<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR126515_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Rijssen-Holten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijssen-Holten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijssen-Holten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Rijssen-Holten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>20031027-agendapunt 13</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het
            financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente
            Rijssen-Holten
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Rijssen-Holten besluit, </al>
          <al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, </al>
          <al>vast te stellen: </al>
          <al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Rijssen-Holten.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label/>
            <nr/>
            <titel/>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Definities</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Rijssen-Holten en ten behoeve van
                                    de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. </al></li>
              <li nr="b."><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Rijssen-Holten,teneinde te komen tot
                                    een goed inzicht in: </al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de financieel-economische positie; </al></li>
                  <li nr="2."><al>het financiële beheer ; </al></li>
                  <li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting; </al></li>
                  <li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden; </al></li>
                  <li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="c."><al>administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding </al></li>
              <li nr="d."><al>financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    gemeente Rijssen-Holten. </al></li>
              <li nr="e."><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                    raadsbesluiten en collegebesluiten. </al></li>
              <li nr="f."><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen. </al></li>
              <li nr="g."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Titel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begroting en verantwoording</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Kaderstellen</titel>
            </kop>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Programmabegroting</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                    raadsperiode een programma-indeling vast. </al></li>
              <li nr="2."><al>De raad steltper programma vast: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de baten en lasten.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking
                                    tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                    goederen en diensten. </al></li>
              <li nr="4."><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.
                                </al></li>
              <li nr="5."><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                    kunnen worden getoetst.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Producten</titel>
            </kop>
            <al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van de
                            toedeling van de producten uit de productraming aan de programma’s.
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Kaders begroting</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college biedt uiterlijk 1 maart van het begrotingsjaar een
                                    nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de
                                    drie opvolgende jaren. De nota moet gebaseerd zijn op de
                                    bevindingen uit de meest recente (financiële) rapportages
                                    betreffende begrotingsuitvoering, jaarstukken en andere
                                    ontwikkelingen. </al></li>
              <li nr="2."><al>De raad stelt deze nota voor 1 mei vast.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Uitvoering</titel>
            </kop>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Uitvoering begroting</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                    voor dat: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productraming; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                            van de financiële positie.; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                    zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                    overschreden. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Beheersing en interne controle</titel>
            </kop>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Interne controle</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake
                                    de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                    gemeentelijke regelingen. De raad stelt deze nota vast binnen 3
                                    maanden nadat deze is aangeboden. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van
                                    een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en
                                    tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de
                                    rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen. Ieder
                                    bedrijfsonderdeel van de gemeente wordt minimaal eens in de 8
                                    jaar getoetst. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets
                                    bedoeld in het derde lid indien nodig voor een plan van
                                    verbetering. Het college neemt op basis van het plan van
                                    verbetering maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
                                </al></li>
              <li nr="5."><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden
                                    ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Rapportage en Verantwoording</titel>
            </kop>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van 2 tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente
                                    in het lopende boekjaar. </al></li>
              <li nr="2."><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de
                                    volgende tijdstippen: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de eerste rapportage vóór 1 juni van het lopende
                                            begrotingsjaar; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de tweede rapportage vóór 1 december van het lopende
                                            begrotingsjaar;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting. </al></li>
              <li nr="4."><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar
                                    aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de
                                    rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan
                                    afwijkingen van: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>inkomsten uit de algemene uitkering; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de geraamde kapitaallasten en de rente-ontwikkeling op
                                            de kapitaalmarkt; </al></li>
                  <li nr="c."><al>resultaten uit grondexploitatie; </al></li>
                  <li nr="d."><al>realisatie op begrote subsidieverwachtingen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5."><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten
                                    aanzien van (niet specifiek in de begroting benoemde) zaken, die
                                    de raad bij de vaststelling van de begroting als zodanig
                                    aanwijst.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Jaarstukken</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en
                                    naar de programma verantwoording. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma’s. In de verantwoording geeft het college aan: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>wat is bereikt; </al></li>
                  <li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd; </al></li>
                  <li nr="c."><al>wat de kosten zijn </al></li>
                  <li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                            gestelde doelen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                    of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Titel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Financiële positie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel>Kaderstellen</titel>
            </kop>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Financiële positie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële
                                    positie en de meerjarenramingen is opgenomen. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden
                                    bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet
                                    vermeld. </al></li>
              <li nr="3."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële
                                    positie de investeringskredieten.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht. </al></li>
              <li nr="2."><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                    artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven in: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen;
                                        </al></li>
                  <li nr="b."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten
                                            en bedrijfsgebouwen; </al></li>
                  <li nr="c."><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;
                                        </al></li>
                </lijst><al>annuïtair afgeschreven in:</al><lijst>
                  <li nr="d."><al> 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
                                            telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolmeubilair;
                                            aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke
                                            woonruimten en bedrijfsgebouwen; groot onderhoud
                                            woonruimten en bedrijfsgebouwen</al></li>
                  <li nr="e."><al> 5 jaar:computerapparatuur met uitzondering van pc’s die
                                            via een driejarig ideaalcomplex rechtstreeks ten laste
                                            van de exploitatie komen en verbindingsapparatuur
                                            (brandweer);</al></li>
                  <li nr="f."><al> 8 jaar: transportmiddelen, machines en
                                            gereedschappen:</al></li>
                  <li nr="g."><al> 10 tot 15 jaar: brandweervoertuigen en overig
                                            brandweermaterieel en stemcomputers,</al></li>
