<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR129949_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Bunschoten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bunschoten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunschoten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2011, 15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Bunschoten 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wet maatschappelijke ondersteuning </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>710</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de <extref doc="http://bunschoten.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-individuele-Wmo-voorzieningen-gemeente-Bunschoten-2006">Verordening individuele voorzieningen Wmo gemeente Bunschoten 2006</extref> ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Bunschoten 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De verordening is de weerslag van twee zaken. Allereerst hebben de
                            resultaten van het project "De Kanteling" aan de basis gelegen van de in
                            de verordening opgenomen tekst Vervolgens is ook rekening gehouden met
                            de jurisprudentie, met name die van de Centrale Raad van Beroep. De
                            opbouw van de verordening is geheel anders dan die van de huidige
                            verordening. In deze verordening ligt het zwaartepunt op de te behalen
                            resultaten in plaats van op voorzieningen en op het zogenaamde
                            "gesprek", een open gesprek waarin samen met de persoon die compensatie
                            behoeft een zo volledig mogelijke inventarisatie gemaakt wordt van zijn
                            [1] situatie, zijn mogelijkheden en onmogelijkheden, zijn wensen en
                            individuele specifieke kenmerken en de problemen die om een oplossing
                            vragen. Leidend hierbij is het te bereiken resultaat. Op basis hiervan
                            kan bekeken worden welke mogelijkheden er zijn om dit resultaat te
                            bereiken met oplossingen die al voorhanden zijn, zoals eigen
                            mogelijkheden, (wettelijk) voorliggende voorzieningen, algemene
                            voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of collectieve
                            voorzieningen. Daarna wordt duidelijk op welke punten nog individuele
                            voorzieningen nodig zijn. Na het gesprek volgt eventueel een aanvraag
                            voor individuele voorzieningen.</al><al>Door deze wijze van werken wordt het proces om te komen tot oplossingen
                            in twee delen gesplitst: een inventarisatiefase, gekarakteriseerd door
                            het "gesprek" en een fase van aanvraag, beoordeling en toekenning van
                            individuele voorzieningen. Het is zelfs mogelijk een keuze te maken die
                            leidt tot invulling van beide fasen door verschillende personen.</al><al>Na de begripsomschrijvingen licht de focus op de te bereiken resultaten.
                            Daarin zal per onderdeel van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wmo</extref>, zoals geschetst in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=4">artikel 4 lid 1 van de wet</extref> (een huishouden voeren, zich
                            verplaatsen in en om de woning, zich lokaal verplaatsen per
                            vervoermiddel en medemensen ontmoeten en op basis daarvan sociale
                            verbanden aangaan) uitgewerkt worden wat daarbij als resultaat bereikt
                            moet worden. Daarna wordt ingegaan op het Gesprek en vervolgens op de
                            procedure na dat gesprek als het komt tot een individuele aanvraag. Pas
                            daarna zal besloten worden met een aantal algemene soms procedurele
                            regels.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Lid 1. Wet</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wet Maatschappelijke Ondersteuning</extref> (Wmo).</al><al>Lid 2. College</al><al>College van burgemeester en wethouders.</al><al>Lid 3. Compenserende maatregelen</al><al>De plicht van het college om voor personen met een beperking, een
                            chronisch psychisch of een psychosociaal probleem maatregelen te treffen
                            of voorzieningen te verstrekken ter compensatie van hun beperkingen op
                            het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde
                            hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in
                            en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en
                            medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te
                            gaan.</al><al>Lid 4. Aanmelding</al><al>Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij
                            beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te
                            maken voor een gesprek.</al><al>Lid 5. Het gesprek</al><al>Het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die
                            maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt
                            geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan,
                            de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen
                            mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene,
                            algemeen gebruikelijke, collectieve, (wettelijk) voorliggende en/of
                            individuele voorzieningen.</al><al>Lid 6. Aanvraag</al><al>Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen
                            voor één of meerdere compenserende maatregelen.</al><al>Lid 7. Belanghebbende</al><al>Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch
                            probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan
                            compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor
                            zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een
                            aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.</al><al>Lid 8. Psychosociaal probleem</al><al>Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en,
