<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR130567_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014, eerste wijziging</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl, gemeenteblad 70885, 2 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014, eerste wijziging</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-11-25</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-04-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14RB000179</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Het reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014, zoals vastgesteld bij besluit van 27 maart 2014, wordt ingetrokken</al><al>Deze regeling is vervangen door het Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2018.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9307</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014, eerste wijziging</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014,
                        eerste wijziging </al><al/><al/><al>Ons kenmerk: 14rb000179</al><al/><al>Nr. 11</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het advies van de voorbereidende vergadering van 11 november
                        2014</al><al/><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen het</al><al/><al><vet>Reglement van orde politieke avond</vet></al><al><vet>Gemeente Overbetuwe 2014, 1e wijziging</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Dit reglement verstaat onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>amendement</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                                ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin
                                                direct te worden opgenomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b. </al></entry><entry colname="col2"><al>burgerlid</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een door de raad benoemd lid van de fractie, die
                                                namens de fractie mag deelnemen aan het
                                                raadspreekuur en een voorronde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>initiatiefvoorstel</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>voorstel voor een verordening of een ander voorstel,
                                                afkomstig van één of meerdere raadsleden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>lid</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>raadslid, burgerlid en, indien van toepassing,
                                                buitengewoon lid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>motie</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                                waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt
                                                uitgesproken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>politieke avond</al></entry><entry colname="col3"><al>: </al></entry><entry colname="col4"><al>samenstel van vergaderingen bestaande uit het
                                                raadspreekuur, voorronden en de
                                                raadsvergadering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>raadsgriffier</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>(plaatsvervangend) griffier van de raad;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>raadspreekuurgriffier</al></entry><entry colname="col3"><al>: </al></entry><entry colname="col4"><al>(plaatsvervangend) griffier van het
                                                raadspreekuur;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>RTG</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>rondetafelgesprek</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>RTGC</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>rondetafelgesprek met college </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>subamendement</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                                                naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                                in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorronde</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een of meerdere vergaderingen, als bedoeld in
                                                artikel 19, eerste lid, met als doel voorbereiding
                                                op toekomstige besluitvorming;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorrondegriffier</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>(plaatsvervangend) griffier van een voorronde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorstel van orde</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>voorstel over de orde van de bijeenkomst /
                                                (raads)vergadering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzitter</al></entry><entry colname="col3"><al>: </al></entry><entry colname="col4"><al>(waarnemend) voorzitter van de raad,
                                                (plaatsvervangend) voorzitter van het raadspreekuur
                                                en/of (plaatsvervangend) voorrondevoorzitter; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzitterspoule</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>poule bestaande uit alle door de raad benoemde,
                                                voorzitters van de voorronden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorzitters, burgerleden en griffiers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van het raadspreekuur, een voorronde of de
                                    raadsvergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Burgerleden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een fractie bestaande uit drie of meer raadsleden kan maximaal
                                    drie personen als burgerlid voordragen. Een fractie bestaande
                                    uit één of twee raadsleden kan maximaal vier personen als
                                    burgerlid voordragen. </al></li><li nr="2."><al>Op voordracht van de fractie benoemt de raad een burgerlid. De
                                    raad kan een burgerlid ontslaan. </al></li><li nr="3."><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing op het burgerlid.</al></li><li nr="4."><al>De benoeming van een burgerlid is niet eerder van kracht dan
                                    nadat hij schriftelijk heeft verklaard de vertrouwelijkheid van
                                    wat er besproken wordt tijdens de politieke avond niet te zullen
                                    schaden.</al></li><li nr="5."><al>Een burgerlid kan niet de functie van voorrondevoorzitter
                                    vervullen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zittingsduur en vacatures burgerleden en voorzitterspoule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van een burgerlid en van de voorzitters uit
                                    de voorzitterspoule eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                    zittingsperiode van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Een burgerlid houdt op lid te zijn van een voorronde als hij
                                    niet meer voldoet aan de in artikel 3, derde lid, gestelde
                                    eisen.</al></li><li nr="3."><al>De raad benoemt de voorzitters uit de voorzitterspoule en kan
                                    deze ontslaan.</al></li><li nr="4."><al>Een burgerlid en een voorzitter uit de voorzitterspoule kunnen
                                    te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk
                                    mededeling aan de raadsgriffier. Het ontslag gaat een maand na
                                    de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger
                                    is benoemd.</al></li><li nr="5."><al>Als door overlijden of ontslag van een burgerlid of een
                                    voorzitter uit de voorzitterspoule een vacature ontstaat,
                                    beslist de raad zo spoedig mogelijk over de invulling daarvan
                                    met inachtneming van de artikelen 2 en 3.</al></li><li nr="6."><al>Als een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                    voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de
                                    raad, vervalt het lidmaatschap van een burgerlid aan de
                                    voorronde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a</nr><titel>De raadsgriffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raadsgriffier is in elke raadsvergadering aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de raadsgriffier vervangen
                                    door een daartoe door de raad aangewezen plaatsvervanger.</al></li><li nr="3."><al>De raadsgriffier kan, als hij daartoe door de voorzitter of de
                                    leden wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in
                                    dit reglement deelnemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5b</nr><titel>De voorrondegriffier en raadspreekuurgriffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorrondegriffier respectievelijk de raadspreekuurgriffier
                                    is bij een voorronde respectievelijk het raadspreekuur
                                    aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid beslist de raadsgriffier,
                                    zijn vervanger of in het uiterste geval het raadspresidium over
                                    de vervanging.</al></li><li nr="3."><al>De raadsgriffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Instelling en taken raadspresidium, seniorenconvent en
                            auditcommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a</nr><titel>Het raadspresidium; samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een raadspresidium.</al></li><li nr="2."><al>Het raadspresidium bestaat uit de voorzitters van de
                                    voorzitterspoule en de waarnemend raadsvoorzitter.</al></li><li nr="3."><al>De raad bepaalt wie voorzitter van het raadspresidium is.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter van het raadspresidium is ook waarnemend
                                    raadsvoorzitter. </al></li><li nr="5."><al>De raadsvoorzitter en de raadsgriffier treden op als adviseur en
                                    kunnen zich in die rol laten vervangen.</al></li><li nr="6."><al>Het raadspresidium kan desgewenst bij meerderheid een lid van
                                    het college, dan wel een ambtenaar uitnodigen om bij een
                                    agendapunt van de vergadering van het raadspresidium aanwezig te
                                    zijn.</al></li><li nr="7."><al>Bij afwezigheid van de waarnemend raadsvoorzitter wordt deze
                                    vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van het
                                    raadspresidium.</al></li><li nr="8."><al>De vergaderingen van het raadspresidium zijn openbaar, tenzij
                                    het raadspresidium anders beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6b</nr><titel>Het raadspresidium; taken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadspresidium:</al><lijst><li nr="a."><al>organiseert namens de raad de politieke avond;</al></li><li nr="b."><al>bepaalt de orde van de politieke avond, en </al></li><li nr="c."><al>stelt een voorlopige agenda op voor de politieke
                                            avond.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het raadspresidium bepaalt uit zijn midden de voorzitters van de
                                    voorronden.</al></li><li nr="3."><al>Het raadspresidium bepaalt voor elke politieke avond:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal te houden voorronden, de verdeling daarvan
                                            over de vergaderruimten alsmede de tijdsduur en het
                                            onderwerp van iedere voorronde;</al></li><li nr="b."><al>de personen die in de voorronde zullen optreden als
                                            voorzitter; </al></li><li nr="c."><al>de voorlopige agenda van de plenaire
                                            raadsvergadering.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het seniorenconvent</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een seniorenconvent.</al></li><li nr="2."><al>Het seniorenconvent bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de raadsvoorzitter;</al></li><li nr="b."><al>de fractievoorzitters van de in de raad
                                            vertegenwoordigde fracties.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Elke fractievoorzitter kan een lid van de raad uit zijn fractie
                                    aanwijzen, die hem bij afwezigheid in het seniorenconvent
                                    vervangt.</al></li><li nr="4."><al>De raadsvoorzitter is voorzitter van het seniorenconvent, tenzij
                                    de leden onderling anders bepalen.</al></li><li nr="5."><al>Het seniorenconvent heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>een vertrouwelijk klankbord te zijn voor de
                                            raadsvoorzitter/burgemeester over zijn
                                            functioneren;</al></li><li nr="b."><al>vertrouwelijke zaken te bespreken die niet binnen het
                                            reguliere reglement van orde vallen;</al></li><li nr="c."><al>vertrouwelijk te reflecteren over het functioneren en
                                            verbeteren van de raad als geheel.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>De raadsgriffier is in elke vergadering van het seniorenconvent
                                    aanwezig.</al></li><li nr="7."><al>Het seniorenconvent komt in ieder geval eenmaal per jaar bijeen
                                    en kan daarnaast bijeen komen op voorstel van één van de
                                    leden.</al></li><li nr="8."><al>De bijeenkomsten van het seniorenconvent zijn niet
                                    openbaar.</al></li><li nr="9."><al>De voorzitter kan voorstellen om de secretaris of een specifiek
                                    betrokken lid van het college voor het seniorenconvent uit te
                                    nodigen. De leden beslissen over dit voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr><titel>Instelling auditcommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt een auditcommissie in, die tot taak heeft:</al><lijst><li nr="a."><al>het doen van een aanbeveling over de selectie van de
                                            accountant;</al></li><li nr="b."><al>het zijn van aanspreekpunt en controleur van de
                                            accountant;</al></li><li nr="c."><al>het bespreken van board-/managementletter,
                                            accountantsrapport en programmaverantwoording;</al></li><li nr="d."><al>het in dit verband toezicht houden op de uitvoering door
                                            het college van de (door de raad vastgestelde)
                                            kaders;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van de door de accountant, college en
                                            rekenkamer uit te voeren onderzoeken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De commissie bestaat uit vijf raads- of burgerleden van
                                    verschillende partijen. </al></li><li nr="3."><al>De raad benoemt de leden van de commissie uit zijn midden. De
                                    raad kan de leden van de commissie schorsen en ontslaan.</al></li><li nr="4."><al>Een lid van de commissie houdt op lid van de commissie te zijn
                                    als hij ophoudt raads- of burgerlid te zijn. </al></li><li nr="5."><al>Een lid van de commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Hij
                                    doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raadsgriffier. Het
                                    ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                    zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd.</al></li><li nr="6."><al>De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een
                                    plaatsvervangend voorzitter aan.</al></li><li nr="7."><al>De raadsgriffier dan wel een door hem aan te wijzen
                                    voorrondegriffier ondersteunt de commissie.</al></li><li nr="8."><al>De commissie rapporteert rechtstreeks aan de raad en brengt
                                    gevraagd en ongevraagd advies uit aan de raad. </al></li><li nr="9."><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar, tenzij de
                                    commissie anders beslist.</al></li><li nr="10."><al>Elk lid van de commissie heeft één stem. Als bij een stemming de
                                    stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. De
                                    (voorronde)griffier heeft een adviserende stem.</al></li><li nr="11."><al>Onverminderd de bevoegdheid van de raad om terzake voorschriften
                                    te stellen, regelt de commissie zelf haar wijze van werken en
                                    stelt zij een reglement van orde vast, met inachtneming van het
                                    bepaalde in dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8b</nr><titel>Instelling projectcommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan een projectcommissie instellen. Een dergelijke
                                    commissie wordt ingesteld als sprake is van een project:</al><lijst><li nr="a."><al>dat van grote politieke en/of maatschappelijke
                                            importantie is;</al></li><li nr="b."><al>waarbij verschillende belangen zorgvuldig afgewogen
                                            moeten worden, en</al></li><li nr="c."><al>dat een grote betrokkenheid (kwalitatief en
                                            kwantitatief) van een of meerdere voorronden vergt om
                                            het project zorgvuldig voor te bereiden en te evalueren,
                                            wat als ongewenst wordt beschouwd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op een projectcommissie is dit reglement van overeenkomstige
                                    toepassing, met dien verstande dat een projectcommissie niet de
                                    raad, maar een voorbereidende vergadering adviseert.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan ten behoeve van een voorronde eventueel buitengewone
                                    leden benoemen. </al></li><li nr="4."><al>Artikel 3, derde lid is van overeenkomstige toepassing op de
                                    buitengewone leden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming wethouders;
                            fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad
                                    een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De
                                    commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking
                                    hebbende stukken van nieuw benoemde leden. </al></li><li nr="2."><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                    verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een
                                    besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                    minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3."><al>Het onderzoek van het proces verbaal van het centraal stembureau
                                    gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude
                                    samenstelling na de verkiezingen.</al></li><li nr="4."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden
                                    van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                    samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                    voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="5."><al>Bij een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een
                                    nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                    waarin over zijn toelating wordt beslist om de voorgeschreven
                                    eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="6."><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het
                                    eerste lid een commissie ingesteld die onderzoekt of de
                                    kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Op de
                                    werkwijze van deze commissie is het tweede lid van
                                    overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="7."><al>De voorzitter roept een nieuw benoemde wethouder op voor de
                                    vergadering van de raad waarin over zijn toelating wordt beslist
                                    om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Fracties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de
                                    aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                    afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                    de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als geen
                                    aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de
                                    raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil
                                    voeren. De fractienaam mag niet in strijd zijn met de openbare
                                    orde en goede zeden. </al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de raadsgriffier.</al></li><li nr="4."><al>Als één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige
                                    fractie gaan optreden of als één of meer leden van een fractie
                                    zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig
                                    mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de raadsvoorzitter
                                    met een afschrift aan de raadsgriffier. Voor het splitsen dan
                                    wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming van de
                                    raad vereist.</al></li><li nr="5."><al>De nieuwe naam van de fractie wordt, na toetsing aan de Kieswet,
                                    gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de
                                    raad. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Voorbereiding politieke avond</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raadsvoorzitter stuurt ten minste 5 werkdagen voor een
                                    politieke avond de leden een schriftelijke oproep onder
                                    vermelding van dag, tijdstip en plaats van de politieke avond.
                                </al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verstuurd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12a</nr><titel>Agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verstuurd, stelt het
                                    raadspresidium de voorlopige agenda voor de politieke avond vast
                                    en bepaalt daarbij de status van de onderwerpen. </al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan het presidium, de raadsvoorzitter,
                                    de waarnemend raadsvoorzitter of de betreffende voorzitter uit
                                    de voorzitterpoule na het versturen van de schriftelijke oproep
                                    tot uiterlijk twee werkdagen voor de aanvang van een politieke
                                    avond een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Deze wordt
                                    met de daarbij behorende stukken aan de leden per e-mail
                                    verstuurd en openbaar gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Bij aanvang van de voorronde en de raadsvergadering stellen de
                                    leden de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter
                                    kunnen bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de
                                    agenda worden toegevoegd of afgevoerd.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de leden van een voorronde of de raad een onderwerp
                                    onvoldoende voor een voorronde of de openbare beraadslaging in
                                    de raadsvergadering voorbereid acht, kunnen zij het onderwerp
                                    verwijzen naar een volgende politieke avond of aan het college
                                    nadere inlichtingen of advies vragen.</al></li><li nr="5."><al>Op voorstel van een lid of van de voorzitter, kan de raad of
                                    kunnen de leden van een voorronde de volgorde van behandeling
                                    van de agendapunten wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12b</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel van het college aan de voorronde dat vermeld staat
                                    op de agenda van de voorronde, kan niet worden ingetrokken
                                    zonder toestemming van de leden.</al></li><li nr="2."><al>Als de voorronde van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in
                                    het eerste lid voor advies terug naar het college moet worden
                                    gestuurd, bepalen de leden of, en in welke vergadering het
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Uitnodiging burgemeester en wethouder(s)</titel></kop><al>Het raadspresidium, de raadsvoorzitter, de waarnemend raadsvoorzitter of
                            een voorzitter uit de voorzitterspoule kan de burgemeester en/of één of
                            meer wethouders uitnodigen om tijdens de politieke avond aanwezig te
                            zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De leden kunnen, eventueel op voorstel van de voorzitter, de secretaris
                            verzoeken in de vergadering aanwezig te zijn en deel te nemen aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    de agenda dienen, worden gelijktijdig met het versturen van de
                                    schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Als na het versturen van de schriftelijke oproep
                                    stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling
                                    gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare
                                    kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Stukken waar op grond van artikel 25, eerste of tweede lid van
                                    de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden op het
                                    vertrouwelijke deel van www.raadoverbetuwe.nl geplaatst.
