<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR127902_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie            voor de BI-zone Centrum Losser</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Losser</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe Dinkellander 22-05-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening BI-zone Centrum Losser</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=EXPERIMENTENWET BI-ZONES">Experimentenwet BI-zones, art 7, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=EXPERIMENTENWET BI-ZONES">Experimentenwet BI-zones, art. 1, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 216</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-08</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>bijlage</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08-05-2012, 11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de Verordening BI-Zone Centrum Losser 2017-2021.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-37919</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie
            voor de BI-zone Centrum Losser</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Losser; gezien het voorstel van het college van
                        burgemeester en wethouders van 11 oktober 201; gelet op artikel 1, eerste
                        lid en artikel 7, vierde lid, van de Experimentenwet BI-zones en de
                        artikelen 149 en 216, van de Gemeentewet; BESLUIT vast te stellen de
                        volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van een
                        BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Centrum Losser.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente
                            waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het binnen de met rode belijning aangegeven
                            gebied, vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                            uitmakende kaart, is het aangewezen gebied;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Experimentenwet BI-zones;</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                            gemeente Losser</al></li><li nr="d."><al>Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Losser en Stichting
                            Centrum Management Losser gesloten Uitvoeringsovereenkomst</al></li><li nr="e."><al>subsidie: subsidie in de zin van artikel 4.21 van de Algemene wet
                            bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing stichting </titel></kop><al> De Stichting Centrum Management Losser (hierna: stichting) wordt
                            aangewezen als de stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Belastingbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting </titel></kop><al> Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn
                            gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke
                            kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de
                            BI-zone.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks
                            geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken, die
                            niet in hoofdzaak tot woning dienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het
                            kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet
                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht,
                            gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het tweede lid wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                            gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in
                            gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is
                            bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel
                            in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
                            gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter
                            beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking
                            heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene
                            aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet
                            in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak
                            het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van
                            het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld,
                            tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient,
                            wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet
                            waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning
                            dient.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de
                            waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende
                            zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan
                            worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot
                            woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op voet van hoofdstuk IV van
                            de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde
                            waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze
                            verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt bij de bepaling van
                            de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten
                            van de onroerende zaak, die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in
                            hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is
                            vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende
                            goederen wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met
                            overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de
                            artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende
                            zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Waardevrijstellingen</titel></kop><al> In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit reeds niet is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van land- of bosbouw bedrijfsmatige geëxploiteerde
                            cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                            ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de
                            kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als
                            voedingsboden te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
                            teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in
                            onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken, die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                            eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                            levensbeschouwelijke aard;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende goederen, die deel uitmaken van een op de
                            voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed, dat voldoet aan de
                            voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                            Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende
                            gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                            zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid, welke zich uitsluitend of nagenoeg
                            uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                            worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                            rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken, die worden beheerd
