<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR129412_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Ten Boer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noorderkrant 06-10-10</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>APV Gemeente Ten Boer 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene plaatselijke verordening gemeente Ten Boer
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Dit gemeenteblad bevat de integrale tekst <vet>ALGEMENE PLAATSELIJKE
                        VERORDENING</vet>, zoals deze luidt na het raadsbesluit van 29 september 2010. Dit
                        gemeenteblad ligt op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur ter inzage bij de afdeling BJZ van
                        de gemeente Ten Boer, H. Westerstraat 24</al>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente …;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van …, nr. …;</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al>
          <al>gezien het advies van de raadscommissie … ;</al>
          <al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde;</al>
          <al>B E S L U I T:</al>
          <al>vast te stellen de volgende <vet>Algemene plaatselijke
                        verordening.</vet></al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt dan we mede verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b.</al></li>
              <li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn.</al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluit van ...</al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening …</al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet.</al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde onder 1 en in afwijking van artikel 1.
                                van de APV geldt voor grotere evenementen een aanvraagtermijn van 12
                                weken</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel
                                2.1.4.2.(aanlegvergunning), artikel 4.3.2.(kapverbod) of
                                4.5.2.(handelsreclame)</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde onder 1 en in afwijking van artikel 1.
                                van de APV geldt voor grotere evenementen een aanvraagtermijn van 12
                                weken</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>n afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel
                                2.1.4.2.(aanlegvergunning), artikel 4.3.2.(kapverbod) of
                                4.5.2.(handelsreclame</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Openbare orde</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval waardoor er
                                    ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot
                                    toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er
                                    ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                    bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                    bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                    zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op wegen of
                                    andere voor het publiek toegankelijke plaatsen die door of
                                    vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare
                                    veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn
                                    afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf 2.</label>
              <titel>Betoging en optochten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1.2.2</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging
                                    en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis geven aan de burgemeester, met inachtneming
                                    van hetgeen in artikel 2.1.2.4, eerste lid hierover is
                                    bepaald</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid juncto tweede lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, te weten een plaats die krachtens bestemming of
                                    vast gebruik open staat voor het publiek, met uizondering van
                                    een gebouw of bsloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede
                                    lid, van de Grondwet</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.2.3.</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2.2.4</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Bij de kennisgeving kan de burgemeester een opgave verlangen
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1.3.1</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op of aan door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de werking van het verbod
                                    beperken tot bepaalde dagen en uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1. 4.1.</nr>
                <titel>het plaatsen van voorwerpen op of an de weg in strijd met de
                                    publike functie daarvan </titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van terrassen
                                    en uitstallingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1.5.2</nr>
                <titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een weg mede
                                    verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                    daaronder verstaat, alsmde alle niet-openbare onsluitingswegen
                                    van gebouwen</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15.3</nr>
                <titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                    wethouders:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg,</al></li>
                  <li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg,</al></li>
                  <li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste ldi wordt mede verstaan
                                    hetgeen onder artikel 1 van de wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                    Rijk, de provincie, de gemeente of hetw aterschap bij het
                                    uitoeren van zijn publiekrechtelijke taak .</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Ten aanzien van verzoeken voor een tweede uitrit voor een
                                    perceel geldt dat deze slechts in uitzonderlijke gevallen wordt
                                    gehonoreerd</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeekswet 1994,
                                    de Waterschapskeur of het wegenreglement van de provincie
                                    Groningen van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van :</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde:</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van schade of overlast, door
                                            de werkzaamheden toegebracht aan de gemeente of aan
                                            derden</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="c."><al>de bruikbaarheid van de weg,</al></li>
                  <li nr="d."><al>het veilig en doelmatigheid gebruik van de weg:</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="e."><al>het doelmatig beheer en onderhoud van de weg:</al></li>
                  <li nr="f."><al>de beschemring van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving:</al></li>
                  <li nr="g."><al>de bescherming van groenvoorziening:</al></li>
                  <li nr="h."><al>de bescherming van het milieu.</al><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1.6.1</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                    werpen, uit te storten of te laten lopen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel
                                    427, aanhef en onder 4e van het Wetboek van Strafrecht of
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1.6.1</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daardoor op andere wijze hinder of gevaar
                                ontstaat.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1.6.4</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1.6.12</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van
                                    de politie onmiddelijk het ijs te verlaten ter voorkoming van
                                    gevaar vor personen of goederen</al>
                <al> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2.1</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3.1. van deze
                                            verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:1.2.1, op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.2</nr>
                <titel>evenementen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 1.8 van deze
                                    verordening, kan de vergunning ook worden geweigerd indien:</al>
                <al> a. de aard en het karakter van de locatie waarvoor een</al>
                <al> vergunning is aangevraagd zich verzetten tegen het houden van
                                    een evenement of;</al>
                <al> b. door het toestaan van het aangevraagde evenement of de
                                    aangevraagde evenementen geen gevarieerd programma van
