<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR126558_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Eykelbergh, 4 januari 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="https://secure.bergeijk.nl/beheer/index.php?simaction=cvdr&amp;action=edit&amp;item_id=283">Gemeentewet, artikel 147, eerste lid en Wet werk en bijstand, artikel 8, eerste lid onderdeel c en artikel 18</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>55c. Wwb-Verordening toeslagen en verlagingen 2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Bergeijk;</al>
          <al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2011,</al>
          <al>gelet op artikelen 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 8, eerste
                        lid onderdeel c en artikel 18 van de Wet werk en bijstand</al>
          <al>besluit:</al>
          <al>vast te stellen de Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand
                        2012</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Nieuw Afdeling</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Algemene bepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en
                                        die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis
                                        als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet
                                        bestuursrecht.</al></li>
                <li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. de wet: de Wet
                                        werk en bijstand;b. woning: een gebouwde onroerende zaak
                                        voor zover deze als zelfstandige woonruimte, onvrije etage
                                        dan wel andere onzelfstandige woonruimte wordt bewoond,
                                        alsmede de onroerende aanhorigheden, een woonwagen of een
                                        woonschip; 1. indien een huurwoning wordt bewoond: de per
                                        maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de
                                        huurtoeslag 2. Indien een eigen woning wordt bewoond: de tot
                                        een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van
                                        de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente,
                                        de in verband met het in eigendom hebben van de woning te
                                        betalen zakelijke lasten en een naar de omstandigheden vast
                                        te stellen bedrag voor onderhoud; 3. onder zakelijke lasten
                                        wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de
                                        onroerende-zaakbelasting, de opstalverzekering, het
                                        eigenaarsaandeel van de waterschapslasten; 4. indien een
                                        woonwagen in huur wordt bewoond, de tot een bedrag per maand
                                        herleide op 1 juli geldende woonkosten, als beschreven in de
                                        Wet op de huurtoeslag.d. het college: het college van
                                        burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk.</al></li>
                <li nr="3."><al>De in deze verordening genoemde percentages worden berekend
                                        over de gezinsnorm als bedoeld in artikel 21 van de
                                        wet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel>Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouders</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de
                                        alleenstaande ouder, in wiens woning géén ander zijn
                                        hoofdverblijf heeft, bedraagt 20 procent.</al></li>
                <li nr="2."><al>De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de
                                        alleenstaande ouder bedraagt 10 procent, indien in de woning
                                        een ander of meerdere anderen zijn/hun hoofdverblijf
                                        heeft/hebben.</al></li>
                <li nr="3."><al>In uitzondering op het tweede lid bedraagt de toeslag 20
                                        procent als de ander:- het ten laste komend kind is, of- het
                                        meerderjarig studerend kind is als bedoeld in artikel 4
                                        tweede lid van de wet; of- de persoon is die zorg nodig
                                        heeft als bedoeld in artikel 4 vijfde lid van de wet.</al></li>
                <li nr="4."><al>Aan de alleenstaande of de alleenstaande ouder die géén
                                        aantoonbare woonkosten zelf betaalt wordt géén toeslag
                                        verstrekt.</al></li>
                <li nr="5."><al>Aan de alleenstaande van 21 of 22 jaar wordt géén toeslag
