<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR127283_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Udens Weekblad 28-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>APV Uden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging hoofdstuk 8, art. toezicht horeca</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/4396</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>nvt</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Uden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen de voorstellen van het College van burgemeester en wethouders
                        van 8 november 2011;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats : een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg;</al></li><li nr="b."><al>weg : weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water : wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom : de bebouwde kom of kommen zoals vastgesteld door
                                    de Raad van de gemeente Uden op grond van artikel 20a, eerste
                                    lid, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende : degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk : bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>gebouw : gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame : iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>vee : alle dieren die door de mens worden gehouden, vetgemest of
                                    gefokt en die worden gebruikt voor de productie van voedsel (met
                                    inbegrip van vlees, melk en eieren), wol, bont, veren, huiden of
                                    enig ander product van dierlijke oorsprong;</al></li><li nr="j."><al>melding : melding die in ieder geval naam, adres en
                                    contactgegevens van de melder bevat, en een beschrijving van de
                                    aard en omvang van de activiteit of het voorwerp met het oog
                                    waarop de melding wordt gedaan;</al></li><li nr="k."><al>college : College van burgemeester en wethouders, of indien de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is, is
                                    bedoeld het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van die wet.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                                ontheffing binnen acht wekenna de datum van ontvangst van de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is,
                                geldt in afwijking van het tweede lid, artikel 3.9 van die wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Lex silencio positivo</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing op de artikelen 2.25, 2.28, 2.39, 3.4, en 4.18 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde paragraaf is wel van toepassing op de
                                in deze verordening geregelde onderwerpen waar deze verordening of
                                een ander wettelijk voorschrift dat bepaalt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van wanordelijkheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Samenscholing en wanordelijkheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, zich onnodig op te dringen of door uitdagend
                                    gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of
                                    bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag en daarmee gelijkgestelde dag in de
                                    zin van de Algemene termijnenwet, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de openbare plaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie
                                    van openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                        publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan een
                                                openbare plaats, gevaar oplevert voor de
                                                bruikbaarheid van een openbare plaats of voor het
                                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                                belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                                onderhoud van een openbare plaats;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing
                                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen
                                                gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                                zaken en niet voor commerciële doeleinden worden
                                                gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven
                                                het voor voetgangers bestemde gedeelte van een
                                                openbare plaats en voor zover:</al><lijst><li nr="-"><al>elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt;</al></li><li nr="-"><al>elk onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het
                                                  voor het rijverkeer bestemde gedeelte van een
                                                  openbare plaats bevindt;</al></li><li nr="-"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande
                                                  gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                                kortstondig op een openbare plaats gebracht worden
                                                in verband met laden of lossen ervan. Degene die de
                                                werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er
                                                zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen
                                                daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de
                                                voorwerpen of stoffen van een openbare plaats
                                                verwijderd zijn en een openbare plaats hiervan
                                                gereinigd is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen.</al></li></lijst></li></lijst><al> 4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor voorwerpen of
                                stoffen waarop of waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard,
                                tenzij deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                bevestiging schade toebrengen aan een openbare plaats, gevaar
                                opleveren voor de bruikbaarheid van een openbare plaats of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen
                                voor het doelmatig beheer en onderhoud van een openbare plaats.</al><lijst><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                        Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                                        Wegenverkeerswet 1994, de Wegenverordening Noord-Brabant, de
                                        Telecommunicatiewet of de Telecommunicatieverordening van de
                                        gemeente Uden, of voor zover er sprake is van een evenement
                                        als bedoeld in artikel 2.24 of terras als bedoeld in artikel
                                        2.28, vijfde lid, of een standplaats als bedoeld in artikel
                                        5.18, waarvoor vergunning is verleend.</al></li><li nr="6."><al>Indien het college niet binnen de in artikel 1.2 genoemde
                                        termijn op de aanvraag heeft beslist wordt de vergunning
                                        geacht te zijn verleend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun
                                    publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening
                                    Noord-Brabant, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                    Telecommunicatieverordening van de gemeente Uden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                    maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande
                                    uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het behoud van openbare parkeerplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994
                                    of de Wegenverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een ieder verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich met een winkelwagentje op de weg te bevinden
                                                buiten de onmiddellijke omgeving van het daarop
                                                aangegeven winkelbedrijf of winkelcomplex, waartoe
                                                behoort het gedeelte van de weg dat grenst aan die
                                                winkel of dat winkelcomplex, alsmede een aan dat
                                                weggedeelte aansluitende parkeerplaats;</al></li><li nr="b."><al>een winkelwagentje na gebruik achter te laten op de
                                                weg op een andere dan een daarvoor bestemde en
                                                daartoe ingerichte plaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende op een bedrijf dat winkelwagentjes ter
                                        beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                        winkelwaren over de weg, is verplicht deze wagentjes te
                                        voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                        herkenningsteken en een goed werkend muntmechanisme, en de
                                        in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een
                                        openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te
                                        verwijderen of te doen verwijderen.</al></li></lijst><al> 4. Het in het eerste tot en met het derde lid bepaalde geldt niet
                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan, bluswaterwinplaats of een andere
                                afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m
