<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR126459_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Gemeente Achtkarspelen</al><al><vet>Verordening Langdurigheidstoeslag WWB</vet></al><al><vet>Dienst Werk en Inkomen “De Wâlden”</vet></al><al><vet> November </vet><vet>2011</vet></al><al><vet> Gemeente Achtkarspelen </vet></al><al>de Raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 8, lid 1, sub d en artikel 36 van de
                        Wet Werk en Bijstand,</al><al>overwegende dat moet worden vastgesteld wie voor een
                        langdurigheidstoeslag in aanmerking komt en op grond van welke criteria
                        de hoogte van die langdurigheidstoeslag wordt bepaald;</al><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen: </al><al><vet>de Verordening Langdurigheidstoeslag WWB </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>de WWB</vet>: de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="b."><al><vet>de belanghebbende</vet>: degene wiens belang rechtstreeks
                                    bij een besluit is betrokken (Algemene Wet Bestuursrecht) en die
                                    is een alleenstaande, een alleenstaande ouder of een gezin als
                                    bedoeld in deze verordening;</al></li><li nr="c."><al><vet>de alleenstaande</vet>: de ongehuwde van 21 jaar of ouder
                                    die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen
                                    gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft
                                    een bloedverwant in de tweede graad waarbij er bij één van de
                                    bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte en
                                    in wiens woning niet één of meer meerderjarige kinderen hun
                                    hoofdverblijf hebben;</al></li><li nr="d."><al><vet>de alleenstaande ouder</vet>: de ongehuwde van 21 jaar of
                                    ouder die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last
                                    komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een
                                    ander tenzij het betreft een bloedverwant in de tweede graad
                                    waarbij er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad
                                    sprake is van zorgbehoefte en in wiens woning niet één of meer
                                    meerderjarige kinderen hun hoofdverblijf hebben;</al></li><li nr="e."><al><vet>het gezin</vet>: de gehuwden of geregistreerd partners,
                                    danwel daarmee op grond van artikel 3, lid 3 en 4 WWB
                                    gelijkgestelden tezamen die ouder dan 21 jaar of ouder zijn met
                                    of zonder tot hun laste komende kinderen en met of zonder hun
                                    meerderjarige kinderen, die hun hoofdverblijf in dezelfde woning
                                    als de gehuwden/geregistreerd partners/gelijkgestelden
                                    hebben,</al><al>of </al><al>de alleenstaande of alleenstaande ouder die ouder dan 21 jaar is met één
                            of meer meerderjarige kinderen, die hun hoofdverblijf in dezelfde woning
                            als de aleenstaande of alleenstaande ouder hebben; </al></li><li nr="f."><al><vet>het kind</vet>: het in Nederland woonachtige eigen kind of
                                    stiefkind;</al></li><li nr="g."><al><vet>het ten laste komende kind</vet>: het kind, jonger dan 18
                                    jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op
                                    kinderbijslag kan maken;</al></li><li nr="h."><al><vet>de langdurigheidstoeslag</vet>: de jaarlijkse financiële
                                    tegemoetkoming aan een alleenstaande of alleenstaande ouder van
                                    21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, of een gezin waarvan
                                    de gehuwden, danwel de alleenstaande of de alleenstaande ouder
                                    als bedoeld in artikel 4, lid 1, sub c onder 3, ouder zijn dan
                                    21 jaar, doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag inkomen
                                    en geen in aanmerking te nemen vermogen hebben en geen uitzicht
                                    hebben op inkomensverbetering;</al></li><li nr="i."><al><vet>het begrip langdurig</vet>: een onafgebroken periode van 3
                                    jaar voorafgaand aan de datum waarop in enig jaar het recht op