                </lijst><al>niet:</al><lijst>
                  <li nr="h."><al> gronden en terreinen.</al><al> Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €
                                            10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd
                                            gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden
                                            altijd geactiveerd.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al> Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
                                    bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
                                    investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting) wegen,
                                    waterwegen; civiele kunstwerken, groen en kunstwerken,</al></li>
              <li nr="4."><al> Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                    maatschappelijk nut mogen, voorzover deze niet ineens ten laste
                                    van de exploitatie worden gebracht, worden afgeschreven onder
                                    aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves naar rato
                                    van de verwachte levensduur maar ten hoogste in 25 jaar. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Voorzieningen voor oninbare vorderingen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor openstaande vorderingen betreffende: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting gebruikers; </al></li>
                  <li nr="b."><al>onroerende zaakbelasting eigenaren; </al></li>
                  <li nr="c."><al>precariobelasting; </al></li>
                  <li nr="d."><al>hondenbelasting; </al></li>
                  <li nr="e."><al>rioolrechten; </al></li>
                  <li nr="f."><al>en reinigingsrechten; wordt een voorziening wegens
                                            oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische
                                            percentage van oninbaarheid.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid
                                    van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Reserves en voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 4
                                    genoemde nota de (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen
                                    aan. </al></li>
              <li nr="2."><al>De nota behandelt: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de vorming en besteding voorzieningen; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen, in relatie tot de nota
                                            weerstandsvermogen bedoeld in artikel 16.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De raad stelt deze nota uiterlijk dd.dd. vast</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Kostprijsberekening</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeente wordt een systeem van kostentoerekening
                                    gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe
                                    kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks
                                    samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. </al></li>
              <li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                    reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                    activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en
                                    voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele BTW. </al></li>
              <li nr="3."><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                    wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en
                                    de bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen
                                    vermogen en voorzieningen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Treasuryfunctie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college draagt bij de uitoefening van de treasuryfunctie
                                    zorg voor </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s
                                            binnen de door de raad vastgestelde kaders van de
                                            begroting uit te kunnen voeren; </al></li>
                  <li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s
                                            en kredietrisico’s; </al></li>
                  <li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                            leningen en het bereiken van een voldoende rendement op
                                            de uitzettingen; </al></li>
                  <li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                            kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                            posities.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie
                                    de volgende richtlijnen in acht: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                            uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een
                                            A-rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende
                                            rating agency, of bij instellingen voor wiens
                                            waardepapieren een solvabiliteitseis geldt van 0%; </al></li>
                  <li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                            tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij
                                            de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in
                                            tact is. </al></li>
                  <li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                            financiële risico’s;. </al></li>
                  <li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 3
                                            jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                            financiële instellingen gevraagd;. </al></li>
                  <li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                            uitzetten van middelen of het verlenen van garanties
                                            luiden in euro;. </al></li>
                  <li nr="f."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                            wettelijke waarden. Het college informeert de raad
                                            indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te
                                            worden overschreden.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van
                                    financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid
                                    worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij
                                    het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                    aangaan van financiële paricipaties uit hoofde van de publieke
                                    taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                    motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                    uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                    financiële participaties. </al></li>
              <li nr="4."><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde
                                    onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels
                                    alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    vast in een treasurystatuut. Het college zendt dit statuut ter
                                    kennisgeving aan de raad.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                    registratie van bezittingen. In de registratie worden ook
                                    opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                    cultuurhistorische waarde en de niet- of netto-geactiveerde
                                    investeringen in de openbare ruimte. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                    ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                    systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
                                    leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden
                                    gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste
                                    eenmaal in de 3 jaar. </al></li>
              <li nr="3."><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                    college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                    resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering
                                    worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Titel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Paragrafen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel>Lokale heffingen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze paragraaf behandelt in ieder geval: de samenstelling van
                                    het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen;</al><lijst>
                  <li nr="."><al>de verdeling van de druk van de belastingen over de
                                            diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden; </al></li>
                  <li nr="."><al>de kostendekkendheid van de heffingen; </al></li>
                  <li nr="."><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen; </al></li>
                  <li nr="."><al>het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De paragraaf bevat voorts een overzicht van de verordeningen met
                                    de bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en
                                    prijzen zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er
                                    een actueel overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en
                                    kosten per verstrekte dienst. </al></li>
              <li nr="3."><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                                    heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de
                                    raad per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door
                                    de gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen
                                    en prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het
                                    totaal van de geraamde kosten van de erin genoemde door de
                                    gemeente verstrekte diensten. </al></li>
              <li nr="4."><al>Bij de jaarstukken doet het college in de paragraaf verslag van:
                                    de opbrengsten per lokale heffing; het volume en bedrag aan
                                    kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de rioolrechten en de
                                    afvalstoffenheffing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                    (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan.
