<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR125917_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 10-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjersteradiel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Tytsjerksteradiel, versie “raadsbesluit 24 november 2011” wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn </al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing </al><al>Artikel 1:7 Termijnen <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 1:8 Algemene weigeringsgronden</al><al>Artikel 1:9 Lex Silencio Positivo (wel)
                            <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 1:10 Lex Silencio Positivo (niet)</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al>Artikel 2:1a Verblijfsontzeggingen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:2 Optochten <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn<cursief> (vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiding van gedrukte stukken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                stukken of …………………afbeeldingen <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:10a Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan
                                de weg in strijd ………………… met de publieke functie van de weg</al><al>Artikel 2:10b Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</al><al>Artikel 2:10c Vrij te stellen categorieën</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen
                                en veranderen ………………… van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken en veranderen van een uitweg</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al><al>Artikel 2:23a Bijt in het ijs</al><al>Artikel 2:23b Gevaarlijk ijs</al><al>Artikel 2:23c Vrijheid ijsverkeer</al><al>Artikel 2:23d Onbetrouwbaarheid van het ijs</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:25a Meldingsplicht voor kleine evenementen</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>Artikel 2:31a Ordeverstoring </al><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2:34 Overige bepalingen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:35 Kennisgeving exploitatie
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:37 Nachtregister <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen </al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:47 Verboden gedrag op of aan de weg</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Verboden gedrag in voor publiek toegankelijke
                                ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:52 Afsluiten voertuigen
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden, pony’s en paarden</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee en pluimvee</al><al>Artikel 2:63 Duiven</al><al>Artikel 2:64 Bijen</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:66 Begripsbepalingen<cursief> (vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister<cursief> (vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste
                                lid, van het Wetboek van Strafrecht<cursief>
                                (vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen
                                    goederen<cursief> (vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:71 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:72 Afleveren van vuurwerk
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:73 Bezigen van vuurwerk
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2:73a Gebruik van carbid</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op ……………..openbare plaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen en escortbedrijven</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder</al><al>Artikel 3:9 Straat- en raamprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn, weigeringsgronden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3:12a Geldigheidsduur</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie, wijziging beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het …………
                            … uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek <cursief>(niet
                                opgenomen)</cursief></al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4:6a Mosquito</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>Gebruik geluidsapparaat in de openlucht</titel></kop><al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door dieren</al><al>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:7 Straatvegen <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4:7a Verontreiniging van de weg en van terreinen</al><al>Artikel 4:7b Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</al><al>Artikel 4:7c Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande
                                afvalstoffen</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare
                                riolen en putten buiten gebouwen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                houtopstanden</al><al>Artikel 4:11a Aanvraag vergunning</al><al>Artikel 4:11b Weigeringsgronden</al><al>Artikel 4:11c Bijzondere voorschriften</al><al>Artikel 4:11d Meldingsplicht voor dunning</al><al>Artikel 4:11e Herplant-/instandhoudingsplicht</al><al>Artikel 4:11f Schadevergoeding</al><al>Artikel 4:11g Bestrijding iepziekte</al><al>Artikel 4:11h Bescherming bomen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3a</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:12 Bescherming groenvoorzieningen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                enz.</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:15a Vergunningplicht handelsreclame</al><al>Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame <cursief>(niet
                                    opgenomen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Regels voor het hobbymatig houden van grote huisdieren</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:20 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:21 Opslag van mest</al><al>Artikel 4:22 Opslag van vloeistoffen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Afvalstoffen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:23 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:24 Aanwijzing inzamelende instanties</al><al>Artikel 4:25 Afzonderlijke inzameling</al><al>Artikel 4:26 Inzamelmiddelen en -voorzieningen</al><al>Artikel 4:27 Frequentie van inzamelen bij elk perceel</al><al>Artikel 4:28 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                vergunning</al><al>Artikel 4:29 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen aan anderen</al><al>Artikel 4:30 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                percelen</al><al>Artikel 4:31 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 4:32 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                perceel</al><al>Artikel 4:33 Minicontainers</al><al>Artikel 4:34 Verwijdering minicontainers</al><al>Artikel 4:35 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                percelen</al><al>Artikel 4:36 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau</al><al>Artikel 4:37 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau</al><al>Artikel 4:38 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen zonder inzamelmiddel</al><al>Artikel 4:39 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 4:40 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Artikel 4:41 Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen behoudens
                                vergunning</al><al>Artikel 4:42 Inzameling andere categorieën afvalstoffen door de
                                inzameldienst</al><al>Artikel 4:43 Ter inzameling aanbieden van andere categorieën
                                afvalstoffen aan de inzameldienst</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen of vaartuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen<cursief> (vervallen)</cursief></al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod en meldingsplicht</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht<cursief> (vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling <cursief>(niet
                                opgenomen)</cursief></al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt <cursief>(niet
                                    opgenomen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5:24a Aanleggen</al><al>Artikel 5:24b Aanleg-exces</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
                                    <cursief>(niet opgenomen)</cursief></al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats/aanlegmogelijkheid</al><al>Artikel 5:27 Ligplaats innemen</al><al>Artikel 5:27a Ankeren</al><al>Artikel 5:27b Varen</al><al>Artikel 5:27c Procedure m.b.t. de aanwijzing van ligoevers</al><al>Artikel 5:27d Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of
                                wateren waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te
                                varen</al><al>Artikel 5:27e Ligplaats aan laad- of losplaats</al><al>Artikel 5:27f Laad- en losplaats</al><al>Artikel 5:27g Hinder of gevaar door laden of lossen</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of anderszins vuur te …………………stoken</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen; </al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);</al></li><li nr="j."><al>ijsweg op openbaar water: de door de in de gemeente werkzame
                                    ijswegencentrale aangelegde en d.m.v. vegen en verzorgen in
                                    stand gehouden banen op natuurijs op de wateren in de gemeente
                                    die - al dan niet met enige beperking - bevaarbaar zijn;</al></li><li nr="k."><al>innemen ligplaats: het afmeren en vervolgens doen of laten
                                    liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de
                                    oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel
                                    aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan
                                    voor aanleggen;</al></li><li nr="l."><al>aanleggen: het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van
                                    een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of
                                    op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening
                                    of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk
                                    wordt gebruikt voor een recreatief verblijf op of in de omgeving
                                    van het vaartuig.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van
                            toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om vergunning als
                            bedoeld in artikel 2:11, 2:12, 4:11 of artikel 4:15a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al> indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Algemene weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de openbare orde en veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het woon- en leefmilieu;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en
                                    goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex Silencio Positivo (wel)</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor artikel
                            4:18 ontheffing recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex Silencio Positivo (niet)</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 2:25 Vergunning evenementen;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:4 Vergunning seksinrichting;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:27 Vergunning inzamelen afvalstoffen;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:18 Vergunning Standplaatsen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats dan wel een publiek
                                    toegankelijk gebouw deel te nemen aan een samenscholing, onnodig
                                    op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                    ongeregeldheden, ongeregeldheden te veroorzaken of in
                                    groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te
                                    vechten of op andere wijze de openbare orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    wanordelijkheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424
                                    of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in
                                        het belang van de openbare orde of zedelijkheid is
                                        bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar
                                        middel van vervoer te bevinden op of aan de door de
                                        burgemeester aangewezen wegen en plaatsen, gedurende de uren
                                        daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in de
                                        bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken
                                        (verblijfsontzegging).</al></li><li nr="2."><al>Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is
                                        verplicht, op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar
                                        van de politie, zich te verwijderen van de gebieden als
                                        vermeld in de verblijfsontzegging.</al></li></lijst><al>3.De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod,
                                indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                betrokkene noodzakelijk is.</al><al>4.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod.</al><al>4.<onderstreept>Afdeling 2 Betoging</onderstreept></al><al>4.Artikel 2:2 Optochten<cursief> (vervallen)</cursief></al><al>4.<vet>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
                                    plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                        aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt
                                        gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van …beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                …bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaande werkdag. </al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                        kennisgeving in behandeling nemen.</al></li></lijst><al>4.Artikel 2:4 Afwijking termijn<cursief> (vervallen, opgenomen in
                                    art. 2:3)</cursief></al><al>4.Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens<cursief> (vervallen, opgenomen
                                    in art 2:3)</cursief></al><al>4.<onderstreept>Afdeling 3 Verspreiding van gedrukte
                                    stukken</onderstreept></al><al>4.Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                stukken of ……………afbeeldingen<cursief> (vervallen)</cursief></al><al>4.<onderstreept>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de
                                weg</onderstreept></al><al>4.Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.<cursief>
                                    (vervallen)</cursief></al><al>4.Artikel 2:8 Dienstverlening<cursief> (vervallen)</cursief></al><al>4.Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te
                                        treden binnen de bebouwde kom. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al>4.<onderstreept>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de
                                    weg</onderstreept></al><al>4.<vet>Artikel 2:10a Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op
                                    of aan de weg in strijd met de publieke functie van de
                                weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of
                                        een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                        publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                                weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                                dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10b</nr><titel>Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt ook
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. ..Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                    niet voorzover in het daarin …..geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het
                                    …..Provinciaal wegenreglement Fryslân. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder a van het vorige
                                    artikel, geldt niet …..voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    …..Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder b van het vorige
                                    artikel, geldt niet voor …..bouwwerken;</al><al>d.De weigeringsgrond van het tweede lid onder c van het vorige
                                    artikel, geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10c</nr><titel>Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2:10a niet geldt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat,
                                    alsmede alle niet-openbare ontsluitings-wegen van gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                    werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                    4<sup>e</sup>, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van
                                    de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen dan wel op heide- of
                                    veengronden of binnen een afstand van 30 meter daarvan gedurende
                                    een door burgemeester en wethouders aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen dan wel op heide- of veengronden of
                                    binnen een afstand van 100 meter daarvan, voorzover het de open
                                    lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten
                                    vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover het bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3d, van het
                                    Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende als tuin
                                    ingerichte erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste
                                    boord van de weg, op van de weg af naar achter gerichte delen
                                    van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                    openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringswet
                                    Privaatrecht.</al><al><vet>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn </vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                  beschadigen, te verontreinigen, te versperren of
                                                  het verkeer daarop op enige andere wijze te
                                                  belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                  veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                                  ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                  beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                  daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht
                                            of de Provinciale vaarwegenverordening Fryslân.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:23a Bijt in het ijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Degene die een bijt in het ijs van een voor publiek
                                            toegankelijke ijsbaan of ijsweg maakt, onderscheidenlijk
                                            heeft, is verplicht deze op opvallende wijze af te
                                            bakenen door bijvoorbeeld planken, takken of
                                            schotsen.</al></li><li nr="2."><al>Onder bijt, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet
                                            verstaan een smalle opening die rondom een vaartuig in
                                            het ijs is gemaakt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:23b Gevaarlijk ijs</vet></al><al>De rechthebbende op een werk voor de afvoer van water is,
                                    wanneer het ijs in of nabij een ijsbaan of ijsweg door
                                    uitstorting van dat water onbetrouwbaar is, verplicht de
                                    gevaarlijke plaats duidelijk zichtbaar en op opvallende wijze af