                                    uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte
                                    delen van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                    verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                    verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in
                                    het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen
                                    aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verplichting geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                    elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                    toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor objecten die deel uitmaken van de
                                    hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of het
                                    Provinciaal Waterreglement Noord-Brabant.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bioscoopvoorstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>markten als bedoeld in de Marktverordening gemeente Uden en
                                    artikel 5.22 van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                    openbare manifestaties;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.9 en 2.39 van deze
                                    verordening;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>sportwedstrijden, niet zijnde free-, cage-, en ultimate fight
                                    evenementen of daarmee vergelijkbare evenementen, en
                                    theatervoorstellingen die plaatsvinden op of in daartoe bestemde
                                    terreinen of gebouwen;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>algemene kermissen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de
                                    Kermisverordening gemeente Uden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.3
                                    van deze verordening, op de weg;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een klein evenement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een feest met kleinschalige
                                    activiteiten om vermaak en ontspanning te bieden op één
                                    dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                        indien:</al></li><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen in
                                        de openlucht of 50 personen binnen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 08.00 uur en 01.00 uur
                                        plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08.00 uur dan wel
                                        na 23.00 uur, of na 24.00 uur op een avond voorafgaand aan
                                        een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag en daarmee
                                        gelijkgestelde dag in de zin van de Algemene
                                        termijnenwet;</al></li><li nr="d."><al>het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de
                                        hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>de organisator binnen vijf werkdagen voorafgaand aan het
                                        evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                        burgemeester.</al></li></lijst><al> 3. De burgemeester kan binnen drie dagen na ontvangst van de
                                melding voorschriften en beperkingen stellen of besluiten het
                                organiseren van een klein evenement te verbieden, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                        volksgezondheid of het milieu in gevaar komt;</al></li><li nr="b."><al>onvoldoende informatie is verstrekt om te kunnen beoordelen
                                        of de situatie zich voordoet onder sub a.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd
                                        op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148, van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement, alsook de activiteiten genoemd in
                                artikel 2.24, eerste lid, onder a tot en met h, de orde te
                                verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid
                                        of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in onder meer
                                        verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                        snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder
                                        horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf
                                        behorend terras en andere aanhorigheden; </al></li><li nr="2."><al>Terras: een buiten de lokaliteit van de inrichting liggend
                                        deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan
                                        worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt. </al><al> Het terras maakt onderdeel uit van de inrichting.</al></li><li nr="3."><al>Droge horeca: horecabedrijven die zich uitsluitend of in
                                        hoofdzaak richten op het verstrekken van spijzen en/of
                                        maaltijden en die geen alcoholische dranken
                                        verstrekken.</al></li><li nr="4."><al>Natte horeca, bestaande uit harde of zachte horeca;</al><lijst><li nr="a."><al>Harde horeca: horecabedrijven die zich uitsluitend
                                                of in hoofdzaak richten op het ver strekken van al
                                                dan niet alcoholische dranken voor gebruik ter
                                                plaatse en het ten gehore brengen van levende en/of
                                                mechanische muziek, met uitzondering van
                                                nachtinrichtingen;</al></li><li nr="b."><al>Zachte horeca: horecabedrijven die zich uitsluitend
                                                richten op het verstrekken van spijzen en/of
                                                maaltijden en/of het verstrekken van logies.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Nachtinrichting: een als zodanig door de burgemeester
                                        aangewezen horecabedrijf, gelegen in het
                                        horecaconcentratiegebied, als bedoeld in artikel 2.27a.
                                    </al></li><li nr="6."><al>Horecaconcentratiegebied: het gebied waarin gelegen de
                                        horecabedrijven waarvoor de sluitingstijden worden bepaald
                                        op basis van artikel 2.29 APV, te weten; Markt, St.
                                        Janstraat en Birgittinessenstraat t/m nr. 1c.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27a</nr><titel>Nachtinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan op verzoek van de exploitant of degene die
                                    voornemens is als zodanig op te treden het door hem
                                    geëxploiteerde dan wel te exploiteren horecabedrijf tot de
                                    uitoefening waarvan behoort het bedrijfsmatig verstrekken van
                                    alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, toestemming
                                    verlenen deze als nachtinrichting te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toestemming het horecabedrijf als nachtinrichting te
                                    exploiteren wordt geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien vaststaat of met reden te vrezen is dat de
                                            inrichting overlast zal veroorzaken of het woon- of
                                            leefklimaat zal aantasten, dan wel;</al></li><li nr="b."><al>Indien aanwijzing als nachtinrichting anderszins in
                                            strijd is met de openbare orde of volksgezondheid dan
                                            wel enig ander tot de huishouding van de gemeente
                                            behorend belang, dan wel;</al></li><li nr="c."><al> Indien met de toestemming het aantal nachtinrichtingen
                                            het maximale aantal van 5 nachtinrichtingen zal
                                            overschrijden, welke limitering per 1 januari 2013 komt
                                            te vervallen.</al><lijst><li nr="3."><al>De toestemming het horecabedrijf als
                                                  nachtinrichting te exploiteren vervalt, indien de
                                                  exploitatie van die inrichting als nachtinrichting
                                                  wordt gestaakt.</al></li><li nr="4."><al>De toestemming het horecabedrijf als
                                                  nachtinrichting te exploiteren vervalt tevens
                                                  indien de nachtinrichting niet langer door de
                                                  exploitant op wiens verzoek de toestemming is
                                                  verleend, wordt geëxploiteerd.</al></li><li nr="5."><al>Na 03.00 uur mogen geen bezoekers meer tot de
                                                  nachtinrichting toegelaten worden. De toegang tot
                                                  de nachtinrichting moet daartoe vanaf dat tijdstip
                                                  voor inkomende bezoekers gesloten zijn. </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28.</nr><titel>Nadere voorwaarden bij sluiting nat horecabedrijf na 02.15
                                    uur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op dagen waarop een nat horecabedrijf op grond van de artikelen
                                    2.29, 2.30a en 2.30b na 02.15 uur geopend mag zijn, dient de
