<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR130604_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening inzake speelautomatenhallen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Gilze en Rijen, 28-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening speelautomatenhallen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">titel Va van de Wet op de kansspelen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Speelautomatenbesluit</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 147 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Dienstenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>inclusief wijziging lex silencio positivo</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening inzake speelautomatenhallen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;</vet></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 oktober 1999</al><al>gelet op titel Va van de Wet op de kansspelen, het Speelautomatenbesluit en
                        artikel 147 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende verordening inzake speelautomatenhallen</al><al><vet>VERORDENING SPEELAUTOMATENHALLEN</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a de wet: de Wet op de kansspelen;</al><al>b Speelautomatenbesluit: KB van 1 december 1997 Stb. 617;</al><al>c speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat
                        bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of
                        elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of
                        onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht
                        om gratis verder te spelen;</al><al>d behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan:</al><al>1 het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of
                        het recht op gratis spellen, en</al><al>2 het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden
                        beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid
                        bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate
                        de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt;</al><al>e kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat
                        is;</al><al>f Speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te
                        geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in
                        artikel 30 c, eerste lid, onder c, van de wet;</al><al>g ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal
                        exploiteert;</al><al>h beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke
                        leiding in de speelautomatenhal is belast;</al><al>i openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande
                        wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de
                        tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede
                        kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig
                        aangeduide parkeerterreinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                            speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan uitsluitend voor maximaal 2 speelautomatenhallen een
                            vergunning verlenen, één voor de bebouwde kom Rijen en één voor de
                            bebouwde kom Gilze.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:</al><al>a een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de
                        oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke
                        plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en/of
                        behendigheidsautomaten worden opgesteld;</al><al>b een bewijs van inschrijving bij de Kamer van koophandel en fabrieken;</al><al>c een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te
                        beschikken;</al><al>d een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de
                        ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens
                        de statuten vertegenwoordigt(en) en van de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de
                        aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen. De beslissing kan
                        eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer
                            en is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze
                            hebben in elk geval betrekking op:</al><al>a de sluitingstijden van de speelautomatenhal;</al><al>b het toezicht in de speelautomatenhal;</al><al>c het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;</al><al>d de exploitatie van de hal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1 De vergunning wordt geweigerd, indien:</al><al>a het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen
                            is verleend;</al><al>b de speelautomatenhal niet ten minste vanaf de openbare weg voor het
                            publiek toegankelijk is;</al><al>c de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben)
                            bereikt;</al><al>d de ondernemer of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of
                            bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende goederen, als
                            bedoeld in Boek 1, titel 19, van het Burgerlijk Wetboek;e door de
                            aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de
                            burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het
                            karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig
                            wordt beïnvloed;</al><al>e door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de
                            burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het
                            karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig
                            wordt beïnvloed;</al><al>f de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert
                            met het geldende bestemmingsplan, dan wel een stadsvernieuwingsplan of
                            leefmilieu-verordening in de zin van de Wet op de stads- en
                            dorpsvernieuwing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste,
                            gesteld in het eerste lid, onder c.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een overeenkomstig artikel 5, tweede lid, in de vergunning
                            vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient
                            de ondernemer onder overlegging van de in artikel 3, onder d, genoemde
                            bescheiden een nieuwe vergunning aan te vragen binnen twee weken nadat
                            de in artikel 3 bedoelde verklaring omtrent het gedrag aan hem is
                            verzonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor een
                            nieuwe vergunning voor het vestigen of exploiteren van een
                            speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan wel