                                    te bakenen.</al><al>Artikel 2:23c Vrijheid ijsverkeer</al><al>Het is verboden op of aan een voor het publiek toegankelijke
                                    ijsbaan of ijsweg op enigerlei wijze de vrijheid van het verkeer
                                    zonder noodzaak te belemmeren dan wel de veiligheid op die
                                    ijsweg of ijsbaan in gevaar te brengen.</al><al>Artikel 2:23d Onbetrouwbaarheid van het ijs</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich op het ijs van een voor het publiek
                                            toegankelijke ijsbaan of ijsweg te bevinden, indien dit
                                            wegens onbetrouwbaarheid van dat ijs gevaar dreigt op te
                                            leveren.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie in een geval als bedoeld in het eerste
                                            lid door een ambtenaar van politie wordt bevolen zich
                                            van het onbetrouwbare ijs te verwijderen, is verplicht
                                            aan dit bevel onmiddellijk gevolg te geven.</al></li></lijst><al><onderstreept>Afdeling 7 Evenementen</onderstreept></al><al><vet>Artikel 2:24 Begripsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke
                                            voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                            uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                  onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                  kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                                  Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                  bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 van deze
                                                  verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een snuffelmarkt;</al></li><li nr="d."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            art. 2:3 van deze verordening, op ..de weg;</al></li><li nr="e."><al>een feest of wedstrijd op of aan de weg.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:25 Evenement</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang
                                            van:</al></li><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li><li nr="e."><al>het karakter van de locatie.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem
                                            aan te wijzen categorieën evenementen.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in het
                                            tweede lid, onder d, van artikel 2:24 voorziene
                                            gevallen, voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                            wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148
                                            Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2:25a Meldingsplicht voor kleine evenementen
                                    </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                            evenementen, indien:</al></li><li nr="a."><al>het een evenement in de open lucht betreft, en;</al></li><li nr="b."><al>het aantal bezoekers of deelnemers op enig moment niet
                                            meer bedraagt dan 100 personen, en;</al></li><li nr="c."><al>indien het een barbecue of straatfeest betreft niet meer
                                            dan 2 straten omvat, en;</al></li><li nr="d."><al>niet langer dan tot 23.00 uur versterkte en of live
                                            muziek ten gehore wordt gebracht, en;</al></li><li nr="e."><al>het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en
                                            de hulpdiensten, en;</al></li><li nr="f."><al>slechts objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                            van minder dan 50m² per object en niet meer dan 2
                                            objecten per straat, en;</al></li><li nr="g."><al>er een aanwijsbare organisator is, en;</al></li><li nr="h."><al>het evenement niet op zondag plaatsvindt, en;</al></li><li nr="i."><al>de organisator de burgemeester tenminste 3 weken
                                            voorafgaand aan het evenement in kennis stelt met een
                                            door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier,
                                            en;</al></li><li nr="j."><al>binnen 10 werkdagen na ontvangst van het
                                            meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht
                                            is verzonden (dan kan het evenement plaatsvinden).</al></li><li nr="3."><al>Indien straten afgesloten moeten worden voor verkeer,
                                            dient de organisator dit te realiseren door middel van
                                            schrikhekken met daarop borden C1 RVV
                                            (geslotenverklaring). Hiervoor dient de organisator zelf
                                            zorg te dragen.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een
                                            feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg,
                                            voorzover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door
                                            artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>1.Het is verboden bij een evenement onnodig op te dringen of door
                                uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te
                                veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig
                                te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren.</al><al>2.Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of
                                andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een
                                zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in
                                gevaar komt of kan komen.</al><al>3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die
                                behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en munitie.</al><al>4.Eenieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde
                                of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al><al>4.<onderstreept>Afdeling 8 Toezicht op openbare
                                    inrichtingen</onderstreept></al><al>4.Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>4.In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt
                                        tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en
                                        andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst><al>4.Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting</al><al>1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                vergunning van de </al><al>4.burgemeester.</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de
                                                burgemeester de vergunning indien de vestiging of
                                                exploitatie van de openbare inrichting in strijd is
                                                met een geldend bestemmingsplan c.q. indien het
                                                verzoek tot medewerking aan een vrijstelling of
                                                wijziging van het bestemmingsplan onherroepelijk is
                                                afgewezen. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de aanvraag om vergunning in
                                                behandeling te nemen indien de aanvrager geen
                                                Verklaring Omtrent het Gedrag met betrekking tot de
                                                leidinggevende(n) overlegt bij de
                                                vergunningaanvraag, die is afgegeven maximaal drie
                                                maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag
                                                is ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                                burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk
                                                weigeren indien naar zijn oordeel moet worden
                                                aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de
                                                omgeving van de openbare inrichting of de openbare
                                                orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                                beïnvloed.</al></li><li nr="5."><al>Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde
                                                weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met
                                                het karakter van de straat en de wijk, waarin de
                                                openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen,
                                                de aard van de openbare inrichting en de spanning,
                                                waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat
                                                of bloot zal komen te staan door de exploitatie van
                                                de openbare inrichting. </al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren in het
                                                geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                                van de Wet bevordering integriteits beoordelingen
                                                door het openbaar bestuur (Wet BIBOB). </al></li><li nr="7."><al>Het eerste lid geldt niet voor een openbare
                                                inrichting die zich bevindt in:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                        voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                        nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum;</al></li><li nr="d."><al>een school;</al></li><li nr="e."><al>een bedrijfskantine of -restaurant.</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="8."><al>Indien de vergunningsaanvraag mede betrekking
                                                  heeft op één of meer bij de openbare inrichting
                                                  horende terrassen op de weg, beslist de
                                                  burgemeester over de ingebruikneming van die weg
                                                  ten behoeve van het terras. </al></li><li nr="9."><al>Onverminderd het gestelde in het zevende lid,
                                                  kan de burgemeester de ingebruikneming van die weg
                                                  ten behoeve van een of meer bij een openbare
                                                  inrichting behorende terrassen weigeren:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                                van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor
                                                het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al><al>10.Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt
                                                niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                                wordt voorzien door de Wet beheer
                                                rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal
                                                Wegenreglement Fryslân.</al></li></lijst></li><li nr="11."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:29 Sluitingstijd</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27,
                                        eerste lid, is het de houder van:</al></li><li nr="a."><al>een café, discotheek, restaurant of daaraan verwant bedrijf
                                        waar alcohol mag worden geschonken verboden dit voor
                                        bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven op zondag tot en met donderdag tussen
                                        01.00 en 06.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 02.00
                                        en 06.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>een cafetaria, snackbar, lunchroom of daaraan verwant
                                        bedrijf waar geen alcohol mag worden geschonken verboden dit
                                        voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
                                        laten of te laten verblijven op zondag tot en met zaterdag
                                        tussen 24.00 en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Voor openbare inrichtingen die zich richten op activiteiten
                                        van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve,
                                        levensbeschouwelijke of godsdienstige aard als een dorphuis,
                                        verenigingsgebouw, sportkantine of daaraan verwante
                                        instelling als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en
                                        Horecawet, is het de houder daarvan verboden deze voor
                                        bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven op zondag tot en met zaterdag tussen
                                        24.00 en 06.00 uur, met dien verstande dat voor dorpshuizen
                                        een afwijkend tijdstip geldt op vrijdag en zaterdag van
                                        01.00 tot 06.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het is de houder van een terras als bedoeld in artikel 2:27,
                                        tweede lid, verboden dit voor bezoekers geopend te houden op
                                        zondag tot en met zaterdag tussen 22.00 en 06.00 uur,
                                        behoudens ontheffing van dit tijdstip tussen uiterlijk 24.00
                                        en 06.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde
                                        sluitingstijden als voor de winkel.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan door middel van een
                                        vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
                                        voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe
                                        behorend terras, dan wel ontheffing van de sluitingstijden
                                        verlenen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een
                                        daartoe behorend terras.</al></li><li nr="6."><al>Het in het eerste, tweede en vierde lid bepaalde geldt niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li></lijst><al>4.Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare
                                        inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29
                                        geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                        bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing in die
                                        situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                        voorzien.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties
                                        waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></li></lijst><al>4.Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>4.Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, 1<sup>e</sup> lid;</al></li><li nr="b."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras.</al><al><vet>Artikel 2:31a Ordeverstoring </vet></al></li></lijst><al>1.Het is verboden in een openbare inrichting onnodig op te dringen
                                of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te
                                veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig
                                te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren.</al><al>2.Het is verboden in een openbare inrichting messen, knuppels,
                                slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden
                                gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde
                                of veiligheid in gevaar komt of kan komen.</al><al>3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die
                                behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en munitie.</al><al>4.Een ieder is verplicht in een openbare inrichting alle
                                aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang
                                van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al><al>4.Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
                                        een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
                                        bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere
                                        wijze overdraagt.</al></li></lijst><al>4.Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>4.Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al><al>4.<vet>Artikel 2:34 Overige bepalingen</vet></al><al>4.Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 vervalt, indien de
                                betreffende openbare inrichting wordt beëindigd, van overheidswege
                                wordt gesloten, indien gedurende een periode van zes maanden geen
                                gebruik wordt gemaakt van de vergunning of indien de aard en omvang
                                van de openbare inrichting wordt gewijzigd.</al><al>4.<onderstreept>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het
                                    verschaffen van nachtverblijf</onderstreept></al><al>4.Artikel 2:35 Begripsbepaling <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.Artikel 2:37 Nachtregister <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.<vet><onderstreept>Afdeling 10 Toezicht op
                                        speelgelegenheden</onderstreept></vet></al><al>4.Artikel 2:39 Speelgelegenheden <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>4.<vet>Artikel 2:40 Speelautomaten</vet></al><lijst><li nr=""><al>1.In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a,
                                        van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                        c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder e, van de Wet.</al><al>2.Regels opstelplaatsen </al></li><li nr="a."><al>in hoogdrempelige inrichtingen niet deel uitmakende van een
                                        verblijfsrecreatieve voorziening (als bedoeld onder d), zijn
                                        maximaal 2 speelautomaten toegestaan. Hierbij moet worden
                                        gekozen uit of max. 2 kansspelautomaten of max. 2
                                        behendigheidsautomaten, een combinatie van 1
                                        kansspelautomaat en 1 behendigheidsautomaat is niet
                                        toegestaan;</al></li><li nr="b."><al>in laagdrempelige inrichtingen niet deel uitmakende van een
                                        verblijfsrecreatieve voorziening (als bedoeld onder d), zijn
                                        maximaal 2 behendigheidsautomaten toegestaan;</al></li><li nr="c."><al>in samengestelde inrichtingen niet deel uitmakende van een
                                        verblijfsrecreatieve voorziening (als bedoeld onder d) zijn
                                        voor de gehele inrichting maximaal 2 speelautomaten
                                        toegestaan, te weten ofwel 2 kansspelautomaten of 2
                                        behendigheidsautomaten in het hoogdrempelige deel, ofwel 2
                                        behendigheidsautomaten in het laagdrempelige deel;</al></li><li nr="d."><al>in een hoog- dan wel laagdrempelige inrichting welke deel
                                        uitmaakt van een verblijfsrecreatieve voorziening zijnde een
                                        kampeerterrein, jachthaven of bungalow- c.q.
