<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR12953_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Sliedrecht 1996</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, 21 augustus 1996</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Sliedrecht 1996</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Ruimtelijke ordening, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 221 en 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1996-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ROBM grondzaken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Sliedrecht 1996</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Sliedrecht;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 maart
                        1996;</al><al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 219
                        en 220 van de gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de navolgende:</al><al><vet><cursief>Verordening houdende de voorwaarde waaronden de gemeente
                        medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>medewerking an het in exploitatie brengen van grond: het
                                        door of met medewerking van de gemeente treffen van
                                        voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                        exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat
                                        worden.</al></li><li nr="b."><al>exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied,
                                        waarbinnen de onroerende zaken zijn gelegen die gebaat
                                        worden door de voorzieningen van openbaar nut die door of
                                        met medewerking van de gemeente worden getroffen.</al></li><li nr="c."><al>exploitant: de eigenaar, erfpachter of rechthebbende van een
                                        in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke als
                                        gevolg van het door of met medewerking van de gemeente het
                                        treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt
                                        gebaat;</al></li><li nr="d."><al>exploitatieovereenkomst: de overeenkomst onder welke naam
                                        dan ook gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de
                                        voorwaarden overeenkomt waaronder gemeente voorzieningen van
                                        openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking zal
                                        verlenen.</al></li><li nr="e."><al>kostenverhaalsbesluit: een besluit van de gemeenteraad
                                        waarin niet alleen overeenkomstig artikel 219 of 220 van de
                                        gemeentewet, dan wel een daarvoor in de plaats komende
                                        bepaling, wordt besloten in welke mate de aan de
                                        voorzieningen verbonden lasten zullen kunnen worden verhaald
                                        op een daarbij aangeduid gebied, maar waarin ook een
                                        omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut en een
                                        begroting van kosten en opbrengsten is opgenomen.</al></li><li nr="f."><al>afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van
                                        gronden aan de gemeente</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad kan gebieden aanwijzen die als exploitatiegebied
                                zullen gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende zaken worden
                            gebaat, worden gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>De binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde werken
                                    en werkzaamheden</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
                                            afgraven</al></li><li nr="b."><al>riolering, met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen,
                                            watergangen, bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met
                                            de aanleg en inrichting van deze voorzieningen van
                                            openbaar nut en kunstwerken verband houdende
                                            werken.</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichtingen en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van
                                            drainagevoorzieningen;</al></li><li nr="g."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanleg van de onder 1, vermelde werken en werkzaamheden
                                    buiten het exploitatiegebied liggende onroerende zaken hierdoor
                                    direct danwel indirect worden gebaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt aangegeven op welke wijze
                                en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten zullen
                                worden verhaald. het besluit wordt bekend gemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de
                                        daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van
                                        de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 5.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggen onroerende zaken, het verhaal van kosten zoveel mogelijk
                                plaatsvindt via gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken,het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst als
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening. Tevens wordt bepaald dat,
                                ingeval op enigerlei wijze niet kan worden gekomen tot het aangaan
                                van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze verordening
                                het kostenverhaal in daarvoor in aanmerking komende gevallen kan
                                plaatsvinden door middel van de vaststelling van een
                                baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lijst><li nr="A."><al>De in artikel 4, tweede lid onder c genoemde begroting bevat in
                                    elk geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan
                                            het in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                            kosten, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gebate gronden, zijnde de waarde van de grond vermeerderd met de
                                    waarde van de opstallen, die voor de verwezenlijking van de
                                    bestemming niet gehandhaafd kunnen worden en met de kosten van
                                    vrijmaken van opstallen -met inbegrip van de zich in de grond
                                    bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en kabels
                                    persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt
                                    recht, zakelijke lasten alsmede kosten van
                                    schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding en -beheer en
                                    toezicht. Onder deze kosten wordt tenminste verstaan: de kosten
                                    verband houdende met het opstellen van structuur- en
                                    bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                    wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenen van
                                    vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige
                                    planologische maatregelen voor zoveel deze nodig zijn voor het
                                    in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                    exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van
