<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR130117_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-09-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Goirles Belang, 21-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>de Verordening vervangt de APV Goirle 2008</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2012
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>1.</label>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li>
              <li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 ;</al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet, zoals aangegeven op de
                                    topografische kaart in de bijlage;</al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet ;</al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li>
              <li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid,
                                artikel 2:11 of artikel 4:11.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
                                eerste lid</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan zes weken voor het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bevoegde orgaan aan te wijzen vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de
                            vergunning zich daartegen verzet. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.9</nr>
            </kop>
            <al>[gereserveerd] </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.10</nr>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Artikel: 2:25 Vergunning evenementen;</al></li>
              <li nr="2."><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting;</al></li>
              <li nr="3."><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li>
              <li nr="4."><al>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting;</al></li>
              <li nr="5."><al>Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <nr>2.</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                samenscholing, onnodig op te dringen, of door uitdagend gedrag
                                aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij enig voorval,
                                waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij
                                een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor
                                er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een
                                daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen
                                die door of vanwege het bestuursorgaan in het belang van de openbare
                                veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten
                                als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>BETOGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te
                                houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 24
                                uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip
                                        van aanvang en van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het
                                tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een
                                vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                                erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur
                                op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste
                                lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in
                                behandeling nemen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2.3]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2.3]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                                afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen onder
                            publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, op of aan door
                            burgemeester en wethouders aangewezen openbare plaatsen. </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7</nr>
                <titel>Feest muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.8</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.9</nr>
                <titel>Straatartiest</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op
                                te treden op door de burgemeester in het belang van openbare orde,
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                openbare plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                dagen en uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>BRUIKBAARHEID VAN DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.10</nr>
                <titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                publieke functie ervan</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                        oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                        weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of
                                de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van
                                terrassen en uitstallingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het
                                eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
                                het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit
                                betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k.
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.24;</al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het
                                Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
                                aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                        activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                uitvoeren van hun publieke taak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur, het provinciaal
                                wegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.12</nr>
                <titel>Maken en veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                wethouders:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                        uitweg;</al></li>
                  <li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in
                                het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                        omgeving;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                wegenreglement Noord-Brabant van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.13</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                werpen, uit te storten of te laten lopen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp door artikel 427, aanhef en onder 4e van het
                                Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van
                                toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking
                                stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg,
                                is verplicht deze te voorzien van de naam van het bedrijf of van een
                                ander herkenningsteken en de in de omgeving van dat bedrijf door het
                                publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes
                                terstond te verwijderen of te doen verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te bevinden
                                buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf als bedoeld in het
                                eerste lid of, indien het bedrijf is gelegen in een winkelcentrum,
                                buiten de onmiddellijke omgeving van dat winkelcentrum. Als
                                onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum wordt
                                aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of
                                dat winkelcomplex en tevens een aan die weg of dat weggedeelte
                                aansluitende parkeerplaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg,
                                onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een daartoe
                                aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in de vorige leden bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de wet milieubeheer van
                                toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                            rioolput, brandkraan of een andere afsluiting, die behoort tot een
                            openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
                            dekken. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.17</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                1e of 3e, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.18</nr>
                <titel>Rookverbod in bossen en natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te roken in bossen, of heidegronden of binnen een
                                afstand van dertig meter daarvan gedurende de door burgemeester en
                                wethouders aangewezen periode.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden in bossen, op heidegronden of binnen een afstand van
                                honderd meter daarvan voor zover het de open lucht betreft brandende
                                of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3e, van het Wetboek van
                                Strafrecht van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover
                                het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin
                                ingerichte, erven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.19</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.20</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.20a</nr>
                <titel>Gevaarlijke voorwerpen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen en
                                daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen
                                messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen
                                kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                behorende tot de categorieën I, II, III en IV Wet Wapens en Munitie
                                en voorzover door het bij zich dragen van voorwerpen de openbare
                                orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.21</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer, verlichting, brandkranen en
                                nutsvoorzieningen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college, voorwerpen, borden, voorzieningen ten behoeve van het
                                openbaar verkeer of de openbare verlichting, brandkraanbordjes en
                                aanduidingen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college maakt tevoren aan de rechthebbende zijn besluit bekend
                                over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp,
                                bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht van toepassing
                                is</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.22</nr>
                <titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen een afstand van 6 meter aan weerszijden van
                                voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee
                                meter te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse
                                hoogspanningslijn dat toelaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor van objecten
                                die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.23</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                        verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                        andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                        geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten, te
                                        verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere
                                        wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                        belemmeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan in het belang van de openbare veiligheid plaatsen
                                aanwijzen waar het verboden is het ijs te betreden of voor sport of
                                spel of anderszins te benutten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale
                                vaarwegenverordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>EVENEMENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.24</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen ;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h van