                                        verstrekt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel>Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De gezinsnorm van het gezin dat géén aantoonbare woonkosten
                                        zelf betaald, wordt verlagd met 20 procent.</al></li>
                <li nr="2."><al>De gezinsnom van het gezin in wiens woning een ander of
                                        meerdere anderen zijn/hun hoofdverblijf heeft/hebben, wordt
                                        verlaagd met 10 procent.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing indien:- reeds
                                        toepassing is gegeven aan het eerste lid; of- drie of meer
                                        meerderjarige personen onder de gezinsnorm vallen; of- de
                                        ander het meerderjarig studerend kind is als bedoeld in
                                        artikel 4 tweede lid van de wet; of- de ander de persoon is
                                        die zorg nodig heeft als bedoeld in artikel 5 vijfde lid van
                                        de wet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Slotbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel>Hardheidsclausule</titel>
              </kop>
              <al>Het college is bevoegd om daar waar toepassing van de verordening
                                tot onbillijke situaties leidt van de hierboven genoemde regels af
                                te wijken</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel>Citeerartikel</titel>
              </kop>
              <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: De Verordening toeslagen
                                en verlagingen Wet werk en bijstand 2012.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                        2012.</al></li>
                <li nr="2."><al>De verordening toeslagen en verlagingen 2007 wordt
                                        gelijktijdig ingetrokken met dien verstande dat, indien de
                                        inwerkingtreding van onderhavige verordening leidt tot een
                                        verlaging van de toeslag of bijstandsnorm, de hoogte van de
                                        bijstand tot uiterlijk 1 juli 2012 gehandhaafd blijft op het
                                        niveau zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze
                                        verordening, tenzij zich een wijziging voordoet die leidt
                                        tot aanpassing van de bijstandsnorm inclusief eventuele
                                        toeslag of verlaging. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Artikelsgewijze toelichting</label>
          <nr>1</nr>
          <titel/>
        </kop>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet>
        </al>
        <al>Er is voor gekozen om begrippen die reeds zijn omschreven in de WWB niet
                    afzonderlijk te definiëren in de verordening. Dit voorkomt dat in geval van
                    wijziging van de definities in de wet ook de verorde-ning aangepast moet
                    worden.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 2 Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouders</vet>
        </al>
        <al>Op grond van artikel 30 tweede lid onderdeel a van de wet is hoogte van de
                    toeslag 20 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande of alleenstaande
                    ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. Ingeval in de woning
                    een ander zijn hoofdverblijf heeft zonder dat sprake is van een gezin, wordt
                    verondersteld dat er noodzakelijke kosten van het bestaan gedeeld kunnen worden
                    (bijvoorbeeld huur en stookkosten, maar ook een krant). Daarbij is de mate
                    waarin de kosten ook daadwerkelijk gedeeld worden niet van belang. Dat is een
                    verantwoordelijkheid van de belanghebbende zelf. Zolang er geen sprake is van
                    een gezinssituatie moet er echter van worden uitgegaan dat niet alle kosten
                    gedeeld kunnen worden. Een toeslag blijft op zijn plaats. In de
                    Toeslagenverordening is daarom gekozen voor een toeslag van 10 procent van de
                    gezinsnorm in het geval één of meer anderen in dezelfde woning zijn
                    hoofdverblijf heeft. Hierop wordt echter een tweetal uitzonderingen gemaakt. De
                    kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met
                    thuiswonende kinderen van 18 jaar of ouder die studeren en aanspraak kunnen
                    maken op de Wet studiefinanciering of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                    schoolkosten. Voorwaarde is wel dat het in aanmerking te ne-men inkomen
                    (inclusief studiefinanciering) niet meer bedraagt dan het bedrag genoemd in
                    artikel 4 lid 2, aanhef, thans € 1.023,42 netto. Dit geldt ook voor de
                    zorgbehoevende die minimaal 10 uur per week zorg nodigt heeft. De personen die