                                    In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het
                                    opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het
                                    weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt tevens het
                                    gewenste weerstandscapaciteit bepaald. De raad stelt de nota
                                    vast binnen 3 maanden nadat de nota is aangeboden.Het college
                                    geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en
                                    van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en een
                                    inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en
                                    actualiseert de risico’s genoemd in de nota bedoeld in het
                                    eerste lid.) Het college geeft aan in de paragraaf
                                    weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken de
                                    weerstandscapaciteit en in hoeverre schade en verliezen als
                                    gevolg van de risico’s van materieel belang met de
                                    weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota
                                    onderhoud openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor
                                    de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau
                                    voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en
                                    straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek en het
                                    meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota vast binnen 3
                                    maanden nadat de nota is aangeboden. </al></li>
              <li nr="2."><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                    rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de
                                    inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de
                                    uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu
                                    en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair
                                    beslag. De raad stelt de nota vast binnen 3 maanden nadat de
                                    nota is aangeboden. </al></li>
              <li nr="3."><al>Het college biedt ja biedt tenminste eens in de vier jaar een
                                    nota onderhoud gebouwen aan ter behandeling en vaststelling door
                                    de raad. De nota geeft het kader voor het te plegen onderhoud
                                    aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens de
                                    normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De
                                    raad stelt de nota vast binnen 3 maanden nadat de nota is
                                    aangeboden. </al></li>
              <li nr="4."><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                    paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang
                                    van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig
                                    onderhoud aan openbaar groen, water, wegen, kunstwerken,
                                    straatmeubilair, riolering, gebouwen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Financiering</titel>
            </kop>
            <al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de kasgeldlimiet; </al></li>
              <li nr="b."><al>de renterisico norm; </al></li>
              <li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar; </al></li>
              <li nr="d."><al>de rentevisie en </al></li>
              <li nr="e."><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20.</nr>
              <titel>Bedrijfsvoering</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                    bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de raad
                                    gezonden. In de nota wordt speciale aandacht geschonken aan de
                                    relatie tussen het gemeentelijk apparaat en de inwoners van de
                                    gemeente. </al></li>
              <li nr="2."><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan
                                    op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven.
                                    In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt
                                    gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen
                                    aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.
                                </al></li>
              <li nr="3."><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                                    begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken
                                    naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel
                                    213a Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende
                                    budgetten.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21.</nr>
              <titel>Verbonden partijen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze paragraaf bevat de kaders voor het beleid aangaande (het
                                    aangaan van nieuwe) participaties met name de condities
                                    waaronder het publiek belang is gediend met behartiging door
                                    verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en
                                    bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële
                                    voorwaarden. </al></li>
              <li nr="2."><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf
                                    verbonden partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden
                                    partijen, het beëindigen van bestaande verbonden partijen, het
                                    wijzigen van bestaande verbonden partijen en eventuele problemen
                                    bij bestaande verbonden partijen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22.</nr>
              <titel>Grondbeleid</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een
                                    (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en
                                    vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed
                                    aan: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van
                                            de gemeente; </al></li>
                  <li nr="c."><al>aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
                                        </al></li>
                  <li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden; </al></li>
                  <li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling
                                            van erfpachtvergoedingen. De raad stelt de nota vast
                                            binnen 3maanden nadat de nota is ingediend.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken
                                    wordt ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met
                                    name de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                                    verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                                    relaties van het grondbeleid met de programma’s.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23.</nr>
              <titel>Verstrekking subsidies</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eens in de vierjaar een
                                    (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De
                                    nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke
                                    subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke
                                    subsidies. </al></li>
              <li nr="2."><al>De raad stelt de nota vast binnen 3maanden na aanbieding
                                    van de nota door het college.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Titel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Financiële organisatie en administratie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24.</nr>
              <titel>Administratie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in
                                    ieder geval dienstbaar is voor: </al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                            processen in de gemeente als geheel en in de
                                            bedrijfsonderdelen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                            omvang van activa met economisch nut, activa met
                                            maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                            enzovoorts; </al></li>
                  <li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en
                                            voor het maken van kostencalculaties; </al></li>
                  <li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid
                                            en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                            relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en
                                            ter zake geldende wet- en regelgeving; </al></li>
                  <li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid,
                                            de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                            begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;
                                        </al></li>
                  <li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig
                                            en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de
                                            controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                            de gestelde beleidsdoelen.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25.</nr>
              <titel>Financiële administratie</titel>
            </kop>
            <al>Het college draagt er zorg voor dat: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving; </al></li>
              <li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26.</nr>
              <titel>Financiële organisatie</titel>
            </kop>
            <al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    bedrijfsonderdelen </al></li>
              <li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; </al></li>
              <li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li>
              <li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de bedrijfsonderdelen van de gemeente; </al></li>
              <li nr="e."><al>de te maken afspraken met de bedrijfsonderdelen over de te
                                    leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze
                                    en frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                    activiteiten en uitputting van middelen; </al></li>
              <li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de bedrijfsonderdelen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27.</nr>
              <titel>Aanbesteding en inkoop</titel>
            </kop>
            <al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            regels terzake van de Europese Unie. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28.</nr>
              <titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel>
            </kop>
            <al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de
                            subsidieverordening van de gemeente Rijssen-Holten. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Titel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label/>
              <nr/>
              <titel/>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>29.</nr>
                <titel>Inwerkingtreding</titel>
              </kop>
              <al>Deze verordening treedt in werking per 15 november 2003, met dien
                                verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                                uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                                behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                                begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>30.</nr>
                <titel>Citeertitel</titel>
              </kop>
              <al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                                verordening gemeente Rijssen-Holten”. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 27 oktober 2003</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          de griffier, de burgermeester,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label/>
          <nr/>
          <titel>Nota-toelichting</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Toelichting op de Financiële verordening gemeente
                    Rijssen-Holten</tussenkop>
        <al>
          <vet>Artikel 2. Programmabegroting</vet>
        </al>
        <al> Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting
                    waarin de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt. De raad legt op
                    basis van dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting
                    vast, evenals de kengetallen waarop de raad wil sturen en controleren.</al>
        <al/>
        <al> In het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 was de indeling van de
                    begroting in functies verplicht voorgeschreven. In het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten is dat niet meer zo. De gemeente bepaalt
                    nu zelf het aantal en de inhoud van de programma's van de begroting en kan
                    daardoor de begrotingsopzet aanpassen aan de eigen politiek-bestuurlijke wensen.
