<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR130386_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenadviesraad Werk, Inkomen en Zorg gemeente Mill en St. Hubert</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Cliëntenadviesraad Werk, Inkomen en Zorg gemeente Mill en St. Hubert</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 47 van de Wet werk en bstand, artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (loaw), artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (loaz), artikelen 84 en 150 van de Gemeentewet, de Wet Voorziening Gehandicapten (Wvg), de Welzijnswet, alsmede het wetsontwerpen voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/30</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>ingetrokken wordt de</al><al>Verordening cliëntenadviesraad Werk, Inkomen en Zorg gemeente Mill en St. Hubert</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenadviesraad Werk, Inkomen en Zorg gemeente Mill en St. Hubert </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvinq</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. wet: de Wet werk en bijstand (Wwb); de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (loaw), de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                            zelfstandigen (loaz), de Wet Voorziening Gehandicapten (Wvg); de
                            Welzijnswet; de prestatievelden 5 en 6 van de Wet Maatschappelijke
                            Ondersteuning (WMO) en de gemeentewet; </al><al>b. klant: de persoon die een uitkering of voorziening ontvangt van de
                            gemeente Miii en St. Hubert op grond van de wet en/of daarmee gelijk te
                            stellen personen; </al><al>c. Doelgroep: de kring van klanten </al><al>d. Cliëntenadviesraad: De Cliëntenadviesraad Werk, Inkomen en Zorg
                            gemeente Mill en St. Hubert; </al><al>e. raad: de gemeenteraad van de gemeente Miii en St. Hubert; </al><al>f. college: het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Mill en St. Hubert; </al><al>g. maatschappelijke organisatie: de instelling die zich volgens haar
                            doelstelling en feitelijke werkzaamheden direct of indirect richt op de
                            behartiging van de belangen van de klant. </al><al>h. Participatie: de gestructureerde wijze waarop de gemeente Mill en St.
                            Hubert haar klanten, haar burgers en maatschappelijke organisaties
                            betrekt in de beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van het door de
                            gemeente uit te voeren beleid op het terrein van werk, inkomen en zorg
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel participatie</titel></kop><al>Het doel van participatie is: </al><al>1. Het bevorderen van; - welzijn sociaal- economische emancipatie,
                            integratie door middel van gevraagd en ongevraagd adviseren aan het
                            college. </al><al>2. klanten en maatschappelijke organisaties, vanuit een onafhankelijke
                            positie, door middel van advisering aan het college optimaal en
                            integraal te betrekken bij het beleid op het terrein van werk, inkomen
                            en zorg van de gemeente Mill en St. Hubert, evenals bij de daarop
                            gerichte dienstverlening en communicatie. </al><al>3. het bijdragen aan de totstandkoming of verbetering van het
                            gemeentelijke beleid op het terrein van werk, inkomen en zorg, de
                            dienstverlening en de communicatie met de klanten. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 2. De Clientenadviesraad Werk, Inkomen en Zorg </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling en omvang</titel></kop><al><cursief>1. </cursief>De Cliëntenadviesraad bestaat uit klanten en
                            vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, die gezamenlijk
                            een afspiegeling vormen van de samenstelling van de Millse
                            bevolking.</al><al> 2. De Cliëntenadviesraad telt minimaal 7 en maximaal 9 leden inclusief
                            de voorzitter. </al><al>3. Opbouw van de cliëntenadviesraad; minimaal 2 leden uit het
                            wwb-cliëntenbestand en 2 leden uit het wvg-cliëntenbestand. Het
                            resterende deel van het ledenaantal wordt ingevuld door maatschappelijke
                            organisaties. </al><al>4. Van de leden wordt verwacht dat zij; - afkomstig zijn uit een van de
                            doelgroepen c.q. affiniteit en deskundigheid met betrekking tot deze
                            doelgroepen hebben; - belangstelling hebben voor een of meer
                            beleidsterreinen met betrekking tot het gemeentelijke beleid op het
                            terrein van werk, inkomen en zorg; - inzicht hebben in de
                            maatschappelijke situatie van de Millse samenleving. </al><al>5. Bij de samenstelling van de cliëntenadviesraad wordt gestreefd naar
                            een zo goed mogelijke afspiegeling van de MilIse samenleving.</al><al> 6. Uitgesloten van deelname als lid van de cliëntenadviesraad zijn:
                            leden van het college of personen onder gezag van het college werkzaam,
                            leden van de gemeenteraad of een raadscommissie als bedoeld in artikel
                            82 van de Gemeentewet. </al><al>7. Door of namens het college wordt zorg gedragen voor het werven van
                            nieuwe leden. </al><al>8. De cliëntenadviesraad wordt ondersteund door een ambtelijke
                            secretaris, Deze wordt op voordracht van de afdeling inwoners aangewezen