                    onder deze uitzonderingen vallen, zijn die personen die niet tot het gezin
                    behoren, zoals bedoeld in artikel 4 tweede en vijfde lid, maar ondanks dat ze
                    hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als de alleenstaande of
                    alleenstaande ouder die een beroep doen op de WWB, blijft een toeslag van 20
                    procent gerechtvaardigd.</al>
        <al>Indien de alleenstaande of alleenstaande ouder geen woonkosten betaalt wordt
                    verondersteld dat de overige noodzakelijk kosten van het bestaan uit de norm
                    betaald kunnen worden. Er wordt daarom geen toeslag toegekend. Dit kan zich
                    voordoen bij krakers, of als de woonkosten worden betaald door een derde,
                    bijvoorbeeld de ouders of de ex-partner.</al>
        <al>Artikel 29 WWB geeft het college de bevoegdheid om een afwijkende toeslag toe te
                    passen indien het van oordeel is, dat gezien de hoogte van het minimum jeugdloon
                    er een drempel zou kunnen zijn om werk te aanvaarden. Alleenstaanden van 21 of
                    22 jaar krijgen, gezien de hoogte van het minimum-jeugdloon, geen toeslag.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Verlagingen gezinsnorm</vet>
        </al>
        <al>Als aan een woning van het gezin geen woonkosten verbonden zijn, is er sprake
                    van lagere bestaanskosten dan in andere gevallen. Artikel 27 van de wet geeft om
                    die reden de mogelijkheid om de gezinsnorm te verlagen. De gezinsnorm wordt, in
                    de situatie dat het gezin geen woonkosten betaalt, verlaagd met 20 procent.</al>
        <al>In de gezinsnorm is reeds rekening gehouden met het feit dat gezinsleden de
                    kosten van het huishou-en kunnen delen met elkaar. Indien in de woning nog een
                    ander zijn hoofdverblijf heeft, kunnen de algemeen noodzakelijke kosten van het
                    bestaan nog verder gedeeld worden.Er is echter een drietal uitzonderingen. De
                    kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met
                    thuiswonende kinderen van 18 jaar of ouder die studeren en een inkomen hebben op
                    grond van de Wet studiefinanciering of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage
                    en schoolkosten. Dit geldt ook voor de zorgbehoevende die minimaal 10 uur per
                    week zorg nodig heeft. De personen die onder deze uitzonderingen vallen, zijn
                    die personen die niet tot het gezin behoren, zoals bedoeld in artikel 4 tweede
                    en vijfde lid, maar wel hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als het
                    gezin die een beroep doet op de wet.</al>
        <al>Nog een uitzondering op het kunnen delen van de noodzakelijke kosten is in
                    gezinssituaties waarbij 3 of meer meerderjarigen tot het gezin behoren. Er wordt
                    geen verlaging op de gezinsnorm toegepast. Er is hiervoor gekozen, omdat een
                    verlaging leidt tot een onbillijke situatie waarbij drie of meer gezinsleden
                    ieder een ziektekostenverzekering moet betalen waardoor het besteedbare inkomen
                    onevenredig lager uitvalt dan in andere situaties.Tot slot wordt er niet
                    nogmaals een verlaging van 10 procent toegepast in verband met een ander die
                    zijn hoofdverblijf heeft in het woning van het gezin als er reeds een verlaging
                    is toegepast in verband met het niet betalen van woonkosten.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 4 Hardheidsclausule</vet>
        </al>
        <al>Niet alle mogelijke praktijksituaties kunnen in een verordening worden
                    vastgelegd. Vandaar dat, naast de afstemmingsverplichting van artikel 18, eerste
                    lid, van de wet, het college de bevoegdheid krijgt, hierin te voorzien.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 5 Citeertitel</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 6 Inwerkingtreding en overgangsrecht</vet>
        </al>
        <al>De wetgever acht een overgangsrecht van 6 maanden redelijk en billijk voor
                    betrokkenen om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie, onderlinge afspraken
                    te maken en aanpassingen te plegen in het uitgavenpatroon.</al>
        <al/>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting</label>
          <nr>1</nr>
          <titel>Algemeen</titel>
        </kop>
        <al>Systematiek van de bijstandsverleningHoofdstuk 3 van de Wet Werk en Bijstand
                    (WWB), hierna de wet, kent voor de algemeen noodzakelij-e kosten van het bestaan
                    een systeem van landelijke basisnormen en gemeentelijke toeslagen en
                    verlagingen. De bijstandsnormen zijn geregeld in de artikelen 20 tot en met 24
                    van de wet. De artikelen 25 tot en met 29 van de wet regelen de toeslagen en