                                        vakantiehuispark met meer dan 100 staanplaatsen,
                                        ligplaatsen, verblijfsaccommodaties of een combinatie
                                        daarvan, zijn toegestaan:</al><lijst><li nr="·"><al>indien het een laagdrempelige inrichting betreft:
                                                maximaal 10 behendigheidsautomaten;</al></li><li nr="·"><al>indien het een hoogdrempelige inrichting betreft:
                                                maximaal 10 behendigheidsautomaten of 2
                                                kansspelautomaten;</al></li><li nr="·"><al>indien het een samengestelde inrichting betreft:
                                                maximaal 10 behendigheidsautomaten in ofwel het
                                                hoogdrempelige deel, ofwel het laagdrempelige deel
                                                of 2 kansspelautomaten in het hoogdrempelige
                                                deel.</al></li></lijst></li></lijst><al>4.<onderstreept>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en
                                    baldadigheid</onderstreept></al><al>4.Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede
                                        lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:42 Plakken en kladden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een roerende of
                                        onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen
                                        of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van het
                                        college en van de …..rechthebbende op de weg of op dat
                                        gedeelte van een roerende of onroerende zaak dat …..vanaf de
                                        weg zichtbaar is:</al></li><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken of te laten aanplakken of op
                                        andere wijze aan te brengen of te laten aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                        afbeelding, letter of cijfer of teken aan te brengen of te
                                        laten aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden en aanplakzuilen aanwijzen
                                        voor het aanbrengen van meningsuitingen, bekendmakingen en
                                        handelsreclame.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen, bekendmakingen en handelsreclame op de
                                        aanplakborden en aanplakzuilen die geen betrekking mogen
                                        hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen. </al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of
                                        openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                        aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof
                                        of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of op een andere voor het publiek
                                        toegankelijke plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij
                                        zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                        gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                        niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                        handelingen.</al></li></lijst><al>4.<vet>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.
                                (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. (vervallen)</vet></al><al>4.<vet>Artikel 2:47 Verboden gedrag op of aan de weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een
                                        beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                        toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                        afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                        straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                        weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                        onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank
                                    te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank-
                                    en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>door het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen;</al></li><li nr="c."><al>zich zonder redelijk doel op te houden op het terrein
                                            van een school, bedrijf of instelling buiten de
                                            schooltijd of werktijden van het bedrijf of de
                                            instelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Verboden gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Afsluiten voertuigen</titel></kop><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(vervallen)</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op de weg of in parken en plantsoenen
                                    zonder dat die hond aangelijnd is, tenzij anders is
                                    aangegeven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>buiten de bebouwde kom zonder toezicht of geleide;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in op enigerlei wijze als zodanig aangegeven natuurgebieden en
                                    de particuliere terreinen die daarbinnen liggen, tenzij anders
                                    is aangegeven, zonder dat die hond aangelijnd is;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                                    identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                    kennen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod
                                            genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. </al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b
                                            gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond
                                            zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                            begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond
                                            deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden, paarden en pony’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond, paard en pony is verplicht
                                    ervoor te zorgen dat dit dier zich niet van uitwerpselen
                                    ontdoet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor
                                    het verkeer van voetgangers;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke kinderspeelplaats,
                                    zandbak, speelveld of grasstrook;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond, paard of pony er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
                                    terrein van een ander:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of
                                    de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                                    hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag
                                    van die hond noodzakelijk vindt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat
                                    het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat
                                    het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn- en
                                    muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                    noodzakelijk vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, lid 1 onder e, geldt voor het
                                    bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet
                                    zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de
                                    Regeling agressieve dieren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                    lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan
                                    1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                    plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van
                                    overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is
                                    daarbij aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                    ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de
                                    openbare gezondheid gestelde regels; dan wel</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing
                                    is aangegeven of mede is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
                                    aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel
                                    aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door het college is
                                    aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee en pluimvee</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op vee of pluimvee dat zich bevindt in een aan
                                    een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is
                                    afgescheiden door een deugdelijke (pluim)veekering, is verplicht
                                    ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat
                                    dit vee die weg niet kan bereiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden vee zonder voldoende toezicht op of aan een weg
                                    te hebben of te doen verblijven of zonder voldoende begeleiding
                                    over de weg te vervoeren of te verweiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>(Pluim)vee, dat onbeheerd wordt aangetroffen kan worden
                                    overgebracht naar een door het college te bepalen plaats en
                                    aldaar worden bewaard op kosten van de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien in bewaring gesteld (pluim)vee, als bedoeld in het derde
                                    lid, niet binnen een termijn van een week, gerekend vanaf de dag
                                    van inbewaringstelling, door de eigenaar is opgevorderd, brengt
                                    het college deze bewaring door publicatie in een of meer
                                    plaatselijk verschijnende nieuwsbladen ter openbare kennis.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de eigenaar het (pluim)vee niet binnen een week na de in
                                    het vierde lid bedoelde publicatie heeft gevorderd, wordt dit in
                                    het openbaar verkocht. Na aftrek van de kosten van bewaring en
                                    publicatie wordt de opbrengst gedurende de wettelijke termijn
                                    van verjaring ter beschikking van de eigenaar gehouden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde en vijfde lid zijn
                                    burgemeester en wethouders na het verstrijken van de termijn,
                                    als bedoeld in het vierde lid, eveneens gerechtigd over te gaan
                                    tot openbare verkoop van het (pluim)vee als redelijkerwijs kan
                                    worden aangenomen dat de waarde van het vee ontoereikend is om
                                    hieruit de kosten van bewaring en publicatie te voldoen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op duiven verboden deze te laten uitvliegen,
                                indien het college hem schriftelijk heeft meegedeeld, dat zij dit in
                                verband met de plaats waar de duiven worden gehouden hinderlijk voor
                                de omgeving achten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover het
                                    Provinciaal wegenreglement Fryslân van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepalingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel> (vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                            horecabedrijven) onder artikel 2:32.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder vuurwerk: vuurwerk waarop het
                                Vuurwerkbesluit </al><al>van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot
                                consumenten- en professioneel vuurwerk, van toepassing is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Afleveren van vuurwerk (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van vuurwerk (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Gebruik van carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een melkbus of
                                    soortgelijke constructie qua aard en omvang, op explosieve wijze
                                    verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester carbid te
                                    schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan van het verbod ontheffing verlenen
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>er gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of gelijksoortige
                                    voorwerpen met een maximale inhoud van 50 liter, met
                                    gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met
                                    vergelijkbare eigenschappen, en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur
                                    en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hiervan tenminste 14 dagen voorafgaand aan de datum van gebruik
                                    ontheffing is gevraagd aan de burgemeester, en </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de aanvraag is vergezeld van een schriftelijke toestemming van
                                    de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt, en </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de aanvraag tevens is voorzien van een kaart waarop de
                                    betreffende locatie is ingetekend en waarop de schootsrichting
                                    is aangegeven, en </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de plaats vanwaar geschoten wordt, op een afstand van tenminste
                                    75 meter van woonbebouwing en op een afstand van tenminste 300
                                    meter van onderkomens van dieren gelegen is, en</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>er geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene
                                    die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had
                                    kunnen vermoeden dat daar gevaren kunnen optreden voor mens,
                                    dier en milieu.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet
                                    Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve
                                van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>1.De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al><al>2.De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid
                                eveneens ten aanzien van andere door de gemeenteraad aan te wijzen
                                openbare plaatsen.</al><al>2.HOOFDSTUK 3</al><al>2.<vet> Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                                    e.d.</vet></al><al>2.<vet><onderstreept>Afdeling 1
                                    Begripsbepalingen</onderstreept></vet></al><al>2.<vet>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</vet></al><al>2.In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al><cursief>seksinrichting:</cursief> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al><cursief>p</cursief><cursief>rivéhuis: </cursief>een
                                        seksinrichting die alleen op afspraak te bezoeken is;</al></li><li nr="e."><al><cursief>escortbedrijf:</cursief> de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="f."><al><cursief>sekswinkel: </cursief>de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="g."><al><cursief>exploitant:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                        seksinrichting of escortbedrijf exploiteert en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="h."><al><cursief>beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent
                                        in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="i."><al><cursief>bezoeker:</cursief> degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al><al><vet>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</vet></al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd
                                        bestuursorgaan: het college of, voorzover het betreft voor
                                        het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven
                                        als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                                        burgemeester.</al><al><vet>Artikel 3:3 Nadere regels</vet></al><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het
                                        college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit
                                        hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al><al><onderstreept>Afdeling 2 Seksinrichtingen,
                                            straatprostitutie, sekswinkels e.d.</onderstreept></al><al><vet>Artikel 3:4 Seksinrichtingen en
                                        escortbedrijven</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf
                                                te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van
                                                het bevoegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in
                                                door het college aangewezen gebieden of delen van de
                                                gemeente.</al></li></lijst><al> 3. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt
                                        in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>het aantal werkzame prostitué(e)s;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                                inrichting door middel van een situatietekening met
                                                een schaal van tenminste 1:1000;</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond van de inrichting door middel van een
                                                tekening met een schaal van tenminste 1:100;</al></li><li nr="g."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                                is tot het gebruik van de ruimte waarin hij
                                                voornemens is de inrichting te exploiteren. </al></li><li nr="4."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en
                                        beheerder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                                vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                                natuurlijke perso(o)n(en) - en de beheerder:</al></li><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de
                                                exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                                vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                                natuurlijke perso(o)n(en) - en de beheerder
                                                niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
                                                of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                                van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van zes maanden of meer door de rechter in
                                                Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                                door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                                naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                                hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het
                                                Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al></li><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242
                                                tot en met 249, 250a (oud), 250, 273a, 300 tot en
                                                met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                                                het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                                juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
                                                van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid
                                                wordt gelijk gesteld:</al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                                wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van de intrekking van deze
                                                vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                                vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                                natuurlijke perso(o)n(en) - of de beheerder is
                                                binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of
                                                beheerder geweest van een seksinrichting of
                                                escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                                bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                                vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
                                                ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake
                                                geen verwijt treft.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:6 Sluitingstijden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
                                                geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten
                                                of te laten verblijven tussen 03.00 en 10.00
                                                uur.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een
                                                voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een
                                                afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                                vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden
                                                zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die
                                                seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede
                                                lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid,
                                                gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde
                                                geldt niet voorzover in de daarin geregelde
                                                onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet
                                                milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
                                            (tijdelijke) sluiting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                                genoemde belangen of in geval van strijdigheid met
                                                de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                                                bestuursorgaan:</al></li><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6,
                                                eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren
                                                vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de
                                                Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd
                                                bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde
                                                besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                                Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door
                                            exploitant en beheerder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
                                                geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel
                                                3:4 op de vergunning vermelde exploitant of
                                                beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op
                                                toe dat in de seksinrichting:</al></li><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                                de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van
                                                het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
                                                Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                                strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:9 Straat- en raamprostitutie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of langs wegen dan wel vanuit een
                                                pand, zichtbaar vanaf de openbare weg, door
                                                handelingen, houding, woord, gebaar of op andere
                                                wijze, te trachten als prostitué(e) passanten tot
                                                prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan
                                                te lokken.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                                gestelde verbod, kan door politieambtenaren het
                                                bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een
                                                bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3:13 tweede lid
                                                genoemde belangen kan door politieambtenaren aan
                                                personen die zich bevinden op de wegen als bedoeld
                                                in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich
                                                onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                                verwijderen.</al></li><li nr="4."><al> Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                                genoemde belangen kan de burgemeester personen aan
                                                wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als
                                                bedoeld in het tweede of derde lid, bij besluit
                                                verbieden zich gedurende bij dat besluit bepaalde
                                                termijn en aangegeven tijden, anders dan in een
                                                openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan
                                                de wegen als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid
                                                genoemde verbod indien dat in verband met de
                                                persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                                noodzakelijk is.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een
                                                door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in
                                                het vierde lid.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:10 Sexwinkels (vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen
                                            van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen
                                            e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak
                                                verboden daarin of daarop goederen, opschriften,
                                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                                wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan
                                                te brengen:</al></li><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                                toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of
                                                aanbrengen van goederen, opschriften,
                                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                                wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                                gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7,
                                                eerste lid, van de Grondwet.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Afdeling 3 Beslissingstermijn,
                                            </onderstreept></vet><vet><onderstreept>weigeringsgronden</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan neemt het besluit op de
                                                aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4,
                                                eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                                                aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn besluit voor
                                                ten hoogste 12 weken verdagen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:12a Geldigheidsduur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 heeft een
                                                geldigheidsduur van drie jaar.</al></li><li nr="2."><al>Uiterlijk 8 weken voor het verstrijken van de
                                                hierboven genoemde termijn dient de vergunninghouder
                                                een nieuwe aanvraag als bedoeld in artikel 3:4
                                                ingediend te hebben.</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste
                                                  lid, wordt geweigerd indien: </al></li><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan
                                                  de in artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de
                                                  seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is
                                                  met een geldend bestemmingsplan,
                                                  stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
                                                  </al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting
                                                  of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of
                                                  zullen zijn in strijd met artikel 273f van het
                                                  Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens
                                                  de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                                  bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning
                                                  bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de
                                                  aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9,
                                                  eerste lid, worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van
                                                  het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de
                                                  prostituee;</al></li><li nr="h."><al>als de aangevraagde locatie niet voldoet aan
                                                  overige door het college van burgemeester en
                                                  wethouders ingevolge artikel 3:3 gestelde nadere
                                                  regels.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al><onderstreept>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging
                                            beheer</onderstreept></al><al><vet>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4
                                                op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie
                                                van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk
                                                heeft beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                                exploitatie, geeft de exploitant daarvan
                                                schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                                bestuursorgaan.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:15 Wijziging beheer</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1
                                                onder h, het beheer in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de
                                                exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke
                                                beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                                het bevoegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe
                                                beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op
                                                aanvraag van de exploitant heeft besloten de
                                                verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                                het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                                3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van
                                                overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede
                                                lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een
                                                nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag
                                                als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend,
                                                totdat over de aanvraag is besloten.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Afdeling 5
                                                Overgangsbepaling</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 3:16 Overgangsbepaling (vervallen)</vet></al></li></lijst><al>2.HOOFDSTUK 4</al><al>2.<vet> Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon
                                    en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</vet></al><al>2.<vet><onderstreept>Afdeling 1 Geluidhinder en
                                        verlichting</onderstreept></vet></al><al>2.<vet>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer; </al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al><al><vet>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve
                                        festiviteiten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17,
                                                2.19 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor door
                                                het college per jaar aan te wijzen collectieve
                                                festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                                dagen of dagdelen. Het jaar loopt van 1 april tot en
                                                met 31 maart.</al></li><li nr="2."><al>De beperking met betrekking tot de verlichting ten
                                                behoeve van sportbeoefening op sportterreinen,
                                                artikel 4.110 lid 1 van het Besluit, geldt niet voor
                                                door het college per jaar aan te wijzen collectieve
                                                festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                                dagen of dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en
                                                tweede lid, kan het college bepalen dat de
                                                aanwijzing slechts geldt in één of meer van de 17
                                                dorpen van de gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing voor het begin van
                                                een nieuw jaar bekend. Als de precieze datum van een
                                                collectieve festiviteit nog niet bepaald is, wordt
                                                de festiviteit zonder datum bekend gemaakt. De datum
                                                wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                                redelijkerwijs niet te voorzien was, festiviteiten
                                                terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in
                                                het eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="6."><al>Op de collectieve dagen geldt de mogelijkheid om
                                                meer mechanisch of akoestisch muziekgeluid te mogen
                                                produceren alleen voor het bebouwde gedeelte van de
                                                inrichting en niet voor het terras.</al></li><li nr="7."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten
                                                ramen en deuren gesloten worden gehouden, behoudens
                                                voor het onmiddellijk doorlaten van personen en/of
                                                goederen.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het
                                                ten gehore brengen van muziek een half uur vóór de
                                                vastgestelde beëindigingstijd van de muziek te
                                                worden teruggebracht naar de grenswaarden uit het
                                                Activiteitenbesluit.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele
                                            festiviteiten</vet></al><al>1.Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                        festiviteiten per jaar te houden waarbij de geluidsnormen
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van de
                                        inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de
                                        festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                        gesteld.</al><al> 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                        incidentele festiviteiten per jaar de verlichting langer aan
                                        te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                        4.110 lid 1 van het Besluit niet van toepassing is, mits de
                                        houder van de inrichting tenminste 10 werkdagen voor de
                                        aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis
                                        heeft gesteld. </al><lijst><li nr="3."><al>Er is een (digitaal) standaardformulier voor het
                                                doen van de kennisgeving als bedoeld in het eerste
                                                en tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn
                                                gedaan wanneer het in het derde lid bedoelde
                                                formulier, volledig en naar waarheid ingevuld,
                                                tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier
                                                vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan
                                                wanneer het college op verzoek van de houder van een
                                                inrichting een incidentele festiviteit, die
                                                redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                                toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Op de individuele dagen geldt de mogelijkheid om
                                                meer mechanisch of akoestisch muziekgeluid te mogen
                                                produceren alleen voor het bebouwde gedeelte van de
                                                inrichting en niet voor het terras.</al></li><li nr="7."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten
                                                ramen en deuren gesloten worden gehouden, behoudens
                                                voor het onmiddellijk doorlaten van personen en/of
                                                goederen.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het
                                                ten gehore brengen van muziek een half uur vóór de
                                                vastgestelde beëindigingstijd van de muziek te
                                                worden teruggebracht naar de grenswaarden uit het
                                                Activiteitenbesluit.</al></li><li nr="9."><al>Het ongebruikt laten van een collectieve dag
                                                betekent niet dat het aantal individuele dagen
                                                evenredig toeneemt. Uitwisselen tussen collectieve
                                                dag en individuele dagen is niet toegestaan.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:4 Verboden incidentele
                                        festiviteiten</vet></al><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren,
                                        toe te laten, feitelijk te </al><al>leiden of daaraan deel te nemen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het
                                                bepaalde in artikel 4:3 is gedaan; </al></li><li nr="b."><al>gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij
                                                de kennisgeving als bedoeld in artikel 4:3 zijn
                                                verstrekt; </al></li><li nr="c."><al>de houder van de inrichting verzuimt te doen of na
                                                te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden
                                                om overmatige hinder te voorkomen; </al></li><li nr="d."><al>de burgemeester het organiseren van een incidentele
                                                festiviteit verboden heeft, wanneer naar zijn
                                                oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van
                                                de inrichting en/of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze worden beïnvloed.</al></li></lijst><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek<cursief> (niet
                                            opgenomen)</cursief></al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van
                                                de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of
                                                geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen
                                                te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                                omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                                veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing
                                                verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare
                                                manifestaties, het Vuurwerk-besluit of de
                                                Provinciale milieuverordening Friesland. </al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al>Artikel 4:6a Mosquito</al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan:
                                                een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare,
                                                hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel
                                                groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij
                                                overlast veroorzaken.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de
                                                burgemeester in het belang van de openbare orde
                                                besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te
                                                brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren
                                                op die plaats.</al></li><li nr="3."><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk
                                                kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is
                                                aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen
                                                dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></li><li nr="5."><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van
                                                ten hoogste 3 maanden. De burgemeester kan die
                                                periode telkens met een periode van ten hoogste 3
                                                maanden verlengen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>Gebruik geluidsapparaat in de openlucht</titel></kop><al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college aan, op
                                of boven de weg of openbaar water door middel van een
                                geluidsapparaat een toespraak, gezang of muziek voor het publiek ten
                                gehore te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6d</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                                gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7a</nr><titel>Verontreiniging van de weg en van terreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof of voorwerp,
                                        die/dat aanleiding kan geven tot verontreiniging,
                                        beschadiging of onvoldoende afwatering van de weg, dan wel
                                        aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van
                                        het milieu, op of in de bodem, buiten een daarvoor bestemde
                                        verzamelplaats, te plaatsen, te storten, te werpen, uit te
                                        gieten, te laten vallen of lopen of te houden;</al></li><li nr="b."><al>andere afvalstoffen dan straatafval, als bedoeld in artikel
                                        4:22, eerste lid, onder b, achter te laten in daartoe van
                                        gemeentewege geplaatste of voorgeschreven bakken.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                        niet van toepassing op het ter inzameling aanbieden van
                                        huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, de
                                        krachtens artikel 4:23, tweede lid aangewezen personen of
                                        instanties of houders van een vergunning als bedoeld in
                                        artikel 4:27.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het, in het eerste lid, onder a,