                                        de Gemeentewet en artikel 5.22 van deze verordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.9 en 2.39 van
                                        deze verordening.</al></li>
                  <li nr="g."><al>sportwedstrijden, welke niet plaatsvinden op of aan de
                                        weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2.3 op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest, muziek of wedstrijd op of aan de weg;</al></li>
                  <li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                buurtbarbecue op een dag.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.25</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement
                                te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                        personen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het evenement tussen 10.00 en 0.30 uur plaats vindt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht na 23.00 uur.</al></li>
                  <li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad
                                        of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor
                                        het verkeer en de hulpdiensten;</al></li>
                  <li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 10 m² per object;</al></li>
                  <li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li>
                  <li nr="g."><al>de organisator binnen 14 dagen voorafgaand aan het evenement
                                        daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan binnen 7 dagen na ontvangst van de melding
                                besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.27</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                    geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                    worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt
                                    in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                    cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder
                                    openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze
                                    inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li>
                <li nr="2."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting
                                    liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                    geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                    geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                                    bereid of verstrekt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.28</nr>
                <titel>Exploitatie openbare inrichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                vergunning van de burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de
                                openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                bestemmingsplan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel
                                moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving
                                van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                nadelig wordt beïnvloed.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                bevindt in</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                        voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                        nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een museum;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een sportkantine; of</al></li>
                  <li nr="e."><al>buurthuizen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden dit voor
                                bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te
                                laten verblijven: op dinsdag t/m vrijdag tussen 02.00 en 05.00 uur
                                en op zaterdag, zondag, maandag en de dag na een officiële feestdag
                                als bedoeld in het tweede lid tussen 03.00 en 05.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tweede Paasdag, Koninginnedag, Nationale Bevrijdingsdag,
                                Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag
                                worden voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als
                                officiële feestdag.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere
                                sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of
                                een daartoe behorend terras.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in de vorige leden bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingsuur, tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer openbare
                                inrichtingen tijdelijk andere sluitingsuren vaststellen of tijdelijk
                                sluiting bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b Opiumwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.31</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li>
                <li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de
                                    inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit
                                    krachtens lid 2.29en 2.30;</al></li>
                <li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die
                                    geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het
                                    terras</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.32</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht .</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.33</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27 geen
                            inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet treedt niet
                            de burgemeester maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten
                            behoeve van de artikelen 2.28 tot en met 2.30. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.34</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                            NACHTVERBLIJF</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.35</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder inrichting: elke al of niet
                            besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                            personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                            wordt verschaft.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.36</nr>
                <titel>Kennisgeving exploitatie</titel>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                            exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                            verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven
                            aan de burgemeester. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.37</nr>
                <titel>Nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.38</nr>
                <titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de kampeerder
                            is verplicht onverwijld aan de exploitant of feitelijk leidinggevende
                            van die inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres,
                            woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst,
                            alsmede de dag van vertrek te verstrekken. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.39</nr>
                <titel>Speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                                toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                worden gewonnen of verloren;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod
                                is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onder c, van de Wet op de kansspelen vergunning
                                        is verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op automaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.40</nr>
                <titel>Speelautomaten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Kansspelautomaat: automaat als bedoel in artikel 30, onder c
                                        van de Wet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>Hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder d van de Wet;</al></li>
                  <li nr="d."><al>Laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder e van de Wet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                waarvan maximaal twee kansspelautomaten;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan met
                                dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                toegestaan</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.41</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten
                                woning of lokaal, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een
                                bij die woning of dat lokaal behorende erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten woning,
                                een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of
                                dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij
                                dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.42</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende een openbare plaats of op dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding, aan te plakken of op andere wijze aan te brengen
                                        of te doen aanbrengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        doen aanbrengen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan aanplakborden
                                aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en
                                bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.43</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich
                                te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of
                                verfstof of verfgereedschap.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de in dat lid bedoelde
                                materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd
                                voor handelingen als verboden in artikel 2.42.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.44</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te
                                hebben lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander
                                gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich
                                onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen,
                                onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door
                                middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde gereedschappen,
                                voorwerpen of middelen niet gebruikt of niet bestemd zijn voor de in
                                eerste lid bedoelde handelingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.45</nr>
                <titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de
                                daarin gelegen wegen of paden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.46</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van
                                een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt
                                vereist</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of
                                het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.47</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                        beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                        toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                        afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                        straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                        weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                        woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt wordt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                artikel 424, 426 bis, 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel
                                5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.48</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uit maakt van een
                                door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, alcoholhoudende
                                drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder
                                        a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de