                    Zo kan een gemeente programma's indelen naar doelgroepen of indelen volgens de
                    pijlers van het grote stedenbeleid. Omdat er een politiek-bestuurlijke keuze ten
                    grondslag ligt aan de indeling van de programma’s, stelt de raad de indeling
                    vast. Meestal zal die vaststelling voor enkele jaren gelden, bijvoorbeeld voor
                    een gehele raadsperiode. Indien daartoe aanleiding is, kan de raad de indeling
                    wijzigen.</al>
        <al> Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen: wat willen we bereiken, wat
                    gaan we daar voor doen en wat mag dat kosten? Vooral voor de eerste twee vragen
                    zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand van die indicatoren
                    kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen. Ook dienen zij om de raad de
                    gelegenheid te bieden zijn controlerende functie in te vullen door de uitkomsten
                    en resultaten van de programma's te beoordelen. In het dualistisch bestel moet
                    de raad de w-vragen zelf beantwoorden; hij kan dat niet overlaten aan het
                    college en/of de ambtelijke organisatie.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 3. Producten</vet>
        </al>
        <al>De raad stelt de programmabegroting vast. Ter uitvoering van de begroting stelt
                    het college - zoals geregeld in het Besluit begroting en verantwoording - een
                    productraming op. Het college is vrij in het aantal producten en de indeling
                    daarvan. De productraming is in de systematiek van het besluit geen onderdeel
                    van de begroting. De raad kan van oordeel zijn dat hij bij de programmabegroting
                    en verantwoording een overzicht wil hebben van welke producten er bij de
                    programma’s horen. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 4. Kaders begroting</vet>
        </al>
        <al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting. Artikel
                    4 gaat over de uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting. Verder kan dit een
                    goed moment zijn om tussen raad en college van gedachten te wisselen over de
                    (uitvoering van) begrotingsprogramma’s. Nieuwe dan wel bijgestelde inzichten van
                    de raad kunnen door het college worden meegenomen in de begrotingsvoorbereiding. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 5. Uitvoering begroting</vet>
        </al>
        <al>In artikel 5 legt de raad het college een aantal eisen op die voor een goede
                    uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In het eerste lid wordt bepaald
                    dat het college de rechtmatigheid, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van
                    de uitvoering dient te waarborgen. Lid 2 stelt eisen voor de onderwerpen die van
                    belang zijn voor de opstelling van de productraming. Lid 3 doet hetzelfde voor
                    de uitvoering van de programma’s van de begroting.</al>
        <al>In het duale stelsel geeft de raad geen nadere uitvoeringsregels om aan de
                    prestatie-eis te voldoen. Deze uitvoeringsregels zijn aan het college.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 6. Interne controle</vet>
        </al>
        <al>De raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne controle.
                    Daarmee verkrijgt de raad de zekerheid dat het college aan de eisen genoemd in
                    met name artikel 6, eerste lid, zal kunnen voldoen. De modelverordening geeft in
                    het eerste en tweede lid aan het college de opdracht voor de inrichting van de
                    financiële organisatie verschillende maatregelen te treffen op het gebied van
                    interne controle, bijvoorbeeld een adequate functiescheiding. Voor een goede
                    interne controle zijn echter aanvullende onderzoeken nodig. In het derde lid van
                    artikel 6 geeft de raad aan, welke onderzoeken hij nodig acht om de eisen van
                    controle te waarborgen en met welke frequentie deze onderzoeken moeten worden
                    uitgevoerd. Het vierde en vijfde lid regelt dat het college op grond van de
                    uitkomsten van de onderzoeken bij tekortkomingen maatregelen tot herstel treft
                    en dat de raad over de uitkomsten van de onderzoeken en de eventuele maatregelen
                    tot herstel op de hoogte wordt gebracht.</al>
        <al>De genoemde onderzoeken in dit artikel omvatten niet de interne onderzoeken van
                    het college naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                    bestuur. Regels voor deze interne onderzoeken zijn opgenomen in de verordening
                    artikel 213a Gemeentewet.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie</vet>
        </al>
        <al>Artikel 7, eerste tot en met vierde lid, formaliseert een belangrijk onderdeel
                    van de planning en control van de raad. De raad geeft namelijk aan de aard van
                    de informatie die het college standaard dient te verstrekken evenals de
                    reguliere frequentie. Op basis van deze informatie kan de raad de uitvoering van
                    de begroting volgen en besluiten of bijsturing nodig is.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 7 regelt wanneer de raad tussentijds over de stand van zaken in het
                    lopende begrotingsjaar moet worden geïnformeerd. In dit artikel is gekozen voor
                    twee tussenrapportages.</al>
        <al> Door het vastleggen van de datum in het artikel kan de raad een maximale
                    termijn vastleggen, waarbinnen de tussenrapportages moeten worden samengesteld
                    en opgeleverd. In het derde lid van het artikel geeft de raad kaders voor de
                    inrichting van de tussenrapportages. In het vierde lid geeft de raad aan
                    waarover hij in elk geval in de tussenrapportages wil worden geïnformeerd. Om de
                    gemeentelijke organisatie niet op te zadelen met een rapportagecircus is het
                    natuurlijk wel zaak, dat de tussenrapportages niet te uitgebreid en
                    overzichtelijk zijn.</al>
        <al>Het vijfde lid gaat in op de informatieplicht van het college.</al>
        <al>De raad autoriseert het college met het vaststellen van de begroting op
                    hoofdlijnen het door het college uit te voeren beleid. Hiermee worden alle
                    afzonderlijke verplichtingen die in de programma’s besloten liggen in materiële
                    zin oftewel financieel geaccordeerd. Bij de uitvoering van de begroting geldt
                    voor het college de informatieplicht uit het vierde lid artikel 169 Gemeentewet.
