<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR129147_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="CVDR://WWW.WIJKBIJDUURSTEDE.NL">Wijkse Courant en www.wijkbijduurstede.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Wijk bijDuurstede 2011 versie 2.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-06-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Wijk bij Duurstede 2011 wordt ingetrokken.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 10</al><al>Artikel 1.2 Beslissingstermijn 11</al><al>Artikel 1.3 Indiening aanvraag 11</al><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen 11</al><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 11</al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 11</al><al>Artikel 1.7 Termijnen 12</al><al>Artikel 1.8 Weigeringsgronden 12</al><al>Artikel 1.9 Lex silencio positivo wel van toepassing 12</al><al>Artikel 1.10 Lex silencio positivo niet van toepassing 12</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden 13</al><al>Artikel 2.2 Verblijfsontzeggingsgebied 13</al><al>Artikel 2.3 Overlast op schoolpleinen 13</al><al>Artikel 2.4 Overlast op kades 14</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.5 Optochten 14</al><al>Artikel 2.6 Kennisgeving betoging op openbare plaatsen 14</al><al>Artikel 2.7 Afwijking termijn 14</al><al>Artikel 2.8 Te verstrekken gegevens 14</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.9 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                stukken of</al><al>afbeeldingen 14</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.10 Feest, muziek en wedstrijd e.d. 15</al><al>Artikel 2.11 Dienstverlening 15</al><al>Artikel 2.12 Straatartiest 15</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.13 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd
                                met</al><al>de publieke functie ervan 15</al><al>Artikel 2.14 Het plaatsen van tijdelijke aankondigingsborden 16</al><al>Artikel 2.15 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
                                16</al><al>Artikel 2.16 Maken, veranderen van een uitweg 16</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.17 Veroorzaken van gladheid <cursief>(gereserveerd)
                                </cursief>17</al><al>Artikel 2.18 Winkelwagentjes. 17</al><al>Artikel 2.19 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp 17</al><al>Artikel 2.20 Schrikdraad 17</al><al>Artikel 2.21 Openen straatkolken ed. 17</al><al>Artikel 2.22 Kelderingangen e.d. 17</al><al>Artikel 2.23 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 18</al><al>Artikel 2.24 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
                                    <cursief>(gereserveerd) </cursief>18</al><al>Artikel 2.25 Vallende voorwerpen <cursief>(gereserveerd)
                                </cursief>18</al><al>Artikel 2.26 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 18</al><al>Artikel 2.27 Objecten onder hoogspanningslijn <cursief>(vervallen)
                                </cursief>18</al><al>Artikel 2.28 Verwijdering e.d. van voorzieningen voor verkeer en
                                verlichting 18</al><al>Artikel 2.29 Verbod om de weg te gebruiken als slaapplaats 18</al><al>Artikel 2.30 Veiligheid op het ijs 19</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.31 Begripsbepaling 19</al><al>Artikel 2.32 Evenement 20</al><al>Artikel 2.33 Ordeverstoring 21</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.34 Begripsomschrijvingen 21</al><al>Artikel 2.35 Exploitatievergunning horecabedrijf 21</al><al>Artikel 2.36 Overdraagbaarheid exploitatievergunning 22</al><al>Artikel 2.37 Sluitingstijd 22</al><al>Artikel 2.38 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting 23</al><al>Artikel 2.39 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf 23</al><al>Artikel 2.40 Handel in horecabedrijven 23</al><al>Artikel 2.41 Ordeverstoring 23</al><al>Artikel 2.42 Het college als bevoegd bestuursorgaan 23</al><al>Artikel 2.43 Toegang ambtenaren van politie 23</al><al>Artikel 2.44 Zwarte lijst 23</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.45 Begripsbepaling 24</al><al>Artikel 2.46 Kennisgeving exploitatie 24</al><al>Artikel 2.47 Nachtregister 24</al><al>Artikel 2.48 Verschaffing gegevens nachtregister 24</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.49 Speelgelegenheden 24</al><al>Artikel 2.50 Speelautomaten 25</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.51 Betreden gesloten woning of lokaal 25</al><al>Artikel 2.52 Plakken en kladden 26</al><al>Artikel 2.53 Vervoer plakgereedschap e.d. 26</al><al>Artikel 2.54 Vervoer inbrekerswerktuigen 26</al><al>Artikel 2.55 Betreden van plantsoenen e.d. 26</al><al>Artikel 2.56 Rijden over bermen e.d. 27</al><al>Artikel 2.57 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 27</al><al>Artikel 2.58 Verboden drankgebruik of softdrugs 27</al><al>Artikel 2.59 Verboden gedrag bij of in gebouwen 27</al><al>Artikel 2.60 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten 28</al><al>Artikel 2.61 Neerzetten van fietsen e.d. 28</al><al>Artikel 2.62 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en
                                kermisterrein e.d. 28</al><al>Artikel 2.63 Bespieden van personen 28</al><al>Artikel 2.64 Bewakingsapparatuur <cursief>(gereserveerd)
                                </cursief>28</al><al>Artikel 2.65 Nodeloos alarmeren <cursief>(gereserveerd)
                                </cursief>29</al><al>Artikel 2.66 Alarminstallaties <cursief>(gereserveerd)
                                </cursief>29</al><al>Artikel 2.67 Loslopende honden 29</al><al>Artikel 2.68 Verontreiniging door honden 29</al><al>Artikel 2.68a Verontreiniging door paarden 30</al><al>Artikel 2.69 Gevaarlijke honden 30</al><al>Artikel 2.70 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 30</al><al>Artikel 2.71 Wilde dieren <cursief>(gereserveerd) </cursief>31</al><al>Artikel 2.72 Loslopend vee 31</al><al>Artikel 2.73 Duiven 31</al><al>Artikel 2.74 Bijen 31</al><al>Artikel 2.75 Bedelarij 31</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.76 Begripsbepaling 32</al><al>Artikel 2.77 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                32</al><al>Artikel 2.78 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter van
                                het</al><al>Wetboek van Strafrecht 32</al><al>Artikel 2.79 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al><cursief>(gereserveerd) </cursief>32</al><al>Artikel 2.80 Handel in horecabedrijven 32</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.81 Begripsbepalingen 32</al><al>Artikel 2.82 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                tijdens</al><al>de verkoopdagen 33</al><al>Artikel 2.83 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling 33</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.84 Drugshandel op straat 33</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en</titel></kop><structuurtekst><al><vet>cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><al>Artikel 2.85 Bestuurlijke ophouding 33</al><al>Artikel 2.86 Veiligheidsrisicogebieden 33</al><al>Artikel 2.87 Cameratoezicht op openbare plaatsen 34</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.1 Begripsomschrijvingen 35</al><al>Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan 35</al><al>Artikel 3.3 Nadere regels 36</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.4 Seksinrichtingen 36</al><al>Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder 36</al><al>Artikel 3.6 Sluitingstijden 37</al><al>Artikel 3.7 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting
                                37</al><al>Artikel 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder 38</al><al>Artikel 3.9 Straatprostitutie 38</al><al>Artikel 3.10 Sekswinkels 38</al><al>Artikel 3.11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotischpornografische</al><al>goederen, afbeeldingen e.d. 38</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn, weigeringsronden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.12 Beslissingstermijn 39</al><al>Artikel 3.13 Weigeringsgronden 39</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindigen exploitatie, wijziging beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.14 Beëindiging exploitatie 40</al><al>Artikel 3.15 Wijziging beheer 40</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.16 Overgangsbepaling 40</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET</titel></kop><structuurtekst><al><vet>NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK</vet></al><al><vet>AANZIEN VAN DE GEMEENTE</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.1 Begripsbepalingen 41</al><al>Artikel 4.2 Horeca-, sport- en recreatie-inrichting 41</al><al>Artikel 4.3 Collectieve festiviteiten 41</al><al>Artikel 4.4 Vergunningen bijzondere activiteiten 42</al><al>Artikel 4.5 Verboden bijzondere activiteiten 42</al><al>Artikel 4.6 Overige geluidhinder 43</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Paragraaf 1 Algemene bepalingen</tussenkop><al>Artikel 4.7 Begripsbepalingen 43</al><tussenkop> Paragraaf 2 Inzameling van afvalstoffen</tussenkop><al>Artikel 4.8 Aanwijzing inzamelende instanties 44</al><al>Artikel 4.9 Afzonderlijke inzameling 44</al><al>Artikel 4.10 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden 44</al><al>Artikel 4.11 Frequentie van inzamelen bij elk perceel 45</al><al>Artikel 4.12 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                    vergunning 45</al><tussenkop> Paragraaf 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen</tussenkop><al>Artikel 4.13 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen aan anderen 45</al><al>Artikel 4.14 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen 45</al><al>Artikel 4.15 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden 45</al><al>Artikel 4.16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via</al><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel 46</al><al>Artikel 4.17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via</al><al>een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen
                                    46</al><al>Artikel 4.18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via</al><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau 47</al><al>Artikel 4.19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen zonder</al><al>inzamelmiddel 47</al><al>Artikel 4.20 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
                                    47</al><al>Artikel 4.21 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden
                                    van</al><al>huishoudelijke afvalstoffen 48</al><tussenkop> Paragraaf 4 Inzameling van andere categorieën afvalstoffen</tussenkop><al>Artikel 4.22 Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen
                                    behoudens</al><al>Vergunning 48</al><al>Artikel 4.23 Inzameling andere categorieën afvalstoffen door
                                    de</al><al>inzameldienst 48</al><al>Artikel 4.24 Ter inzameling aanbieden van andere categorieën
                                    afvalstoffen</al><al>aan de inzameldienst 48</al><al>Artikel 4.25 Verontreiniging van de weg en van terreinen 48</al><al>Artikel 4.26 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg 49</al><al>Artikel 4.27 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van
                                    eet- en</al><al>drinkwaren 50</al><al>Artikel 4.28 Werwerpen van reclame- of strooibiljeten 50</al><al>Artikel 4.29 Straatvegen 50</al><al>Artikel 4.30 Natuurlijke behoefte doen 50</al><al>Artikel 4.31 Verbod op het doorzoeken van ter inzameling
                                    gereedstaande</al><al>afvalstoffen 50</al><al>Artikel 4.32 Toestand van sloten en andere wateren en niet-
                                    openbare riolen en</al><al>putten buiten gebouwen 50</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.33 Begripsbepalingen 51</al><al>Artikel 4.34 Kapvergunning 51</al><al>Artikel 4.35 Vergunning van rechtswege 51</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.36 Opslag van voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                enz. 51</al><al>Artikel 4.37 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                    <cursief>(gereserveerd) </cursief>51</al><al>Artikel 4.38 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 51</al><al>Artikel 4.39 Vergunningsplicht lichtreclame 52</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.40 Begripsbepaling 52</al><al>Artikel 4.41 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
                                52</al><al>Artikel 4.42 Aanwijzing kampeerplaatsen 52</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>HUISHOUDING DER GEMEENTE</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.1 Begripsbepalingen 53</al><al>Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 53</al><al>Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen 53</al><al>Artikel 5.4 Defecte voertuigen 53</al><al>Artikel 5.5 Voertuigwrakken 53</al><al>Artikel 5.6 Kampeermiddelen e.a. 54</al><al>Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen 54</al><al>Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen 54</al><al>Artikel 5.9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen 54</al><al>Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                stoffen</al><al><cursief>(gereserveerd) </cursief>54</al><al>Artikel 5.11 Parkeren van voertuigen met gevaarlijke stoffen 55</al><al>Artikel 5.12 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 55</al><al>Artikel 5.13 Overlast van fiets of bromfiets 55</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.14 Inzameling van geld of goed 55</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.15 Begripsbepalingen 57</al><al>Artikel 5.16 Ventverbod 57</al><al>Artikel 5.17 Vrijheid van meningsuiting 58</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.18 Begripsbepaling 58</al><al>Artikel 5.19 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 58</al><al>Artikel 5.20 Toestemming rechthebbende 58</al><al>Artikel 5.21 Afbakeningsbepalingen 59</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.22 Begripsbepaling 59</al><al>Artikel 5.23 Organiseren van een snuffelmarkt 59</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 59</al><al>Artikel 5.25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 60</al><al>Artikel 5.26 Aanwijzingen ligplaats 60</al><al>Artikel 5.27 Verbod innemen ligplaats 60</al><al>Artikel 5.28 Beschadiging van waterstaatswerken 60</al><al>Artikel 5.29 Reddingsmiddelen 60</al><al>Artikel 5.30 Veiligheid op het water 60</al><al>Artikel 5.31 Overlast aan vaartuigen 61</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in</titel></kop><structuurtekst><al><vet>natuurgebieden</vet></al><al>Artikel 5.32 Crossterreinen 61</al><al>Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden 61</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of</al><al>anderszins vuur te stoken 62</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.35 Begripsbepaling 63</al><al>Artikel 5.36 Verboden plaatsen 63</al><al>Artikel 5.37 Hinder of overlast 63</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Varen op de afgesneden Rijnarm</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.38 Begripsbepalingen 63</al><al>Artikel 5.39 Vrijheid van het verkeer te water 63</al><al>Artikel 5.40 Maximumsnelheid snelle boot, motorisch apparaat 63</al><al>Artikel 5.41 Geluidhinder 64</al><al>Artikel 5.42 Houden van een wedstrijd of demonstratie 64</al><al>Artikel 5.43 Opvolgen bevelen, aanwijzingen 64</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6.1 Strafbepaling 65</al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders 65</al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen 65</al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
                            65</al><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling 65</al><al>Artikel 6.6 Citeertitel 65</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet>A openbare plaats:</vet></al><al>een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als
                            bedoeld onder b;</al><al><vet>B weg:</vet></al><al>weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                            Wegenverkeerswet 1994 ;</al><al>1.de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke
                            pleinen en open</al><al>plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                            natuurterreinen,</al><al>ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;</al><al>2.de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen,
                            passages en</al><al>galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                            toegang geven</al><al>en niet afsluitbaar zijn;</al><al>3.andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare
                            stoepen, trappen,</al><al>portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen
                            gedurende de tijd dat zij</al><al>niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd
                            is, zijn</al><al>afgesloten.</al><al><vet>C openbaar water:</vet></al><al>wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk
                            zijn;</al><al><vet>D bebouwde kom:</vet></al><al>de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben
                            vastgesteld</al><al>overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet.</al><al><vet>E rechthebbende:</vet></al><al>degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of
                            persoonlijk recht;</al><al><vet>F bouwwerk:</vet></al><al>bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening.</al><al><vet>G gebouw:</vet></al><al>gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                            Woningwet;</al><al><vet>H handelsreclame:</vet></al><al>iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk
                            beoogd wordt een</al><al>commercieel belang te dienen.</al><al><vet>I kade:</vet></al><al>de los- en laadplaatsen en opslagterreinen langs de havens en
                            aanlegplaatsen</al><al><vet>J woonschepen:</vet></al><al>11</al><al>schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning
                            bestemd.</al><al><vet>K bevoegd gezag:</vet></al><al>bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet
                            algemene bepalingen</al><al>omgevingsrecht</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                            vergunning of</al><al>ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de
                            aanvraag.</al><lijst><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                    verlengen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen</al></li></lijst><al>omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om
                            een</al><al>vergunning als bedoeld in artikel 2:13, vierde lid, artikel 2:15 en
                            2:16.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al>1.Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                            minder dan</al><al>drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of
                            ontheffing nodig</al><al>heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                            behandelen.</al><al>2.Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of
                            ontheffingen</al><al>kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten
                            hoogste acht weken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>1.Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                            worden</al><al>verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot
                            bescherming van</al><al>het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing
                            is vereist.</al><al>2.Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht
                            de daaraan</al><al>verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening</al><al>anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden</al></li></lijst><al>na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging
                            noodzakelijk</al><al>is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                            vergunning of</al><al>ontheffing is vereist;</al><al>c.indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                            beperkingen</al><al>niet zijn of worden nagekomen;</al><al>d.indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                            binnen een daarin</al><al>gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn,
                            binnen een</al><al>redelijke termijn;</al><al>e.indien de houder dit verzoekt.</al><al>12</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing</al><al>anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan</al><al>worden geweigerd in het belang van::</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo wel van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet</al><al>tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze
                            verordening:</al><al>· Artikel 2:12: Ontheffing van het verbod optreden als
                            straatartiest;</al><al>· Artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt:</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex silencio positivo niet van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet</al><al>tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in
                            deze verordening:</al><al>· Artikel: 2:32 Vergunning evenementen;</al><al>· Artikel 2:35 Exploitatievergunning horeca;</al><al>· Artikel 2:49: Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al><al>· Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting;</al><al>· Artikel 4:12 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen</al><al>· Artikel 4:41: Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf
                            buiten</al><al>kampeerterreinen.</al><al>13</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:l</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><al>1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                samenscholing, onnodig</al><al>op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                ongeregeldheden.</al><al>2.Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                waardoor ongeregeldheden</al><al>ontstaan of dreigen te ontstaan, of hij een tot toeloop van publiek
                                aanleiding gevende</al><al>gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                ontstaan, dan wel zich</al><al>bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                bevel van een</al><al>ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                aangewezen</al><al>richting te verwijderen.</al><al>3.Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                plaatsen die door of</al><al>vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare
                                veiligheid of ter</al><al>voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al><lijst><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en</al></li></lijst><al>godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de
                                Wet openbare</al><al>manifestaties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Verblijfsontzeggingsgebied</titel></kop><al>1.De burgemeester kan degene van wie mag worden aangenomen dat hij
                                hetzij alleen,</al><al>hetzij in groepsverband; de openbare orde verstoort dan wel dreigt
                                te verstoren;door</al><al>het plegen van strafbare feiten, door baldadig of hinderlijk gedrag
                                of anderszins</al><al>personen lastig valt of schade toebrengt, uit het oogpunt van het
                                handhaven van de</al><al>openbare orde het bevel geven zich te verwijderen en zich verwijderd
                                te houden van of</al><al>uit een door de burgemeester bij bevel gegeven plaats of gebied,
                                gedurende de tijd, bij</al><al>het bevel genoemd.</al><al>2.Het is verboden zich op een plaats of in een gebied te bevinden in
                                strijd met een</al><al>krachtens het eerste lid gegeven bevel;</al><al>3.Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt niet voor zover de
                                persoon tot wie het bevel</al><al>is gericht:</al><al>a.op de plaats of in het gebied blijkens opgave in het
                                persoonsregister van de</al><al>gemeente woonachtig is;</al><lijst><li nr="b."><al>aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied
                                        werkzaam is;</al></li><li nr="c."><al>zich in een middel van openbaar vervoer bevindt of</al></li><li nr="d."><al>anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend belang
                                        heeft zich op die</al></li></lijst><al>plaats of in het gebied op te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Overlast op schoolpleinen</titel></kop><al>Het is verboden zich op schoolpleinen te bevinden tussen 21.00 uur
                                en 07.00 uur, op 31</al><al>december, 1 januari en 30 april, indien daarvan onnodige hinder of
                                overlast voor personen dan</al><al>wel beschadigingen van goederen is te duchten.</al><al>14</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Overlast op kades</titel></kop><al>Het is verboden zich op kades te bevinden indien daarvan onnodige
                                hinder of overlast voor</al><al>personen dan wel beschadigingen van goederen is te duchten.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><al>1.Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te
                                houden, geeft</al><al>daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat
                                de betoging</al><al>wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al><lijst><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van</al></li></lijst></li></lijst><al>beëindiging;</al><lijst><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig</al></li></lijst><al>verloop te bevorderen.</al><al>3.Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                het tijdstip van de</al><al>kennisgeving is vermeld.</al><al>4.Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een
                                vrijdag na 12.00 uur,</al><al>een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de
                                kennisgeving</al><al>gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                voorafgaande werkdag.</al><al>5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste
                                lid, genoemde</al><al>termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling
                                nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:6)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:6)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of</titel></kop><al><vet>afbeeldingen</vet></al><al>15</al><al>1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                afbeeldingen onder publiek</al><al>te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college
                                aangewezen</al><al>openbare plaatsen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van</al></li></lijst><al>gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.</al><al>4.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester ten behoeve
                                van publiek als</al><al>straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op
                                te treden op of aan de</al><al>weg door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                openbare veiligheid,</al><al>de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen.</al><lijst><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of
                                                goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke</titel></kop><al><vet>functie ervan</vet></al><al>1.Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                overeenkomstig</al><al>de publieke functie daarvan, als:</al><al>a.het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert
                                voor de</al><al>bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                daarvan, dan</al><al>wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                onderhoud van de</al><al>weg;</al><al>b.het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                omgeving niet</al><al>voldoet aan redelijke eisen van welstand.</al><al>2.Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde
                                of de woon- en</al><al>leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en
                                uitstallingen.</al><al>3.Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het
                                eerste lid gestelde</al><al>verbod.</al><al>16</al><al>4.Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
                                het eerste lid</al><al>bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld
                                in artikel 2.2, eerste</al><al>lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht</al><lijst><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:31;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde</al></li></lijst><al>onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                artikel 5 van de</al><al>Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Het plaatsen van (tijdelijke) reclame-, aankondigingsborden
                                    en/of</titel></kop><al><vet>spandoeken.</vet></al><al>1.Het is verboden zonder, of in afwijking van een vergunning van het
                                college (tijdelijke)</al><al>reclame-, aankondigingsborden en/of spandoeken te plaatsen.</al><al>2.Het college kan (beleids)regels opstellen met betrekking tot het
                                aantal, de omvang, de</al><al>tijdsduur en de lokaties van tijdelijke reclame-,
                                aankondigingsborden en/of</al><al>spandoeken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen</titel></kop><al><vet>van een weg</vet></al><al>1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
                                aan te leggen, de</al><al>verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten,
                                aard of breedte</al><al>van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                brengen in de wijze</al><al>van aanleg van een weg.</al><lijst><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn</al></li></lijst></li></lijst><al>verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening,
                                exploitatieplan of</al><al>voorbereidingsbesluit;</al><lijst><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
                                                overheden bij het uitvoeren van hun</al></li></lijst></li></lijst><al>publieke taak.</al><al>4.Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt</al><al>voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, het</al><al>Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                Telecommunicatiewet of de</al><al>daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg
                                te maken of een</al><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al><al>2.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                tijdelijke uitweg te</al><al>maken of tijdelijk een verandering te brengen in een bestaande
                                uitweg naar de weg.</al><al>3.Voor de toepassing van het eerste lid en tweede lid wordt onder
                                weg verstaan hetgeen</al><al>artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al><lijst><li nr="4."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li></lijst></li></lijst><al>17</al><lijst><li nr="b."><al>het veilig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                        omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.</al><lijst><li nr="5."><al>Een vergunning als bedoeld in het tweede lid kan
                                                worden geweigerd in het belang van</al></li></lijst></li></lijst><al>het bepaalde in het vierde lid onder b en d.</al><lijst><li nr="6."><al>Het bevoegd gezag stelt voorschriften aan de gewenste
                                        uitweg.</al></li><li nr="7."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet
                                        beheer</al></li></lijst><al>Rijkswaterstaatwerken, de provinciale Wegenverordening of de
                                Waterschapskeur van</al><al>toepassing is.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>1.De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                beschikking stelt, mede ten</al><al>behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht ze
                                te voorzien van</al><al>de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                omgeving van dat</al><al>bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten
                                winkelwagentjes</al><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen.</al><al>2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp</al><al>wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze</al><al>dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of
                                daarvoor op andere wijze hinder</al><al>of gevaar oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Schrikdraad</titel></kop><al>1.Het is verboden binnen een afstand van 1.00m uit de uiterste rand
                                van de weg</al><al>schrikdraad te plaatsen of te hebben.</al><al>2.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                hetgeen artikel 1 van de</al><al>Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of</al><al>een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening,
                                te openen, onzichtbaar te</al><al>maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>1.Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen</al><al>van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de
                                weggebruikers</al><al>opleveren.</al><al>18</al><al>2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp</al><al>wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                Wetboek van</al><al>Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden te roken in bossen, of binnen een afstand van
                                dertig meter daarvan</al><al>gedurende een door het college aangewezen periode.</al><al>2.Het is verboden in bossen, of binnen een afstand van honderd meter
                                daarvan,</al><al>voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                voorwerpen te laten</al><al>vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al><al>3.Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                voorzover in het daarin</al><al>geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder
                                3, van het</al><al>Wetboek van Strafrecht.</al><al>4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover
                                het roken plaatsvindt</al><al>in gebouwen en aangrenzende erven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><al>1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op
                                of aan dat</al><al>bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het
                                verkeer of de</al><al>openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                verwijderd.</al><al>2.Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien</al><al>door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                Belemmeringenwet</al><al>Privaatrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Verwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en
                                    verlichting</titel></kop><al>1.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of
                                een andere</al><al>voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare
                                verlichting te</al><al>verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te
                                beletten of te</al><al>belemmeren.</al><al>2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek
                                van Strafrecht van</al><al>toepassing is.</al><al><vet>Artikel: 2:29 Verbod om weg te gebruiken als
                                slaapplaats</vet></al><al>1.Het is verboden om de weg als slaapplaats te gebruiken en verder
                                op of aan de weg</al><al>een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen,
                                tent,</al><al>19</al><al>aanhangwagen of auto als slaapplaats te gebruiken of daarin te
                                overnachten dan wel</al><al>gelegenheid daartoe te bieden.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                genoemde verbod</al><al>ontheffing verlenen en daarin in het belang van de openbare orde,
                                veiligheid en</al><al>zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden, onder andere ter
                                voorkoming en</al><al>beperking van hinder en overlast, het ten aanzien van de woon- en
                                werkomgeving,</al><al>verontreiniging, voorkoming van besmettelijke ziekten en
                                brandgevaar.</al><al>3.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet op de
                                Openluchtrecreatie</al><al>van toepassing is noch op de door burgemeester en wethouders
                                speciaal daartoe</al><al>aangewezen plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te</al></li></lijst></li></lijst><al>versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                of in gevaar</al><al>te brengen;</al><al>b.bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                geplaatst op de onder</al><al>a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen
                                of op enige</al><al>andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                belemmeren.</al><al>2.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien</al><al>door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                vaarwegenverordening.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                                toegankelijke</al><al>verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><al>a.activiteiten die binnen de reguliere bestemming vallen met
                                betrekking tot</al><al>sportaccomodaties, verenigingsgebouwen, dorpshuizen,
                                onderwijsinstellingen, het</al><al>gemeentehuis en de gemeentewerf,</al><lijst><li nr="b."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="c."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en</al></li></lijst><al>artikel 5:22 van deze verordening;</al><lijst><li nr="d."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen ;</al></li><li nr="e."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot</al></li></lijst><al>dansen;</al><al>f.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                openbare</al><al>manifestaties;</al><lijst><li nr="g."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:12 en 2:49 van deze
                                        verordening.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:6 van deze</al></li></lijst><al>verordening, op de weg;</al><al>20</al><lijst><li nr="b."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg;</al></li><li nr="c."><al>een klein evenement.</al><lijst><li nr="3."><al>Onder een klein evenment wordt verstaan een
                                                straatfeest of buurtbarbeque op een dag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Evenement</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                evenement te</al><al>organiseren.</al><lijst><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersveiligheid of de
                                                veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de zedelijkheid of gezondheid of
                                                milieu;</al></li><li nr="e."><al>indien niet wordt voldaan aan de in de nota
                                                evenementenbeleid Wijk bij Duurstede</al></li></lijst></li></lijst><al>2008 - zoals vastgesteld in de vergadering van burgemeester en
                                wethouders d.d. 29</al><al>januari 2008 - geformuleerde toetsingscriteria voor
                                evenementen.</al><al>3.Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                aan de weg,</al><al>voorzover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10
                                juncto 148, van</al><al>de Wegenverkeerswet 1994 .</al><al>4.Geen vergunning is vereist voor een straatfeest of barbecue,
                                hiertoe is een melding</al><al>voldoende, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                        personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 09.00 en 24.00 uur plaats vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na
                                        24.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de
                                        hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan</al></li></lijst><al>10 m2 per object;</al><lijst><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen10 werkdagen voorafgaand aan het
                                        evenement daarvan</al></li></lijst><al>melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al><al>h.De aanvrager informeert de omwonenden schriftelijk één week van te
                                voren</al><al>over het straatfeest of buurtbarbeque.</al><al>i.De aanvrager zorgt ervoor dat brandkranen- en putten vrij van
                                obstakels zijn,</al><al>zodat deze doorlopend bereikbaar blijven.</al><al>j.Het drinken van zwak-alcoholische dranken tijdens het straatfeest
                                mag, maar</al><al>overmatig alcohol gebruik wordt niet getolereerd. Worden er
                                zwakalcoholische</al><al>dranken versterkt tegen betaling, dan heeft de aanvrager een</al><al>ontheffing nodig van de burgemeester op grond van artikel 35 van de
                                Dranken</al><al>Horecawet.</al><al>k.Na afloop van het straatfeest ruimt de aanvrager alles direct op
                                en zorgt ervoor</al><al>dat de straat en de omgeving schoon geveegd zijn. Zwerfvuil mag na
                                afloop</al><al>niet aanwezig zijn. Bij nalatigheid hierin zal de gemeente dit op de
                                kosten van</al><al>de aanvrager (laten) doen.</al><lijst><li nr="l."><al>Alleen open tenten van een deugdelijke constructie zijn
                                        toegestaan.</al></li><li nr="m."><al>Elektriciteitskabels moet veilig (afplakken/afdekken) worden
                                        aangelegd.</al></li></lijst><al>21</al><al>n.Wordt er een straatbarbecue gehouden, dan voldoet de aanvrager aan
                                het</al><al>volgende:</al><al>a.Bij het gebruik van een gasbarbecue mag de oranje slang niet