                                        gestelde verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing
                                        kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van
                                        het milieu.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                        niet van toepassing op het thuiscomposteren van groente-,
                                        fruit- en tuinafval.</al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover de stoffen of voorwerpen op de weg
                                        geraken of tijdelijk op de weg worden gebracht als
                                        onvermijdelijk gevolg van het laden of lossen of vervoeren
                                        van stoffen of voorwerpen dan wel van het verrichten van
                                        andere werkzaamheden op of aan de weg.</al></li></lijst><al> 6. Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                voorts niet voor zover:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de Wet milieubeheer, de Meststoffenwet, de
                                                Destructiewet, de Bestrijdings-middelenwet, de
                                                Kernenergiewet, of de Wet bodembescherming voorziet
                                                in de beoogde bescherming van het milieu;</al></li><li nr="b."><al>de Wet beheer rijkswaterstaatswerken;</al></li><li nr="c."><al>het provinciaal wegenreglement Fryslân, of de
                                                provinciale bodembeschermings-verordening Fryslân,
                                                of de provinciale milieuverordening van toepassing
                                                is.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7b</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt
                                    verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht,
                                    alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever
                                    verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
                                    verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg
                                    terstond na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of
                                    te doen reinigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                    verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg
                                    terstond na de beëindiging van de werkzaamheden of, indien deze
                                    langer dan een dag duren, elke dag terstond na beëindiging van
                                    de werkzaamheden op die dag, te reinigen of te doen
                                    reinigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde geldt niet voor zover de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement
                                    Fryslân van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7c</nr><titel>Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande
                                    afvalstoffen</titel></kop><al>Het is verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan te
                                doorzoeken en te verspreiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                            dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op
                                            1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                            meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                            stam;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal,
                                            een grotere (lint)- begroeiing van heesters en struiken,
                                            een beplanting van bosplantsoenen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen of boomvormers die na te zijn
                                            geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
                                            van de houtopstand, hieronder wordt ook verstaan het
                                            periodiek vellen van hakhout;</al></li><li nr="e."><al>knotten of kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                            verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
                                            gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek
                                            noodzakelijk onderhoud;</al></li><li nr="f."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag een
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>laagstam-vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als
                                    kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                                    terreinen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kweekgoed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
                                    hiervoor geldt wel een meldingsplicht;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                    geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een
                                    bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid
                                    vormt die:</al><lijst><li nr="o"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="o"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20
                                            bomen, gerekend over het totale aantal rijen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet
                                    of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegde gezag,
                                    zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11e;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>houtopstand ten aanzien waarvan bij een geldend bestemmingsplan
                                    of bij een geldend voorbereidingsbesluit is bepaald dat het
                                    verboden is deze te vellen zonder vergunning van het bevoegd
                                    gezag (omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 b
                                    van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht);</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin
                                    van de natuurbeschermingswet;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud (hierbij geldt wel een meldingsplicht);</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>het periodiek beknotten of kandelaberen als
                                    cultuurmaatregel;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>bomen met een stamomtrek van minder dan 75 cm, te meten op 1.30
                                    meter hoogte, uitgezonderd houtopstanden die onder de
                                    meldingsplicht vallen;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>bomen die behoren tot de cypresachtigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegde gezag kan, in afwijking van het eerste lid,
                                    toestemming geven tot direct vellen indien er sprake is van
                                    grote gevaarzetting of een vergelijkbaar spoedeisend
                                    belang.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het bevoegde gezag in het kader van de Boswet aan het
                                    college een afschrift heeft toegezonden van de
                                    ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                    beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegde gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                                    aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                    voorkomende flora en fauna.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11d</nr><titel>Meldingsplicht voor dunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het voornemen tot dunning van een houtopstand moeten bij het
                                    college of de door hem aangewezen ambtenaar een schriftelijke en
                                    ondertekende kennisgeving worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft binnen een maand na het ontvangen van de
                                    kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, een verklaring van
                                    ontvangst af.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het vierde lid, is het verboden met
                                    het dunnen van een houtopstand te beginnen voordat de verklaring
                                    van ontvangst, bedoeld in het tweede lid, is afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te
                                    worden gedaan indien de houtopstand moet worden gedund ingevolge
                                    een verplichting van het college, bedoeld in artikel 4:11e,
                                    derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ter bescherming van houtopstand in de in het
                                    tweede lid bedoelde verklaring van ontvangst aanwijzingen geven,
                                    welke bij het dunnen van de houtopstand in acht moeten worden
                                    genomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verklaring van ontvangst, bedoeld in lid twee, vervalt als
                                    niet binnen 6 maanden na de dagtekening daarvan met het dunnen
                                    van de houtopstand is begonnen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college geeft de verklaring van ontvangst als bedoeld in het
                                    tweede lid niet af als de kennisgeving van voorgenomen dunning
                                    geacht moet worden betrekking te hebben op het vellen van een
                                    houtopstand, waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning
                                    is vereist.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In het geval bedoeld in het zevende lid, wordt de kennisgeving
                                    van voorgenomen dunning aangemerkt als een verzoek om vergunning
                                    als bedoeld in artikel 4:11a. Het college stelt in dat geval
                                    degene die de kennisgeving van voorgenomen dunning heeft gedaan,
                                    binnen de in het tweede lid genoemde termijn schriftelijk van
                                    hun beslissing in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11e</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegde gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan,
                                    kan het bevoegde gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                    waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
                                    anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen
                                    te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegde gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
                                    met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11f</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                toepassing van artikel 4:11, artikel 4:11c, artikel 4:11d of artikel
                                4:11e, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet
                                geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding
                                niet anderszins is verzekerd, kent het bevoegde gezag hem op zijn
                                verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11g</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                    ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                    Moreau);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                    behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.), Scolytus
                                    multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding
                                    van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers,
                                    is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te
                                    stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te
                                            vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen
                                            of zondanig te behandelen dat verspreiding van de
                                            iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of
                                    in voorraad te</al><al> hebben of te vervoeren.</al><lijst><li nr="b."><al>Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                            iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan
                                            4 centimeter. </al></li><li nr="c."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het onder sub a.
                                            van dit lid gestelde verbod.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving
                                    biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                    noodzakelijke werkzaamheden voor risico en voor rekening van
                                    aangeschrevenen, door of namens de gemeente kunnen worden
                                    verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11h</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om bomen en houtopstanden die openbaar eigendom
                                    zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door daartoe
                                            bevoegde deskundige boomverzorgers ter uitoefening van
                                            de hun opgedragen boomverzorgende taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een openbare
                                    houtopstand of boom aan te brengen of anderszins te bevestigen,
                                    behoudens vergunning van het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden onder kroonprojectie van bomen, die openbaar
                                    eigendom zijn, materiaal of materieel op te slaan, behoudens
                                    vergunning van het college. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3a</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij
                                de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of
                                bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een
                                bloem- of heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><al>1.Het is verboden één of meer van de volgende voorwerpen of stoffen
                                in de open lucht op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                indien deze opslag, plaatsing of aanwezigheid naar het oordeel van
                                het college het uiterlijk van de gemeente op ontoelaatbare wijze
                                schaadt of ontoelaatbare overlast veroorzaakt of zal veroorzaken die
                                hetzij moet worden opgeheven hetzij moet worden voorkomen of schade
                                aan de openbare gezondheid zal kunnen veroorzaken die moet worden
                                voorkomen.</al><al>Het gaat om de volgende voorwerpen of stoffen:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                                dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                                gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of
                                                aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                                verhuur of anderszins voor een commercieel
                                                doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li><li nr="e."><al>afvalstoffen;</al></li><li nr="f."><al>autowrakken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de
                                        Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Verordening
                                        Fryslân.</al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is zaaksgebonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als
                                bedoeld in art. 4:15a, tweede lid, de veiligheid van het verkeer in
                                gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                veroorzaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15a</nr><titel>Vergunningplicht handelsreclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de
                                        hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van
                                        het bevoegde gezag deze zaak of een daarop aanwezige zaak te
                                        gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken
                                        van handelsreclame met behulp van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf
                                        de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke
                                        plaats zichtbaar is.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet ten aanzien van:</al></li><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig
                                        gedeelte van een onroerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of
                                        andere constructies, aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op:</al></li><li nr="-"><al>openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of
                                        verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij
                                        feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de
                                        onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
                                        bestemd, zomede op naamborden;</al></li></lijst><al>mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere
                                oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere afmeting
                                in een richting hebben dan 1,00 meter en mits deze opschriften en
                                aankondigingen zijn aangebracht op of aan een onroerende zaak;</al><lijst><li nr="d."><al>opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
                                        bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
                                        zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                        of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet
                                        verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                        hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen
                                        van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten
                                        dienste van dat vervoer;</al></li><li nr="f."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen binnen
                                        sportinrichtingen, mits deze zijn aangebracht beneden de
                                        hoogte van 1.20 meter boven de grond rond het speelveld of
                                        bassin.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met
                                        de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li></lijst><al>c . in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al><lijst><li nr="4."><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, geldt niet
                                        voor bouwwerken.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al><cursief>(niet opgenomen)</cursief></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
                                bijvoorbeeld een tent, tentwagen, kampeerwagen, camper of
                                caravan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik op eigen terrein en voor de door recreatieschap
                                    “De Marrekrite” als zodanig aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een dorpsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18 eerste lid, niet geldt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18 vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Regels voor het hobbymatig houden van grote huisdieren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Woning: een gebouw of een deel van een gebouw dat voor bewoning
                                    wordt gebruikt of daartoe is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Stankgevoelige objecten: objecten als genoemd in de Richtlijn
                                    Veehouderij en stankhinder 1996.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Brandbare vloeistoffen: stof in vloeibare toestand die een
                                    vlampunt heeft die hoger ligt dan 55° C.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Emballage: glazen flessen tot 5 l, kunststof flessen of vaten
                                    tot 60 l, metalen bussen tot 25 l, stalen vaten of fiberdrums
                                    tot 300 l, papieren of kunststof zakken, laadketels.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>PGS-30: vloeibare aardolieproducten: buitenopslag in kleine
                                    installaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Opslag van mest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opslag van mest moet zodanig geschieden dat geen mest(vocht)
                                    in of op de bodem of het oppervlaktewater terecht kan
                                    komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dunne mest moet worden opgeslagen in een doelmatige mestdichte
                                    opslagruimte (kelder).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vaste mest moet worden opgeslagen op een mestdichte betonnen
                                    ondergrond voorzien van opstaande randen en een mestdichte
                                    afvoer naar een mestdichte opslagruimte (kelder), of een
                                    gelijkwaardige voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van lid 3 mag worden afgeweken indien de opslag van vaste mest
                                    plaatsvindt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>boven een absorberende laag en een dikte van ten minste 0,15
                                    meter en een organische stofgehalte van ten minste 25 %
                                    (bijvoorbeeld stro of zaagsel) en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>onder een permanente bovenafdekking, zodanig dat contact met
                                    hemelwater wordt voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De opslag van vaste mest mag niet onder het maaiveld zijn
                                    gelegen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een opslag overeenkomstig lid 4 moet de absorberende laag
                                    tezamen met de mest worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Er mag niet meer dan 50 m3 vaste mest worden opgeslagen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vaste mest moet ten minste 1 maal per jaar worden
                                    verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Verwijdering van de mest moet zodanig geschieden dat hierdoor
                                    geen hinder voor de omgeving dan wel verontreiniging van de
                                    bodem of oppervlaktewater ontstaat. Eventueel gemorste mest moet
                                    direct worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De opslag van vaste mest moet geschieden op een afstand van ten