                                    evenementen ontstaat.</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan gebieden en periodes aanwijzen waarin
                                    beperkingen worden gesteld aan het aantal te houden
                                    evenementen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbiedt van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet
                                    1994</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2.3.</nr>
                <titel>uitzondering vergunningsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod genoemd in artikel 2.2.2 (verboden zonder vergunning)
                                    een evenement te organiseren geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, mits:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal aanwezigen op enig moment niet meer bedraagt
                                            dan 100 personen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan of
                                            anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li>
                  <li nr="d."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li>
                  <li nr="e."><al>er een aanwijsbare organisator is;</al></li>
                  <li nr="f."><al>aan evenementen worden de volgende geluidsnormen
                                            opgelegd: tot 20:00 uur gelden er geen geluidsnormen, de
                                            op- en afbouw moet in beginsel tussen 8:00 en 20:00 uur
                                            plaatsvinden en vanaf 20:00 uur tot de vergunde eindtijd
                                            is een geluidsniveau van maximaal 85dB toegestaan</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De organisator van het evenement als bedoeld in het eerste lid
                                    stelt de burgemeester tenminste drie weken voorafgaand aan het
                                    evenement van het houden daarvan in kennis op een ander door de
                                    burgemeester te bepalen wijze</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De organisator dient zich te houden aan de voorschriften die de
                                    burgemeester stelt met het oog op een ordelijk en veilig verloop
                                    van een evenement als bedoeld in het eerste lid</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2.4.</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Toezicht op horecabedrijven</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3.1.3</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan:</al>
                <al> de voor het publiek toegankelijke besloten ruimten waarin
                                    bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                    logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren
                                    of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.
                                    Onder een horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een
                                    hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                    discotheek, buurthuis, clubhuis.</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                    aanhorigheden.</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                    besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                    horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                    tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen
                                    voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of
                                    verstrekt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                    horecabedrijf exploiteert op grondvan het bepaalde in artikel
                                    2.3.1.2 of artikel 2.3.1.3.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al>
                <al>a de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders wonende
                                    bloed‑ en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de
                                    zijlijn tot en met de derde graad;</al>
                <al> b de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                    artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen
                                    bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek voor
                                    Strafrecht,</al>
                <al> c de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                    dringende redenen noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3.1.4.</nr>
                <titel>vervallen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3.1.5</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.1.3.4 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3.1.6</nr>
                <titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel>
              </kop>
              <al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens een op grond van artikel
                                2:3.1.5 genomen besluit gesloten dient te zijn.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3.1.7</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3.1.8</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:3.1.2 tot en met
                                2:3.1.6</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.1.9</nr>
                <titel>zakelijk karakter van de vergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 is
                                    overdraagbaar.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> In geval van overdracht van de in het eerste lid bedoelde
                                    vergunning dient de nieuwe houder van de vergunning onmiddellijk
                                    hiervan schriftelijk mededeling te doen aan de burgemeester
                                    onder vermelding van zijn naam en zijn adres</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.1.10</nr>
                <titel>Toegang ambtenaren van politie</titel>
              </kop>
              <al/>
              <al>De houder van een horecabedrijf is verplicht ervoor te zorgen dat
                                ambtenaren van politie vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd
                                toegang hebben tot zijn bedrijf:</al>
              <al>a gedurende de tijd dat het bedrijf voor bezoekers geopend is; dan
                                wel</al>
              <al>b gedurende de tijd dat het bedrijf gesloten dient te zijn en indien
                                die ambtenaren van politie, gebruik makend van hun bevoegdheden op
                                grond van artikel 6.3, hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar
                                bezoekers aanwezig zijn</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.1.11 handel in horecabedrijven</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te laten
                                    dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
                                    bedrijf enig voorwerp verhandelt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor openbare
                                    verkopingen en veilingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <al>a. horecabedrijf: het horecabedrijf als bedoeld in artikel
                                    2.3.1.1, eerste en tweede lid; </al>
                <al>b. houder: de houder als bedoeld in artikel 2.3.1.1, vierde
                                    lid</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf </label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf(vervallen)</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3.3.1</nr>
                <titel>Speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.1</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:42</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.3</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden tusssen des avond 10:00 uur en des morgens 6 uur
                                    op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben
                                    enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof
                                    of verfgereedschap.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:4.2.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.4</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden des avonds 10 uur en des morgens 6 uur tussen op
                                    de weg te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse
                                    sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap,
                                    voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen
                                    .</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.8</nr>
                <titel>Hinderlijk drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan wegen die deel uitmaken van een door
                                    het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben met de kennelijke
                                    bedoeling op of aan de hier bedoelde wegen tot nuttiging van de
                                    drank over te gaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.9</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van gebouwen, die
