<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR127293_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Werkleeraanbod Wet Investeren in Jongeren (WIJ) Gemeente Landsmeer 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kompas, 01-11-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Werkleeraanbod Wet Investeren in Jongeren Gemeente Landsmeer 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011 - 106</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Werkleeraanbod Wet Investeren in Jongeren (WIJ) Gemeente Landsmeer 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>de wet:</vet> de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="b."><al><vet>algemeen geaccepteerde arbeid:</vet> alle arbeid, niet
                                    zijnde arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening,
                                    die algemeen maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen
                                    de openbare orde of goede zeden;</al></li><li nr="c."><al><vet>startkwalificatie:</vet> een diploma van een opleiding als
                                    bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e,
                                    van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger
                                    algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk
                                    onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de
                                    Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="d."><al><vet>college:</vet> het college van burgemeester en wethouders
                                    van de gemeente Landsmeer.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>BELEID EN FINANCIËN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een
                                    werkleeraanbod, algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                                    de arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling aan.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een
                                    combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                                    de arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere
                                    voorzieningen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook
                                    bestaan uit een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep
                                    of bedrijf, als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet.
                                </al></li><li nr="4."><al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden,
                                    krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een
                                    werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het
                                    werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en
                                    omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in
                                    hoeverre de wensen van de jongere bij de invulling van het
                                    werkleeraanbod kunnen worden betrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking
                                voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op de naar het
                                oordeel van het college noodzakelijk geachte en beschikbare
                                voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria die
                                gesteld zijn in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Arbeidsinschakeling</titel></kop><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod en
                            naar het oordeel van het college direct inzetbaar zijn op de
                            arbeidsmarkt in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid of ondersteuning
                            bij de arbeidsinschakeling aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening, op
                                voorstel van het college, een beleidsplan vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit beleidsplan omvat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de
                                        arbeidsinschakeling van jongeren en de wijze waarop aandacht
                                        wordt besteed aan de volgende doelgroepen:</al><lijst><li nr="I."><al>jongeren die zich richten op arbeid in zelfstandig bedrijf
                                        of beroep;</al></li><li nr="II."><al>jongeren met een arbeidshandicap; </al></li><li nr="III."><al> alleenstaande ouders; </al></li><li nr="IV."><al> allochtone jongeren; </al></li><li nr="V."><al>jongeren zonder startkwalificatie;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de beschikbare voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de beschikbare instrumenten ter
                                        ondersteuning van de arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d"><al>het beschikbare budget per voorziening;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop de voorzieningen worden ingezet voor de
                                        verschillende doelgroepen;</al></li><li nr="f."><al>de afspraken, die met derden zijn of worden gemaakt over de
                                        arbeidsinschakeling van, en het aanbieden van voorzieningen
                                        aan jongeren;</al></li><li nr="g."><al>een omschrijving van de maatregelen die worden genomen om
                                        het niet-gebruik van voorzieningen tegen te gaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft in voortgangsrapportages aan de gemeenteraad
                                verslag over de effecten van het beleid. De rapportages worden samen
                                met de voor- en najaarsnota geagendeerd voor de
                                Raadsvergaderingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4 kan het college één of meer van de voorzieningen
                            aanbieden, bedoeld in artikel 2 en de artikelen 4 tot en met 8 van de
                            Re-integratieverordening gemeente Landsmeer 2012. Het college kan aan
                            jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod, één of meer van de
                            volgende voorzieningen aanbieden: </al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of
                                    medische zorg;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="c."><al>arbeidsactivering en -toeleiding;</al></li><li nr="d."><al>sociale activering;</al></li><li nr="e."><al>stages bij bedrijven of instellingen;</al></li><li nr="f."><al>opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen;</al></li><li nr="g."><al>gesubsidieerd werk;</al></li><li nr="h."><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="i."><al>voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid;</al></li><li nr="j."><al>diagnose-instrumenten;</al></li><li nr="k."><al>ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang,