                                        Drank- en Horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.49</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                        houden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                        drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van een zodanig gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.50</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                            hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                            toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                            vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                            soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                            verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                            desbetreffende ruimte is bestemd. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.51</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                            plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de
                            gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek, indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                    gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.52</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                            uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door
                            het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt,
                            kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die
                            publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het
                            terrein. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.53</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van een
                                gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip
                                bevindende persoon te bespieden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.54</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.55</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.56</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.57</nr>
                <titel>Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen op een ander terrein dan het terrein
                                waarvan hij de rechthebbende is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zonder dat die hond kort is aangelijnd;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder dat die hond voorzien is van een halsband of ander
                                        identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk
                                        doet kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid onder a gesteld verbod is niet van toepassing
                                op het laten verblijven of laten lopen van een hond:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op het terrein van een ander, mits diens toestemming met een
                                        schriftelijk en ondertekend bewijs terstond kan worden
                                        aangetoond;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege
                                        zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de
                                        hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien de
                                        eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                                        gekwalificeerd opleidt tot geleidehond;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats, al
                                        of niet als zodanig met een bord met opschrift
                                        aangeduid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat
                                die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op een ander terrein dan
                                het terrein waarvan hij de rechthebbende is, met uitzondering
                                van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het terrein van een ander, mits diens toestemming met een
                                        schriftelijk en ondertekend bewijs terstond kan worden
                                        aangetoond;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een door het college aangewezen plaats, al of niet als
                                        zodanig met een bord met opschrift aangeduid.</al></li>
                  <li nr="c."><al>de grasbermen van wegen buiten de bebouwde kom.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van de
                                hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden
                                verwijderd.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of de houder van een hond verboden die hond te
                                laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het
                                terrein van een ander:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de
                                        eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt, dat het die hond
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht en zij een aanlijngebod in
                                        verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf,
                                        nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                        bekendgemaakt, dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                        acht en een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het
                                        gedrag van die hond noodzakelijk vindt</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt
                                voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                identificatiekenmerk in het oor of de buikwand</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of
                                        van stevig leer of van beide stoffen, die door middel van
                                        een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht
                                        dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is
                                        en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier
                                        kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een
                                        geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                        binnen de korf aanwezig zijn;</al></li>
                  <li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                        lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is
                                        dan 1,50 meter;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.60</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen aan te
                                wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of van
                                schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide
                                dieren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        hen gestelde regels; dan wel</al></li>
                  <li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats
                                daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te
                                hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde
                                regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door
                                hen is aangegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.61</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.62</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                            weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                            deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                            maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
                        </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.63</nr>
                <titel>Duiven</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in een
                                door het college te bepalen tijdvak gelegen tussen 1 maart en 1
                                juni.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gesteld gebod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale
                                ophokverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.64</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden bijen te houden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                        gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als
                                noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te
                                voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet
                                voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of gebouwen
                                bedoeld in dat lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet
                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                provinciale wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:65</nr>
                <titel>Bedelarij</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg
                            of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of
                            andere zaken.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.66</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar de handelaar als bedoeld
                            in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel
                            437, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht; </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.67</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het register</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester
                                gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                        goed;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                        zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                        goed;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van
                                        het goed;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                        verkregen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                verplichtingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.68</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van het
                                Wetboek van Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                    stellen:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                            vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij
                                            zijn onderneming behorende vestiging;</al></li>
                    <li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub l°, bedoelde
                                            adressen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>ls hij het beroep van handelaar niet langer
                                            uitoefent;</al></li>
                    <li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van
                                            een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende
                                            verloren is gegaan;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                    register ter inzage te geven;</al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                    waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                    zichtbaar zijn;</al></li>
                <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                    bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen
                                    is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.69</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.70</nr>
                <titel>Handel in horecabedrijven</titel>
              </kop>
              <al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven)
                            onder artikel 2:32).</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>VUURWERK</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.71</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: </al>
              <al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                            nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                            (Vuurwerkbesluit) van toepassing is. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.72</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                            consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen, dan wel voor het ter
                            beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het
                            college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden gevestigd.