                                ouder</al><al>zijn dan twee jaar en het drukventiel niet ouder dan vijf jaar.</al><al>b.De aanvrager zorgt voor een goedgekeurde brandblusser, type
                                ABC</al><al>met een minimale inhoud van 6kg op een duidelijke zichtbare
                                plaats.</al><al>c.De aanvrager zorgt voor twee emmers koud water in de buurt van
                                de</al><al>barbecue(s).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al><al>AFDELING 8. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1.Onder openbare inrichting wordt in deze paragraaf verstaan: de
                                voor het publiek</al><al>toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
                                alsof zij</al><al>bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                geschonken of rookwaren</al><al>of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder
                                een</al><al>horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant,
                                pension, café,</al><al>cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.</al><al>2.Onder openbare inrichting als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                verstaan een bij dit</al><al>bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden.</al><al>3.Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de besloten
                                ruimte van de</al><al>inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid
                                kan worden geboden</al><al>en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of
                                spijzen voor</al><al>directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt.</al><al>4.Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                openbare inrichting</al><al>exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2:46</al><lijst><li nr="5."><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders
                                                wonende bloed- en</al></li></lijst></li></lijst><al>aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met
                                de derde graad;</al><al>b.de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel
                                438 van het</al><al>Wetboek van Strafrecht;</al><al>c.de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende
                                redenen</al><al>noodzakelijk is;</al><al>d.Een nachtvergunning is een vergunning, waarbij aan de houder van
                                een</al><al>horecabedrijf wordt toegestaan om op zaterdagen, zondagen en
                                collectieve dagen</al><al>tussen 01.30 en 04.00 uur in een horecabedrijf publiek te laten
                                verblijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><al>1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                vergunning van de</al><al>burgemeester.</al><al>22</al><al>2.De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                exploitatie van de</al><al>openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                bestemmingsplan.</al><al>3.In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de vergunning
                                geheel of</al><al>gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden
                                aangenomen dat de</al><al>woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of
                                openbare orde op</al><al>ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al><al>4.Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt de</al><al>burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk,
                                waarin het</al><al>horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de
                                openbare inrichting en de</al><al>spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of
                                bloot zal komen te</al><al>staan door de exploitatie.</al><al>5.Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een
                                winkel als bedoeld in</al><al>artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een
                                nevenactiviteit is van de</al><al>winkelactiviteit en voldoet aan de voorschriften van het
                                rechtsgeldende</al><al>bestemmingsplan. Voor zowel de winkel als de openbare inrichting
                                gelden de</al><al>sluitingstijden uit de Winkeltijdenwet.</al><al>6.De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                handelaar of een voor</al><al>hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft,
                                verkoopt of op enig</al><al>andere wijze overdraagt.</al><lijst><li nr="7."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in musea.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>De burgemeester kan nadere regels opstellen waarin
                                        categorieën van horeca bedrijven</al></li></lijst><al>worden genoemd en het aantal te verlenen vergunningen per catergorie
                                worden</al><al>vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Overdraagbaarheid exploitatievergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een exploitatie vergunning is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een horecabedrijf wordt beindigd of wanneer
                                        overdracht van het</al></li></lijst><al>horecabedrijf plaatsvindt aan een rechtsopvolger, dan is de
                                (vergunning)houder</al><al>verplicht hiervan direct schriftelijk melding te doen aan de
                                burgemeester.</al><al>3.De rechtsopvolger moet direct een nieuwe exploitatievergunning
                                aanvragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><al>1.Het is de exploitant verboden de openbare inrichting voor
                                bezoekers geopend te</al><al>hebben, of bezoekers in de openabare inrichting te laten verblijven:
                                op maandag tot en</al><al>met vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00 uur, en op zaterdag en zondag
                                tussen 01.30 uur</al><al>en 05.00 uur.</al><al>2.De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                andere</al><al>sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare
                                inrichting of een daartoe</al><al>behorend terras.</al><al>3.Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                het daarin geregelde</al><al>onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                voorschriften.</al><al>4.De burgemeester kan de exploitant van een openbare inrichting die
                                in het bezit is van</al><al>een drank- en horecavergunning als bedoeld in artikel 3 van de drank
                                en Horecawet,</al><al>23</al><al>voor zaterdagen, zondagen en collectieve dagen een nachtvergunning
                                verlenen, dat</al><al>aan de houder van de openbare inrichting toestaat om in zijn
                                openbare inrichting</al><al>publiek te laten verblijven tussen 01.30 uur en 04.00 uur met dien
                                verstande dat</al><al>bezoekers die voor 01.30 aanwezig zijn aldaar tot 04.00 uur mogen
                                verblijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><al>1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                veiligheid, zedelijkheid of</al><al>gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of
                                meer</al><al>horecabedrijven tijdelijk andere geldende sluitingstijden
                                vaststellen of tijdelijk sluiting</al><al>bevelen.</al><al>2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp</al><al>wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Aanwezigheid in een gesloten openbare inrichting</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een openbare inrichting te
                                bevinden gedurende de tijd dat</al><al>het bedrijf krachtens artikel 2:37 of ingevolge een op grond van
                                artikel 2:35 genomen besluit</al><al>gesloten dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><al>1.In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van</al><al>de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                                lid, van het</al><al>Wetboek van Strafrecht.</al><al>2.De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                handelaar of een voor</al><al>hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft,
                                verkoopt of op enig</al><al>andere wijze overdraagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting de orde te
                                verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijhorend erf is</al><al>in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op
                                als bevoegd</al><al>bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:35 tot en met
                                2:38.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Toegang ambtenaren van politie</titel></kop><al>De houder van een openbare inrichting is verplicht ervoor te zorgen
                                dat ambtenaren van de</al><al>politie vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot
                                zijn bedrijf;</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende de tijd dat het bedrijf voor bezoekers geopend is;
                                        dan wel</al></li><li nr="b."><al>gedurende de tijd dat het bedrijf gesloten dient te zijn en
                                        indien die ambtenaren</al></li></lijst><al>van de politie hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers
                                aanwezig</al><al>zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Zwarte lijst</titel></kop><al>1.Het is de houder van een openbare inrichting als bedoeld in
                                artikel 2:34 verboden in</al><al>dat openbare inrichting toe te laten of te laten verblijven niet tot
                                zijn gezin behorende</al><al>24</al><al>personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van
                                alcoholhoudende</al><al>drank plegen te maken en van wie de namen als zodanig door de
                                burgemeester</al><al>schriftelijk aan de houder zijn opgegeven.</al><al>2.De houder van een openbare inrichting is verplicht, indien een
                                persoon als bedoeld in</al><al>het eerste lid die zich in zijn openbare inrichting bevindt, in
                                gebreke blijft deze te</al><al>verlaten, hiervan terstond kennis te geven aan de politie.</al><al>3.Het is verboden inzage te verlenen in de opgave, bedoeld in het
                                eerste lid of</al><al>daaromtrent mededelingen te doen aan anderen dan ambtenaren van de
                                politie.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>NACHTVERBLIJF</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de</al><al>uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van
                                nachtverblijf of</al><al>gelegenheid tot kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding</al><al>van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna
                                daarvan schriftelijk kennis te</al><al>geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>1.De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is
                                verplicht een</al><al>register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht,
                                bij te houden dat is</al><al>ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model.</al><al>2.De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is
                                verplicht het in</al><al>het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door
                                hem aangewezen</al><al>ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen
                                wijze.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of</al><al>feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar
                                waarheid naam, adres, woonplaats,</al><al>geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te</al><al>verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><al>1.Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                                toegankelijke</al><al>gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                                bedrijfsmatig is de</al><al>mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of
                                in geld</al><al>inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al><al>25</al><al>2.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelgelegenheid te</al><al>exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van
                                toepassing op:</al><al>a.speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                lid, onder c, van</al><al>de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al><al>b.speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer
                                van Koophandel</al><al>bevoegd is vergunning te verlenen;</al><al>c.speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                                kansspel</al><al>als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen,
                                of te spelen op</al><al>speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen
                                , of de</al><al>handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de
                                kansspelen te</al><al>verrichten.</al><lijst><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon en leefsituatie in</al></li></lijst></li></lijst><al>de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
                                ontoelaatbare wijze</al><al>nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de
                                speelgelegenheid;</al><al>b.indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een
                                geldend</al><al>bestemmingsplan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                                onder a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                                30, onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                artikel 30, onder d, van de</al></li></lijst></li></lijst><al>Wet;</al><al>e.laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                onder e, van de</al><al>Wet.</al><al>2.In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                waarvan maximaal</al><al>twee kansspelautomaten.</al><al>3.In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                met dien verstande</al><al>dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                krachtens artikel 174a van</al><al>de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk
                                lokaal of een bij</al><al>die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al><al>2.Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                krachtens artikel 13b van</al><al>de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                lokaal, een bij</al><al>die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                toegankelijk lokaal of bij</al><al>dat lokaal behorend erf te betreden.</al><al>3.Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of het</al><al>lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al><al>26</al><al>4.De burgemeester is bevoegd van het in het eerste of tweede lid
                                bedoelde verbod</al><al>ontheffing te verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><al>1.Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf</al><al>die plaats zichtbaar is te bekrassen, te beplakken of te
                                bekladden.</al><al>2.Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op een</al><al>openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf
                                die plaats zichtbaar</al><al>is:</al><al>a.een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan
                                te plakken, te</al><al>doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                                aanbrengen;</al><al>b.met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                letter, cijfer of teken</al><al>aan te brengen of te doen aanbrengen.</al><al>3.Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                indien gehandeld wordt</al><al>krachtens wettelijk voorschrift.</al><al>4.Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen</al><al>en bekendmakingen.</al><al>5.Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het</al><al>aanbrengen van handelsreclame.</al><al>6.Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en</al><al>bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van
                                de</al><al>meningsuitingen en bekendmakingen.</al><al>7.De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die</al><al>aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                inzage af te geven.</al><al>8.Het is verboden om glasbakken, kledingboxen en papiercontainers te
                                bekrassen en of</al><al>te bekladden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al>1.Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                zich te hebben enig</al><al>aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                verfgereedschap.</al><al>2.Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                of gereedschappen</al><al>niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als
                                verboden in artikel 2:52.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                vervoeren of bij zich te</al><al>hebben.</al><al>2.Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                gereedschappen, voorwerpen of</al><al>middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het
                                eerste lid bedoelde</al><al>handelingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>1.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het</al><al>college zich te bevinden in of op bij, en/of het in gebruik nemen
                                van (de in) de</al><al>gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of</al><al>grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.</al><al>27</al><al>2.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>1.Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                rubberbanden te rijden over</al><al>de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de
                                omstandigheden</al><al>redelijkerwijs wordt vereist.</al><al>2.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien</al><al>door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te
                                                bevinden op een beeld, monument,</al></li></lijst></li></lijst><al>overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                hekheining of</al><al>andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                straatmeubilair;</al><al>b.zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                weggebruikers of</al><al>bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of
                                hinder wordt</al><al>veroorzaakt;</al><al>c.voor onbevoegden zich tussen 23.00 uur en 7.00 uur te bevinden op
                                de speel- en</al><al>sportvoorziening langs de Karolingersweg nabij winkelcentrum De Heul
                                en op het</al><al>Stijgbeugelterrein tussen de Hordenweg en de Overloop, dit in het
                                kader van</al><al>overlastbestrijding.</al><al>2.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien</al><al>door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of
                                artikel 5 van de</al><al>Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verboden drankgebruik of softdrugs</titel></kop><al>1.Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een
                                door het college</al><al>aangewezen gebied, drank te gebruiken of aangebroken flessen,
                                blikjes en dergelijke</al><al>met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al><lijst><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een openbare inrichting,
                                                als bedoeld in artikel 1 van de</al></li></lijst></li></lijst><al>Drank- en Horecawet;</al><al>b.de plaats, niet zijnde een openbare inrichting, als bedoeld onder
                                a, waarvoor een</al><al>ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en
                                Horecawet.</al><al>3.Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek
                                toegankelijke plaats of in een</al><al>voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in lijst II,
                                onderdeel b,</al><al>behorende bij de Opiumwet, te gebruiken, toe te dienen, dan wel
                                voorbereidingen</al><al>daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen
                                en/of stoffen</al><al>voorhanden te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een</al></li></lijst></li></lijst><al>gebouw te zitten of te liggen.</al><al>28</al><al>2.Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                flatgebouwen,</al><al>appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen die voor</al><al>publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                bevinden in een voor</al><al>gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>1.Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426 bis en 431 van