                                    de langdurigheidstoeslag ontstaat (de peildatum);</al></li><li nr="j."><al><vet>de peildatum</vet>: de datum waartegen
                                    langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd;</al></li><li nr="k."><al><vet>een laag inkomen</vet>: een inkomen als bedoeld in artikel
                                    31 en 32 van de WWB, alsmede een uitkering voor de kosten van
                                    levensonderhoud als bedoeld in artikel 7, lid 1, sub b van de
                                    WWB, dat over de voorgaande onafgebroken drie jaar voor de
                                    peildatum niet meer heeft bedragen dan de voor belanghebbende
                                    van toepassing zijnde norm, inclusief (eventuele) toeslag of
                                    verlaging als bedoeld in artikel 21 en paragraaf 3.3 van de WWB
                                    (100% van het sociaal minimum). Overschrijdingen tot maximaal 5%
                                    van het toepasselijke sociaal minimum worden genegeerd, zodat
                                    het totale in aanmerking te nemen inkomen 105% van het sociaal
                                    minimum is.</al></li></lijst><al>Voor de beoordeling van het inkomen in het kader van artikel 32 is
                            onderdeel b van het eerste lid van dat artikel niet van
                            toepassing;.</al><lijst><li nr="l."><al><vet>de inkomsten uit arbeid</vet>: de opbrengst van arbeid of
                                    de winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep.</al></li><li nr="m."><al><vet>de inkomsten in verband met arbeid</vet>: een uitkering uit
                                    een verplichte werknemersverzekering of een particuliere
                                    verzekering wegens derving van inkomen.</al></li><li nr="n."><al><vet>het vermogen</vet>: het vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de WWB;</al></li><li nr="o."><al><vet>de inkomensverbetering</vet>: de situatie waarbij
                                    redelijkerwijs verwacht mag worden dat de belanghebbende, ook
                                    door eigen inspanning, binnen een termijn van 6 tot 12 maanden
                                    een hoger inkomen dan 105% van het toepasselijke sociaal minimum
                                    kan krijgen;</al></li><li nr="p."><al><vet>het college</vet>: het college van Burgemeester en
                                    Wethouders van de gemeente Achtkarspelen;</al></li><li nr="q."><al><vet>de gemeenteraad</vet>: de gemeenteraad van de gemeente
                                    Achtkarspelen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Voor belanghebbenden aan wie een langdurigheidstoeslag kan worden
                            verleend geldt een categorieaanduiding;</al><lijst><li nr="-"><al>de categorieën worden aangeduid als:</al><lijst><li nr="a."><al>de alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>de alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>het gezin.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Criteria voor het toekennen van een langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de WWB komt in aanmerking
                                voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende, die langdurig
                                (artikel 1, sub i van deze verordening) aangewezen is geweest op een
                                laag inkomen (artikel 1, sub k van deze verordening) en op de
                                peildatum niet de beschikking heeft over vermogen (artikel 1, sub n
                                van deze verordening) en die geen uitzicht heeft op
                                inkomensverbetering (artikel 1, sub o van deze verordening).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van perioden waarin de belanghebbende uitgesloten is
                                geweest van het recht op bijstand, anders dan als gevolg van de
                                hoogte van de eigen inkomsten, wordt de belanghebbende geacht
                                tenminste een inkomen te hebben gehad ter hoogte van 100% van de
                                voor belanghebbende van toepassing zijnde norm, inclusief
                                (eventuele) toeslag of verlaging als bedoeld in artikel 21 en
                                paragraaf 3.3 van de WWB.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een gezin belanghebbende is geldt het eerste en het tweede lid
                                voor alle gezinsleden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar.
