<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR129250_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening wijkbudgetten gemeente Schiedam 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentepagina Nieuwe Stadsblad 21-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening wijkbudgetten gemeente Schiedam 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 4:23 Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 108/2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>wijkbudgetten bewonersinitiatieven</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening wijkbudgetten gemeente Schiedam 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wijkbudget: subsidie waarmee bewoners van een aangewezen wijk
                                diensten en producten kunnen inkopen om hun initiatief uit te
                                voeren;</al></li><li nr="b."><al>initiatief: een plan om de leefbaarheid in de eigen wijk, buurt of
                                straat te verbeteren en/of de sociale cohesie te versterken;</al></li><li nr="c."><al>initiatiefnemer(s): individuele of georganiseerde bewoners of
                                ondernemers in de wijk, die een aanvraag indienen voor een
                                wijkbudget;</al></li><li nr="d."><al>leefbaarheid: de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;</al></li><li nr="e."><al>sociale cohesie: sociale samenhang binnen een wijk en tussen
                                bewoners;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="g."><al>regiegroep: een door het college per wijk in te stellen
                                adviescommissie, bestaande uit maximaal zeven bewoners van de wijk,
                                die bindend advies uitbrengt over de verstrekking van de
                                wijkbudgetten. </al></li><li nr="h."><al>wijkoverleg: een overleg van de wijk dat open staat voor alle
                                bewoners van de wijk, professionals, ambtenaren en andere
                                geïnteresseerden; </al></li><li nr="i."><al>wijkprocesmanager: de vaste vertegenwoordiger, namens de gemeente,
                                van het wijkoverleg; </al></li><li nr="j."><al>tranche: periode waarbinnen een aanvraag voor een wijkbudget kan
                                worden ingediend. </al></li><li nr="k."><al>Budgethouder: de afdelingsmanager wijkontwikkeling die door het
                                college is aangewezen voor het beheer van de wijkbudgetten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van wijkbudgetten
                            voor bewonersinitiatieven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Schiedam 2012 is niet van
                            toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheid college en mandatering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks een of meer wijken aanwijzen waar deze
                            verordening van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast en bepaalt hoe het
                            beschikbare bedrag over de wijken wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan per wijk nadere regels stellen over de besteding van het
                            wijkbudget.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels als
                            bedoeld in het derde lid mandateren aan de afdelingsmanager
                            wijkontwikkeling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt per wijk een adviescommissie in, genaamd regiegroep,
                            die bindend advies uitbrengt over het beheren en verstrekken van de
                            wijkbudgetten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college benoemt de regiegroepleden voor maximaal 3 jaar en kan deze
                            benoeming eenmalig met 3 jaar verlengen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college verleent mandaat aan de afdelingsmanager wijkontwikkeling om
                            de wijkbudgetten te beheren en te verstrekken met in achtneming van het
                            advies van de regiegroep.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag wijkbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Initiatiefnemers kunnen een aanvraag voor een wijkbudget indienen bij
                            het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt schriftelijk ingediend en bevat de volgende
                            gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactadres, telefoonnummer en handtekening van de
                                    aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de inhoud, uitvoering en planning van het
                                    initiatief, waarbij wordt aangegeven hoe dit de leefbaarheid in
                                    de wijk, buurt of straat verbetert;</al></li><li nr="c."><al>een kostenraming voor de uitvoering van het initiatief;</al></li><li nr="d."><al>een mededeling of tevens elders subsidie is aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>bewijsmateriaal dat voor het initiatief draagvlak bestaat in de
                                    buurt of wijk. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening wijkbudgetten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regiegroep adviseert het college over de ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvragen worden beoordeeld in tranches. Op de in een tranche
                            ingediende aanvragen wordt ineens per wijk besloten, uiterlijk 8 weken
                            na afloop van de tranche.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het totaal van de positief beoordeelde aanvragen in een tranche
                            het beschikbare budget voor deze tranche overschrijdt, worden de
                            aanvragen geprioriteerd naar de mate waarin de initiatieven naar
                            verwachting bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie en de mate
                            van zelfwerkzaamheid die door de initiatiefnemer(s) wordt ingezet.
                            Tevens wordt gelet op een redelijke spreiding over de wijk. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het voorlopige advies van de regiegroep wordt voorgelegd aan het
                            wijkoverleg dat bij consent met het voorlopig advies kan instemmen.