                    Bij het aangaan van verplichtingen of het uitoefenen van bevoegdheden door het
                    college met ingrijpende gevolgen voor de gemeente moet het college eerst het
                    gevoelen van de raad inwinnen. Met de informatieplicht kan op 2 wijzen worden
                    omgegaan. Een mogelijkheid is dat de raad aan handelingen een limietbedrag
                    verbindt, waarboven het college eerst het gevoelen van de raad moet inwinnen
                    (bijvoorbeeld bij investeringen groter dan €…). Het nadeel van deze werkwijze is
                    dat een overdaad aan informatiestromen ontstaat. Dit zou nog ondervangen kunnen
                    worden door de limieten hoog te stellen maar dan bestaat de kans dat de bepaling
                    inhoudelijk weinig nut meer heeft. Wij zien dan ook meer in informatie op maat.
                    De raad kan bij de begroting aangeven over welke zaken hij voorafgaande aan de
                    uitvoering geïnformeerd wil worden. Een voorbeeld van een dergelijke zaak is de
                    besteding van de post onvoorziene uitgaven. Ook denkbaar is dat de raad op
                    hoofdlijnen een bedrag beschikbaar stelt ter realisatie van beleid op een
                    politiek gevoelig terrein en om die reden voorafgaand aan concrete maatregelen
                    geconsulteerd wenst te worden.</al>
        <al>De raad en het college zullen steeds moeten afwegen de kosten die aan de
                    informatievoorziening is verbonden versus het nut, de toegevoegde waarde ervan.
                    Al snel namelijk wordt er in de praktijk een overvloed aan informatie gevraagd. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 8. Jaarrekening</vet>
        </al>
        <al>Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de
                    begrotingsuitvoering door het college, cq. de controle van de raad daarop. Basis
                    daarvoor is de productrealisatie. In het eerste lid wordt daarvoor een
                    kwaliteitseis gesteld. Het tweede lid is de tegenpool van artikel 2, lid 2.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 9. De financiële positie</vet>
        </al>
        <al>De raad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het
                    college voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen
                    moet volgen.</al>
        <al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe de raad bij het vaststellen van de
                    financiële positie, de investeringskredieten autoriseert. De autorisatie van
                    deze kredieten zou anders als gevolg van het door gemeenten gehanteerde lasten
                    en batenstelsel buiten de boot vallen. Investeringen van gemeenten worden
                    voornamelijk geactiveerd en drukken zodoende in het jaar van aanschaf niet op de
                    onder de programma’s verantwoorde lasten. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</vet>
        </al>
        <al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    “regels voor waardering en afschrijving activa”. Artikel 10 stelt de regels voor
                    de waardering en afschrijving van de vaste activa. De vaste activa worden
                    verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiele vaste activa en
                    financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld in de
                    kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten
                    verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De
                    materiele vaste activa worden onderverdeeld in materiele vaste activa met
                    economisch nut en materiele vaste activa met alleen maatschappelijk nut. Voor
                    immateriële activa zijn in het “Besluit begroting en verantwoording gemeenten en
                    provincies” (BBV) maximale afschrijvingstermijnen opgenomen. Er geldt een
                    maximale afschrijvingstermijn van 5 jaar voor de kosten van onderzoek en
                    ontwikkeling en een maximale afschrijvingstermijn voor de kosten voor het
                    afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio gelijk aan de
                    looptijd van de lening. De termijnen genoemd in het eerste lid zijn overgenomen
                    uit de eerder door de raad vastgestelde (en geharmoniseerde) afschrijvingstabel.
