<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR13081_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basisonderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas 10 september 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvloeiingsregeling openbaar basisonderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1992-07-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1992-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1992-08-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basisonderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht;</al><al>gelezen het resultaat van het gevoerde overleg met de daarvoor in</al><al>aanmerking komende organisaties van onderwijzend personeel;</al><al>gelet op de bepalingen van de Wet op het basisonderwijs, de</al><al>Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal</al><al>onderwijs en van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;</al><al>b e s l u i t e n :</al><al>vast te stellen de navolgende "Verordening betreffende de volgorde van
                        afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor
                        basisonderwijs".</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>school: een school voor basisonderwijs;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende: het lid van het onderwijzend personeel, aangesteld
                                aan een van de gemeentelijke scholen;</al></li><li nr="c."><al>diensttijd: uitsluitend de tijd, doorgebracht in een
                                betrekking:</al><lijst><li nr="1."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de Wet op het
                                        voortgezet onderwijs danwel de Overgangswet voortgezet
                                        onderwijs -waaronder begrepen vormingsinstituten, de
                                        instituten waaraan het nieuw vervolg/beroepsonderwijs wordt
                                        gegeven, danwel de instituten waaraan het deeltijd
                                        vervolg/beroepsonderwijs wordt gegeven- en in de wetten die
                                        geacht kunnen worden aan de Wet op het voortgezet
                                            <cursief>I</cursief> onderwijs te zijn
                                        voorafgegaan;</al></li><li nr="2."><al>aan een school of inrichting waarop de Kleuteronderwijswet
                                        of de Lager-onderwijswet 1920 van toepassing is c.q. de
                                        onderwijsvormen die in de plaats daarvan zijn of worden
                                        ingesteld, met dien verstande dat de tijd voor augustus 1956
                                        doorgebracht aan een school voor kleuteronderwijs slechts
                                        meetelt, indien daaruit inkomsten werden genoten;</al></li><li nr="3."><al>aan een school waarop de Wet op het basisonderwijs of de
                                        Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet
                                        speciaal onderwijs van toepassing is;</al></li><li nr="4."><al>aan een instelling voor MO-opleidingen in de zin van de Wet
                                        op de MO-opleidingen;</al></li><li nr="5."><al>aan een instelling waarop de Wet op het hoger
                                        beroepsonderwijs van toepassing is;</al></li><li nr="6."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de
                                        Experimentenwet onderwijs;</al></li><li nr="7."><al>aan een instituut voor vormingswerk voor jonge volwassenen
                                        dat gesubsidieerd wordt volgens de Rijksregeling
                                        subsidiëring vormingswerk leerplichtvrije jeugd 1964;</al></li><li nr="8."><al>aan een Nederlandse instelling voor wetenschappelijk
                                        onderwijs, de Politie-academie, de Rijksluchtvaartschoo1,
                                        alsmede het militair wetenschappelijk onderwijs aan het
                                        Koninklijk Instituut van de marine, de Koninklijke Militaire
                                        Academie, de Koninklijke Militaire School en de Hogere
                                        Krijgsschool, indien de personeelskosten van de instelling
                                        voor tenminste 50% door de overheid worden vergoed ingevolge
                                        enige wettelijke bepaling, alsmede de voormalige Mijnscholen
                                        in Limburg voor zover het rechtstreeks door de overheid
                                        beheerde mijnen betreft;</al></li><li nr="9."><al>aan een Nederlandse school, cursus, opleiding of andere
                                        instelling voor bijzonder onderwijs, als bedoeld in artikel
                                        56 van de Wet op het voortgezet onderwijs, die van
                                        overheidswege is aangewezen als bevoegd om aan de leerlingen
                                        op grond van met gunstig gevolg afgelegde examens dezelfde
                                        diploma's uit te reiken als die welke uitgereikt worden door
                                        overeenkomstige uit enig openbare kas bekostigde instelling,
                                        danwel: </al><lijst><li nr="-"><al>aan centra voor vakopleiding aan volwassenen en jong