                            Indien geen instemming bij consent wordt bereikt door het wijkoverleg
                            kan het een afwijkend voorstel doen aan de regiegroep. De regiegroep
                            adviseert het college met inachtneming van het voorstel van het
                            wijkoverleg. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Verlening van een wijkbudget vindt plaats aan de hand van de werkelijke
                            kosten voor het initiatief, voor ten hoogste de begrote kosten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van de in het eerste tot en met vijfde lid beschreven
                            procedure kan het college, indien besluitvorming in de tijd in het
                            geding komt en daarmee uitvoering van een initiatief in gevaar kan
                            komen, aanvragen tot € 1000,- honoreren. Verstrekkingen op grond van dit
                            lid bedragen in totaal niet meer dan 15% van het jaarbudget van de
                            wijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde
                        gronden, kan een aanvraag voor een wijkbudget worden geweigerd, indien
                        gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het initiatief onvoldoende bijdraagt aan het bevorderen van de
                                leefbaarheid en/of de sociale cohesie in de buurt of wijk;</al></li><li nr="b."><al>het initiatief niet haalbaar of uitvoerbaar is binnen de in de
                                aanvraag vermelde planning;</al></li><li nr="c."><al>de initiatiefnemer doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                ontplooien die in strijd zijn met de wet of het gemeentebeleid;</al></li><li nr="d."><al>het initiatief voornamelijk betrekking heeft op privébelangen van de
                                initiatiefnemer;</al></li><li nr="e."><al>het beheer en onderhoud van de voorgestelde fysieke verbeteringen
                                van de leefomgeving niet kunnen worden gewaarborgd;</al></li><li nr="f."><al>een initiatief meer omvat dan de helft van het totale jaarbudget
                                voor de wijk; </al></li><li nr="g."><al>de initiatiefnemer onvoldoende kan aantonen dat voor zijn initiatief
                                draagvlak in de buurt of wijk bestaat;</al></li><li nr="h."><al>de initiatiefnemer geen actieve rol zal vervullen bij de uitvoering
                                van het initiatief;</al></li><li nr="i."><al>het initiatief plaatsvindt buiten de gemeente Schiedam.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de initiatiefnemer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De initiatiefnemer zorgt ervoor dat het wijkbudget wordt besteed aan de
                            uitvoering van het initiatief en administreert de uitgaven zorgvuldig,
                            door middel van betaalbewijzen. De initiatiefnemer vervult een actieve
                            rol bij de uitvoering van het initiatief. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De initiatiefnemer doet zo spoedig mogelijk mededeling aan het college
                            van veranderde omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de
                            uitvoering van het initiatief.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak
                            onder de bewoners voor zijn initiatief.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een initiatief dient in ieder geval uiterlijk 31 december van het
                            volgende subsidiejaar te zijn uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de verstrekking van een wijkbudget kan de verplichting worden
                            verbonden dat binnen een bepaalde termijn met de uitvoering van het
                            initiatief wordt gestart. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoorschotting, vaststelling en betaling van de
                            wijkbudgetten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op basis van de begroting kan een voorschot worden verstrekt tot
                            maximaal 100%. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen acht weken na uitvoering van het initiatief dient de
                            initiatiefnemer een aanvraag tot vaststelling in met daarbij de bewijzen
                            van de uitgaven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Betaling vindt plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>door in te kopen diensten en producten door de budgethouder te
                                    laten betalen;</al></li><li nr="b."><al>op basis van facturen, in te dienen bij de budgethouder;</al></li><li nr="c."><al>in het geval een voorschot is verleend, door verrekening van het
                                    voorschot met de werkelijke uitgaven op basis van de
                                    vaststellingsbeschikking. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bestedingstermijn jaarbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een door het college aan een wijk ter beschikking gesteld jaarbudget ter
                            uitvoering van deze verordening dient binnen twee jaar te zijn
                            besteed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt hoe de eventueel resterende budgetten worden
                            bestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan artikel 9 eerste lid buiten toepassing laten of daarvan
                        afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de leefbaarheid in
                        de wijk, buurt of straat te verbeteren of de sociale cohesie te versterken,
                        leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekking en overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Subsidieverordening vouchers bewonersinitiatieven 2009” wordt
                            ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van de in het eerste lid genoemde verordening blijven van
                            kracht voor zover dat noodzakelijk is voor de vaststelling en afrekening
                            van toegekende subsidies in het kader van de ‘Subsidieverordening
                            vouchers bewonersinitiatieven 2009’. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening
                                wijkbudgetten gemeente Schiedam 2012.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van 15 december 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, J. Gordijn</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, ir. J.M. Leemhuis-Stout</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting op de Subsidieverordening wijkbudgetten 2012
                        </vet></al><al/><al><cursief>Inleiding</cursief></al><al>Deze verordening vervangt de Subsidieverordening vouchers
                        bewonersinitiatieven 2009.</al><al/><al>Deze verordening heeft betrekking op de wijkbudgetten bewonersinitiatieven.
