dit artikel
                            toe dit te doen overeenkomstig de Wwb. In het tweede lid verklaren we
                            dan ook deze regels van toepassing.</al><al/><al><vet>Voor de doelgroep sociaal medische indicatie is een afzonderlijk
                                hoofdstuk ingeruimd</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Een ouder kan een vergoeding voor de kosten van kinderopvang ontvangen
                            als vast staat dat het om sociaal medische redenen noodzakelijk is dat
                            (en in welke mate) gebruik wordt gemaakt van kinderopvang. De sociaal
                            medische redenen kunnen zowel bij de ouder als bij het kind aanwezig
                            zijn. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vaststelling tegemoetkoming voor kinderopvang op grond van
                                sociaal medische indicatie</titel></kop><al>Dit artikel regelt in welke gevallen er vastgesteld kan worden dat er
                            sprake is van een van een sociaal medische indicatie, op grond waarvan
                            er een recht op een tegemoetkoming kan zijn</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Sociaal medisch advies</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hoogte tegemoetkoming sociaal medische indicatie</titel></kop><al>In de Wet kinderopvang is geregeld dat ouders die aanspraak hebben op
                            een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang een
                            inkomensafhankelijke bijdrage betalen. Ouders/verzorgers met een inkomen
                            op minimum niveau ontvangen een tegemoetkoming die vrijwel alle kosten
                            dekt. </al><al/><al>Met betrekking tot de tegemoetkoming aan sociaal-medisch geïndiceerde
                            personen wordt de gemeente vrijgelaten in de bepaling van de hoogte van
                            de tegemoetkoming (wel of geen eigen bijdrage) Verder mogen ze zelf de
                            wijze van uitvoering regelen.</al><al/><al>Er is een aantal argumenten of ouders/verzorgers een eigen bijdrage te
                            vragen in de kosten van de kinderopvang.</al><lijst><li nr="-"><al>Door gebruik te maken van kinderopvang besparen
                                    ouders/verzorgers enigszins op de </al><al> kosten voor levensonderhoud (verblijf en voeding);</al></li><li nr="-"><al>In veel situaties waar de overheid diensten aanbiedt en
                                    meefinanciert wordt van burgers in </al><al> het algemeen een eigen bijdrage gevraagd, omdat zij er in meer
                                    of mindere mate profijt van hebben;</al></li><li nr="-"><al>Een eigen bijdrage verhoogt het kostenbewustzijn en hierdoor
                                    wordt er een prikkel </al><al> ingebouwd om het gebruik van de kinderopvang te beperken en zo
                                    de kosten te kunnen beheersen</al><al/></li></lijst><al>Het algemene uitgangspunt is dat hiervoor aangesloten wordt bij de
                            systematiek die wordt gehanteerd bij het verlenen van tegemoetkomingen
                            op grond van de Wet kinderopvang. De belastingdienst kent een
                            tegemoetkoming die afhankelijk is van het inkomen van de ouder/verzorger
                            en zijn partner. In dit besluit wordt ten aanzien van de berekening van
                            de hoogte van de tegemoetkoming aangesloten bij de systematiek die de
                            belastingdienst hanteert. </al><al>Middels een proefberekening van de kinderopvangtoeslag kan een voorschot
                            worden bepaald voor de tegemoetkoming. Na afloop van het jaar wordt op
                            basis van het werkelijke verzamelinkomen en de jaaropgave van het
                            kindercentra de subsidie definitief vastgesteld. </al><al/><al>Indien de ouder/verzorger moet rondkomen van een inkomen op
                            bijstandsniveau kan voor de eigen bijdrage een aanvraag bijzondere
                            bijstand worden ingediend. Wanneer op voorhand duidelijk is dat recht
                            bestaat op bijzondere bijstand (d.w.z. als de eventuele draagkracht al
                            is overschreden) kan de aanvraag voor de kosten van de eigen bijdrage </al><al>meteen ook worden afgehandeld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Besluit sociaal-medisch indicatie</titel></kop><al>Het besluit is een beschikking in de zin van artikel 1:3 Awb. Dit
                            betekent dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan
                            worden ingesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>Deze verplichtingen staan in ongeveer dezelfde bewoordingen ook in
                            artikel 1.28 van de wet.</al><al>Volledigheidshalve worden deze verplichtingen hier herhaald.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerking</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>