                                    schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen en taal- en
                                    beroepsgerichte scholing.</al></li><li nr="l."><al>uitstroompremie</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inzet van de voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen
                                die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat wordt
                                beoogd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van
                                duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van
                                werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen
                                van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel op andere wijze
                                vergroten van persoonlijke en maatschappelijke zelfredzaamheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, vierde lid, kan de beschikbare voorzieningen
                                voor de jongere zonder startkwalificatie in beginsel de voorziening
                                genoemd in artikel 5, onderdeel f, worden ingezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Combinatie arbeid en zorg</titel></kop><al>Onverminderd artikel 17, vierde lid, van de wet, betrekt het college bij
                            de invulling van het werkleeraanbod de beschikbaarheid van passende
                            kinderopvang, het belang van voldoende scholing en de belastbaarheid van
                            de jongere. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gehandicapten</titel></kop><al>Onverminderd artikel 17, tweede lid, van de wet, stemt het college het
                            werkleeraanbod af op de medische beperkingen van de jongere en draagt
                            zorg voor passende voorzieningen ter ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitvoering door derden</titel></kop><al>Het college kan in verband met de invulling en uitvoering van het
                            werkleeraanbod afspraken maken met derden, waaronder werkgevers en
                            re-integratiebedrijven, alsmede subsidies verstrekken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verplichtingen van de jongere</titel></kop><al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur
                            uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                            verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                            verbonden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking werkleeraanbod</titel></kop><al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                            wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de
                            jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem
                            rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit
                            te verwijten valt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SUBSIDIE EN VERGOEDINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Subsidies</titel></kop><al>Artikel 7 van de Re- integratieverordening WWB, gemeente Landsmeer 2012
                            is van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van
                            een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die
                            kosten verstrekken. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen met
                            betrekking tot de uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen
                            het bepaalde in deze verordening buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken, voor zover toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van
                            overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Evaluatiebepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt in ieder geval drie jaar na het inwerking treden
                            geëvalueerd</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding en bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012,
                                onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Werkleeraanbod Wet
                                Investeren in Jongeren Gemeente Landsmeer 2009, vastgesteld op 14
                                december 2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bekendmaking geschiedt via de gemeentepagina in het plaatselijke
                                weekblad ‘Kompas’.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verordening wordt gepubliceerd via de gemeentelijke website.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Werkleeraanbod Wet
                            Investeren in Jongeren Gemeente Landsmeer 2012</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Landsmeer op 25 oktober 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde
                            betekenis als in de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen, zoals
                            ‘werkleeraanbod’, ‘arbeidsinschakeling’ en ‘jongere’, niet opnieuw
                            gedefinieerd. Wel gedefinieerd zijn de begrippen ‘startkwalificatie’ en
                            ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, omdat deze in de WIJ niet nader zijn
                            omschreven. Het begrip ‘startkwalificatie’ is afkomstig uit de Wet
                            educatie en beroepsonderwijs en wordt wel in de WWB gedefinieerd (art.
                            6, eerste lid, onderdeel d WWB). De omschrijving van ‘algemeen
                            geaccepteerde arbeid’ is afkomstig uit de nota naar aanleiding van het
                            verslag (Kamerstukken II 2008-2009, 31 775, nr. 7, p.28). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college verwoord, zoals deze
                            voortvloeit uit de artikelen 11, eerste lid en 13, eerste lid, WIJ.
                            Hoewel deze opdracht ook uit het samenstel van deze bepalingen en
                            artikel 5, eerste lid, WIJ kan worden afgeleid, is er uit een oogpunt
                            van duidelijkheid voor gekozen de opdracht aan het college nader te
                            omschrijven. In het tweede lid is tevens verduidelijkt dat het
                            werkleeraanbod ook samengesteld kan zijn uit een combinatie van algemeen
                            geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij arbeidsinschakeling en één of
                            meerdere voorzieningen. Onder voorziening wordt verstaan een instrument
                            dat wordt ingezet om de jongere dichterbij de arbeidsmarkt te brengen.