                                                volwassenen; - aan gestichten, bedoeld in de
                                                Beginselenwet Gevangeniswezen en in
                                                Rijksinrichtingen als bedoeld in de Beginselenwet
                                                voor de kinderbescherming;</al></li><li nr="-"><al>aan hier te lande gevestigde instellingen die
                                                opleiden voor enig geestelijk ambt;</al></li><li nr="-"><al>aan door de Nederlandse overheid gesubsidieerde
                                                muziekscholen;</al></li></lijst></li><li nr="10."><al>bij een orgaan als bedoeld in de Wet op het
                                        leerlingwezen;</al></li><li nr="11."><al>bij.een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel B3
                                        van de Algemene burgerlijke pensioenwet, waarvan de
                                        aanwijzing als zodanig op voordracht van de minister van
                                        Onderwijs en Wetenschappen is geschied, danwel de
                                        bekostiging geheel of gedeeltelijk door de minister van
                                        Onderwijs en Wetenschappen plaatsvindt, waarbij mede in
                                        aanmerking komt de tijd doorgebracht in een betrekking aan
                                        bovenbedoelde instelling die voorafgaat aan de aanwijzing
                                        als bedoeld in artikel B3 van de Algemene burgerlijke
                                        pensioenwet;</al></li><li nr="12."><al>aan de door de minister van Onderwijs en Wetenschappen of de
                                        gemeente bekostigde schoolbegeleidingsdiensten;</al></li><li nr="13."><al>bij door het Rijk bekostigde Nederlandse scholen in het
                                        buitenland en bij door het Rijk erkende scholen in de
                                        huidige en voormalige overzeese gebiedsdelen;</al></li><li nr="14."><al>bij een instelling als bedoeld in de Rijksregeling
                                        Basiseducatie;</al></li><li nr="15."><al>bij een instelling als bedoeld in de Wet op de
                                        onderwijsverzorging; </al></li></lijst></li></lijst><al>alsmede de tijd gedurende welke</al><lijst><li nr="16."><al>de belanghebbende als dienstplichtige in Nederlandse militaire
                                dienst was danwel vervangende dienst heeft vervuld als bedoeld in de
                                Wet gewetensbezwaren militaire dienst;</al></li><li nr="17."><al>de belanghebbende in het genot is geweest van een ontslaguitkering
                                vanwege het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, het
                                Ministerie van Landbouw en Visserij of van de gemeente, voor zover
                                deze ontslaguitkering werd toegekend in verband met ontslag uit een
                                onderwijsbetrekking. </al></li></lijst><al>en de tijd welke</al><lijst><li nr="18."><al>de belanghebbende heeft gewijd aan de verzorging van tot het huishouden
                        van belanghebbende behorende 0- tot 4-jarige eigen, stief- of pleegkinderen,
                        tot een maximum van in totaal zes jaren (verzorgingstijd); </al></li></lijst><al>met dien verstande dat </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>een aanstelling voor een bepaald aantal uren per week
                                        gelijkge acht wordt aan een aanstelling in volledige dienst
                                    </al></li><li nr="-"><al>alleen die diensttijd in aanmerking wordt genomen welke bij
                                        het bevoegd gezag desgevraagd is opgegeven binnen 1 maand na
                                        de datum waarop de aanstelling is ingegaan. Nadien opgegeven
                                        diensttijd wordt voor het vaststellen van de
                                        afvloeiingsvolgorde niet meer in aanmerking genomen; </al></li><li nr="-"><al> bij samenloop van bovengenoemde betrekkingen of situaties
                                        de daarin doorgebrachte diensttijd voor de toepassing van de
                                        afvloeiingsregeling slechts eenmaal meetelt. De diensttijd
                                        behoeft niet aaneengesloten te zijn. Is men in een
                                        betrekking als bedoeld onder 1 t/m 15 aangesteld en heeft
                                        men gedurende die periode buitengewoon verlof genoten als
                                        bedoeld in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, dan
                                        telt die verloftijd als diensttijd mee.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>vaste aanstelling: aanstelling voor onbepaalde tijd;</al></li><li nr="e."><al>tijdelijke aanstelling: aanstelling voor bepaalde tijd;</al></li><li nr="f."><al>afvloeiing: tussentijds ontslag uit een tijdelijk dienstverband
                                danwel ontslag uit een vast dienstverband van belanghebbende op
                                grond van opheffing van de school of van een betrekking aan de
                                school of wegens zodanige veranderingen in de inrichting van het
                                onderwijs, dat de werkzaamheden van een of meer belanghebbenden