                                    voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk
                                    doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                    ruimte van zo'n gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.10</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:52</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.14</nr>
                <titel>Bewakingsapparatuur</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zonder toestemming bewakingsapparatuur te gebruiken
                                indien daarmee personen kunnen worden gadegeslagen in een ander
                                gebouw, vaartuig of besloten erf </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.17</nr>
                <titel>Loslopende honden. verboden plaatsen, identificatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door burgemeester en
                                            wethouders aangewezen plaats;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen
                                            plaats.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 2:4.17, aanhef en onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren;</al></li>
                  <li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:60</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanwezig te hebben,of</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li>
                  <li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college in die aanwijzing is
                                    aangegeven of mede is aangegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel gestelde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer van toepassing is </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.21</nr>
                <titel>Wilde dieren</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5.1</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>A.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar
                                    als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur
                                    op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>B.</lidnr>
                <al>Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op
                                    andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                    goederen door de handelaar</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5.2</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                            het goed;</al></li>
                  <li nr="b."><al> de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                  <li nr="c."><al> een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li>
                  <li nr="d."><al> de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; </al><al>e. de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5.3</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al/>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <al>a wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter, tweede
                                lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of de door deze
                                aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt dat hij van
                                het opkopen een beroep of gewoonte maakt, daarbij tevens
                                schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van het volledig
                                adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve van zijn onderneming
                                in gebruik genomen;</al>
              <al>b de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen,
                                schriftelijk in kennis te stellen van een verandering van zijn
                                woonadres, zomede van het adres of de adressen van een bij hem ten
                                behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit;</al>
              <al>c aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de
                                onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al>
              <al>d indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan
                                redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van misdrijf afkomstig is
                                of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld
                                kennis te geven aan de onder a. bedoelde functionaris;</al>
              <al>e zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan de
                                burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen
                                ambtenaar.</al>
              <al>f wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar niet
                                langer uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan
                                onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in
                                kennis te stellen</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5.4</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed. </al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>consumentenvuurwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6.1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6.2</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6.3</nr>
                <titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wetouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    inhet eerste lid gesteld verbod</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:7.1</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1.2</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1.3</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1.4</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                                vaststellen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>paragraaf</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.1</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan (Het aantal prostitutiebedrijven is niet hoger
                                    dan 1).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al><al>d. het aantal werkzame prostituees;</al><al> e. de plaatselijke en kadastrale ligging van het
                                            prostitutiebedrijf door middel van een situatietekening
                                            met een schaal van tenminste 1:1000 en een plattegrond
                                            van het prostitutiebedrijf door middel van een tekening
                                            met een schaal van tenminste 1:100;</al><al> f. bewijs van inschrijving in het handelsregister bij
                                            de Kamer van Koophandel; en</al><al> g. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                            is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor het
                                            prostitutiebedrijf. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend voor een periode van vier jaar. Na
                                    44 maanden zal opnieuw vergunning voor een volgende periode
                                    moeten worden aangevraagd</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan een aanvraagformulier vaststellen</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.2.</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><al> 1.bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al><al>2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot
                                            en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303,
                                            416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek
                                            van Strafrecht;</al><al>3. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994;</al><al>4. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
                                            van de Wet op de kansspelen;</al><al>5. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                            weerkorpsen;</al><al>6. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                            munitie.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.2.1. is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem
                                    terzake geen verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.3</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Het is verboden een prostitutiebedrijf voor bezoekers
                                            geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te
                                            laten verblijven buiten de toegestane openingstijden, of
                                            zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1. op de vergunning
                                            vermelde exploitant of beheerder in het
                                            prostitutiebedrijf aanwezig is</al></li>
                  <li nr="b."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich
                                            daarin te bevinden gedurende de tijd dat die
                                            seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid,
                                            dan wel krachtens het eerste lid en eerste lid onder a
                                            dan wel krachtens artikel 3 eerste lid, gesloten dient