                                    houder van het horecabedrijf zorg te dragen voor de aanwezigheid
                                    van een toezichthouder, vanaf 23.00 uur tot tenminste een half
                                    uur na het sluitingstijdstip, dan wel zoveel langer indien
                                    bijzondere omstandigheden daarom vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dagen waarop een nat horecabedrijf, op grond van de artikelen
                                    2.29, 2.30a en 2.30b na 02.15 uur geopend mag zijn, mogen na
                                    03.00 uur geen bezoekers meer tot het horecabedrijf toegelaten
                                    worden. De toegang tot het horecabedrijf moet daartoe vanaf dat
                                    tijdstip voor inkomende bezoekers gesloten zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthouder is een natuurlijke persoon die in
                                    overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de
                                    particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus met
                                    betrekking tot het horecabedrijf belast is met het uitoefenen
                                    van beveiligingswerkzaamheden zoals bedoeld in artikel 1, eerste
                                    lid onder c van de Wet op de particuliere
                                    beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder heeft de taak de overlast voor de directe
                                    omgeving door inkomende en uitgaande bezoekers van de inrichting
                                    te voorkomen en zo nodig, binnen het raam van de door het recht
                                    geboden mogelijkheden, ter zake regulerend op te treden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.29</nr><titel>Sluitingstijd voor horeca binnen het
                                    horecaconcentratiegebied</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.29</nr><titel>Sluitingstijd voor horeca binnen het
                                    horecaconcentratiegebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een nat horecabedrijf mag voor bezoekers geopend zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>Van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                            woensdag en woensdag op donderdag tussen 08.00 uur en
                                            01.00 uur. </al></li><li nr="b."><al>Van donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag en
                                            zaterdag op zondag tussen 08.00 uur en 03.00 uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>Nachtinrichtingen.</al></li><li nr="b."><al>Horecabedrijven die zich uitsluitend richten op het
                                            verschaffen van nachtverblijf.</al></li><li nr="c."><al>Horecabedrijven die zich uitsluitend richten op het
                                            verstrekken van ontbijt na nachtverblijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een droog horecabedrijf, mag voor bezoekers geopend zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                            woensdag en van woensdag op donderdag tussen 08.00 uur
                                            en 02.00 uur. </al></li><li nr="b."><al>Van donderdag op vrijdag, van vrijdag op zaterdag en
                                            zaterdag op zondag tussen 08.00 uur en 03.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een nachtinrichting mag voor bezoekers geopend zijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Van maandag op dinsdag, dinsdag op woensdag en van woensdag op
                                    donderdag tussen 08.00 uur en 01.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Van donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag, zaterdag op
                                    zondag en van zondag op maandag tussen 08.00 uur en 04.30
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het eventueel bij het horecabedrijf, niet zijnde een
                                    nachtinrichting, behorende terras dient, indien sprake is van
                                    een sluitingstijdstip op grond van het eerste lid, sub b. en
                                    derde lid, sub b. van dit artikel of artikel 2.30a, uiterlijk om
                                    02.30 uur actief van bezoekers en servies te worden
                                    ontruimd.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het eventueel bij een nachtinrichting behorend terras dient,
                                    indien sprake is van een sluitingstijdstip op grond van het
                                    vierde lid, sub b. van dit artikel of artikel 2.30a, uiterlijk
                                    om 22.00 uur van het terrasmeubilair te zijn ontruimd. </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Op het bij het horecabedrijf behorende terras mag geen muziek
                                    ten gehore gebracht worden. De burgemeester kan hiervoor
                                    incidenteel ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.29a</nr><titel>Sluitingstijd voor horeca buiten het
                                    horecaconcentratiegebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een nat horecabedrijf mag voor bezoekers geopend zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>Van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                            woensdag en woensdag op donderdag tussen 08.00 uur en
                                            01.00 uur. </al></li><li nr="b."><al>Van donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag en
                                            zaterdag op zondag tussen 08.00 uur en 02.15 uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing ten
                                    aanzien van: </al><lijst><li nr="a."><al>Horecabedrijven die zich uitsluitend richten op het
                                            verschaffen van nachtverblijf</al></li><li nr="b."><al>Horecabedrijven die zich uitsluitend richten op het
                                            verstrekken van ontbijt na nachtverblijf. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een droog horecabedrijf, mag voor bezoekers geopend zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                            woensdag en woensdag op donderdag tussen 08.00 uur en
                                            02.00 uur.</al></li><li nr="b."><al>Van donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag, zaterdag
                                            op zondag tussen 08.00 uur en 03.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eventueel bij het horecabedrijf behorende terras dient,
                                    indien sprake is van een sluitingstijdstip op grond van het
                                    eerste lid, sub a. en derde lid, sub a. van dit artikel,
                                    uiterlijk om 01.00 uur te zijn ontruimd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eventueel bij het horecabedrijf behorende terras dient,
                                    indien sprake is van een sluitingstijdstip op grond van het
                                    eerste lid, sub b. en derde lid, sub b. van dit artikel of
                                    artikel 2.30a, uiterlijk om 02.00 uur te zijn ontruimd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op het bij het horecabedrijf behorende terras mag geen muziek
                                    ten gehore gebracht worden. De burgemeester kan hiervoor
                                    incidenteel ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.29 en artikel 2.29a
                                    geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30a</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op de volgende dagen geldt voor alle natte en droge
                                        horecabedrijven, met uitzondering van de nachtinrichtingen,
                                        een sluitingstijd van 03.00 uur, tenzij op grond van artikel
                                        2.29 een later tijdstip geldt:</al></li><li nr=""><al>a.Van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tijdens
                                        Carnaval;</al></li></lijst><al>b.Van Eerste op Tweede Paasdag;</al><al>c.Koninginnenacht (de nacht voorafgaande aan de dag waarop
                                Koninginnedag wordt gevierd);</al><al>d.Van de dag vóór Hemelvaartsdag op Hemelvaartsdag;</al><al>e.Van Hemelvaartsdag op de volgende dag;</al><al>f.Van Eerste op Tweede Pinksterdag;</al><al>g.Tijdens alle dagen van de jaarlijkse kermis van Volkel (voor
                                horecabedrijven in Volkel), Uden (voor horecabedrijven in het
                                horecaconcentratiegebied) en Odiliapeel (voor horecabedrijven in
                                Odiliapeel), met uitzondering van de laatste kermisavond;</al><al>h.Van Eerste op Tweede kerstdag.</al><al>2.Voor nachtinrichtingen geldt op de dagen genoemd onder het vorige
                                lid een sluitingstijdstip van 04.30 uur.</al><al>3.Tijdens de viering van Oud en Nieuw van 31 december op 1 januari
                                wordt de uiterlijke sluitingstijd van alle horecabedrijven
                                vastgesteld op 06.00 uur. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30b</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan, na melding bij deze gemeente, incidenteel
                                    ontheffing verlenen voor het geopend hebben van een
                                    horecabedrijf van zondag op maandag, met uitzondering van de
                                    nachtinrichtingen, en van maandag op dinsdag, dinsdag op
                                    woensdag of woensdag op donderdag tot maximaal 2 uur na
                                    sluitingstijd zoals vastgesteld in artikel 2.29 en 2.29a.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan, na melding bij deze gemeente, incidenteel
                                    ontheffing verlenen voor het geopend hebben van een