                            Dit kan zoals gezegd allerlei vormen hebben, variërend van
                            schuldhulpverlening tot training van werknemersvaardigheden. </al><al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod ook kan bestaan
                            uit ondersteuning bij een traject gericht op werk in zelfstandig beroep
                            of bedrijf. Dit volgt reeds uit artikel 17, zesde lid, WIJ. Uit een
                            oogpunt van herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het belang
                            dat gehecht wordt aan het begeleiden van jongeren naar zelfstandig werk,
                            is deze bepaling opgenomen. Aangetekend moet daarbij worden dat het een
                            zgn. ‘kan’-bepaling is: het college bepaalt of het zinvol is de jongere
                            een aanbod te doen gericht op ondersteuning richting zelfstandig bedrijf
                            of beroep. </al><al>Het vierde lid vormt een herhaling van artikel 17, eerste lid, WIJ.
                            Wederom uit een oogpunt van herkenbaarheid en consistentie, alsmede
                            gelet op het belang van maatwerk bij het vaststellen van het
                            werkleeraanbod, is dit artikel opgenomen. Toegevoegd is de gemeentelijke
                            onderzoeksplicht en de plicht om de wensen van de jongere bij de
                            invulling te betrekken. Met het oog op motivering en kansbenutting zal
                            het college daarmee rekening dienen te houden. Daarmee is niet gezegd
                            dat de jongere recht heeft op een bepaalde specifieke voorziening en
                            deze kan opeisen. De uiteindelijke invulling van de aard en de
                            samenstelling van het aanbod is voorbehouden aan het college. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><al>Als spiegelbeeld van de opdracht van het college, zoals verwoord in
                            artikel 2, eerste lid, komen jongeren die recht hebben op een
                            werkleeraanbod in aanmerking voor ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling en voorzieningen. Dit vloeit reeds voort uit artikel
                            13, eerste lid, WIJ maar is omwille van de herkenbaarheid en
                            eenduidigheid hier nader geconcretiseerd. Wat de vorm van de
                            ondersteuning is, bepaalt het college zelf (bijv. Kamerstukken II
                            2008-2009, 31 775, nr. 3, p. 22). </al><al>Voor de duidelijkheid is verder nog bepaald dat het om jongeren moet
                            gaan die recht op een werkleeraanbod hebben. Dat is niet iedere
                            ‘jongere’ in de zin van de WIJ (zie artikel 2, eerste lid, WIJ), want
                            daaronder wordt verstaan de jongere in de leeftijd van 16 tot 27 jaar.
                            Artikel 13, eerste lid, WIJ kadert de doelgroep af. </al><al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                            aanspraak van de jongere en de criteria die gesteld zijn voor het
                            aanbieden van een werkleeraanbod. Daarbij wordt verwezen naar de
                            verordening en het beleidsplan waarin die criteria zijn uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Arbeidsinschakeling</titel></kop><al>Het staat het college vrij om bij het werkleeraanbod aan de jongere een
                            keuze te maken tussen het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid,
                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en een voorziening gericht op
                            arbeidsinschakeling. Deze zijn nevengeschikt. De kortste weg naar
                            duurzame arbeidsparticipatie is echter het doel van het in te zetten
                            werkleeraanbod. In dat verband kan de gemeenteraad als beleidslijn
                            opnemen dat jongeren die direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt in
                            beginsel algemeen geaccepteerde arbeid wordt aangeboden, of
                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling, als bijv. arbeid niet direct
                            beschikbaar is. Het blijft uiteraard een kwestie van maatwerk of daar in
                            het concrete geval ook toe besloten wordt. De woorden ‘in beginsel’
                            moeten in die context worden gelezen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><al>In de verordening zijn belangrijke uitgangspunten van het gemeentelijk
                            beleid en criteria vastgelegd. Het betreft dan onderwerpen als de
                            bevoegdheidsverdeling tussen raad en college, de aanspraak op
                            voorzieningen, de rechten en plichten van de jongere, het toekennen van
                            loonkostensubsidies e.d. Aanvullende en andere van belang zijnde
                            criteria wordt opgenomen in het beleidsplan WWB. Het vigerende
                            Beleidsplan WWB wordt met de jongere doelgroep van de WIJ uitgebreid.