                                    minste:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>50 meter van een woning van derden of ander gevoelig object
                                        <onderstreept>binnen</onderstreept> de bebouwde kom;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>25 meter van een woning van derden of ander gevoelig object
                                        <onderstreept>buiten</onderstreept> de bebouwde kom;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>5 meter van de erfgrens;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>5 meter van de insteek van een oppervlaktewater.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Opslag van vloeistoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de opslag van brandbare stoffen (waaronder gasolie of
                                    dieselolie) is artikel 2.1.8. van het “Besluit van 26 juli 2008
                                    houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot het
                                    gebruik van bouwwerken uit het oogpunt van brandveiligheid
                                    (Besluit brandveilig gebruik bouwwerken)”, van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opslag van brandbare vloeistoffen in emballage moet geschieden
                                    in doelmatige verpakking en boven een vloeistofdichte lekbak die
                                    een inhoudscapaciteit heeft die ten minste gelijk is aan de
                                    totale in deze lekbak opgeslagen vloeistof.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een tank voor de opslag van brandbare vloeistoffen mag niet een
                                    grotere inhoud hebben dan 1100 liter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Er mag niet meer dan 25 liter brandbare vloeistoffen in
                                    emballage worden opgeslagen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Opslag van brandbare vloeistoffen in emballage moet op een
                                    afstand van ten minste 25 meter van woningen van derden
                                    plaatsvinden. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>wet: Wet milieubeheer;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte
                                    omvang en gewicht, zoals proppen, papier, plastic bekertjes en
                                    blikjes, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een
                                    perceel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van
                                    afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden
                                    aangeboden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>ter inzameling aanbieden: de wijzen van overdragen van
                                    afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief
                                    het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de
                                    inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of
                                    -voorzieningen of op een daartoe ter beschikking gestelde
                                    plaats;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd
                                    hulp- en/of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak,
                                    minicontainer, afvalemmer, kca-box;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
                                    bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een
                                    verzamelcontainer, wijkcontainer, brengdepot;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>minicontainer: een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel
                                    (afvalbak) met een inhoud van 240 liter;</al></lid><lid><lidnr>o</lidnr><al>de grijze minicontainer is bedoeld voor het huishoudelijk
                                    restafval;</al></lid><lid><lidnr>o</lidnr><al>de groene minicontainer is bedoeld voor het groente-, fruit- en
                                    tuinafval;</al></lid><lid><lidnr>o</lidnr><al>de grijze minicontainer met rood deksel is bedoeld voor
                                    bedrijfsafval (en wordt alleen aan bedrijven verstrekt);</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk
                                    gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge
                                    artikel 10.11 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                                    inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden
                                    met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot
                                    die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs
                                    spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een
                                    mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel
                                    door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 4:25.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Aanwijzing inzamelende instanties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als inzameldienst belast met het ter uitvoering van de wet, de
                                    provinciale milieuverordening en deze afdeling inzamelen van
                                    afvalstoffen wordt aangewezen: de afdeling Miljeu, Bouwe en
                                    Behear.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de inzameldienst kan het college personen of instanties
                                    aanwijzen die zijn belast met het ter uitvoering van de wet, de
                                    provinciale milieuverordening en deze afdeling afzonderlijk
                                    inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Afzonderlijk inzameling</titel></kop><al>Door de inzameldienst of de krachtens artikel 4:24, tweede lid
                                aangewezen personen of instanties worden de volgende categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:</al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="c."><al>vlak glas;</al></li><li nr="d."><al>verpakkingsglas;</al></li><li nr="e."><al>textiel;</al></li><li nr="f."><al>klein gevaarlijk afval (inclusief afgewerkte olie);</al></li><li nr="g."><al>witgoed (koel- en vriesapparatuur);</al></li><li nr="h."><al>bruingoed (kleine elektrische apparaten,
                                        TV-apparatuur);</al></li><li nr="i."><al>computerapparatuur;</al></li><li nr="j."><al>asbest;</al></li><li nr="k."><al>op asbest gelijkende afvalstoffen;</al></li><li nr="l."><al>grof tuinafval, takken;</al></li><li nr="m."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="n."><al>grof huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="o."><al>banden;</al></li><li nr="p."><al>puin/bouw- en sloopafval.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:26</nr><titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inzameling kan plaatsvinden via:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                    percelen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of
                                    -voorziening de inzameling van een bepaalde categorie
                                    huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een
                                    perceel plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:27</nr><titel>Frequentie van inzamelen bij elk perceel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Huishoudelijk restafval, niet zijnde grove huishoudelijke
                                    afvalstoffen, wordt tenminste eenmaal per veertien dagen bij elk
                                    perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste eenmaal per
                                    veertien dagen afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde wordt
                                    huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval van de
                                    in de bij dit hoofdstuk behorende bijlage genoemde percelen
                                    eenmaal per maand bij elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid en het tweede lid wordt
                                    huishoudelijk restafval en het groente-, fruit en tuinafval niet
                                    ingezameld op <vet>–</vet> of in de week van <vet>–</vet> een
                                    algemeen erkende feestdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan het college bepalen dat
                                    gedurende de zomerperiode het groente-, fruit en tuinafval
                                    wekelijks zal worden ingezameld<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                                    overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk
                                    in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden
                                    ingezameld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:28</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                    vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college huishoudelijke
                                    afvalstoffen in te zamelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van een
                                    doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of de krachtens
                                    artikel 4:24, tweede lid aangewezen personen of instanties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die bij of
                                    krachtens de wet voor de desbetreffende categorieën van
                                    huishoudelijke afvalstoffen een inzamelplicht hebben
                                    gekregen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:29</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen ……………...aan anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan
                                    te bieden aan een ander dan de inzameldienst, de krachtens
                                    artikel 4:24, tweede lid aangewezen personen of instanties en
                                    degenen aan wie krachtens artikel 4:28 een vergunning is
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden aan
                                    personen of instanties die bij of krachtens de wet een
                                    inzamelplicht hebben gekregen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:30</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    ……………..afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                    percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de
                                    inzameldienst of de krachtens artikel 4:24, tweede lid
                                    aangewezen personen of instanties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten dat het aan anderen dan gebruikers van
                                    percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter
                                    inzameling aan te bieden aan de houder van een vergunning als
                                    bedoeld in artikel 4:28.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:31</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te
                                    bieden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>oud papier en karton;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vlak glas;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>verpakkingsglas;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>textiel;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>klein gevaarlijk afval (inclusief afgewerkte olie);</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>witgoed (koel- en vriesapparatuur);</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>bruingoed (kleine elektrische apparaten, TV-apparatuur);</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>computerapparatuur;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>asbest;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>op asbest gelijkende afvalstoffen;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>grof tuinafval, takken;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>huishoudelijk restafval;</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>grof huishoudelijk restafval;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al>banden;</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al>puin/bouw- en sloopafval.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aanwijzen aan welke personen of instanties de in
                                    het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens het
                                    tweede lid aangewezen personen of instanties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    categorieën welke door de Provincie zijn aangewezen in de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:32</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    een …………… inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                    perceel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde
                                    categorie huishoudelijke afvalstoffen krachtens artikel 4:26,
                                    tweede lid, een inzamelmiddel is aangewezen, is het voor die
                                    gebruiker verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te
                                    bieden dan via het daartoe aangewezen inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel aan te
                                    bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens
                                    artikel 4:26, tweede lid, is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaatsen en wijzen
                                    waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter
                                    inzameling moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere plaatsen
                                    en wijzen ter inzameling aan te bieden dan volgens dit artikel
                                    is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan regels stellen met betrekking tot het maximale
                                    gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale
                                    aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker van
                                    een perceel is verstrekt, kan het college regels stellen omtrent
                                    het gebruik en het reinigen daarvan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt, kan
                                    het college eisen stellen aan het te gebruiken
                                    inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is aan anderen dan de gebruiker van een perceel aan wie
                                    krachtens artikel 4:26, tweede lid, een inzamelmiddel is
                                    toegewezen, verboden hun afvalstoffen ter inzameling aan te
                                    bieden via dit inzamelmiddel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:33</nr><titel>Minicontainers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Minicontainers moeten goed gesloten zijn en mogen geen stoffen
                                    heter dan 50 graden Celsius dan wel brandende stoffen
                                    bevatten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De grijze minicontainer mag uitsluitend huishoudelijk restafval
                                    bevatten. De groene minicontainer mag uitsluitend groente-
                                    fruit- en tuinafval bevatten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De minicontainers mogen niet worden gevuld met afvalstoffen die
                                    van een zodanige samenstelling zijn dat deze onderling, dan wel
                                    met andere stoffen een vaste massa kunnen gaan vormen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden de door de gemeente verstrekte minicontainers
                                    voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor zij bestemd
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De van gemeentewege verstrekte minicontainers dienen steeds in
                                    goede staat van onderhoud te verkeren en goed schoon (dus zonder
                                    restanten en stankvrij) gehouden te worden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden minicontainers mee te nemen bij
                                    verhuizingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De minicontainers moeten na het deponeren van de afvalstoffen
                                    goed gesloten worden; er mogen zich geen afvalstoffen daarbuiten
                                    bevinden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij het overdragen of ter inzameling aanbieden mag de inhoud van
                                    een minicontainer niet zwaarder zijn dan 30 kg.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Uitsluitend het huishoudelijk restafval mag eerst in plastic
                                    vuilniszakken worden gedaan alvorens het in de grijze
                                    minicontainer wordt gedeponeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:34</nr><titel>Verwijdering minicontainers</titel></kop><al>De houder van een minicontainer moet ervoor zorgen dat de deze zo
                                spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch uiterlijk
                                om 24.00 uur op de krachtens artikel 4:39 eerste lid vastgestelde
                                inzameldag, van de openbare weg is gehaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:35</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    een …………… .inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                    percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde
                                    categorie huishoudelijke afvalstoffen krachtens artikel 4:26,
                                    tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een
                                    inzamelvoorziening is aangewezen, is het voor de gebruiker
                                    verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan
                                    via de betreffende inzamelvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te
                                    bieden, dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening
                                    krachtens artikel 4:26, tweede lid, is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijzen waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten
                                    behoeve van een groep percelen moet worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen aan
                                    te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                    percelen dan krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie
                                    krachtens artikel 4:26, tweede lid, een inzamelvoorziening is
                                    aangewezen, verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden
                                    via deze inzamelvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:36</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    .inzamelvoorzieningen op wijkniveau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in artikel 4:32, vierde lid en artikel 4:35, vierde
                                    lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau conform
                                    krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden dan de
                                    categorie waarvoor de inzamelvoorziening krachtens artikel 4:26,
                                    tweede lid, is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen via
                                    een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan te
                                    bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:37</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    een …………… ..brengdepot op lokaal of regionaal niveau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in artikel 4:32, vierde lid en artikel 4:35, vierde
                                    lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau
                                    conform krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau aan te bieden
                                    dan de categorie waarvoor het brengdepot krachtens artikel 4:26
                                    is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal
                                    niveau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen via
                                    een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter inzameling aan
                                    te bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:38</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                    zonder …………… inzamelmiddel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel 4:26
                                    van deze verordening ter inzameling moeten worden
                                    aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop de
                                    krachtens het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden de in het eerste lid bedoelde huishoudelijke
                                    afvalstoffen op andere wijzen ter inzameling aan te bieden dan
                                    krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:39</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop huishoudelijke
                                    afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                    tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid
                                    is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:40</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                    ……………..huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het
                                college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                inzameldienst of krachtens artikel 4:24, tweede lid, aangewezen
                                personen of instanties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:41</nr><titel>Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen behoudens
                                    ……………..vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan andere categorieën van afvalstoffen dan
                                    huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen waarvoor geldt dat het
                                    verboden is ze in te zamelen zonder vergunning van het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan de in het eerste lid bedoelde vergunning
                                    voorschriften verbinden met het oog op de doelmatige
                                    verwijdering van afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van de
                                    doelmatige verwijdering van afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:42</nr><titel>Inzameling andere categorieën afvalstoffen door de
                                    inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan andere categorieën van afvalstoffen dan
                                huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst
                                worden ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:43</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van andere categorieën afvalstoffen
                                    aan de</titel></kop><al>…......<vet>inzameldienst</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden andere categorieën van afvalstoffen dan