                            en benoemd. </al><al>9, De ambtelijke secretaris heeft geen stemrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voordracht en benoeming van leden</titel></kop><al>De leden van de cliëntenadviesraad worden door het college benoemd op
                            voordracht van de cliëntenadviesraad. Bij de start worden deze
                            aangezocht en benoemd door het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>1. De leden van de cliëntenadviesraad kiezen uit hun midden een
                            voorzitter en een waarnemend voorzitter.</al><al> 2. De (waarnemend) voorzitter heeft stemrecht. </al><al>3. De voorzitter vertegenwoordigt de cliëntenadviesraad naar buiten
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>1 De secretaris wordt door de cliëntenadviesraad uit zijn midden benoemd
                            en heeft stemrecht. </al><al>2. Hij staat de cliëntenadviesraad bij de uitoefening van zijn taak
                            terzijde. </al><al>3. De stukken die van de cliëntenadviesraad uitgaan worden door de
                            secretaris mede ondertekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittincisduur en beëindiging lidmaatschap</titel></kop><al>1. Voorzitter en leden van de cliëntenadviesraad worden benoemd voor de
                            duur van de lopende raadsperiode, met dien verstande dat hun
                            lidmaatschap na het verstrijken van de raadsperiode eerst eindigt op het
                            moment van benoemen van een nieuwe cliëntenadviesraad. </al><al>2, Het lidmaatschap eindigt eveneens door: </al><al>a. het vervallen van de hoedanigheid van klant of van vertegenwoordiger
                            van een maatschappelijke organisatie; </al><al>b. aftreden op eigen schriftelijk verzoek; </al><al>c. onder curatele stelling; </al><al>d. opzeggen van het vertrouwen door de meerderheid van de leden bij
                            ernstig en langdurig disfunctioneren van een lid; </al><al>e. ontslag door het college op grond van met het lidmaatschap van de
                            cliëntenadviesraad onverenigbaar handelen, </al><al>f. overlijden. </al><al>3. De leden zijn na het verstrijken van hun zittingsduur onmiddellijk
                            herbenoembaar </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Taken en rechten van de Cliëntenadviesraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Taak Cliëntenadviesraad </titel></kop><al>1. De cliëntenadviesraad heeft tot taak het college gevraagd of
                            ongevraagd te adviseren over: </al><al>a. de vorming, uitvoering en evaluatie van het integrale gemeentelijke
                            beleid met betrekking tot werk, inkomen en zorg waarbij onder zorg valt
                            de prestatievelden 5 en 6 van de WMO; b. de wijze van dienstverlening
                            aan de klanten; c. de wijze van communicatie met de klanten.</al><al> 2. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van
                            wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. </al><al>3. Indien het college het advies van de cliëntenadviesraad niet of niet
                            geheel overneemt, stelt het de cliëntenadviesraad van zijn motieven om
                            van het advies af te wijken in kennis. </al><al>4. De cliëntenadviesraad kan contacten onderhouden met organisaties en
                            instellingen om gedachten en standpunten uit te wisselen en te
                            verdiepen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Informatierecht</titel></kop><al><cursief>1. </cursief>Het college is verplicht aan de cliëntenadviesraad
                            tijdig alle informatie te verstrekken die deze voor de vervulling van
                            zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. </al><al>2. De cliëntenadviesraad kan de verantwoordelijk wethouder en/of derden
                            uitnodigen de vergadering van de cliëntenadviesraad bij te wonen voor
                            het geven van toelichting en/of advies. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><al>1. De cliëntenadviesraad ontvangt ambtelijke, secretariële en
                            inhoudelijke, ondersteuning. </al><al>2. De secretariële ondersteuning wordt verleend door een door of namens
                            het college aan te wijzen medewerker. </al><al>3. De inhoudelijke ondersteuning wordt verleend door een door of namens
                            het college aan te wijzen medewerker. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Geheimhoudingsplicht</titel></kop><al>De cliëntenadviesraad neemt kennis van het bepaalde in artikel 2:5 van
                            de Algemene wet bestuursrecht. Behalve na voorafgaande schriftelijke
                            toestemming van de gemeente zal de cliëntenadviesraad informatie met een
                            vertrouwelijk karakter niet aan derden kenbaar maken. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 4. Vergaderingen, vergaderorde en beslissingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 12 Vergadering </label></kop><al>1 De vergadering van de cliëntenadviesraad worden gehouden: </al><al>a. Minimaal 2 maal per jaar, </al><al>b. Daarnaast, indien minimaal 3 leden daartoe een verzoek indienen of </al><al>c. Op het verzoek van het college. </al><al>2. Tijdens de vergadering kan aan klanten op verzoek gelegenheid geboden
                            worden tot inspreken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Leiding van de vergadering</titel></kop><al>1 De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de
                            cliëntenadviesraad. </al><al>2. Bij verhindering of afwezigheid van de voorzitter wordt de
                            vergadering geleid door de waarnemend voorzitter. Is ook deze niet