                            Het college geeft in voortgangsrapportages aan de gemeenteraad verslag
                            over de effecten en doelmatigheid van het beleid. De rapportages worden
                            samen met de voor- en najaarsnota geagendeerd voor de
                            Raadsvergaderingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>Naast het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid en ondersteuning
                            bij de arbeidsinschakeling kan het college voorzieningen aanbieden. Die
                            voorzieningen zijn primair bedoeld voor jongeren die niet direct
                            inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt, maar kan in een krimpende
                            arbeidsmarkt ook worden aangeboden aan jongeren zonder direct
                            aanwijsbare belemmeringen. </al><al>In dit artikel zijn de voorzieningen opgesomd die het college ter
                            beschikking staan. Het is denkbaar dat het college nog andere
                            voorzieningen ontwikkelt die (nog) niet in de verordening zijn
                            opgenomen. Deze verordening staat daaraan niet in de weg. Uiteraard is
                            het ook denkbaar dat de beschikbare voorzieningen in de verordening nog
                            nader worden geduid, in die zin, dat tevens aangegeven wordt wat de
                            concrete inhoud is van de betreffende voorzieningen, wie de feitelijke
                            aanbieders zijn (opleidingsinstituten, re-integratiebedrijven e.d.) en
                            het aantal trajecten dat beschikbaar is. Daarbij kan ook per voorziening
                            worden aangegeven welk budget daarvoor beschikbaar wordt gesteld en of
                            er een budgetplafond van toepassing is. Het college kan niet gedwongen
                            worden om in een concreet geval een specifieke voorziening aan te
                            bieden. Het staat het college in beginsel vrij om het werkleeraanbod
                            zelf invulling te geven en daarbij ook te betrekken de mate waarin
                            voorzieningen noodzakelijk geacht worden en feitelijk beschikbaar zijn. </al><al>Aandachtspunt is wel dat een nadere concretisering (welke voorzieningen
                            door welke aanbieders) uitgelegd zou kunnen worden als een vorm van
                            staatssteun. </al><al>Omdat het instrumentarium dat gemeenten bij het uitvoeren van de
                            re-integratietaak in het kader van de WWB ter beschikking staat, in
                            beginsel ook ingezet kan worden voor de uitvoering van de WIJ is ook
                            denkbaar dat verwezen wordt naar de betreffende instrumenten, mits deze
                            uit de Re-integratieverordening kunnen worden afgeleid. Bedacht moet wel
                            worden dat verwijzing meestal afbreuk doet aan de toegankelijkheid en
                            herkenbaarheid van een regeling. Aandachtspunt is verder nog dat niet
                            alle re-integratievoorzieningen mogelijk zijn (zie algemene
                            toelichting). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inzet van de voorzieningen</titel></kop><al>In het eerste lid is het maatwerk-principe gerelateerd aan de inzet van
                            voorzieningen. De voorzieningen die worden ingezet moeten een adequaat
                            en toereikend middel zijn om het doel te bereiken. In het tweede lid is
                            het doel van de inzet van voorzieningen verwoord. Afhankelijk van de
                            aard van de voorziening zal sprake zijn van één van de aangegeven
                            (tussen)doelen, met als eindbestemming de duurzame arbeidsparticipatie. </al><al>Als het lokale beleid een uitgewerkte doelgroepenbenadering bevat, dan
                            kan ter nadere concretisering bepaald worden welke voorzieningen voor
                            welke groepen in het bijzonder worden bestemd. Dat is vormgegeven in het
                            derde lid. Het hangt uiteraard van het lokale beleid af hoe de exacte
                            lijst luidt. Het blijft overigens een ‘kan’-bepaling, omdat het
                            maatwerkprincipe voorop staat. In het concrete geval is het daarom
                            denkbaar dat in afwijking van deze doelgroepenbenadering het