                        Dit systeem geeft bewoners zeggenschap over de keuze, de financiering en de
                        uitvoering van hun initiatief. Het gaat nadrukkelijk om initiatieven van
                        onderop, van de bewoners zelf. De budgetten worden op een laagdrempelige
                        manier ter beschikking gesteld aan bewoners.</al><al/><al>De bewonersbudgetten hebben als doel om bewoners de mogelijkheid te geven om
                        met initiatieven te komen om de leefbaarheid van hun wijk te verbeteren. Dit
                        kan betrekking hebben op een verbetering van de kwaliteit van de woon- en
                        leefomgeving en/of de versterking van de sociale samenhang binnen een wijk
                        en tussen bewoners. Een breed pakket aan initiatieven kan in aanmerking
                        komen voor een financiële bijdrage vanuit het wijkbudget.</al><al/><al>Dit systeem sluit aan bij het versterken en vergroten van de eigen kracht
                        van bewoners. Zij zijn degenen die ideeën voor hun wijk kunnen aandragen en
                        die kunnen aangeven welke ideeën wel en niet gehonoreerd worden.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>In aanvulling op de algemene toelichting zijn hieronder, voor zover nodig,
                        de onderdelen van de verordening artikelsgewijs toegelicht.</al><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al><vet>a. wijkbudget</vet></al><al>Het wijkbudget is een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Algemene
                        wet bestuursrecht (Awb). De algemene bepalingen van de Awb zijn hierop van
                        toepassing. In aanvulling daarop zijn de bepalingen van deze verordening van
                        toepassing.</al><al/><al><vet>b. initiatief</vet></al><al>De verordening is bedoeld voor alle initiatieven die de leefbaarheid van de
                        wijk, buurt of straat vergroten. Vele initiatieven zijn denkbaar: verbeteren
                        van de veiligheid van een plein of park, project voor jongeren die werkloos
                        zijn, maatregelen om overlast van jongeren terug te dringen, speelplekken,
                        hangplekken, buurtkrant, website van de wijk, wijkfeest, sportdag,
                        bekostigen beplanting en bloembakken, presentjes voor nieuwe bewoners in de
                        wijk, opstellen van leefregels voor de buurt en nieuwe manieren om alle
                        bewoners bij de wijk te betrekken.</al><al>De wijkbudgetten kunnen niet worden benut voor puur individuele projecten.
                        Zie in dit verband de weigeringsgrond van artikel 6, onderdeel c.</al><al/><al><vet>c. initiatiefnemer(s)</vet></al><al>De aanvrager of initiatiefnemer kan een individuele bewoner, een groep van
                        bewoners uit een aangewezen wijk of een ondernemer in de wijk zijn. De
                        organisatievorm is niet van belang. Het kan gaan om een bestaande groep of
                        bewonersorganisatie of om een speciaal voor het initiatief opgerichte
                        groepen. Bewonersgroepen kunnen beschikken over rechtspersoonlijkheid. In
                        dat geval is de rechtspersoon initiatiefnemer / aanvrager. Indien de
                        bewonersgroep geen rechtspersoonlijkheid heeft, kan een deelnemer van de
                        groep als contactpersoon namens de groep aangemerkt worden als
                        initiatiefnemer / aanvrager.</al><al/><al><vet>g. regiegroep</vet></al><al>In elke wijk komt een regiegroep bestaande uit bewoners van de wijk en
                        ondersteund door de gemeente. Deze regiegroep geeft een bindend advies op de
                        aanvragen voor wijkbudgetten. Voor de werving van deze groep wordt een
                        profielschets opgesteld en via een advertentie worden alle bewoners in de
                        gelegenheid gesteld zich voor de regiegroep aan te melden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><al><vet>Eerste lid</vet></al><al>Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de wijkbudgetten
                        bewonersinitiatieven. Dit laat onverlet dat de algemene regels van de Awb
                        ook van toepassing zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheid college en mandatering</titel></kop><al><vet>Tweede lid</vet></al><al>Om de gemeentelijke uitgaven te beteugelen, stelt het college jaarlijks het
                        totaalbedrag vast voor de wijkbudgetten; het zogenaamde subsidieplafond