                                    horecabedrijf, met uitzondering van de nachtinrichtingen, van
                                    donderdag op vrijdag, vrijdag op zaterdag of zaterdag op zondag
                                    tot maximaal 1 uur na sluitingstijd zoals vastgesteld in artikel
                                    2.29 en 2.29a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan worden
                                    geweigerd en/ of ingetrokken in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in het geval van
                                    bijzondere omstandigheden.</al><al><vet>Artikel 2.30c Exploitatievergunning
                                    horecabedrijf</vet></al><al>1.Voor de vestiging en exploitatie van een horecabedrijf dient
                                    de burgemeester vergunning te verlenen.</al><al>2.De burgemeester weigert deze vergunning indien de vestiging
                                    en/of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al><al>3.De burgemeester weigert de vestiging en exploitatie van een
                                    horecabedrijf indien door de bestuurder(s), exploitant(en) en/of
                                    leidinggevende(n) geen “Verklaring omtrent gedrag” kan worden
                                    overlegd.</al><al>4.De burgemeester kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1.8,
                                    de vestiging of exploitatie geheel of gedeeltelijk weigeren,
                                    indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare
                                    orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. </al><al>5.Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde
                                    weigeringgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of
                                    zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning,
                                    waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                    komen te staan door de exploitatie.</al><al>6.Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
                                    activiteiten van de horeca een nevenactiviteit vormen van de
                                    winkelactiviteit. </al><al>7.Voor het horecabedrijf als bedoeld in het zesde lid gelden
                                    dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.</al><al>8.Voorts geldt het eerste lid niet voor een horecabedrijf die
                                    zich bevindt in zorginstellingen, in musea, clubhuizen,
                                    stationsrestauraties, ziekenhuizen, scholen en
                                    bedrijfskantines.</al><al>9.In afwijking van het bepaalde in artikel 2.10 beslist de
                                    burgemeester in geval van een aanvraag die betrekking heeft op
                                    het exploiteren van één of meer bij het horecabedrijf behorende
                                    terrassen voor zover deze zich op een openbare plaats bevinden
                                    over de ingebruikneming hiervan ten behoeve van het terras. </al><al>10.Onverminderd het gestelde in het vierde en vijfde lid kan de
                                    burgemeester de in het negende lid bedoelde ingebruikneming van
                                    die openbare plaats ten behoeve van een of meer bij een
                                    horecabedrijf horende terrassen weigeren: </al><al>a.indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan een openbare
                                    plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van een
                                    openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; </al><al>b.indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van een openbare plaats. </al><al>11.Het bepaalde in het negende en tiende en lid geldt niet voor
                                    zover de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement van toepassing is. </al><al>12.Indien op grond van de artikelen 2.29, 2.29a, 2.30a en 2.30b
                                    een sluitingstijdstip geldt van na 01.00 uur moeten in een
                                    horecabedrijf uiterlijk een kwartier voor het vastgestelde
                                    sluitingstijdstip de lichten op volle sterkte worden aangedaan
                                    en de muziek worden uitgezet.</al><al>13.Indien op grond van artikel 2.29, vierde lid, sub b voor
                                    nachtinrichtingen een sluitingstijdstip geldt van 04.30 uur
                                    moeten in de nachtinrichting uiterlijk een kwartier voor het
                                    vastgestelde sluitingstijdstip de lichten op volle sterkte
                                    worden aangedaan en de muziek worden uitgezet.</al><al>14.Op alle binnen de gemeente gevestigde (droge - en natte)
                                    horecabedrijven is het Horeca Sanctie Beleid gemeente Uden van
                                    toepassing.</al><al><vet>Artikel 2.31 Aanwezigheid in gesloten
                                    horecabedrijf</vet></al><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                    gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2.29 en
                                    artikel 2.29a of ingevolge een op grond van artikel 2.30, eerste
                                    lid, genomen besluit en ingevolge de ontheffing op grond van
                                    artikel 2.30, tweede lid, gesloten dient te zijn.</al><al><vet>Artikel 2.31a Aanvragen/meldingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag ter verkrijging van een aanwijzing van een
                                            nachtinrichting zoals bedoeld in artikel 2.27a, eerste
                                            lid, dienen acht weken voor het tijdstip waarop de
                                            aanvrager de aanwijzing nodig heeft, te worden
                                            ingediend. Aanvragen welke worden ingediend binnen acht
                                            weken voor het tijdstip waarop de aanwijzing nodig is,
                                            worden buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="2."><al>Een melding ter verkrijging van en ontheffing als
                                            bedoeld in artikel 2.30b, eerste lid en tweede lid,
                                            ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop
                                            de aanvrager de ontheffing nodig heeft, wordt buiten
                                            behandeling gelaten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.32 Handel in horecabedrijven</vet></al><al>1.In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                    als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur
                                    op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al><al>2.De exploitant van een horecabedrijf staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al><al><vet>Artikel 2.33 Ordeverstoring</vet></al><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al><al><vet>Artikel 2.34 Het college als bevoegd
                                    bestuursorgaan</vet></al><al>Indien een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw
                                    of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                    Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel
                                    2.28 tot en met 2:31 op als bevoegd bestuursorgaan. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                    verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer
                                    van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                    handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de
                                    kansspelen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                    een geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van
                                    de Wet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c,
                                    van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder d, van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder e, van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof, een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water te
                                    vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                                    kalk, teer, kleur- of verfstof, of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2.42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.44a</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich
                                    te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het
                                    plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien het in het eerste lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in het eerste lid
                                    bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.44b</nr><titel>Vermommingen e.d.</titel></kop><al>Ieder die zich gemaskerd, vermomd of op andere wijze onherkenbaar
                                gemaakt op of aan een openbare plaats of op een andere voor publiek
                                al dan niet met enige beperking toegankelijke plaats bevindt, is op
                                eerste vordering van een politieambtenaar verplicht zich
                                onmiddellijk van zijn masker te ontdoen of zich op andere wijze
                                duidelijk herkenbaar te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een openbare plaats, tenzij dit door de omstandigheden
                                    redelijkerwijs wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening
                                    Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden :</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                    beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                    toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                    verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                    weggebruikers of bewoners van nabij een openbare plaats gelegen
                                    woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die
                                    hond aangelijnd is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband
                                    of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                    duidelijk doet kennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een gedeelte van een openbare plaats dat bestemd is of mede
                                    bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of
                                    de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                                    hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag
                                    van die hond noodzakelijk vindt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat
                                    het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat
                                    het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                    muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                    noodzakelijk vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2.57, eerste lid onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof of van
                                    stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een
                                    stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat
                                    verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die
                                    zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten,
                                    dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                    de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                    zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn
                                    met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer
                                    is dan 1,50 meter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                    gestelde regels, of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing
                                    is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een openbare
                                plaats liggend weiland of terrein dat niet van die openbare plaats
                                is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor
                                te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die
                                openbare plaats niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan
                                een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw
                                te bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover
                                    dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al><al>1º dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al><al>2º van een verandering van de onder a, sub 1º , bedoelde
                                adressen;</al><al>3º als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al><al>4º dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                gegaan;</al><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li></lijst><al> d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.73</nr><titel>Consumentenvuurwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1,
                                    van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.73a</nr><titel>Carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden carbid te bezigen in de openlucht. Onder het
                                    bezigen van carbid wordt verstaan: het in een bus, container of
                                    opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas
                                    afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en
                                    water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet op tijden waarop het op grond van het
                                    Vuurwerkbesluit is toegestaan consumentenvuurwerk af te steken,
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>daarbij gebruik wordt gemaakt van bussen met een maximale inhoud
                                    van 1 liter dan wel melkbussen met een maximale inhoud van 50
                                    liter;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het afsteken geschiedt buiten de bebouwde kom;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er geen busdeksels of andere voorwerpen worden gebruikt om weg
                                    te schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet
                                    geluidhinder, het Vuurwerkbesluit, de Wet wapens en munitie, de
                                    Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                                    stoffen of het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                een openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te
                                bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of
                                daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om
                                middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop
                                gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te
                                bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbareplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikelen 2.1 (samenscholing en
                                wanordelijkheden), 2.10 (voorwerpen op of aan de weg in strijd met
                                de publieke functie van openbare plaatsen), 2.11 (aanleggen,
                                beschadigen en veranderen van een weg), 2.16 (openen straatkolken
                                e.d.), 2.19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp), 2.47 (hinderlijk
                                gedrag op openbare plaatsen), 2.48 (verboden drankgebruik), </al><al> 2.49 (verboden gedrag bij of in gebouwen), 2.50 (hinderlijk gedrag
                                in voor het publiek toegankelijke ruimten), 2.73 (bezigen van
                                consumentenvuurwerk), 2.73a (carbidverbod) of 5.34 (verbod
                                afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te
                                stoken) van deze verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>16</nr><titel>Handhaving van de orde en veiligheid rond vliegbasis
                                Volkel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.78</nr><titel>Geldingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd hetgeen in deze verordening is bepaald, gelden voor
                                    het gebied dat is aangegeven op de bij deze verordening
                                    behorende en als zodanig gewaarmerkte plattegrondtekening de in
                                    deze afdeling opgenomen bepalingen, voor zover dat door de
                                    burgemeester met het oog op de handhaving van de openbare orde
                                    en veiligheid bij afzonderlijk besluit is bepaald. Het besluit
                                    vermeldt het tijdvak waarvoor het geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit als bedoeld in het eerste lid treedt in werking op
                                    de derde dag na afkondiging. In spoedeisende gevallen kan de
                                    burgemeester bij het besluit bepalen dat het onmiddellijk na
                                    afkondiging in werking treedt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit als bedoeld in het eerste lid is afgekondigd zodra
                                    het zichtbaar is aangebracht aan het Gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in deze afdeling opgenomen bepalingen zijn niet van
                                    toepassing ten aanzien van woningen en andere gebouwen met
                                    bijbehorende tuinen en erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.79</nr><titel>Plaatsing van voertuigen en onderkomens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende van een al dan niet aan zijn bestemming
                                    onttrokken voertuig of onderkomen verboden dit te plaatsen,
                                    aanwezig te hebben of aanwezig te houden, nadat hem door of
                                    namens de burgemeester is aangezegd dat dit voertuig of
                                    onderkomen moet worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod over voertuigen geldt niet
                                    voor zover het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                    daarin voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.80</nr><titel>Vermommingen en vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich gemaskerd, vermomd of op andere wijze
                                    onherkenbaar gemaakt in de openlucht te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 2.43 en 2.44 zijn op het gebied van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.81</nr><titel>Verstoring vliegverkeer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ballonnen, vliegers of zilverpapier, dan wel
                                        enig ander voorwerp of middel waarmee het vliegverkeer kan
                                        worden verstoord of gehinderd, te vervoeren of bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                        toepassing, indien de in dat lid bedoelde voorwerpen of
                                        middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in