                                    Daarnaast liggen deze stukken, in afwijking van het eerste lid,
                                    vertrouwelijk ter inzage bij de raadsgriffier en verleent de
                                    raadsgriffier de leden inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De politieke avond wordt door aankondiging op de gemeentepagina
                                    in het in de gemeente te verspreiden huis-aan-huisblad of in één
                                    of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of door plaatsing
                                    op www.raadoverbetuwe.nl openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de politieke avond;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                            voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                            inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het in- of
                                            meespreekrecht, als bedoeld in artikel 20.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, als
                                    deze elektronisch beschikbaar zijn, op www.raadoverbetuwe.nl
                                    geplaatst.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en presentielijsten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Politieke avond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De politieke avond vindt in de regel eenmaal in de twee weken op
                                    de dinsdagavond plaats. De politieke avond bestaat eenmaal per
                                    twee weken in de regel uit raadspreekuur en voorronden (ronde 2)
                                    en twee weken later in de regel uit voorronden (uitgezonderd
                                    voorbereidende vergaderingen) en raadsvergadering (ronde
                                    1).</al></li><li nr="2."><al>De politieke avond begint eenmaal per twee weken om 19.00 uur
                                    met het plenaire raadspreekuur gevolgd door de voorronden (ronde
                                    2). Het raadspreekuur eindigt uiterlijk om 19.20 uur. Als er
                                    geen aanmeldingen voor het raadspreekuur zijn, begint de
                                    politieke avond om 19.30 uur met de voorronde(n) eindigend niet
                                    later dan 22.30 uur met daarbij een gezamenlijke pauzetijd van
                                    20.30 tot 20.45 uur. </al></li><li nr="3."><al>De politieke avond begint eenmaal per twee weken om 19.30 uur
                                    tot uiterlijk 20.45 uur met de voorronden, met uitzondering van
                                    voorbereidende vergaderingen, gevolgd door de raadsvergadering
                                    (ronde 1). De raadsvergadering begint in de regel om 21.00 uur.
                                </al></li><li nr="4."><al>De raadsvergadering eindigt in principe uiterlijk om 22.30 uur.
                                </al></li><li nr="5."><al>Er kunnen op een politieke avond maximaal drie voorronden
                                    tegelijkertijd plaatsvinden waarbij in ronde 2 de voorronden
                                    worden geclusterd in de thema’s: a. ruimtelijke domein, b.
                                    sociaal domein en c. financieel domein en gemeentebrede zaken.
                                </al></li><li nr="6."><al>De raadsvoorzitter of de waarnemend raadsvoorzitter kan in
                                    bijzondere gevallen, een andere dag en/of een ander aanvangsuur
                                    bepalen of een andere vergaderplaats voor de politieke avond
                                    aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een
                                    spoedeisende situatie, overleg met het raadspresidium. </al></li><li nr="7."><al>De vergaderdata worden jaarlijks vastgelegd in een schema dat
                                    uiterlijk in november van het jaar daarvoor aan de raad wordt
                                    aangeboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Presentielijsten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een burgerlid tekent voorafgaand aan, indien van toepassing, het
                                    raadspreekuur en/of de voorronde de presentielijst.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad tekent voorafgaand aan de
                                    raadsvergadering, onmiddellijk bij binnenkomst in de
                                    vergaderzaal, de presentielijst.</al></li><li nr="3."><al>Aan het einde van de politieke avond worden beide
                                    presentielijsten door de raadsvoorzitter en de raadsgriffier
                                    door ondertekening vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>De leden die deelnemen aan de vergadering en voor het einde van
                                    een voorronde respectievelijk de raadsvergadering de vergadering
                                    verlaten, geven daarvan vooraf kennis aan de voorronde-
                                    respectievelijk de raadsvoorzitter.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Raadspreekuur en voorronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Raadspreekuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadspreekuur bestaat uit twee onderdelen. Deze twee
                                    onderdelen zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een podium voor de burger om aandacht te vragen voor
                                            onderwerpen die (nog) niet op de agenda staan van de
                                            politieke avond;</al></li><li nr="b."><al>rondvraag voor de raads- en burgerleden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen beroep of
                                            bezwaar openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht op grond van artikel
                                            9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Iedere burger die van het raadspreekuur gebruik wil maken, meldt
                                    dit uiterlijk voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke
                                    avond bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam,
                                    (email)adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het
                                    woord wil voeren.</al></li><li nr="4."><al>Elke inspreker krijgt maximaal 10 minuten het woord. Bij meer
                                    dan 2 insprekers wordt de tijd evenredig verdeeld over de
                                    insprekers of kan een inspreker inspreken op een volgend
                                    raadspreekuur.</al></li><li nr="5."><al>Binnen een maximale termijn van 15 werkdagen krijgt de inspreker
                                    in ieder geval een procedureel antwoord over het
                                    vervolgtraject.</al></li><li nr="6."><al>Een raads- of burgerlid met één of meer vragen voor het
                                    raadspreekuur moet deze schriftelijk voor 12.00 uur op de
                                    werkdag voor de politieke avond indienen bij de griffie.</al></li><li nr="7."><al>Bij 4 of meer aanmeldingen voor het raadspreekuur vervallen de
                                    aanmeldingen van raads- en burgerleden. </al></li><li nr="8."><al>Als de beschikbare tijd onvoldoende is om alle vragen te
                                    beantwoorden, worden de vragen op een schriftelijke manier
                                    afgedaan of wordt de beantwoording ervan verplaatst naar een
                                    volgend raadspreekuur.</al></li><li nr="9."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang
                                    is van een ordelijk verloop van de bijeenkomst.</al></li><li nr="10."><al>De waarnemend raadsvoorzitter is voorzitter van het
                                    raadspreekuur. Bij zijn afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                    voorzitter uit de voorzitterspoule.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voorronde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorronde kan uit de volgende vergaderingen bestaan, met als
                                    doel voorbereiding op toekomstige besluitvorming:</al><lijst><li nr="a."><al>voorbereidende vergadering;</al></li><li nr="b."><al>rondetafelgesprek (RTG of RTGC);</al></li><li nr="c."><al>hoorzitting;</al></li><li nr="d."><al>technische uitlegsessie;</al></li><li nr="e."><al>informatiebijeenkomst.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De agenda vermeldt om welke soort vergadering het gaat.</al></li><li nr="3."><al>Een raads- of burgerlid kan voorstellen een onderwerp te
                                    agenderen in een voorronde.</al></li><li nr="4."><al>Aan een voorronde neemt ten hoogste één lid per fractie
                                    deel.</al></li><li nr="5."><al>Een lid van een voorronde kan zowel een raads- als burgerlid
                                    zijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>In- en meespreekrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Inspreekrecht voorbereidende vergadering en
                                    informatiebijeenkomst: </al><lijst><li nr="a."><al>voorafgaand aan de behandeling van een agendapunt kunnen
                                            andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal
                                            15 minuten het woord voeren over de geagendeerde
                                            onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>iedere andere burger die wil inspreken moet zich
                                            uiterlijk voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke
                                            avond aanmelden bij de griffie. Hij vermeldt daarbij
                                            zijn naam, (email)adres, telefoonnummer en het onderwerp
                                            waarover hij het woord wil voeren;</al></li><li nr="c."><al>de voorrondevoorzitter geeft het woord op volgorde van
                                            aanmelding. De voorrondevoorzitter kan van de volgorde
                                            afwijken, als dit in het belang is van een ordelijk
                                            verloop van de vergadering;</al></li><li nr="d."><al>elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord,
                                            ongeacht of hij inspreekt op meerdere onderwerpen en/of
                                            namens meerdere personen. Als er in totaal meer dan 3
                                            insprekers zijn verdeelt de voorrondevoorzitter de
                                            spreektijd evenredig over de insprekers. In bijzondere
                                            gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale
                                            lengte van de spreektijd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Inspreekrecht hoorzitting:</al><lijst><li nr="a."><al>een hoorzitting is altijd gekoppeld aan een agendapunt
                                            waarbij andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende
                                            maximaal 60 minuten het woord kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>iedere andere burger die wil inspreken moet zich
                                            uiterlijk voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke
                                            avond aanmelden bij de griffie. Hij vermeldt daarbij
                                            zijn naam, (email)adres, telefoonnummer en het onderwerp
                                            waarover hij het woord wil voeren;</al></li><li nr="c."><al>elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord,
                                            ongeacht of hij inspreekt namens meerdere personen. Als
                                            er in totaal meer dan 12 insprekers zijn verdeelt de
                                            voorrondevoorzitter de spreektijd evenredig over de
                                            insprekers. In bijzondere gevallen kan de
                                            voorrrondevoorzitter afwijken van de maximale lengte van
                                            de spreektijd;</al></li><li nr="d."><al>na de mondelinge toelichting(en) door de inspreker(s)
                                            kunnen de raads- en burgerleden gezamenlijk voor ten
                                            minste 30 minuten aanvullende vragen stellen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Meespreekrecht RTG:</al><lijst><li nr="a."><al>een RTG en daarmee het meespreekrecht is altijd
                                            gekoppeld aan een bepaald onderwerp/agendapunt;</al></li><li nr="b."><al>iedere burger die wil meespreken moet zich uiterlijk
                                            voor 12.00 uur op de werkdag voor de politieke avond
                                            aanmelden bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn
                                            naam, (email)adres, telefoonnummer en het onderwerp
                                            waarover hij het woord wil voeren.</al></li><li nr="c."><al>voor de meespreker gelden dezelfde spelregels in verband
                                            met een ordelijk verloop van de vergadering, zoals
                                            bepaald in dit reglement, als voor de andere deelnemers
                                            aan de vergadering.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De technische uitlegsessie, RTGC en de raadsvergadering kennen
                                    geen in- of meespreekrecht.</al></li><li nr="5."><al>Voor alle vormen van in- of meespreken, als bedoeld in het
                                    eerste tot en met het derde lid, geldt dat het woord niet
                                    gevoerd kan worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht op grond van artikel
                                            9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend;</al></li><li nr="d."><al>onderwerpen die niet op de agenda staan;</al></li><li nr="e."><al>de reguliere agendapunten, zoals de opening,
                                            vaststelling van de agenda, het in- en meespreekrecht,
                                            de ingekomen stukken en mededelingen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Advies voorronde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorrondevoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of
                                    voorstel voldoende is behandeld, sluit hij de beraadslaging,
                                    tenzij de leden anders beslissen.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslissen de leden of er een
                                    advies wordt uitgebracht.</al></li><li nr="3."><al>Als de leden een advies uitbrengen, beslissen de leden op
                                    voorstel van de voorrondevoorzitter over de inhoud van het
                                    advies.</al></li><li nr="4."><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties en
                                    buitengewone leden opgenomen.</al></li><li nr="5."><al>Voorstellen waarover advies wordt uitgebracht aan de raad,
                                    worden pas een volgende politieke avond ter besluitvorming
                                    voorgelegd in de raadsvergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Geluidopnames raadspreekuur en voorronde(n)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Van het raadspreekuur en de voorronden worden geluidsopnames
                                    gemaakt. Deze worden via de website zo spoedig als mogelijk
                                    beschikbaar gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Van de voorronden worden griffieaantekeningen gemaakt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Nadere invulling voorbereidende vergadering, RTG en
                            raadsvergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Opening voorbereidende vergadering en quorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, als
                                    meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig
                                    is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na het
                                    noemen van de namen der aanwezige leden, onder verwijzing naar
                                    dit artikel, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De leden kunnen echter over andere
                                    aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid
                                    niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of
                                    besluiten, als blijkt dat meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Opening raadsvergadering; quorum en bezinning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, als
                                    het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de
                                    presentielijst aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de beraadslagingen beginnen wordt in de vergadering een
                                    kort moment van bezinning ingelast dat in stilte plaats heeft en
                                    waarbij de aanwezigen opstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de leden anders beslissen.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het raadslid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            (sub)amendement, die motie of dat
                                            initiatiefvoorstel.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en
                                    de overige aanwezigen.</al></li><li nr="2."><al>Het raadspresidium kan in de opgestelde voorlopige agenda
                                    spreektijden voorstellen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden kunnen op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kunnen
                                    de leden besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen
                                    tijd te schorsen om het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Deelname beraadslaging door anderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden kunnen bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden, de wethouder, de secretaris, de raadsgriffier
                                    en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één van leden genomen alvorens met de beraadslaging over het aan
                                    de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Orde politieke avond</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder raads- of burgerlid kunnen tijdens de
                                    vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                    worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslissen de leden terstond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht
                                            nemen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een raads- of burgerlid hem interrumpeert. De voorzitter
                                            kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
                                            zijn betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                    veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp,
                                    een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                    anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot
                                    de orde geroepen. Als de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan
                                    de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats
                                    heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - als na de heropening
                                    de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan voorstellen aan een raads- of burgerlid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.</al></li><li nr="5."><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                    verlaat het raads- of burgerlid de vergadering onmiddellijk. Zo
                                    nodig laat de betreffende voorzitter hem verwijderen. Bij
                                    herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste
                                    drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Toehoorders en pers tijdens de politieke avond</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                    op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                    bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degene die in de vergaderzaal tijdens de bijeenkomst geluid- dan wel
                            beeldregistraties wil maken, deelt dit mee aan de betreffende voorzitter
                            en gedraagt zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Specifieke bepalingen raadsvergadering</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Zitplaatsen, besluitenlijst en spreekregels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden van de raad en de raadsgriffier
                                        hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter – waar
                                        mogelijk na overleg met het raadspresidium – bij aanvang van
                                        iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Als daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de
                                        indeling herzien na overleg met het raadspresidium.</al></li><li nr="3."><al>De raadsgriffier draagt zorg voor een zitplaats voor de
                                        wethouders, secretaris en overige personen, die voor de
                                        vergadering zijn uitgenodigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Besluitenlijst raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ontwerp-besluitenlijst van de voorgaande vergadering
                                        wordt uiterlijk 7 werkdagen voor de eerstvolgende
                                        raadsvergadering geplaatst op www.raadoverbetuwe.nl. </al></li><li nr="2."><al>Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, de
                                        besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De raadsleden, de voorzitter, de wethouders, de
                                        raadsgriffier en de secretaris hebben het recht een voorstel
                                        tot verandering aan de raad te doen, als de
                                        ontwerp-besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk
                                        weergeeft wat gezegd of besloten is. Een voorstel tot
                                        verandering moet voor 12.00 uur op de werkdag voor de
                                        raadsvergadering, schriftelijk bij de raadsgriffier worden
                                        ingediend. Een voorgestelde verandering wordt voor de
                                        raadsvergadering, waarin de betreffende besluitenlijst wordt
                                        vastgesteld, schriftelijk ter kennis gebracht aan de raad.