                                            te zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester door middel
                                    van een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 1.43 voor
                                    een afzonderlijke prostitutiebedrijf andere sluitingstijden
                                    vaststellen </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste tot en tweede lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.4</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3:2.3, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:22.3, eerste
                                            lid geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.5</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:2.1. op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe te zien
                                    dat in de seksinrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.6</nr>
                <titel>Straatprostitutie en raamprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
                                    toegankelijke plaats of op een plaats, zichtbaar vanaf de weg of
                                    vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats iemand door
                                    woord, houding, gebaar of op enigerlei andere wijze tot
                                    prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Een ieder die van een ambtenaar van politie in het belang van
                                    de naleving van het bepaalde in het eerste lid, het bevel krijgt
                                    zich van de daar bedoelde plaats te verwijderen in een bepaalde
                                    richting is verplicht aan dat bevel gevolg te geven.</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is degene aan wie dit door of namens burgemeester en
                                    wethouders in het belang van de openbare orde of zedelijkheid is
                                    bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar middel
                                    van vervoer te bevinden op of aan door burgemeester en
                                    wethouders aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren
                                    daarbij genoemd</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het derde lid gestelde verbod geldt gedurende het in de
                                    bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.7</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren. Onder onroerende zaak wordt mede verstaan
                                een gedeelte daarvan</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.8</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:14</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:15</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:16</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                    escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid, niet
                                    van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>gedurende ... weken na het in werking treden
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft
                                            ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                            bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                    genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van
                                    in die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Geluidhinder en verlichting</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1.1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1.2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor 9 door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het voorschrift 1.5.1 van de bijlage onder B van het Besluit
                                    geldt niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen:...</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1.3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 3 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de
                                    houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1.7</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover artikel
                                    2.4.16, artikel 5.5a.2, de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                    voorschriften, de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de
                                    Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaart‑wet, het
                                    Reglement Verkeerstekens en verkeersregels 1990 of het
                                    Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen van toepassing
                                    zijn</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:4.5</nr>
                <titel>Straatvegen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:4.6</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:4.8</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Het bewaren van houtopstanden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5.1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                            bomen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen</al><al>c dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
                                            van de houtopstand; </al><al> d bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet.</al><al> e iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            Ophiostom ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocytis ulmi
                                            (Buism.) C. Moreau); </al><al>f iepenspintkever: het insekt, in elk
                                            ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus
                                            scolytus (F.), Scolytus multistriatus (Marsh) en
                                            Scolytus pygmaeus</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5.2</nr>
                <titel>Kapverbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al>
                <lijst>
                  <li nr=""><al/><al>a wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                            landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit
                                            populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al><al> b vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al><al> c fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om
                                            te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                            bijzonder bestemde terreinen;</al><al>d kweekgoed;</al><al> e houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                            geveld;</al><al>f houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                            Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen
                                            is buiten de bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                            zelfstandige eenheid vormt die: </al><al>- ofwel geen grotere oppervlakte heeft dan 10 are</al><al> - ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20
                                            bomen, gerekend over het totale aantal rijen;</al><al> g houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het
                                            bepaalde in artikel 4.5.6.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens niet voor
                                    bomen dunner dan 15 cm (diameter gemeten op 1,50 m. hoogte)</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5.3</nr>
                <titel>aanvraag vergunning</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene
                                die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                                houtopstand te beschikken.Wanneer het bureau Laser aan burgemeester
                                en wethouders een afschrift heeft toegezonden van de
                                ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                beschouwen burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een
                                vergunningaanvraag</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.4 Weigeringsgronden</nr>
              </kop>
              <al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al>
              <al>a de natuurwaarde van de houtopstand;</al>
              <al>b de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al>
              <al>c de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al>
              <al>d de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al>
              <al>e de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al>
              <al>f de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.5.</nr>
                <titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden
                                herplant.</al>
              <al> Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al>
              <al> Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan tevens
                                behoren het voorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt met
                                ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt en dat