                            werkleeraanbod wordt ingevuld met een voorziening die primair bestemd is
                            voor jongeren uit een andere doelgroep. Om die reden wordt tevens
                            bepaald dat artikel 2, vierde lid onverminderd van toepassing is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Combinatie arbeid en zorg</titel></kop><al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is speciale aandacht
                            besteed aan alleenstaande ouders, vanwege hun zorgtaken en mogelijk
                            verminderde belastbaarheid. Daarom geldt voor alleenstaande ouders met
                            een ten laste komend kind jonger dan vijf jaar, dat het werkleeraanbod
                            desgevraagd wordt ingevuld door middel van scholing of opleiding die de
                            toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij een dergelijke scholing de
                            krachten of bekwaamheden van de jongere te boven gaat (artikel 17,
                            vierde lid, WIJ). Daaraan wordt in artikel 7 van deze verordening
                            toegevoegd dat het college bij de invulling van het werkleeraanbod de
                            situatie van de alleenstaande ouder betrekt, ongeacht de leeftijd van
                            het kind. Evt. kosten voor kinderopvang die niet toereikend door
                            voorliggende voorzieningen worden gecompenseerd, kunnen op grond van
                            artikel 10 (of 14) worden vergoed en ten laste van het
                            participatiebudget worden gebracht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gehandicapten</titel></kop><al>De gehandicapte jongeren nemen eveneens een bijzondere positie in binnen
                            de WIJ. Voor deze groep jongeren met een medische beperking is het van
                            belang dat het aanbod aansluit bij hun mogelijkheden. Het uitgangspunt
                            van maatwerk bij het werkleerrecht zal vooral voor deze groep een
                            cruciale rol spelen. Aan de hand van de individuele situatie zal het
                            college beoordelen welk aanbod past bij de jongere met inachtneming van
                            zijn/haar mogelijkheden en beperkingen. Voor de groep jongeren die
                            weinig perspectief heeft op arbeidsinschakeling behoort sociale
                            activering tot mogelijkheden. Is arbeidsinschakeling in het geheel (nog)
                            niet aan de orde, dan brengt artikel 17, tweede lid, WIJ met zich mee
                            dat (tijdelijk) geen werkleeraanbod wordt gedaan. Er bestaat gedurende
                            die periode wel aanspraak op inkomensvoorziening. Zodra de belemmeringen
                            zijn opgeheven, dient een gericht werkleeraanbod te worden gedaan. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitvoering door derden</titel></kop><al>In artikel 11, vierde lid van de WIJ is bepaald dat het college de
                            uitvoering van de WIJ, behoudens het vaststellen van de rechten en
                            plichten en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn
                            omstandigheden, door derden kan laten verrichten. De genoemde
                            vaststelling kan wel worden gemandateerd aan bestuursorganen. Er zijn in
                            de WIJ geen wettelijke belemmeringen opgeworpen om de feitelijke
                            werkzaamheden m.b.t. de uitvoering van het werkleeraanbod of de
                            inrichting van het werkleeraanbod in handen te stellen van derden, zoals
                            opleidingsinstituten en re-integratiebedrijven. Binnen de beleidskaders
                            die de gemeenteraad vaststelt kan het college nadere afspraken maken met
                            deze derden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verplichtingen van de jongere</titel></kop><al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden zijn aan het
                            recht op een werkleeraanbod (zie de artikelen 44 en 45 WIJ). Daaraan is
                            toegevoegd dat de jongere de verplichtingen dient na te komen die
                            voortvloeien uit de verordening of die in concreto aan een voorziening
                            zijn verbonden. Dit kunnen verplichtingen van uiteenlopende aard zijn,
                            die een concretisering vormen van de in de WIJ opgenomen verplichtingen.