                                        De voorzitter raadpleegt de raad, die besluit of en welke
                                        veranderingen zoals opgenomen in het overzicht zullen worden
                                        aangebracht. De veranderingen worden opgenomen in de
                                        concept-besluitenlijst van de betreffende vergadering.</al></li><li nr="4."><al>De besluitenlijst houdt in:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de raadsgriffier, de
                                                secretaris, de wethouders en de ter vergadering
                                                aanwezige leden, de leden die voor het beëindigen de
                                                vergadering verlaten, alsmede van de leden die
                                                afwezig waren en overige personen die het woord
                                                gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, bij
                                                hoofdelijke stemming met vermelding van de namen van
                                                de raadsleden die voor of tegen stemden, onder
                                                aantekening van de namen van de raadsleden die zich
                                                overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben
                                                onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem
                                                hebben vergist, en bij niet hoofdelijke stemming,
                                                als aanwezige raadsleden hierom verzoeken, onder
                                                aantekening dat zij hebben tegengestemd of zich van
                                                stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="d."><al>de tekst van de in de vergadering ingediende
                                                initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties
                                                en (sub)amendementen;</al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                                hoedanigheid van die personen aan wie het op grond
                                                van het bepaalde in artikel 28 door de raad is
                                                toegestaan deel te nemen aan de
                                                beraadslagingen;</al></li><li nr="f."><al>een omschrijving van de genomen besluiten.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid
                                        van de raadsgriffier.</al></li><li nr="6."><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en
                                        de raadsgriffier ondertekend.</al></li><li nr="7."><al>Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich
                                        daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig
                                        mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de
                                        gemeente gebruikelijke wijze. </al></li><li nr="8."><al>De geluidsopname, inhoudende de letterlijke weergave van wat
                                        in de vergadering besproken is, wordt in ieder geval bewaard
                                        totdat de besluitenlijst is vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Ingekomen stukken; mededelingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                        mededelingen van het college aan de raad, worden op een
                                        lijst geplaatst. Deze lijst wordt geplaatst op
                                        www.raadoverbetuwe.nl en ter inzage gelegd.</al></li><li nr="2."><al>Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad, op
                                        voorstel van de voorzitter van het raadspresidium, de wijze
                                        van afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Spreekregels raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad en de overige aanwezigen spreken vanaf
                                        de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. De leden
                                        van de raad die tijdens het betoog nadere toelichting van de
                                        spreker verlangen op hetgeen deze heeft gezegd, maken
                                        daarvoor gebruik van de interruptiemicrofoons in de zaal.
                                        Ook de interrupties worden tot de voorzitter gericht.</al></li><li nr="2."><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                        leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
                                        plaats spreken.</al></li><li nr="3."><al>Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter te
                                        hebben gevraagd en van hem te hebben verkregen. Ook voor
                                        interrupties is voorafgaande toestemming van de voorzitter
                                        vereist.</al></li><li nr="4."><al>Voordat de beraadslaging in eerste of tweede instantie over
                                        een onderwerp wordt geopend, stelt de voorzitter de leden
                                        van de raad in de gelegenheid zich aan te melden om het
                                        woord te voeren. De voorzitter verleent het in het derde lid
                                        bedoelde verlof in de volgorde, waarin de leden van de raad
                                        zich hebben aangemeld.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter kan toestaan, dat een lid van de raad, dat
                                        zich niet overeenkomstig het vierde lid heeft aangemeld,
                                        alsnog het woord voert.</al></li><li nr="6."><al>Van de in het vierde lid bedoelde volgorde kan worden
                                        afgeweken, wanneer verlof wordt gevraagd om over een nader
                                        aangeduid persoonlijk feit te spreken, een voorstel van orde
                                        te doen, inlichtingen over het aan de orde zijnde onderwerp
                                        te vragen of voor te stellen de beraadslagingen te
                                        sluiten.</al></li><li nr="7."><al>Een lid dat in tweede instantie voor de eerste maal het
                                        woord voert, krijgt op zijn verzoek het woord voor degenen,
                                        die in eerste instantie het woord al gevoerd hebben.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter kan nadere regels stellen over het spreekrecht
                                        van raadsleden.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming in de raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming in de
                                    raadsvergadering</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mee, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming
                                begint. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de
                                presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                                hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Beslissing raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming
                                        over eventuele amendementen, de stemming plaats over het
                                        voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen
                                        stemming wordt gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                        plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de
                                        te nemen eindbeslissing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Stemverklaring raad</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en/of voordat de raad tot
                                stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen
                                stem kort te motiveren.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen in de raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Als geen
                                        stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet
                                        verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder
                                        hoofdelijke stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                        besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te
                                        hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de
                                        Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.</al></li><li nr="3."><al>Als door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                        voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter (of de raadsgriffier) roept de leden bij naam
                                        op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid
                                        dat daarvoor overeenkomstig artikel 37 is aangewezen.
                                        Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de
                                        presentielijst. </al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
                                        lid dat zich niet van de deelneming aan de stemming op grond
                                        van artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden verplicht
                                        zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
                                        ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist,
                                        dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het
                                        volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing
                                        pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de
                                        stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij
                                        zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit
                                        echter geen verandering.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
                                        mee, met vermelding van het aantal voor en tegen
                                        uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van
                                        het genomen besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                        wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Als op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                        eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                        amendement.</al></li><li nr="3."><al>Als twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                        aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                        volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt
                                        de regel dat het meest verstrekkende amendement of
                                        subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Als over een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                        wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                        motie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                        voordracht of het opstellen van een voordracht of
                                        aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie
                                        leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
                                        van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht
                                        een stembriefje in te leveren. De stembriefjes moeten
                                        identiek zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                        benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                        voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                        worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
                                        vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe
                                        stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld
                                        in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te
                                        hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje
                                        hebben ingeleverd. </al></li><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
                                        beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>Onder de zorg van de raadsgriffier worden de stembriefjes
                                        onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                        meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming
                                        overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de
                                        volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde
                                        stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
                                        stemming het meeste aantal stemmen hebben verkregen. Zijn
                                        bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee
                                        personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                        uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                        plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Als bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                        staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen
                                        tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de
                                        voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes
                                        geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                        gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                        gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                        stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                        gekozen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>Rechten van raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden
                                    om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                    splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                    plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen
                                    die ingediend zijn door leden van de raad die de presentielijst
                                    getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling
                                    genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige
                                    karakter van het voorgestelde - oordeelt dat met een mondelinge
                                    indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                    mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                    plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Moties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie
                                    indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                    voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    of voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                    opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda
                                    voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de vergadering op
                                    voorstel van de voorzitter anders besluit.</al></li><li nr="5."><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk,
                                    totdat besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                    worden schriftelijk bij de raadsgriffier worden ingediend. Bij
                                    voorkeur wordt het initiatiefvoorstel eerst behandeld in het
                                    raadspresidium. Het raadspresidium beslist daarbij over
                                    agendering van het voorstel. </al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen, dit ter beoordeling van de voorzitter
                                    en de raadsgriffier, moet het initiatiefvoorstel, om in
                                    behandeling genomen te kunnen worden, tenminste twee werkdagen
                                    voor aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                    raadsgriffier worden ingediend. De voorzitter plaatst het
                                    voorstel op de agenda van die betreffende vergadering. Bij
                                    vaststelling van de agenda wordt in stemming gebracht of het
                                    initiatiefvoorstel op de agenda opgenomen blijft. </al></li><li nr="3."><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de
                                    agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld,
                                    tenzij de raad oordeelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering
                                            tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                                            moet worden behandeld;</al></li><li nr="b."><al>het voorstel eerst moet worden behandeld in een
                                            voorronde;</al></li><li nr="c."><al>het voorstel voor advies naar het college moet worden
                                            gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke
                                            vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
                                        </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling
                                    van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                    agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken
                                    zonder toestemming van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                    eerste lid voor advies terug naar het college moet worden
                                    gestuurd, bepaalt de raad of, en in welke vergadering het
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
                                    gevallen, voor 12.00 uur op de werkdag voor de raadsvergadering
                                    schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de
                                    wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het
                                    verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                                    tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                    gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de
                                    overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouder(s)
                                    niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof
                                    geeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                    vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.</al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de raadsgriffier ingediend. Deze draagt er
                                    zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                    overige leden van de raad en het college of de burgemeester
                                    worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                    ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen (met de mogelijkheid van verlenging van deze
                                    termijn met dertig dagen). Als beantwoording niet binnen deze
                                    termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het
                                    college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd
                                    in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen
                                    beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als
                                    een antwoord.</al></li><li nr="4."><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                    tussenkomst van de raadsgriffier op elektronische wijze aan de
                                    leden van de raad ter beschikking gesteld.</al></li><li nr="5."><al>De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering en na
                                    de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen
                                    nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door
                                    het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                                    beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Vragenuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eerste agendapunt na de opening van de vergadering is
                                    gereserveerd voor het vragenuur, tenzij er bij de voorzitter of
                                    de raadsgriffier geen vragen zijn ingediend. In bijzondere
                                    gevallen kan het raadspresidium bepalen dat het vragenuur op een
                                    later tijdstip wordt geagendeerd. De voorzitter bepaalt op welk
                                    tijdstip het vragenuur eindigt.</al></li><li nr="2."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de
                                    vraag voor 12.00 uur op de werkdag voor de raadsvergadering bij
                                    de raadsgriffier. De raadsgriffier kan na overleg met de
                                    voorzitter van het raadspresidium weigeren een onderwerp tijdens
                                    het vragenuur aan de orde te stellen als hij het onderwerp niet
                                    voldoende nauwkeurig acht aangegeven of als het onderwerp in de
                                    raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                    vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                    overige leden van de raad.</al></li><li nr="5."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                    één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen
                                    en een toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="6."><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
                                    de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                    stellen.</al></li><li nr="7."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
                                    woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
                                    college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde
                                    onderwerp.</al></li><li nr="8."><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                    worden geen interrupties toegelaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                    bedoeld in de artikelen 169, derde lid en 180, derde lid van de
                                    Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, door
                                    tussenkomst van de raadsgriffier schriftelijk ingediend bij het
                                    college of de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De raadsgriffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de
                                    raad een afschrift van dit verzoek krijgen.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                    eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                    vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13</nr><titel>Besloten vergadering tijdens de politieke avond</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet
                                    strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>Door de raad benoemde burgerleden, mogen tijdens een besloten
                                    voorronde als lid aanwezig zijn dan wel als toehoorder tijdens
                                    de raadsvergadering aanwezig zijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Geheimhouding voorronde en raadsvergadering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vóór de afloop van de besloten vergadering beslissen de leden
                                    overeenkomstig artikel 25, eerste lid en artikel 86, eerste lid
                                    van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het
                                    verhandelde geheimhouding zal gelden. </al></li><li nr="2."><al>De geheimhouding moet in acht worden genomen door een ieder die
                                    bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een
                                    andere wijze kennis heeft van de stukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Opheffing geheimhouding in voorronde en raadsvergadering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als de raad, op grond van artikel 25, derde en vierde lid,
                                    artikel 55, tweede en derde lid of artikel 86, tweede en derde
                                    lid van de Gemeentewet, voornemens is de geheimhouding op te
                                    heffen wordt, als daarom wordt verzocht door het orgaan dat de
                                    geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met
                                    het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al></li><li nr="2."><al>De leden van een voorronde kunnen alleen besluiten de
                                    geheimhouding op te heffen als de leden deze geheimhouding op de
                                    stukken en het verhandelde hebben gelegd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Geluidsopnames en besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Van de besloten vergadering worden geluidsopnames gemaakt. </al></li><li nr="2."><al>Van de besloten raadsvergadering wordt een besluitenlijst
                                    opgesteld. </al></li><li nr="3."><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    raadsvergadering ter vaststelling aangeboden waarbij de raad een
                                    besluit neemt over het al dan niet openbaar maken van deze
                                    besluitenlijst.</al></li><li nr="4."><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                    griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>14</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad, op voorstel van het raadspresidium,
                            vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van
                            het raadspresidium, vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>15</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                    secretaris die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
                                    het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                    gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of
                                    institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling
                                    van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de
                                    raadsvergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen
                                    bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de
                                    raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter
                                    verwijzen naar een desbetreffende voorronde.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 50 is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
                                    van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                                    daarvan. Artikel 52 is van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
                                    organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden,
                                    wethouder, de burgemeester of de secretaris heeft benoemd. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>16</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van dit reglement, beslissen de raads- en/of burgerleden op
                            voorstel van de betreffende voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel>Intrekking oude reglement</titel></kop><al>Het Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014, zoals
                            vastgesteld bij besluit van 27 maart 2014, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking
                            en werkt terug tot en met 25 november 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde politieke avond
                            gemeente Overbetuwe 2014, eerste wijziging.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 25 november 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink MBA</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. A.S.F. van Asseldonk</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting op Reglement van Orde</titel></kop><al/><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al/><al><vet>Gewogen stemmen in de voorronden / disbalans</vet></al><al>Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft aan dat het
                    werken met</al><al>gewogen stemmen in de raadscommissie (Overbetuwe: de voorronde) in strijd is met
                    de Gemeentewet en in strijd is met het Nederlands staatsrecht 'one person, one
                    vote'. Bij de voorronden geldt hetzelfde als in de raad: elk lid heeft één stem.
                    Elk raadslid heeft immers een individueel mandaat en vertegenwoordigt formeel
                    gezien geen fractie. Gewogen stemmingen zouden slechts mogelijk zijn als dat
                    door de wetgever uitdrukkelijk zou zijn geregeld. Dat is niet het geval. Een lid
                    kan daardoor niet stemmen namens afwezige leden van zijn fractie.</al><al>Daarnaast mag niet worden omgerekend naar raadszetels, om bijvoorbeeld te
                    beoordelen of</al><al>een voorstel in de voorronde gesteund wordt in de raad. Dit omdat de stem van de
                    leden van kleine fracties te zwaar zou wegen en de stem van de leden van grote
                    fracties te licht. Alleen in de raad kunnen besluiten worden genomen en wordt
                    duidelijk hoe de stemverhoudingen echt liggen.</al><al/><al>Om te voorkomen dat in een voorronde een disbalans optreedt ten opzichte van de
                    te verwachten stemverhoudingen in de raad is door het seniorenconvent op 15 juli
                    2014 afgesproken, in tegenstelling tot bovenstaande wettelijke uitleg, de
                    volgende politieke afspraak (zie bijlage 1) van toepassing te verklaren,
                    inhoudende: </al><al/><al>‘De partijen in de voorronde stemmen in dat het vervolgproces (1)x wordt,
                    waarbij x het voorstel is dat recht doet aan de te verwachten stemverhoudingen
                    in de raad’. </al><al>De afspraak hierbij is dat alle partijen in de voorronde unaniem met x
                    instemmen. </al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>(1)</al></entry><entry colname="col2"><al>x kan zijn 1. terugsturen naar college/presidium/fractie, 2.