                            aanwezig dan wijst de cliëntenadviesraad een van zijn leden aan als
                            waarnemer. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke oproeping</titel></kop><al> De voorzitter van de cliëntenadviesraad roept in overleg met de
                            secretaris de leden en eventuele genodigden, tot de vergadering op. De
                            oproeping geschiedt door middel van een tijdige, schriftelijke
                            uitnodiging waarin de datum, het tijdstip van aanvang, de plaats van de
                            vergadering en de agenda zijn vermeld. Eventuele bijlagen worden bij de
                            agenda gevoegd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Agenda</titel></kop><al> 1 De agenda voor de vergadering wordt door de voorzitter en de
                            secretaris in gezamenlijk overleg opgesteld en ter vergadering
                            vastgesteld. 2. Elk lid, evenals een lid van het college, heeft het
                            recht tot twee weken voor de vergadering schriftelijk agendavoorstellen
                            bij de voorzitter in te dienen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Besluitvorming </titel></kop><al><cursief>1. </cursief>De vergadering van de cliëntenadviesraad wordt
                            niet geopend voordat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                            leden aanwezig is. </al><al>2. Indien als gevolg van het eerste lid de vergadering niet kan worden
                            geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel,
                            opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat tenminste vierentwintig
                            uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. </al><al>3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet
                            van toepassing. </al><al>4. Alleen de leden van de cliëntenadviesraad hebben stemrecht. </al><al>5. De leden van de cliëntenadviesraad stemmen zonder last. 6. Indien
                            over een voorstel geen stemming wordt gevraagd is het aangenom</al><al>en. </al><al>7. Stemmingen geschieden door middel van handopsteken. Bij een stemming
                            over personen, wordt evenwel een geheime schriftelijke stemming
                            gehouden, <onderstreept>indien minimaal een der leden daarom verzoekt.
                            </onderstreept></al><al>8. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de
                            volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben
                            uitgebracht.</al><al> 9. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen
                            het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering,
                            waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. </al><al>10. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een als
                            gevolg van het vorige lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel
                            niet aangenomen. </al><al>11. De adviezen van de cliëntenadviesraad aan het college worden gegeven
                            in overeenstemming met de mening van de meerderheid van de
                            cliëntenadviesraad. Minderheidsstandpunten worden <onderstreept>op
                                verzoek </onderstreept>in het voorstel of advies opgenomen.</al><al> 12. Indien door of namens het college is verzocht advies uit te
                            brengen, geeft de cliëntenadviesraad hieraan zo spoedig mogelijk gevolg. </al><al>Artikel 17 Voorbereiding van adviezen </al><al>1. De cliëntenadviesraad beraadslaagt op basis van de ontvangen
                            informatie en de eigen kennis.</al><al> 2. Indien de beschikbare kennis of informatie ontoereikend is kan de
                            cliëntenadviesraad, na goedkeuring van het college, ter ondersteuning
                            een projectgroep instellen om tot een advies te komen. In de
                            projectgroep zit minimaal 1 lid uit de cliëntenadviesraad. </al><al>3. De samenstelling van de projectgroep wordt bepaald door de
                            cliëntenadviesraad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslag </titel></kop><al>1.De ambtelijk secretaris stelt van elke vergadering van de
                            cliëntenadviesraad een verslag op. </al><al>2. Dit conceptverslag wordt uiterhjk binnen drie weken na de vergadering
                            toegezonden aan alle leden van de cliëntenadviesraad en ter kennisname
                            aan het college.</al><al> 3. In de eerstvolgende vergadering van de cliëntenadviesraad wordt het
                            verslag definitief vastgesteld en ondertekend door de secretaris en de
                            voorzitter. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Faciliteiten en vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><al>Voor de werkzaamheden van de cliëntenadviesraad stelt het college die
                            faciliteiten om niet beschikbaar die voor een goede taakvervulling
                            noodzakelijk zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al><cursief>1. </cursief>De kosten die de cliëntenadviesraad redelijkerwijs
                            moet maken voor de uitoefening van zijn taak komen ten laste van de
                            gemeente, die daartoe jaarlijks een werkbudget ter beschikking stelt. </al><al>2. De cliëntenadviesraad moet binnen het werkbudget haar taken
