<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR127302_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Steenbergse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B1101385</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15
                        november 2011</al><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen:</al><al>de verordening op de heffing en invordering van roerende woon- en
                        bedrijfsruimtebelastingen 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte:</al></li><li nr=""><al>een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een plaats
                                gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte:</al></li><li nr=""><al>een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning dan wel
                                volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte:</al></li><li nr=""><al>een ruimte die niet kan worden aangemerkt als woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam 'belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten'
                                worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe
                                belastingen geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet krachtens
                                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                        gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                        eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                        ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                                heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of
                                deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is
                                gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
                                onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
                                beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
                                ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                                toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                                worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin
                                deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven
                                in een van de ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet%201988">Monumentenwet 1988</extref> vastgestelde registers van
                                beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit
                                leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de
                                berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met: </al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische
                                        en functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                        wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het
                                tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende
                                zaak of gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van
                                de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref> is afgegeven en dat door bouw nog niet
                                geschikt is voor gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                woonruimte die deel uitmaakt van een op de voet van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Natuurschoonwet%201928%20">Natuurschoonwet 1928</extref> aangewezen landgoed dat voldoet
                                aan de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Natuurschoonwet%201928/article=8">artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet
                                    1928</extref>, bepaald met inachtneming van een vooronderstelde
                                verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaren als
                                zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te vellen anders dan
                                volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk
                                is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel
                                uit te maken van die woonruimte.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel
                                    d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de
                                waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt
                                bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten,
                                de waarde van: </al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
                                        geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
                                        cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de
                                        ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
                                        wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                        ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                        eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                        waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                        zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                        wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn
                                        aan te merken.</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige bedrijfsruimten die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs;</al></li><li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                        behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een
                                        en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel
                                f, bedoelde ruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover
                                de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de
                                waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum
                                verkeert.</al></li><li nr="2."><al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar
                                waarvoor de waarde wordt bepaald</al></li><li nr="3."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van
                                het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald: </al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                        afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                        andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                        omstandigheid,wordt,in afwijking van het derde lid, de
                                        waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin
                                        van het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf.</al></li><li nr="Het"><al>percentage bedraagt voor: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de gebruikersbelasting 0,1101%;</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting </al><lijst><li nr="1."><al>voor woonruimten 0,1140%;</al></li><li nr="2."><al>voor bedrijfsruimten 0,1365%.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                                afgerond op gehele euro's.</al></li><li nr="3."><al>Voor belastingbedragen tot € 5,- vindt geen invordering plaats. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen belastingen op
                                roerende woon- en bedrijfsruimten of andere heffingen aangemerkt als
                                één belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Invorderingswet%201990%20/article=9">artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990</extref>
                                moeten de aanslagen worden betaald in vijf gelijke termijnen waarvan
                                de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                elk van de volgende termijnen steeds twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></li><li nr="3."><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Termijnenwet%20">Algemene Termijnenwet</extref> is niet van toepassing op de, in
                                de voorgaande leden, gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2011' van
                        16 december 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede
                        lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                        van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten 2012.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2011.</ondertekening><ondertekening>Steenbergen, 15 december 2011</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>