                            indien geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het verlies van
                            de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De burgemeester kan de vergunning intrekken:</al><al>a indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                        onvolledige opgave is verleend;</al><al>b indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is
                        afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in
                        artikel 6, eerste lid, onder e;</al><al>c indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden
                        voorschriften en beperkingen;</al><al>d indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van
                        langer dan zes maanden wordt onderbroken;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien een ondernemer komt te overlijden dient, indien voortzetting van
                            de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe vergunning
                            te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle andere gevallen van wisseling van ondernemer dient binnen vier
                            weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te
                            worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zolang op een tijdig ingediende aanvrage niet is beslist is voortzetting
                            van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en
                            beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Overtreding van artikel 2 van deze verordening en van de krachtens dat
                        artikel gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
                        twee maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De opsporing van de in artikel 10 strafbaar gestelde feiten is, behalve aan
                        de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                        opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders
                        met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor
                        zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze
                        verordening bepaalde dit vereist, wordt de bevoegdheid te allen tijde de
                        speelautomatenhal, desnoods tegen de wil van de rechthebbende of gebruiker,
                        te betreden verleend aan de ambtenaren:</al><al>a voor zover zij door het bevoegde bestuursorgaan belast zijn met de
                        uitvoering van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of
                        krachtens deze verordening;</al><al>b voor zover zij door het bevoegde bestuursorgaan belast zijn met het
                        toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening;</al><al>c voor zover zij belast zijn met de opsporing van overtredingen van het
                        bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                        speelautomatenhallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag waarop zij is
                        bekend gemaakt.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 oktober 1999.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De secretaris,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Wijziging vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 19 december 2011.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans mr. M.P. Heerkens</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>De in artikel 1 gegeven omschrijving van 'weg' is ruimer dan die van de
                        wegenverkeerswetgeving en omvat met name ook de kampeerplaatsen.</al><al>De kampeerplaatsen worden in het bijzonder vermeld, omdat in kantines op
                        campings speelautomaten mogen worden opgesteld, wanneer het inrichtingen
                        betreft in de zin van artikel 30 c van de wet. Het verdient de aandacht, dat
                        de omschrijving van het begrip speelautomaat wordt gegeven in artikel 30 van
                        de wet en alleen duidelijkheidshalve in deze verordening is opgenomen. Deze
                        wettekst is gelijkluidend aan de tekst in artikel 1, onder c, van deze
                        verordening.</al><al>De begrippen behendigheidsautomaat en kansspelautomaat zijn in artikel 1 van
                        het Speelautomatenbesluit opgenomen. De omschrijving is gelijkluidend aan
                        artikel 1, onder d en e van de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Het motief dat aan het vergunningvereiste ten grondslag ligt is de openbare
                        orde, meer in het bijzonder de leef- en woonsituatie, te beschermen. Bij de
                        weigeringsgronden wordt hierop nader ingegaan.</al><al>De bevoegdheid die de raad heeft geen speelautomatenhallen in de gemeente
                        toe te laten door het vaststellen van de onderhavige verordening achterwege
                        te laten, impliceert ook de bevoegdheid het aantal te beperken tot een
                        bepaald maximum.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>De ondernemer kan tevens eigenaar en beheerder zijn, maar het is ook
                        mogelijk dat deze hoedanigheden niet samenvallen. De bescheiden die moeten
                        worden overgelegd zijn afhankelijk van de concrete situatie die zich
                        voordoet.</al><al>De onder c bedoelde verklaring kan bij voorbeeld een huurcontract zijn,
                        waaruit de beschikkingsbevoegdheid blijkt.</al><al>Het aangeven van het aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten in de
                        plattegrond, als bedoeld onder a, staat in verband met artikel 21 van het
                        Speelautomaten-besluit. Het staat los van het in artikel 6, derde lid, onder
                        c, bepaalde op grond waarvan in de exploitatievergunning beperkingen kunnen
                        worden gesteld aan het aantal speelautomaten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>In algemene politieverordeningen is over het algemeen een openings- en
                        sluitingstijdregime opgenomen voor vermakelijkheidsinrichtingen.</al><al>Indien dit het geval is, dienen de speelautomatenhallen in verband met
                        vorenstaande bepaling hiervan te worden uitgezonderd.</al><al>Het is niet geoorloofd een voorwaarde op te nemen, inhoudende dat
                        voorafgaande aan de aanvraag voor een speelautomatenhalvergunning, beschikt
                        wordt over een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten. Een voorwaarde
                        van die strekking verdraagt zich namelijk niet met artikel 30 c, eerste lid,
                        onder c en artikel 30 f, eerste lid, onder b, van de wet. Het is wel
                        mogelijk beide vergunningaanvragen gelijktijdig in behandeling te nemen.
                        Voorschriften en beperkingen met betrekking tot het aantal en het type
                        speelautomaten zijn niet alleen te verbinden aan de aanwezigheidsvergunning.