                                overbodig worden;</al></li><li nr="g."><al>OWBO/WBO-protocol: een voor de desbetreffende basisschool opgestelde
                                lijst die de onderlinge afvloeiingsvolgorde aangeeft van de
                                belanghebbenden die op 1 augustus 1985 als groepsleraar in vaste
                                dienst aan die basisschool zijn verbonden en die op 31 juli 1985 aan
                                een openbare kleuter- of lagere school binnen de gemeente waren
                                verbonden;</al></li><li nr="h."><al>fusieprotocol: een voor de desbetreffende basisschool opgestelde
                                lijst die de onderlinge afvloeiingsvolgorde aangeeft van de
                                belanghebbenden die de dag voorafgaande aan de fusie als lid van het
                                onderwijzend personeel aan een van de bij de fusie betrokken
                                basisscholen verbonden zijn èn die op de dag waarop de fusie is
                                gerealiseerd aan de gefuseerde school in vaste dienst zijn
                                aangesteld;</al></li><li nr="i."><al> verzorgingsprotocol: een voor de desbetreffende school per
                                afvloeiingscategorie opgestelde lijst die de onderlinge
                                afvloeiingsvolgorde op 1 augustus 1992 aangeeft van de
                                belanghebbenden die op 31 juli 1992 als lid van het onderwijzend
                                personeel aan de betrokken school verbonden zijn èn op 1 augustus
                                1992 aan de betrokken school in vaste dienst zijn aangesteld;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Afvloeiingsvolgorde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met inachtneming 4an het in het derde en vierde lid bepaalde vindt
                                aan de school afvloeiing plaats in de volgende volgorde:</al><lijst><li nr="a."><al>eerst de belanghebbende met een tijdelijke aanstelling, met
                                        uitzondering van de tijdelijk aangestelde ter
                                        vervanging;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de belanghebbende met een vaste aanstelling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt de
                                hiernavolgende volgorde aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>eerst degene die aan het bevoegd gezag schriftelijk te
                                        kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te
                                        hebben, waarbij de oudste in leeftijd het eerst in
                                        aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens degene die de minste diensttijd heeft, waarbij in
                                        geval van gelijke diensttijd de jongste in leeftijd het
                                        eerst in aanmerking komt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De directeur van een school voor basis-, speciaal en voortgezet
                                speciaal onderwijs vloeit slechts af bij de opheffing van de
                                school.</al></li><li nr="4."><al>De belanghebbende die op grond van de eerste twee leden van dit
                                artikel voor afvloeiing in aanmerking komt en die de laatste aan de
                                basisschool verbonden onderwijsgevende is in het bezit van de akte
                                leidster of hoofdleidster bij het kleuteronderwijs of een hiermee
                                gelijkgestelde akte, wordt tot 31 juli 1996 voor ontslag
                                overgeslagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Afvloeiing vindt overeenkomstig de in artikel 2 genoemde volgorde voor de
                        volgende categorieën afzonderlijk plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>personeel aangesteld aan de school als groepsleraar;</al></li><li nr="b."><al>personeel aangesteld aan de school voor het geven van vakonderwijs
                                per vakgebied, zoals aangegeven in het schoolwerkplan;</al></li><li nr="c."><al>personeel aangesteld aan de school voor het geven van onderwijs in
                                eigen taal en cultuur per taalgroep, zoals aangegeven in het
                                schoolwerkplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>OWBO/WBO-protocol</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen voor elke op 1 augustus
                                        1985 te vormen basisschool een protocol vast met
                                        inachtneming van het in de leden 2 en 3 bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>Voor elke basisschool wordt van de belanghebbenden die daar
                                        op 1 augustus 1985 als groepsleraar in vaste dienst zijn
                                        aangesteld èn die op 31 juli 1985 aan een openbare kleuter-
                                        of lagere school binnen de gemeente waren aangesteld</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>een lijst opgesteld die de afvloeiingsvolgorde aangeeft van degenen 
                                die op 31 juli 1985 aan een openbare kleuterschool Mnnen de gemeente 
                                waren verbonden (lijst I) en</al></li><li nr="b."><al>een lijst die de afvloeiingsvolgorde aangeeft van degenen die op 31 juli 1985 