                                    openbaar nut, voor zover deze verband houden met het verlenen
                                    van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden
                                    binnen het exploitatiegebied, alsmede de daarmee verband
                                    houdende kosten van onderzoeken, voorbereiding en toezicht.</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voor zover dit
                                    rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kan
                                    worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de kosten voor het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                    voor zover het de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut
                                    betreft en voor zover verhaal van de daarmee verband houdende
                                    kosten niet in de rede ligt;</al></li><li nr="f."><al>de kosten in verband met de milieuwetgeving of milieutechnisch
                                    noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van
                                    een bestemmingsplan;</al></li><li nr="g."><al>de kosten van verwerving van de ondergrond van voorzieningen van
                                    openbaar nut buiten het exploitatiegebied</al></li><li nr="h."><al>de kosten van het slopen van opstallen op de ondergrond van
                                    voorzieningen van openbaar nut buiten het
                                    exploitatiegebied;</al></li><li nr="i."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten
                                    verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="j."><al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van openbare
                                    voorziening, zijnde de kosten die ten gevolge van een
                                    noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt en niet dan
                                    wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur worden
                                    gedekt.</al></li><li nr="k."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van grondexploitatie
                                    behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan
                                            het in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                            opbrengsten bestaande uit;</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar
                                    nut, hetzij via overeenkomst, hetzij via baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub. 1 en 2
                                            van dit artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan
                                            onroerende zaken in het exploitatiegebied naar de mate
                                            van baat, die de onroerende zaken hebben van het
                                            samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut,
                                            zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening.</al></li></lijst></li></lijst><al>De mate van baat wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen
                            hieromtrent in artikel 6 is bepaald</al><lijst><li nr="B."><al>Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde
                                    exploitatiebijdragen wordt ervan uitgegaan, dat het
                                    exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                    zal worden gebracht.</al></li><li nr="C."><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon en/of
                                    prijswijzigingen danwel andere optredende wijzigingen met
                                    betrekking tot het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                    exploitatiegebied aanleiding geven om de kostenbegroting te
                                    herzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale oppervlakte
                                van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een
                                bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond,
                                vermenigvuldigd met factoren voor liggen en bestemming en objectieve
                                gebruiksmogelijkheid, waarin de baat van de van gemeentewege
                                getroffen voorzieningen van openbaar nut tot uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen
                                geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door de gemeenteraad te bepalen grondslag welke
                                voorziet in de aanwezige verschillen in baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, voor wat betreft de in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente,
                                indien dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad besluit tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in het eerste lid bevat in
                                ieder geval bepalingen over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                        gemeente voor zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, en in deze
                                        gevallen het verrichten van onderzoek naar
                                        bodemverontreiniging op kosten van exploitant;</al></li><li nr="e."><al>in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten de
                                        gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente
                                        aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                        exploitant op te dragen: deze opdracht en de waarborging van
                                        een van een tijdige en kwalitatief goed uitvoering;</al></li><li nr="f."><al>een betalingsregeling;</al></li><li nr="g."><al>in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al></li><li nr="h."><al>in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde
                                        omstandigheden, wanprestatie aansprakelijkheid en
                                        faillissement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, bevat de
                                overeenkomst, onverminderd het gestelde in het derde lid, ondermeer
                                de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door de exploitant uitgevoerde werken
                                        wordt een aannemingsovereenkomst gesloten, waarin de
                                        gemeente als opdrachtgever en de exploitant als aannemer
                                        wordt aangemerkt. De directievoering en het dagelijks
                                        toezicht op de door de exploitant uit te voeren werken
                                        geschieden door of vanwege de gemeente.</al></li><li nr="b."><al>de aannemingssom van de onder a. genoemde overeenkomst
                                        bedraagt_1-- (f1,--) zulks met inachtneming van hetgeen
                                        onder 8, derde lid is bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                toegerekend, vermeerder met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kasastrale uitmeting, en verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel5, eerste lid sub. 1. onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden
                                en van de gronden welke zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut en door de exploitant aan de gemeente
                                worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Indien hierover geen
                                overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde vastgesteld
                                door een commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen
                                door de gemeente, een door de exploitant en een derde door de beide