                                indien gedurende de bezwaartermijn een verzoek om voorlopige
                                voorziening is gedaan, de vergunning niet van kracht wordt voordat
                                op dat verzoek is beslist.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.6</nr>
                <titel>herplant-/instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van
                                    burgemeester en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze
                                    teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                    zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                    bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                                    van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                    herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
                                    binnen een door hen te stellen termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassings in het voortbestaan ernstig wordt
                                    bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste,
                                    tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger,
                                    is verplicht daaraan te voldoen</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.7</nr>
                <titel>Schadevergoeding</titel>
              </kop>
              <al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                toepassing van artikel 4.5.2, artikel 4.5.5 of artikel 4.5.6, schade
                                lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te
                                zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet
                                anderszins is verzekerd, kennen burge‑meester en wethouders hem op
                                zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
                                toe.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.8</nr>
                <titel>bestrijding iepziekte</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                    iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de
                                    bij de aanschrijving vast te stellen termijn:</al>
                <al> a indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al>
                <al> b de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al>
                <al> c of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen
                                    of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>a het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of
                                    in voorraad te hebben of te vervoeren.</al>
                <al> b het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst
                                    iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4
                                    cm.</al>
                <al> c Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    onder a van dit lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr/>
                <titel/>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Bescherming van flora en fauna</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6.1</nr>
                <titel>Bescherming groenvoorziening</titel>
              </kop>
              <al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij
                                de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of
                                bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een
                                bloem‑ of heesterperk, dan wel aldaar bloemen te plukken.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al><al>e. afvalstoffen</al><al>f. autowrakken</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
                                    verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door burgemeester en wethouders krachtens
                                    het eerste lid aangewezen plaats een door hen aangeduid voorwerp
                                    of stof:</al>
                <al> a op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan wel</al>
                <al> b op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door hen gestelde regels.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer, het besluit beheer Autowrakken, de Wet op de
                                    Ruimtelijke Ordening of de desbetreffende provinciale
                                    verordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:7.1a</nr>
                <titel>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Dit artikel verstaat onder:</al>
                <al>a. dierlijke meststoffen: dierlijke meststoffen als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Meststoffenwet; </al>
                <al>b. emissiearm aanwenden: gebruiken van dierlijke meststoffen op
                                    de wijze die is aangegeven in de bij het Besluit gebruik
                                    dierlijke meststoffen 1998 behorende bijlage II, met dien
                                    verstande echter dat onder 3, punt a onder 2e gelezen moet
                                    worden: ‘tijdens het uitrijden van de dierlijke mest deze
                                    gelijktijdig wordt ondergewerkt’;</al>
                <al>c. grond: bouwland, maïsland en grasland.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is
                                    het verboden op gronden dierlijke meststoffen uit te rijden, op
                                    te brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zaterdag,
                                    zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voorzover de dierlijke mest emissiearm, als bedoeld in dit
                                    artikel, wordt aangewend. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                    gestelde verboden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Vervoer van dierlijke meststof als dunne mest dient te
                                    geschieden in volledig gesloten transportmiddelen die in een
                                    zindelijke staat verkeren. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:7.2.</nr>
                <titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegd gezag op of
                                    aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met
                                    behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                    vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>2. Het verbod geldt niet voor onverlichte: </al>
                <al>a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
                                    gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                    zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; </al>
                <al>b. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
                                    daartoe aangewezen door de overheid; </al>
                <al>c. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                    langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: </al>
                <al>- een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur
                                    of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben;</al>
                <al> - het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
                                    onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
                                    bestemd; </al>
                <al>d opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                    uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij
                                    het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn,
                                    mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in
                                    uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben; </al>
                <al>e. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                    dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                    aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor opschriften of aankondigingen van
                                    kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis
                                    hebben, mits: </al>
                <al>a. van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is
                                    gedaan aan het college; </al>
                <al>b. het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                    kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al>
                <al> c. deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                    weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd: </al>
                <al>a. indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                    verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand; </al>
                <al>b. in het belang van de verkeersveiligheid; </al>
                <al>c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                    voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende
                                    zaak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voor