                        (artikel 4:22 jo artikel 4:25 Awb). Het subsidieplafond wordt jaarlijks
                        bekend gemaakt, waarbij de wijze van verdeling wordt vermeld. Dit omvat
                        zowel de verdeling over de wijken als de verdeelregels binnen de wijken. Het
                        college verdeelt het beschikbare bedrag over de aangewezen wijken. Het
                        bedrag kan dus per wijk verschillen. Vervolgens kan het college in een
                        nadere regeling verdeelregels per wijk geven. Deze nadere regels worden in
                        samenspraak met de bewoners van de wijk opgesteld, zodat maatwerk zoveel
                        mogelijk gewaarborgd is. De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels is
                        gemandateerd</al><al/><al><vet>Zesde lid</vet></al><al>De regiegroep wordt ingesteld in de vorm van een commissie op grond van
                        artikel 84 Gemeentewet. Bepalingen over de werving, benoeming, zittingsduur,
                        ontslag van de leden en de werkwijze worden in een afzonderlijk reglement
                        voor alle regiegroepen vastgesteld. Het college benoemt en ontslaat de
                        regiegroepleden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag wijkbudget</titel></kop><al><vet>Tweede lid</vet></al><al>Het initiatief moet al een redelijk uitgewerkt plan zijn. Daarom zijn onder
                        a tot en met e een aantal verplichte indieningvereisten opgenomen als
                        omschrijving, uitvoering, planning, kostenraming en draagvlak voor het
                        initiatief. Waar nodig kan de gemeente de initiatiefnemer(s) adviseren en
                        begeleiden bij het opstellen van een kostenraming. Het aantonen van
                        draagvlak kan op veel verschillende manieren. Er kan een handtekeningenlijst
                        worden toegevoegd, een verslag van een vergadering, berichten op internet of
                        e-mails. Het aantal medestanders is niet aan te geven: dat is afhankelijk
                        van de aard en omvang van het initiatief.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening wijkbudgetten</titel></kop><al>Een wijkbudget wordt verleend aan een initiatiefnemer. De initiatiefnemer is
                        een individuele bewoner, een groep bewoners of een ondernemer in de wijk,
                        die een aanvraag heeft ingediend om een initiatief uit te voeren. Indien
                        sprake is van een individuele bewoner als initiatiefnemer, dan wordt het
                        wijkbudget op naam van deze individuele bewoner gezet. Bij een bewonersgroep
                        als initiatiefnemer zijn er twee mogelijkheden. Indien de groep
                        rechtspersoonlijkheid heeft, wordt het wijkbudget op naam van deze
                        rechtspersoon gezet. Indien de groep geen rechtspersoonlijkheid heeft, wordt
                        het wijkbudget op naam van een natuurlijk persoon gezet, zijnde de
                        contactpersoon van deze groep bewoners. In dit artikel wordt het proces van
                        verlening beschreven.</al><al>Een aanvraag kan ten hoogste de helft van het jaarbudget bedragen. De
                        aanvragen worden door de regiegroepleden getoetst aan de weigeringsgronden
                        uit Algemene wet bestuursrecht en de subsidieverordening zoals beschreven in
                        artikel 6. Wanneer er geen gegronde redenen bestaan om een aanvraag te
                        weigeren, wordt de aanvraag positief beoordeeld.</al><al>Voor het beschikbare bedrag voor de wijk, kunnen verdeelregels worden
                        gesteld in een nadere regeling. Deze verdeelregels kunnen onder andere het
                        bedrag splitsten in twee of meerdere “tranches”, waarbij de aanvragen in de
                        gestelde periode het bedrag voor de tranche niet mogen overschrijden.
                        Wanneer er meerdere aanvragen zijn die positief beoordeeld worden, maar het
                        beschikbare bedrag in de tranche niet toereikend is, zal een rangorde worden
                        bepaald aan de hand van de genoemde kwalitatieve criteria genoemd in artikel
                        5 derde lid van deze verordening.</al><al/><al><vet>Vierde lid</vet></al><al>De rangorde wordt aan het wijkoverleg voorgelegd, die het beoordeelt op
                        basis van consent. Dit houdt in dat de besluiten op zo’n manier worden
                        genomen dat alle deelnemers van het wijkoverleg er mee kunnen leven.