                            uitvoeren. 3. Tot deze kosten kunnen mede worden gerekend de kosten van: </al><al>a. bevordering van de deskundigheid van de leden;</al><al> b. noodzakelijke reiskosten; </al><al>c. na toestemming van het college het raadplegen van deskundigen; </al><al>d. het instellen van projectgroepen </al><al>4. De leden van de cliëntenadviesraad ontvangen voor hun werkzaamheden
                            presentiegelden. De hoogte van deze vergoeding wordt door burgemeester
                            en wethouders jaarlijks, na indexering, vastgesteld </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 6. Slotbepalingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al> In gevallen waarin deze verordening niet of onvoldoende voorziet,
                            beslist het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            Cliëntenadviesraad Werk, Inkomen en Zorg gemeente Miii en St. Hubert”.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. Aldus
                            vastgesteld in de raadsvergadering van 15 december 2005. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Verordening cliëntenadviesraad Welzijnsbeleid Artikelsgewijze
                        toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen </label></kop><al>Participatie en emancipatie krijgen meer gewicht. Duidelijk komt dit tot
                        uitdrukking in de wetsvoorstellen voor de Wet maatschappelijke ondersteuning
                        (Zie het ontwerp van artikel 12 WMO, dat spreekt over adviesaanvragen over
                        een ontwerpplan aan de gezamenlijke vertegenwoordigers van representatieve
                        organisaties van de kant van vragers). Deze vraagt van de (gemeentelijke)
                        overheid niet zozeer om zaken te “regelen”, als wel een initiërende,
                        begeleidende en stimulerende rol te spelen bij de ontplooiing van eigen en
                        maatschappelijk initiatief van burgers. Deze — en vergelijkbare kaders
                        verlangen van de gemeenten een herbezinning op participatie. Initiatieven
                        uit de maatschappij moeten adequaat en snel kunnen worden opgepakt; Een
                        tweerichtingsverkeer is nadrukkelijk nodig. Een steviger geoutilleerd
                        participatieplatform is daarvoor bij uitstek geschikt. Beoogd wordt een
                        brede en integrale cliëntenadviesraad met een eigen Millse ambitie. Allerlei
                        wettelijke kaders zijn door de invoering van de WMO straks hierop van
                        toepassing. Deze zijn zoveel mogelijk expliciet benoemd. Dok direct
                        aansluitende aandachtsvelden en eventueel nieuw opkomende wetgeving mag de
                        cliëntenadviesraad overigens tot zijn werkterrein rekenen. In die zin is
                        niet beoogd om een volstrekt limitatieve opsomming te geven, maar eerder om
                        een helder zicht te geven op de breedte van het terrein zoals dat zich nu
                        aan gemeenten presenteert. Binnen enkele wettelijke kaders geldt een
                        specifieke verplichting om participatie te regelen. Dit is bijvoorbeeld het
                        geval in de regels over bijstandsverlening. Door deze, weliswaar bredere,
                        verordening, heeft de gemeente MilI en St.Hubert in de toekomst tevens
                        voldaan aan bedoelde specifieke wettelijke verplichtingen. De
                        cliëntenadviesraad adviseert aan het college en de leden worden benoemd door
                        het college. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al> Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de
                        relevante wetgevingen. Alleen die begrippen zijn gedefinieerd die niet
                        voorkomen in of afwijken van deze wet. Gestreefd is naar een enigszins
                        abstracte formulering, die daardoor breed toepasbaar zal zijn en minder
                        onderhevig zal zijn aan veroudering door wijzigingen in achterliggende
                        wetgeving. Tot het ontvangen van “een voorziening” kunnen daarom
                        bijvoorbeeld worden gerekend, een reïntegratietraject naar werk,
                        hulpverlening door thuiszorg of maatschappelijk werk, een rolstoel in natura
                        etc. . . De “doelgroep” is dus principieel “breed” te noemen. Enige
                        afgrenzing van de “doelgroep” is overigens wel aan de orde. Duidelijk moet
                        zijn, dat de verordening zich met name richt tot personen die enige
                        affiniteit hebben met alle genoemde voorzieningen en/of wetten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel participatie</titel></kop><al>Participatie kent velerlei verschijningsvormen. In deze verordening is voor
                        realisatie van participatie het middel van advisering gekozen. Door middel
                        van het advies van klanten en maatschappelijke organisaties wordt invloed
                        uitgeoefend op beleid van de gemeente op het terrein van werk, inkomen en
                        zorg, alsook op de daarop gerichte dienstverlening en communicatie. De
                        ervaringsdeskundigheid van de leden van de cliëntenadviesraad is een
                        belangrijke basis voor dit advies. De verordening is dus niet van toepassing
                        op andere vormen van belangenbehartiging van klanten. Met name de
                        individuele belangenbehartiging is uitgezonderd. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>De Cliëntenadviesraad Werk, Inkomen en Zorg</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling en omvang</titel></kop><al>Eerste en derde lid Omdat het gaat om participatie ligt het in de rede dat
                        de cliëntenadviesraad voor een deel bestaat uit leden van de doelgroep zelf.