                        </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.73</nr>
                <titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een voor
                                publiek toegankelijke plaats te bezigen indien zulks gevaar, schade
                                of overlast kan veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>DRUGSOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.74</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op af aan de
                            weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of
                            aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer te
                            rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen
                            2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, als dan niet tegen
                            betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij
                            behulpzaam zijn of daarin te bemiddelen. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN CAMERATOEZICHT
                            OP OPENBARE PLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.75</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a Gemeentewet besluiten
                            tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van
                            personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het
                            bepaalde in artikel 2.1, 2.10, 2.11, 2.16, 2.20a, 2.26, 2.47, 2.48,
                            2.49, 2.50, 2.73 of 5.34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
                        </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.76</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                            verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel
                            bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip
                            van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                            behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.77</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere voor eenieder toegankelijke
                                    plaatsen:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>parkeerterreinen en –garages;</al></li>
                    <li nr="b."><al>Gemeentehuis en overige overheidsgebouwen.</al><al/></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <nr>3.</nr>
            <titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS,
                            STRAAT PROSTITUTIE E.D.</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                    seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>Prostituee: degene, die zich beschikbaar stelt tot het
                                    verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                    vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>Seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                    vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder
                                    een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                    seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
                                    een prostitutiebedrijf waaronder begrepen een
                                    erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                    elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>Escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                    rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                    dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>Sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard
                                    aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>Exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                    exploiteert en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon
                                    of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>Beheerder: de natuurlijk persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting
                                    of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>Bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                    uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                            6.2;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                            wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                            college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen
                            en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                            Gemeentewet, de burgemeester. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college
                            over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                            vaststellen. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                            DERGELIJKE</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.4</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.5</nr>
                <titel>Gedrageisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>heeft de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en de
                                beheerder niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                        in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing
                                        van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter
                                        beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, de voormalige Nederlandse
                                        Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens
                                        een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                        voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van
                                        het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van € 500,00 of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:</al><lijst>
                      <li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                Wet arbeid vreemdelingen;</al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikel 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot
                                                en met 249, 250a (oud), 252, 273f, 300 tot en met
                                                303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van de
                                                Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                                juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
                                                van de Wet op de kansspelen;</al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                weerkorpsen;</al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                munitie.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,00
                                        bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt :</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                                hem ter zake geen verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.6</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven;</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op dinsdag tot en met vrijdag tussen 02.00 en 05.00
                                        uur;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op zaterdag, zondag en maandag en de dag na Tweede Paasdag,
                                        Koninginnedag, Nationale Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag,
                                        Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag tussen 03.00
                                        en 05.00 uur.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld
                                in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                sluitingstijden vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor
                                zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.7</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                                bevoegd bestuursorgaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste of
                                        tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk
                                        de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.8</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                        ((mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.9</nr>
                <titel>Straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen
                                dan wel aan te lokken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                        gebieden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                        tijden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gesteld verbod,
                                kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen kan
                                door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en
                                tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid,
                                genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is
                                gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit verbieden zich
                                gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van
                                vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in
                                het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien
                                dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.10</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                            sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                            openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen
                            van de gemeente. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.11</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                        bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                        aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan
                                        in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>BESLISSINGSTERMIJN: WEIGERINGSGRONDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.12</nr>
                <titel>Beslissingstermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf
                                weken verdagen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.13</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd
                                indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                        3:5 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                        strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel
                                3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in
                                artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                        leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li>
                  <li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.14</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.15</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijke
                                    heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na
                                    de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.13, eerste lid aanhef en onder a is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li>
                <li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <nr>4.</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