                                        aanhouden of 3. doorsturen naar de raad als bespreekpunt
                                        (als er moties of amendementen komen) of besluitstuk (een
                                        enkele fractie zal tegen stemmen).</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al>Algemene opmerking: daar waar ‘hij’ en ’zijn’ staat, kan ook ‘zij’ en ‘haar’
                    worden gelezen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Voorzitter, burgerleden en griffiers</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 De voorzitter</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Burgerleden</vet></al><al>Naast de raadsleden, kunnen voor de fracties bestaande uit 3 raadsleden of meer
                    maximaal 3 burgerleden benoemd worden. Voor fracties bestaande uit 1 of 2
                    raadsleden, is het maximum 4 burgerleden. Het derde lid bepaalt aan welke eisen
                    zij moeten voldoen. Dit betekent dat zij dus niet op de kieslijst hoeven te
                    staan. In het kader van de vertrouwelijkheid leggen de raadsleden de eed/belofte
                    af en tekent een burgerlid de geheimhoudingsverklaring. Dit is geregeld in het
                    vierde lid. Daarnaast is het op grond van het vijfde lid niet mogelijk om als
                    burgerlid de functie van voorrondevoorzitter te vervullen. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Zittingsduur en vacatures burgerleden en
                    voorzitterspoule</vet></al><al>De zittingsperiode van de burgerleden en de voorzitters is even lang als de
                    zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming
                    eindigt dus van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van een burgerlid eveneens
                    van rechtswege als dit lid niet meer voldoet aan de in artikel 3, derde lid,
                    gestelde eisen en als het lid is benoemd op voordracht van een fractie die
                    blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer
                    vertegenwoordigd is in de raad (zesde lid).</al><al>De raad kan een burgerlid op voorstel van de fractie die het lid heeft
                    voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een
                    splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens recht
                    op een eigen lid. Er is in deze bepaling niet voorzien in een ontslagregeling
                    voor buitengewone leden, deze hebben in principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet
                    meer voldoen aan de in artikel 3, derde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of
                    overlijden. </al><al>De raad kan een voorzitter uit de voorzitterspoule zonder voorstel van een
                    fractie ontslaan, bijvoorbeeld als deze voorzitter niet meer het vertrouwen van
                    de meerderheid van de raad bezit. Het vierde en vijfde lid voorzien in de
                    situatie van een tussentijdse vacature, hetzij door ontslag, hetzij door
                    overlijden.</al><al/><al><vet>Artikel 5 De raadsgriffier</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al>Artikel 5a De voorrondegriffier en raadspreekuurgriffier</al><al>Iedere voorronde of raadspreekuur wordt ondersteund door een voorrondegriffier
                    of raadspreekuurgriffier. Dit is een medewerker van de griffie of een ambtenaar
                    die voor dat werk aan de griffie is uitgeleend. In principe neemt hij geen deel
                    aan de beraadslagingen, zij het dat de leden op grond van artikel 28 van dit
                    reglement altijd de mogelijkheid hebben om anderen aan de beraadslaging deel te
                    laten nemen.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Instelling en taken raadspresidium, seniorenconvent en
                        auditcommissie</vet></al><al/><al><vet>Artikel 6a Het raadspresidium; samenstelling</vet></al><al>De raad bepaalt zelf zijn agenda en heeft daarvoor een raadspresidium ingesteld
                    die (concept)agenda’s voor de voorronden en de raadsvergadering voorbereid. Dit
                    artikel regelt de samenstelling van het raadspresidium. Het artikel geeft aan
                    dat de voorzitters uit de voorzitterpoule en waarnemend raadsvoorzitter de enige
                    stemgerechtigde leden van het presidium zijn. De raadsvoorzitter en de
                    raadsgriffier hebben een adviserende rol in het presidium. De raadsgriffier
                    functioneert tevens als secretaris van dit overleg en bij afwezigheid vervangt
                    de plaatsvervangend griffier hem.</al><al/><al><vet>Artikel 6b Het raadspresidium; taken</vet></al><al>De voornaamste taak van het raadspresidium is het vaststellen van de voorlopige
                    agenda voor de politieke avond. Het raadspresidium bepaalt ook welke soorten
                    vergaderingen er plaatsvinden op de politieke avond, wanneer bepaalde
                    onderwerpen aan de orde komen op de politieke avond (kan voorstellen aanhouden
                    voor een latere politieke avond i.v.m. extra voorbereidingstijd), de maximale
                    behandeltijd voor de verschillende agendapunten, wie welke bijeenkomst gaat
                    voorzitten en bepaalt daarmee in principe de orde van de politieke avond. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Het seniorenconvent</vet></al><al>Dit convent functioneert als een “reflecterende groep van wijzen” waarin geen
                    politiek inhoudelijke discussie plaatsvindt. Alle onderwerpen die wel aan de
                    orde komen zijn van nature vertrouwelijk van aard. Daarom is het seniorenconvent
                    altijd een besloten vergadering.</al><al>De cultuur waarin het seniorenconvent het best werkt is één die past bij een
                    reflecterende groep van wijzen. Dat wil zeggen: géén monologen, maar dialoog.
                    Het spreekt dan voor zich dat ieder lid het convent bij elkaar kan roepen en
                    invloed kan hebben op de agenda. De burgemeester is als raadsvoorzitter in
                    principe de voorzitter.</al><al/><al>Het seniorenconvent zal – als zich géén uitzonderlijke bijzonderheden voordoen,
                    in ieder geval eenmaal per jaar bij elkaar komen om te reflecteren over het
                    functioneren van raadsvoorzitter/burgemeester en het functioneren van de raad
                    als geheel. Deelnemers zijn daarbij de raadsvoorzitter en alle
                    fractievoorzitters ondersteund door de raadsgriffier. Het gaat hierbij om de
                    fractievoorzitters zelf en niet om vervangers. Bij andere onderwerpen zou uit
                    praktische overwegingen – mits het onderwerp zich ertoe leent – ook de
                    mogelijkheid geboden kunnen worden om een plaatsvervanger te sturen. Mocht een
                    onderwerp daarom vragen, kan uiteraard ook een wethouder of de
                    gemeentesecretaris gevraagd worden om bij dat onderwerp aanwezig te zijn. De
                    leden beslissen hierover.</al><al/><al><vet>Artikel 8a Instelling auditcommissie</vet></al><al>Dit artikel regelt het instellen van een auditcommissie door de raad. Deze
                    commissie is een</al><al>commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. </al><al/><al>De auditcommissie, die uit 5 raads- of burgerleden bestaat, koppelt rechtstreeks
                    terug aan de raad. De commissie bestaat dan ook bij voorkeur uit 5 raads- of
                    burgerleden van verschillende partijen waarbij het voor de hand ligt om de
                    plaatsen zo in te vullen dat een maximaal draagvlak en balans ontstaat. Het
                    spreekt voor zich dat het gewenst is dat de leden affiniteit hebben met de
                    onderwerpen, die in de auditcommissie worden behandeld.</al><al/><al>Uiteraard vervalt het lidmaatschap van de auditcommissie zodra het
                    desbetreffende lid géén</al><al>raads- of burgerlid meer is. </al><al>De taak van afstemming van onderzoeken bestaat vooral uit het samenbrengen van
                    de</al><al>partijen (college, rekenkamer, accountant en raad) die onderzoeken moeten of
                    kunnen</al><al>plegen. De afstemming gebeurt uiteraard met behoud van ieders
                    verantwoordelijkheid. Het</al><al>doel is het voorkomen van dubbel werk en aanjagen dat onderzoeken ook echt
                    plaatsvinden.</al><al>De commissie stelt een reglement van orde vast. Hiermee maakt de commissie
                    transparant</al><al>hoe ze werkt.</al><al/><al><vet>Artikel 8b Instelling projectcommissie</vet></al><al>Dit artikel voorziet in de mogelijkheid tot het instellen van zogenaamde
                    projectcommissies door de raad. Een projectcommissie is een commissie voor een
                    project dat van grote politieke en/of maatschappelijke importantie is en waarbij
                    verschillende belangen zorgvuldig afgewogen dienen te worden. Dit betekent dat
                    deze projecten een intensieve politieke betrokkenheid zouden vragen van een of
                    meerdere voorronden dan wel voorbereidende vergaderingen om het project
                    zorgvuldig voor te bereiden en te evalueren. Dit wordt als niet gewenst
                    beschouwd, omdat dit er mogelijk toe zou kunnen leiden dat andere onderwerpen
                    binnen de reguliere werkzaamheden daardoor onvoldoende aandacht zouden kunnen
                    krijgen dan wel als onevenredig belastend kan worden voor de 'gewone' agenda van
                    de voorronden. Het instellen van projectcommissies moet als uitzonderlijk worden
                    beschouwd omdat dit de integrale behandeling van onderwerpen in de reguliere
                    voorronden doorbreekt. Voor het isoleren van de behandeling van een project in
                    een projectcommissie moeten dus zwaardere argumenten zijn dan het belang van
                    integrale behandeling.</al><al>Op de projectcommissies zijn dezelfde regels van overeenkomstige toepassing als
                    op de</al><al>de voorronden. Een projectcommissie adviseert echter niet aan de raad, maar aan
                    een voorbereidende vergadering.</al><al>Het derde lid regelt de benoeming van eventuele buitengewone leden. Dit
                    kunnen</al><al>onafhankelijke deskundigen zijn, die juist op basis van hun deskundigheid tot
                    lid van een</al><al>voorronde worden benoemd. Het aantal buitengewone leden dat de raad wil benoemen
                    is opengelaten. Indien de raad het niet wenselijk acht om andere burgers te
                    benoemen in de voorronden kan het derde lid worden geschrapt. Het benoemen van
                    buitengewone leden is bijvoorbeeld denkbaar als het gaat om projectcommissies,
                    waar naast gewone</al><al>raads- en burgerleden, ook deskundigen in de vorm van buitengewone leden worden
                    toegevoegd. Artikel 3, derde lid is ook voor hen van toepassing. Dus de eisen
                    die gelden voor de burgerleden, gelden ook voor de buitengewone leden.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming wethouders;
                        fracties</vet></al><al/><al><vet>Artikel 9 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming
                    wethouders</vet></al><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter
                    een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht als
                    de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. De
                    commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel
                    mondeling als schriftelijk. Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar
                    het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen
                    in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de
                    gemeenteraadsverkiezingen. </al><al/><al>Op grond van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden.
                    Daarbij is een verschil in procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of
                    bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen
                    de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de
                    eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen.
                    Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte
                    aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken
                    raadslid plaatsvinden. Dit heeft te maken met het feit dat er geen beroep open
                    staat tegen de beslissing tot toelating als lid van de raad. Zodra de beslissing
                    aan het betrokken raadslid is meegedeeld, treedt de beslissing in werking en kan
                    het lid worden beëdigd als raadslid.</al><al/><al>Het derde lid is toegevoegd ter verduidelijking. Na de gemeenteraadsverkiezingen
                    heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij
                    adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige
                    wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld).
                    Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De
                    raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de
                    verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. </al><al/><al>De raad heeft dus de bevoegdheid om te besluiten tot het hertellen van de
                    stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide
                    eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het
                    proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of
                    herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een
                    dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal stemmen
                    te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot
                    hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat de kiezers
                    bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na
                    sluiting de stemmen heeft gesteld, kan dit wel zijn.</al><al/><al>Het zesde lid geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet
                    vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder
                    geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet
                    geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan
                    een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen
                    voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het
                    raadlidmaatschap (artikel 36a, 36b, 41b en 41c van de Gemeentewet). Het ligt
                    voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het
                    onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Vandaar dat er een zesde lid aan
                    dit artikel is toegevoegd. Dit artikel is ook van toepassing als er geen
                    wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten en
                    nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. De benoemde wethouder
                    legt vervolgens de eed of verklaring en belofte af (artikel 41a Gemeentewet).
                    Dit is noodzakelijk om zijn functie te kunnen uitoefenen. Daarom is het zevende
                    lid toegevoegd.</al><al/><al>Het stemmen over een kandidaat wethouder is een zogenaamde vrije stemming;
                    stemmen op de voorgestelde persoon of op een ander. Er is geen sprake van
                    voordracht of een anderszins beperkte keuze. Hierdoor mag een eventueel raadslid
                    die ter benoeming is voorgesteld ook aan deze stemming deelnemen; het raadslid
                    kan immers een andere naam opgeven dan de eigen naam. Artikel 28 van de
                    Gemeentewet (het onthouden van stemming) is hier niet van toepassing. </al><al/><al>Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de
                    geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid van
                    de Gemeentewet). </al><al/><al><vet>Artikel 10 Fracties</vet></al><al>Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting
                    van de nieuwe raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die
                    op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt
                    in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had
                    staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op
                    de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een
                    fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst had vermeld. In een dergelijk
                    geval deelt de fractie in de eerste vergadering de naam van de fractie mee.</al><al>In de loop van de zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten.
                    Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben. In
                    een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie
                    plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mee met een
                    afschrift aan de raadsgriffier. </al><al>Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een
                    fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten
                    bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat
                    volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden gekozen en benoemd (dit
                    laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op
                    artikel 27 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een
                    lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt namelijk naar eigen
                    overtuiging en is bij stemming niet gebonden aan lastgeving. Geen andere persoon
                    of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot
                    zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat
                    van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de
                    mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te
                    gaan.</al><al>Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel ‘hoort’ dan ook
                    niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor
                    ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of
                    zelfstandig verder te gaan </al><al>Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie
                    vrij om te doen. Op grond van deze bepaling heeft de raad geen zeggenschap over
                    wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de
                    naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit overnemen. </al><al>In alle gevallen is een mededeling aan de voorzitter van de raad voldoende met
                    een afschrift hiervan aan de raadsgriffier. In de regel vindt twee keer een
                    mededeling plaats. De bepalende mededeling is uiteraard door de persoon in
                    kwestie zelf. Daarnaast kan de fractie een mededeling hiervan doen. Deze laatste
                    mededeling is niet doorslaggevend. De raad is gehouden met ingang van de
                    eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden
                    met de nieuwe situatie.</al><al>In de praktijk levert een nieuwe naamvoering van een fractie soms problemen op,
                    bijvoorbeeld doorat een naam sterk lijkt op de naam van een al bestaande partij.