                        Daarb moet door alle betrokkenen worden gestreefd naar een representatieve
                        afspiegeling van de doelgroep. Het andere deel van de cliëntenadviesraad
                        bestaat uit vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Van
                        burgers mag verwacht en gevraagd worden dat zij deelnemen in verbanden die
                        vorm en inhoud gegeven aan hun maatschappelijke participatie en/of dat zij
                        dergelijke verbanden vormen. De participatie is immers geen vorm van het
                        nastreven van individuele belangen. Hiervoor is bovendien gekozen, omdat
                        maatschappelijke organisaties vanuit hun professionaliteit een waardevolle
                        inbreng kunnen leveren en mede de continuiteit van de cliëntenadviesraad
                        kunnen waarborgen. Tweede lid. Als de cliëntenadviesraad te klein wordt, kan
                        het uitbrengen van een voldragen advies in gevaar komen. Op burgemeester en
                        wethouders rust een inspanningsverplichting om deelnemers te werven, als het
                        minimumaantal van zeven leden niet vervuld is. De cliëntenadviesraad blijft
                        evenwel ook in die situatie fungeren, om continuiteit van werkzaamheden te
                        garanderen. Vijfde lid. Een evenwichtige verdeling van het aantal leden over
                        diverse delen van de doelgroep is nodig. Dit is een aandachtspunt bij elke
                        individuele benoeming en in laatste instantie een verantwoordelijkheid van
                        college op het moment van benoeming. Uiteraard dient de cliëntenadviesraad
                        bij de voordracht van nieuwe leden rekening te houden met dit voorschrift.
                        Zesde lid. De onverenigbaarheden zijn benoemd. De onafhankelijke positie van
                        een cliëntenadviesraad brengt met zich mee dat de leden niet deel uitmaken
                        van het gemeentebestuur (college, raad, reguliere raadscommissies) of onder
                        gezag daarvan werkzaam zijn. Zevende lid. De verantwoordelijkheid van het
                        college voor de instandhouding van een goed functionerende participatie in
                        de gemeente brengt met zich mee dat het gehouden is tijdig zorg te dragen
                        voor een nieuwe aanwas van leden van de cliëntenadviesraad. Het college kan
                        deze taak door een ander laten vervullen. Het kan bijvoorbeeld ook de
                        cliëntenadviesraad uitnodigen om kandidaten voor te dragen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voordracht en benoeming van de leden van de
                            Cliëntenadviesraad</titel></kop><al>De leden van de cliëntenadviesraad worden door het college benoemd. De
                        cliëntenadviesraad adviseert aan het college. Bij de start van de nieuwe
                        cliëntenadviesraad worden de leden aangezocht en benoemd door het college.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De (waarnemend) voorzitter wordt gekozen door en uit de leden van de
                        cliëntenadviesraad. De (waarnemend) voorzitter draagt zorg voor een correct
                        verloop van de vergadering en hij zorgt ervoor dat de leden goed
                        geïnformeerd worden, De (waarnemend) voorzitter komt voort uit de
                        cliëntenadviesraad en vandaar dat hij stemrecht heeft. Om vermenging van
                        functies tegen te gaan mag hij geen lid zijn van de gemeenteraad. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al> De secretaris van de cliëntenadviesraad wordt uit en door de
                        cliëntenadviesraad zelf aangewezen en heeft vandaar dan ook stemrecht. Zijn
                        functie bestaat uit de ondersteuning van de cliëntenadviesraad, maar bestaat
                        niet in hoofdzaak uit uitvoerende werkzaamheden. Welke taken hij
                        daadwerkelijk gaat uitvoeren is in hoge mate afhankelijk van eigen keuzes
                        van de cliëntenadviesraad. De taakinhoud van de secretaris en die van de
                        ambtelijke ondersteuning van artikel 10 vormen in wezen communicerende
                        vaten: kan de secretaris een noodzakelijke activiteit niet vervullen, dan
                        springt in principe de ambtelijke ondersteuning in. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittingsduur en beëindiging lidmaatschap</titel></kop><al>Eerste lid.</al><al>De cliëntenadviesraad wordt benoemd nadat er een nieuwe Raad is aangetreden
                        (en een nieuw college is gevormd dat het vertrouwen heeft van die Raad).
                        Vanaf het moment van de aanvang van de nieuwe raadsperiode tot het moment
                        van benoeming van de nieuwe cliëntenadviesraad, kan de oude
                        chëntenadviesraad blijven functioneren, om de continuiteit van de advisering
                        te waarborgen. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1januari
                        2006. Op 7 maart 2006 volgen de gemeenteraadsverkiezingen. Naar aanleiding
                        hiervan worden de leden van de cliëntenadviesraad, die bij de start
                        aangezocht worden door de gemeente, nu benoemd tot en met de raadsperiode
                        die eindigt in maart 2010. </al><al>Tweede lid. </al><al>In onderdeel d wordt de mogelijkheid geschapen het lidmaatschap van een lid
                        dat door zijn gedrag het functioneren van de cliëntenadviesraad ernstig en
                        langdurig schaadt, te beëindigen. Omdat dit niet te lichtvaardig en niet te
                        gemakkelijk mag geschieden, is door de keuze van alle overige zitting
                        hebbende leden, die genoemd lidmaatschap zouden willen beëindigen, een hoge
                        drempel aangebracht. In onderdeel e wordt het college de mogelijkheid
                        geboden het lidmaatschap te beëindigen, als een lid van de
                        cliëntenadviesraad door zijn handelen te kennen heeft gegeven zijn
                        lidmaatschap niet waardig te zijn. Hierbij moet gedacht worden aan
                        handelingen die de cliëntenadviesraad in diskrediet brengen, waartoe in
                        ieder geval het plegen van misdrijven moet worden gerekend. Derde lid.
