<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR129954_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Bunschoten 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bunschoten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunschoten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2011, 17</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Bunschoten 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">Gemeentewet, art. 212 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Bunschoten 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1. Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen en
                                    verwerken van gegevens en het verstrekken van informatie ten
                                    behoeve van het besturen, het (doen) functioneren en het
                                    beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                                    Bunschoten en ten behoeve van de verantwoording die daarover
                                    moet worden afgelegd.</al></li><li nr="b."><al>Financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen) van de
                                    organisatie van de gemeente Bunschoten, teneinde te komen tot
                                    een goed inzicht in: </al><lijst><li nr="1."><al>de financieel economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het beheren van vermogenswaarden;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr=""><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding.</al></li><li nr="d."><al>Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de
                                    gemeente Bunschoten.</al></li><li nr="e."><al>Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, college- en
                                    raadsbesluiten.</al></li><li nr="f."><al>Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                    maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen, of de mate waarin met de
                                    beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt
                                    bereikt.</al></li><li nr="g."><al>Doeltreffendheid: de mate waarin de gemeente erin slaagt met de
                                    geleverde prestaties de gestelde doelen of de beoogde
                                    maatschappelijke effecten te bereiken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2. Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. Programmabegroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt per programma vast: </al><lijst><li nr="a."><al>(waar mogelijk) de beoogde maatschappelijke effecten
                                            (outcome); wat willen we bereiken?;</al></li><li nr="b."><al>De te leveren prestaties (output); wat gaan we daarvoor
                                            doen?;</al></li><li nr="c."><al>De baten en lasten (input); wat mag het kosten?</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De raad stelt per programma indicatoren vast met betrekking tot
                                    de beoogde maatschappelijke effecten (effect-indicator) of de te
                                    leveren prestaties (prestatie-indicator).</al></li><li nr="3."><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de geleverde prestaties (output) en de
                                    maatschappelijke effecten (outcome), zodat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad
                                    kunnen worden getoetst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting wordt onder ieder programma de begrote lasten
                                    en baten weergegeven en bij de jaarstukken wordt onder ieder
                                    programma de gerealiseerde lasten en baten weergegeven.</al></li><li nr="2."><al>Wijzigingen in de programma indeling worden door de raad
                                    vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De programmabegroting wordt uitgewerkt in de afdelingsplannen
                                    van de afdelingen.</al></li><li nr="4."><al>In de jaarrekening wordt van de belangrijkste investeringen de
                                    besteding van de geautoriseerde investeringskredieten
                                    weergegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Kaders begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jaarlijks aan de raad een kadernota aan met
                                    een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor het
                                    volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze
                                    nota worden voor zover van toepassing de bevindingen betrokken
                                    uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel
                                    6 en de jaarstukken bedoeld in artikel 3.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt de kadernota vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Uitvoering begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                    lasten en baten per programma.</al></li><li nr="2."><al>Het college neemt in de begroting het geactualiseerd meerjaren
                                    investeringsplan op. De raad autoriseert met het vaststellen van
                                    de begroting de eerste jaarschijf van het meerjaren
                                    investeringsplan.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></li><li nr="4."><al>Het college draagt er zorg voor dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de budgetten uit de productenramingen en voor
                                            investeringen eenduidig worden toegewezen aan
                                            programma’s;</al></li><li nr="b."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt;</al></li><li nr="c."><al>de uitgaven op de investeringen niet worden
                                            overschreden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse
                                    rapportage over de realisatie van de begroting van de
                                    gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting.</al></li><li nr="3."><al>De tussentijdse rapportage gaat in op de afwijkingen per
                                    programma en op de investeringen, zowel wat betreft de lasten en
                                    baten en indien daar aanleiding voor is de prestaties en
                                    maatschappelijke effecten.</al></li><li nr="4."><al>Bij een overschrijding van een investering van 15%, mits dit
                                    meer is dan € 5.000,- wordt de vakcommissie vooraf geïnformeerd.