                            met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand
                            ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving.</al><al>Lid 9. Algemene voorziening</al><al>Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet
                            bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen met een
                            beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal
                            probleem, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel
                            bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder
                            een ingewikkelde aanvraagprocedure.</al><al>Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening</al><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal
                            bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt
                            wordt, leeftijdsgerefateerd is, algemeen verkrijgbaar is en niet -
                            aanzienlijk - duurder is dan vergelijkbare producten.</al><al>Lid 11. Collectieve voorziening</al><al>Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt
                            maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, in casu het
                            collectief vraagafhankelijk vervoer.</al><al>Lid 12. Voorliggende voorziening</al><al>Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij
                            aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte
                            aan heeft.</al><al>Lid 13. Wettelijk voorliggende voorziening</al><al>Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een
                            wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat
                            geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.</al><al>Lid 14. Individuele voorziening</al><al>Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten
                            behoeve van één persoon met een beperking, een chronisch psychisch
                            probleem of een psychosociaal probleem wordt verstrekt. Deze stelt hem
                            in staat om een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de
                            woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel, medemensen te
                            ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan.</al><al>Lid 15. Gebruikelijke zorg</al><al>Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het
                            huishouden voor alle leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar
                            wordt beschouwd. Zoals omschreven in het protocol gebruikelijke
                            zorg.</al><al>Lid 16. Voorziening in natura Voorziening in natura: een voorziening, in
                            te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in
                            (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.</al><al>Lid 17. Persoonsgebonden budget</al><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te
                            bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.</al><al>Lid 18. Financiële tegemoetkoming</al><al>Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of
                            gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te
                            bereiken resultaat.</al><al>Lid 19. Mantelzorger</al><al>Mantelzorger: een persoon die langdurige zorg biedt die niet in het
                            kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden. De zorg wordt geleverd
                            aan een hulpbehoevende uit diens directe omgeving.</al><al>De zorgverlening vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie en
                            deze overstijgt de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar.</al><al>Lid 20. Hoofdverblijf</al><al>Hoofdverblijf: de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste
                            nachten per jaar doorbrengt.</al><al>Lid 21. Eigen bijdrage</al><al>Een inkomensafhankelijk bedrag dat de gemeente oplegt. Eigen bijdrage
                            geldt bij een voorziening in natura of PGB die kostendekkend wordt
                            geacht. Het CAK berekent, stelt vast en int vervolgens de eigen
                            bijdrage.</al><al>Lid 22. Eigen aandeel</al><al>Een inkomensafhankelijk bedrag dat de gemeente oplegt. Eigen aandeel is
                            van toepassing bij financiële tegemoetkoming die niet kostendekkend is,
                            zoals een forfaitair bedrag of een gemaximeerde vergoeding. Het CAK
                            berekent, stelt vast en int vervolgens het eigen aandeel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2. RESULTAATGERICHTE COMPENSATIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. De te bereiken resultaten</titel></kop><al>Compenserende maatregelen en/ of voorzieningen zijn gericht op het
                            bevorderen van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van een
                            belanghebbende. Daartoe treft het college van burgemeester en wethouders
                            compenserende maatregelen en/of voorzieningen op het gebied van
                            maatschappelijke ondersteuning die belanghebbende in staat stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een huishouden te voeren;</al></li><li nr="b."><al>zich te verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="c."><al>zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="d."><al>medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden
                                    aan te gaan.</al></li><li nr="De"><al>op basis van compenserende maatregelen en/of voorzieningen te
                                    bereiken resultaten zijn:</al></li><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3. VOORWAARDEN OWI TE KOMEN TOT COMPENSERENDE
                            MAATREGELEN/TE BEREIKEN RESULTATEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3. Aanspraak op individuele compenserende maatregelen
                                en/of voorzieningen Een belanghebbende komt in aanmerking voor