                                ;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>inrichting: een inrichting type A of type B, als bedoeld in het
                                Besluit;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                                leidinggevende of anderszins een inrichting drijft;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of
                                een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>incidentele festiviteit: festiviteit die gebonden is aan één of een
                                klein aantal inrichtingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende
                                bij de betreffende inrichting;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>g.</lidnr>
                <al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van
                                de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen
                                met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende
                                inrichting;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>h.</lidnr>
                <al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening gelden niet voor
                                door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                sportbeoefening op sportterreinen, artikel 4.113 lid 1 van het
                                Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
                                wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid,
                                kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de aanwijzing slechts
                                geldt in één of meer van de volgende delen: Goirle en Riel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het begin
                                van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen
                                als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en
                                artikel 4.5 van deze verordening niet van toepassing zijn mits de
                                houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van
                                de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij artikel 4.113 lid 1
                                van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van de
                                inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit
                                burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                toestaat.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4</nr>
                <titel>Geluidsplafond</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan nadere regels stellen ter voorkoming of beperking van
                            geluidhinder bij collectieve of incidentele festiviteiten</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5</nr>
                <titel>Onversterkte muziek</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                    bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                    het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel
                                    van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                            aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                            gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
                                            geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen
                                            uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden
                                            bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                            terrein;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                            zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                            ruimten en verblijfsruimten;</al></li>
                    <li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in
                                            de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                            toegepast.</al></li>
                    <li nr="e."><al>Tabel</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <table>
                <tgroup cols="4">
                  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="43*"/>
                  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
                  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/>
                  <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al/>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>7.00 - 19.00 uur</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>19.00 - 23.00 uur</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>23.00 - 7.00 uur</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>40 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>35 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>30 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>25 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>70 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>65 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>60 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>55 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col4">
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek,
                                    vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                    harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende
                                    de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde
                                    geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                    elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte
                                    muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van
                                    deze verordening van toepassing is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
                                dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
                                wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet, voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994,
                                de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de Provinciale
                                Milieuverordening Noord Brabant of het Vuurwerkbesluit.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6a</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door dieren</titel>
              </kop>
              <al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de
                            zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of
                            overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6b</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                            zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat
                            daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                            ontstaat. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6c</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door vrachtauto's</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a, van
                                het Reglement verkeersregels en verkeerstekens op zodanige wijze te
                                laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor
                                de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6d</nr>
                <titel>Routering</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer met een vrachtauto, als bedoeld in artikel 4.6c,
                                waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het laadvermogen meer
                                bedraagt dan 3.500 kg of die met inbegrip van de lading een lengte
                                heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2 meter,
                                tussen 23.00 en 07.00 uur op een andere dan door het college bij
                                openbaar bekend te maken besluit aangewezen weg te rijden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.7</nr>
                <titel>Straatvegen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden
                            van of vanwege de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte
                            een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende
                            een daarbij aangeduide tijdsperiode. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.8</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn natuurlijke
                            behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.
                        </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.9</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet- openbare riolen en
                                putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                            gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert
                            voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de
                            gebruikers van de gebouwen of voor anderen. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.10</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                        de stronk uitlopen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>houtwal: lintvormige begroeiingen van enige
                                        uitgestrektheid;</al></li>
                  <li nr="d."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                        stamdiameter van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter boven
                                        het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
                                        stamdiameter van de dikste stam.</al></li>
                  <li nr="e."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                        houtopstand;</al></li>
                  <li nr="f."><al>knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van
                                        takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als
                                        (periodiek) noodzakelijk onderhoud;</al></li>
                  <li nr="g."><al>Kandelaberen: een snoeitechniek waarbij takken van een boom
                                        afgezaagd worden waardoor de boom het uiterlijk van een
                                        kandelaar of kandelaber krijgt;</al></li>
                  <li nr="h."><al>landbouwgrond: gronden in gebruik voor de landbouw als
                                        bedoeld in artikel 1 van de Landbouwwet;</al></li>
                  <li nr="i."><al>vruchtbomen: fruitbomen bestemd voor fruitproductie;</al></li>
                  <li nr="j."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.</al></li>
                  <li nr="k."><al>besmettelijke plantenziekte: een plantenziekte die door haar
                                        besmettelijkheid ernstige gevolgen kan hebben voor de
                                        instandhouding van de besmette soort en/of gevaar oplevert
                                        voor de fruit- of boomteelt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen,
                                zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging
                                of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.11</nr>
                <titel>Verbod en vrijstelling voor het vellen van houtopstand</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag houtopstand
                                te vellen of te doen vellen, tenzij voor dit vellen een vrijstelling