                                Het eerste en tweede lid geldt niet voor gezinsleden van 18 tot 21
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verschillende gezinsleden hebben geen zelfstandig recht op een
                                langdurigheidstoeslag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de vaststelling van het inkomen, als bedoeld in lid 1, wordt een
                                eerder verstrekte langdurigheidstoeslag conform het gestelde in
                                artikel 36, lid 2 van de WWB buiten beschouwing gelaten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt voor:</al><lijst><li nr="-"><al>de alleenstaande: € 178,00;</al></li><li nr="-"><al>de alleenstaande ouder: € 227,00;</al></li><li nr="-"><al>het gezin: € 254,00.</al></li></lijst></li></lijst><al><cursief>(de genoemde bedragen gelden (fictief) per 1 januari
                                </cursief><cursief>2011</cursief><cursief> en jaarlijks
                                vindt</cursief></al><al><cursief>per januari indexering plaats) </cursief></al><lijst><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
                                    peildatum bepalend.</al></li><li nr="3."><al>Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van
                                    het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of
                                    artikel 13, lid 1 van de WWB komen de rechthebbende gezinsleden
                                    in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die
                                    voor hen als (overblijvend) gezin, danwel als alleenstaande of
                                    alleenstaande ouder zou gelden.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1
                                    januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het
                                    procentuele verschil tussen de gezinsnorm per 1 januari van dat
                                    jaar en de gezinsnorm van het per 1 januari van het daaraan
                                    voorafgaande jaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            Langdurigheidstoeslag WWB.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2012.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Langdurigheidstoeslag WWB, vastgesteld op 5 maart
                                    wordt gelijktijdig ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Achtkarspelen op </ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de Raadsgriffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Heide P. Adema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag WWB</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 8, lid 1, sub d WWB dient de gemeenteraad bij verordening
                    regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op
                    de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan de begrippen “langdurig” en “laag inkomen”, zoals die in artikel 36,
                    lid 1 worden gebruikt. </al><tussenkop>Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Ten aanzien van de begrippen die in de verordening worden gebruikt is
                    aansluiting gezocht bij wettelijke omschrijvingen. Daar waar dit een andere wet
                    is dan de Wet Werk en Bijstand is dat in de verordening aangegeven. </al><al>a.<vet>de WWB</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al><al>b.<vet>de belanghebbende</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al><al>c.<vet>de alleenstaande</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip alleenstaande komt overeen met de omschrijving
                    die de wet hanteert, met dit verschil dat extra wordt benadrukt dat de
                    verordening alleen van toepassing is voor alleenstaanden van 21 jaar of ouder.
                    Degene die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, kan worden
                    aangemerkt als een alleenstaande. Tevens kan bij bloedverwantschap in de tweede
                    graad, waarbij sprake is van verzorging, ook worden uitgegaan van een
                    alleenstaande. </al><al>d.<vet>de alleenstaande ouder</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip alleenstaande ouder komt overeen met de
                    omschrijving die de wet hanteert, met dit verschil dat extra wordt benadrukt dat
                    de verordening alleen van toepassing is voor alleenstaande ouders van 21 jaar of
                    ouder. Degene die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende
                    kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, kan worden
                    aangemerkt als een alleenstaande ouder. Tevens kan bij bloedverwantschap in de
                    tweede graad, waarbij sprake is van verzorging, ook worden uitgegaan van een
                    alleenstaande ouder. </al><al>e.<vet>het gezin</vet>:</al><al>Deze omschrijving, alsmede die van de situaties die gelijkgesteld moeten worden,
                    sluit aan bij de opvattingen van de wetgever, met de toevoeging dat het hier
                    alleen handelt over personen van 21 jaar of ouder. </al><al>f.<vet>het kind</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip kind komt overeen met de omschrijving die de wet
                    hanteert. </al><al>g.<vet>het ten laste komende kind</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip ten laste komende kind komt overeen met de
                    omschrijving die de wet hanteert. Uiteraard geldt hierbij wel dat dit kind in
                    Nederland moet wonen. </al><al>h.<vet>de langdurigheidstoeslag</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip langdurigheidstoeslag komt overeen met de
                    omschrijving die de wet hanteert. </al><al>i.<vet>het begrip langdurig</vet>:</al><al>Gekozen is voor een (onafgebroken) periode van 3 jaar, aangezien mag worden
                    aangenomen dat er na 3 jaar geen reserveringsruimte meer is bij een inkomen op
                    minimumniveau. </al><al>j.<vet>de peildatum</vet>:</al><al>Met de invulling van het begrip peildatum als datum <cursief>waartegen</cursief>
                    is aangevraagd wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de CRvB, dat het niet
                    gaat om de datum <cursief>waarop</cursief> is aangevraagd. De aanvraag wordt
                    daarom steeds geacht te zijn gedaan <cursief>tegen</cursief> de eerst mogelijke
                    datum na afloop van een referteperiode. De onder de oude regeling ingezette
                    handelwijze van 1 januari peildatum kan dus worden voortgezet. </al><al>k.<vet>een laag inkomen</vet>:</al><al>Met betrekking tot het begrip “inkomen” is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht heeft gegeven om in de
                    verordening regels te geven met betrekking tot het begrip “langdurig, laag
                    inkomen” is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel
                    36, lid 1 WWB nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt aangesloten
                    bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever
                    bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36, lid 1 WWB. Voorts is
                    naar aanleiding van jurisprudentie aangesloten bij een grens van 100% van de
                    voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, waarbij overschrijdingen tot
                    maximaal 5% van het sociaal minimum moeten worden genegeerd. De reden hiervoor
                    is hoofdzakelijk dat het armoedeval-effect zoveel mogelijk voorkomen moet
                    worden. Maar daarnaast mag niet vergeten worden dat het vaststellen van een
                    hogere grens (reeds net boven 105% van het sociaal minimum) ongewenste
                    discriminatoire effecten in zich heeft. </al><al>l.<vet>de inkomsten uit arbeid</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting. </al><al>m.<vet>de inkomsten in verband met arbeid</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting. </al><al>n.<vet>het vermogen</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting. </al><al>o.<vet>de inkomensverbetering</vet>:</al><al>Tot dusverre werd aan dit begrip in de praktijk onvoldoende aandacht besteed.