                        Verlening van het wijkbudget vindt plaats op basis van de werkelijke kosten.
                        Indien deze kosten niet van tevoren bekend zijn, wordt de subsidie verleend
                        aan de hand van de begrote kosten, waarbij de afrekening plaatsvindt op
                        basis van de werkelijke kosten ten tijde van de vaststelling. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een aanvraag kan ook gedeeltelijk worden ingewilligd en gedeeltelijk worden
                        geweigerd. Een aanvraag kan worden geweigerd op grond van de in artikelen
                        4:35 Awb genoemde gronden of de in deze verordening genoemde gronden worden
                        geweigerd. De weigering van een aanvraag om een wijkbudget dient uiteraard
                        gemotiveerd te worden met vermelding van de weigeringsgrond(en). Bij het
                        overschrijden van het door het college vastgestelde subsidieplafond, moet de
                        aanvraag worden geweigerd. (artikel 4:25 tweede lid Awb). Of een aanvraag
                        moet worden geweigerd, wordt beoordeeld aan de hand van de verdeelregels,
                        die per wijk nader worden gespecificeerd. Het beschikbare bedrag wordt
                        verdeeld over de wijken en per wijk weer in tranches. Wanneer binnen een
                        tranche de aanvragen het budget voor een tranche overschrijden, wordt een
                        rangorde bepaald aan de hand van de kwalitatieve criteria genoemd in artikel
                        5 derde lid van deze verordening. De “beste “aanvragen ontvangen een
                        wijkbudget, de andere aanvragen worden afgewezen op grond van artikel 4:25
                        tweede lid Awb. </al><al/><al><vet>Onderdeel g</vet></al><al>Een initiatiefnemer kan op verschillende manieren een actieve rol vervullen
                        bij de uitvoering van het initiatief. Dit kan door te zorgen voor draagvlak,
                        het betrekken van de omwonenden bij de voortgang van de uitvoering van het
                        initiatief of het zelf organiseren van de uitvoering. De mate van eigen
                        bijdrage kan dus uiteenlopend zijn. Het gaat er om dat de initiatiefnemer
                        van begin tot einde verantwoordelijk blijft voor het initiatief. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de initiatiefnemer</titel></kop><al><vet>Derde lid</vet></al><al>De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak onder
                        bewoners. In de toelichting bij artikel 6 onderdeel g staat aangegeven op
                        welke manier de initiatiefnemer dit kan aantonen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet>Bestedingstermijn jaarbudget</vet></al><al/><al><vet>Eerste lid </vet></al><al>Het kan voorkomen dat een door het college aan een wijk ter beschikking
                        gestelde bedrag ter uitvoering van deze verordening niet geheel wordt
                        verbruikt in datzelfde jaar. Dit kan twee oorzaken hebben: Enerzijds kan het
                        zijn dat niet al het geld in de vorm van een wijkbudget wordt verstrekt.
                        Anderzijds kan het zijn dat ten behoeve van een initiatief aanvankelijk een
                        hoger bedrag is verleend dan uiteindelijk wordt vastgesteld. Beide vormen
                        (al dan niet samen) leiden tot onderschrijding van het jaarbedrag van een
                        wijk.</al><al>Het doel van deze bepaling is om te voorkomen dat deze onderschrijdingen tot
                        in het oneindige kunnen worden opgespaard. De onderschrijding in een jaar
                        moet in ieder geval in het daarop volgende jaar door de betreffende wijk
                        worden besteed. Dat wil zeggen naar aanleiding van de vaststelling zijn
                        betaald. </al><al/><al><vet>Tweede lid</vet></al><al>Over onderschrijdingen die niet in het daaropvolgende jaar zijn besteed,
                        beslist het college. Deze bepaling biedt eveneens duidelijkheid voor het
                        geval deze subsidieverordening wordt ingetrokken; ook in dat geval beslist
                        het college over de bestemming van de resterende middelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Artikel 10 maakt het mogelijk dat het college in bijzondere gevallen van
                        artikel 9 eerste lid kan afwijken. Hier kan bijv. sprake van zijn indien
                        wijken voor een specifiek doel willen sparen. Het college heeft dan de
                        mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de besteding van
                        het wijkbudget binnen twee jaar. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>