                                        dat lid bedoelde handelingen.</al></li></lijst><al> Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                                e.d.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                    in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                    door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                    Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                    artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                    toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven:</al></li><li nr="a."><al>op maandag tot en met donderdag tussen 01.00 en 08.00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02.00 en 08.00
                                        uur.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                        voorschrift als bedoeld in artikel 1.4 voor een
                                        afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                        vaststellen.</al></li></lijst><al> 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al><al>4.Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1.8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of – veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder het beheer in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant
                                    daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het
                                    beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de desbetreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige ruimte: ruimte die op grond van artikel 1
                                        van de Wet geluidhinder wordt aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige ruimte.</al></li><li nr="h."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="i."><al>sluitingstijd: 01.00 uur, danwel de voor desbetreffende
                                        horecabedrijf krachtens deze verordening geldende
                                        sluitingstijd;</al></li><li nr="j."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 van het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening
                                        gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
                                        wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                        wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan het
                                        college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                        meer aangewezen gebieden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="4."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting, bedraagt niet meer dan:</al></li></lijst><al><onderstreept> 07.00 – 19.00 19.00 – 23.00 23.00 – sluitingstijd
                                </onderstreept></al><al>LAeq op de gevel van gevoelige gebouwen 75 dB(A) 70 dB(A) 65
                                dB(A)</al><al>LAeq in in- of aanpandige gevoelige gebouwen 60 dB(A) 55 dB(A) 50
                                dB(A)</al><lijst><li nr="5."><al>De geluidswaarden als bedoeld in het vierde lid zijn
                                        inclusief onversterkte muziek. Er wordt geen gevelcorrectie
                                        en muziekstrafcorrectie op de geluidswaarden toegepast.
                                        Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing
                                        gelaten.</al></li><li nr="6."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4.5 van deze verordening- uiterlijk op de
                                        sluitingstijd te worden beëindigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><al>1.Het is in een een horeca-, sport- en recreatie-inrichting
                                toegestaan maximaal vier incidentele festiviteiten per kalenderjaar
                                te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17,
                                2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening
                                niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten
                                minste één week voor de aanvang van de festiviteit het college
                                daarvan in kennis heeft gesteld. Voor alle overigeinrichtingen
                                geldt, dat maximaal één incidentele festiviteit per kalenderjaar mag
                                worden gehouden.</al><al> 2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                kennisgeving.</al><lijst><li nr="3."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="5."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting bedraagt niet meer dan:</al></li></lijst><al><onderstreept> 07.00 – 19.00 19.00 – 23.00 23.00 –
                                    sluiting</onderstreept><onderstreept>s</onderstreept><onderstreept>tijd
                                </onderstreept></al><al>LAeq op de gevel van gevoelige gebouwen 75 dB(A) 70 dB(A) 65
                                dB(A)</al><al>LAeq in in- of aanpandige gevoelige gebouwen 60 dB(A) 55 dB(A) 50
                                dB(A)</al><lijst><li nr="6."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                        gehore brengen van muziek - hoger dan de geluidsnorm als
                                        bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit
                                        en artikel 4.5 van deze verordening - uiterlijk op de
                                        sluitingstijd beëindigd. De geluidsnorm is exclusief 10
                                        dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de
                                        bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="7."><al>De geluidsnormen als bedoeld in het vijfde lid gelden voor
                                        het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                        buitenruimte. Voor de buitenruimte gelden onverkort de
                                        geluidsnormen uit de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit.</al></li><li nr="8."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                        deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                                        van personen of goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek binnen
                                        inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder
                                        f en vijfde lid van het Besluit, is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al><al><onderstreept>07.00–19.00 19.00–23.00 23.00–07.00
                                            uur</onderstreept></al></li></lijst><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40
                                dB(A)</al><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25
                                dB(A)</al><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60
                                dB(A)</al><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45
                                dB(A)</al><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van maximaal zes uur in de week is onversterkte
                                        muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals
                                        orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in horeca-,
                                        sport- en recreatie-inrichtingen en in een andere door het
                                        college aangewezen inrichting gedurende de dag- en
                                        avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in
                                        het eerste lid onder e. Indien versterkte elementen worden
                                        gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
                                        samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit
                                        van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4.2 of artikel 4.3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit toestellen, geluidsapparaten of
                                        machines in werking te hebben of handelingen te verrichten
                                        op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de
                                        omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al> 3. Het college kan gebieden aanwijzen, waar het verbod, vervat in
                                het eerste lid, niet van toepassing is op het in werking hebben van
                                bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van toestellen,
                                geluidsapparaten of machines, voor zover wordt voldaan aan de door
                                het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of
                                beperking van geluidhinder.</al><lijst><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                        het maximale geluidsniveau, de situering van geluidsbronnen
                                        en de frequentie en tijden van gebruik betreffen.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, de Wet
                                        geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het
                                        Wetboek van Strafrecht, de Wet luchtvaart, de Wet openbare
                                        manifestaties of het Vuurwerkbesluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6a</nr><titel>Geluidhinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
                                veroorzaakt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2a.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8a.1</nr><titel>Verontreiniging van de weg en van terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof of voorwerp, die
                                    of dat aanleiding kan geven tot verontreiniging, beschadiging of
                                    onvoldoende afwatering van de weg, dan wel aanleiding kan geven
                                    tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu, op of in de
                                    bodem, buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te plaatsen,
