<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR129304_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 5 Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 71/2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>individuele verstrekkingen wmo</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2008.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze Verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Wet</cursief>: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al><cursief>College: </cursief>college van burgemeester en
                                    wethouders </al></li><li nr="c."><al><cursief>Verordening</cursief>: Verordening maatschappelijke
                                    ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Besluit</cursief>: het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord dat door het college wordt
                                    vastgesteld en waarin nadere regels en bedragen zijn
                                    opgenomen;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Beleidsregels:</cursief> de Beleidsregels
                                    maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord;</al></li><li nr="f."><al><cursief>AWBZ</cursief>: Algemene Wet Bijzondere
                                    Ziektekosten;</al></li><li nr="g."><al><cursief>Regio Nieuwe Waterweg Noord (NWN)</cursief>: de
                                    gemeenten Maassluis, Schiedam en Vlaardingen;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Uitvoeringsorganisatie</cursief>: de organisatie die
                                    belast is met het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte en
                                    de noodzaak tot compensatie en met het verlenen van
                                    voorzieningen zoals bedoeld in deze Verordening;</al></li><li nr="i."><al><cursief>Compensatieplicht</cursief>: de plicht van het college
                                    aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een
                                    psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie
                                    van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en
                                    maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen
                                    een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de
                                    woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en
                                    medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden
                                    aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de Wet het college de
                                    plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag
                                    gelden en dat in het individuele geval maatwerk is;</al></li><li nr="j."><al><cursief>Aanvraag:</cursief> een schriftelijk verzoek van een
                                    belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere
                                    voorzieningen in het kader van deze verordening.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Belanghebbende:</cursief> een persoon die voor zichzelf
                                    of, met behulp van een machtiging door een ander, een aanvraag
                                    indient of laat indienen. </al></li><li nr="l."><al><cursief>Psychosociaal probleem:</cursief> een situatie van
                                    verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan
                                    deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door
                                    problemen die iemand heeft in zijn relatie met anderen, met zijn
                                    sociale omgeving. </al></li><li nr="m."><al><cursief>Algemene voorziening</cursief>: een voorliggende
                                    voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te
                                    gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1
                                    van de Wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de
                                    voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of
                                    te gebruiken is;</al></li><li nr="n."><al><cursief>Algemeen gebruikelijke voorziening</cursief>: een
                                    voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een
                                    beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen
                                    verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan
                                    vergelijkbare producten;</al></li><li nr="o."><al><cursief>Collectieve voorziening: </cursief>een voorziening die
                                    individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen
                                    tegelijk wordt gebruikt, zoals het collectief aanvullend
                                    openbaar vervoer;</al></li><li nr="p."><al><cursief>Voorliggende voorziening:</cursief> een voorziening die
                                    normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld
                                    is voor iedereen die daar behoefte aan heeft;</al></li><li nr="q."><al><cursief>Wettelijk voorliggende voorziening;</cursief> een
                                    voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan
                                    ingevolge de Wmo, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk
                                    bereikt kan worden. </al></li><li nr="r."><al><cursief>Individuele voorziening</cursief>: een voorziening die
                                    ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 van de Wet
                                    wordt verstrekt en waarop alle regels van de wet van toepassing
                                    zijn;</al></li><li nr="s."><al><cursief>Gebruikelijke zorg:</cursief> de zorg die op het gebied
                                    van het voeren van het huishouden voor alle leden van een
                                    leefeenheid geldt om gezamenlijk voor het huishouden te
                                    zorgen.</al></li><li nr="t."><al><cursief>Voorziening in natura</cursief>: een voorziening in het
                                    kader van deze Verordening die in eigendom, bruikleen, huur,
                                    lease of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt
                                    verstrekt;</al></li><li nr="u."><al><cursief>Persoonsgebonden budget</cursief>: een geldbedrag, als
                                    alternatief voor een voorziening in natura;</al></li><li nr="v."><al><cursief>Budgethouder</cursief>: een persoon aan wie ingevolge
                                    deze Verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die
                                    aan het college verantwoording over de besteding van het
                                    persoonsgebonden budget verschuldigd is;</al></li><li nr="w."><al><cursief>Financiële tegemoetkoming</cursief>: een tegemoetkoming
                                    in de kosten van een voorziening, al dan niet forfaitair of