                    Daarom is bepaald dat de naam getoetst dient te worden aan de afwijzingsgronden
                    uit artikel G 3 van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde. Indien de nieuwe
                    fractie wil meedoen aan de eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook
                    gebeuren.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Voorbereiding politieke avond</vet></al><al/><al><vet>Artikel 11 Oproep</vet></al><al>In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de raadsvoorzitter
                    de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Het eerste lid
                    bepaalt dat de voorzitter ten minste 5 werkdagen vóór een vergadering de leden
                    een brief (de schriftelijke oproep) stuurt, waarin de vergadering wordt
                    aangekondigd. De brief vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de
                    vergadering. </al><al>Het tweede lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende
                    stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid van de
                    Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep aan de leden wordt
                    verstuurd.</al><al/><al><vet>Artikel 12a Agenda</vet></al><al>Het eerste lid benadrukt dat het raadspresidium bepaalt hoe de agenda er voor de
                    politieke avond uit komt te zien. Dit is echter een voorlopige agenda. Op die
                    agenda vermeldt het raadspresidium welke soort vergaderingen plaatsvinden in de
                    voorronden (Rondetafelgesprek, hoorzitting, voorbereidende vergadering,
                    technische uitlegsessie, informatiebijeenkomst) en in welke soort vergaderingen
                    welke onderwerpen worden besproken.</al><al>De raadsagenda bestaat uit 2 onderdelen; een plenair gedeelte met de
                    bespreekpunten en een besluitvormend gedeelte. Voor de raadsvergadering geeft
                    het presidium aan wat de bespreekstukken zijn en welke stukken vallen onder het
                    besluitvormende gedeelte. </al><al>Bij de bespreekpunten gaat het om onderwerpen die bijvoorbeeld politiek gevoelig
                    liggen of een grote maatschappelijke urgentie hebben en waarover de raadsleden
                    met elkaar in discussie gaan. Na deze discussie gaat de raad tot besluitvorming
                    over. </al><al>In het besluitvormende gedeelte staat alleen het nemen van een besluit centraal.
                    In de voorronde(n) is het onderwerp voldoende besproken en is alles gezegd
                    waardoor de raad een besluit kan nemen. Dit betekent dat, ook al zijn niet alle
                    fracties unaniem positief over een voorstel en een enkele fractie tegen zal
                    stemmen, de raad toch direct tot besluitvorming over gaat. Voordat de raad een
                    besluit neemt, kan een fractie echter een stemverklaring afleggen. De fractie
                    heeft ook de mogelijkheid om bij het vast stellen van de agenda aan te geven een
                    onderwerp toch te willen bespreken. </al><al>Daarnaast wordt op de raadsagenda aangegeven welke voorstellen in het
                    besluitvormende gedeelte de hamerstukken zijn zodat vooraf duidelijk is over
                    welke voorstellen unanimiteit bestaat.</al><al>In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om 7
                    werkdagen voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op
                    de ‘waan’ van de dag. In een dergelijke situatie kunnen het raadspresidium, de
                    raadsvoorzitter, de waarnemend raadsvoorzitter of de voorzitters uit de
                    voorzitterspoule na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een
                    aanvullende voorlopige agenda rondsturen. Dit kan echter niet tot op het laatste
                    moment, maar tot uiterlijk twee werkdagen voor de aanvang van de vergadering
                    (tweede lid). De aanvullende voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken
                    zal door de raadsgriffier per e-mail aan de leden worden verstuurd en zal door
                    plaatsing op <extref doc="http://www.raadoverbetuwe.nl/"><onderstreept>www.raadoverbetuwe.nl</onderstreept></extref> en via
                    twitter openbaar worden gemaakt. </al><al>Het derde lid heeft tot doel om de raads- en burgerleden een actieve rol te
                    geven in de opstelling van de agenda. Individuele leden kunnen via de leden van
                    het raadspresidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij kunnen echter ook
                    bij aanvang van de vergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda
                    toe te voegen of van de agenda af te voeren. </al><al>Het vierde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raads- en
                    burgerleden van voldoende informatie te voorzien. Als een lid niet voldoende op
                    de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp, is het niet gewenst
                    dat zij zich over dit onderwerp uitspreken. In een dergelijk geval bestaat er de
                    mogelijkheid, het onderwerp op een volgende politieke avond te agenderen of aan
                    het college nadere inlichtingen of advies te vragen.</al><al>Het laatste lid regelt dat de raads- en burgerleden op verzoek van een lid of op
                    voorstel van de voorzitter de volgorde van de behandeling van de agendapunten
                    kunnen wijzigen.</al><al/><al><vet>Artikel 12b Collegevoorstel</vet></al><al>Als het college een voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college
                    het door hen voorbereide voorstel kan intrekken als het college van oordeel is
                    dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. De leden van de
                    voorronde moeten hier toestemming voor geven.</al><al>Als de voorronde van oordeel is dat een voorstel niet voldoende is voorbereid,
                    kunnen de leden het voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies
                    aan het college zenden. De leden kunnen het college bijvoorbeeld verzoeken het
                    voorstel nader te onderbouwen. De leden bepalen echter of, en wanneer het
                    voorstel, dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De
                    leden kunnen dit in dezelfde vergadering regelen, maar de voorronde kan dit ook
                    aan het raadspresidium overlaten.</al><al/><al><vet>Artikel 13a Uitnodiging burgemeester en wethouder(s)</vet></al><al>Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat burgemeester en wethouders door de
                    leden kunnen worden uitgenodigd om tijdens een bijeenkomst van de politieke
                    avond aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen.</al><al>Dit artikel is o.a. een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid van de
                    Gemeentewet, waarin specifiek de wethouder wordt genoemd. Zowel uit
                    hoffelijkheid als volgens de wet wordt de wethouder niet uitgesloten van de
                    beraadslaging. De wet geeft niet aan dat wethouder zelf kan bepalen wanneer hij
                    het woord voert. De leden bepalen zelf de orde van de vergadering en dus wanneer
                    een wethouder het woord voert. Het gebruik van het werkwoord ‘uitnodigen’ geeft
                    verder aan dat een wethouder kan weigeren te verschijnen. </al><al>Gelet op de frequentie van de politieke avond zullen veelal zaken uit alle
                    portefeuilles aan de orde komen, zodat in de praktijk dikwijls alle wethouders
                    zullen worden uitgenodigd. Als de wethouders in de vergadering aanwezig zijn,
                    kunnen ze op verzoek deelnemen aan de beraadslagingen. Het kan echter wenselijk
                    zijn, dat een wethouder niet bij een vergadering aanwezig is als de leden een
                    zelfstandige afweging over een onderwerp of voorstel willen maken, de leden
                    bijvoorbeeld over het eigen functioneren van gedachten wil wisselen of bij de
                    voorbereiding van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door het
                    college gevoerde bestuur.</al><al/><al><vet>Artikel 13b De secretaris</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><al>Een agendapunt kan betrekking hebben op een grote hoeveelheid verschillende
                    stukken, die het voorstel onderbouwen. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om
                    alle stukken in te zien. Hiervoor hebben ze wel voldoende tijd nodig. Daarom
                    worden zoveel mogelijk stukken gelijktijdig met het versturen van de
                    schriftelijke oproep ter inzage gelegd.</al><al>Het kan niet de bedoeling zijn, dat een lid of een ander het originele stuk mee
                    naar huis neemt. Een lid of een andere geïnteresseerde mag echter wel een kopie
                    van een ter inzage gelegd stuk maken.</al><al>De raadsgriffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de leden. Het
                    ligt dan ook in de rede dat stukken, die betrekking hebben op de agenda en de
                    voorstellen van de politieke avond en die geheim moeten blijven bij hem, naast
                    plaatsing op het vertrouwelijke deel van <extref doc="file:////tmp/tomcat7-tomcat7-tmp/www.raadoverbetuwe.nl">www.raadoverbetuwe.nl</extref>, ter inzage worden gelegd. Op verzoek van de
                    leden kan de raadsgriffier inzage aan hen verlenen.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Openbare kennisgeving</vet></al><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid van de Gemeentewet.</al><al>In de gemeente Overbetuwe betekent dit dat de vergadering in ieder geval
                    openbaar bekend wordt gemaakt op de gemeentepagina in het in de gemeente te
                    verspreiden huis-aan-huisblad of in één of meer dag-, nieuws- of
                    huis-aan-huisbladen en door plaatsing op <extref doc="file:////tmp/tomcat7-tomcat7-tmp/www.raadoverbetuwe.nl">www.raadoverbetuwe.nl</extref> ter openbare kennis gebracht.</al><al>De bijhorende stukken liggen ter inzage in het gemeentehuis, bibliotheken en
                    dorpshuizen in de gemeente. Daarnaast wordt geprobeerd om de agenda en zoveel
                    mogelijk van de bijhorende stukken op <extref doc="file:////tmp/tomcat7-tomcat7-tmp/www.raadoverbetuwe.nl">www.raadoverbetuwe.nl</extref> te plaatsen. </al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Tijdstip van vergaderen en presentielijsten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 16 Politieke avond</vet></al><al>Het eerste lid heeft tot doel enige regelmaat in de vergaderingen aan te
                    brengen. </al><al>In het tweede en derde lid is de aanvangstijd van de politieke avond tot
                    uitdrukking gebracht. Ook de uiterlijke eindtijd van de voorronden is aangeven.
                    Door het gebruik van bloktijden, kent elke vergadering strikte begin- en
                    eindtijden. De vergadering bepaalt zelf de vergadertijd per agendapunt. Het
                    staat de fracties vrij om bij een nieuw agendapunt te wisselen van
                    vertegenwoordiger mits dat bij het begin van de vergadering is gemeld. </al><al/><al>De aanvangstijd van de raadsvergadering staat vermeld in het derde lid. De
                    raadsvergadering begint in beginsel 15 minuten na afloop van de laatste
                    voorronde. </al><al/><al>Het vierde lid benadrukt dat de raadsvergadering in principe om 22.30 uur
                    eindigt. Het kan zijn dat door bijvoorbeeld de indiening van moties /
                    amendementen de behandeling van een voorstel langer duurt. Om tot goede
                    besluitvorming te komen moet het mogelijk zijn de behandeling enigszins te
                    verlengen. Het moet hier wel gaan om een redelijke termijn. </al><al/><al>In het vijfde lid is het maximale aantal parallelle sessies aangegeven zodat ook
                    de kleinere fracties deze kunnen bemensen. Daarnaast is in dit artikellid de
                    clustering in thema’s opgenomen conform de commissies genoemd in het
                    Coalitieprogramma 2014-2018. Het presidium kan indien daarvoor een passende
                    aanleiding is bij het opstellen van de agenda in goed overleg besluiten
                    incidenteel af te wijken van de voorgestelde clustering. </al><al/><al>Het zesde lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het bepalen van een
                    andere dag en/of ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt in het
                    raadspresidium. Op deze wijze houdt het raadspresidium ook bij een politieke
                    avond, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvindt, invloed op de datum,
                    het tijdstip en de plaats van de avond. </al><al/><al>Het zevende lid is een nadere uitwerking van artikel 17, eerste lid van de
                    Gemeentewet. In dit artikel is de vergaderfrequentie neergelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Presentielijsten</vet></al><al>De burgerleden tekenen aan het begin van de avond de presentielijst. Deze lijst
                    is nodig om de vergoeding voor de burgerleden in de vorm van presentiegeld vast
                    te stellen. Deze lijst geldt dus niet om het quorum vast te stellen. Hierover
                    gaat artikel 23 van dit reglement. </al><al>Raadsleden tekenen bij binnenkomst in de vergaderzaal betreffende de
                    raadsvergadering de presentielijst. De verplichting tot het hebben van een
                    presentielijst voor de raad vloeit voort uit artikel 20 van de Gemeentewet. De
                    handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat
                    het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast
                    te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><al>Het derde lid geeft aan dat aan het einde van de politieke avond beide lijsten
                    door de voorzitter en raadsgriffier door ondertekening worden vastgesteld. Dit
                    zal meestal tijdens/na afloop van de raadsvergadering zijn. Beide lijsten moeten
                    ondertekend worden en vanuit praktisch oogpunt is gekozen dit op deze manier in
                    te vullen. Van de raad moet altijd een formele presentielijst zijn en omdat deze
                    toch ondertekend wordt tijdens/na de raadsvergadering, wordt ook de lijst voor
                    de burgerleden meegenomen.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 7 Raadspreekuur en voorronden</vet></al><al/><al><vet>Artikel 18 Raadspreekuur</vet></al><al>Aan het begin van de politieke avond vindt het raadspreekuur plaats. Als er geen
                    aanmeldingen zijn dan vindt het raadspreekuur niet plaats en start de avond met
                    de voorronden, vanaf 19.30 uur. </al><al>Het raadspreekuur is plenair; er vinden dan geen parallelle sessies plaats. Het
                    raadspreekuur bestaat uit 2 onderdelen, te weten een podium voor burgers om
                    aandacht te vragen voor onderwerpen die (nog) niet op de agenda van de politieke
                    avond staan èn een rondvraag voor de raads- en burgerleden. </al><al>Het raadspreekuur is opengesteld voor zowel burgers als voor raads- en
                    burgerleden. </al><al>In het zevende lid staat dat bij 4 of meer aanmeldingen voor het raadspreekuur
                    de aanmeldingen van raads- en burgerleden komen te vervallen. Gelet op de
                    beperkte spreektijd van in totaal 20 minuten is hiervoor gekozen. Stel dat er
                    zich 10 burgers aanmelden voor het raadspreekuur dan krijgen ze ieder 2 minuten
                    spreektijd. </al><al/><al>In het vierde lid staan de spelregels voor het raadspreekuur. Omdat het over een
                    onderwerp gaat dat niet op de agenda staat, er geen stuk ter voorbereiding voor
                    ligt en de deelnemers aan het raadspreekuur daardoor misschien door een
                    onderwerp ‘overvallen’ worden, wordt een maximale termijn van 15 werkdagen
                    afgesproken waarbinnen de inspreker in ieder geval een procedureel antwoord
                    krijgt over het vervolgtraject en wat er concreet met de aangedragen informatie
                    wordt gedaan. Dit kan van alles zijn; de portefeuillehouder gaat met de
                    inspreker om tafel, de raad zet het onderwerp op de politieke agenda door middel
                    van een motie/initiatiefvoorstel, etc.</al><al>Tijdens het raadspreekuur is het wel mogelijk om nadere vragen te stellen, maar
                    er is géén plek voor onderlinge discussie. </al><al>Als plaatsvervangend voorzitter wordt een voorzitter uit de voorzitterspoule
                    gekozen die op de betreffende politieke avond geen of een kleine rol als
                    voorzitter heeft in de voorronden. Er wordt geen apart raadslid benoemd. Dit om
                    de overzichtelijkheid te bewaren. De voorzitterspoule bestaat namelijk uit 6
                    voorzitters zodat het mogelijk moet zijn om vervanging te kunnen regelen. </al><al/><al><vet>Artikel 19 Voorronde</vet></al><al>Een voorronde kan bestaan uit 1 van de 5 onderstaande vergaderingen. Alle
                    vergaderingen hebben het doel om op de een of andere manier toekomstige
                    besluitvorming voor te bereiden. Het spreekrecht horende bij de verschillende
                    vergadervormen wordt in het betreffende artikel 20 over in- en meespreekrecht
                    uitgelegd. Hieronder wordt kort uiteengezet wat de verschillende bijeenkomsten
                    inhouden.</al><al/><al><vet>- voorbereidende</vet> vergadering: Hierin worden de voorstellen behandeld
                    die besluitvorming vragen in de raadsvergadering. De adviesvorming aan de raad
                    staat centraal: </al><al/><al>- Is het voorstel geschikt voor behandeling in de raad?</al><al>- Zo ja, als hamerstuk, bespreekstuk of als besluitpunt?</al><al/><al>In de voorbereidende vergaderingen wordt zowel een inhoudelijke als een
                    politieke discussie gevoerd. Voorstellen kunnen als bespreekpunt of ter
                    besluitvorming naar de raad worden geleid. In artikel 12a wordt dit onderscheid
                    uitgelegd.</al><al/><al><vet>- rondetafelgesprek</vet> (RTG en RTGC): Het delen van informatie, wensen
                    en opmerkingen staat centraal. Er vindt (nog) geen besluitvorming plaats over
                    het onderwerp, maar er bestaat wel de behoefte aan een gesprek met externen
                    zoals maatschappelijke instellingen, verenigingen etc. Een voordeel is dat de
                    voorbereidende vergaderingen niet belast worden met dergelijke onderwerpen en
                    het helder is dat daar alleen onderwerpen worden behandeld die besluitvorming
                    vragen van de raad. </al><al>In een RTG hebben de inwoners, verenigingen en organisaties een belangrijke rol.