                                geldt als omschreven in het tweede lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het derde lid, geldt vrijstelling van
                                het verbod tot het vellen of doen vellen van houtopstand voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>loofbomen met een stamdiameter kleiner dan of gelijk aan 12
                                        cm op 1,3 meter boven maaiveld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>naaldbomen en coniferen met een stamdiameter kleiner dan of
                                        gelijk aan 20 cm op 1,3 meter boven maaiveld;</al></li>
                  <li nr="c."><al>weg beplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                        landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren
                                        of wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al></li>
                  <li nr="d."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li>
                  <li nr="e."><al>fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
                                        dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                        bijzonder bestemde terreinen;</al></li>
                  <li nr="f."><al>kweekgoed;</al></li>
                  <li nr="g."><al>houtopstand die elkaar in de groei belemmeren, die bij wijze
                                        van dunning moet worden geveld en waar niet meer dan 50%
                                        wordt geveld;</al></li>
                  <li nr="h."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                        Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is
                                        buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt, die</al><lijst>
                      <li nr="-"><al>een oppervlakte heeft kleiner dan of gelijk aan 10
                                                are;</al></li>
                      <li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20
                                                bomen, gerekend over het totale aantal rijen;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="i."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het college;</al></li>
                  <li nr="j."><al>het knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij
                                        daarvoor geschikte boomsoorten;</al></li>
                  <li nr="k."><al>het vellen van erfbeplanting bij agrarische bedrijven, met
                                        uitzondering van de boomsoorten beuk, inlandse eik kastanje,
                                        paardenkastanje, linde, notenboom en haagbeuk, voor zover
                                        deze een stamdiameter hebben groter dan 12 cm op 1,3 meter
                                        boven maaiveld;</al></li>
                  <li nr="l."><al>het vellen van houtopstand, als gevolg van het bepaalde in
                                        artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij het
                                        afstandscriterium voor bomen is vastgesteld op 0,5
                                        meter.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Vrijstelling als bedoeld in het tweede lid, onder a, f, h, tweede
                                zinsnede en j geldt niet voor het vellen van houtopstanden, die
                                voorkomen in de openbaregroenstructuren zoals vastgelegd in het
                                Groenstructuurplan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12</nr>
                <titel>Aanvraag vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Wanneer het bureau LASER aan het college een afschrift heeft toegezonden
                            van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                            beschouwt het college dit afschrift mede als een vergunningaanvraag.
                        </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12</nr>
                <titel>a Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van onder andere: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li>
                <li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li>
                <li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></li>
                <li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li>
                <li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li>
                <li nr="f."><al>de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12</nr>
                <titel>b Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                                daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens
                                behoren het voorschrift dat van de vergunning eerst gebruik mag
                                worden gemaakt na het ongebruikt verstrijken van de bezwarentermijn,
                                en indien gedurende deze termijn een verzoek om voorlopige
                                voorziening is gedaan, nadat op dat verzoek is beslist.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12</nr>
                <titel>c Geldigheidsduur</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning als bedoeld in artikel 4.11, eerste lid vervalt indien
                            hier één jaar nadat de vergunning onherroepelijk geworden is geen
                            gebruik van is gemaakt. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12</nr>
                <titel>d Herplant-/instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is
                                geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college
                                aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                                overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door
                                hen te stellen termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Aan het vellen van een houtopstand met vergunning van burgemeester
                                en wethouders kan een herplantplicht worden verbonden, als er sprake
                                is van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het vellen van beeldbepalende of monumentale
                                        houtopstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het vellen van een houtopstand om de bouw voor een bouwwerk,
                                        waarvoor vergunning is verleend, mogelijk te maken;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het vellen van erfbeplanting bij agrarische bedrijven,
                                        indien het de boomsoorten beuk, inlandse eik, kastanje,
                                        paardenkastanje, linde, notenboom of haagbeuk betreft;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het vellen van houtopstanden, die voorkomen in de
                                        groenstructuren zoals vastgelegd in het
                                        Groenstructuurplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid en tweede lid
                                opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn
                                na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt
                                bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                waarop zich de houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit
                                andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
                                aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te
                                treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste to en met
                                vierde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12</nr>
                <titel>e Bestrijding besmettelijke plantenziekte</titel>
              </kop>
              <al>Indien zich op een terrein een houtopstand bevindt, die krachtens de
                            plantenziektewet of naar het oordeel van het college gevaar oplevert
                            voor de verspreiding van besmettelijke plantenziekten, is de
                            rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven,
                            verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn de
                            houtopstand te vellen en te vernietigen conform de in de aanschrijving
                            genoemde voorschriften. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een
                                inrichting in de zin van de Wet milieubeheer , in de openlucht,
                                buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende
                                voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
                                hebben:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4.17 of onderdelen
                                        daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                        geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                        commercieel doel;</al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college krachtens het eerste lid
                                aangewezen plaats een door hen aangeduid voorwerp of stof op te
                                slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in dit bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet op de
                                Ruimtelijke Ordening of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.14</nr>
                <titel>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.15</nr>
                <titel>Vergunningplicht handelsreclame</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan een
                                onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van
                                een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die
                                vanaf de weg zichtbaar is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
                                        gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                        zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Opschriften of aankondigingen op of aan de onroerende zaken
                                        daartoe aangewezen door de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>Opschriften en aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                        langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                        op:</al><lijst>
                      <li nr="-"><al>Een openbare verkoping of een aanbieding ter
                                                verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                hebben;</al></li>
                      <li nr="-"><al>Het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
                                                onroerende zaal wordt uitgeoefend of waarvoor die
                                                zaak is bestemd;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="d."><al>Opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
                                        bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
                                        zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                        of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li>
                  <li nr="e."><al>Opschriften een aankondigingen op of onroerende zaken
                                        dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                        aangebracht ten dienste van dat vervoer;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                feitelijke betekenis hebben, mits;</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving
                                        is gedaan aan het college;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                        kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></li>
                  <li nr="c."><al>Deze opschriften of aankondigingen niet langer dan 9 weken
                                        op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als
                                bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in
                                gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                veroorzaken;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Indien de handelsreclame hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>In het belang van de verkeersveiligheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>In het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak.</al></li>
                  <li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        provinciale landschapsverordening;</al></li>
                  <li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet
                                        voor bouwwerken;</al></li>
                  <li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet milieubeheer.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.16</nr>
                <titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.17</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: </al>
              <al>Een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van
                            artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan
                            wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
                        </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.18</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of
                                mede bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het eerste
                                lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap</al></li>
                  <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.19</nr>
                <titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4.18, eerste lid niet geldt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4.18, vierde lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <nr>5.</nr>
            <titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                            GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>PARKEEREXCESSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van
                                    het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                    uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens
                                    en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens ( RVV 1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte
                                van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te
                                verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met
                                        een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer
                                        voertuigen; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt
                                        voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het
                                        eerste lid genoemde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig
                                te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                verhandelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                            eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer
                            dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                verwaarloosde toestand verkeert.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6</nr>
                <titel>Kampeermiddelen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen,
                                aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de
                                recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan
                                verkeersdoeleinden wordt gebezigd dan wel een kampeerauto als
                                bedoeld in artikel 1.1 van het Voertuigreglement:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                        hebben op of aan een door het college aangewezen weg, waar
                                        dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de
                                        verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar
                                        dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                        aanzien van de gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                aanhef en onder a, gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                caravan- en tentenverordening Noord-Brabant of de Provinciale
                                landschapsverordening Noord-Brabant van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.7</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om
                                daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.8</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, of een
                                oplegger of een aanhangwagen, een lengte heeft van meer dan 6 meter
                                of een hoogte van meer dan 2,40 meter te parkeren op een door het
                                college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading of een
                                oplegger of een aanhangwagen, een lengte heeft van meer dan 6 meter
                                te parkeren op een door het college aangewezen weg waar dit naar hun
                                oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van de
                                beschikbare parkeerruimte;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.9</nr>
                <titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,40
                                meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het
                                uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                                wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt
                                aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.10</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te
                                parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen
                                of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.11</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig te rijden door deze dan wel te doen
                                of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege
                                aangelegde beplanting of groenstrook.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.12</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                            belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                            opheffing van overlast dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare
                            gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                            daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.12a</nr>
                <titel>Slapen in voertuigen, kampeermiddelen en dergelijke op of aan de
                                openbare weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de openbare weg een voertuig, tent of
                                soortgelijk onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te
                                overnachten dan wel daartoe gelegenheid te geven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen, waar het bepaalde in het eerste
                                lid niet van toepassing is. Zij kunnen daarbij regels stellen ten
                                aanzien van het gebruik van die plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing voorzover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Rijtijdenbesluit of de Wet op de
                                openluchtrecreatie en de daarop gebaseerde voorschriften van
                                toepassing zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>COLLECTEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.13</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goed</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                intekenlijst aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het
                                bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen
                                wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of
                                ten delen voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>VENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.14</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening
                                van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de
                                open lucht gelegen plaats of aan huis:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder venten worden niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene
                                        die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten als bedoeld in het eerst lid op jaarmarkten
                                        en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h
                                        van de Gemeentewet of snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                        5.22;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        als bedoeld in het eerste lid op een standplaats als bedoeld
                                        in artikel 5.17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.15</nr>
                <titel>Ventverbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met zaterdag
                                tussen 22.00 en 08.00 uur</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:16</nr>
                <titel>Vrijheid van meningsuiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor
                                venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en
                                gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                van de Grondwet .</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in
                                het tweede lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>STANDPLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare en in de openluchtgelegen plaats te
                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten
                                aan te bieden, gebruik makend van fysieke middelen, zoals eens
                                kraam, een wagen of een tafel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten bedoeld in artikel
                                        160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                        2.24;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.18</nr>
                <titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in
                                te nemen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden
                                geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
                                        welstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                        gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                        verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
                                        een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                        verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                        komt</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 1.7 kan de vergunning voor een bepaalde