                        Slechts in de situatie dat de zittingsduur van een lid is verstreken, kan
                        onmiddellijke herbenoeming door het college en de raad plaatsvinden. Het
                        derde lid slaat dus enkel op beëindiging van het lidmaatschap als bedoeld in
                        het eerste lid van dit artikel. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr></kop><al><vet>Taken en rechten van de Cliëntenadviesraad </vet></al><al>Hoofdstuk 3 regelt behalve de taakstelling van de cliëntenadviesraad tevens
                        het adviesrecht, het recht op informatie en het geven van ambtelijke en
                        secretariële ondersteuning. De toekenning/regeling hiervan beoogt de
                        participatie te versterken. De mate van facilitering door de gemeente
                        bepaalt immers in niet onbelangrijke mate het succes van participatie. Bij
                        de facilitering gaat het vooral om ondersteuning op inhoudelijke en op
                        organisatorische aspecten. Behalve in dit hoofdstuk hebben zij ook een
                        plaats gekregen in hoofdstuk 5. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Taak Cliëntenadviesraad</titel></kop><al>De cliëntenadviesraad is een adviesorgaan voor het college. In het eerste
                        lid van dit artikel wordt zijn taak afgebakend tot de onder a, b en c
                        genoemde onderdelen. In lid 1 sub a wordt gesproken over de vorming,
                        uitvoering en evaluatie van het integrale gemeentelijke beleid met
                        betrekking tot werk, inkomen en zorg waarb onder zorg valt de
                        prestatievelden 5 en 6 van de WMO. De WMC kent negen prestatievelden waarbij
                        in deze verordening uitdrukkelijk bedoeld wordt dat alleen de
                        prestatievelden 5 en 6 tot het werkterrein van de cliëntenadviesraad
                        behoren. Deze prestatievelden zijn in de WMO als volgt omschreven: • het
                        bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het
                        bevorderen van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of
                        een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem; • het
                        verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch
                        psychisch probleem of een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud
                        van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijk
                        verkeer. In onderdeel b en c wordt gesproken over “de klant”. Hiermee wordt
                        bedoeld de klant zoals omschreven in artikel 1 onder b van de verordening.
                        De behandeling van klachten, bezwaren en andere aangelegenheden die de
                        individuele klant of de individuele medewerker betreffen, behoort daarom
                        niet tot het werkterrein van de cliëntenadviesraad. Tweede lid In de in
                        artikel 8 geformuleerde taakstelling van de cliëntenadviesraad ligt het
                        adviesrecht van de cliëntenadviesraad besloten. Dit recht op advies wordt in
                        het tweede lid verder uitgewerkt. Wanneer het college advies vraagt, moet
                        dit advies van invloed kunnen zijn op de besluitvorming. Hiermede wordt het
                        belang, dat de gemeente aan participatie hecht, onderstreept. Derde lid Dit
                        geldt eveneens voor het derde lid, waarin nogmaals tot uitdrukking komt dat
                        het advies van de cliëntenadviesraad niet vrijblijvend is. Het college zal
                        te allen tijde aan de cliëntenadviesraad moeten berichten waarom het een
                        bepaald advies niet of niet geheel overneemt. Dit kan schriftelijk, of
                        mondeling ter vergadering, waarna de motivering zal blijken uit de
                        vastiegging daarvan in de notulen. Vierde lid Van belang is dat de
                        cliëntenadviesraad niet in een isolement opereert. Een belangrijke taak van
                        de cliëntenadviesraad zal zijn om maatschappelijke wensen en ontwikkelingen
                        te signaleren en op een gestructureerde manier in verband te brengen met het
                        bestaande en het te ontwikkelen welzijnsbeleid. Uitwisseling van gedachten
                        en standpunten met maatschappelijke organisaties is daarvoor van wezenlijk
                        belang. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>lnformatierecht</titel></kop><al> Deze bepaling regelt het passieve informatierecht van de
                        cliëntenadviesraad. Het is vorm gegeven in een actieve informatieplicht van
                        het college. Het college vormt hier dus een belangrijke functie. Het college
                        dient uit eigen beweging te zorgen dat de cliëntenadviesraad tdig de nodige
                        informatie ontvangt die voor zijn functioneren noodzakelijk of dienstbaar
                        is. Naast dit passieve informatierecht bezit de cliëntenadviesraad ook een
                        actief informatierecht: Hij kan zelf om bepaalde inlichtingen en/of gegevens
                        vragen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning De</titel></kop><al>Cliëntenadviesraad ontvangt ambtelijke ondersteuning van de afdeling
                        Inwoners. De inhoud van en de mate waarin deze ambtelijke ondersteuning
                        wordt gegeven, wordt bewust niet nader in de verordening omschreven. Tot de
                        ondersteuning behoort bijvoorbeeld uitvoering van feitelijke secretariële
                        werkzaamheden, maar daartoe kan ook inhoudelijke kennisondersteuning