                    Zij kunnen meespreken aan tafel in plaats van het toespreken van de leden. Het
                    biedt de leden daarnaast een goede mogelijkheid om te ontdekken wat er over een
                    onderwerp leeft in de gemeenschap. Een RTG is dus altijd gekoppeld aan een
                    onderwerp en op basis van dit onderwerp kunnen externen en op verzoek het
                    college aan tafel aanschuiven.</al><al>In een RTGC krijgt ook de consultatie/het overleg met het college een plek over
                    de door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                    bestuur over ‘raadsonderwerpen’. Er blijkt behoefte te zijn aan een dergelijke
                    inpassing in onze vergaderstructuur. Door dit in een RTGC in te passen is er
                    meer duidelijkheid over de verschillende rollen en belast het niet de
                    voorbereidende vergaderingen of de info-avonden. Net zoals een RTG met externe
                    partners gaat het om het verzamelen van informatie waarbij vragen worden gesteld
                    en opmerkingen worden gedeeld. In die zin is een RTG(C) een vrij gesprek waarbij
                    de leden informatie halen bij alle partners (intern dan wel extern) voor het
                    verdere politieke besluitvormingsproces. In tegenstelling tot een RTG hebben
                    inwoners, verenigingen en organisaties bij een RTGC geen rol en hebben zij geen
                    in- en meespreekrecht. </al><al/><al>- <vet>hoorzitting</vet>: De kracht van een hoorzitting zit in het aanhoren en
                    doorvragen van de deelnemers over een bepaald onderwerp/ agendapunt. In max. 5
                    minuten geven de insprekers hun standpunt weer en kunnen de leden aanvullende
                    vragen stellen. Het gaat niet alleen om een podium voor alle betrokkenen, maar
                    ook om het boven tafel halen van informatie uit de samenleving door middel van
                    het doorvragen door de leden van de insprekers. Er vindt echter geen discussie
                    plaats. Een hoorzitting wordt vooral gehouden bij grote of ingewikkelde
                    onderwerpen; een bepaald onderwerp heeft een grote politieke lading of er spelen
                    veel verschillende soorten belangen. In een hoorzitting is er (meer) de tijd om
                    van alle deelnemers, van inwoner tot deskundige, hun verhaal te horen.</al><al/><al>- <vet>technische uitlegsessie</vet>: Het doel is het vragen en geven van
                    technische informatie over specifieke onderwerpen. Te denken valt aan
                    onderwerpen zoals de begroting, de Wro, grondexploitaties. Het gaat om complexe
                    onderwerpen waar de leden veel mee te maken krijgen en behoefte is aan
                    uitgebreide informatie. Het kan zijn dat het college deze informatie geeft, maar
                    ook externen kunnen een dergelijke uitlegsessie verzorgen.</al><al/><al>- <vet>informatiebijeenkomst</vet>: Hierbij staat ook het geven en vragen van
                    informatie centraal, bijvoorbeeld door middel van een presentatie. Het gaat
                    echter niet om technische onderwerpen. Het initiatief voor een informatieavond
                    kan bij verschillende partners liggen. Het college bereidt bijvoorbeeld een
                    bestemmingsplan voor, de (nieuwe) WMO raad wil zich presenteren of de raad heeft
                    een onderwerp waar ze over bijgepraat wil worden. Dit kan allemaal plaatsvinden
                    tijdens een informatiebijeenkomst. Deze bijeenkomsten zijn in principe openbaar. </al><al/><al>Doordat er verschillende soorten bijeenkomsten plaats kunnen vinden, staat ook
                    op de agenda aangegeven welke bijeenkomst er plaatsvindt (tweede lid). </al><al>Het derde lid benadrukt dat de raads- en burgerleden over hun eigen agenda gaan
                    en dus ook op eigen initiatief een agenderingsverzoek kunnen doen. Om dit in
                    goed banen te leiden en het voldoende voorbereidingstijd te geven, dienen zij
                    dit bij voorkeur te doen middels een agendaverzoek waarbij zij de behandeling en
                    de inhoud van het te behandelen onderwerp nader toelichten. Dit agendaverzoek
                    loopt bij voorkeur via het presidium. Expliciet staat er bij voorkeur, omdat een
                    lid ook altijd bij het formeel vast stellen van de agenda kan voorstellen een
                    onderwerp toe te voegen (zie hiervoor ook het artikel 12a betreffende agenda). </al><al>Het vierde lid bepaalt dat bij elke bijeenkomst in de voorronde 1 lid per
                    fractie aan tafel zit. Dit is vooral gedaan om de informele sfeer aan tafel te
                    bevorderen. Daarnaast is het idee dat er meer externe partners aan tafels komen
                    te zitten en is het goed om het aantal leden aan tafel beperkt te houden. Ook
                    komt het de slagvaardigheid van de bijeenkomsten ten goede, wat door het gebruik
                    van de bloktijden een bijkomend voordeel is. </al><al/><al><vet>Artikel 20 In- en meespreekrecht</vet></al><al>Er zijn verschillende mogelijkheden voor burgers om in te spreken dan wel mee te
                    spreken bij de voorrondes van de politieke avond. </al><al>Het eerste lid regelt het spreekrecht in de voorbereidende vergaderingen en
                    informatieavond. Andere burgers kunnen gebruik maken van het spreekrecht. Dit
                    betekent dat de raads- en burgerleden vanuit hun functie geen spreekrecht
                    hebben. Zij kunnen namelijk op een andere manier hun punt maken door gebruik te
                    maken van hun rechten. Raads- en burgerleden kunnen uiteraard wel als burger
                    inspreker over persoonlijke aangelegenheden. Rechten die burgers niet kennen en
                    daarom geldt voor hun exclusief het recht van inspreken. Raads- en burgerleden
                    kunnen uiteraard wel als burger in- en meespreken over persoonlijke
                    aangelegenheden. Alleen degene die zich vooraf aanmelden bij de griffie kunnen
                    gebruik maken van spreekrecht. Door de ruime aanmeldingstermijn wordt de
                    uiterlijk termijn van aanmelden strikt nageleefd. </al><al>In principe geeft de voorzitter het woord op volgorde van aanmelding. De
                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde
                    van de vergadering. </al><al>In de voorbereidende vergadering en de informatieavond krijgt elke inspreker
                    maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig
                    over de insprekers als er in totaal, per vergadering, meer dan 3 insprekers
                    zijn. Een uitzondering hierop is de hamerstukkenvergadering waarbij per
                    onderwerp kan worden ingesproken. Dit heeft wel als risico dat de totale
                    hamerstukkenvergadering teveel spreektijd opeist. De voorrondevoorzitter zal
                    daarom - indien nodig - met een voorstel komen inzake beperking van de
                    spreektijd. </al><al>Er wordt gewerkt met bloktijden en na het spreekrecht moet een onderwerp ook nog
                    inhoudelijk behandeld worden door de leden waardoor het spreekrecht in tijd
                    wordt beperkt. Iedere inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord, ongeacht of
                    hij inspreekt op meerdere onderwerpen en/of namens meerdere personen. De
                    voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                    spreektijd.</al><al>Het tweede lid regelt het spreekrecht bij de hoorzitting. Ook hier geldt dat
                    raads- en burgerleden niet kunnen inspreken en de maximale aanmeldingstermijn
                    strikt wordt nageleefd. Elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. De
                    voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er in totaal
                    meer dan 12 insprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken
                    van de maximale lengte van de spreektijd. Door het gebruik van bloktijden, alle
                    insprekers de mogelijkheid moeten hebben om te kunnen inspreken en de leden ook
                    de tijd moeten hebben om door te kunnen vragen, wordt het inspreken in tijd
                    beperkt. Een voorronde, dus hoorzitting kan maximaal 1 ½ uur duren (van 19.30
                    tot 21.00). Bij een maximum van 12 insprekers, staat er maximaal een uur voor de
                    insprekers en nog een ½ uur voor het doorvragen en afconcluderen van de
                    vergadering. </al><al>Na de mondelinge toelichting door de inspreker kunnen de raads- en burgerleden
                    aanvullende vragen stellen. Er vindt geen discussie plaats. Omdat dit doorvragen
                    een andere belangrijk onderdeel is van een hoorzitting, staat hier minimaal een
                    ½ uur voor.</al><al>Het derde lid regelt het meespreekrecht bij de rondetafelgesprekken (RTG). Ook
                    hier kunnen in het kader van het meespreekrecht alleen andere aanwezige burgers
                    aan tafel en wordt de uiterlijke aanmeldingstermijn strikt nageleefd. In een RTG
                    staat het meespreken i.p.v. het toespreken centraal. Externe partners zoals
                    maatschappelijke instellingen/ deskundigen schuiven aan tafel om hun informatie,
                    wensen en opmerkingen te delen met de leden over een bepaald agendapunt. Er is
                    behoefte aan gesprek. Het is een goede mogelijkheid voor de leden om te peilen
                    wat er leeft en welke deskundigheid er is binnen de samenleving over een bepaald
                    onderwerp. Informatie die van belang kan zijn bij besluitvorming in de toekomst. </al><al/><al>In een RTG(C) vindt dus geen onderling debat plaats, er worden geen concrete
                    standpunten ingenomen en van (de voorbereiding van) besluitvorming is (nog) geen
                    sprake.</al><al>Voor de ‘meespreker’ aan een RTG gelden dezelfde spelregels in verband met de
                    orde van de vergaderingen, zoals geregeld in dit reglement, die ook gelden voor
                    de andere deelnemers aan de vergadering. </al><al/><al>De technische uitlegsessie, het RTGC en de raadsvergadering kennen geen in- of
                    meespreekrecht.</al><al/><al>Voor alle vormen van inspreken/meespreken gelden een aantal regels waarover niet
                    het woord gevoerd kan worden over, zoals weergegeven in het vijfde lid. Als een
                    besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger
                    belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger
                    beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van
                    burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of
                    aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan niet in de
                    uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen
                    uitlatingen doen. Burgers kunnen zich ook niet uitlaten over gedragingen,
                    waarover zij op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht een
                    klacht kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het spreekrecht. Burgers kunnen
                    ook niet inspreken op de reguliere agendapunten zoals de agendapunten:
                    vaststelling agenda, spreekrecht publieke tribune en de ingekomen stukken.</al><al> Het raadspreekuur is specifiek voor de onderwerpen die niet op de politieke
                    agenda staan.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Advies voorronde</vet></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is</al><al>behandeld, tenzij de leden anders beslissen. De voorronden nemen geen
                    beslissingen, maar bereiden toekomstige besluitvorming voor en overlegt met het
                    college en eventuele andere externe partijen. De inhoud van het advies kan heel
                    verschillend zijn. </al><al>In het vierde lid wordt aangegeven dat nooit besluitvorming kan plaatsvinden in
                    de raad over onderwerpen die diezelfde politieke avond in een voorronde
                    (voorbereidende vergadering) zijn behandeld.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Geluidopnames raadspreekuur en voorronde(n)</vet></al><al>Van de voorronden worden geen advieslijsten gemaakt, maar griffieaantekeningen.
                    De griffieaantekening is slechts bedoeld voor intern gebruik binnen de griffie
                    en wordt niet aan derden ter beschikking gesteld. </al><al>Voor de griffieaantekening wordt gebruikgemaakt van een standaard format. Hierin
                    wordt aangegeven wat het advies is over vervolgbehandeling van het onderwerp. </al><al>Door de griffieaantekening is het duidelijk wat de afspraken zijn inclusief
                    actiepunten, wie eventueel actie moet ondernemen, hoe het onderwerp wordt
                    behandeld en wanneer het eventueel weer aan de orde komt.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 8 Nadere invulling voorbereidende vergadering, RTG en
                        raadsvergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 23 Opening voorbereidende vergadering en quorum</vet></al><al>Als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is kan
                    worden vergaderd. Dit geldt echter alleen voor de voorbereidende vergadering.
                    Hierin wordt besluitvorming in de raad voorbereid en bij minder dan de helft
                    aanwezige leden staat een gedragen adviesvorming over de besluitvorming in de
                    raad onder druk. Dit geldt niet voor de andere bijeenkomsten in de voorronde.