                                        huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan de
                                        inzameldienst.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor die
                                        categorieën afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
                                        artikel 4:42, voorzover degene die gebruik maakt van de
                                        inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee
                                        ontstane belastingplicht op grond van de verordening
                                        reinigingsrecht.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden,
                                        wijzen en plaatsen waarop de in artikel 4:42 bedoelde
                                        afvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen
                                        worden aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
                                        artikel 4:42 ter inzameling aan te bieden in strijd met
                                        hetgeen krachtens dit artikel is bepaald.</al></li><li nr="5."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                        milieubeheer, de Destructiewet, of de provinciale
                                        milieuverordening van toepassing is.</al><al>HOOFDSTUK 5</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de
                                            huishouding der gemeente</vet></al><al><onderstreept>Afdeling 1 Parkeerexcessen</onderstreept></al><al><vet>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1,
                                                onder al, van het Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van
                                                kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en
                                                rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder
                                                ac, van het Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens (RVV 1990).</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                                e.d.</al><lijst><li nr=""><al>1.Het is degene die er zijn bedrijf,
                                                  nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt
                                                  voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen,
                                                  te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of
                                                  zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen
                                                  een cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                  middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                  gebruiken.</al><al>2.Onder verhuren als bedoeld in dit artikel
                                                  wordt mede verstaan: </al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven
                                                  van lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het
                                                  vervoeren van personen tegen betaling.</al><lijst><li nr="3."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel
                                                  worden niet gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                  onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                  totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                                  gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt
                                                  voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in
                                                  het eerste lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod
                                                  verlenen.</al></li><li nr="5."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
                                                  (vervallen)</vet></al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van
                                                andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan
                                                of mag worden gereden, langer dan op drie
                                                achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al><al><vet>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te
                                                  plaatsen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een
                                                  voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van
                                                  onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                                  toestand verkeert.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                  geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                  milieubeheer.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen,
                                                  caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen,
                                                  keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de
                                                  recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede
                                                  voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd
                                                  langer dan op 5 achtereenvolgende dagen te laten
                                                  staan op een door het college aangewezen weg, waar
                                                  dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                                  op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                                  schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                                  gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een voertuig als genoemd
                                                  in lid 1 wordt geacht op dezelfde plaats te zijn
                                                  gebleven indien het voertuig binnen een straal van
                                                  500 meter - hemelsbreed gemeten - gerekend vanaf
                                                  de in lid 1 bedoelde plaats wordt
                                                  aangetroffen.</al></li><li nr="3."><al>Het is de rechthebbende op een voertuig als
                                                  genoemd in lid 1 verboden het voertuig binnen vijf
                                                  dagen nadat het is verplaatst, opnieuw neer te
                                                  zetten op de in lid 1 bedoelde plaats.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in
                                                  het eerste lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                  geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                                  Provinciaal wegenreglement Fryslân of de
                                                  Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></li><li nr="6."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen of
                                                  vaartuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig of een vaartuig
                                                  dat is voorzien van een aanduiding van
                                                  handelsreclame, op de weg te parkeren of te
                                                  plaatsen met het kennelijk doel om daarmee
                                                  handelsreclame te maken. Onder handelsreclame
                                                  wordt mede verstaan het te koop of te huur
                                                  aanbieden van een voertuig of een vaartuig.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing
                                                  verlenen.</al></li><li nr="3."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:8 Parkeren van grote
                                                voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip
                                                  van de lading, een lengte heeft van meer dan 6
                                                  meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te
                                                  parkeren op een door het college aangewezen
                                                  plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                  voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip
                                                  van de lading, een lengte heeft van meer dan 6
                                                  meter te parkeren op een door het college
                                                  aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn
                                                  oordeel buitensporig is met het oog op de
                                                  verdeling van beschikbare parkeerruimte.</al><al>3Het in het tweede lid gestelde verbod geldt
                                                  niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag,
                                                  dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede
                                                  lid gestelde verboden ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                                voertuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip
                                                  van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter
                                                  of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te
                                                  parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks
                                                  gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat
                                                  daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers
                                                  vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt
                                                  belemmerd of hun anderszins hinder of overlast
                                                  wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die
                                                  nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren
                                                  van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                                  voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met
                                                  stankverspreidende stoffen (vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                                  voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig, fiets of
                                                  bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of
                                                  te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                                  gemeentewege aangelegde beplanting of
                                                  groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt
                                                  worden ter uitvoering van werkzaamheden door of
                                                  vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                  ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend
                                                  voor dit doel zijn bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing
                                                  verlenen.</al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen
                                                waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                                de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                                overlast, of ter voorkoming van schade aan de
                                                openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                                bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
                                                ruimten of plaatsen te laten staan.</al><al><vet><onderstreept>Afdeling 2
                                                  Collecteren</onderstreept></vet></al><al><vet>Artikel 5:13 Inzameling van geld of
                                                  goederen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het
                                                  college een openbare inzameling van geld of
                                                  goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan
                                                  te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen
                                                  wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van
                                                  goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven
                                                  of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                                  diensten aanvaarden van geld of goederen, indien
                                                  daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                                  gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor
                                                  een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li></lijst><al>3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                                voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                                                wordt.</al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan onder door hem te stellen
                                                  voorschriften vrijstelling verlenen van het in het
                                                  eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die
                                                  gehouden worden door daarbij aangewezen
                                                  instellingen.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst></li></lijst><al><onderstreept>Afdeling 3 Venten</onderstreept></al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in
                                                de uitoefening van de ambulante handel te koop
                                                aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                                wel diensten op een openbare en in de open lucht
                                                gelegen plaats of aan huis.</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of
                                                  vanwege degene die dit doet ter exploitatie van
                                                  zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                                  Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
                                                  van goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                                  jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                                  eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                                  snuffelmarkten als bedoeld in artikel 2:24 lid 2;
                                                  </al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
                                                  van goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                                  een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 5:15 Ventverbod en meldingsplicht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de
                                                openbare orde, de openbare veiligheid of de
                                                volksgezondheid in gevaar komt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot
                                                en met zaterdag tussen 22 en 9 uur.</al></li><li nr="3."><al>Tien werkdagen voorafgaand aan het venten, moet
                                                hiervan melding worden gedaan aan het college. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer binnen vijf werkdagen na ontvangst van het
                                                meldingsformulier door het college geen tegenbericht
                                                is verzonden, kan het venten zoals vermeld
                                                plaatsvinden.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                                van de Wegenverkeerswet.</al></li></lijst><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid
                                                geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven
                                                stukken waarin gedachten en gevoelens worden
                                                geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                                van de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als
                                                bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod
                                                in te stellen: </al></li><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                                of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod
                                                als bedoeld in het tweede lid.</al></li></lijst><al><onderstreept>Afdeling 4 Standplaatsen</onderstreept></al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><lijst><li nr="1."><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats:
                                                het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op
                                                een ander voor het publiek toegankelijke en in de
                                                openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen
                                                of afleveren van goederen of het anderszins
                                                aanbieden van goederen of diensten, al dan niet
                                                gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                                een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></li><li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld
                                                in artikel 160 eerste lid onder h, van de
                                                Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                                2:24.</al></li></lijst><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het
                                                  college een standplaats in te nemen of te
                                                  hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens
                                                  strijd met een geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan
                                                  de vergunning worden geweigerd: </al></li></lijst></li><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                                het verkopen van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al><al>4.De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterwerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling (niet opgenomen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt (niet opgenomen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                    van Strafrecht, de Scheepvaartverkeers-wet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24a</nr><titel>Aanleggen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te
                                    leggen in of aan een rietkraag of aan of op een krachtens
                                    artikel 5:27d als zodanig aangewezen oever.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a<cursief>. </cursief>Onverminderd het bepaalde in lid
                                    1, is het de rechthebbende op een vaartuig verboden, daarmee
                                    langer dan gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen of
                                    gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende
                                    drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde
                                    plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door
                                    een met de uitvoering van de verordening belaste ambtenaar als
                                    bedoeld in artikel 6:2 wordt aangetroffen op enig tijdstip van
                                    de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag
                                    na die drie dagen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats
                                    te zijn gebleven indien het vaartuig binnen een straal van 500
                                    meter - hemelsbreed gemeten - gerekend vanaf de in sub a
                                    bedoelde aanlegplaats wordt aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig
                                    vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in lid
                                    2, sub a, bedoelde plaats opnieuw aan te leggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing
                                    verlenen voorzover het betreft een krachtens artikel 5:27d als
                                    zodanig aangewezen oever.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Fryslân of de Provinciale
                                    landschapsverordening Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24b</nr><titel>Aanleg- exces</titel></kop><al>1.Onverminderd het bepaalde in artikel 5:24 lid 1 en lid 2, is het
                                de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmede op een plaats aan
                                te leggen, indien burgemeester en wethouders hem schriftelijk hebben
                                medegedeeld, dat zij het, met het oog op de verdeling van de
                                beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar achten dat genoemde
                                rechthebbende aldaar nog langer aanlegt.</al><al> 2. Het in het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in de
                                daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening Fryslân
                                of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (niet
                                    opgenomen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats/aanlegmogelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:24a
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats of aanlegmogelijkheid in het belang
                                    van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de
                                    milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Innemen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee
                                    ligplaats in te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                    innemen van ligplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>met een vaartuig aan een krachtens artikel 5:27c of bij
                                            een geldend bestemmingsplan als zodanig aangewezen
                                            ligoever dan wel in een bij geldend bestemmingsplan
                                            aangewezen haven of andere bij bestemmingsplan
                                            aangewezen gelegenheid die bestemd is om een vaartuig
                                            onder te brengen;</al></li><li nr="b."><al>met een vaartuig, behorende tot een categorie
