<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR129687_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2011, nr. 34</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-11-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/99i</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2011.</al><al>Dde datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
            2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 september 2011,
                        nummer 2011/99i;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2012.</al><al>(Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2012).</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 </nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 </nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam “rioolheffing” wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3 </nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het
                                            genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                            van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering, verder te noemen:
                                            eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water
                                            direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                            afgevoerd, verder te noemen gebruikersdeel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel
                                    een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van
                                    het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                                    vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                    genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                    is.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                    aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel
                                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                            persoonlijk recht gebruikt; </al></li><li nr="b."><al>geval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte
                                            als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan:
                                            degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                            afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 </nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5 </nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                    perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                    water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal
                                    kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan
                                    het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode
                                    naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de
                                    verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                                    maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                    tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van
                                    een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie voorzien zijn van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van
                                    de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige
                                    andere wettelijke bepaling.</al></li><li nr="5."><al>Indien wordt aangetoond dat toegevoerd of opgepompt water niet
                                    door middel van de gemeentelijke riolering is afgevoerd en
                                    indien deze hoeveelheid ten minste 20% van de toegevoerde of
                                    opgepompte hoeveelheid water bedraagt, wordt de op voet van het
                                    derde lid bepaalde hoeveelheid afgevoerd water verminderd met de
                                    op andere wijze afgevoerde hoeveelheid water.</al></li><li nr="6."><al>Indien voor de in artikel 3, eerste lid, bedoelde percelen in
                                    verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters niet de
                                    hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld zoals hiervoor
                                    omschreven, wordt de verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door
                                    de respectievelijke gebruikers wordt gebruikt voor de onderlinge
                                    verdeling van de waternota van de waterleidingmaatschappij en
                                    bij het ontbreken van een dergelijke regeling overgegaan tot een
                                    zo reëel mogelijke verdeling op basis van beschikbare
                                    gegevens.</al></li><li nr="7."><al>Een belastingplichtige, welke de voor de berekening van de
                                    heffing in aanmerking te nemen hoeveelheid water niet of niet
                                    uitsluitend van een waterleidingbedrijf heeft afgenomen, is
                                    verplicht jaarlijks aangifte te doen van de op andere wijze
                                    afgenomen hoeveelheid water.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6 </nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colwidth="69*"/><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. </al></entry><entry colname="col2"><al>Het eigenarendeel bedraagt : € 147,37.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gebruikersdeel bedraagt per perceel voor de
                                                gebruiker van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a. een woning of een boerderij: € 112,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b. een perceel, niet zijnde woning of boerderij, bij
                                                een hoeveelheid water van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1. 500 m³ of minder: € 112,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2. meer dan 500 m³ tot en met 2.500 m³: </al><al>€ 112,90</al><al>vermeerderd met € 0,69 per m³ vanaf 500 m³;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3. meer dan 2.500 m³ tot en met 20.000 m³: </al><al>€ 1.492,90</al><al> vermeerderd met € 1,42 per m³ vanaf 2.500 m³ </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>4. meer dan 20.000 m³: </al><al>€ 26.342,90</al><al>vermeerderd met € 0,69 per m³ vanaf 20.000 m³</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7 </nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 </nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 </nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                                    of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van
                                    de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor
                                    het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                                    de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het
                                    voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar,
                                    na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                    overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor
                                    het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                    bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                                    van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat
                                    jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
                                    ander perceel in gebruik neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 </nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
                                    termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
                                    maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                    aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder
                                    is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door
                                    middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                    afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien
                                    gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag
                                    van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                    telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid
                                    tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met
                                    betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot
                                    automatische incasso en gelden de betaaltermijnen als genoemd in
                                    het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11 </nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 </nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2011”, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 9 november 2010, nummer 2010/112h, wordt ingetrokken
                            met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13 </nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14  </nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                            Steenwijkerland 2012”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, R.G.H.P. Moonen </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, M.A.J. van der Tas</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>