<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR127018_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2012.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">InforMeer 15-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening liggeld voor woonschepen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011.036328</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2012.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmermeer;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2011,
                        nummer 2011/036328;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de
                        Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2012.
                        ("Verordening liggeld voor woonschepen 2012").</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of
                        hoofdzakelijk als woning wordt gebruikt of tot woning is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'liggeld voor woonschepen' wordt een recht geheven voor het
                        innemen van een ligplaats met een woonschip op de aangewezen ligplaatsen
                        binnen de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de
                                ligplaats heeft. Als degene die de ligplaats heeft wordt aangemerkt
                                de houder van een vergunning, dan wel de hoofdbewoner van het
                                woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de
                                omstandigheden beoordeeld.</al></li><li nr="2."><al>Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde vergunninghouder dan
                                wel de hoofdbewoner, wordt het recht als bedoeld in artikel 2
                                geheven van de eigenaar van het woonschip.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarieven</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar de lengte van het
                        woonschip en bedraagt per belastingjaar per woonschip:</al><lijst><li nr="1."><al>voor de eerste 15 meter lengte van het woonschip, € 365,65;</al></li><li nr="2."><al>voor elke meter of gedeelte daarvan waarmee het woonschip de lengte
                                van 15 meter overschrijdt, bovendien € 51,30.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                            tijdgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van
                                het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de
                                belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is het
                                recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                                belastingjaar verschuldigde recht als er in dat belastingjaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                het voor dat belastingjaar verschuldigde recht als er in dat
                                belastingjaar, na het eindigen van de belastingplicht nog volle
                                kalendermaanden overblijven. Het verzoek om ontheffing dient binnen
                                zes weken na de opgetreden wijziging te zijn ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats.
                                Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen liggeld voor
                                woonschepen of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het
                                bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan € 5.000,00 en
                                zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                betalingsincasso worden voldaan, moeten in afwijking van het eerste
                                lid de aanslagen worden betaald in negen gelijke termijnen. De
                                eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend
                                op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld
                                en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.</al></li><li nr="3."><al>Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                                gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van het liggeld voor
                        woonschepen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening liggeld voor woonschepen 2011 van 4 november 2010
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking, maar niet eerder dan 1 januari 2012.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld voor
                                woonschepen 2012.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>