                                    gemaximeerd, welke kan worden afgestemd op het inkomen van de
                                    belanghebbende;</al></li><li nr="x."><al><cursief>Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten</cursief>:
                                    een door het college vast te stellen bijdrage, die bij
                                    respectievelijk een voorziening in natura, een persoonsgebonden
                                    budget (een eigen bijdrage) en een financiële tegemoetkoming
                                    (een eigen aandeel) betaald moet worden;</al></li><li nr="y."><al><cursief>Besparingsbijdrage: </cursief>een door de
                                    belanghebbende te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat
                                    ten gevolge van de verlening van een voorziening door de
                                    belanghebbende wordt bespaard omdat deze voorziening een
                                    algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan
                                    vervangen;</al></li><li nr="z."><al><cursief>Meerkosten</cursief>: kosten van een mogelijk krachtens
                                    de Wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de
                                    kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk
                                    te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; </al></li><li nr="aa."><al><cursief>Instandhoudingskosten</cursief>: alle kosten die
                                    betrekking hebben op het in stand houden van de voorzieningen
                                    genoemd in deze Verordening;</al></li><li nr="bb."><al><cursief>Huisgenoot</cursief>: een ieder met wie de
                                    belanghebbende duurzaam gemeenschappelijk een woning
                                    bewoont;</al></li><li nr="cc."><al><cursief>Mantelzorger</cursief>: een persoon, die mantelzorg
                                    verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de
                                    Wet;</al></li><li nr="dd."><al><cursief>Hoofdverblijf: </cursief>de plaats waar een persoon
                                    daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt.</al></li><li nr="ee."><al><cursief>Gemeenschappelijke ruimte</cursief>: gedeelte van een
                                    gebouw, bestemd voor bewoning, niet behorende tot de
                                    onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van
                                    de belanghebbende vanaf de toegang van het gebouw te
                                    bereiken;</al></li><li nr="ff."><al><cursief>Raad van Advies:</cursief> een vertegenwoordiging van
                                    de doelgroep personen met beperkingen uit de gemeenten
                                    Maassluis, Schiedam en Vlaardingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is,
                                        tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te
                                        bereiken resultaat;</al></li><li nr="b."><al>de te verstrekken voorziening als de goedkoopst
                                        compenserende voorziening aan te merken is;</al></li><li nr="c."><al>deze in overwegende mate op het individu is gericht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeenten
                                        Schiedam, Vlaardingen of Maassluis;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de voorziening betrekking heeft op een hoger
                                        niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale
                                        woningbouw;</al></li><li nr="d."><al>indien de belanghebbende zelf volledig of gedeeltelijk de
                                        capaciteit heeft om in maatregelen te
                                            voorzien<cursief>;</cursief></al></li><li nr="e."><al>voor zover er aan de zijde van de belanghebbende geen sprake
                                        is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de
                                        situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen in
                                        zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="f."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                        belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of
                                        het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na
                                        te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                        goedkoopst compenserend aan te merken valt;</al></li><li nr="g."><al>voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag
                                        betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige
                                        wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale
                                        afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken
                                        is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening
                                        verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet
                                        aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of tenzij
                                        belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de
                                        veroorzaakte kosten;</al></li><li nr="h."><al>indien op grond van andere wet- of regelgeving, een
                                        afgesloten verzekering of anderszins, aanspraak op de
                                        gevraagde voorziening bestaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen individuele voorziening wordt toegekend indien een collectieve
                                of algemene voorziening beschikbaar en bruikbaar is en leidt tot een
                                resultaat dat als compensatie mag gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Besluit en Beleidsregels</titel></kop><al>Ter uitwerking van het bepaalde in deze Verordening stelt het college
                            het Besluit en de Beleidsregels vast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verstrekkingswijzen</titel></kop><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                            financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inhoud beschikking voorziening in natura</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de
                                beschikking vastgelegd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>welke de te treffen voorziening is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoe de voorziening in natura verstrekt wordt; en</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                geregeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud beschikking financiële tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                                tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd
                                is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>of de hoogte van de financiële tegemoetkoming is afgestemd op het
                                inkomen van de belanghebbende; en</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                geregeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overwegende bezwaren persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Het college legt in het Besluit vast in welke situaties sprake is van
                            overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt
                            wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inhoud beschikking persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt
                                moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan
                                bij de besteding voldaan moet worden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang
                                tot stand is gekomen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden
                                budget bedoeld is; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het
                                persoonsgebonden budget.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                                beschikking opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Eigen bijdragen, eigen aandeel en besparingsbijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt in het Besluit en in de Beleidsregels vast bij
                                welke voorzieningen een eigen bijdrage of een eigen aandeel
                                verschuldigd is en wat de hoogte hiervan is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in het Besluit en in de Beleidsregels vast bij
                                welke voorzieningen een besparingsbijdrage verschuldigd is en wat de
                                hoogte hiervan is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vormen van hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De door het college te verstrekken voorziening, ter compensatie van
                            beperkingen bij het voeren van een huishouden, kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder algemene hulp bij het
                                    huishouden;</al></li><li nr="b."><al>hulp bij het huishouden in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het
                                    huishouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>De in artikel 10 genoemde voorziening kan worden geweigerd als tot de
                            leefeenheid waar een persoon met een beperking, een chronisch psychisch
                            of een psychosociaal probleem deel van uitmaakt, een of meer huisgenoten
                            behoren die wel in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten
                            (gebruikelijke zorg). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Omvang van de hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De omvang van hulp bij het huishouden wordt uitgedrukt in uren per week,
                            zoals nader is uitgewerkt in het Besluit en de Beleidsregels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Omvang van het persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De bedragen die per uur in de vorm van een persoonsgebonden budget
                            worden verstrekt zijn vastgelegd in het Besluit en de
                            Beleidsregels.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vormen van woonvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college te verstrekken woonvoorziening, ter compensatie van
                            beperkingen bij het normale gebruik van de woning, kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene woonvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een woonvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    woonvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een financiële tegemoetkoming in de kosten van een
                                    woonvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Soorten individuele woonvoorzieningen</titel></kop><al>De in artikel 14 onder b., c. en d. genoemde voorzieningen kunnen
                            bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten;</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een niet bouwkundige of niet woontechnische
                                    woonvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>instandhoudingskosten met uitzondering van de
                                    verzekeringen;</al></li><li nr="e."><al>een uitraasruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Primaat van de verhuizing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de Wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15
                                onder a. in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen het
                                normale gebruik van de woning belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de Wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15
                                onder b. en c. in aanmerking worden gebracht wanneer de in het
                                eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de
                                goedkoopst compenserende voorziening is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel
                                5 en 6 van de Wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel
                                15, onder e. in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een
                                gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen
                                het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze
                                persoon tot rust kan komen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een financiële tegemoetkoming in verhuis- en
                                inrichtingskosten als bedoeld in artikel 15, onder a. verstrekken
                                aan een persoon die op verzoek van het college, ten behoeve van een
                                persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder g, onderdeel 5 en
                                6 van de Wet een ingrijpend aangepaste woonruimte, bestemd voor
                                permanente bewoning, heeft ontruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Losse woonunit</titel></kop><al>Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of
                            een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van
                            een verhuurder die bereid is de aangepaste woning blijvend ter
                            beschikking te stellen van personen die op basis van beperkingen
                            behoefte hebben aan een dergelijke woning, kan het college een
                            herplaatsbare losse woonunit verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen
                            van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
                            tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en
                            specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat
                            betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die