                    Alleen voor de afschrijving van nieuwe schoolgebouwen is hiervan afgeweken en is
                    de termijn evenals voor andere (bedrijfs)gebouwen gesteld op 40 jaar. Het tweede
                    lid geeft een opsomming van de activa van de gemeente, welke slechts een
                    maatschappelijk en geen economisch nut hebben. Investeringen in vaste activa met
                    alleen maatschappelijk nut mogen ineens ten laste van de exploitatie worden
                    gebracht. Deze investeringen genereren geen inkomsten en brengen bij verkoop
                    geen geld op. Activering van deze activa geeft een opwaartse vertekening van het
                    eigen vermogen. Het is de bedoeling dat de verordening een limitatieve opsomming
                    geeft. Hierbij dient opgemerkt te worden dat alleen investeringen in de openbare
                    ruimte met een maatschappelijk nut geactiveerd mogen worden. Er moet namelijk in
                    de praktijk een (h)erkenbaar criterium zijn voor de onderscheiding van activa
                    met alleen een maatschappelijk nut. In lid 2 is er voor gekozen om aan te geven
                    welke soorten van activa het betreft. Meer gedetailleerd gaat het dan om de
                    zaken als waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen,
                    straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels,
                    verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie
                    openbare ruimten, parken en overig groen. Het derde lid bepaalt, dat activa met
                    alleen maatschappelijk nut onder aftrek van bijdragen van derden en
                    bestemmingsreserves mogen worden afgeschreven voorzover deze budgettair niet
                    direct ten laste van de exploitatie kunnen worden gebracht. In de praktijk zal
                    afschrijving - evenals trouwens nu het geval is -regel zijn omdat met dergelijke
                    investeringen doorgaans grote bedragen gemoeid zijn</al>
        <al>
          <vet>Artikel 11. Waardering oninbare vorderingen</vet>
        </al>
        <al>Artikel 11 geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de voorziening
                    voor oninbare vorderingen. Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening is
                    in dit artikel gekozen voor een scheiding in de bulkfacturen van de gemeente en
                    de overige facturen. Voor de bulkfacturen van gemeenten kan een voorziening
                    worden getroffen op basis van een in te schatten percentage van oninbaarheid,
                    omdat individuele beoordeling ondoenlijk is. In gemeenten betreft het hier
                    veelal vorderingen facturen lokale heffingen en rechten. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 12. Reserves en voorzieningen</vet>
        </al>
        <al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de algemene
                    reserves en bestemmingsreserves. Hoe groot moet het eigen vermogen zijn om
                    risico’s op te vangen en gaan we een investering financieren door
                    belastingverhoging of door het interen op het eigen vermogen, zijn financieel
                    beleidsmatige vragen die thuishoren bij de raad. Artikel 12 bepaalt, dat het
                    college een nota over de reserves en voorzieningen aanbiedt ter behandeling en
                    vaststelling door de raad. In deze nota kan de raad het kader vaststellen voor
                    de omvang van de reserves . Kaders stellen voor voorzieningen is veelal niet aan
                    de orde, omdat voorzieningen een verplichtend karakter kennen. Wel is het
                    inzichtelijk in de nota in te gaan op de voorzieningen. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 13. Kostprijsberekening</vet>
        </al>
        <al>In artikel 13 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, let b Gemeentewet wordt geëist.
                    De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk politieke
                    besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en de geraamde
                    kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In dit artikel
                    worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen gegeven.</al>
        <al>Artikel 13, lid 1 bepaalt, dat naast de direct aan een product toe te rekenen
                    kosten ook de indirecte kosten die rechtstreeks samenhangen met de vervaardiging
                    van het product, worden meegenomen voor de kostprijsbepaling. De salariskosten
                    van de burgemeester hoeven dus niet worden meegenomen voor de
                    kostprijsberekening van de rioolrechten. Het toe te rekenen deel van de overhead
                    van de gemeentelijke dienst waaronder het rioolbeheer valt moet dus wel worden
                    meegenomen in de kostprijsberekening. Op grond van lid 2 moeten ook worden
                    meegenomen de kosten compensabele BTW voor rioolrechten, reinigingsrechten en
                    afvalstoffenheffing. De begroting en jaarstukken zijn exclusief de compensabele
                    BTW. Voor dit soort heffingen is echter in de wet bepaald dat ze wel meegenomen
                    mogen worden in de kostprijsberekening, omdat de gemeente deze kosten wel heeft,
                    ook al wordt de BTW gecompenseerd.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 14. treasuryfunctie</vet>
        </al>
        <al>De treasuryfunctie is een belangrijk onderdeel van het middelenbeheer. Gezien de
                    operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212 het expliciete
                    voorschrift dat de verordening een onderdeel over de financieringsfunctie heeft.
                    In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel 212, tweede lid onder c. Het
                    gaat om de kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. De uitvoering
                    van de financieringsfunctie komt aan de orde in de financieringsparagraaf in de
                    begroting en de rekening zoals die in het Besluit begroting en verantwoording is
                    voorgeschreven. In dit artikel stelt de raad doelstellingen, richtlijnen en
                    limieten die voor het college gelden. Het vierde lid van het artikel draagt het
                    college op een treasurystatuut op te stellen dat met name protocollen bevat voor
                    de dagelijkse uitvoering. Onderwerpen die in zo’n statuut aan de orde komen
                    zullen met name betreffen het derivatenbeheer (indien van toepassing), het
                    kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie.