                    Het is zeker niet goed voor de beeldvorming, maar externen zijn uitgenodigd en
                    het voorziet niet in de service om genodigden een volgende keer terug te laten
                    komen omdat niet voldoende leden aanwezig zijn. </al><al>Het quorum wordt dus niet elke vergadering formeel met een presentielijst
                    vastgesteld. Alleen als het quorum niet aanwezig is, wordt dit formeel
                    vastgesteld door het benoemen van de aanwezige leden (zie het tweede lid). Voor
                    alle leden en andere aanwezigen is het hierdoor duidelijk dat het quorum niet
                    wordt gehaald en het staat ook op de geluidsopname.</al><al>Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en
                    tijdstip, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien
                    er enkele dagen tussen de twee</al><al>vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van
                    tevoren</al><al>een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de
                    voorzitter overlegt</al><al>met de leden over de datum van een nieuwe vergadering en zal dit in het algemeen
                    de volgende politieke avond zijn.</al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering als het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van raads- en burgerleden de
                    voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 24 Opening raadsvergadering; quorum en bezinning</vet></al><al>In de raadsvergadering dient het quorum formeel vast gesteld te worden. Het
                    quorum is het door de wet vastgestelde aantal leden dat aanwezig moet zijn om
                    een vergadering door te kunnen laten gaan. Als er minder leden aanwezig zijn is
                    de besluitvorming in principe ongeldig. Dit betekent dat de vergadering kan
                    beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet
                    voorziet in een procedure voor een tweede vergadering als het quorum niet is
                    gehaald.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Aantal spreektermijnen </vet></al><al>Indien de leden van mening zijn, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging
                    nodig is, kunnen zij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt
                    dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de leden in de eerste en tweede termijn.</al><al>De term commissie in het derde lid duidt in eerste instantie op de
                    auditcommissie, een projectcommissie en de rekenkamercommissie. Daarnaast kent
                    de raad ook diverse werkgroepen waarvan verwacht mag worden dat deze ook onder
                    deze term vallen.</al><al/><al><vet>Artikel 26 Spreektijd </vet></al><al>De bedoeling van het artikel strekt ertoe te benadrukken dat de leden ook uit
                    eigen initiatief regels kunnen stellen over de spreektijd van de leden. De
                    voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van
                    zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering wel wijzigingen
                    voorstellen in de omvang van de spreektijd. Ook het presidium kan in de door hem
                    opgestelde voorlopige agenda spreektijden voorstellen, bijvoorbeeld bij de
                    behandeling van de kadernota en de begrotingsbehandeling. </al><al/><al><vet>Artikel 27 Beraadslaging </vet></al><al>De leden krijgen het recht toegekend om voor te stellen een voorstel gesplitst
                    te behandelen. Dit brengt tot uitdrukking dat de leden hun eigen werkwijze
                    bepalen. Het recht is aan ieder individueel lid toegekend.</al><al>Tevens wordt in dit artikel geregeld dat er geschorst kan worden voor onderling
                    overleg. Zo kan er een goede afstemming binnen het college, maar ook binnen een
                    en/of meerdere fracties plaatsvinden.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming of adviesvorming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde
                    termijn toegevoegd (zie artikel 25).</al><al/><al><vet>Artikel 28 Deelname beraadslaging door anderen</vet></al><al>In dit artikel wordt uitdrukkelijk geregeld dat ook bijvoorbeeld burgers aan de
                    beraadslaging zouden kunnen deelnemen als de leden daartoe beslissen.</al><al>In het tweede lid wordt het begrip ‘beslissing’ gebruikt. Het gaat hier niet om
                    het besluitbegrip in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 9 Orde politieke avond</vet></al><al/><al><vet>Artikel 29 Voorstellen van orde</vet></al><al>De voorzitter legt aan de leden ter beslissing voor of er inderdaad sprake is
                    van een voorstel van orde. Voorbeelden van voorstellen van orde zijn:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het wijzigen van de volgorde van de werkzaamheden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het tegelijk behandelen van bepaalde onderwerpen en
                                        voorstellen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het uitstellen van de behandeling van een agendapunt tot een
                                        volgende vergadering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het uitstellen van de beslissing over een onderwerp of
                                        voorstel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>het schorsen van de vergadering.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de
                    leden. Bij het staken van de stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel
                    32, vierde lid van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel
                    van orde heeft betrekking op het verloop van de vergadering. </al><al/><al><vet>Artikel 30 Handhaving orde; schorsing</vet></al><al>Het eerste lid verzekert dat leden vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn
                    interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan
                    interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslaging niet bepaalt
                    dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    betreffende voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het
                    aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de
                    vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de
                    vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf
                    ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft
                    volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste
                    drie</al><al>maanden worden ontzegd. Het vierde lid en vijfde lid sluiten aan bij artikel 26
                    van de</al><al>Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. Door
                    dit artikel zo op te nemen in het reglement geldt het voor de gehele politieke
                    avond. </al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring;</al><al>deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft
                    de</al><al>handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 31 van
                    dit</al><al>reglement.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 10 Toehoorders en pers tijdens de politieke avond</vet></al><al/><al><vet>Artikel 31 Toehoorders en pers </vet></al><al>De hier aangegeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26,
                    eerste en tweede lid van de Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter
                    van de raad om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken.</al><al/><al><vet>Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 11 Specifieke bepalingen raadsvergadering</vet></al><al/><al><vet>Paragraaf 1 Zitplaatsen, besluitenlijst en spreekregels</vet></al><al/><al><vet>Artikel 33 Zitplaatsen </vet></al><al>Bij het aantreden van een nieuwe raad is een indeling van zitplaatsen van
                    fracties in de raadszaal direct nodig. Op dat moment is er nog geen nieuw
                    presidium benoemd en kan de raadsvoorzitter dit uiteraard niet met het presidium
                    overleggen. Vandaar dat gesproken wordt van “waar mogelijk”.</al><al/><al><vet>Artikel 34 Besluitenlijst raad</vet></al><al>De ontwerp-besluitenlijst wordt uiterlijk 7 werkdagen voor de eerstvolgende
                    raadsvergadering op <extref doc="file:////tmp/tomcat7-tomcat7-tmp/www.raadoverbetuwe.nl"><onderstreept>www.raadoverbetuwe.nl</onderstreept></extref> geplaatst.
                    Omdat wethouders, de burgemeester, de raadsgriffier en de secretaris ook het
                    woord kunnen voeren in de vergadering, kunnen zij in dat geval tevens een
                    voorstel tot verandering van de notulen aan de raad doen. Een wijziging moet
                    voor 12.00 uur op de werkdag voor de betreffende raadsvergadering schriftelijk
                    zijn ingediend. Mocht deze maandag géén werkdag zijn, dan verschuift deze
                    deadline naar de laatste werkdag daarvoor (bijv. vrijdag vóór 12.00 uur). </al><al>De raadsgriffier verleent de ambtelijke ondersteuning aan de raad. Daarom is in
                    dit artikel de raadsgriffier aangewezen om voorstellen tot wijzigingen van de
                    besluitenlijst in ontvangst te nemen, de besluitenlijst op te stellen en de
                    besluitenlijst, samen met de voorzitter, te ondertekenen. </al><al>De besluitenlijst bevat in ieder geval het besluit dat is genomen, wie voor en
                    tegen het besluit was en wat de argumenten van de tegenstemmers waren om tegen
                    te stemmen. Het heeft geen zin om de argumenten van de voorstemmers te noteren,
                    omdat die in het geval van een voorstel van het college, meestal overeen komen
                    met de argumenten van het college. Alleen in zwaarwegende gevallen kan de
                    raadsgriffier op verzoek van een raadslid de (afwijkende) argumenten van een
                    voorstemmer laten opnemen in de besluitenlijst.</al><al>De geluidsopname van de raadsvergadering wordt zo spoedig mogelijk via de
                    website beschikbaar gesteld. </al><al/><al><vet>Artikel 35 Ingekomen stukken; mededelingen</vet></al><al>Over de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen
                    gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijv. ter kennisname,
                    afwijzen, doorsturen naar een voorronde / het college, etc. Inhoudelijke
                    discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer
                    een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit
                    op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De schriftelijke mededelingen
                    van het college aan de raad komen in principe ook bij de raad binnen. De
                    mededelingen zijn dan ook een ingekomen stuk. De raad stelt op voorstel van het
                    presidium de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.</al><al/><al><vet>Artikel 36 Spreekregels raad</vet></al><al>De regels geven duidelijker structuur aan het debat. In principe is het de
                    bedoeling dat namens een fractie slechts één persoon spreekt vanaf de
                    spreekplaats. Uiteraard kunnen meer leden van de fractie gebruik maken van de
                    interruptiemicrofoons. De in het derde lid genoemde bevoegdheid van de
                    voorzitter is vooral bedoeld om te voorkomen dat sprekers door de veelheid aan
                    interrupties niet meer aan hun betoog toe komen, of dat ze niet meer in staat
                    zijn het op gestructureerde wijze af te handelen. Van de raadsleden zelf wordt
                    verwacht dat zij wel gebruik maken van de interrupties, om zodoende het debat te
                    verlevendigen en te concentreren op de belangrijke punten, maar dat zij daarbij
                    wel fatsoenlijk met elkaar blijven omgaan. </al><al>Het zesde lid vormt een uitzondering op de algemene regel dat een lid slechts
                    het woord voert na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te
                    hebben. Deze volgorde kan gewijzigd worden indien een lid een voorstel van orde
                    doet. </al><al/><al><vet>Paragraaf 2 Algemene bepalingen over stemming in de raad</vet></al><al/><al><vet>Artikel 37 Primus bij hoofdelijke stemming in de
                    raadsvergadering</vet></al><al>Om te voorkomen dat altijd dezelfde persoon moet beginnen bij de stemming is er
                    gekozen voor deze manier om de ‘primus’ aan te wijzen.</al><al/><al><vet>Artikel 38 Beslissing raad</vet></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert
                    daarna de te nemen eindbeslissing. Als geen stemming wordt gevraagd, is het
                    voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 39 Stemverklaring raad</vet></al><al>Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat alle leden in een stemverklaring
                    aangeven wat zij in de beraadslaging ook al naar voren hebben gebracht.
                    Daarnaast mogen zij niet het karakter hebben van een derde termijn. De
                    stemverklaring is vooral bedoeld om nog enkele korte argumenten naar voren te
                    brengen die niet of onvoldoende aan de orde zijn geweest, of om uitleg te geven
                    waarom een lid anders zal stemmen dan de rest van zijn of haar fractie. De
                    stemverklaringen worden gegeven voor de hoofdelijke oproep van de leden dat de
                    stemming begint. </al><al/><al><vet>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen in de raad</vet></al><al/><al><vet>Artikel 40 Algemene bepalingen over stemming</vet></al><al>Als een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming
                    plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel
                    32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het
                    voorstel geacht te zijn aangenomen. In de praktijk zal het stemmen meestal
                    gebeuren doordat de voorzitter vraagt om bij hand opsteken aan te geven wie voor
                    – en vervolgens wie tegen – een voorstel is.</al><al>Let op: ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is (en niet door artikel
                    28 van de Gemeentewet van deelname aan stemming is uitgesloten), is verplicht om
                    een stem vóór, of een stem tegen, uit te brengen. Echter, iedereen moet
                    meestemmen bij de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden. </al><al>De beslissing over stemonthouding is voorbehouden aan het individuele raadslid.
                    De raad en de raadsvoorzitter kunnen hierover niet een besluit nemen. Zij kunnen
                    alleen een waarschuwing afgeven dat het te nemen besluit wel eens aanvechtbaar
                    zou kunnen zijn in o.a. een bezwaarschriftenprocedure of bij de bestuursrechter.
                    Het is de verantwoordelijkheid van het individuele raadslid. Indien een raadslid
                    wel heeft meegestemd, maar dat niet had mogen doen, is het raadsbesluit nog niet
                    ongeldig. Het zich onthouden van stemmen is een uitzondering op de regel; een
                    raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de
                    Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht om stelling in te
                    nemen en te stemmen. </al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te
                    zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het
                    besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken,
                    wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 41 Stemming over amendementen en moties</vet></al><al>Dit artikel regelt de volgorde van stemming bij moties, amendementen etc. Een
                    amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorliggende
                    voorstel. Een motie strekt niet tot de wijziging van een voorliggend besluit;
                    over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het
                    aanhangige voorstel is afgerond. </al><al/><al><vet>Artikel 42 Stemming over personen</vet></al><al>De stemming gebeurt door middel van behoorlijk ingevulde stembriefjes. Een
                    blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk stembriefje. Een
                    blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het
                    quorum. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden
                    verstaan, is niet in de wet geregeld. De raad oordeelt of een stembriefje
                    behoorlijk is ingevuld en heeft bij twijfel het laatste woord. </al><al>Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon aan in een bepaald ambt.
                    Op het stembiljet wordt de naam van de te benoemen persoon of personen met
                    daarachter de opties ‘voor’ of ‘tegen’ vermeld. Onder voordracht wordt verstaan
                    het als kandidaat voorstellen van een persoon voor een bepaald ambt. Een
                    voordracht is voor de raad bindend, op stembiljetten dienen de namen van de
                    voorgedragen persoon of personen te worden vermeld met daarachter de opties
                    ‘voor’ of ‘tegen’. Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen
                    voor een bepaald ambt voor te dragen, de raad mag van de aanbeveling afwijken.
                    Het betreft hier een vrije stemming (zie ook toelichting bij artikel 9). Op de
                    stembiljetten kunnen de namen van de aanbevolen personen worden vermeld met de
                    opties ‘voor’ of ‘tegen’ en een eventuele vrije ruimte voor een kandidaat naar
                    eigen keuze.</al><al>De raadsgriffier verleent de ambtelijke ondersteuning aan de raad en is daarom
                    belast met de vernietiging van de stembriefjes (zevende lid).</al><al/><al><vet>Artikel 43 Herstemming over personen</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 44 Beslissing door het lot</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 12 Rechten van raadsleden</vet></al><al/><al><vet>Artikel 45 Amendementen</vet></al><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit
                    artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in
                    het tweede tot en met het vierde lid. Op basis van artikel 147b van de
                    Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen.</al><al>Voor een effectief gebruik van dit instrument is het wenselijk dat ook het
                    individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft
                    (geen drempelsteun). Een raadslid heeft geen steun nodig van andere raadsleden
                    voor het indienen van een amendement. Het is een recht voor elk individueel
                    raadslid. Door het recht van amendement kan de regelgevende taak van de raad
                    reëel inhoud krijgen en mede ten dienste staan van de inkadering en de controle
                    door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat
                    gesteld actief deel te nemen aan de effectuering van de controlerende,
                    vertegenwoordigende en budgettaire functie van de raad.</al><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college
                    of op initiatiefvoorstellen indienen; de zgn. amendementen. Er kunnen geen
                    amendementen worden ingediend op een motie. </al><al>Volgorde van stemming is: eerst de (sub)amendementen en dan het betreffende
                    voorstel. Als de stemming over een amendement staakt, mag niet opnieuw over het
                    voorstel gestemd worden. Het voorstel wordt aangehouden en in de volgende
                    raadsvergadering wordt opnieuw gestemd over het amendement waarover de stemmen
                    staken.</al><al/><al><vet>Artikel 46 Moties</vet></al><al>In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie
                    gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan
                    om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard),
                    het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of
                    om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat
                    op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke
                    betekenis. Daarom is het college formeel niet aan een motie gebonden of tot
                    uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door
                    het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit
                    kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de
                    besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een motie
                    een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een
                    aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen,
                    maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie
                    betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda
                    opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats.</al><al>Ook hiervoor geldt dat individuele raadsleden zonder belemmeringen gebruik
                    kunnen maken van dit instrument. Raadsleden kunnen zonder drempelsteun een motie
                    indienen.</al><al>In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt: motie van wantrouwen
                    waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het
                    is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan
                    te blijven. </al><al/><al><vet>Artikel 47 Initiatiefvoorstel</vet></al><al>Artikel 147a, eerste lid van de Gemeentewet geeft een raadslid het recht een
                    voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad
                    in te dienen. Ook hiervoor geldt dat er geen drempelsteun nodig is. Artikel
                    147a, derde lid van de Gemeentewet bepaalt in tegenstelling tot artikel 147a,
                    tweede lid van de Gemeentewet, dat voor andere initiatiefvoorstellen dan een
                    verordening geen verplichte behandeling voorgeschreven is. Dit betekent dat de
                    raad (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in behandeling nemen van een
                    ander initiatiefvoorstel.</al><al>Wil een initiatiefvoorstel in behandeling kunnen worden genomen dan moet het
                    schriftelijk worden ingediend bij de raadsgriffier. Bij voorkeur wordt het
                    voorstel eerst behandeld in het raadspresidium. Het raadspresidium kan dan na
                    overleg met de initiatiefnemer de datum van behandeling bepalen. Het
                    raadspresidium beslist dan ook over de agendering van het voorstel. Op deze
                    wijze is een zorgvuldige behandeling het best verzekerd. Er blijft evenwel een
                    mogelijkheid om initiatiefvoorstellen direct in de raad te brengen. Deze methode
                    heeft echter vanwege de beperkte voorbereidingsmogelijkheden geen voorkeur.
                    Verder geldt dat alle voorstellen moeten passen in het format voor de
                    raadsvoorstellen.</al><al>Het tweede lid handelt over een initiatiefvoorstel in spoedeisende gevallen. Of
                    er sprake is van een spoedeisend geval is ter beoordeling aan de voorzitter en
                    de raadsgriffier. Het voorstel moet ook in dit geval worden ingediend bij de
                    raadsgriffier. De voorzitter plaatst het voorstel, na overleg met de
                    raadsgriffier, op de agenda van de betreffende vergadering, als het voorstel
                    tenminste twee werkdagen voor de aanvang van die vergadering is ingediend.