                        aan een openbare lagere school binnen de gemeente waren verbonden (lijst 11);
                    </al></li><li nr="c."><al>de op de onder a. respectievelijk b. van dit lid bedoelde lijst neer te leggen volgorde van de in dit lid genoemde groepsleraren wordt als
                        volgt bepaald:</al><lijst><li nr="1."><al>bovenaan wordt de groepsleraar geplaatst die op 31 juli 1985 als
                                hoofdleidster van een openbare kleuterschool respectievelijk als
                                hoofd van een openbare lagere school binnen de gemeente was
                                aangesteld; indien het om meer dan een ex-hoofdleidster
                                respectievelijk ex-hoofd gaat, is hun diensttijd bepalend voor hun
                                onderlinge volgorde en in geval van gelijke diensttijd wordt de
                                jongste in leeftijd lager in volgorde geplaatst;</al></li><li nr="2."><al>voor de overige op de onder a. respectievelijk b. bedoelde lijst te
                                vermelden groepsleraren is per lijst voor de daarop te vermelden
                                groepsleraren de diensttijd bepalend voor hun onderlinge volgorde
                                met dien verstande dat de groepsleraar met de meeste diensttijd
                                direct na de ex-hoofdleidster(s) respectievelijk het ex-hoofd (de
                                ex-hoofden) bovenaan de lijst wordt geplaatst en vervolgens aflopend
                                naar de groepsleraar met de kortste diensttijd die onderaan de lijst
                                komt, terwijl in geval van gelijke diensttijd de jongste in leeftijd
                                lager in volgorde wordt geplaatst.</al></li><li nr="3."><al>De in het protocol neer te leggen afvloeiingsvolgorde van de in lid
                                2 genoemde groepsleraren wordt als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de groepsleraar die op 31 juli 1985 schoolleider was en die op 1
                                augustus 1985 geen directeur is, vloeit als laatste van de
                                groepsleraren af; indien het om meer dan een ex-schoolleider gaat,
                                is hun diensttijd bepalend voor hun onderlinge volgorde en in geval
                                van gelijke diensttijd wordt de jongste in leeftijd lager in
                                volgorde geplaatst;</al></li><li nr="b."><al>voor de overige groepsleraren worden de in lid 2 bedoelde lijsten I
                                en I1 als volgt van onderop ineengeweven:</al><lijst><li nr="1."><al>onderaan de groepsleraar met de kortste diensttijd, ongeacht de
                                lijst waarop de groepsleraar is vermeld; en in geval van gelijke
                                diensttijd komt de jongste in leeftijd het eerst in aanmerking;</al></li><li nr="2."><al>vervolgens de groepsleraar van de andere lijst met de kortste
                                diensttijd -en in geval van gelijke diensttijd komt de jongste in
                                leeftijd het eerste in aanmerking- en vervolgens om en om, met dien
                                verstande dat</al></li><li nr="3."><al>wanneer een groepsleraar van lijst I aan de beurt is, die meer
                                diensttijd heeft dan de volgende(n) van lijst 11, deze laatste(n)
                                voor gaat(n).</al></li><li nr="4."><al>Bij beëindiging van de door het bevoegd gezag verstrekte aanstelling
                                aan de desbetreffende basisschool, vervalt de plaats van de
                                groepsleraar op het protocol.</al></li><li nr="5."><al>De groepsleraar die overeenkomstig de artikelen 2 en 3 voor
                                afvloeiing in aanmerking komt, wordt Goor ontslag
                                overgeslagen,indien deze op het protocol een hogere dan de laatste
                                plaats inneemt, met inachtneming van het in artikel 2, lid 4
                                bepaalde.</al></li><li nr="6."><al>Het vijfde lid is niet van toepassing op de groepsleraar die aan het
                                bevoegd gezag schriftelijk te kennen heeft gegeven geen bezwaar
                                tegen afvloeiing te hebben, met inachtneming van het in artikel
                                    <cursief>2, </cursief>lid 4, bepaalde.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel>Fusieprotocol</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen voor de gefuseerde
                                        basisschool een fusieprotocol vast met inachtneming van het
                                        in de leden 2 en 3 bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gefuseerde basisschool wordt van de belanghebbenden
                                        die daar op de dag dat de fusie is gerealiseerd als
                                        groepsleraar in vaste dienst zijn aangesteld &amp;n die op
                                        de dag voorafgaande aan die fusie aan één van de bij de
                                        fusie betrokken basisscholen waren aangesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst opgesteld die de afvloeiingsvolgorde
                                                aangeeft van degenen die op de dag voorafgaande aan
                                                de fusie aan de ene bij de fusie betrokken school