                        In beginsel kunnen deze voorschriften en beperkingen ook worden gekoppeld
                        aan de exploitatievergunning. Met het oog daarop is onderdeel c in het derde
                        lid opgenomen. Bij de vaststelling van het aantal toe te laten automaten is
                        gewicht toe te kennen aan de plaats en de wijze van exploitatie. Zo zal bij
                        voorbeeld op een camping mogelijk een hal met uitsluitend
                        behendigheidsautomaten rendabel kunnen zijn. Bij de vaststelling van de
                        verhouding tussen behendigheids- en kansspelautomaten zou ook hieraan
                        betekenis kunnen worden toegekend aan de mogelijkheid van een rendabele
                        exploitatie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het bepaalde onder a levert een extra weigeringsgrond op, indien in artikel
                        2 een maximumstelsel is opgenomen. Zo niet, dan dient onderdeel a te
                        vervallen. Het vereiste onder b dient om een speelautomatenhal duidelijk van
                        de openbare weg af voor een ieder herkenbaar te maken. Tevens om te
                        voorkomen dat in een achteraf lokaal van een gebouw, waarin bij voorbeeld
                        een horecabedrijf wordt uitgeoefend, een speelautomatenhal wordt
                        geëxploiteerd en deze automatenhal mede of uitsluitend via het andere
                        bedrijf bereikbaar zou zijn.</al><al>Verwezen zij voorts naar de toegangseisen die in artikel 21 van het
                        Speelautomatenbesluit zijn gesteld, wanneer in een hal zowel kansspel- als
                        behendigheidsautomaten aanwezig zijn.</al><al>Het criterium openbare orde wordt niet opgenomen in de verordening voor de
                        exploitatie van speelautomatenhallen. De wet noemt dit criterium reeds in
                        verband met de weigeringsgronden voor een aanwezigheidsvergunning van
                        speelautomaten.</al><al>De strekking van de verordening is het afwenden van een ontoelaatbare
                        nadelige beïnvloeding van de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving van
                        de hal.</al><al>De jurisprudentie op artikel 30 van de Wet op de kansspelen geeft blijk dat
                        bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal
                        acht mag worden geslagen op de mogelijke gevolgen voor het leefklimaat.</al><al>In het bepaalde onder e komt tot uiting dat de vergunning dient te worden
                        geweigerd, wanneer gevreesd moet worden dat de woon- en leefsituatie door de
                        vestiging van (nog) een hal op ontoelaatbare wijze zal worden aangetast.
                        Daarbij wordt rekening gehouden met het karakter van de straat, het
                        winkelniveau aldaar en van de wijk waarin de speelautomatenhal is gelegen of
                        zal komen te liggen. In de beoordeling van de aanvrage wordt de spanning
                        waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te
                        staan betrokken.</al><al>Het is ook mogelijk om een vergunning te weigeren, wanneer er sprake is van
                        een op ontoelaatbare wijze aantasten van het karakter van een (deel van)
                        winkelstraat/-buurt/-centrum. Dit kan bij voorbeeld het geval zijn in een
                        winkelstraat met winkels van een 'exclusief' karakter. Door de vestiging van
                        een automatenhal zal er sprake (kunnen) zijn van een ontoelaatbaar
                        spanningsveld, waardoor een te grote inbreuk mag worden gevreesd op de
                        bestaande functie van de winkelstraat.</al><al>Onder f is als weigeringsgrond opgenomen dat er geen sprake mag zijn van
                        strijd met een geldend bestemmingsplan.</al><al>In dit verband dient gewezen te worden op de mogelijkheden van vrijstelling
                        of ontheffing die het bestemmingsplan nogal eens biedt, alsook de
                        mogelijkheid van een anticipatieprocedure als bedoeld in artikel 19 van de
                        Wet op de ruimtelijke ordening en artikel 50, achtste lid, van de
                        Woningwet.</al><al>Deze mogelijkheden beperken de burgemeester niet in de
                        weigeringsmogelijkheid, maar het lijkt een zaak van behoorlijk bestuur om,
                        voordat tot weigering van de vergunning wordt overgegaan, de mogelijkheid
                        van ontheffing, vrijstelling of anticipatie in overweging te nemen. Voor de
                        toepassing van deze bepaling wordt handelen op grond van een vrijstelling
                        van het geldende bestemmingsplan beschouwd als handelen in overeenstemming
                        met het geldende bestemmingsplan. Doel van dit lid is de koppeling van de
                        vereiste vergunning met het planologisch regime.</al><al>Vereist is dus niet dat de locatie waar vergunning voor wordt gevraagd is
                        aangewezen als speelautomatenhal in het bestemmingsplan, maar dat een
                        bestemmingsplan de vestiging niet mag uitsluiten. Op deze wijze wordt
                        voorkomen dat op basis van deze verordening een vergunning moet worden
                        verleend, terwijl later op grond van strijd met het bestemmingsplan tegen de
                        vestiging moet worden opgetreden. Deze constructie is blijkens het KB van 2
                        januari 1980, AB 1980, 151, mogelijk. Zie ook ARRS 28 oktober 1983, AB 1984,
                        42.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Indien een ondernemer de beheerder verliest, hetzij door overlijden, hetzij
                        door vertrek, behoeft de ondernemer de bedrijfsuitoefening niet te staken,
                        indien binnen de aangegeven termijn een nieuwe vergunning wordt aangevraagd.