                    Anders niet. Dit laat overigens de mogelijkheid onverlet voor het individuele
                    raadslid om op grond van artikel 12, derde lid van dit reglement het
                    initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Bij het vaststellen van de
                    agenda wordt het voorstel in stemming gebracht. Hierbij moet wel opgemerkt
                    worden dat het bij een initiatiefvoorstel gaat om een raadsbesluit. Een
                    raadsbesluit heeft een belangrijke juridische betekenis waarvoor een goede
                    voorbereiding het uitgangspunt moet zijn. Daarom de spoedeisende procedure in
                    het tweede lid van dit reglement, zodat het voorstel in ieder geval nog
                    verspreid kan worden en er een beperkte mogelijkheid bestaat voor voorbereiding.
                    Op grond van artikel 12, derde lid van dit reglement kan de raad ook nog ter
                    vergadering zelf onderwerpen aan de agenda toevoegen. Dit moet vooral gezien
                    worden in het licht van onderwerpen waarover extra informatie wordt gevraagd,
                    onderwerpen die acuut in de politieke belangstelling staan en waarvan de raad
                    het belangrijk vindt om deze te bespreken. Dit heeft een ander accent dan het
                    nemen van een raadsbesluit, zoals met een initiatiefvoorstel gebeurt. </al><al>Als de raad andere voorwaarden voor het indienen van een initiatiefvoorstel,
                    niet zijnde een verordening, wenselijk acht, kunnen deze op basis van het vierde
                    lid worden vastgesteld. Hierbij kan gedacht worden aan strijd met het algemeen
                    belang, het belang van de gemeente of het gemeentelijk beleid. De raad bepaalt
                    of een voorstel in strijd is met de wet, het algemeen belang, het belang van de
                    gemeente of het gemeentelijk beleid.</al><al/><al><vet>Artikel 48 Collegevoorstel</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de
                    enige die een voorstel kan agenderen, dat het college heeft voorbereid. Als het
                    college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het
                    door hen voorbereide voorstel kan intrekken als het college van oordeel is dat
                    verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier
                    toestemming voor geven.</al><al>Als de raad van oordeel is dat een voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de
                    raad het voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het
                    college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel
                    nader te onderbouwen. De raad bepaalt echter of, en wanneer het voorstel, dat
                    door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit
                    in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan het
                    raadspresidium overlaten.</al><al/><al><vet>Artikel 49 Interpellatie</vet></al><al>Op grond van artikel 155, eerste lid van de Gemeentewet komt aan individuele
                    leden het recht toe mondelinge vragen te stellen aan het college of de
                    burgemeester. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge
                    vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een
                    vergadering over een niet-geagendeerde onderwerp inlichtingen aan het college of
                    de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig. In
                    principe is gekozen voor een ondersteuning door de raad bij gewone meerderheid.
                    Maar bij wijze van ‘gentlemen’s agreement’ is het gebruikelijk dat de raad een
                    interpellatieverzoek van een lid of fractie alleen om zwaarwegende redenen
                    afwijst. Zo kunnen ook de kleinere fracties in staat worden gesteld om hun punt
                    te maken. Voorwaarde is dan wel dat leden en fracties niet al te lichtvaardig
                    naar dit instrument grijpen.</al><al>De wethouders zijn geen lid van de raad. Toch is het van belang dat zij bij een
                    instrument als de interpellatie ook op de hoogte worden gesteld van de inhoud
                    van het verzoek. Door de toevoeging in het tweede lid wordt hiervoor
                    gezorgd.</al><al/><al><vet>Artikel 50 Schriftelijke vragen</vet></al><al>Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het
                    college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. Het karakter
                    van deze vragen is primair van informatieve strekking. </al><al>De verantwoordelijke wethouder of de burgemeester dient de vragensteller
                    gemotiveerd in kennis te stellen, als de beantwoording niet binnen de gestelde
                    termijn kan plaatsvinden.</al><al>In de voorgestelde procedure, neergelegd in het zesde lid, wordt de
                    vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te
                    vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. </al><al/><al><vet>Artikel 51 Vragenuur</vet></al><al>Deze bepaling vormt een invulling op het voorgestelde artikel 155, eerste lid
                    van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Bewust is gekozen voor
                    een algemene regeling van het vragenuur. Omdat het de herkenbaarheid van de
                    controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte
                    gelegenheid gecreëerd worden. In het vragenuur krijgt de raad de mogelijkheid
                    over vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college aan de tand te
                    voelen. Het vragenuur wordt standaard in de raadsvergadering gehouden.</al><al>Het karakter van het vragenuur verschilt dan ook van het recht van
                    interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder
                    politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen
                    over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde
                    onderwerpen aan de orde komt. Raadsleden vragen daarmee leden van het college
                    zich te verantwoorden voor het door hen gevoerde bestuur. </al><al>In het tweede lid is een aanmeldingstermijn voor vragen opgenomen vanwege het
                    feit dat wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te kunnen geven op de
                    vragen van raadsleden. De uiterlijke aanmeldingstermijn is vóór 12.00 uur op de
                    werkdag voor de betreffende raadsvergadering. Mocht deze maandag géén werkdag
                    zijn, dan verschuift deze deadline naar de laatste werkdag daarvoor
                    (bijvoorbeeld vrijdag vóór 12.00 uur).</al><al/><al><vet>Artikel 52 Inlichtingen</vet></al><al>In dit artikel wordt de procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht
                    die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. Een
                    uitzondering daarbij wordt gemaakt voor gevallen waarin het verschaffen van de
                    inlichtingen in strijd is met het openbaar belang. </al><al>In principe kunnen de genoemde inlichtingen ook worden gevraagd door middel van
                    mondelinge of schriftelijke vragen, maar in voorkomende gevallen kan de raad ook
                    wensen dat er een debat over de gevraagde inlichtingen plaats vindt. Dit artikel
                    beoogt dat te regelen.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 13 Besloten vergadering tijdens de politieke avond</vet></al><al/><al><vet>Artikel 53 Algemeen</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                    toepassing zijn op een vergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder
                    meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig versturen van stukken.
                    De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het
                    toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de
                    vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor
                    openbaar gebruik gemaakt kunnen worden, vervalt het spreekrecht en de
                    mogelijkheid om als toehoorder op de tribune aanwezig te zijn. </al><al>De door de raad benoemde burgerleden, kunnen een besloten voorronde als lid
                    bijwonen. Zij tekenen hiervoor een geheimhoudingsverklaring (zie ook artikel 3,
                    vierde lid van dit reglement). In de besloten raadsvergadering kunnen zij als
                    toehoorder aanwezig zijn. </al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het
                    sluiten van de deuren’, de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering
                    wordt.</al><al/><al><vet>Artikel 54 Geheimhouding voorronde en raadsvergadering</vet></al><al>Dat wat besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 25 en artikel 86 van de Gemeentewet nodig. </al><al>Alle stukken die vertrouwelijk of geheim zijn zullen op blauw papier worden
                    verspreid. Dit betekent dat de leden aan de kleur van het papier al kan afleiden
                    of een stuk geheim dan wel vertrouwelijk is of niet.</al><al/><al><vet>Artikel 55 Opheffen geheimhouding in voorronde en
                    raadsvergadering</vet></al><al>In het eerste lid is een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt
                    gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Als de raad voornemens is de
                    geheimhouding op te heffen en er wordt door het orgaan dat geheimhouding heeft
                    opgelegd om verzocht dan wordt in een besloten vergadering met het
                    desbetreffende orgaan (o.a. het college en de leden van een voorronde) overleg
                    gevoerd. </al><al>In de aangehaalde artikelen uit de Gemeentewet wordt aan de raad de mogelijkheid
                    geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan
                    hem behoeven te zijn overlegd. Het kan dus gaan om de situatie dat het college
                    geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die het college aan de
                    voorronde heeft overgelegd. De leden van de voorronde kunnen de raad verzoeken
                    de geheimhouding op te heffen (als het college daar niet toe bereid is) en de
                    raad neemt het uiteindelijke besluit hierover. De leden van een voorronde kunnen
                    namelijk alleen geheimhouding opheffen van stukken waar zij die zelf opgelegd
                    hebben. Om verwarring te voorkomen is dit expliciet opgenomen in het tweede lid.
                    Voor de rest geldt dat alleen de raad tot opheffing van geheimhouding kan
                    besluiten, maar er is wel een overlegverplichting opgenomen in artikel 1.</al><al>Overigens kunnen de leden van een voorronde geheimhouding opleggen aan de raad
                    of het college ten aanzien van stukken die zij aan de raad of het college
                    overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede lid van de Gemeentewet).
                    Dit kan alleen op basis van een specifiek belang zoals in de Gemeentewet is
                    weergegeven. </al><al>De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken
                    vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die
                    volgens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                    leden is bezocht, wordt bekrachtigd. Als de raad niet van plan is de opgelegde
                    geheimhouding te bekrachtigen, kan het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                    in een besloten vergadering met de raad overleg voeren. Deze besloten
                    vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de raad de geheimhouding wil
                    opheffen.</al><al/><al><vet>Artikel 56 Geluidsopnames en besluitenlijst </vet></al><al>Van een besloten voorronde wordt geen besluitenlijst opgesteld, maar wordt
                    dezelfde lijn gevolgd als bij de openbare vergaderingen. Dit betekent dat er
                    alleen geluidsopnames worden gemaakt. Daarnaast wordt er volgens een standaard
                    format een griffieaantekening opgesteld.</al><al>Van de raadsvergadering worden geluidsopnames én een besluitenlijst opgesteld. </al><al>In het derde en vierde lid wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid
                    van de Gemeentewet. In overeenstemming met artikel 34 is de raadsgriffier
                    verantwoordelijk voor de besluitenlijst van de raadsvergadering. Dit geldt ook
                    voor de besluitenlijst van een besloten raadsvergadering.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 14 Begroting en rekening</vet></al><al/><al><vet>Artikel 57 Procedure begroting</vet></al><al>Dit artikel geeft aan dat de raad in principe ieder jaar een andere procedure
                    kan voorstellen om de begroting voor te bereiden c.q. te behandelen. Er is dus
                    geen vaste procedure voor. Het kan zijn dat er voor gekozen wordt om eerst een
                    hoorzitting of RTG te houden alvorens de stukken in een voorbereidende
                    vergadering of de raad te behandelen.</al><al/><al><vet>Artikel 58 Procedure jaarrekening</vet></al><al>Dit artikel geeft aan dat de raad in principe ieder jaar een andere procedure
                    kan voorstellen om de jaarrekening voor te bereiden c.q. te behandelen. Er is
                    dus geen vaste procedure voor. Het kan zijn dat er voor gekozen wordt om eerst
                    een hoorzitting of RTG te houden alvorens de stukken in een voorbereidende
                    vergadering of de raad te behandelen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 15 Lidmaatschap van andere organisaties</vet></al><al/><al><vet>Artikel 59 Verslag en verantwoording</vet></al><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of
                    de secretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke
                    regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als
                    vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in
                    het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij
                    verantwoording verschuldigd aan de raad die hen heeft aangewezen. Ook de
                    gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de
                    informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge
                    verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen). En wordt
                    aangegeven dat bespreking in een voorronde kan plaatsvinden.</al><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen
                    aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 50.</al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                    aansluit bij de regels voor inlichtingen (artikel 52).</al><al>Het vierde lid voorziet erin dat het artikel ook van toepassing is op andere
                    organisatie, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd; zoals
                    privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 16 Slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 60 Uitleg reglement</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 61 Intrekking oude reglement</vet></al><al>Hiermee wordt het Reglement van Orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014,
                    zoals vastgesteld op 27 maart 2014, ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 62 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel bepaalt op welke datum het reglement in werking treedt.</al><al/><al><vet>Artikel 63 Citeertitel </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al>Bijlage 1</al><al/><al/><al><vet>Politieke afspraak (als oplossing voor het eventuele disbalans-probleem)
                    </vet></al><al/><al>Het werken met gewogen stemmen in voorronden is in strijd met de Gemeentewet én
                    is in strijd met de hoofdregel in het Nederlands staatrecht ‘one man, one vote’.
                    Bij de voorronden geldt hetzelfde als in de raad: elk lid heeft één stem. In een
                    voorronde mag dus niet worden omgerekend naar raadszetels om bijvoorbeeld te
                    beoordelen of een voorstel in de voorronde gesteund wordt in de raad. Alleen in
                    de raad kunnen besluiten worden genomen en wordt duidelijk hoe de
                    stemverhoudingen echt liggen. </al><al/><al>Om te voorkomen dat in een voorronde een disbalans optreedt ten opzichte van de
                    te verwachten stemverhoudingen in de raad wordt voorgesteld de politieke
                    afspraak van toepassing te verklaren, inhoudende: </al><al/><al>‘De partijen in de voorronde stemmen in dat het vervolgproces x (2) wordt,
                    waarbij x het voorstel is dat recht doet aan de te verwachten stemverhoudingen
                    in de raad’. </al><al>De afspraak hierbij is dat alle partijen in de voorronde unaniem met x
                    instemmen. </al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>x kan zijn 1. terugsturen naar college/presidium/fractie, 2.
                                        aanhouden of 3. doorsturen naar de raad als bespreekpunt
                                        (als er moties of amendementen komen) of besluitstuk (een
                                        enkele fractie zal tegen stemmen).</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>Uitwerking politieke afspraak </vet></al><al/><al>Standaard vraag voorzitter bij voorbereidende vergadering is: </al><al>’Kan het stuk worden doorgeleid naar de raad?’</al><al/><al>Iedere partij meldt haar standpunt (terug naar college/presidium/fractie,
                    aanhouden of doorgeleiden naar de raad als
                    bespreekstuk/besluitstuk/hamerstuk).</al><al/><al>Is de uitkomst duidelijk (dus zonder risico disbalans) dan concludeert de
                    voorzitter het definitieve advies over het vervolgproces (terug naar
                    college/presidium/fractie, aanhouden of doorgeleiden naar de raad als
                    bespreekstuk/ besluitstuk/hamerstuk).</al><al/><al>Disbalans kan zich voordoen in de volgende situaties: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>als één of meer partijen aangeven het voorstel terug te
                                        willen sturen naar het college/presidium/fractie; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>als één of meer partijen aangeven het voorstel te willen
                                        aanhouden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Wat is dan de procedure? </al><al>De voorzitter somt in voornoemde situaties de partijstandpunten op, noteert ze
                    en bekijkt samen met de voorrondegriffier of er een eventuele disbalans optreedt
                    ten opzichte van de te verwachten stemverhoudingen in de raad. </al><al>Conclusie: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>géén disbalans: de voorzitter concludeert het definitieve
                                        advies over het vervolgproces (terug naar
                                        college/presidium/fractie, aanhouden of doorgeleiden naar de
                                        raad als bespreekstuk/ besluitstuk/hamerstuk).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>wél disbalans: de voorzitter stelt aan de voorrondegroep de
                                        ‘politieke afspraak vraag’: kunt u instemmen dat het
                                        vervolgproces x wordt? (waarbij x het voorstel is dat recht
                                        doet aan de te verwachten stemverhoudingen in de raad). De
                                        afspraak in dit akkoord is dat alle partijen in de voorronde
                                        unaniem met x instemmen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i246792.pdf">Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014, eerste wijziging.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>