                                reeds aangewezen deskundigen, of indien zij het daarover niet eens
                                kunnen worden, door de ter zake bevoegde kantonrechter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval exploitant zelf met toepassing van
                                artikel 3, tweede lid, de voorzieningen van openbaar nut, de ten
                                last van de exploitant komende bijdrage als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage, zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van de exploitant
                                behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is
                                van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid onder b, tot en met k., voor zover de
                                uitvoering van de daarmee verband houdende werken en werkzaamheden
                                voor risico en rekening komt van de exploitant.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Exploitatie op verzoek van de exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan de gemeenteraad verzoeken tot het verlenen
                                van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van of het recht van erfpacht op de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken heeft verkregen of kan
                                        verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)
                                        werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een aanvraag voor vrijstelling en/of bouwvergunning
                                van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in
                                artikel 2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt
                                hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing
                                op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een
                                zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor rekening van de
                                exploitant komende kosten, verband houdende met det het in
                                exploitatie brengen van gronden worden verstrekt. Tevens zal daarbij
                                aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot het indienen van
                                een aanvraag voor medewerking met betrekking tot het in exploitatie
                                brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad reageren op de aanvraag om medewerking, hetzij met
                                een weigering, hetzij met de aanbieding van een
                                concept-overeenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop het
                                verzoek is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek van
                                exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                                overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen gronden niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw) werkzaamheden of de
                                        daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden
                                        leiden tot strijd met het bestemmingsplan of de
                                        Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                        bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met
                                        belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of
                                        herinrichting.</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden
                                        tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van
                                        voorzieningen van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien
                                        van het doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering en andere voorzieningen van openbaar
                                        nut;</al></li><li nr="e."><al>exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                        de aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="f."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut
                                        niet wil onderzoeken op de aanwezigheid van
                                        bodemverontreiniging dan wel de bodem niet wil saneren
                                        wanneer dat noodzakelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing op een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnde bestemmingsplan of een herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        (het betreffende deel van) het bestemmingsplan of de
                                        herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingevolge voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in artikel 4, is
                                opgenomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend. Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant
                                teven een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in
                                artikel 4, is genomen, zal, indien de exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                                aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst tot stand gekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen in de kosten van
                            voorzieningen van openbaar nut op basis van het gestelde in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening vinden, voor zover mogelijk,
                            overeenkomstige toepassing bij de kostprijsberekening van de door de
                            gemeente in exploitatie te brengen gronden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De gemeenteraad kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, met
                            uitzondering van de vaststelling van het in artikel 4 genoemde
                            kostenverhaalsbesluit, onder nader te stellen regels overdragen aan het
                            college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied, waarvoor geldt dat op de datum
                            van inwerkingtreding van deze verordening de te treffen voorzieningen
                            van openbaar nut niet zijn voltooid en waarvoor geen
                            kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is genomen, vinden de
                            bepalingen in deze verordening toepassing op een voor zoveel nodig aan
                            de afwijking van artikel 4 van deze verordening aangepaste wijze. In elk
                            geval geldt daarbij, dat, indien binnen een zodanig exploitatiegebied
                            wordt gekomen tot een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel
                            7, de vaststelling van de daarin op de te nemen financiële bijdrage
                            geschiedt op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                            kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot vaststelling
                            van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139
                            van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand,
                                volgende op de maand waarin de bekendmaking van de verordening heeft
                                plaatsgevonden ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet. De
                                verordening wordt bekendgemaakt nadat gedeputeerde staten de
                                verordening hebben goedgekeurd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de "Exploitatieverordening" zoals
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 29 augustus 1977.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Sliedrecht 1996".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Sliedrecht op 25 maart 1996</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>