                        (uitzoekwerk) behoren. Deze moet worden afgestemd op de mate van
                        deskundigheid en zelfstandigheid van de cliëntenadviesraad. Het verrichten
                        van facilitaire diensten als het (mede) verzorgen van de vergaderstukken, de
                        zorg voor de openbare aankondigingen van de vergaderingen, de zorg voor de
                        oproepingen voor de vergadering van de leden, de zorg voor adequate
                        vergaderruimte, de zorg voor de algemene correspondentie en administratie
                        van de cliëntenadviesraad, het organiseren en werven van klanten voor
                        participatieactiviteiten, het (mede)organiseren van
                        participatieactiviteiten, het verzorgen van communicatieactiviteiten omvat
                        het recht op secretariële ondersteuning tevens de ondersteuning genoemd in
                        de toelichting op het vorige artikel. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Geheimhoudingsplicht</titel></kop><al> Artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: 1. Een ieder die is
                        betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de
                        beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter
                        kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet al uit hoofde van
                        ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een
                        geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens,
                        behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht
                        of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 2. Het eerste lid
                        is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor
                        werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de
                        uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of
                        daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak
                        uitoefenen. Omdat de mogelijkheid bestaat dat de cliëntenadviesraad kennis
                        neemt van vertrouwelijke informatie is het goed zich ervan rekenschap te
                        geven dat hierop de geheimhoudingplicht van artikel 2: 5 van de Algemene wet
                        bestuursrecht rust. Na vooraf verkregen schriftelijke toestemming van het
                        college mag de cliëntenadviesraad genoemde informatie aan derden verstrekken
                        of publiek maken. Deze geheimhoudingsplicht geldt uiteraard ook de
                        individuele leden, de secretaris en de voorzitter. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Vergaderingen, vergaderorde en beslissingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vergadering Eerste lid</titel></kop><al>Er is een minimaal aantal van 2 vergaderingen per jaar vastgesteld.
                        Daarnaast kunnen leden verzoeken om extra vergaderingen. Uiteraard kan ook
                        het college verzoeken om vergaderingen, met name wanneer zij het inwinnen
                        van een advies over een concreet onderwerp bepaaldelijk aangewezen achten.
                        Het ligt voor de hand dat de cliëntenadviesraad zelf een rooster vaststelt.
                        Tweede lid Om aan de beraadslagingen deel te nemen, moet men benoemd zijn
                        als lid. Desalniettemin wordt, op verzoek, aan klanten gelegenheid gegeven
                        tot inspreken (hetgeen overigens iets anders is dan het deelnemen aan de
                        beraadslagingen). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Leiding van de vergadering</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke oproeping</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Agenda</titel></kop><al>In het tweede lid van dit artikel wordt voldaan aan de eis dat de
                        verordening de wijze moet aangeven waarop de klanten of hun
                        vertegenwoordigers onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden. Deze eis is
                        vervat in artikel 47, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><al>Alleen de leden van de cliëntenadviesraad hebben stemrecht. Dit recht komt
                        daarom niet toe aan insprekers, personen aanwezig op de publieke tribune of
                        (bijvoorbeeld om informatie te geven) uitgenodigde aanwezigen. Vijfde lid.
                        Met het verbod van last wordt vastgelegd dat een lid van de
                        cliëntenadviesraad niet gebonden is standpunten van zijn organisatie of van
                        anderen in de cliëntenadviesraad in te brengen en in overeenstemming met hun
                        wens te stemmen. Elk bindend mandaat is daarom nietig. Op een dergelijk
                        mandaat kan nimmer een beroep worden gedaan, noch door het lid, noch door
                        anderen. Overigens blijft een onder mandaat uitgebrachte stem zijn
                        geldigheid behouden. Artikel 17 Voorbereiding van adviezen Ten opzichte van
                        het brede veld waarover geadviseerd kan en/of moet worden, heeft de
                        cliëntenadviesraad zelf een relatief bescheiden omvang. In de praktijk zal
                        daarom vaak blijken, dat de cliëntenadviesraad een of meer specialismen niet
                        zelf in huis heeft. Dit is een bedoeld effect. Het heeft immers niet zoveel
                        zin om een groot aantal specialisten bij elkaar te brengen en vervolgens het
                        zicht op het geheel te verliezen of als lid frequent bijeenkomsten hij te
                        wonen over onderwerpen waarmee men geen affiniteit heeft. Het is de taak van
                        de cliëntenadviesraad om juist daar waar nodig het specialisme in te winnen.