                                                waren aangesteld (lijst I) en</al></li><li nr="b."><al>een lijst die de afvloeiingsvolgorde aangeeft van
                                                degenen die op de dag voorafgaande aan de fusie aan
                                                de andere bij de fusie betrokken school waren
                                                aangesteld (lijst 11);</al></li><li nr="c."><al>de op de onder a. respectievelijk b. van dit lid
                                                bedoelde lijsten neer te leggen volgorde van de in
                                                dit lid genoemde groepsleraren wordt bepaald door de
                                                onderlinge afvloeiingsvolgorde van betrokkenen op de
                                                dag voorafgaande aan de fusie en met inachtneming
                                                van het bepaalde in artikel 4 en 4b.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De in het fusieprotocol neer te leggen afvloeiingsvolgorde van de in
                                lid 2 genoemde groepsleraren wordt als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>De groepsleraar die op de dag voorafgaande aan de fusie
                                        directeur was en die op de dag waarop de fusie is
                                        gerealiseerd geen directeur is, vloeit als laatste van de
                                        groepsleraren af. Indien het om meer dan één ex-directeur
                                        gaat, is hun diensttijd bepalend voor hun onderlinge
                                        volgorde en in geval van gelijke diensttijd wordt de jongste
                                        in leeftijd lager in volgorde geplaatst. </al></li><li nr="b."><al>De groepsleraar die op 31 juli 1985 schoolleider was en die
                                        op 1 augustus 1985 geen directeur was en die op grond van
                                        het OWBO/WBO-protocol als laatste van de aan een bij de
                                        fusie betrokken school verbonden groepsleraren afvloeit,
                                        vloeit direct voor de ex-directeur(en) als bedoeld in het
                                        derde lid onder a. af. Indien er geen ex-directeur als
                                        bedoeld in het derde lid onder a. aanwezig is vloeit
                                        betrokkene als laatste van de groepsleraren af. Het onder
                                        a., tweede volzin bepaalde is van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li><li nr="c."><al>Voor de overige groepsleraren worden de in lid 2 bedoelde
                                        lijsten I en I1 als volgt van onderop ineengeweven:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>onderaan de groepsleraar met de kortste diensttijd, ongeacht de lijst 
                                waarop de groepsleraar is vermeld en in geval van gelijke diensttijd 
                                komt de jongste in leeftijd het eerst in aanmerking;</al></li><li nr="2."><al>vervolgens de groepsleraar van de andere lijst met de kortste diensttijd -in 
                        geval van gelijke diensttijd komt de jongste in leeftijd het eerst 
                        in aanmerking- en vervolgens om en om.</al></li><li nr="4."><al>Bij beëindiging van de door het bevoegd gezag verstrekte aanstelling
                                aan de desbetreffende basisschool, vervalt de plaats van de
                                groepsleraar op het fusieprotocol.</al></li><li nr="5."><al>De groepsleraar die overeenkomstig de artikelen 2. en 3. voor
                                afvloeiing in aanmerking komt, wordt voor ontslag overgeslagen,
                                indien deze op het fusieprotocol een hogere dan de laatste plaats
                                inneemt, met inachtneming van het in artikel 2, vierde lid
                                bepaalde.</al></li><li nr="6."><al>Het vijfde lid is niet van toepassing op de groepsleraar die
                                aan het bevoegd gezag schriftelijk te kennen heeft gegeven
                                geen bezwaar tegen afvloeiing te hebben met inachtneming van het in
                                artikel 2, vierde lid bepaalde.</al></li><li nr="7."><al>Op de dag dat de fusie ingaat vervallen de voor de bij de fusie
                                betrokken basisscholen opgestelde protocollen als bedoeld in artikel
                                4, danwel indien de fusie plaatsvindt na 1 augustus 1992 het
                                protocol voor de desbetreffende school als bedoeld in artikel
                                4b.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4b</nr><titel>Verzorgingsprotocol</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voor elke school per
                            afvloeiingscategorie als bedoeld in artikel 3 een protocol op met
                            inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en 4a, dat de onderlinge
                            afvloeiingsvolgorde op 1 augustus 1992 aangeeft van de belanghebbenden
                            die op 31 juli 1992 als leraar aan de betrokken school verbonden zijn èn
                            op 1 augustus 1992 aan de betrokken school in vaste dienst zijn
