<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR130438_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Da's Mooi, 27-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening forensenbelasting 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=223">Gemeentewet, artikel 22</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11/24386</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westerveld;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2011;</al><al/><al>gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting
                        2012;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>1 woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de
                        Gemeentewet en de Beleidsregels gemeentelijke forensenbelasting 2012;</al><al>2 brandverzekeringswaarde: het bedrag waarvoor de woning (excl. inboedel)
                        tegen brand is verzekerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>1 Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van
                        de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben,
                        er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een
                        gemeubileerde woning beschikbaar houden.</al><al>2 Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden
                        beoordeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Niet belastingplichtig is:</al><al>1 degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter
                        bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam,
                        waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van
                        de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft;</al><al>2 degene die een door de Monumentenwet aangemerkt complex historische
                        buitenplaats in particulier bezit heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf en tarief</titel></kop><al>1 De belasting bedraagt per jaar per belastbaar object:</al><al>bij een brandverzekeringswaarde of geschatte herbouwwaarde, als bedoeld in
                        lid 2 van dit artikel, van minder dan € 25.000,-- € 153,--</al><al>€ 25.000,-- of meer, doch minder dan € 50.000,-- € 255,--</al><al>€ 50.000,-- of meer, doch minder dan € 100.000,-- € 459,--</al><al>€ 100.000,-- of meer, doch minder dan € 200.000,-- € 637,50</al><al>€ 200.000,-- of meer € 765,--</al><al>2 De belasting wordt berekend naar een vanwege en op kosten van de gemeente
                        te schatten herbouwwaarde indien:</al><al>a voor een object geen of geen afzonderlijke brandverzekering is
                        gesloten;</al><al>b indien een object naar de mening van burgemeester en wethouders tot een te
                        laag bedrag is verzekerd in verhouding tot de werkelijke (herbouw)waarde van
                        het object;</al><al>c indien de afzonderlijke verzekerde waarde niet aan de hand van de polis
                        kan worden vastgesteld;</al><al>d de belastingplichtige geen gegevens inzake de verzekeringswaarde heeft
                        verstrekt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1 De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                        eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                        termijnen telkens een maand later.</al><al>2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval
                        machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de
                        op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke fiscale heffingen, of
                        als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer dan €
                        100,-- doch niet meer dan € 2.500,-- bedraagt, de aanslagen moeten worden
                        betaald in 3 gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op of
                        omstreeks de vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in
                        de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                        termijnen telkens een maand later.</al><al>3 De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                        geacht niet te zijn verleend indien twee van de drie termijnen niet zijn
                        betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                        belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
                        afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld
                        in het eerste lid.</al><al>4 Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                        de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking
                        inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige
                        toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling
                        van de aanslag.</al><al>5 De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden
                        gestelde </al><al> termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de forensenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding van belasting</titel></kop><al>Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1 De “Verordening forensenbelasting 2006" vastgesteld bij raadsbesluit van
                        22 december 2005, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                        genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al><al>2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van
                        bekendmaking. </al><al>3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al><al>4 Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening forensenbelasting
                        2012”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 20 december
                        2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>I.Middelkamp , H. Jager</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>