                                tijd worden verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.19</nr>
                <titel>Toestemming rechthebbende</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop
                            zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
                        </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.20</nr>
                <titel>Afbakeningsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod van artikel 5.18, eerste lid geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer,
                                Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De weigeringsgrond van artikel 5.18, derde lid, onder a geldt niet
                                voor bouwwerken.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.21</nr>
                <titel>Aanhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>SNUFFELMARKTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.22</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een
                                voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands
                                en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                                aangeboden vanaf een standplaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.23</nr>
                <titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                snuffelmarkt te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg
                                geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                Winkeltijdenwet .</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>OPENBAAR WATER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.24</nr>
                <titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar
                                water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn
                                omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt
                                voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water
                                te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding
                                aan het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van
                                de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                voorwerp.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de
                                Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de
                                daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.25</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van
                                een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het
                                eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                        volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien
                                        van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatwerken, de Provinciale Vaarwegenverordening
                                Noord-Brabant of de Provinciale landschapsverordening
                                Noord-Brabant.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.26</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.25 bepaalde
                                kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen
                                geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen,
                                veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de
                                daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de
                                Provinciale Vaarwegenverordening Noord-Brabant of de Provinciale
                                landschapsverordening Noord-Brabant van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.27</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te
                            stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5.25, tweede lid en
                            5.26 bepaalde. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.28</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare
                                wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
                                gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatwerken, het Binnenvaartpolitiereglement of de
                                Provinciale Vaarwegenverordening Noord-Brabant.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.29</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe
                            bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan
                            wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.30</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
                                water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het
                                scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of
                                de Provinciale Vaarwegenverordening Noord-Brabant.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.31</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig,
                                liggend in of aan een openbaar water, los te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden een vaartuig, dat niet in voldoende staat van
                                veiligheid verkeert, te gebruiken, ten gebruike af te staan of aan
                                te bieden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.31a</nr>
                <titel>Vaartuigen op waterplas</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een vaartuig te plaatsen of geplaatst te houden of
                                daarmee te varen op een door het college aangewezen waterplas.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor vaartuigen, die
                                worden gebruikt bij baggerwerkzaamheden en voor vaartuigen die
                                worden gebruikt voor de openbare dienst.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van dit artikel worden onder vaartuigen mede
                                verstaan kano's en roei-, zeil- en motorvaartuigen, alsmede zeil- en
                                surfplanken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>CROSSTERREINEN, CROSSEN, MOTOR- EN RUITERVERKEER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.32</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z en een bromfiets
                                als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid
                                gestelde verbod niet van toepassing is. Zij kan daarbij regels
                                stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van andere
                                        milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in
                                        het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                        publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                Besluit geluidsproductie sportmotoren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.33</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zicht te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                                paard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid
                                gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden:</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motor
                                voertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de exploitatie van de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld;</al></li>
                  <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van
                                        percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
                                        plaatsen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d. bedoelde personen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het op grond van het eerste lid ingestelde verbod geldt
                                voorts niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale ‘Verordening
                                        stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                        motorvoertuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als ‘toestel’.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in een op grond van het
                                eerste lid ingestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.34</nr>
                <titel>Verbod afval te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur
                                te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur
                                aan te leggen, te stoken of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke;</al></li>
                  <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                        afvalstoffen worden verbrand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                        gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid genoemde verbod ontheffing
                                verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door artikel 429 aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                                van strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>VERSTROOIING VAN AS</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                            verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door
                            de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent
                            daartoe bestemd terrein. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.36</nr>
                <titel>Verbod asverstrooiing</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>plantsoenen die visueel één geheel vormen met verharde delen
                                        van de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn
                                wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid
                                incidentele asverstrooiing plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor
                                de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen
                                van het verbod uit het eerste lid</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.37</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                            overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <nr>6.</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de (buitengewone) opsporingsambtenaren
                                aangesteld voor de Politieregio waaronder de gemeente Goirle
                                valt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de
                                burgemeester aan te wijzen personen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.3</nr>
              <titel>Binnentreden in woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder de toestemming
                            van de bewoner. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Goirle 2008,
                                vastgesteld op 13 mei 2008 wordt per die datum ingetrokken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.5</nr>
              <titel>Overgangsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.6</nr>
              <titel>Aanhalingstitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel Algemene
                            Plaatselijke Verordening Goirle 2012. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering
                        van 20-12-2011.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          , de voorzitter
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          , de griffier
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>