                    Onder het risicobeheer vallen het renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer,
                    het koersrisicobeheer, het interne liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer
                    (indien van toepassing).</al>
        <al>De raad heeft reeds een treasurystatuut vastgesteld. De normen hiervan zijn
                    verwerkt in dit artikel. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 15. Registratie bezittingen en activa en vermogen</vet>
        </al>
        <al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie van
                    de gemeentelijke bezittingen onontbeerlijk. Om te garanderen dat de registratie
                    actueel en juist is, wordt in dit artikel het college opgedragen periodiek de
                    registratie te controleren en bij afwijkingen maatregelen tot herstel te
                    treffen. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 16. Lokale heffingen</vet>
        </al>
        <al>Artikel 229b Gemeentewet en artikel 15.33 Wet milieubeheer stellen
                    randvoorwaarden aan de hoogte van de meeste tarieven en heffingen. Behalve
                    tarieven voor het geven van vermakelijkheden en belastingen mogen de tarieven en
                    heffingen niet het bedrag van de geraamde kostprijs te boven gaan. Voor het
                    vaststellen van de hoogte van de verschillende tarieven en heffingen heeft de
                    raad dus de geraamde kostprijs per tarief c.q. heffing nodig.</al>
        <al>In afwijking van de voorgaande alinea is bij meer producten en diensten
                    opgenomen in één verordening het mogelijk dat een bepaald product hoger wordt
                    geprijsd dan de geraamde kostprijs zolang het totaal van de geraamde opbrengst
                    de totale kosten van de in de verordening genoemde producten en diensten niet
                    overschrijdt. Dit is het geval bij de leges, welke in de regel bijeen worden
                    gebracht in één legesverordening. Voor inzicht in de hoogte van de baten in
                    begrotingstechnische zin heeft de raad ook informatie nodig over de geraamde
                    afzet in hoeveelheid. Het derde lid regelt, dat het college de geraamde
                    kostprijs per verordening en de geraamde hoeveelheden per product/dienst aan de
                    raad verstrekt voor vaststelling van de heffingen, tarieven en prijzen. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 17. Weerstandsvermogen</vet>
        </al>
        <al>Een gemeente loopt risico’s. Deze risico’s zijn van uiteenlopende aard. Tegen
                    een deel van deze risico’s kan een gemeente zich verzekeren, of er moeten
                    voorzieningen worden gevormd, of ze kunnen anderszins worden opgevangen. Voor
                    een deel van de risico’s is dit echter niet het geval. Daarnaast kiezen
                    gemeenten er soms voor om voor bepaalde verzekerbare risico’s eigen risicodrager
                    te worden door zich bewust niet voor deze risico’s te verzekeren. De niet
                    verzekerde risico’s hebben, als ze zich voordoen, (grote) financiële
                    consequenties. Het is dus zaak voor een gemeente, dat ze zich bewust is van de
                    risico’s die ze loopt, en ze beheerst. Het uitsluiten van risico’s is echter
                    niet mogelijk. Waar gewerkt wordt vallen spaanders. Niet verzekerde risico’s die
                    zich voordoen, moet de gemeente opgevangen met het eigen vermogen, door
                    belastingverhoging of door beleidsmatige ombuigingen op de begroting.</al>
        <al>Het eerste lid van artikel 17 eist dat het college eens in de vier jaar een nota
                    aan de raad aanbiedt, waarin het college uiteenzet hoe hij omgaat met de
                    inventarisatie en beheersing van risico’s. Dit zijn bijvoorbeeld regels over
                    welke bezittingen van de gemeente moeten worden verzekerd en welke procedures
                    hiervoor gelden. Een ander voorbeeld van een regel voor de beheersing van
                    risico’s is, dat er jaarlijks een rentevisie wordt gemaakt, waarmee de gemeente
                    het renterisico op haar leningportefeuille op een aanvaardbaar niveau houdt.
                    Ieder college kan zelf invulling geven hoever hij met deze regels wil gaan. Ten
                    tweede moet het college in deze nota de risico’s kwantificeren en aan de hand
                    ervan het gewenste weerstandscapaciteit bepalen.</al>
        <al>Het tweede lid regelt over welke risico’s en hun financiële consequenties de
                    raad in de verplichte paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en de
                    jaarstukken moet worden geïnformeerd. Het “Besluit begroting en verantwoording
                    provincies en gemeenten” verplicht een aantal zaken op te nemen in de paragraaf,
                    namelijk:</al>
        <al>a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;</al>
        <al>b. een inventarisatie van de risico’s;</al>
        <al>c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;</al>
        <al>In het onderhavige artikel is er voor gekozen om de beleidslijnen uit te zetten
                    in een nota. De desbetreffende, volgens het Besluit begroting en verantwoording
                    voorgeschreven paragraaf informeert dan vooral de uitvoering en toepassing van
                    de nota. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen</vet>
        </al>
        <al>In artikel 18 stelt de raad regels voor de begrotings- en
                    verantwoordingsinformatie aan de raad over het onderhoud aan kapitaalgoederen.
                    De verantwoordingsinformatie wordt gesplitst. Het eerste tot en met het derde
                    lid regelen, dat er nota’s aan de raad worden aangeboden over het onderhoud aan
                    de verschillende categorieën kapitaalgoederen. Hierin kan op de stand van zaken
                    worden ingegaan en kan de raad de kaders voor het toekomstig beleid
                    uiteenzetten.</al>
        <al>Artikel 18, vierde lid, regelt over welke feiten aangaande het financieel beheer
                    van het onderhoud van kapitaalgoederen de raad in de verplichte paragraaf
                    onderhoud kapitaalgoederen bij de begroting en jaarstukken in elk geval
                    geïnformeerd wordt. Hier kan de raad invulling geven aan zijn eigen
                    informatiebehoefte over het onderhoud kapitaalgoederen. Het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten schrijft enige feiten voor, die in de
                    paragraaf moeten worden vermeld. Namelijk het beleidskader, de daaruit
                    voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting
                    van het onderhoud wegen, het onderhoud riolering, het onderhoud water, het
                    onderhoud groen en het onderhoud gebouwen.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 19. Financiering</vet>
        </al>
        <al>De basis voor dit artikel is gelegen in artikel 14. Artikel 19 regelt over welke
                    feiten inzake het financieel beheer van de financieringsfunctie de raad in elk
                    geval in de verplichte paragraaf financiering bij de begroting en jaarstukken
                    wordt geïnformeerd. De raad kan aangeven om over meerdere zaken geïnformeerd te
                    willen worden zoals de samenstelling en omvang van het vreemde vermogen en van
                    de uitzettingen en de liquiditeitspositie. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 20. Bedrijfsvoering</vet> Het domein van de ambtelijke organisatie
                    is de verantwoordelijkheid van het college. Beleid op dit gebied wordt in de