                                het Wetboek van</al><al>Strafrecht is het verboden op of aan de weg, of in een voor het
                                publiek toegankelijk</al><al>gebouw en/of ruimte, zoals een voor het publiek toegankelijk
                                portaal, telefooncel,</al><al>wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage,
                                rijwielstalling of een</al><al>andere soortgelijke, op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich
                                zonder redelijk doel</al><al>op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden, op enigerlei
                                wijze de orde te</al><al>verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen,
                                te vechten, deel te</al><al>nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                gedrag</al><al>aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al><al>2.Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien er
                                ernstig gevaar voor</al><al>het ontstaan daarvan dreigt, op de in het eerste lid genoemde
                                plaatsen een voorwerp of</al><al>stof, kennelijk meegebracht om die orde te verstoren, bij zich te
                                hebben.</al><al>3.Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen, wegen
                                of weggedeelten,</al><al>wanneer deze door of vanwege de Politie of de Gemeente in het belang
                                van de</al><al>openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn
                                afgezet.</al><al>4.Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of afsluiting van
                                een gedeelte van de</al><al>weg of vanwege het bevoegde gezag is aangebracht, te verplaatsen, te
                                verwijderen of</al><al>omver te halen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan</al><al>tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw
                                dan wel in de ingang van</al><al>een portiek indien:</al><al>a.dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                gebruiker van dat</al><al>gebouw of dat portiek;</al><al>b.daardoor die ingang versperd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich</al><al>met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de
                                burgemeester aangewezen</al><al>terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid gehouden wordt die</al><al>publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het
                                terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>1.Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                gebouw,</al><al>woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze
                                persoon dan</al><al>wel een zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip
                                bevindende persoon, te</al><al>bespieden.</al><al>29</al><al>2.Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een</al><al>zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te
                                bespieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><al>1.Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond verboden die
                                hond te laten</al><al>verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom zonder dat die hond aangelijnd
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte</al></li></lijst><al>kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een ander door het
                                college</al><al>aangewezen plaats;</al><al>c.op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                                identificatiemerk</al><al>dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod genoemd in het eerste lid geldt niet voor de
                                        volgende gebieden:</al><lijst><li nr="a."><al>Dorestadplantsoen</al></li><li nr="b."><al>De wandelstrook langs de Geerweg</al></li><li nr="c."><al>De buitenrand van De Horden langs de
                                                Romeinenbaan</al></li><li nr="d."><al>De rand van het Manifestatieterrein</al></li><li nr="e."><al>Het Kromme Rijn Park bij de Noorderwaard</al></li><li nr="f."><al>De wandelstrook langs de dijk bij het
                                                Kasteelbos</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid gelden niet voorzover
                                        de eigenaar, houder of</al></li></lijst><al>verzorger van een hond zich vanwege zijn handicap door een
                                geleidehond laat</al><al>begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze
                                aantoonbaar</al><al>gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><al>1.De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht om de
                                uitwerpselen van de</al><al>hond in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom op te ruimen en
                                deze te</al><al>deponeren in daartoe bestemde afvalbakken.</al><al>2.Het is verboden om zich binnen de bebouwde kom van de gemeente met
                                een hond te</al><al>begeven zonder dat men aantoonbaar de beschikking heeft over
                                adequaat materiaal om</al><al>hondenpoep op te ruimen; onder adequaat materiaal wordt verstaan dat
                                minimaal</al><al>sprake is van een opruimzakje of schepje.</al><al>3.De eigenaar, houder of verzorger van een hond die zich met de hond
                                op of aan de weg</al><al>bevindt, is verplicht de schep, het zakje of een ander doeltreffend
                                hulpmiddel op</al><al>verzoek te laten zien aan de toezichthoudend ambtenaar.</al><al>30</al><al>4.De opruimplicht zoals bedoeld in lid 1, 2, en 3 van dit artikel is
                                niet van toepassing</al><al>ingeval sprake is van personen die aantoonbaar een fysieke beperking
                                hebbben, zoals</al><al>blinden en slechtzienden, rolstoelgebruikers en personen die zich
                                moeten</al><al>voortbewegen met een rollator.</al><al>5.De opruimplicht zoals bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel is
                                onverkort van toepassing</al><al>op de plaatsen die door het college zijn aangewezen zoals bedoeld in
                                art. 2:67 lid 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68a</nr><titel>Verontreiniging door paarden</titel></kop><al>1.De eigenaar, houder of verzorger van een paard is verplicht om de
                                uitwerpselen van</al><al>het paard in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom op te
                                ruimen.</al><al>2.Het is verboden om zich binnen de bebouwde kom van de gemeente met
                                een paard te</al><al>begeven zonder dat men aantoonbaar de beschikking heeft over
                                adequaat materiaal om</al><al>paardenpoep op te ruimen; onder adequaat materiaal wordt verstaan
                                dat minimaal</al><al>sprake is van een opruimzak(je) of schep(je).</al><al>3.De eigenaar, houder of verzorger van een paard die zich met een
                                paard op of aan de</al><al>weg bevindt, is verplicht de schep, het zakje of een ander
                                doeltreffend hulpmiddel op</al><al>verzoek te laten zien aan de toezichthoudend ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><al>1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                laten verblijven of te</al><al>laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een
                                ander:</al><al>a.anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de
                                houder heeft</al><al>bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
                                aanlijngebod in</al><al>verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;</al><al>b.anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het
                                college aan de</al><al>eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                gevaarlijk of hinderlijk</al><al>acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van
                                die hond</al><al>noodzakelijk vindt.</al><al>2.In afwijking van artikel 2:67, eerste lid onder c, geldt voor het
                                bepaalde in het eerste</al><al>lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch
                                leesbaar, nietverwijderbaar</al><al>identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al><lijst><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige
                                                kunststof, of van stevig leer of van</al></li></lijst></li></lijst><al>beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de
                                hals zodanig is</al><al>aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                mogelijk is en die</al><al>zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat
                                de afgesloten</al><al>ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat
                                geen scherpe</al><al>delen binnen de korf aanwezig zijn;</al><al>b.kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                lengte, gemeten van</al><al>hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><al>1.Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer plaatsen</al><al>aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                schade aan de</al><al>openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><al>31</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        hen gestelde regels,</al></li></lijst><al>of</al><lijst><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid
                                                aangewezen plaats daarbij aangeduide</al></li></lijst></li></lijst><al>dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                inachtneming</al><al>van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben
                                in een groter</al><al>aantal dan door het college is aangegeven.</al><al>3.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een</al><al>krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente
                                ontheffing verlenen van</al><al>het in het tweede lid gestelde verbod.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat</al><al>niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen</al><al>dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet
                                kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>1.De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                duiven niet kunnen</al><al>uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in een door het college te
                                bepalen tijdvak dat</al><al>ligt tussen 1 maart en 1 juni.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gesteld gebod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp</al></li></lijst><al>wordt voorzien door de Provinciale ophokverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar</al></li></lijst></li></lijst><al>overdag mensen verblijven;</al><lijst><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al><lijst><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                                indien op een afstand van ten hoogste</al></li></lijst></li></lijst><al>zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht
                                van twee meter</al><al>hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en
                                invliegen van de bijen te</al><al>voorkomen.</al><al>3.Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                niet voorzover de</al><al>bijenhouder rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld
                                in dat lid.</al><al>4.Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                niet voorzover in het</al><al>daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal
                                wegenreglement.</al><al>5.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>32</al><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het</al><al>publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>12.</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>GOEDEREN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de</al><al>algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid,
                                van het Wetboek van</al><al>Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>1.De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde</al><al>goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een
                                doorlopend en een</al><al>door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                vermeldt hij</al><al>onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                        goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                        voorzover dat mogelijk is -</al></li></lijst><al>soort, merk en nummer van het goed;</al><lijst><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van
                                        het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                        verkregen.</al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen
                                                van deze verplichtingen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn</al></li></lijst></li></lijst><al>woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al><lijst><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                        adressen;</al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                        misdrijf afkomstig</al></li></lijst><al>is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de</al></li></lijst><al>aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;</al><al>d.een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te</al><al>houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:79</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:80</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:40).</al><al>33</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13.</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:81</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop</al><al>het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met
                                betrekking tot consumenten- en</al><al>professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:82</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                    de</titel></kop><al><vet>verkoopdagen</vet></al><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter</al><al>beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen
                                aanwezig te houden, zonder</al><al>een vergunning van het college van de gemeente waar het bedrijf is
                                of zal worden gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:83</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><al>1.Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                college in het</al><al>belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen
                                plaats.</al><al>2.Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                bezigen als dat</al><al>gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al><al>3.De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                voorzover in het daarin</al><al>geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder
                                1, van het</al><al>Wetboek van Strafrecht.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>14.</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:84</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten</al><al>of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of
                                op een voertuig te</al><al>bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het
                                kennelijke doel om middelen als</al><al>bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen</al><al>betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij
                                behulpzaam te zijn of daarin te</al><al>bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>15.</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>EN CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:85</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het</al><al>tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen
                                op een door hem</al><al>aangewezen plaats indien deze personen het samenscholingsverbod,
                                evenementen, verboden</al><al>drankgebruik en hinderlijk gedrag op openbare plaatsen van de
                                huidige Algemene Plaatselijke</al><al>Verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:86</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>34</al><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de</al><al>openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige
                                vrees voor het ontstaan</al><al>daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het
                                publiek openstaande</al><al>gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:87</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>1.De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot</al><al>plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van
                                het toezicht op</al><al>een openbare plaats.</al><al>2.De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid
                                eveneens ten</al><al>aanzien van andere openbare plaatsen (door de gemeenteraad aan te
                                wijzen).</al><al>35</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>E.D.</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a.prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met</al><al>een ander tegen vergoeding;</al><al>b.prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                van seksuele handelingen</al><al>met een ander tegen vergoeding;</al><al>c.seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig</al><al>of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                worden verricht, of</al><al>vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                seksinrichting</al><al>worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                sekstheater, een</al><al>parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                erotischemassagesalon,</al><al>al dan niet in combinatie met elkaar;</al><al>d.escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die</al><al>bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                prostitutie aanbiedt die op een</al><al>andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al><al>e.sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk</al><al>goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen
                                te worden verkocht of</al><al>verhuurd;</al><al>f.exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                                rechtspersonen die</al><al>een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren
                                en de tot</al><al>vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde
                                natuurlijke</al><al>persoon of personen;</al><al>g.beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke
                                feitelijke leiding</al><al>uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                                escortbedrijf;</al><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze</al></li></lijst><al>verordening;</al><al>6.andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens
                                dringende</al><al>redenen noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het</al><al>betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                                erven als bedoeld in</al><al>artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al><al>36</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van</al><al>de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels
                                vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>DERGELIJKE</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><al>1.Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder</al><al>vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al><lijst><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        en de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een</al></li></lijst></li></lijst><al>psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a
                                van het</al><al>Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al><al>b.binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                onvoorwaardelijke</al><al>vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland,
                                de</al><al>Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                wegens een</al><al>misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                hechtenis</al><al>ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering
                                is toegelaten;</al><al>c.binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                uitspraken onherroepelijk</al><al>veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer
                                of tot een</al><al>andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van
                                het Wetboek van</al><al>Strafrecht , wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><al>-bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet , de
                                Opiumwet , de</al><al>Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al><al>-de artikelen 137c tot en met 137g , 140 , 240b , 242 tot en met 249
                                , 252 , 250a</al><al>(oud), 273a , 300 tot en met 303 , 416 , 417 , 417bis , 426 ,
                                429quater en 453 van</al><al>het Wetboek van Strafrecht;</al><al>-de artikelen 8 en 162, derde lid , alsmede artikel 6 juncto artikel
                                8 of juncto</al><al>artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al><lijst><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d , 13 , 14 , 27 en 30b van de
                                        Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al><lijst><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid
                                                wordt gelijk gesteld:</al></li></lijst></li></lijst><al>37</al><al>a.vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                tweede lid onder a</al><al>van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van
                                de Algemene</al><al>wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                bedraagt;</al><lijst><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al><lijst><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                                wordt:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing</al></li></lijst><al>op de aanvraag van de vergunning;</al><al>b.bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                van de</al><al>intrekking van deze vergunning.</al><al>5.De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of</al><al>beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor
                                ten minste een</al><al>maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                vergunning</al><al>bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij
                                aannemelijk is dat hem terzake</al><al>geen verwijt treft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><al>1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben en daarin</al><al>bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 05.00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02.30 uur en 05.00 uur.</al><lijst><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                                voorschrift als bedoeld in artikel</al></li></lijst></li></lijst><al>1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                vaststellen.</al><al>3.Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende</al><al>de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede
                                lid, dan wel krachtens</al><al>artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al><al>4.Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                voorzover in de daarin</al><al>geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                gebaseerde</al><al>voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><al>1.Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                of in geval van</al><al>strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                                bestuursorgaan:</al><al>a.tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                lid, geldende</al><al>sluitingsuren vaststellen;</al><al>b.van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                gedeeltelijke of</al><al>algehele sluiting bevelen.</al><al>2.Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt</al><al>het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit
                                openbaar bekend</al><al>overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al><al>38</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><al>1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben, zonder dat de</al><al>ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant of
                                beheerder in de</al><al>seksinrichting aanwezig is.</al><lijst><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in</al></li></lijst></li></lijst><al>de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                de persoonlijke</al><al>vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van
                                het Tweede</al><al>Boek van het Wetboek van Strafrecht , in de Opiumwet en in de Wet
                                wapens en</al><al>munitie; en</al><al>b.geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het
                                bij of krachtens</al><al>de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al>1.Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze,</al><al>passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te
                                lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                        gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                        tijden.</al><lijst><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                                gestelde verbod, kan door</al></li></lijst></li></lijst><al>politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een
                                bepaalde</al><al>richting te verwijderen.</al><al>3.Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                kan door</al><al>politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en
                                gedurende de tijden</al><al>bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde</al><al>richting te verwijderen.</al><al>4.De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                genoemde</al><al>belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven
                                als bedoeld in het</al><al>derde lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn,
                                anders dan in een</al><al>openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de
                                tijden bedoeld</al><al>in het eerste lid.</al><al>5.De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                indien dat in verband</al><al>met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                                is.</al><al>6.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd</al><al>verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te</al><al>exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde
                                of de woon- en</al><al>leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische</titel></kop><al><vet>goederen, afbeeldingen en dergelijke</vet></al><al>1.Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen,</al><al>opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                afbeeldingen</al><al>39</al><al>van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                te bieden of aan te</al><al>brengen:</al><al>a.indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                bekendgemaakt dat</al><al>de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                openbare orde of</al><al>de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al><al>b.anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                het belang van</al><al>de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                het tentoonstellen,</al><al>aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen,
                                gedrukte of</al><al>geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het
                                openbaren van gedachten</al><al>en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                Grondwet.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>BESLISSINGSTERMIJN, WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><al>1.Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning bedoeld</al><al>in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                                aanvraag</al><al>ontvangen is.</al><al>2.Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                twaalf weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is</al></li></lijst></li></lijst><al>met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of</al><al>leefmilieuverordening;</al><al>c.er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                personen</al><al>werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het
                                Wetboek van</al><al>Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                of de</al><al>Vreemdelingenwet bepaalde.</al><al>2.In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel
                                3:4, eerste lid, dan</al><al>wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste
                                lid, worden geweigerd</al><al>in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                        leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst><al>40</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><al>1.De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                vergunning vermelde</al><al>exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf feitelijk heeft</al><al>beëindigd.</al><al>2.Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant</al><al>daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><al>1.Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                beheer in de seksinrichting</al><al>of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant
                                daarvan binnen een</al><al>week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis
                                aan het bevoegd</al><al>bestuursorgaan.</al><al>2.Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                indien het bevoegd</al><al>bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de
                                verleende vergunning</al><al>overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde
                                in artikel 3:13,</al><al>eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al><al>3.In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden</al><al>uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een
                                aanvraag als bedoeld</al><al>in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                besloten.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>OVERGANGSBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>1.Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                escortbedrijf is het gestelde in</al><al>artikel 3:4, eerste lid, niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 6 weken na het in werking treden daarvan;</al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                        exploitant binnen deze termijn</al></li></lijst><al>een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid,
                                heeft ingediend,</al><al>totdat op die aanvraag door het bevoegd bestuursorgaan een besluit
                                is genomen.</al><al>2.Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan met</al><al>het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen de
                                exploitant</al><al>aanschrijven tot het treffen van in die aanschrijving vermelde
                                voorzieningen.</al><al>41</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON</titel></kop><structuurtekst><al><vet>EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><al>a.het Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                milieubeheer (Stb 2007,</al><al>415)</al><lijst><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting type A of type B zoals bedoeld in
                                        het Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of</al></li></lijst><al>anderszins een inrichting drijft;</al><al>d.collectieve festiviteit: door burgemeester en wethouders als
                                zodanig aangewezen</al><al>activiteit.</al><al>e.bijzondere activiteit: specifiek aan één inrichting gebonden
                                activiteit met een</al><al>incidenteel karakter, die plaats vindt binnen de inrichting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Horeca-, sport en recreatie-inrichting</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder ‘Horeca-, sport en
                                recreatie-inrichting’: een inrichting</al><al>type A of type B zoals bedoeld in het Besluit waarbij:</al><al>1.uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van:</al><al>a een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                discotheek, buurthuis,</al><al>clubhuis of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding logies
                                wordt</al><al>verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe
                                consumptie worden</al><al>bereid of verstrekt, of</al><lijst><li nr="b."><al>een gelegenheid tot zwemmen of baden;</al><lijst><li nr="2."><al>uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of
                                                meer voorzieningen of installaties</al></li></lijst></li></lijst><al>voor:</al><al>a het in een besloten ruimte dansen of geven van
                                dansonderricht;</al><al>b het in een besloten ruimte onderrichten van muziek of toneel, of
                                oefenen of</al><al>houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen;</al><al>c het in een besloten ruimte vertonen van films, houden van
                                presentaties,</al><al>vergaderingen of congressen, of tentoonstellen van
                                gebruiksvoorwerpen of</al><al>voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap;</al><al>d het in de open lucht of in een besloten ruimte beoefenen van sport
                                in</al><al>wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor
                                recreatieve</al><al>doeleinden, of</al><al>e het in de open lucht vertonen van films, houden van muziek-,
                                toneel- of daarmee</al><al>verwante uitvoeringen, of houden van tentoonstellen van
                                gebruiksvoorwerpen of</al><al>voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Collectieve festiviteiten</titel></kop><al>1.De waarden bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                Besluit gelden niet voor</al><al>op ten hoogste zes door de burgemeester en wethouders per
                                kalenderjaar aan te wijzen</al><al>42</al><al>collectieve festiviteiten in de daarbij aangewezen gebieden
                                gedurende de aangewezen</al><al>dagen of dagdelen.</al><al>2.Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing ten minste vier
                                weken voor het</al><al>begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al><al>3.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in bijzondere
                                omstandigheden een activiteit</al><al>buiten de in het eerste lid bedoelde aanwijzing om aan te wijzen als
                                collectieve</al><al>festiviteit.</al><al>4.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor
                                het maximale</al><al>geluidsniveau als gevolg van de inrichting en voor maatregelen om
                                het geluidsniveau</al><al>te beperken tijdens een collectieve festiviteit.</al><al>5.Bij de aanwijzing van collectieve festiviteiten kunnen
                                burgemeester en wethouders</al><al>bepalen dat collectieve festiviteiten slechts gelden voor horeca-,
                                sport- en recreatieinrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Vergunning bijzondere activiteiten</titel></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van een inrichting
                                vergunning</al><al>verlenen voor maximaal vier bijzondere activiteiten per kalenderjaar
                                waarbij de</al><al>waarden die zijn genoemd in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                Besluit niet</al><al>gelden.</al><al>2.De houder van de inrichting dient ten minste acht weken voor de
                                aanvang van de</al><al>activiteit een schriftelijke aanvraag voor een vergunning in bij
                                burgemeester en</al><al>wethouders.</al><al>3.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor
                                de volgende</al><al>onderwerpen:</al><al>a het aantal bijzondere activiteiten waarvoor vergunning kan worden
                                verleend. In</al><al>deze nadere regels mag het in het eerste lid genoemde aantal niet
                                wordt</al><al>overschreden.</al><al>b de dagen waarop en tijden waarbinnen een vergunning voor een
                                bijzondere</al><al>activiteit kan worden verleend;</al><al>c de maximale tijdsduur waarvoor een vergunning voor een bijzondere
                                activiteit kan</al><al>worden verleend;</al><al>d voorwaarden voor het verlenen van een vergunning voor een
                                bijzondere activiteit.</al><al>Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op het maximale
                                geluidsniveau als</al><al>gevolg van de inrichting en maatregelen om het geluidsniveau te
                                beperken;</al><al>4.In de in het vorige lid bedoelde nadere regels kan onderscheid
                                gemaakt worden tussen:</al><al>a verschillende gebiedsdelen en locaties in de gemeente;</al><al>b activiteiten die plaatsvinden binnen een gesloten gebouw met
                                gesloten ramen en</al><al>deuren en activiteiten die niet plaatsvinden binnen een gesloten
                                gebouw met</al><al>gesloten ramen en deuren.</al><al>c activiteiten met en zonder levende muziek;</al><al>d horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen en overige
                                inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Verboden bijzondere activiteiten</titel></kop><al>Het is verboden een bijzondere activiteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of</al><al>daaraan deel te nemen, indien de burgemeester het organiseren van
                                een bijzondere activiteit</al><al>43</al><al>verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de</al><al>inrichting en/of openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt
                                beïnvloed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><al>1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of het Besluit</al><al>toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen
                                te verrichten op</al><al>een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving</al><al>geluidhinder wordt veroorzaakt.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien</al></li></lijst><al>door artikel 2.4.16, de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het
                                Vuurwerkbesluit of de</al><al>Provinciale milieuverordening.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>'Wet': Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>'straatafval': huishoudelijke afvalstoffen van
                                                  zeer beperkte omvang en gewicht,</al></li></lijst></li></lijst><al>zoals proppen, papier, plastic bekertjes en blikjes, niet zijnde
                                    klein chemisch</al><al>afval (kca), ontstaan buiten een perceel;</al><al>c.'inzamelen': de activiteiten gericht op het ophalen of innemen
                                    van afvalstoffen</al><al>die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden;</al><al>d.'ter inzameling aanbieden': de wijzen van overdragen van
                                    afvalstoffen aan een</al><al>inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van
                                    afvalstoffen in</al><al>daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie
                                    geplaatste</al><al>inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe ter
                                    beschikking gestelde</al><al>plaats.</al><al>e.'inzamelmiddel': een voor de inzameling van afvalstoffen
                                    bestemd hulp-en/of</al><al>bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer,
                                    afvalemmer, kcabox;</al><al>f.'inzamelvoorziening': een voor de inzameling van afvalstoffen
                                    bestemd(e)</al><al>bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer,
                                    wijkcontainer,</al><al>brengdepot;</al><al>g.'gebruiker van een perceel': degene die in de gemeente
                                    feitelijk gebruikmaakt</al><al>van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.11 van
                                    de Wet</al><al>milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen geldt;</al><al>h.'wegen': alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of
                                    paden met</al><al>inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die
                                    wegen</al><al>behorende paden en bermen of zijkanten;</al><al>44</al><al>i.'motorrijtuigen': alle voertuigen, bestemd om anders dan langs