                                compensatie indien:</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>er geen voorliggende voorzieningen aanwezig zijn die een
                                    adequate oplossing bieden, waaronder mede wordt verstaan
                                    huisgenoten die gebruikelijke zorg kunnen verlenen;</al></li><li nr="c."><al>de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is;</al></li><li nr="d."><al>de te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende
                                    voorziening aan te merken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Geen individuele compenserende maatregelen en/of
                                voorzieningen</titel></kop><al>Geen individuele compenserende maatregelen en/of voorzieningen vindt
                            plaats indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke
                                    en collectieve voorzieningen voorhanden zijn die voorzien in een
                                    adequate compensatie;</al></li><li nr="b."><al>als belanghebbende kosten heeft gemaakt of verplichtingen is
                                    aangegaan voordat de noodzaak van compenserende maatregelen
                                    en/of voorzieningen is vastgesteld en toegekend;</al></li><li nr="c."><al>er aan de zijde van belanghebbende geen sprake is van
                                    aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                    voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor
                                    compensatie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="d."><al>de kosten, waarop de compensatie betrekking heeft, naar oordeel
                                    van het college vermeden hadden kunnen worden;</al></li><li nr="e."><al>het een vraag betreft die reeds eerder is gecompenseerd en
                                    waarvan het college van mening is dat de getroffen maatregelen
                                    nog steeds adequaat zijn;</al></li><li nr="f."><al>er een kortdurend participatieprobleem, minder dan zes maanden,
                                    bij het besluit is vastgesteld;</al></li><li nr="g."><al>de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Bunschoten
                                    of zijn/haar hoofdverblijf buiten de gemeente valt;</al></li><li nr="h."><al>een compenserende maatregel en/of voorziening als die waarop de
                                    aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel
                                    krachtens de aan deze voorafgaande verordening is verstrekt en
                                    de normale afschrijvingstermijn van de compenserende maatregel
                                    en/of voorziening, nog niet is verstreken. Tenzij de eerder
                                    vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg
                                    van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                                    rekenen;</al></li><li nr="i."><al>het een aanvraag betreft die naar oordeel van het college
                                    voortkomt uit levensloopgerelateerde fase van de aanvrager;</al></li><li nr="j."><al>wordt vastgesteld dat belanghebbenden niet heeft voldaan aan de
                                    verantwoordelijkheden genoemd in artikel 6;</al></li><li nr="k."><al>op basis van inkomen, gedragingen en verleden geoordeeld wordt
                                    dat de aanvraag voor de persoon als de aanvrager algemeen
                                    gebruikelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Verantwoordelijkheid van het college</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college draagt zorg voor een gedegen onderzoek, naar
                                    aanleiding van een aanvraag, dat leidt tot een individuele
                                    afstemming van de compensatie.</al></li><li nr="b."><al>Het college kan bij het onderzoek zoals genoemd in dit artikel
                                    gebruik maken van classificatiesystematieken zoals neergelegd in
                                    de ICF en/of 1CD.</al></li><li nr="c."><al>Het college houdt rekening met de capaciteit van de aanvrager om
                                    uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien,
                                    zoals is bepaald in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=4">artikel 4 lid 2 van de wet</extref>. Hieronder wordt mede
                                    verstaan de mogelijkheden van de belanghebbende om de eigen
                                    omstandigheden te verbeteren en de participatie te
                                    bevorderen,</al></li><li nr="d."><al>Het college gaat altijd uit van de eigen kracht, zelfzorg en het
                                    zelfoplossend vermogen van belanghebbende en zijn sociale
                                    netwerk.</al></li><li nr="e."><al>Het college draagt er zorg voor dat er overleg gepleegd wordt
                                    met belanghebbende en zijn sociale netwerk, waarbij alle
                                    beschikbare voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve
                                    voorzieningen worden beoordeeld op bruikbaarheid en
                                    toepasbaarheid.</al></li><li nr="f."><al>Het college biedt de randvoorwaarde/mogelijkheid om voorafgaand
                                    aan een aanvraag een gesprek te voeren waarin de
                                    ondersteuningsbehoefte van belanghebbende uitgebreid in kaart
                                    wordt gebracht.</al></li><li nr="g."><al>Het college stelt in nadere regels een lijst van voorliggende,
                                    algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verantwoordelijkheid van belanghebbende</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Van belanghebbende wordt verwacht dat deze voorafgaand aan een
                                    aanvraag voor individuele compensatie gezocht heeft naar
                                    mogelijkheden om zelf te voorzien in een adequate oplossing voor
                                    zijn ondersteuningsvraag. Gebruik makend van eigen
                                    mogelijkheden, de mogelijkheden van zijn sociale netwerk en