                            aangesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belanghebbende die overeenkomstig de artikelen 2 en 3 voor afvloeiing
                            in aanmerking komt, wordt voor ontslag overgeslagen, indien deze op het
                            protocol een hogere dan de laatste plaats inneemt, met inachtneming van
                            het in artikel 2, vierde lid, bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing op de belanghebbende die aan het
                            bevoegd gezag schriftelijk te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen
                            afvloeiing te hebben, met inachtneming van het in artikel 2, vierde lid,
                            bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij beëindiging van de door het bevoegd gezag verstrekte aanstelling aan
                            de desbetreffende school, vervalt de plaats van de belanghebbende op het
                            verzorgingsprotocol van de desbetreffende school.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>Op </cursief>1 augustus 1992 vervalt voor de desbetreffende
                            school het protocol als bedoeld in artikel 4 en het protocol als bedoeld
                            in artikel 4a indien aan het bepaalde in artikel 4a voor 1 augustus 1992
                            voor de desbetreffende school toepassing is gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of als het belang van de
                            school dit kennelijk vereist, kan bij de verlening van ontslag van de
                            overeenkomstige artikelen 2, 3, 4, 4a respectievelijk 4b bepaalde
                            volgorde worden afgeweken, met dien verstande dat, indien de omvang van
                            de voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt naar
                            een bepaald vooraf vastgesteld en aan belanghebbenden kenbaar gemaakt
                            plan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het bepaalde in het vorige lid wordt voor zover het omvangrijke
                            afwijkingen betreft slechts uitvoering gegeven na overleg met
                            belanghebbenden en na de daarvoor in aanmerking komende organisaties van
                            onderwijzend personeel en de medezeggenschapsraad danwel
                            gemeenschappelijke medezeggenschapsraad te hebben gehoord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er sprake is van fusie van scholen kan het bevoegd gezag na
                            overleg met belanghebbenden en na de daarvoor in aanmerking komende
                            organisaties van onderwijzend personeel en de medezeggenschapsraad
                            danwel gemeenschappelijke medezeggenschapsraad te hebben gehoord
                            afwijken van het in artikel 4a, derde lid, onder c bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>1.Voor de belanghebbende die op 31 juli 1992 en op 1 augustus 1992 aan de
                        school zijn aangesteld wordt als tot op dat moment opgebouwde diensttijd
                        alleen die diensttijd in aanmerking genomen welke reeds bij het bevoegd
                        gezag bekend is, alsmede de diensttijd welke alsnog bij het bevoegd gezag
                        wordt opgegeven binnen drie maanden na de uitnodiging daartoe door het
                        bevoegd gezag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijziging verordening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders leggen elk voorgenomen besluit tot wijziging van
                        deze verordening voor overleg voor aan de daarvoor in aanmerking komende
                        organisaties van onderwijzend personeel en ter kennisneming aan de medezeggenschapsraden dan wel gemeenschappelijke
                        medezeggenschapsraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "afvloeiingsregeling
                                openbaar basisonderwijs" en treedt in werking op 1 augustus
                                1992.</al></li><li nr="2."><al> Een exemplaar van deze verordening, alsmede een exemplaar van het
                                eventueel van toepasing zijnde protocol voor de desbetreffende
                                school worden aan belanghebbenden uitgereikt. Aan personeelsleden
                                die in dienst treden worden deze exemplaren tegelijk met het
                                aanstellingsbesluit uitgereikt.</al></li><li nr="3."><al>De directeur der school draagt er zorg voor dat een exemplaar van
                                deze verordening in de openbare school voor basisonderwijs steeds op
                                een voor belanghebbenden toegankelijke plaats ter inzage ligt,
                                Tevens draagt de directeur der school er zorg voor dat een exemplaar
                                van het eventueel van toepassing zijnde protocol voor de
                                desbetreffende school steeds op een voor belanghebbenden
                                toegankelijke plaats ter inzage ligt.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Sliedrecht, 14 juli 1992.</ondertekening><ondertekening>BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>SECRETARIS, DE BURGEMEESTER,</ondertekening><ondertekening>van Gameren) (C.A. Kleijwegt)</ondertekening><ondertekening>typ. : MS/WWH1930S</ondertekening><ondertekening>coll. :</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>