                                    Via het voorstel comptabiliteit wordt dan een aanvullend krediet
                                    gevraagd.</al></li><li nr="5."><al>Het college draagt er zorg voor, dat alle door de raad
                                    goedgekeurde wijzigingen van de begroting juist en volledig in
                                    de budgetten voor de productenramingen en investeringen worden
                                    verwerkt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7. Financiële positie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in de toelichtende paragraaf over de
                                    financiële positie en de meerjarenramingen van de
                                    programmabegroting is opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij
                                    de uiteenzetting van de financiële positie expliciet
                                    vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Investeringen met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs
                                    kleiner dan € 5.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd
                                    gronden en terreinen. De laatst genoemden worden altijd
                                    geactiveerd.</al></li><li nr="2."><al>Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
                                    kunnen worden geactiveerd, mits aan de in artikel 60 (onderdelen
                                    a t/m d) BBV gestelde voorwaarden wordt voldaan.</al></li><li nr="3."><al>Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden
                                    geactiveerd, mits aan de in artikel 61 (onderdelen a t/m d) BBV
                                    gestelde voorwaarden wordt voldaan.</al></li><li nr="4."><al>In de (te activeren) vervaardigingsprijs kunnen worden opgenomen
                                    een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het
                                    tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden
                                    toegerekend.</al></li><li nr="5."><al>De afschrijving van de vaste activa vindt in principe lineair
                                    plaats volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte
                                    toekomstige gebruiksduur. Voor het afschrijven van de vaste
                                    activa, voor nieuwe investeringen, worden de
                                    afschrijvingtermijnen gehanteerd zoals vermeld in het overzicht
                                    “Afschrijvingstabel gemeente Bunschoten”.</al></li><li nr="6."><al>Voor nieuwe investeringen worden de afschrijvingslasten in het
                                    jaar van investeren voor de helft opgenomen in de begroting
                                    (fictieve datum van investeren 1 juli), terwijl bij de
                                    realisatie uitgegaan wordt van de werkelijke data van
                                    investeren.</al></li><li nr="7."><al>Eventuele bijdragen van derden die in directe relatie staan met
                                    het actief mogen in mindering worden gebracht op het te
                                    activeren bedrag.</al></li><li nr="8."><al>Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa
                                    worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in
                                    aanmerking genomen.</al></li><li nr="9."><al>Voor aankoop en vervaardiging van activa in de openbare ruimte
                                    met een meerjarig maatschappelijk nut geldt aanvullend dat: </al><lijst><li nr="a."><al>deze kunnen worden geactiveerd, tenzij door de raad
                                            anders wordt besloten;</al></li><li nr="b."><al>eventuele voor de investering gevormde reserves in
                                            mindering mogen worden gebracht op het te activeren
                                            bedrag;</al></li><li nr="c."><al>er extra kan worden afgeschreven.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Invordering en debiteurenbeheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor toereikende invorderingsmaatregelen
                                    op debiteuren.</al></li><li nr="2."><al>Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Reserves en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college geeft jaarlijks bij de programmabegroting een
                                    overzicht van de (begrote dotaties en onttrekkingen aan)
                                    reserves en voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college neemt daarbij de richtlijnen in acht die zijn
                                    vastgelegd in de notities “financieel beleid 2007-2020” en
                                    “ontwikkeling reserves 2011”.</al></li><li nr="3."><al>Afhankelijk van de noodzaak worden de in lid 2 genoemde notities
                                    geactualiseerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Kostprijsberekening en tarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeente Bunschoten wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken,
                                    die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de kostprijsberekening worden betrokken: dotaties en
                                    onttrekkingen aan bestemmings- en egalisatiereserves,
                                    kapitaallasten van vaste activa en voor rioolrechten en
                                    afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></li><li nr="3."><al>De rekenrente voor de bepaling van de rentelasten wordt
                                    jaarlijks bij de kadernota vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt een treasurystatuut ter vaststelling door de
                                    raad aan. In het treasurystatuut worden de
                                    treasurydoelstellingen, de organisatorische vormgeving van de
                                    treasurytaken en de vermogensobjecten onder het beheer van
                                    treasury beschreven. Daarnaast worden in het statuut de wijze
                                    van informatievoorziening en de administratieve organisatie
                                    vastgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt bij de uitoefening van de treasuryfunctie
                                    zorg voor een juiste uitvoering van de richtlijnen, zoals
                                    vastgelegd in het door de raad vastgestelde
                                    treasurystatuut.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3a. Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13. Lokale heffingen</titel></kop><al>In de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen uit het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="•"><al>De mate van kostendekkendheid van de rioolheffing en het
                                    reinigingsrecht;</al></li><li nr="•"><al>Het verloop van de gevormde egalisatiereserves.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Weerstandsvermogen</titel></kop><al>In de paragraaf weerstandvermogen bij de begroting en de jaarstukken
                            neemt het college naast de verplichte onderdelen uit het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval
                            op:</al><lijst><li nr="•"><al>De financiële gezondheid van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                    paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang
                                    van het geplande groot onderhoud en het eventuele achterstallige
                                    onderhoud.</al></li><li nr="2."><al>Onderhoudsplannen op het gebied van de openbare ruimte (wegen en
                                    groen), riolering en gebouwen worden minimaal eens in de zes
                                    jaar geactualiseerd. Hierin worden de kaders aangegeven voor het
                                    beoogde onderhoudsniveau en het meerjarig budgettair
                                    beslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al>het kasstroomoverzicht (alleen jaarstukken);</al></li><li nr="d."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor het
                                    komende jaar (alleen begroting);</al></li><li nr="e."><al>het EMU-saldo (alleen begroting).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval
                            op:</al><lijst><li nr="•"><al>De omvang van het personeelsbestand en de loonkosten;</al></li><li nr="•"><al>De kosten van inhuur derden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Verbonden partijen</titel></kop><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande
                            verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden
                            partijen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Grondbeleid</titel></kop><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf grondbeleid in
                            elk geval ingegaan op de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                            verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                            relaties van het grondbeleid met de programma’s.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4. Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20. Financiële administratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De inrichting en de werking van de (financiële) administratie
                                    voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor het verstrekken van de vereiste
                                    informatie aan het rijk, de provincie en het CBS, alsmede aan
                                    andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen
                                    opleggen aan gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                    jaarrekening en rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                    balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de
                                    getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid
                                    van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>Het college zorgt voor regels ter voorkoming van misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen
                                    en legt deze regels vast in de betreffende gemeentelijke
                                    regelingen en procedures.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en
                            aanbesteding van leveringen, werken en diensten. De regels waarborgen,
                            dat wordt gehandeld in overeenstemming met de Europese regels en het
                            Besluit aanbesteding overheden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5. Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23. Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt zonodig vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd.</al></li><li nr="b."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6. Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24. Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2012.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in de plaats van de <extref doc="http://bunschoten.regelingenbank.nl/regelingen/Financiele-verordening-gemeente-Bunschoten">Financiële verordening gemeente Bunschoten 2004</extref>,
                                    vastgesteld door de raad op 19 februari 2004.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Financiële verordening
                            gemeente Bunschoten 2012”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>