                                    beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                    collectieve voorzieningen.</al></li><li nr="b."><al>Van een belanghebbende wordt verwacht dat deze tijdig
                                    anticipeert op ondersteuningsvragen die voortkomen uit
                                    levensloopgerelateerde fasen en hier ook binnen zijn eigen
                                    mogelijkheden, de mogelijkheden van zijn sociale netwerk en
                                    beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                    collectieve voorzieningen maatregelen treft.</al></li><li nr="c."><al>Van belanghebbende wordt verwacht dat deze verantwoordelijk is
                                    voor het verbeteren en of optimaliseren van de lichamelijke en
                                    geestelijke gezondheid en individuele psycho-sociale
                                    omstandigheden. Waar nodig met ondersteuning van zijn sociale
                                    netwerk en/ of (professionele) hulpverleners, mantelzorgers of
                                    vrijwilligers.</al></li><li nr="d."><al>Van belanghebbende wordt verwacht dat deze meewerkt aan een
                                    onderzoek om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de woon-
                                    en leefsituatie in relatie tot de benodigde en gevraagde
                                    compensatie.</al></li><li nr="e."><al>Van belanghebbende wordt verwacht de gegevens te verschaffen die
                                    noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de noodzaak van
                                    compensatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4. DE UITVOERING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7. De aanvraag</titel></kop><al>De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of
                            elektronisch ondertekend plaatsvinden, conform de Algemene wet
                            bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Beslistermijn</titel></kop><al>Een besluit wordt binnen een redelijke termijn genomen. Conform de
                            richtlijnen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>. Deze termijn is vastgesteld op
                            maximaal 8 weken.</al><al>Indien er afwijkende omstandigheden zijn, zoals het opvragen van een
                            medisch advies of offertes, kan de termijn verlengd worden. Rekening
                            houdend met de richtlijnen conform de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Dwangsom">Wet Dwangsom</extref>.</al><al>Artikel 4, lid 2: Bij het bepalen van de voorzieningen houdt het college
                            van burgemeester en wethouders rekening met de persoonskenmerken en
                            behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, waaronder verandering
                            van woning In verband met wijziging van leefsituatie, alsmede met de
                            capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in
                            maatregelen te voorzien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Advisering</titel></kop><al>Voor het bepalen van de mate van compensatie, kan het college de
                            belanghebbende uitnodigen om uitgebreider op de ondersteuningsvraag en
                            sociaal (medische) situatie in te gaan met een of meer daartoe
                            aangewezen interne deskundigen/adviesorganen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Wijziging situatie</titel></kop><al>Belanghebbenden aan wie krachtens deze verordening compensatie is
                            geboden, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het
                            college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan
                            redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op
                            het recht op aanwezige compenserende maatregelen en/of
                            voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Terugvordering</titel></kop><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                            geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><al>Lid 1.</al><al>Het recht op een compenserende voorziening is ingetrokken. De reeds
                            uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget wordt
                            teruggevorderd van de budgethouder.</al><al>Onverschuldigde bedragen worden teruggevorderd tot 5 jaren, nadat de
                            beschikking tot intrekking bekend is gemaakt.</al><al>Lid 2.</al><al>Het recht op een in eigendom verstrekte compenserende voorziening is
                            ingetrokken.</al><al>De voorziening wordt teruggevorderd indien de voorziening is verleend op
                            basis van onjuist verstrekte gegevens, waarbij is gebleken dat ware de
                            juiste gegevens bekend geweest een andere beslissing zou zijn
                            genomen.</al><al>Lid 3.</al><al>Het recht op een in bruikleen verstrekte compenserende voorziening is
                            ingetrokken. De voorziening wordt teruggehaald indien de voorziening is
                            verleend op basis van onjuist verstrekte gegevens, waarbij is gebleken
                            dat ware de juiste gegevens bekend geweest een andere beslissing zou
                            zijn genomen.</al><al>Lid 4.</al><al>Het recht op een compenserende voorziening in natura is ingetrokken. De
                            voorziening wordt teruggehaald/beëindigd indien de voorziening is
                            verleend op basis van onjuist verstrekte gegevens, waarbij is gebleken
                            dat ware de juiste gegevens bekend geweest een andere beslissing zou
                            zijn genomen.</al><al>Lid 5.</al><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                            persoonsgebonden budget wordt ingetrokken indien blijkt dat de
                            tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                            aangewend voor de bekostiging van het resultaat conform het besluit.