                                    bouwwerken</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:7.3</nr>
                <titel>Eisen aan niet vergunningplichtige handelsreclame</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als
                                bedoeld in artikel 4.7.2., tweede lid,de veiligheid van het verkeer
                                in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te</al>
              <al>veroorzaken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of
                                        paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers
                                        en de tot die wegen behorende paden en bermen of
                                        zijkanten</al><al>b. voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><al> 1. treinen en trams;</al><al> 2. tweewielige fietsen en tweewielige bromfiets;</al><al> 3. invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al> 4. kruiwagens, kinderwagens en dergelijke voertuigen,
                                        rolstoelen;</al><al>c. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan
                                        gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
                                        het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor
                                        het onmiddellijk laden of lossen van goederen.</al><al/></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr=""><lijst>
                      <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of
                                                  zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen
                                                  een cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                  middelpunt een van deze voertuigen;</al></li>
                      <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                  gebruiken.</al></li>
                    </lijst><al/></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.3</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.4</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.5</nr>
                <titel>Caravans e.a.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende of houder van kampeerwagens, caravans,
                                    magazijnwagens, aanhangwagens, keetwagens of andere dergelijke
                                    voertuigen die voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend
                                    of mede voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebezigd
                                    verboden deze langer dan vijf werkdagen achtereen te doen of te
                                    laten staan op wegen, waaronder mede worden begrepen openbare
                                    parkeerterreinen.</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het onder het eerste en
                                    het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen, mits het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente niet wordt geschaad, of, voor
                                    zover van toepassing, de evenredige verdeling van de beschikbare
                                    openbare parkeerruimte niet wordt aangetast.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover de bij of krachtens de Wet op de openluchtrecreatie
                                    gestelde voorschriften, de Provinciale caravan- en
                                    tentenverordening, het Provinciaal Wegenreglement of de
                                    provinciale landschapsverordening van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.6</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeeester en wethouders kunnen van het verbod ontheffing
                                    verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.7</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van de in het eerste en tweede
                                    lid gestelde verboden ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.8</nr>
                <titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.9</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.10</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden
                                    door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen
                                    of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg zoals bedoeld in artikel 5.1.1. onder a.</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod ontheffing
                                    verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.11</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in
                                    het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Collecteren, venten, satndplaatsen en snuffelmarkten</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Openbaar water</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3.1</nr>
                <titel>Gebruik van Openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al>
                <al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het de
                                    Scheepvaartverkeerwet,de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken of het vaarwegenreglement Groningen van
                                    toepassing is.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:25</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken en het vaarwegenreglement Groningen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3.3</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:3.2
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken of het vaarwegenreglement Groningen van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3.4</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5:3.2., tweede
                                lid en 5.3.3. bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3.5</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken of het vaarwegenreglement Groningen van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3.6</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3.7</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al/>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken of het vaarwegenreglement Groningen van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3.8</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:4.1</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:4.2</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen aanwijzen ten aanzien waarvan zij
                                    verklaren, dat het rijden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                    artikel 1, onderdeel z, Reglement verkeersre‑gels en
                                    verkeersteken‑s 1990 of een bromfiets als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel i, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990, een fiets of een paard aldaar overlast kan veroorzaken of
                                    schade kan berokkenen aan milieuwaardenGTB.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaatsen:</al>
                <al> a zich met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in
                                    het vorige lid of met een fiets of een paard te bevinden, dan
                                    wel; b zich met een motorvoertuig, met een bromfiets of met een
                                    fiets of een paard te bevinden op een in die aanwijzing
                                    aangeduid tijdstip</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor berijders
                                    van paarden.</al>
                <al> a ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                    minister van verkeer en waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al>
                <al> b die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    plaatsen;</al>
                <al>c die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al>
                <al> d van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van
                                    percelen gelegen binnen de door burgemeester en wethouders
                                    aangewezen plaatsen;</al>
                <al> e voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                    van de onder d. bedoelde personen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al>
                <al> a op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet 1994; </al>
                <al>b binnen de bij of krachtens de provinciale 'Verordening
                                    stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het tweede lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Verbod vuur te stoken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:5.1</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen of anderszins vuur aan te leggen, te stoken
                                    of te hebben </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De ontheffing bedoeld in het tweede lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
                <al> a in het belang van de openbare orde en veiligheid;</al>
                <al> b ter bescherming van de woon‑ en leefomgeving;</al>
                <al> c ter bescherming van de flora en de fauna;</al>
                <al> d. ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het
                                    milieu door rook, roet, stof, walm of stank.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover:</al>
