<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR125831_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Peelrandwijzer 21-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>OZB</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen en financien</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8
                        november 2011; gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de
                        Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen
                        2012.(Verordening onroerende-zaakbelastingen 2012) </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a.
                            een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                            kalenderjaar een on-roerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning
                            dient, al dan niet krachtens eigen-dom, bezit, beperkt recht of
                            persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebrui-kersbelasting; b.
                            een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar
                            van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht, ver-der te noemen: eigenarenbelasting. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een
                            deel van een onroerende zaak in gebruik is ge-geven, aangemerkt als
                            gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die
                            het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig
                            te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter
                            beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik
                            aan-gemerkt als gebruik door degene die onroerende zaak ter beschikking
                            heeft ge-steld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft
                            gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                            wie die zaak ter beschikking is gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigen-dom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                            het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie
                            is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                            die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroeren-de zaak die dienen tot woning dan wel
                            volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroe-rende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar be-doeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroe-rende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                            geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond,
                            alsmede de ondergrond van glasop-standen, die bedrijfsmatig aangewend
                            wordt voor de kweek of teelt van gewas-sen, zonder daarbij de ondergrond
                            als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig
                            worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de
                            ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a be-doelde grond; c.
                            onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                            eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                            levensbeschouwe-lijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                            zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer
                            onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de
                            Na-tuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel
                            1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met
                            uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.
                            natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                            zand-verstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
                            uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                            worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                            per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g.
                            waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                            orga-nen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                            rechtspersonen, met uitzon-dering van de delen van zodanige werken die
                            dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van
                            riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met
                            uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i.
                            werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder
                            dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en
                            die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;j.
                            onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                            pu-blieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van
                            zodanige onroe-rende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het
                            geven van onderwijs; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle
                            zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn
                            geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van
                            het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                            verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken,
                            abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die
                            bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen
                            van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen,
                            urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zo-danige
                            onroerende zaken die dienen als woning. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroe-rende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.
                        Het percentage bedraagt voor: a. bij de gebruikersbelasting: 0,08980%;b. bij
                        de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                        dienen: 0,10393%;2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                        dienen: 0,11224%.Indien de heffingsmaatstaf beneden € 100,-- blijft, wordt
                        geen belasting geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aansla-gen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt in afwijking in zoverre van
                            het aldaar be-paalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsin-casso van de betaalrekening van de
                            belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in zeven gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door de heffingsambtenaar</titel></kop><al>De heffingsambtenaar kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing
                        en de invordering van de onroerende-zaakbelastingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2011” van 13 december 2010,
                            wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                            ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                            op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de be-kendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                            onroerende-zaakbelastingen 2012”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Sint Antho-nis van 12 december 2011.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers M.L.P. Sijbers </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>