                    Het is ook </al><al>niet gemakkelijk om voor een belanghebbende te kunnen beoordelen of van</al><al>inkomensverbetering sprake zou kunnen zijn, maar toch is voorstelbaar dat iemand
                    die </al><al>een re-integratietraject heeft afgerond en zich met die achtergrond op de
                    arbeidsmarkt</al><al>kan begeven uitzicht zou kunnen hebben op inkomensverbetering. Eén en ander
                    vergt </al><al>uiteraard een zorgvuldige, individuele beoordeling. </al><al>achtergrond </al><al>p.<vet>het college</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al><al>q.<vet>de gemeenteraad</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>De categorie-indeling is gebaseerd op de Wet Werk en Bijstand. De begrippen zijn
                    nader uitgelegd in artikel 1 van deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Dit artikel omschrijft de voorwaarden voor het kunnen toekennen van een
                    langdurigheidstoeslag. Voor de begripsomschrijving wordt wederom verwezen naar
                    artikel 1 van deze verordening. Verder is in dit artikel geregeld hoe moet
                    worden omgegaan met maanden binnen de referteperiode, waarin er helemaal geen
                    inkomen is geweest. Ook is nog een keer benadrukt dat in het geval van een gezin
                    alle gezinsleden aan de eisen moeten voldoen. Uiteraard kan een gezin,
                    waarbinnen een gezinslid 18 jaar is geworden, niet van een langdurigheidstoeslag
                    worden uitgesloten, omdat dit kind strikt genomen niet aan de toelatingseisen
                    voldoet. </al><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is, vooruitlopend op 2012, gebaseerd op
                    een gefixeerde hoogte over 2011. De reden hiervoor is dat op dit moment (begin
                    oktober 2011) nog niet bekend is wat de hoogte van de bijstandsnormen voor 2012
                    wordt. Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de
                    hoogte jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnormen. Omdat
                    de bijstandsnormen in beginsel tweemaal per jaar worden geïndexeerd en de
                    langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds de gergelijking gemaakt met de
                    bijstandsnormen van 1 januari van het voorafgaande jaar. </al><al>In het derde lid van wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven
                    voor situaties waarin één van de gezinsleden is uitgesloten van het recht op
                    langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, lid 1 WWB. NB: Dit
                    derde lid ziet enkel op de situatie dat er bij een gezinslid sprake is van een
                    uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of artikel 13, lid 1 WWB. Indien één
                    van de gezinsleden niet in aanmerking komt voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in
                    artikel 36, lid 1 WWB of deze verordening, heeft het hele gezin geen recht op
                    langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt het gezin immers
                    gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allemaal, zowel afzonderlijk als
                    gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Artikel 7 van de WWB schrijft voor dat de uitvoering van de wet berust bij
                    Burgemeester en Wethouders. Zij kunnen deze bevoegdheid overeenkomstig hetgeen
                    hierover in de wet is geregeld vervolgens mandateren aan ambtenaren. Volgens het
                    tweede lid hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om in individuele
                    gevallen af te wijken van het in de verordening bepaalde.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>