                            bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen
                            kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hoofdverblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de belanghebbende
                                zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de
                                voorziening wordt getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één
                                woonruimte indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een
                                AWBZ-instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente
                                waar de aan te passen woning staat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in
                                het tweede lid bedoelde woonruimte met een door het college in het
                                Besluit vast te leggen maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de
                                belanghebbende de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan
                                bereiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden geweigerd
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is
                                    van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
                                    normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond, tenzij
                                    een wijziging van leefsituatie een verhuizing dringend
                                    noodzakelijk maakte en hiervoor schriftelijk toestemming is
                                    verleend door het college;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                    beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
                                    tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
                                    door het college;</al></li><li nr="c."><al>indien reeds een huurcontract of voorlopig koopcontract is
                                    getekend voorafgaand aan de datum waarop beschikt is op de
                                    aanvraag, tenzij het college hiervoor schriftelijk toestemming
                                    heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
                                    ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en
                                    extra trapleuningen;</al></li><li nr="e."><al>de belanghebbende verhuist op een moment dat de verhuizing voor
                                    de belanghebbende als voorspelbaar, voorzienbaar en/of zelfs
                                    zonder de beperking als algemeen gebruikelijk wordt
                                    beschouwd;</al></li><li nr="f."><al>de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen,
                                    verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is
                                    het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een
                                    AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het
                                    verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen
                                    problemen met het normale gebruik van de woning zijn
                                    ondervonden;</al></li><li nr="g."><al>de ondervonden beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de
                                    woning gebruikte materialen of het gevolg zijn van achterstallig
                                    onderhoud.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Antispeculatiebeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar van de woonruimte die krachtens de Verordening een
                                financiële tegemoetkoming in de kosten van het treffen van een
                                woonvoorziening heeft ontvangen en die binnen een periode van vijf
                                jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de
                                woonruimte of het wooncomplex verkoopt, is gehouden om binnen een
                                week na het passeren van de koopakte het college hiervan
                                schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het
                                treffen van de voorziening is ontstaan, wordt aan het college
                                terugbetaald conform de regeling in het tweede lid van dit artikel.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen één jaar na de gereedmelding zoals bedoeld in het
                                        eerste lid van dit artikel: 100% van de voornoemde
                                        meerwaarde;</al></li><li nr="b."><al>binnen twee jaar na de gereedmelding zoals bedoeld in het
                                        eerste lid van dit artikel: 80% van de voornoemde
                                        meerwaarde;</al></li><li nr="c."><al>binnen drie jaar na de gereedmelding zoals bedoeld in het
                                        eerste lid van dit artikel: 60% van de voornoemde
                                        meerwaarde;</al></li><li nr="d."><al>binnen vier jaar na de gereedmelding zoals bedoeld in het
                                        eerste lid van dit artikel: 40% van de voornoemde
                                        meerwaarde;</al></li><li nr="e."><al>binnen vijf jaar na de gereedmelding zoals bedoeld in het
                                        eerste lid van dit artikel: 20% van de voornoemde
                                        meerwaarde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het bepaalde in het tweede lid van dit artikel geldt dat de
                                kosten van de in het eerste lid genoemde woonvoorziening die voor
                                rekening van de eigenaar van de woonruimte zijn gekomen in mindering
                                worden gebracht op het aan het college terug te betalen bedrag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vormen van vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college te verstrekken voorziening, ter compensatie van
                            beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen, kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene vervoersvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een collectieve vervoersvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="d."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    vervoersvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Het recht op een collectieve voorziening</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5
                            en 6 van de Wet kan voor de in artikel 22 onder b. vermelde voorziening
                            in aanmerking worden gebracht indien beperkingen </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li><li nr="b."><al>het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Het primaat van het collectief vervoer</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5
                            en 6 van de Wet kan voor de in artikel 22, onder c. en d. vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen het
                            gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder b.