                                    te storten, te werpen, uit te gieten, te laten vallen of lopen
                                    of te houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>andere afvalstoffen dan straatafval, als bedoeld in artikel
                                    4.7.1.1, eerste lid onder b, achter te laten in daartoe van
                                    gemeentewege geplaatste of voorgeschreven bakken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, de krachtens
                                    artikel 4.7.2.1, tweede lid aangewezen personen of instanties of
                                    houders van een vergunning als bedoeld in artikel 4.7.2.5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid, onder a, gestelde
                                    verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen
                                    voorschriften worden verbonden ter bescherming van het
                                    milieu.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het thuiscomposteren van groente-, fruit-
                                    en tuinafval.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de stoffen of voorwerpen op de weg geraken of
                                    tijdelijk op de weg worden gebracht als onvermijdelijk gevolg
                                    van het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen
                                    dan wel van het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                    weg.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    voorts niet voor zover:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de wet, de Meststoffenwet, de Destructiewet, de
                                    Bestrijdingsmiddelenwet, de Kernenergiewet of de Wet
                                    bodembescherming voorziet in de beoogde bescherming van het
                                    milieu;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de Wet beheer rijkswaterstaatswerken;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de Wegenverordening Noord-Brabant, de provinciale
                                    Bodembeschermingverordening of de Provinciale milieuverordening
                                    Noord-Brabant van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8a.2</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt
                                    verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht,
                                    alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever
                                    verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
                                    verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg
                                    terstond na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of
                                    te doen reinigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                    verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg
                                    terstond na de beëindiging van de werkzaamheden of, indien deze
                                    langer dan een dag duren, elke dag terstond na beëindiging van
                                    de werkzaamheden op die dag te reinigen of te doen
                                    reinigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening
                                    Noord-Brabant van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8a.3</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of andere
                                    dergelijke inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden
                                    verkocht welke ter plaatse kunnen worden genuttigd, is
                                    verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting
                                    op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het
                                    publiek papier, etensresten, verpakkingsmateriaal en ander afval
                                    kan achterlaten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zorg te dragen dat die mand, die bak of dat soortgelijke
                                    voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin
                                    deugdelijk geborgen blijft en dat die mand, die bak of dat
                                    voorwerp steeds tijdig wordt geledigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder of beheerder van een inrichting bedoeld in het eerste
                                    lid is verplicht te zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na
                                    sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op
                                    eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op
                                    de naleving van het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van
                                    de inrichting op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen,
                                    voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, worden
                                    verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting geldt
                                    niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                    voorschriften van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8a.4</nr><titel>Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die op de weg reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften onder het publiek verspreidt, is verplicht deze,
                                    indien zij in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg
                                    of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het
                                    publiek worden weggeworpen, terstond daarvan te verwijderen of
                                    te doen verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde gebod geldt niet ten aanzien van
                                    het verspreiden van reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften vanuit een luchtvaartuig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8a.5</nr><titel>Verbod op het doorzoeken van ter inzameling gereedstaande
                                    afvalstoffen</titel></kop><al>Het is verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan te
                                doorzoeken en te verspreiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                    houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede
                                    van de stam van minimaal 10 centimeter op 130 centimeter hoogte
                                    van het maaiveld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Vergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bomen of boomvormers met een geringere stamomtrek dan 75
                                    centimeter, gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld. In
                                    geval van een boomvormer geldt de stamomtrek van alle stammen
                                    gezamenlijk;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning kan tevens worden geweigerd indien de noodzaak om
                                    te vellen onvoldoende vaststaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in
                                        de openlucht en buiten een openbare plaats gelegen in het
                                        belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                        voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                                        schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of
                                        stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al></li><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4.17 of onderdelen
                                        daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                        geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                        commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li><li nr="e."><al>afvalstoffen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te
                                        plaatsen of aanwezig te hebben.</al></li></lijst><al> 3. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid nadere regels stellen.</al><al>4.Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                ordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>Handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden zonder
                                    vergunning van het college op of aan deze zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding, welke vanaf een openbare plaats zichtbaar
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>door het college bepaalde vormen, afmetingen en plaatsen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in door het college aangewezen gebieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarbinnen het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet geldt voor bepaalde gedeelten van een
                                    onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet
                                    Milieubeheer, de Monumentenwet of de provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                    omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                    gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4.18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4.18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het onder sub a en b bepaalde te doen in een door het college
                                    aangewezen gebied onder nader te bepalen voorschriften als
                                    vergroting van de straal en vermindering van het aantal
                                    voertuigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden, te verhuren of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Kampeermiddelen, caravans e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt, zoals
                                    woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen,
