<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR129277_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Schiedam 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Schiedam 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147 eerste lid van de Gemeentewet;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8 eerste lid, onderdeel d;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 35 van de Wet werk en bijstand;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 36 van de Wet werk en bijstand.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR106/2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>regels over de verlening van de langdurigheidstoeslag en categoriale bijzondere bijstand aan personen van 65 jaar of ouder</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Schiedam 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>WTOS: Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten;</al></li><li nr="c."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering;</al></li><li nr="d."><al>Bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5 onderdeel c
                                    van de wet;</al></li><li nr="e."><al>Inkomenstoeslag: de langdurigheidstoeslag bedoeld in artikel 36
                                    WWB;</al></li><li nr="f."><al>Inkomenstoeslag 65+: de categoriale bijzondere bijstand bedoeld
                                    in artikel 35 lid 3 WWB;</al></li><li nr="g."><al>Inkomen: het inkomen bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien
                                    verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep
                                    op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de
                                    referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                    artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                    inkomenstoeslag als inkomen gezien; </al></li><li nr="h."><al>Peildatum: de datum waarop de inkomenstoeslag of de
                                    inkomenstoeslag 65+ wordt aangevraagd. In het geval dat het
                                    recht ambtshalve wordt vastgesteld is de peildatum 1 januari van
                                    dat jaar;</al></li><li nr="i."><al>Referteperiode: een periode van zes maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum;</al></li><li nr="j."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Schiedam.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene
                            wet bestuursrecht (Awb).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Voorwaarden</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 35 en 36 van de wet komt in aanmerking
                        voor de inkomenstoeslag of de inkomenstoeslag 65+ de belanghebbende
                        die:</al><lijst><li nr="1."><al>gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat
                                gemiddeld niet hoger is dan 110% van de toepasselijke
                                bijstandsnorm.</al></li><li nr="2."><al>geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34
                                van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Geen recht</titel></kop><al>Geen recht op een inkomenstoeslag heeft de belanghebbende die gedurende de
                        referteperiode:</al><lijst><li nr="1."><al>arbeidsverplichtingen opgelegd heeft gekregen vanuit enige sociale
                                wet- of regelgeving;</al></li><li nr="2."><al>een opleiding heeft gevolgd of volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel
                                een studie heeft gevolgd of volgt als bedoeld in de WSF 2000 dan wel
                                andere uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs heeft gevolgd of
                                volgt;</al></li><li nr="3."><al>in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 onder f van de
                                wet;</al></li><li nr="4."><al>op grond van artikel 2, lid 3 van het Besluit bijstandsverlening
                                zelfstandigen 2004 bijstand ontvangt op grond van de wet maar zich
                                niet beschikbaar stelt voor arbeid in dienstbetrekking omdat hij
                                voornemens is een eigen bedrijf te starten en zich hierop aan het
                                voorbereiden is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Hoogte van de inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inkomenstoeslag bedraagt per jaar (bedragen per 1 januari 2012):</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gezin waarvan alle gezinsleden jonger zijn dan 65 jaar
                                    € 530,00;</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande (ouder) jonger dan 65 jaar € 370,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inkomenstoeslag 65+ bedraagt per jaar (bedragen per 1 januari
                            2012):</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gezin waarvan één of meerdere gezinsleden 65 jaar of
                                    ouder zijn € 400,00;</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande (ouder) van 65 jaar of ouder €
                                    300,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval van uitsluitend een of meer ten laste komende kinderen tot
                            12 jaar wordt de inkomenstoeslag of de inkomenstoeslag 65+ verhoogd met
                            € 100,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval van een of meer ten laste komende kinderen tussen 12 en 18
                            jaar wordt de inkomenstoeslag of de inkomenstoeslag 65+ verhoogd met €
                            200,00.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid is de
                            situatie op de peildatum bepalend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1
                            januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele
                            verschil tussen de gezinsnorm per 1 januari van dat jaar en de
                            gezinsnorm van het daaraan voorafgaande jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012 onder
                        gelijktijdige intrekking van de Verordening langdurigheidstoeslag Schiedam
                        2009. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening langdurigheidstoeslag
                        gemeente Schiedam 2012.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van 15 december 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, J. Gordijn</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, ir. J.M. Leemhuis-Stout</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Schiedam
                    2012</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al/><al>Vanuit het minimabeleid worden burgers die aan het werk kunnen gestimuleerd om
                    aan het werk te gaan en burgers die dat niet kunnen of niet meer hoeven extra
                    financieel ondersteund. Om optimaal te kunnen bijdragen aan deze doelstelling is
                    de langdurigheidstoeslag, een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere
                    bijstand, hiermee in overeenstemming gebracht. In artikel 8 WWB is bepaald dat
                    in een verordening de precieze voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag
                    vastgelegd moeten worden.</al><al/><al>Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op:</al><lijst><li nr="-"><al>de hoogte van de langdurigheidstoeslag;</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip langdurig, laag
                            inkomen.</al></li></lijst><al/><al>De wetgever heeft bepaald dat het recht op de langdurigheidstoeslag alleen van
                    toepassing is op personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. Daarom
                    wordt in deze verordening een onderscheid gemaakt tussen de inkomenstoeslag
                    (langdurigheidstoeslag) en de inkomenstoeslag 65+ (categoriale bijzondere
                    bijstand voor personen van 65 jaar of ouder).</al><al/><al>De gedachte achter de inkomenstoeslag is dat personen die (langdurig) een
                    inkomen op het sociaal minimum ontvangen en geen zicht hebben op een
                    inkomensverbetering, geen financiële ruimte hebben om te reserveren voor
                    onverwachte uitgaven. Dit geldt zowel voor personen die werken als personen
                    waarvan niet verwacht wordt dat zij (binnen afzienbare tijd) kunnen gaan
                    werken.</al><al/><al>Bij het bepalen van het recht op bijzondere bijstand, waar de
                    langdurigheidstoeslag een bijzondere vorm van is, kan geen onderscheid gemaakt
                    worden naar de bron van het inkomen. Dit betekent dan ook dat werkenden met een
                    langdurig, laag inkomen voor de inkomenstoeslag in aanmerking komen.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 – Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Voor een aantal begrippen, die als zodanig niet in de WWB zelf
                    staan is een definitie gegeven in deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 2 – Voorwaarden</tussenkop><al>Het begrip ‘laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat niet hoger is dan
                    110% van de bijstandsnorm, waarbij twee doelgroepen worden omschreven, namelijk
                    alleenstaande(n) (ouders) en gezinnen. Door het inkomen 10% boven
                    bijstandsniveau te stellen, worden werkenden met een laag inkomen in staat
                    gesteld om een beroep te doen op de inkomenstoeslag. Met het stellen van de
                    inkomensnorm op 110% van de bijstandsnormen, wordt daarnaast geanticipeerd op de
                    plannen van het kabinet om de WWB zodanig aan te passen dat categoriale
                    bijzondere bijstandsverlening aan burgers met een inkomen boven 110% van de
                    bijstandsnorm niet mogelijk is.</al><tussenkop>Artikel 3 – Geen recht</tussenkop><al>Naast de voorwaarden voor het recht op inkomenstoeslag en inkomenstoeslag 65+
                    zoals gesteld in artikel 2 van deze verordening, zijn in artikel 3 de
                    uitsluitingsgronden benoemd. Aan de hand van deze uitsluitingsgronden wordt de
                    doelgroep voor het recht op de inkomenstoeslag bepaald. Hierbij is met name
                    aandacht geschonken aan het uitgangspunt dat het minimabeleid ‘werken’ moet
                    stimuleren. Daarom is er geen recht op inkomenstoeslag voor hen die door het
                    nakomen van de opgelegde arbeidsverplichtingen, dan wel door het volgen van
                    opleiding of scholing in staat geacht moeten worden binnen afzienbare termijn
                    een hoger inkomen te kunnen verkrijgen.</al><tussenkop>Artikel 4 – Hoogte van de inkomenstoeslag</tussenkop><al>De hoogte van de inkomenstoeslag en inkomenstoeslag 65+ is afhankelijk van de
                    gezinssituatie, namelijk is er sprake van een alleenstaande (ouder) of is er
                    sprake van een gezin. Daarnaast krijgt de burger of het gezin een toeslag
                    wanneer er sprake is van volledige zorg voor ten laste komende kinderen. </al><al>Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen voor een
                    indexering waarvan de hoogte jaarlijks automatisch meebeweegt met de
                    bijstandsnormen. Omdat de bijstandsnormen soms twee maal per jaar worden
                    geïndexeerd en de inkomenstoeslag maar eenmaal, wordt steeds een vergelijking
                    gemaakt met de bijstandsnormen per 1 januari van het voorafgaande jaar.</al><tussenkop>Artikel 5 – Onvoorziene gevallen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 6 – Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al><tussenkop>Artikel 7 – Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>