                <al> a op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften;</al>
                <al> b de provinciale milieuverordening;</al>
                <al> c artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van strafrecht
                                    van toepassing is; of</al>
                <al> d het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                    dergelijke,sfeervuren, zoals terrashaarden, vuurkorven en
                                    dergelijke of vuur voor koken, bakken en braden, indien dat geen
                                    gevaar, overlast of hinder oplevert voor de omgeving.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5a</nr>
              <titel>carbidschieten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5a.1</nr>
                <titel>begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <al>I. carbidschieten: het in een (melk)bus, container, opslagvat of
                                ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze
                                verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                eigenschappen.</al>
              <al>II. bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en
                                wethouders of, voorzover het openbare vermakelijkheden als bedoeld
                                in artikel 174 van de Gemeentewet betreft, de burgemeester</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5a.2</nr>
                <titel>verbodsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Carbidschieten in de openlucht is verboden</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                    carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1
                                    januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar op een erf
                                    behorende bij een woning buiten de bebouwde kom, waarbij gebruik
                                    gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 60 liter
                                    mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al>
                <al>I er maximaal vier personen aanwezig zijn die carbidschieten,
                                    waaronder een meerderjarig bewoner van de betreffende woning die
                                    ervoor zorg draagt dat deze voorwaarden worden nageleefd;</al>
                <al>II er geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan
                                    degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs
                                    had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar kan optreden voor mens
                                    en milieu;</al>
                <al>III er in totaal niet meer dan twee bussen worden gebruikt;</al>
                <al>IV er naast de onder I genoemde personen geen publiek aanwezig
                                    is anders dan bewoners van de betreffende woning;</al>
                <al>V de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt
                                    tot gebouwen van derden tenminste 100 meter bedraagt;</al>
                <al>VI het vrijschootsveld tenminste 75 meter bedraagt; dit terrein
                                    is in eigendom van of wordt gehuurd of gepacht door een bewoner
                                    van de betreffende woning en daarin zijn geen openbare pad en/of
                                    wegen gelegen;</al>
                <al>VII indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient
                                    het schietterrein goed te worden verlicht.VIII De onderdelen I
                                    en IV zijn niet van toepassing op de door het college
                                    aangewe</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade
                                    of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen
                                    in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het tweede lid
                                    niet van toepassing is</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet
                                    milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Lijkbezorging en asverstrooiing</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6.1</nr>
                <titel>Algemene begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6.2.</nr>
                <titel>Tijdvak voor begraven e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden te begraven of urnen met asbus bij te zetten buiten
                                het tijdvak van 17.00 uur tot 09.00 uur</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6.3</nr>
                <titel>Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een begraafplaats nodeloos rumoer te maken of
                                zich anderszins onbetamelijk te gedragen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6.4</nr>
                <titel>Aanwijzingen</titel>
              </kop>
              <al>Een ieder is verplicht de aanwijzingen op te volgen, die door of
                                namens de rechthebbende op een begraafplaats gegeven worden met
                                betrekking tot het uitvoeren van werkzaamheden of in het belang van
                                de orde en rust op de begraaf‑plaats.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6.5</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6.6.</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Be<vet>noemen van openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken,
                                    gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en
                                    standplaatsen</vet></titel>
            </kop>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Algemene bepalingen</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.1</nr>
                  <titel>begripsomschrijvingen</titel>
                </kop>
                <al/>
                <al>a. openbare ruimte: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
                                    openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen en
                                    alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het
                                    publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede
                                    daarin begrepen alle bouw- en kunstwerken die daar onderdeel van
                                    uitmaken;</al>
                <al>b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld om
                                    ter plaatse te functioneren;</al>
                <al>c. gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke,
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt;</al>
                <al>d. afgebakend terrein: een terrein, waarop zich geen bouwwerken
                                    bevinden en dat afzonderlijk wordt gebruikt;</al>
                <al>e. ligplaats: een deel van het openbare water dat door
                                    burgemeester en wethouders is aangewezen voor het permanent
                                    afmeren van een woonschip of een woonark;</al>
                <al>f. standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een
                                    woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het
                                    leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere
                                    instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;</al>
                <al>g. burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en
                                    wethouders;</al>
                <al>h. nummer: een nummer bestaande uit een of meer Arabische
                                    cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of een
                                    cijfercombinatie;</al>
                <al>i. object: een bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend terrein,
                                    ligplaats of standplaats;</al>
                <al>j. rechthebbende: ieder, die krachtens eigendom of een beperkt
                                    zakelijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende
                                    zaak, dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is met betrekking
                                    tot die zaak te handelen als in de verordening is
                                    voorgeschreven, zomede de beheerder;k. uitvoeringsvoorschriften:
                                    nadere bepalingen van technische en administratieve aard</al>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Het benoemen van openbare ruimte en het nummeren van
                                    bouwwerken, gebouwen, complexen, afgebakende terreinen en van
                                    ligplaatsen of standplaatsen</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.2</nr>
                  <titel>Benoemen van de openbare ruimte e.d.</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders verdelen de gemeente, al dan niet
                                        op basis van bouwblokken, in wijken en buurten en duiden
                                        deze aan met nummers, zo nodig aangevuld met letters of