                            Onverschuldigde bedragen worden teruggevorderd tot 5 jaren, nadat de
                            beschikking tot intrekking bekend is gemaakt.</al><al>Lid 6.</al><al>Een recht op een compenserende voorziening in natura is ingetrokken
                            indien er sprake is van onveilig en/of oneigenlijk gebruik/geen gebruik
                            maken van de voorziening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5. BEOORDELING VAN DE TE BEREIKEN RESULTATEN</titel></kop><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 1. ALGEMENE REGELS</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12. Het maken van een afweging</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het beoordelen van compenserende maatregelen, neemt het college
                                het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het
                                college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de
                                belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak
                                en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te
                                bereiken resultaat binnen de grenzen van deze verordening.</al><al>Lid 2.</al><al>Alle eigen mogelijkheden, vrijwillige diensten en (wettelijke)
                                voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen
                                die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een
                                oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft
                                plaatsgevonden, eerst beoordeeld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 2. DE TE BEREIKEN RESULTATEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13. Een schoon en leefbaar huis</titel></kop><al>Lid1.</al><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is.
                                Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en
                                sanitaire ruimten.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                compenserende voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het
                                zware huishoudelijke werk.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit
                                eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden
                                beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen
                                geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Wonen in een geschikt huis</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de
                                woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de
                                woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin
                                of balkon.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                                compenseerde voorziening worden getroffen ten aanzien van de
                                bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de
                                woning.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning
                                of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan
                                leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst
                                beoordeeld worden.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid of artikel 12 lid 2 genoemde
                                mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van
                                die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen
                                verstrekt.</al><al>Lid 5.</al><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één
                                woonruimte indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een
                                AWBZ-instelling dan wel vergelijkbare situatie. De aanvraag voor het
                                bezoekbaar en/of logeerbaar maken wordt ingediend in de gemeente
                                waar de aan te passen woning staat. Onder bezoekbaar maken wordt
                                uitsluitend verstaan dat de belanghebbende de woonruimte kan
                                bereiken, de woonkamer en een toilet kan gebruiken. Onder logeerbaar
                                wordt uitsluitend verstaan dat de belanghebbende de woonruimte kan
                                bereiken en de woonkamer, een toilet, de natte cel en een
                                slaapruimte kan gebruiken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften</titel></kop><al>Lid1.</al><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde
                                hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets
                                genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook
                                de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire
                                levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft
                                levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het
                                bereiden en aanreiken van maaltijden.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor
                                zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat, wordt deze
                                mogelijkheid eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid 3 of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden
                                beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen
                                geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en
                                zo nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien
                                van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse
                                was.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, of voor
                                zover de belanghebbende gebruik kan maken aanwezige en bruikbare
                                (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve
                                voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende
                                kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze
                                mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voorzover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden
                                beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten. aanzien van die onderdelen
                                geen Individuele compenserende voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                    gezin behoren</titel></kop><al>Lid1.</al><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het
                                huishouden aanwezige kinderen.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                gezin behoren, kan een individuele compenserende voorziening worden
                                getroffen ten aanzien van het- zo mogelijk tijdelijk ter
                                overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer
                                definitieve maatregelen - vervangen van de ouder die in principe
                                voor de kinderen zorgt,</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en
                                bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden
                                deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden
                                beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen
                                geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en
                                om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het
                                slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de
                                berging, de tuin of het balkon te kunnen bereiken en er zich zodanig
                                te kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een
                                individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel
                                voor dagelijks zittend gebruik.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en
                                bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden
                                deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden
                                beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen
                                geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van
                                dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen
                                en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon-