                    eerste plaats vormgegeven door het college. In het eerste lid van artikel 19
                    wordt dan ook slechts een nota over de bedrijfsvoering ter kennisgeving aan de
                    raad overlegd.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 21. Verbonden partijen</vet>
        </al>
        <al>
          Artikel 21 stelt regels voor de verantwoordingsinformatie over de
                    verbonden partijen. Bij verbonden partijen moet gedacht worden aan
                    gemeenschappelijke regelingen, PPS-constructies e.d. Kenmerkend is dat de
                    gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.</al>
        <al>Daar de begroting, jaarstukken en nota’s openbare stukken zijn, kan vermelding
                    van bepaalde in de verordening vereiste informatie de belangen van de gemeente
                    schaden. We kunnen bijvoorbeeld denken aan het voornemen om een financieel
                    belang af te stoten, hetgeen in bepaalde situaties de onderhandelingspositie van
                    de gemeente aantast. Deze gegevens worden vanzelfsprekend niet herkenbaar
                    opgenomen in de begroting, jaarstukken en openbare nota’s.</al>
        <al>Ingevolge het Besluit begroting en verantwoording dient een lijst van verbonden
                    partijen te worden bijgehouden. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 22. Grondbeleid</vet>
        </al>
        <al>
          Een belangrijke taak van een gemeente is het daadwerkelijk ingrijpen in de
                    ruimtelijke ordening van een gemeente door zelf vastgoedlocaties te (laten)
                    ontwikkelen. De uitgangspunten van het financieel beleid ten aanzien van het
                    grondbeleid horen bij de raad thuis. Artikel 22, eerste lid, regelt, dat het
                    college eenmaal per raadsperiode een nota grondbeleid aan de raad aanbiedt ter
                    behandeling en vaststelling. In deze nota kan de raad de kaders vaststellen voor
                    het toekomstig grondbeleid. De raad kan de nota altijd tussentijds
                    agenderen.</al>
        <al>Het tweede lid van artikel 22 schrijft de feiten voor aangaande het grondbeleid
                    waarover de raad in elk geval in de verplichte paragraaf grondbeleid bij de
                    begroting en jaarstukken in elk geval moet worden geïnformeerd. Dit naast de
                    verplichtingen die het Besluit begroting en verantwoording voorschrijft. Het
                    besluit schrijft voor:</al>
        <al>a een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
                    doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;</al>
        <al>b een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert; c een
                    actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale
                    grondexploitatie;</al>
        <al>d een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al>
        <al>e de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de
                    risico’s van de grondzaken.</al>
        <al>Daar de begroting, jaarstukken en nota’s openbare stukken zijn, kan vermelding
                    van bepaalde in de verordening geëiste informatie de belangen van de gemeente
                    schaden. We kunnen bijvoorbeeld denken aan het opnemen van de financiële
                    onderhandelingsruimte in de begroting voor de aankoop van een stuk grond.
                    Dergelijke informatie tast de onderhandelingspositie van de gemeente aan. Zulke
                    gegevens worden vanzelfsprekend niet herkenbaar opgenomen in de begroting,
                    jaarstukken en openbare nota’s.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 23. Verstrekking subsidies</vet>
        </al>
        <al> rol en het budgetrecht van de raad raakt, betreft de verstrekking van
                    gemeentelijke subsidies. Hiervoor is geen paragraaf bij de begroting en de
                    jaarstukken opgenomen.</al>
        <al> Artikel 23 regelt, dat de raad periodiek een nota ontvangt waarin het college
                    het voorgenomen beleid uiteenzet voor de verstrekking van subsidies en een
                    overzicht van de toegekende subsidies. De nota wordt eens per raadsperiode
                    aangeboden. De raad kan de nota altijd tussentijds agenderen. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 24. Administratie</vet>
        </al>
        <al>In artikel 24 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet – inherent aan het dualisme – de regels en activiteiten
                    die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college. Deze
                    zal deze zaken wel in een besluit moeten vastleggen voor de aansturing van de
                    ambtelijke organisatie. Een en ander geldt ook voor artikel 25, 26 en 27. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 25. Financiële administratie</vet>
        </al>
        <al>Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van gemeenten. In het Besluit begroting en
                    verantwoording zijn onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en
                    verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële
                    administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële
                    verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan gedeputeerde staten, in hun
                    rol als toezichthouder, het rijk, de Europese Unie etc. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 26. Financiële organisatie</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders
                    voor het college, waaraan hij zich moet houden.</al>
        <al>In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan
                    functionarissen. In de onderdelen c t/m f worden eisen gesteld aan de
                    budgettoedeling en de verantwoording daarover. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 27. Aanbesteding en inkoop</vet>
        </al>
        <al>De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn
                    belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen
                    hebben. Het hanteren van een protocol is naast de desbetreffende administratieve
                    aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid
                    kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Artikel
                    27 legt aan het college de zorg op om regels op te stellen voor de aanbesteding
                    van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van de Europese
                    Unie dient daarbij nageleefd te worden. Doordat de regels worden vastgelegd kan
                    de accountant bij zijn controle van de jaarstukken nagaan of de interne regels
                    (en de Europese regelgeving) zijn nageleefd, het is een onderdeel van de
                    rechtmatigheidstoets. De accountant beoordeelt hiervoor eveneens het systeem van
                    interne regels.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 28. Subsidieverstrekking en steunverlening</vet>
        </al>
        <al>
           Een ander kwetsbare activiteit van gemeenten is de subsidieverlening en
                    steunverlening aan ondernemingen.</al>
        <al>Ook hiervoor is het hanteren van een protocol te zien als een vorm van
                    risicobeheersing. Daarnaast is op delen van deze activiteit de Europese
                    regelgeving inzake staatssteun van toepassing.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 30. </vet>
          <vet>Citeertitel</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke stukken
                    naar deze verordening kan verwijzen.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>