                            onmogelijk maken of wanneer een collectief systeem niet leidt tot een
                            resultaat dat als compensatie mag gelden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk inkomen
                            van gehuwde personen, ongehuwd samenwonenden of geregistreerde partners
                            meer bedraagt dan de in het Besluit voor de diverse categorieën
                            opgenomen inkomensgrenzen, wordt het bezit van een personenauto algemeen
                            gebruikelijk geacht, zodat een auto of een met een auto vergelijkbare
                            voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten
                            niet in aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Omvang in gebied en in kilometers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de
                                vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie
                                uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe
                                woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij
                                er sprake is van een uitzonderlijke doch noodzakelijke
                                vervoersbehoefte die niet binnen de directe woon- en leefomgeving
                                vervuld kan worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De te verstrekken vervoersvoorzieningzal maatschappelijke
                                participatie door middel van lokale verplaatsingen met tenminste een
                                omvang per jaar van 1500 kilometer met eenbandbreedte tot 2000
                                kilometer mogelijk maken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verplaatsen in en rond de woning en sportbeoefening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Vormen van rolstoelvoorzieningen en sportvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college te verstrekken voorziening, ter compensatie van
                            beperkingen bij het verplaatsen in en om de woning dan wel voor
                            sportbeoefening, kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een rolstoelvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    sportvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>een aanpassing van een onder a en b genoemde voorziening;</al></li><li nr="f."><al>een vergoeding van de aanschafkosten van accessoires ten behoeve
                                    van een onder a, b en e genoemde voorziening; </al></li><li nr="g."><al>instandhoudingskosten van een in dit artikel vermelde
                                    voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Het recht op een rolstoelvoorziening</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5
                            en 6 van de Wet kan voor de in artikel 27, onder b. en c. vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht indien beperkingen dagelijks
                            zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en
                            hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de AWBZ of een andere
                            wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Sportvoorziening</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5
                            en 6 van de Wet kan voor de in artikel 27, onder d. vermelde voorziening
                            in aanmerking worden gebracht indien beperkingen sportbeoefening zonder
                            sportvoorziening onmogelijk maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners</titel></kop><al>In afwijking van het gestelde in artikel 28 komt een persoon die
                            verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating
                            zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in
                            aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op
                            grond van de AWBZ.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Het verkrijgen van voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Gebruik aanvraagformulier</titel></kop><al>Een schriftelijke aanvraag wordt ingediend door middel van een door het
                            college ter beschikking gesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inlichtingen, onderzoek, advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op een voorziening, de belanghebbende
                                of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip om hem bepaalde
                                        noodzakelijke inlichtingen te vragen;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                        onderzoeken en/of hem te verzoeken aan deze deskundige(n) de
                                        benodigde inlichtingen te verstrekken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om
                                advies vragen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening om medische redenen wordt
                                        afgewezen;</al></li><li nr="b."><al>het college dit om andere redenen noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belanghebbende, of bij gebruikelijke zorg diens relevante
                                huisgenoten, is/zijn verplicht aan het college of de door hem
                                aangewezen adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen
                                verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de
                                aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze Verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht onverwijld aan het college mededeling te doen van feiten en
                            omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                            invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze
                                Verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet meer of niet geheel wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld bij of krachtens deze Verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                        gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens
                                        bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                                persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                                tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet
                                is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis
                                daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                                persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening of de tegenwaarde van deze
                                voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze Verordening, indien toepassing van
                            de Verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de Verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In de gevallen, de uitvoering van de Verordening betreffende, waarin de
                            Verordening niet voorziet, beslist het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad van Advies brengt gevraagd en ongevraagd advies uit over het
                                beleid van het college betreffende de uitvoering van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de advisering over het beleid betreffende de uitvoering van de
                                Wet, wordt in deze Verordening verstaan de advisering over het
                                beleid met betrekking tot de verstrekking van de in artikel 4,
                                eerste lid van de Wet genoemde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het door het college gevoerde beleid kan worden onderworpen aan een
                                evaluatie indien daartoe aanleiding bestaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien deze evaluatie daartoe aanleiding geeft, wordt de Verordening
                                aangepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zendt de evaluatie aan de gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op besluiten die voor de
                                inwerkingtreding van deze verordening zijn genomen. Hiervoor geldt
                                de vóór inwerkingtreding van deze verordening geldende
                                bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvragen die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening zijn ingediend, maar waarop nog niet is beslist, wordt
                                deze Verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze Verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012. Met de
                            inwerkingtreding van deze Verordening komt de Verordening
                            maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2008 te
                            vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze Verordening wordt aangehaald als: “Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012” of als “Verordening
                            maatschappelijke ondersteuning NWN 2012”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Schiedam op 22 september 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Griffier, J. Gordijn</ondertekening><ondertekening>Voorzitter J.M. Leemhuis-Stout</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>