                            door organen, instellingen of diensten van publieksrechtelijke
                            rechtspersonen;</al></li><li nr="h."><al>werken, die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                            afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten
                            van publieksrechtelijke rechtspersonen;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen, die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden
                            zonder dat beschadiging van betekenis van werktuigen wordt toegebracht
                            en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te
                            merken;</al></li><li nr="j."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                            eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of
                            in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter
                            verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties,
                            standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en
                            palen;</al></li><li nr="k."><al>Objecten in gebruik bij non-profit organisaties.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hoogte BIZ-bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De BIZ-bijdrage bedraagt bij een waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 100.000 of minder € 600,-</al></li><li nr="b."><al>meer dan € 100.000 doch minder dan € 300.000 € 840,-</al></li><li nr="c."><al>meer dan of gelijk aan € 300.000 doch minder dan € 500.000 €
                            1080,-</al></li><li nr="d."><al>meer dan of gelijk aan € 500.000 € 1320,-</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het vorige lid bedraagt de BIZ-bijdrage € 0,- voor
                            de volgende objecten:</al><lijst><li nr="a."><al>telefooncentrales, zendmasten, musea, scholen, onroerende zaken
                            bestemd voor het gebruik voor de publieke dienst van de gemeente,
                            parken, waterpartijen, stations ten behoeve van bus- of treinverkeer,
                            begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria;</al></li><li nr="b."><al>objecten in gebruik ten behoeve van gas- water-, stroom- of
                            energiedistributie, waaronder transformatiehuisjes en
                            hoogspanningsmasten, met uitzondering van benzinestations;</al></li><li nr="c."><al>ongebouwde eigendommen, die als zelfstandige onroerende zaak in de
                            Wet waardering onroerende zaken zijn afgebakend en die worden gebezigd
                            ten behoeve van de opslag of distributie van zaken of daartoe bestemd
                            zijn, dan wel bestemd zijn voor de bouw van woningen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al> De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen worden betaald uiterlijk binnen twee maanden na de op
                            het aanslagbiljet vermelde dagtekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval belastingplichtigen een machtiging tot automatische incasso
                            hebben afgegeven kunnen de aanslagen in afwijking van het bepaalde in
                            het eerste lid worden betaald in tien gelijke termijnen, waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                            de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde BIZ-bijdrage of andere heffingen meer
                            is dan € 4.000,- of minder dan € 100,-, dat de aanslagen moeten worden
                            betaald conform het bepaalde in lid 1 van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                            voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al> Het collega kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van de BIZ-bijdrage.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Subsidiebepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al> Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene
                            subsidieverordening van de gemeente Losser niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Grondslag subsidie</titel></kop><al> Het college is bevoegd subsidie te verstrekken voor activiteiten die
                            zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Subsidieaanvraag en –vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit naar aanleiding van een aanvraag om subsidie in
                            het kader van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie voor enig jaar wordt vastgesteld op ten hoogste het
                            bedrag van de voor dat jaar geïnde BIZ-bijdragen die in de in artikel 4,
                            eerste lid, bedoelde periode wordt geheven, verminderd met de gemaakte
                            perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen over
                            de betreffende periode, zoals opgenomen in de
                            uitvoeringsovereenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van betalen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt, in elk jaar waarin de BIZ-bijdrage wordt geheven,
                            jaarlijks door het college betaalbaar gesteld in maximaal drie
                            termijnen, met inachtneming van het bepaalde in het volgende leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaal van de drie jaarlijkse termijnen bedraagt ten hoogste het
                            bedrag van de BIZ-bijdragen, die in het betreffende jaar worden geïnd,
                            verminderd met de in het betreffende jaar gemaakte perceptiekosten voor
                            de heffing en invordering van de Biz-bijdragen, zoals opgenomen in de
                            Uitvoeringsovereenkomst. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het totaal van de drie termijnen wordt als volgt beschikbaar
                            gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>Vóór 28 februari van het betreffende jaar 50% van de BIZ-bijdragen
                            voor dat jaar;</al></li><li nr="b."><al>Vóór 1 mei van het betreffende jaar 75% van de BIZ-bijdragen voor
                            dat jaar, verminderd met het bedrag dat op de voet van sub 1 van dit lid
                            betaalbaar is gesteld én verminderd met de voorlopig gecalculeerde in
                            dat jaar gemaakte perceptiekosten;</al></li><li nr="c."><al>Het restant zal, na definitieve calculatie met inachtneming van het
                            bepaalde in het tweede lid, vóór 31 december van het betreffende jaar
                            betaalbaar worden gesteld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Melding van relevante wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op
                            de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële
                            situatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op
                            de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering of
                            beëindiging van activiteiten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college te
                            bepalen tijdstip, dat gelegen is op een datum nadat van voldoende steun,
                            als bedoeld in artikel 4 van de wet, is gebleken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening BI-zone Centrum
                            Losser”.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 november 2011 De
                        griffier De voorzitter</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Losser/i269659.pdf">Kaart BI-zone centrum totaal</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>