                                    aanhangwagen, keetwagen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op vijf achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een openbare plaats;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door Provinciale caravan- en
                                    tentenverordening, het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op een openbare plaats gelegen plaatsen aanwijzen
                                waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente,
                                ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van
                                schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het verbod voor inzamelingen die
                                    gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5.17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met
                                    zaterdag tussen 18.00 en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5.15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2.24;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een standplaats op een algemene kermis als bedoeld in artikel 1,
                                    onder a, van de Kermisverordening gemeente Uden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van zaken een redelijk verzorgingsniveau voor
                                    de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5.18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5.18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw - al dan niet met enige
                                    beperking - waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante
                                    goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf
                                    een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2.24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in de daarin geregelde
                                    onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5.25, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel e van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding
                                    van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te
                                    doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                    motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproduktie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><al>1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                                paard.</al><al> 2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen
                                        en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                        paarden:</al></li><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                        bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                        percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                        'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                        motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als 'toestel'.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de woon- en leefomgeving,
                                    of de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de gemeentelijke begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.37</nr><titel>Hinder</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder wordt
                                veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Destructie van dieren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.38</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;</al></li><li nr="b."><al>aangifteplichtige: degene die als eigenaar of houder van
                                        dode dieren van soorten die gewoonlijk door de mens worden
                                        gevoed en gehouden, doch niet gegeten en die niet voor
                                        veeteelt worden gehouden, ingevolge de wet verplicht is
                                        daarvan aangifte te doen;</al></li><li nr="c."><al>destructiemateriaal: dode dieren van soorten die gewoonlijk
                                        door de mens worden gevoed en gehouden, doch niet gegeten en
                                        die niet voor veeteelt worden gehouden;</al></li><li nr="d."><al>ondernemer: ondernemer in de zin van de wet;</al></li><li nr="e."><al>gezelschapsdieren: alle dieren van soorten die gewoonlijk
                                        door de mens worden gevoed en gehouden, doch niet gegeten,
                                        en die niet voor veeteelt worden gehouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.39</nr><titel>Voorschriften verwerking door ondernemer</titel></kop><al>Indien tussen de gemeente Uden en de ondernemer een overeenkomst is
                                gesloten over vervoer en de afgifte van destructiemateriaal, wordt
                                voor de voorschriften ingevolge artikel 81h, tweede lid, van de wet,
                                verwezen naar deze overeenkomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.40</nr><titel>Aanwijzen verzamelplaatsen</titel></kop><al>Het college wijst één of meerdere verzamelplaatsen aan waar het
                                destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.41</nr><titel>Vervoer en afgifte van destructiemateriaal</titel></kop><al>De aangifteplichtige is gehouden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het
                                destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar de
                                bijgelegen verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan of
                                op te laten halen door de ondernemer binnen wiens werkgebied het
                                materiaal zich bevindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.42</nr><titel>Bewaren van destructiemateriaal</titel></kop><al>De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat het destructiemateriaal
                                tot het moment waarop het wordt opgehaald op een zodanige manier
                                wordt bewaard dat het materiaal niet vrij toegankelijk is voor
                                anderen dan de aangifteplichtige en de ondernemer die het materiaal
                                ophaalt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.43</nr><titel>Begraven of cremeren van gezelschapsdieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om het kadaver van een gezelschapsdier te
                                    begraven of te cremeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 5.41 en 5.42 zijn niet van toepassing als de
                                    ontheffing is verleend.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1.4 en artikel 2.25, derde lid, gegeven voorschriften
                            en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden
                            of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft
                            met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de medewerkers van de cluster Toezicht
                                Openbare Ruimte (TOR) van de gemeente Uden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordeningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Uden vastgesteld op 21
                                december 2006, evenals de wijzigingen op 14 december 2006 en 21
                                februari 2008, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Destructieverordening voor de gemeente Uden wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                            verordening, en verkort: APV Uden.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 februari 2009.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</al><al>Hoofdstuk 2. Openbare orde</al><al>Afdeling 1. Bestrijding van wanordelijkheden</al><al>Afdeling 2. Betoging</al><al>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken</al><al>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de openbare plaats</al><al>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van openbare plaatsen</al><al>Afdeling 6. Veiligheid op de weg</al><al>Afdeling 7. Evenementen</al><al>Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven</al><al>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                            nachtverblijf</al><al>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden</al><al>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</al><al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</al><al>Afdeling 13. Vuurwerk</al><al>Afdeling 14. Drugsoverlast</al><al>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                            cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al>Afdeling 16 Handhaving van de orde en veiligheid rond vliegbasis
                            Volkel</al><al>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</al><al>Afdeling 1. Begripsbepalingen</al><al>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                            dergelijke</al><al>Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden</al><al>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                            het uiterlijk aanzien van de gemeente</al><al>Afdeling 1. Geluidhinder</al><al>Afdeling 2a. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</al><al>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</al><al>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen</al><al>Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                            gemeente</al><al>Afdeling 1. Parkeerexcessen</al><al>Afdeling 2. Collecteren</al><al>Afdeling 3. Venten</al><al>Afdeling 4. Standplaatsen</al><al>Afdeling 5. Snuffelmarkten</al><al>Afdeling 6. Openbaar water</al><al>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                            natuurgebieden</al><al>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</al><al>Afdeling 9. Verstrooiing van as</al><al>Afdeling 10. Destructie van dieren</al><al>Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</al></bijlage></regeling></body></cvdr>