                                    spoorstaven te</al><al>worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische
                                    kracht, op of</al><al>aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie
                                    met</al><al>stroomtoevoer van elders.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen een omschrijving vaststellen
                                    van de categorieën</al><al>huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 4:9</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Inzameling van afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Aanwijzing inzamelende instanties</titel></kop><al>1.Als inzameldienst belast met het ter uitvoering van de wet, de
                                    provinciale</al><al>milieuverordening en deze afdeling inzamelen van afvalstoffen
                                    wordt aangewezen:</al><lijst><li nr="-"><al>een door burgemeester en wethouders te contracteren
                                            bedrijf.</al><lijst><li nr="2."><al>Naast de in het eerste lid genoemde
                                                  inzameldienst kunnen burgemeester en</al></li></lijst></li></lijst><al>wethouders personen of instanties aanwijzen die zijn belast met
                                    het ter uitvoering van</al><al>de wet, de provinciale milieuverordening en deze afdeling
                                    afzonderlijk inzamelen van</al><al>categorieën huishoudelijke afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><al>Door de inzameldienst of de krachtens artikel 4:8, tweede lid
                                    aangewezen personen of</al><al>instanties worden de volgende categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen afzonderlijk</al><al>ingezameld:</al><lijst><li nr="a."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="b."><al>grof huishoudelijk restafval.</al></li><li nr="c."><al>groente- , fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="d."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="e."><al>kunststof verpakkingen;</al></li><li nr="f."><al>vlakglas en verpakkingsglas;</al></li><li nr="g."><al>klein gevaarlijk afval;</al></li><li nr="h."><al>wit- en bruingoed;</al></li><li nr="i."><al>oud ijzer;</al></li><li nr="j."><al>schoeisel, kleding en textiel;</al></li><li nr="k."><al>asbest;</al></li><li nr="l."><al>grof tuinafval.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><al>1.Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen anders dan</al><al>afzonderlijk ter inzameling aan te bieden:</al><lijst><li nr="a."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="b."><al>kunststof verpakkingen;</al></li><li nr="c."><al>vlakglas en verpakkingsglas;</al></li><li nr="d."><al>klein gevaarlijk afval;</al></li><li nr="e."><al>wit- en bruingoed;</al></li><li nr="f."><al>schoeisel, kleding en textiel;</al></li><li nr="g."><al>asbest.</al></li></lijst><al>45</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen aanwijzen aan welke personen
                                    of instanties de in</al><al>het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen moeten worden</al><al>aangeboden.</al><al>3.Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen aan te bieden</al><al>aan anderen dan de krachtens het tweede lid aangewezen personen
                                    of instanties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Frequentie van inzamelen bij elk perceel</titel></kop><al>1.Huishoudelijk restafval wordt ten minste eenmaal per 2 weken
                                    bij elk perceel</al><al>ingezameld.</al><al>2.Groente-, fruit- en tuinafval wordt ten minste eenmaal per 2
                                    weken afzonderlijk bij elk</al><al>perceel ingezameld.</al><al>3.Burgemeester en wethouders kunnen de frequentie van inzameling
                                    vaststellen van de</al><al>overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk
                                    in aangewezen delen</al><al>van de gemeente bij elk perceel worden ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                        vergunning</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                    wethouders huishoudelijke</al><al>afvalstoffen in te zamelen.</al><al>2.De vergunning kan worden geweigerd in het belang van een
                                    doelmatige verwijdering</al><al>van huishoudelijke afvalstoffen.</al><al>3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de
                                    inzameldienst of de krachtens</al><al>artikel <vet>4:8 </vet>tweede lid aangewezen personen of
                                    instanties.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen</titel></kop><al><vet>aan anderen</vet></al><al>1.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan
                                    te bieden aan een ander</al><al>dan de inzameldienst, de krachtens artikel 4:8 tweede lid
                                    aangewezen personen of</al><al>instanties en degenen aan wie krachtens artikel 4:12 een
                                    vergunning is verleend.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter</al><al>inzameling worden aangeboden aan personen of instanties die bij
                                    of krachtens de wet</al><al>een inzamelplicht hebben gekregen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14Verbod</nr><titel>op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen</titel></kop><al><vet>door anderen dan de gebruikers van percelen</vet></al><al>1.Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om
                                    huishoudelijke afvalstoffen</al><al>ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of de
                                    krachtens artikel 4:8 tweede</al><al>lid aangewezen personen of instanties.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen besluiten dat het aan
                                    anderen dan gebruikers van</al><al>percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter
                                    inzameling aan te bieden aan</al><al>de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 4:12</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><al>46</al><al>1.Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen anders dan</al><al>afzonderlijk ter inzameling aan te bieden:</al><al>a klein chemisch afval;</al><al>b glas;</al><al>c oud papier en karton;</al><al>d textiel;</al><al>e wit- en bruingoed.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen aanwijzen aan welke personen
                                    of instanties de in</al><al>het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen moeten worden</al><al>aangeboden.</al><al>3.Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen aan te bieden</al><al>aan anderen dan de krachtens het tweede lid aangewezen personen
                                    of instanties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een</titel></kop><al><vet>inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel</vet></al><al>1.Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde
                                    categorie huishoudelijke</al><al>afvalstoffen krachtens artikel 4:10 tweede lid, een
                                    inzamelmiddel is aangewezen, is</al><al>het voor die gebruiker verboden de betreffende afvalstoffen
                                    anders aan te bieden dan</al><al>via het daartoe aangewezen inzamelmiddel.</al><al>2.Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelmiddel</al><al>voor de gebruiker van een perceel aan te bieden, dan de
                                    categorie waarvoor dit</al><al>inzamelmiddel krachtens artikel 4:10, tweede lid, is
                                    bestemd.</al><al>3.Burgemeester en wethouders kunnen regels stellen omtrent de
                                    plaatsen en wijzen</al><al>waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter
                                    inzameling moeten</al><al>worden aangeboden.</al><al>4.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere plaatsen
                                    en wijzen ter</al><al>inzameling aan te bieden dan volgens dit artikel is
                                    bepaald.</al><al>5.Burgemeester en wethouders kunnen regels stellen met
                                    betrekking tot het maximale</al><al>gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale
                                    aantal</al><al>inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden.</al><al>6.Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker van
                                    een perceel is</al><al>verstrekt, kunnen burgemeester en wethouders regels stellen
                                    omtrent het gebruik en</al><al>het reinigen daarvan.</al><al>7.Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt,
                                    kunnen burgemeester en</al><al>wethouders eisen stellen aan het te gebruiken
                                    inzamelmiddel.</al><al>8.Het is aan anderen dan de gebruiker van een perceel aan wie
                                    krachtens artikel 4:10,</al><al>tweede lid, een inzamelmiddel is toegewezen, verboden hun
                                    afvalstoffen ter</al><al>inzameling aan te bieden via dit inzamelmiddel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een</titel></kop><al><vet>inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                    percelen</vet></al><al>1.Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde
                                    categorie huishoudelijke</al><al>afvalstoffen krachtens artikel 4:10, tweede lid, mede ten
                                    behoeve van zijn perceel een</al><al>inzamelvoorziening is aangewezen, is het voor de gebruiker
                                    verboden de betreffende</al><al>afvalstoffen anders aan te bieden dan via de betreffende
                                    inzamelvoorziening.</al><al>47</al><al>2.Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een</al><al>inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te bieden, dan
                                    de categorie waarvoor</al><al>deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4:10, tweede lid, is
                                    bestemd.</al><al>3.Burgemeester en wethouders kunnen regels stellen ten aanzien
                                    van de wijzen waarop</al><al>huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten
                                    behoeve van een groep</al><al>percelen moet worden aangeboden.</al><al>4.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen
                                    aan te bieden via een</al><al>inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen dan
                                    krachtens dit artikel is</al><al>bepaald.</al><al>5.Het is voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie
                                    krachtens artikel 4:10,</al><al>tweede lid, een inzamelvoorziening is aangewezen, verboden
                                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen aan te bieden via deze inzamelvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een</titel></kop><al><vet>brengdepot op lokaal of regionaal niveau</vet></al><al>1.Het verbod in artikel 4:16, vierde lid en artikel 4:17, vierde
                                    lid, geldt niet voor het</al><al>aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op
                                    lokaal of regionaal</al><al>niveau conform krachtens dit artikel is bepaald.</al><al>2.Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een brengdepot op</al><al>lokaal of regionaal niveau aan te bieden dan de categorie(ën)
                                    waarvoor het brengdepot</al><al>krachtens artikel 4:10 is bestemd.</al><al>3.Burgemeester en wethouders kunnen regels stellen omtrent de
                                    wijzen waarop</al><al>huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden bij het</al><al>brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al><al>4.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen
                                    via een brengdepot op</al><al>lokaal of regionaal niveau ter inzameling aan te bieden dan
                                    krachtens het derde lid is</al><al>bepaald.</al><al>5.Burgemeester en wethouders kunnen een door de aanbieder van
                                    huishoudelijke</al><al>afvalstoffen te betalen vergoeding vaststellen bij het door hem
                                    aanbieden van</al><al>huishoudelijke afvalstoffen bij het brengdepot op lokaal of
                                    regionaal niveau.</al><al>6.Burgemeester en wethouders kunnen vaststellen op welke
                                    categorieën van</al><al>huishoudelijke afvalstoffen de in lid 5 genoemde vergoeding van
                                    toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        zonder</titel></kop><al><vet>inzamelmiddel</vet></al><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen</al><al>aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel 4:10
                                    van deze verordening</al><al>ter inzameling moeten worden aangeboden.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen regels stellen omtrent de
                                    wijzen waarop de</al><al>krachtens het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen ter</al><al>inzameling moeten worden aangeboden.</al><al>3.Het is verboden de in het eerste lid bedoelde huishoudelijke
                                    afvalstoffen op andere</al><al>wijzen ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is
                                    bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><al>48</al><al>1.Burgemeester en wethouders stellen de dagen en tijden vast
                                    waarop huishoudelijke</al><al>afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al><al>2.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                    tijden ter inzameling</al><al>aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                        huishoudelijke</titel></kop><al><vet>afvalstoffen</vet></al><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kunnen
                                    burgemeester en wethouders</al><al>regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling
                                    aanbieden van huishoudelijke</al><al>afvalstoffen aan de inzameldienst of krachtens artikel 4:8,
                                    tweede lid aangewezen personen</al><al>of instanties.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Inzameling van andere categorieën van afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen behoudens
                                        vergunning</titel></kop><al>1.Burgemeester en wethouders kunnen andere categorieën van
                                    afvalstoffen dan</al><al>huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen waarvoor geldt dat het
                                    verboden is ze in te</al><al>zamelen zonder vergunning van burgemeester en wethouders.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen aan de in het eerste lid
                                    bedoelde vergunning</al><al>voorschriften verbinden met het oog op de doelmatige
                                    verwijdering van afvalstoffen.</al><al>3.De vergunning kan worden geweigerd in het belang van de
                                    doelmatige verwijdering</al><al>van afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Inzameling andere categorieën afvalstoffen door de
                                        inzameldienst</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen andere categorieën van
                                    afvalstoffen dan huishoudelijke</al><al>afvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst worden
                                    ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van andere categorieën
                                        afvalstoffen aan de</titel></kop><al><vet>inzameldienst</vet></al><al>1.Het is verboden andere categorieën van afvalstoffen dan
                                    huishoudelijke afvalstoffen</al><al>aan te bieden aan de inzameldienst.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor die
                                    categorieën afvalstoffen die</al><al>zijn aangewezen krachtens artikel 4:23, voorzover degene die
                                    gebruikmaakt van de</al><al>inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee ontstane
                                    belastingplicht op</al><al>grond van de gemeentelijke belastingverordening).</al><al>3.Burgemeester en wethouders kunnen regels stellen omtrent de
                                    dagen, tijden, wijzen en</al><al>plaatsen waarop de in artikel 4:23 bedoelde afvalstoffen aan de
                                    inzameldienst ter</al><al>inzameling kunnen worden aangeboden.</al><al>4.Het is verboden afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
                                    artikel 4:23 ter inzameling</al><al>aan te bieden in strijd met hetgeen krachtens dit artikel is
                                    bepaald.</al><al>5.Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover de Wet
                                    milieubeheer, de Destructiewet</al><al>of de provinciale milieuverordening van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Verontreiniging van de weg en van terreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden:</al><al>49</al><al>a.straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder
                                    gebruik te maken van de</al><al>van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven
                                    bakken, manden of</al><al>soortgelijke voorwerpen.</al><al><vet>b. </vet>om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                    laten in daartoe van gemeentewege</al><al>of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of
                                    soortgelijke</al><al>voorwerpen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof
                                                  of voorwerp, die/dat aanleiding kan</al></li></lijst></li></lijst><al>geven tot verontreiniging, beschadiging of onvoldoende
                                    afwatering van de weg,</al><al>dan wel aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding
                                    van het milieu,</al><al>op of in de bodem, buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats,
                                    te plaatsen, te</al><al>storten, te werpen, uit te gieten, te laten vallen of lopen of
                                    te houden;</al><al>b.andere afvalstoffen dan straatafval, als bedoeld in artikel
                                    4:7, eerste lid onder b,</al><al>achter te laten in daartoe van gemeentewege geplaatste of
                                    voorgeschreven bakken.</al><al>3.Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het</al><al>ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                    inzameldienst, de</al><al>krachtens artikel 4:8, tweede lid aangewezen personen of
                                    instanties of houders van een</al><al>vergunning als bedoeld in artikel 4;12.</al><al>4.Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid,
                                    onder a, gestelde verbod</al><al>ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften
                                    worden verbonden ter</al><al>bescherming van het milieu.</al><al>5.Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het</al><al>thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval.</al><al>6.Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                    geldt niet voor zover de</al><al>stoffen of voorwerpen op de weg geraken of tijdelijk op de weg
                                    worden gebracht als</al><al>onvermijdelijk gevolg van het laden of lossen of vervoeren van
                                    stoffen of voorwerpen</al><al>dan wel van het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                    weg.</al><al>7.Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                    geldt voorts niet voor zover:</al><al>a de Wet milieubeheer, de Meststoffenwet, de Destructiewet,
                                    de</al><al>Bestrijdingsmiddelenwet, de Kernenergiewet, of de Wet
                                    bodembescherming</al><al>voorziet in de beoogde bescherming van het milieu;</al><al>b de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken;</al><al>c het provinciaal wegenregelement of de provinciale</al><al>bodembeschermingsverordening of de provinciale milieuverordening
                                    van</al><al>toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:26</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><al>1.Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij</al><al>andere werkzaamheden de weg wordt verontreinigd, is degene die
                                    genoemde</al><al>werkzaamheden verricht, alsmede, indien deze in opdracht
                                    handelt, zijn opdrachtgever</al><al>verplicht:</al><al>a.indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
                                    verkeer of voor</al><al>beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na het
                                    ontstaan van de</al><al>verontreiniging te reinigen of te doen reinigen;</al><al>b.indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van
