<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR125919_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Peelrandwijzer 21-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228a van de Gemeentewet;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rioolheffing</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belasting en financiën</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2011;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012.(Verordening
                        rioolheffing 2012) </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:a. perceel: een roerende of onroerende
                            zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;b. gemeentelijke riolering: een
                            voorziening of combinatie van voorzieningen voor inza-meling,
                            verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of
                            grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;
                            alsmede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater;c.
                            verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                            betrekking heeft;d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater,
                            hemelwater of grondwater;e. drukriool: (onderdeel van de gemeentelijke
                            riolering) het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief
                            hemelwater, waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel
                            van door pompinstallaties veroorzaakte druk;f. ingenomen water: door een
                            waterbedrijf geleverd drink- en industriewater, onttrokken grond- en
                            oppervlaktewater en opgevangen hemelwater; g. Brabant Water: de naamloze
                            vennootschap Brabant Water, gevestigd te‘s-Hertogenbosch;h. debiet: de
                            hoeveelheid geloosd water gedurende het etmaal;i. debietmeter: meter
                            waarmee het debiet gemeten wordt; (bijvoorbeeld door middel van
                            magnetische inductie) met een nauwkeurigheid van tenminste 95%;j.
                            agrarisch bedrijf: een bedrijf dat bestemd is, en bedrijfsmatig (met het
                            oogmerk om daarmee winst te behalen) gebruikt wordt, voor het
                            voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het
                            houden of het fokken van vee;k. doorverbinding: indien achter één
                            watermeter van het waterbedrijf twee of meer zelf-standige gedeelten
                            zijn gelegen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:a. de
                        inzameling en het transport van huishoudelijk water en bedrijfsafvalwater,
                        alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; enb. de inzameling van
                        afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwa-ter,
                        alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen
                        van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel
                        mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. De belasting wordt geheven:a. van degene die bij het begin van het
                            belas¬tingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                            recht van een perceel dat direct of indi¬rect is aangesloten op de
                            ge-meentelijke riole¬ring, verder te noemen eigenarendeel; enb. van de
                            gebruiker van een perceel van waaruit water direct of in¬direct op de
                            gemeen-telijke riole¬ring wordt afgevoerd, verder te noemen het
                            gebruikersdeel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belasting¬jaar
                            als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat
                            hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel
                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                            recht gebruikt;b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een
                            gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene
                            die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.c. degene die, niet zijnde
                            de onder a of b genoemde gebruiker, met waterbedrijf Brabant Water een
                            overeenkomst tot levering is aangegaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt het: a.
                        eigenarendeel geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met
                        dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een
                        geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt;b.
                        gebruikersdeel geheven van degene die met waterbedrijf Brabant Water een
                        overeenkomst tot levering is aangegaan, met inbegrip van de zelfstandige
                        gedeelten welke via een door-verbinding van water worden voorzien. Het al
                        dan niet aanwezig zijn van tussenmeters is hierbij niet van belang. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Grondslag en maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                            dat vanuit het per-ceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het totaal aantal
                            kubieke meters ingeno-men water dat, in de laatste aan het begin van het
                            belastingjaar voorafgaande verbruiks-periode is ingenomen. Ingeval de
                            verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden,
                            wordt de hoeveelheid ingenomen water door herlei¬ding naar tijdsgelang
                            bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand
                            voor een volle maand gere¬kend. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:a. geijkte watermeter, waarvan de
                            hoeveelheid opgevangen of opgepompt water kan wor-den afgelezen, ofb.
                            geijkte bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                            pompinstallatie met vaste ca-paciteit in bedrijf is geweest kan worden
                            afgelezen.De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling
                            van de hoeveelheid opgevangen of opgepompt water geschiedt op grond van
                            enige andere voorschrift of wettelijke bepaling. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel niet
                            bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid,
                            onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld naar rato
                            van de afge¬voerde hoeveelheid water vanuit vergelijk¬bare
                            percelen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Indien door de gebruiker wordt aangetoond dat, op voet van de in het
                            derde lid berekende totale hoeveelheid ingenomen water, méér dan 200 m3
                            niet via de gemeentelijke riolering is afgevoerd, wordt het
                            waterverbruik verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoe-veelheid,
                            voorzover die hoeveelheid de 200 m3 overschrijdt.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Ten aanzien van objecten welke bij gemeente Sint Anthonis geregistreerd
                            staan als “agrari-sche bedrijven” wordt bepaald, dat bij de heffing
                            wordt uitgegaan van maximaal 250 m3 ge-loosd water per jaar, met
                            uitzondering van die objecten waarbij op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling of voorschrift het debiet op een andere wijze wordt
                            vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Indien de registratie van het water, dat op de gemeentelijke riolering
                            wordt geloosd, plaatsvindt met behulp van een debietmeter, vindt in
                            afwijking van de in dit artikel eerder genoemde wijzen, altijd
                            verrekening plaats naar het aantal kubieke meters die op de de-bietmeter
                            worden afgelezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Het eigenarendeel bedraagt € 75,00 per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle kubieke meter water:a. €
                            0,97 per kubieke meter water van 0 m3 tot en met 1000 m3;b. € 0,88 per
                            kubieke meter water vanaf 1.001 m3 tot en met 5.000 m3;c. € 0,59 per
                            kubieke meter water vanaf 5.001 m3 tot en met 10.000 m3;d. € 0,39 per
                            kubieke meter water vanaf 10.001 m3. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van
                            afrekeningen van waterbedrijf Brabant Water plaatsvindt de
                            verbruiksperiode zoals die voor de betrokken be-lastingplichtige voor
                            het desbetreffende perceel geldt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak
                            gelijk aan het kalen-derjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien in het belastingtijdvak vanuit een perceel minder dan 1.000
                            kubieke meter water is of wordt afgevoerd wordt het gebruikersdeel
                            geheven bij wege van een gedagtekende schrif-telijke kennisgeving. Deze
                            kan worden gesteld op de afrekening van waterbedrijf Brabant Water. Als
                            dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval de dagtekening van de
                            afre-kening. Als kennisgeving van voorlopig gevorderde bedragen wordt
                            aangemerkt de voor-schotnota van Brabant Water of de kennisgeving op
                            andere wijze van betaling van de voor-schotbedragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorlopig gevorderde bedragen worden met het definitief gevorderde
                            bedrag verrekend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het gebruikersdeel, niet kan worden geheven door middel van de
                            kennisgeving als bedoeld in het tweede lid wordt het recht geheven door
                            middel van een aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                            het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het perceel
                            voor het gebrui-kersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            het recht verschuldigd met ingang van de dag nadat het perceel in
                            gebruik is genomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het perceel
                            voor het gebrui-kersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, is
                            het recht verschuldigd tot en met de dag waarop het gebruik van dat
                            perceel wordt beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de ge-meente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee drie gelijke termijnen
                            waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt in afwijking in zoverre van
                            het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                            belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in zeven gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Daar waar artikel 8, tweede lid, van toepassing is, moet het voorlopig
                            gevorderdebedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag worden
                            betaald tegelijk met en op de zelfde wijze als die waarop het
                            voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitievebedrag van de
                            afrekening van waterbedrijf Brabant Water moet worden betaald. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ‘Verordening rioolrechten 2011 van 13 december 2010 wordt ingetrokken
                            met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                            heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendma-king.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2012.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                            2012”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Sint Anthonis van 12 december 2011.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers M.L.P. Sijbers</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>