                                en leefomgeving.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan
                                een individuele compenserende voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en
                                het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en
                                leefomgeving.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en
                                bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden
                                deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden
                                beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen
                                geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt.</al><al>Lid 5.</al><al>Indien het inkomen meer bedraagt dan 1.5 maal de in het beleidskader
                                genoemde norm wordt het bezit van een personenauto/of een met een
                                auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks-
                                en onderhoudskosten als algemeen gebruikelijk geacht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. De mogelijkheid om contacten te hebben met
                                    medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                    religieuze activiteiten</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                                maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo
                                mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan
                                gewenste activiteiten.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen
                                en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en
                                bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden
                                deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen
                                individuele compenserende voorzieningen verstrekt.</al><al>Lid 5.</al><al>Indien het inkomen meer bedraagt dan 1,5 maal het norminkomen als
                                genoemd in bijlage 1 van de beleidsregels voorzieningen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wmo</extref>, wordt het bezit van een verplaatsingsmiddel en de
                                daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten als algemeen
                                gebruikelijk geacht.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6. VERSTREKKING IN NATURA, ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN
                            ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING, EIGEN BIJDRAGEN EN EIGEN AANDEEL</titel></kop><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 1. VERSTREKKING VAN VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21. Mogelijke verstrekkingswijzen</titel></kop><al>De te treffen individuele compenserende voorzieningen kunnen als
                                voorziening in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële
                                tegemoetkoming worden verstrekt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 2. VERSTREKKING IN NATURA</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22. Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de
                                beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>hoe belanghebbende wordt gecompenseerd en welke resultaten
                                        worden bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke eigen mogelijkheden en aanwezige en bruikbare
                                        (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                        collectieve voorzieningen voorhanden zijn;</al></li><li nr="c."><al>welke de te treffen voorziening is;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking is;</al></li><li nr="e."><al>hoe de voorziening in natura verstrekt wordt en</al></li><li nr="f."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage/eigen aandeel
                                wordt dit in de beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 3. VERSTREKKING ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23. Overwegende bezwaren</titel></kop><al>Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                                gemeente Bunschoten vast in welke situaties sprake is van
                                overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt
                                wordt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lïd1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>hoe belanghebbende wordt gecompenseerd en weike resultaten
                                        worden bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke eigen mogelijkheden en aanwezige en bruikbare
                                        (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                        collectieve voorzieningen voorhanden zijn;</al></li><li nr="c."><al>voor welk te bereiken resultaat (aangevuld, indien nodig met
                                        een programma van eisen) het persoonsgebonden budget bij de
                                        besteding, voldaan moet worden;</al></li><li nr="d."><al>wat de omvang (tegenwaarde van de goedkoopst compenserende
                                        voorziening in natura) van het persoonsgebonden budget is en
                                        hoe deze omvang tot stand is gekomen;</al></li><li nr="e."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                        persoonsgebonden budget bedoeld is en f. welke regels gelden
                                        ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden
                                        budget;</al></li><li nr="g."><al>wie de budgethouder is.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage/eigen aandeel
                                wordt dit in de beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 4. VERSTREKKING ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25. Inhoud beschikking</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                                tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>hoe belanghebbende wordt gecompenseerd / welke resultaten
                                        worden bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke eigen mogelijkheden en aanwezige en bruikbare
                                        (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                        collectieve voorzieningen voorhanden zijn;</al></li><li nr="c."><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming
                                        bestemd is;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="e."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld en f. wat de hoogte van de
                                        financiële tegemoetkoming is.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 5. EIGEN BIJDRAGE EN EIGEN AANDEEL</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 26. Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een
                                eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende
                                resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                        kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                        behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het
                                        geen rolstoel betreft;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                                        deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                        religieuze activiteiten.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>De hoogte van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt
                                vastgesteld overeenkomstig de maximale wettelijke bedragen opgenomen
                                in hoofdstuk IV van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 27. Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28. Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Bunschoten geldende bedragen
                            verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor de
                            gezinsconsumptie, zoals bepaald in het beleidskader bij de <extref doc="http://bunschoten.regelingenbank.nl/regelingen/Verstrekkingenboek-individuele-voorzieningen-Wet-maatschappelijke-ondersteuning-gemeente-Bunschoten">Verordening Wmo individuele voorzieningen</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening voorzieningen Wmo
                            gemeente Bunschoten 2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al/><al/><al><vet>Voetnoot</vet></al><al/><al><vet>[1]</vet></al><al>Overal waar in deze tekst de mannelijke vorm staat, kan ook de vrouwelijke vorm
                    worden gelezen.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>