                        Het vervallen van de bestaande vergunning van rechtswege betekent dat
                        belanghebbenden hiertegen geen bezwaar of beroep kunnen aantekenen,
                        aangezien van een beschikking geen sprake is.</al><al>Het verdient aanbeveling schriftelijk mededeling te doen van de
                        constatering, dat niet meer wordt voldaan aan de eisen die aan een beheerder
                        worden gesteld.</al><al>Daarbij kan er op gewezen worden dat een situatie dreigt waardoor de
                        vergunning kan vervallen.</al><al>De vaststelling van de termijnen is arbitrair. Voor de in het tweede lid
                        gestelde termijn zou aansluiting kunnen worden gezocht bij artikel 34,
                        tweede lid, van de Drank- en Horecawet, waarvoor een soortgelijke situatie
                        een termijn van zes maanden wordt gesteld na het verlies van bedoelde
                        hoedanigheid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Onderbreking van de exploitatie voor een periode langer dan in de bepaling
                        genoemd, behoeft niet in alle gevallen aanleiding te geven om de vergunning
                        in te trekken. Gedacht kan bij voorbeeld worden aan verbouwingen die langere
                        tijd blijken te vergen of aan campings die buiten het seizoen gesloten zijn.
                        Met betrekking tot de in lid b, genoemde intrekkingsgrond (intrekking in
                        verband met gewijzigde omstandigheden of inzichten) zij opgemerkt, dat bij
                        gebruikmaking daarvan de motivering aan zware eisen dient te voldoen. Het
                        betreft immers omstandigheden waarop de betrokken ondernemer doorgaans geen
                        invloed kan uitoefenen. Voorts mag hij er op vertrouwen dat een aan hem
                        verleende vergunning normaal gesproken in stand blijft temeer gelet op de
                        financiële consequenties.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Het eerste lid van het onderhavige artikel beoogt aan de erfgenamen bij
                        overlijden van een ondernemer enig respijt te geven om zich te beraden over
                        de al dan niet voortzetting van het bedrijf. Ingevolge het bepaalde in
                        artikel 6, eerste lid, is de vergunning niet overdraagbaar en dient een
                        nieuwe vergunning te worden aangevraagd door degene die de exploitatie
                        voortzet. In afwachting hiervan behoeft de bedrijfsuitoefening niet te
                        worden gestaakt, mits de aard van de inrichting en overige omstandigheden
                        ongewijzigd blijven.</al><al>Bij wisseling van ondernemerschap geldt eveneens dat de bedrijfsuitoefening
                        niet behoeft te worden gestaakt gedurende de beslissingsperiode op een
                        nieuwe aanvraag. Ook hier geldt als voorwaarde, evenals in het eerste lid,
                        voor het voortzetten van de exploitatie dat de aard van de inrichting en de
                        wijze van exploitatie ongewijzigd blijven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>In artikel 30 w, tweede lid van de wet wordt aan b. en w. de bevoegdheid
                        toegekend ambtenaren aan te wijzen die met het toezicht op de naleving van
                        de speelautomaten-vergunningen worden belast. De in artikel 141 Sv. genoemde
                        ambtenaren hebben een algemene opsporingsbevoegdheid. Ingevolge artikel 142
                        Sv. kunnen met de opsporing van strafbare feiten ook zijn belast zij aan wie
                        bij verordening de handhaving of de zorg voor de naleving daarvan is
                        toevertrouwd. Het ligt in de lijn dat aan hen ook het toezicht op de
                        naleving van de speelautomatenhalvergunning wordt opgedragen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>