                                    het verkeer of voor</al><al>beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na de
                                    beëindiging van de</al><al>50</al><al>werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren, elke dag
                                    terstond na</al><al>beëindiging van de werkzaamheden op die dag te reinigen of te
                                    doen reinigen.</al><al>2.Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet beheer</al><al>Rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement van
                                    toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:27</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet-
                                        en drinkwaren</titel></kop><al>1.De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of andere
                                    dergelijke inrichtingen</al><al>waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht welke ter plaatse
                                    kunnen worden</al><al>genuttigd, is verplicht:</al><al>a.een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                    inrichting op een duidelijk</al><al>zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek papier,
                                    etensresten,</al><al>verpakkingsmateriaal en ander afval kan achterlaten;</al><al>b.zorg te dragen dat die mand, die bak of dat soortgelijke
                                    voorwerp van een</al><al>zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen
                                    blijft en dat die</al><al>mand, die bak of dat voorwerp steeds tijdig wordt geledigd.</al><al>2.De houder of beheerder van een inrichting bedoeld in het
                                    eerste lid is verplicht te</al><al>zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de
                                    inrichting, doch in ieder geval</al><al>terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het
                                    toezicht op de</al><al>naleving van het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van de
                                    inrichting op de weg</al><al>achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit
                                    of van die inrichting</al><al>afkomstig, worden verwijderd.</al><al>3.De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting geldt
                                    niet voor zover de op de</al><al>Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing
                                    zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:28</nr><titel>Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</titel></kop><al>1.Degene die op de weg reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften onder het</al><al>publiek verspreidt, is verplicht deze, indien zij in de omgeving
                                    van de plaats van</al><al>uitreiking op de weg of een andere voor het publiek
                                    toegankelijke plaats door het</al><al>publiek worden weggeworpen, terstond daarvan te verwijderen of
                                    te doen verwijderen.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde gebod geldt niet ten aanzien
                                    van het verspreiden van</al><al>reclame- of strooibiljetten of dergelijke geschriften vanuit een
                                    luchtvaartuig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:29</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door burgemeester en wethouders ten
                                    behoeve van de</al><al>werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                    weggedeelte, een</al><al>voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan
                                    gedurende een daarbij aangeduide</al><al>tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:30</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                    natuurlijke behoefte te doen</al><al>buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:31</nr><titel>Verbod op het doorzoeken van ter inzameling gereedstaande
                                        afvalstoffen</titel></kop><al>Het is verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan te
                                    doorzoeken en te verspreiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:32</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare
                                        riolen en putten</titel></kop><al><vet>buiten gebouwen</vet></al><al>51</al><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten
                                    buiten gebouwen mogen zich niet</al><al>bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid,
                                    nadeel voor de gezondheid of</al><al>hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:33</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Vervallen (opgenomen in bomenverordening)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:34</nr><titel>Kapvergunning</titel></kop><al>Vervallen (opgenomen in bomenverordening)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:35</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>Vervallen (opgenomen in bomenverordening)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:36</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><al>1.Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                een inrichting in de</al><al>zin van de Wet milieubeheer , in de openlucht en buiten de weg
                                gelegen in het belang</al><al>van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast</al><al>dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de
                                volgende</al><al>voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
                                hebben:</al><al>a.onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer-
                                of</al><al>vaartuigen of onderdelen daarvan;</al><lijst><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:40 of onderdelen
                                        daarvan, indien het</al></li></lijst><al>plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                verhuur of</al><al>anderszins voor een commercieel doel;</al><al>d.mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                verzameling</al><al>ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                afbraakmaterialen</al><al>en oude metalen.</al><al>2.Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                bepaald voorwerp of</al><al>bepaalde stof:op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.</al><al>3.Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid nadere regels</al><al>stellen.</al><al>4.Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp</al><al>wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale
                                Verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:37</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:38</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>52</al><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door</al><al>middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het
                                verkeer in gevaar wordt</al><al>gebracht en/of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:39</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>1 Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan
                                een onroerende</al><al>zaak verlichte handelsreclame te maken of te voeren die vanaf de weg
                                zichtbaar is.</al><al>2 Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning als
                                bedoeld in het eerste</al><al>lid worden geweigerd:</al><al>a indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband met de
                                omgeving niet voldoet</al><al>aan de redelijke eisen van welstand;</al><al>b in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                gebruikers van</al><al>een inde de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al><al>3 a De weigeringsgrond van het tweede lid onder a geldt niet voor
                                bouwwerken;</al><al>b De weigeringsgrond van het tweede lid onder b geldt niet voor
                                zover in het daarin</al><al>geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:40</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor</al><al>geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is
                                vereist, dat bestemd of</al><al>opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:41</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen</al><al>of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in
                                het</al><al>bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.</al><al>2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                eigen gebruik door</al><al>de rechthebbende op een terrein.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het</al></li></lijst><al>belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:42</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><al>1.Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                4:41, eerste lid niet</al><al>geldt.</al><al>2.Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de
                                gronden, genoemd in</al><al>artikel 4:18, vierde lid.</al><al>53</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING</titel></kop><structuurtekst><al><vet>DER GEMEENTE</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                Reglement</al><al>verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van
                                kleine wagens</al><al>zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al><al>b.parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                Reglement</al><al>verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><al>1.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                gewoonte van maakt</al><al>voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te
                                verhandelen, verboden:</al><al>a.drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                op de weg te</al><al>parkeren binnen een cirkel met een straal van 10 meter met als
                                middelpunt een van</al><al>deze voertuigen;</al><lijst><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                                verstaan:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al><lijst><li nr="3."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden
                                                niet gerekend:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in</al></li></lijst><al>totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die
                                nodig is en</al><al>gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al><lijst><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                        bedoelde persoon.</al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod
                                                verlenen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                voertuig te parkeren met</al><al>het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                verhandelen.</al><al>2.Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen</al><al>gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                                achtereenvolgende dagen op de</al><al>weg te parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat
                                van onderhoud en</al><al>tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te
                                parkeren.</al><al>2.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien</al><al>door de Wet milieubeheer.</al><al>54</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                magazijnwagen,</al><al>aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de
                                recreatie dan wel</al><al>anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden
                                wordt gebezigd:</al><al>a langer dan op 3 achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben
                                op dezelfde</al><al>plaats, of met een verandering van plaats binnen 100 meter van die
                                plaats op de</al><al>openbare weg;</al><al>b langer dan 3 achtereenvolgende dagen op een vanaf de openbare weg
                                zichtbare</al><al>plaats op eigen terrein te plaatsen of te hebben.</al><al>2 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al><al>3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                Provinciale caravan- en</al><al>tentenverordening, het Provinciaal wegenreglement of de
                                provinciale</al><al>landschapsverordening van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                van handelsreclame,</al><al>op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee
                                handelsreclame te maken.</al><al>2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van</al><al>meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren
                                binnen de</al><al>bebouwde kom van respectievelijk Cothen, Langbroek en Wijk bij
                                Duurstede, met</al><al>uitzondering van bedrijfsterrein Broekweg en Langshaven.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van
                                maandag tot en met</al><al>vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al><al>3.Burgemeester en wethouders kunnen van de in het eerste en tweede
                                lid gestelde</al><al>verboden ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer</al><al>dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te
                                parkeren bij een voor</al><al>bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                dat daardoor</al><al>het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                hinderlijke wijze wordt</al><al>belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al><al>2.Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het</al><al>uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                voertuig ter plaatse</al><al>noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>(gereserveerd)</al><al>55</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Parkeren van voertuigen met gevaarlijke stoffen</titel></kop><al>1.Het is verboden om een voertuig dat wordt gebezigd voor het
                                vervoer van meer dan 10</al><al>kilogram gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2 van de Wet
                                vervoer gevaarlijke</al><al>stoffen te parkeren indien zich binnen een straal van 250 meter
                                gebouwen bevinden</al><al>waarbinnen zich personen plegen op te houden.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde vervod geldt niet voorzover
                                        de Wet vervoer gevaarlijke</al></li></lijst><al>stoffen of het Vuurwerkbesluit van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of
                                te laten staan in een</al><al>park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                groenstrook.</al><lijst><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                                door of vanwege de</al></li></lijst></li></lijst><al>overheid;</al><al>c.op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                terreinen die voor</al><al>dit doel zijn bestemd.</al><al>3.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk</al><al>aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van</al><al>schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                bromfietsen onbeheerd buiten de</al><al>daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                inzameling van geld</al><al>of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te
                                bieden.</al><al>2.Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het
                                bij het</al><al>aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of
                                gedrukte</al><al>stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld
                                of goederen,</al><al>indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat
                                de opbrengst</al><al>geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                bestemd.</al><al>3.Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14a</nr><titel>Collecten van landelijke organisaties conform het
                                    collecterooster van het</titel></kop><al><vet>CBF</vet></al><al>Landelijke instellingen die voorkomen op het collecterooster dat
                                jaarlijks door het Centraal</al><al>Bureau fondsenwerving (CBF) wordt vastgesteld zijn vrijgesteld van
                                het verbod zoals bedoeld</al><al>in artikel 5.2.1. lid 1 APV, indien voldaan wordt aan de
                                voorschriften neergelegd in artikel 6</al><al>en 7 van het CBF keur.</al><al>56</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Collecten van landelijke organisaties die niet opgenomen zijn
                                    in het</titel></kop><al>collecterooster van het CBF</al><al>Aan landelijke organisaties, die niet voorkomen op het rooster wordt
                                vergunning verleend</al><al>mits de organisatie positief is beoordeeld door het CBF, door middel
                                van een CBF-keur of een</al><al>verklaring van geen bezwaar. Zo’n vergunning wordt alleen verleend
                                in de vrijgestelde</al><al>perioden van het collecterooster.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14b</nr><titel>Collecten plaatselijke organisaties</titel></kop><al>Een plaatselijke organisatie kan in aanmerking komen voor een
                                collectevergunning indien:</al><al>a.De organisatie in de gemeente Wijk bij Duurstede is gevestigd of
                                de organisatie buiten</al><al>de gemeente Wijk bij Duurstede is gevestigd maar een relatie bestaat
                                tussen het</al><al>bestedingsdoel en de gemeente Wijk bij Duurstede;</al><lijst><li nr="b."><al>De organisatie fondsen werft voor een charitatief
                                        (liefdadigheid) doel;</al></li><li nr="c."><al>Een vergunning wordt alleen verleend in de vrijgestelde
                                        perioden van het</al></li></lijst><al>collecterooster.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14c</nr><titel>Termijn geldigheid vergunning</titel></kop><al>Een collectevergunning wordt maximaal voor één week verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14d</nr><titel>Maximum aantal vergunningen</titel></kop><al>Per week wordt maximaal één vergunning verleend voor het houden van
                                een collecte of een</al><al>huis-aan-huis fondsenwervingsactie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14e</nr><titel>Wijze van collecteren</titel></kop><al>Het collecteren dient op de volgende wijze te geschieden:</al><lijst><li nr="a."><al>De bussen dienen verzegeld of op andere deugdelijke wijze te
                                        zijn afgesloten;</al></li><li nr="b."><al>Binnen een maand na de collecte dient de organisatie een
                                        verklaring in te leveren bij</al></li></lijst><al>de gemeente Wijk bij Duurstede, ondertekend door twee daartoe door
                                het bestuur van</al><al>de organisatie aangewezen personen, waarin staat dat de inhoud is
                                geteld en dat</al><al>daaruit een bruto- en netto-opbrengst is verkregen tot het in de
                                verklaring genoemde</al><al>bedrag.</al><al>c.De gemeente neemt de resultaten van de collecten over op het
                                jaaroverzicht van het</al><al>CBF. Het ingevulde jaaroverzicht wordt voor 1 maart van het daarop
                                volgende jaar</al><al>toegezonden aan het CBF, welke zijn bevindingen publiceert</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14f</nr><titel>Overige voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De collectanten dienen tenminste zestien jaar of ouder te
                                        zijn;</al></li><li nr="b."><al>Het is niet toegestaan de collectanten van vergoedingen uit
                                        de opbrengst van de</al></li></lijst><al>collecte(n) te voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14g</nr><titel>Initiatief van particulieren in geval van een ramp.</titel></kop><al>In geval van een ramp kan een extra collectevergunning worden
                                verleend. Ten aanzien van</al><al>deze specifieke collecten gelden naast de voorschriften genoemd in
                                artikel 4,6 en 7 de</al><al>volgende criteria:</al><al>a.Bij de aanvraag moet worden aangegeven wat het doel van de actie
                                is;</al><al>57</al><al>b.Indien er sprake is van een gezamenlijke hulpactie, dan dient de
                                opbrengst van de collecte</al><al>gestort te worden op het nationale gironummer.</al><lijst><li nr="c."><al>Er kan uitsluitend gecollecteerd worden met goedgekeurde
                                        collectebussen.</al></li><li nr="d."><al>Na afloop van de actie dienen de collectebussen te worden
                                        geleegd onder</al></li></lijst><al>toezicht/verantwoordelijkheid van een gemeenteambtenaar c.q.