                    verlagingen. Op grond van artikel 8 eerste lid onderdeel c van de wet stelt de
                    gemeenteraad bij verordening vast voor welke categorieën de norm wordt verhoogd
                    of verlaagd en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of
                    verlaging wordt bepaald.</al>
        <al>Bij het afbakenen van de categorieën is getracht te komen tot eenvoudig te
                    hanteren criteria. Daarom is gekozen voor een forfaitaire benadering met een
                    beperkt aantal categorieën en criteria. Hiermee sluiten we aan bij de landelijke
                    benadering die de juridische toets veelvuldig heeft doorstaan. De VNG heeft voor
                    haar modelverordening ook gekozen voor de forfaitaire benadering. Voordelen van
                    een forfaitaire benadering zijn:- Eenduidigheid: De systematiek laat direct en
                    duidelijk zien in welke situaties de toeslag (of verlaging) geldt. De klant weet
                    snel in welke categorie hij zich bevindt en op welke criteria de bijstand wordt
                    gebaseerd.- Eenvoudig: De categorieën en criteria zijn bovendien in aantal
                    beperkt. De mogelijkheid om voor specifieke gevallen uitzonderingen te regelen
                    is beperkt. - Vereenvoudiging uitvoering: Er is een korte beoordelingstoets. Een
                    GBA –check voldoet bij een eerste beoordeling. In niet geregelde of
                    uitzonderlijke gevallen heeft het college de bevoegdheid om de bijstand bij
                    wijze van individualisering afwijkend vast te stellen. Deze mogelijkheid wordt
                    geboden op grond van artikel 30 vierde lid jo artikel 18 eerste lid van de
                    wet.</al>
        <al>Normen, toeslagen en verlagingen</al>
        <al>Normen</al>
        <al>Voor personen van 21 jaar tot en met 65 jaar bestaat er een drietal basisnormen
                    te weten:- Gezinnen: 100 procent van het wettelijk minimumloon (= de
                    gezinsnorm)- Alleenstaande ouders: 70 procent van de gezinsnorm- Alleenstaanden:
                    50 procent van de gezinsnorm</al>
        <al>Toeslagen</al>
        <al>Een toeslag kan worden verstrekt aan een alleenstaande of alleenstaande ouder
                    indien de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet of niet geheel
                    gedeeld kunnen worden. De mogelijkheid tot het delen van kosten wordt aanwezig
                    geacht als naast de belanghebbende nog één of meer anderen hun hoofdverblijf
                    hebben in dezelfde woning. Dan kunnen zaken als huur, gas, water en licht, maar
                    ook krant etc. worden gedeeld. Het is overigens niet van belang of men deze
                    kosten daadwerkelijk deelt. Dat is een verantwoordelijkheid van de
                    belanghebbende zelf. Het gaat uitsluitend om de beoordeling of “deling” van
                    kosten mogelijk is. De toeslag bedraagt ten hoogste 20 procent van de
                    gezinsnorm, zodat de bijstand de volgende maxima kent:- Alleenstaande ouders: 90
                    procent van de gezinsnorm- Alleenstaanden: 70 procent van de gezinsnorm</al>
        <al>Verlagingen</al>
        <al>De WWB kent de mogelijkheid om de toeslag lager vast te stellen of de gezinsnorm
                    te verlagen in de volgende situaties:- Een lagere toeslag voor alleenstaande of
                    alleenstaande ouders of een verlaging van de gezinsnorm in verband met het
                    geheel of gedeeltelijk kunnen delen met een ander van algemeen noodzakelijke
                    kosten van het bestaan (artikel 25 resp. 26 van de wet);- Een lagere toeslag
                    voor alleenstaande of alleenstaande ouders of een verlaging van de gezinsnorm in
                    verband met de woonsituatie (artikel 27 van de wet);- Verlaging van de toeslag
                    of norm in verband met het recentelijk beëindigen van een studie (artikel 28 van
                    de wet) of- Een lagere toeslag vaststellen voor alleenstaanden in verband met de
                    leeftijd van 21 of 22 jaar (artikel 29 van de wet).Er is afgezien van de
                    bevoegdheid om de toeslag of norm te verlagen in verband met het recentelijk
                    beëindigen van de studie. De wetgever plaatst personen die aanspraak maken op
                    een studiefinancie-ring of tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in
                    een gunstiger positie. Indien de studie wordt beëindigd en een beroep op de WWB
                    wordt gedaan, komt er een einde aan die gunstige posi-tie. De belanghebbende
                    wordt vervolgens nog extra benadeeld als er een verlaging plaatsvindt. Bovendien
                    zou een verlaging alleen van toepassing zijn op beperkte groep van uitwonende
                    ex-studenten, wiens basisbeurs, toeslag en lening hoger is dan de geldende
                    bijstandsnorm.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>