                            Zo kan bepaald worden dat een jongere gedurende het traject op gezette
                            tijden met de consulent de voortgang bespreekt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking werkleeraanbod</titel></kop><al>Dit artikel vormt een herhaling van artikel 21 WIJ. De meerwaarde van
                            opname van deze bepaling in de verordening werkleeraanbod is gelegen in
                            de overweging dat intrekking van het werkleeraanbod complementair is aan
                            het voeren van beleid m.b.t. de invulling het werkleeraanbod. Daar waar
                            het recht op werkleeraanbod wordt toegekend en ingevuld, kan dit ook
                            worden ingetrokken, onder de voorwaarden, genoemd in artikel 21 WIJ. Met
                            betrekking tot intrekking van het werkleeraanbod in verband met
                            schending van de verplichtingen verbonden aan het werkleeraanbod, wordt
                            het aan het college overgelaten om te bepalen onder welke voorwaarden
                            daartoe kan worden besloten. Het is niet aan de gemeenteraad om daarover
                            voorschriften te geven, niettemin dient het intrekken van het
                            werkleeraanbod met terughoudendheid plaats te vinden, zoals reeds in de
                            Algemene toelichting is opgemerkt. Intrekking is in wezen slechts aan de
                            orde als er een situatie is ontstaan dat niet langer kan worden gevergd
                            dat het werkleeraanbod wordt voortgezet en een andere invulling (via
                            gedeeltelijke herziening) evenmin soelaas biedt. Gedacht kan worden aan
                            herhaalde misdragingen jegens andere jongeren of begeleiders op de
                            werk/leerplek of veelvuldig verzuim. Daarbij kunnen bijv. ook een rol
                            spelen de positie van gemotiveerde jongeren die wachten op een
                            werk/leerplek, de staat van de arbeidsmarkt en de kosten van de
                            voorziening. Het verdient aanbeveling als het college bij de invulling
                            van het gemeentelijk beleid met deze kaders rekening houdt en slechts
                            tot intrekking besluit nadat de individuele situatie zorgvuldig
                            afgewogen is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Budgetplafonds</titel></kop><al>De gemeente kan een verdeling maken van de beschikbare middelen over de
                            verschillende voorzieningen. Dit kan in het beleidsplan of de begroting
                            gebeuren. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter nooit een
                            reden zijn om geen werkleeraanbod te doen. De verplichting daartoe is
                            immers vastgelegd in artikel 13, eerste lid WIJ. Wel kan de invulling
                            van het werkleeraanbod beïnvloed worden door budgettaire beperkingen.
                            Zijn er vanwege die beperkingen voor bepaalde voorzieningen geen
                            middelen meer dan dient te worden nagegaan welke andere instrumenten
                            beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen algemeen plafond
                            ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorziening een plafond
                            wordt ingebouwd. Dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander
                            instrument wordt uitgeweken om tot duurzame arbeidsparticipatie te
                            komen. </al><al>Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om
                            plafonds in te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van
                            de plafonds wordt verwezen naar de bedragen die in het beleidsplan of in
                            de begroting voor de verschillende voorzieningen worden gereserveerd.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Subsidies</titel></kop><al>Omdat in de Re-integratieverordening WWB veelal ook reeds bepalingen
                            zijn gesteld over het toekennen van subsidies aan werkgevers, kan worden
                            overwogen naar die bepalingen te verwijzen. Bedacht moet wel worden dat
                            verwijzing meestal afbreuk doet aan de toegankelijkheid en
                            herkenbaarheid van de regeling. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Kosten die voor de jongere verbonden zijn aan het uitvoeren van het
                            werkleeraanbod kunnen worden vergoed op grond van dit artikel. Gedacht
                            kan bijvoorbeeld worden aan kosten van kinderopvang, voor zover de
                            voorliggende voorziening (Wet Kinderopvang) daarin onvoldoende voorziet.
                            Ook noodzakelijke reiskosten en andere kosten, bijvoorbeeld voor
                            verplichte kleding of schoeisel, kunnen voor vergoeding in aanmerking
                            komen, mits de kosten aantoonbaar en noodzakelijk zijn en er geen andere
                            voorzieningen zijn. De kosten kunnen ten laste worden gebracht van het
                            participatiebudget. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>tot en met 21</titel></kop><al>Deze artikelen spreken voor zich</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>