                                            vaartuigen, waarvoor het verbod door het college op
                                            grond van het gestelde in lid 3, buiten toepassing is
                                            verklaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan (categorieën van) vaartuigen aanwijzen waarop
                                    het in lid 1 gestelde verbod niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig , waarop het in
                                    lid 1 gestelde verbod krachtens het bepaalde in lid 2 onder a en
                                    b, lid 3 en lid 4 niet van toepassing is:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27a</nr><titel>Ankeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te
                                    ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan 5
                                    meter vanuit een rietkraag, in een krachtens artikel 5:27d als
                                    zodanig aangewezen water of op een afstand van minder dan 5
                                    meter vanuit een krachtens artikel 5:27d als zodanig aangewezen
                                    oever.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op
                                    een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de
                                    tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent
                                    recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 en lid 2
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen voorzover het betreft een
                                    krachtens artikel 5:27d aangewezen water of oever.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27b</nr><titel>Varen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of
                                    in een rietkraag te varen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op
                                    een vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel
                                    5:27d als zodanig aangewezen water.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in lid 2 gestelde verbod ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27c</nr><titel>Procedure met betrekking tot de aanwijzing van
                                    ligoevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd ligoevers aan te wijzen als bedoeld in
                                    artikel 5:27, lid 2 sub a.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts gedurende
                                    een bepaalde periode van kracht is en/of slechts voor één of
                                    meer categorieën vaartuigen zal gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college wint, alvorens tot ter inzage legging als bedoeld in
                                    lid 4 over te gaan, het advies in van, zoveel mogelijk, de
                                    publiekrechtelijke beheerder(s) van de betrokken oever(s) en het
                                    (de) betrokken water(en).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste
                                    lid is de in afdeling 3.4 van de Awb geregelde procedure van
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de aanwijzing zelf wordt het tijdstip bepaald waarop zij in
                                    werking treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27d</nr><titel>Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of wateren waar
                                    het ……………….verboden is aan te leggen, te ankeren, of te
                                    varen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd oevers en/of wateren aan te wijzen als
                                    bedoeld in artikel 5:24a, artikel 5:27a en 5:27b, waar het
                                    verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van het gebruik van de in lid 1 bedoelde bevoegdheid
                                    zijn de leden 2 t/m 5 van artikel 5:27c van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27e</nr><titel>Ligplaats aan laad- of losplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud
                                    zijnde laad- en losplaats met een vaartuig ligplaats in te nemen
                                    anders dan ter onmiddellijke lading of lossing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    vervatte verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27f</nr><titel>Laad- en losplaats</titel></kop><al>Het is verboden op een gemeentelijke laad- en losplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>andere goederen aanwezig te hebben dan die, welke bestemd
                                        zijn ter lading in een vaartuig of welke aldaar uit een
                                        vaartuig gelost zijn;</al></li><li nr="b."><al>levende dieren langer dan een uur en goederen en stoffen
                                        langer dan 24 uur te doen verblijven;</al></li><li nr="c."><al>goederen zodanig aanwezig te hebben, dat deze het laden of
                                        lossen van andere goederen belemmeren;</al></li><li nr="d."><al>goederen, die niet voor onmiddellijke lading bestemd zijn,
                                        op te slaan binnen een afstand van twee meter uit de
                                        walkant;</al></li><li nr="e."><al>agressieve stoffen te laden of te lossen:</al></li><li nr="f."><al>langer dan 2 x 24 uur aaneengesloten te laden of te
                                        lossen.</al></li></lijst><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid
                                vervatte verbod.</al><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27g</nr><titel>Hinder of gevaar door laden of lossen</titel></kop><al>De schipper van een vaartuig is verplicht het laden en lossen van
                                dat vaartuig te stoppen indien hem door of namens het college
                                mededeling is gedaan, dat naar het oordeel van het college of naar
                                het oordeel van een door het college aangewezen toezichthouder,
                                hierdoor gevaar of verontreiniging voor de omgeving wordt
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een
                                    paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers
                                    of berijders van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens het Reglement
                                            verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
                                            van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de door het college aangewezen
                                            plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
                                            percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
                                            plaatsen;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                            ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als ‘toestel’.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur …………….. te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>3 . Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al><lijst><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                        voorzover:</al></li><li nr="a."><al>het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke of het betreft vuur voor koken, bakken en braden,
                                        vuurkorven of terraskachels, indien dat geen gevaar of
                                        onaanvaardbare hinder oplevert voor de omgeving;</al></li><li nr="b."><al>het betreft door het college aangewezen plaatsen voor de
                                        door het college aangewezen stoffen.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, artikel
                                        429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht
                                        of de Provinciale Milieuverordening.</al></li><li nr="6."><al>De in het vierde lid genoemde uitzonderingen gelden niet in
                                        op enigerlei wijze als zodanig aangegeven natuurgebieden en
                                        de particuliere terreinen die daarbinnen liggen.</al></li><li nr="7."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>de gemeentelijke begraafplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, met
                            uitzondering van het bepaalde in de artikelen 2:11, 2:12, 4:11, 4:11c,
                            4:11e en 4:15a, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente
                                Tytsjerksteradiel, versie “raadsbesluit 14 juli 2011” wordt
                                ingetrokken per 1 januari 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Tytsjerksteradiel.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel van 24 november 2011.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra E. J. ter Keurs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="81*"/><colspec colname="col2" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>artikel versie 2011</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>vorige versie</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoofdstuk 1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al></entry><entry colname="col2"><al>1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al></entry><entry colname="col2"><al>1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                                        ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>1.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of
                                        ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>1.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:7 Termijnen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>1.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:9 Lex Silencio Positivo (wel)</al></entry><entry colname="col2"><al>1.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1:10 Lex Silencio Positivo (niet)</al></entry><entry colname="col2"><al>1.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoofdstuk 2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:1a Verblijfsontzeggingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.1.1a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:2 Optochten</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare
                                        plaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                        gedrukte stukken …… …… …of afbeeldingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:8 Dienstverlening</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:9 Straatartiest</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.4.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in
                                        strijd met ……………. de publieke functie van de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                        weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.5.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.5.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk
                                        voorwerp</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:23a Bijt in het ijs</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:23b Gevaarlijk ijs</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:23c Vrijheid ijsverkeer</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:23d Onbetrouwbaarheid van het ijs</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1.6.16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:25 Evenement</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:25a Meldingsplicht voor kleine evenementen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2.2a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke
                                        sluiting</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:31a Ordeverstoring</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:34 Overige bepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.1.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:37 Nachtregister</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op of aan de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:50 Verboden gedrag in voor het publiek
                                        toegankelijke ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:52 Afsluiten voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden, paarden en
                                        pony’s</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke
                                        dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:61 Wilde dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:62 Loslopend vee en pluimvee</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:63 Duiven</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:64 Bijen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al></entry><entry colname="col2"><al>2.4.25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                        verkoopregister</al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van
                                        het Wetboek ……………. van Strafrecht</al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen
                                        goederen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</al></entry><entry colname="col2"><al>2.5.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:72 Afleveren van vuurwerk</al></entry><entry colname="col2"><al>2.6.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:73 Bezigen van vuurwerk</al></entry><entry colname="col2"><al>2.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:73a Gebruik van carbid</al></entry><entry colname="col2"><al>2.6.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al></entry><entry colname="col2"><al>2.7.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik</al></entry><entry colname="col2"><al>2.7.1a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al></entry><entry colname="col2"><al>2.8.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.9.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.9.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoofdstuk 3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen en escortbedrijven</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
                                        (tijdelijke) sluiting</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                        beheerder</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:9 Straat- en raamprostitutie</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                        erotisch-………… ….pornografische goederen, afbeeldingen en
                                        dergelijke</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</al></entry><entry colname="col2"><al>3.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:12a Geldigheidsduur</al></entry><entry colname="col2"><al>3.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>3.3.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al></entry><entry colname="col2"><al>3.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al></entry><entry colname="col2"><al>3.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoofdstuk 4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder </al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:6a Mosquito</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:6b Gebruik geluidsapparaat in de open lucht</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:7 Straatvegen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:7a Verontreiniging van de weg en van
                                        terreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:7b Verontreiniging bij werkzaamheden op de
                                        weg</al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:7c Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed
                                        staande …………….afvalstoffen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                        openbare …………….riolen en putten buiten gebouwen </al></entry><entry colname="col2"><al>4.4.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                        houtopstanden</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11a Aanvraag vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11b Weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.3a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11c Bijzondere voorschriften</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11d Meldingsplicht voor dunning</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11e Herplant-/instandhoudingsplicht</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11f Schadevergoeding</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11g Bestrijding iepziekte</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:11h Bescherming bomen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:12 Bescherming groenvoorzieningen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                        afvalstoffen enz.</al></entry><entry colname="col2"><al>4.7.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.7.1a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:15a Vergunningsplicht handelsreclame</al></entry><entry colname="col2"><al>4.7.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                        kampeerterreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:20 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.8.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:21 Opslag van mest</al></entry><entry colname="col2"><al>4.8.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:22 Opslag van vloeistoffen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.8.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:23 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:24 Aanwijzing inzamelende instanties</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:25 Afzonderlijke inzameling</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:26 Inzamelmiddelen en -voorzieningen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:27 Frequentie van inzamelen bij elk perceel</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:28 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen
                                        behoudens ……………..vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.2.5</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="81*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:29 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                        huishoudelijke ……….…….afvalstoffen aan anderen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:30 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                        huishoudelijke ……………..afvalstoffen door anderen dan de
                                        gebruikers van percelen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:31 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:32 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen via ……………..een inzamelmiddel voor de gebruiker
                                        van een perceel</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:33 Minicontainers</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.4a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:34 Verwijdering minicontainers</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.4b</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:35 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen via ……………..een inzamelvoorziening ten behoeve
                                        van een groep percelen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:36 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen via ……………...inzamelvoorzieningen op
                                        wijkniveau</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:37 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen via ……………..een brengdepot op lokaal of
                                        regionaal niveau</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:38 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen ……………..zonder inzamelmiddel</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:39 Dagen en tijden voor het ter inzameling
                                        aanbieden</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:40 Het in bijzondere gevallen ter inzameling
                                        aanbieden van ……………...huishoudelijke afvalstoffen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.3.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:41 Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen
                                        behoudens ……………..vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:42 Inzameling andere categorieën afvalstoffen door
                                        de ……………..inzameldienst</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4:43 Ter inzameling aanbieden van andere categorieën
                                        ……………..afvalstoffen aan de inzameldinst</al></entry><entry colname="col2"><al>4.2.4.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoofdstuk 5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                        e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.2a</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen of
                                        vaartuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                        voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                        stoffen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                        voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:15 Ventverbod en meldingsplicht</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.3.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.2.3.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:24a Aanleggen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:24b Aanleg-exces</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige
                                        vaartuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats/aanlegmogelijkheid</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27 Innemen ligplaats</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27a Ankeren</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27b Varen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27c Procedure met betrekking tot de aanwijzing van
                                        ligoevers</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27d Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers
                                        en/of wateren ………………waar het verboden is aan te leggen, te
                                        ankeren, of te varen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27e Ligplaats aan laad- of losplaats</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27f Laad- en los plaats</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:27g Hinder of gevaar door laden of lossen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.3.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>5,4,1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al></entry><entry colname="col2"><al>5.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                        inrichtingen of ……………..anderszins vuur te stoken</al></entry><entry colname="col2"><al>5.5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>5.7.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.7.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al></entry><entry colname="col2"><al>5.7.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoofdstuk 6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al></entry><entry colname="col2"><al>6.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                        verordening</al></entry><entry colname="col2"><al>6.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>6.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></entry><entry colname="col2"><al>6.6</al></entry></row></tbody></tgroup></table><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>