                                        namen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>De raad kan de openbare ruimte, gehoord de
                                        Cultuurhistorische werkgroep, en gemeentelijke bouwwerken
                                        benoemen</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.3</nr>
                  <titel>Huisnummering</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een object of aan een
                                        te onderscheiden deel daarvan een nummer toekennen</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Aan een object dat een nummer heeft gekregen moet het nummer
                                        op een doeltreffende wijze zijn aangebracht</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.4</nr>
                  <titel/>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>De door burgemeester en wethouders aan delen van de openbare
                                        ruimte en aan gemeentelijke bouwwerken toegekende namen
                                        worden zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse
                                        aangebracht.</al>
                  <al/>
                  <al/>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden aan
                                        delen van de openbare ruimte, aan de daaraan liggende
                                        gemeentelijke bouwwerken en aan ligplaatsen of standplaatsen
                                        namen of nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze
                                        aan te brengen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3.</lidnr>
                  <al>Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden aan
                                        zijn onroerende zaak nummers toe te kennen door deze op
                                        zichtbare wijze aan te brengen.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Plaatsen van naam- en nummerborden</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.5</nr>
                  <titel>Gedoogplicht aanduidingen</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Indien burgemeester en wethouders het nodig oordelen dat
                                        borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met
                                        straatnamen, huisnummerverzamelwoorden en
                                        verwijsaanduidingen aan een bouwwerk, een gebouw, een muur,
                                        paal, schutting of andere soort terreinafscheiding worden
                                        aangebracht is de rechthebbende verplicht toe te laten dat
                                        de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en
                                        overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en
                                        wethouders worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat naamborden
                                        vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven</al>
                </lid>
              </artikel>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.6.</nr>
                  <titel>Verplicht aanbrengen huisnummer</titel>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Tenzij door burgemeester en wethouders anders is besloten,
                                        is de rechthebbende van een object verplicht het nummer,
                                        zoals bedoeld in artikel 5.7.3, eerste lid, aan te brengen
                                        op een wijze zoals in artikel 5.7.7, eerste lid, is bepaald.
                                    </al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>De rechthebbende is verplicht het in het eerste lid genoemde
                                        nummer binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van
                                        burgemeester en wethouders aan te brengen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>3</lidnr>
                  <al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer
                                        binnen vier weken na de voltooiing aangebracht.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>4.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede en derde
                                        lid genoemde termijn verlengen.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
            <paragraaf>
              <kop>
                <label>Paragraaf</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <artikel>
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr>5.7.7</nr>
                  <titel/>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr>1.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders stellen nadere technische
                                        uitvoeringsvoorschriften vast voor de wijze van nummeren en
                                        voor het aanbrengen van nummerborden. </al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr>2.</lidnr>
                  <al>Burgemeester en wethouders stellen, met oog op het
                                        interbestuurlijk en maatschappelijk belang van een
                                        systematische registratie van door hen uitgegeven namen en
                                        nummers, nadere registratieve voorschriften</al>
                </lid>
              </artikel>
            </paragraaf>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label> Hoofdstuk</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende verordening gegeven
                                voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten
                                hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover ten aanzien van
                                overtreding van bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften of beperkingen in hogere regelingen straf is
                                bepaald</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1.a</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en
                                wethouders d.d 2 september 2010 aangewezen personen</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.2. opsporingsambtenaren</nr>
              <titel>vervallen</titel>
            </kop>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:3</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking
                                in de Noorderkrant waarin zij is geplaatst.</al>
              <al/>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Op dat tijdstip worden de Algemene Plaatselijke Verordening voor de
                                gemeente Ten Boer, zoals vastgesteld bij besluit van de raad van de
                                gemeente Ten Boer d.d. 28 mei 2008, ingetrokken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Vergunningen en ontheffingen hoe ook genaamd verleend krachtens
                                verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid blijven indien en
                                voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover
                                zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken nog gedurende 5 jaren
                                na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven ‑ indien en voor zover
                                de bepalingen in gevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken nog gedurende 5 jaren na de
                                inwerkingtreding van deze verordening van kracht. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing hoe ook genaamd op
                                grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerking‑treding van deze
                                verordening nog niet op die aanvrage is beslist, wordt daarop de
                                overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing ‑ hoe ook genaamd ‑ van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste
                                vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste zestig
                                dagen voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                bevoegde bestuursorgaan is ingediend. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Met uitzondering van artikel 2.1.6.6 zijn gebods‑ of
                                verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is
                                krachtens deze verordening en niet voorkomend in een verordening als
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, niet van toepassing:</al>
              <al>a. gedurende 12 maanden na het in werking treden van deze
                                verordening;</al>
              <al>b. ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een
                                aanvraag als bedoeld in artikel 1.2 heeft ingediend, totdat
                                onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</al>
              <al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, derde lid,
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten , indien en voor zover de e rechtsgrond waarop
                                de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:6</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            van de gemeente Ten Boer.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>