                                politiefunctionaris.</al><al>e.De opbrengst dient op een collectestaat te worden verantwoord en
                                binnen één maand na</al><al>de collecte bij de gemeente Wijk bij Duurstede te worden
                                ingediend.</al><al>f.Indien er geen gezamenlijke hulpactie is dient het geld
                                overgemaakt te worden naar de</al><al>vooraf bepaalde bestemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14h</nr><titel>Vergunning wervingsactie</titel></kop><al>Vergunning wordt alleen verleend aan bedrijven die donateurs/leden
                                werven voor organisaties</al><al>die positief zijn beoordeeld door het CBF door middel van een
                                CBF-keur of een verklaring</al><al>van geen bezwaar. Zo’n vergunning wordt alleen verleend in de
                                vrijgestelde perioden van het</al><al>collecterooster.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14i</nr><titel>Voorschriften fondsenwerving</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De medewerker moet minimaal 16 jaar of ouder zijn;</al></li><li nr="b."><al>De medewerker moet in het bezit zijn van een
                                        legitimatiekaart van de organisatie</al></li></lijst><al>waarvoor hij/zij donateurs werft;</al><al>c.Er mogen ter plaatse geen geldtransacties plaatsvinden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                uitoefening van de ambulante</al><al>handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                diensten aan te</al><al>bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan
                                huis;</al><lijst><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                                degene die dit doet ter</al></li></lijst></li></lijst><al>exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                Winkeltijdenwet;</al><al>b.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden</al><al>van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                eerste lid, onder</al><al>h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                5:22;</al><al>c.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden</al><al>van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:18.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><al>1.Het is verboden te venten indien er overlast wordt veroorzaakt of
                                door het venten de</al><al>openbare orde, de openbare veiligheid,de volksgezondheid of het
                                milieu in gevaar</al><al>komt.</al><al>2.Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                tussen 18.00 en 09.00</al><al>uur.</al><al>3.Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in
                                het daarin geregelde</al><al>onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet.</al><al>58</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al>1.Het verbod als bedoeld in artikel 5:16, eerste lid geldt niet voor
                                venten met gedrukte</al><al>of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden
                                geopenbaard als</al><al>bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al><al>2.Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                eerste lid beperken</al><al>door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod
                                                als bedoeld in het tweede lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een</al><al>openbare en in de openlucht gelegen plaats in de publieke ruimte te
                                koop aanbieden,</al><al>verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden,
                                gebruikmakend</al><al>van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                                bedoeld in artikel 160, eerste lid,</al></li></lijst></li></lijst><al>aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al><al>b.een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                2:31.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats
                                in te nemen of te</al><al>hebben.</al><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5:18 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien er sprake is van ernstige verstoring van de
                                                ruimtelijke kwaliteit;</al></li><li nr="b."><al>indien er sprake is van verstoring van het
                                                micro-economische klimaat;</al></li><li nr="c."><al>vanwege nadelige effecten op de verkeersveiligheid
                                                en/of de verkeersafwikkeling;</al></li><li nr="d."><al>vanwege het niet voldoen aan de fysieke en/of
                                                tijdsgebonden voorwaarden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning</al><al>van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al><al>59</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><al>1.Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                het daarin geregelde</al><al>onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
                                of het</al><al>Provinciaal wegenreglement.</al><al>2.De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                niet voor bouwwerken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                een voor het publiek</al><al>toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante
                                goederen worden</al><al>verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                                eerste lid, aanhef en onder h, van</al></li></lijst></li></lijst><al>de Gemeentewet;</al><al>b.een evenement als bedoeld in artikel 2:31.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                snuffelmarkt te</al><al>organiseren.</al><al>2.Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                nagenoeg geheel en</al><al>voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                Winkeltijdenwet.</al><al>3.De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                geldend</al><al>bestemmingsplan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><al>1.Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                een voorwerp,</al><al>niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te
                                plaatsen, aan te brengen of</al><al>te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of
                                plaats van</al><al>bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar
                                water of voor het</al><al>doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt
                                voor het</al><al>doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al><al>2.Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                voorwerp met een</al><al>permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet
                                daarvan uiterlijk</al><al>twee weken tevoren een aan het college.</al><al>3.De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van
                                de melder, en</al><al>een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.</al><al>4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                geregelde onderwerpen</al><al>wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                Scheepvaartverkeerswet, het</al><al>Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale</al><al>vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                gebaseerde</al><al>Telecommunicatieverordening.</al><al>60</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                hebben dan wel een</al><al>ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het
                                college aangewezen</al><al>gedeelten van openbaar water.</al><al>2.Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van
                                een ligplaats met</al><al>dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid
                                aangewezen gedeelten van</al><al>openbaar water:</al><al>a.nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                volksgezondheid,</al><al>veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;</al><lijst><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                                het daarin geregelde onderwerp</al></li></lijst></li></lijst><al>wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet</al><al>beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                of de</al><al>Provinciale landschapsverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al>1.Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                bepaalde kan het college</al><al>aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met
                                betrekking tot het</al><al>innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van
                                de openbare orde,</al><al>volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de
                                gemeente.</al><al>2.De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het college</al><al>gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                gebruik van een</al><al>ligplaats op te volgen.</al><al>3.Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                de daarin geregelde</al><al>onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                Wet beheer</al><al>rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de
                                Provinciale</al><al>landschapsverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het</al><al>krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><al>1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de</al><al>toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren,
                                havens, dijken,</al><al>wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen,
                                zetten, duikers,</al><al>pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens
                                of sluizen.</al><al>2.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien</al><al>door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                Wet beheer</al><al>rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water</al><al>aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor
                                dadelijk gebruik</al><al>ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al>61</al><al>1.Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
                                water ophoudt,</al><al>verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan
                                hinder of</al><al>gevaar kan ondervinden.</al><al>2.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien</al><al>door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de</al><al>Provinciale vaarwegenverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                vaartuig in openbaar</al><al>water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te
                                bevinden.</al><al>2.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                vaartuig, liggend in of aan</al><al>een openbaar water, los te maken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER</titel></kop><structuurtekst><al><vet>IN NATUURGEBIEDEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig als bedoeld</al><al>in artikel 1, onderdeel z , en een bromfiets als bedoeld in artikel
                                1, onderdeel i van het</al><al>Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan
                                wel, ter</al><al>voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen</al><al>houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of
                                een bromfiets</al><al>met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al><al>2.Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                toepassing is. Het</al><al>kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter</al></li></lijst><al>bescherming van andere milieuwaarden;</al><al>c.in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde</al><al>wedstrijden en ritten of van het publiek.</al><al>3.Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan
                                wat artikel 1 van</al><al>de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al><al>4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp</al><al>wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                geluidproductie sportmotoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden.</titel></kop><al>1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken,</al><al>plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te
                                rijden of zich te</al><al>bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                Reglement</al><al>verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in
                                artikel 1, onder i,</al><al>Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                een paard.</al><al>2.Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid
                                gestelde verbod niet</al><al>van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van
                                het gebruik van deze</al><al>terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst><al>62</al><al>3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                motorvoertuigen en</al><al>bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:</al><al>a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening
                                en van andere</al><al>krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens 1990</al><al>door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                hulpverleningsdiensten;</al><al>b.die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                exploitatie van de</al><al>terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al><al>c.die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                                voorschrift</al><al>moeten worden uitgevoerd;</al><al>d.van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                die gelegen zijn</al><al>binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al><al>e.voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                de onder d</al><al>bedoelde personen.</al><lijst><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                b, van de Wegenverkeerswet</al></li></lijst></li></lijst><al>1994;</al><al>b.binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                'Stiltegebieden' aangewezen</al><al>stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens
                                die verordening</al><al>zijn aangewezen als 'toestel'.</al><al>5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te</titel></kop><al><vet>stoken</vet></al><al>1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de</al><al>zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te
                                stoken of te hebben.</al><lijst><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden</al></li></lijst></li></lijst><al>verbrand;</al><al>c.vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                overlast of hinder</al><al>voor de omgeving oplevert.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter</al></li></lijst><al>bescherming van de flora en fauna.</al><al>5.Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door</al><al>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht
                                of de Provinciale</al><al>milieuverordening.</al><al>63</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als</al><al>bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of
                                nabestaande(n) gewenste</al><al>plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden</al></li></lijst><al>dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                plaatsvindt.</al><al>3.Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor
                                de asbus op grond</al><al>van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit
                                het eerste lid,</al><al>behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                crematoriumterreinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt</al><al>voor derden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10</nr><titel>VAREN OP DE AFGESNEDEN RIJNARM</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1.Snelle boot: een mechanisch voortbewogen vaartuig dat met een
                                maximum snelheid</al><al>van meer dan 9 km per uur kan varen.</al><al>2.Motorisch apparaat: elk mechanisch aangedreven apparaat dat een
                                hogere snelheid kan</al><al>bereiken dan 9 km per uur.</al><al>3.Boot: een vaartuig dat minder dan 9 km per uur kan varen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Vrijheid van het verkeer te water</titel></kop><al>Het is verboden om met een boot, snelle boot of motorisch apparaat
                                zich zodanig voort te</al><al>bewegen dat de vrijheid van het verkeer te water zonder noodzaak
                                wordt belemmerd of de</al><al>veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                redelijkerwijs is aan te nemen dat de</al><al>veiligheid te water in gevaar kan worden gebracht of een andere vorm
                                van recreatie op, of</al><al>aan het water zonder noodzaak wordt gehinderd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Maximumsnelheid snelle boot, motorisch apparaat</titel></kop><al>1.Het is verboden om met een snelle boot of motorisch apparaat met
                                een grotere</al><al>snelheid dan 9 km per uur zich voort te bewegen of te varen.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet tussen zonsopgang
                                en zonsondergang</al><al>voor het tracé met een lengte van 0,5 km dat met borden is
                                aangegeven.</al><al>3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                patrouillevaartuigen van de politie</al><al>te water, rijkswaterstaat of brandweer.</al><al>64</al><al>4.Voor zover ingevolge een wettelijk voorschrift een maximum
                                snelheid geldt lager dan</al><al>aangegeven in lid 1, blijft dit voorschrift voor het zich
                                voortbewegen met een boot of</al><al>motorisch apparaat van kracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Geluidhinder</titel></kop><al>Het is verboden met de motor van een boot, snelle boot of ander
                                motorisch apparaat onnodig</al><al>geluidhinder te veroorzaken of de motor van een stilliggende boot,
                                snelle boot of motorisch</al><al>apparaat onnodig lang of zonder redelijk doel in werking te
                                hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Houden van een wedstrijd of demonstratie</titel></kop><al>1.Het is verboden om een snelheidswedstrijd of een demonstratie met
                                snelle boten of</al><al>motorische apparaten te houden of daaraan deel te nemen.</al><al>2.Van het in het eerste lid gestelde verbod kan door burgemeester en
                                wethouders onder</al><al>nader te stellen voorschriften en beperkingen ontheffing worden
                                verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:43</nr><titel>Opvolgen bevelen, aanwijzingen</titel></kop><al>De bestuurder van een boot, snelle boot of motorisch apparaat is
                                verplicht om onverwijld alle</al><al>bevelen en aanwijzingen op te volgen, welke door hem door een
                                bevoegd</al><al>opsporingsambtenaar worden gegeven.</al><al>65</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>1.Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                            op grond van</al><al>artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft
                            met hechtenis</al><al>van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast</al><al>de bij besluit van de burgemeester en wethouders of de burgemeester
                            aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de</al><al>bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken
                            tot handhaving van</al><al>de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de
                            gezondheid van personen,</al><al>zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><al>1.De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Wijk bij Duurstede 2011
                            wordt</al><al>ingetrokken.</al><al>2.Deze verordening treedt in werking op 9 juni 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op</al><al>het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze
                            verordening</al><al>overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            (APV) Wijk bij</al><al>Duurstede 2011 versie 2.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 31 mei 2011.</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>