                        Hiertoe wordt in dit artikel de figuur van de projectgroep in het leven
                        geroepen. Op momenten en onderwerpen waar dat nodig is, wordt via de
                        projectgroep kennis en ondersteuning ingewonnen. De cliëntenadviesraad
                        bewaakt, dat de werkzaamheden van de projectgroep(en) passen binnen het
                        geheel van de adviseringstaak. Vaak zal men gebruik moeten maken van
                        vakkennis die juist bij medewerkers van gesubsidieerde instellingen of
                        uitvoerende opdrachtnemers van de gemeente aanwezig is. Om die reden zijn de </al><al>onverenigbaarheden uit artikel 3 lid 6, niet van toepassing verklaard op de
                        deelname in de projectgroepen. De cliëntenadviesraad bewaakt zelf de eigen
                        onafhankelijkheid bij het samenstellen van de projectgroep, het formuleren
                        van de werkopdracht voor de projectgroep en het evalueren en gebruiken van
                        de resultaten van de werkzaamheden van de projectgroep. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslag</titel></kop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>Faciliteiten en vergoedingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><al>Het college stelt kosteloos alle faciliteiten ter beschikking om het overleg
                        met de cliëntenadviesraad adequaat te doen verlopen. In ieder geval behoren
                        hiertoe: </al><al>• vergaderruimte;</al><al> • verzorging van de vergaderstukken; </al><al>• faciliteiten voor het verzorgen van public relations en voorlichting; </al><al>• het gebruik maken van kopieerapparatuur; postverwerking ed.; </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Eerste lid. Hoewel het college kosteloos faciliteiten ter beschikking stelt
                        van de cliëntenadviesraad, kan het voorkomen dat de cliëntenadviesraad ook
                        andere voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijke kosten moet maken.
                        Het betreft kosten die direct samenhangen met de onafhankelijkheid en het
                        zelfstandig functioneren van de cliëntenadviesraad. Ook deze kosten worden
                        door het college binnen redelijke grenzen vergoed. Hiervoor wordt jaarlijks
                        aan de cliëntenadviesraad een bepaald werkbudget ter beschikking gesteld. De
                        cliëntenadviesraad zal de kosten moeten aantonen door het overleggen van
                        betaalbewijzen. Derde lid. In het derde lid worden enkele kostensoorten
                        genoemd, die tot de kosten onder lid 1 kunnen worden gerekend. Zo bekostigt
                        het college bijvoorbeeld op schriftelijk verzoek van de cliëntenadviesraad
                        en binnen de grenzen van het in de begroting vastgestelde budget de
                        deskundigheidsbevordering van de leden van de cliëntenadviesraad, de
                        aanschaf van literatuur, enz. Een aantal van de genoemde kostensoorten
                        ondersteunt het informatierecht van artikel 9. De informatie die verstrekt
                        wordt moet immers voor de informatieontvangende toegankelijk zijn. Dit kan
                        inhouden dat ondersteuning moet worden gegeven bij het toegankelijk maken
                        van de informatie. Het kan tevens inhouden dat de deskundigheid van leden
                        van de cliëntenadviesraad dient te worden bevorderd. Denk hierbij aan het
                        bevorderen van kennis en inzicht, het leren vergaderen en communiceren met
                        de uitvoerders, het leren lezen van beleidsnota’s, het formuleren en
                        onderbouwen van de adviezen, het planmatig werken, enz. Ook aan het
                        instellen van projectgroepen kunnen kosten verbonden zijn. Een vacatiegeld
                        voor de deelnemers is bijvoorbeeld niet uitgesloten. Uiteraard moeten de
                        kosten binnen het toegekende budget blijven. Indien vacatiegelden
                        beschikbaar zouden worden gesteld, zouden dezen in redelijkheid maximaal het
                        bedrag mogen belopen, dat ingevolge lid 4 voor de leden van de
                        cliëntenadviesraad zelf zal worden vastgesteld. Vierde lid. De
                        cliëntenadviesraad is een belangrijke schakel tussen de gemeentelijke
                        organisatie en een goede dienstverlening aan de klanten. De leden van de
                        cliëntenadviesraad zetten zich op vrijwillige basis in voor het belang van
                        de klant. Zij ontvangen hiervoor geen geldelijke beloning. Echter zal de
                        individuele inzet van de leden van de cliëntenadviesraad hoe dan ook extra
                        kosten met zich meebrengen. Deze zijn veelal moeilijk definieerbaar en
                        aantoonbaar. Om deze kosten te dekken en in de wetenschap dat een
                        onkostenvergoeding het lidmaatschap aan de cliëntenadviesraad zeker niet
                        onaantrekkelijker maakt, is een jaarlijkse onkostenvergoeding een goede
                        optie. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>